Paragrafen

Lokale heffingen

Inleiding

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Inleiding

De lokale heffingen zijn de inkomsten die verkregen worden op grond van publiekrechtelijke regels. De heffingen zijn gebaseerd op wettelijke bepalingen. Bij de lokale lasten maken we onderscheid tussen zuivere belastingen, heffingen en retributies:

  • De zuivere belastingen behoren tot de algemene dekkingsmiddelen en zijn voor de uitvoering van collectieve vormen van dienstverlening, maar ook individuele vormen van dienstverlening zonder een duidelijke relatie tussen dienstverlening en belasting. In Vlaardingen onderscheiden we: onroerendezaakbelasting (OZB),  precariobelastingen en toeristenbelasting.
  • De heffingen zijn voor de dekking van de kosten voor uitvoering van publiekrechtelijke dienstverlening. Dat houdt in dat de belastingplichtige ook moet betalen als hij de dienst niet wenst. Voorbeelden van heffingen zijn afvalstoffenheffing en rioolheffing.
  • De retributies zijn vergoedingen voor individuele dienstverlening van typische overheidsdiensten van publiekrechtelijke aard. Voorbeelden hiervan zijn leges voor paspoort en rijbewijs.

De tarieven van de lokale heffingen zijn vooralsnog volgens de uitgangspunten onder ‘Beleid’ aangepast.  Deze uitgangspunten worden aan het einde van het jaar in de belastingverordeningen verwerkt zodat zij in werking treden voor het belastingjaar 2025.

Beleid

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Beleid

Uitgangspunten van het gemeentelijk beleid ten aanzien van de belastingen en heffingen zijn:

  • De onroerendezaakbelasting:  de OZB-opbrengsten worden verhoogd met 3.2% conform de CPI inflatie van januari 2024, zoals is vastgelegd in het coalitieakkoord 2022-2026 "Groei en Bloei voor Vlaardingen".
  • De overige heffingen (precario-, toeristen-, reclame- en parkeerbelasting) stijgen eveneens met de algemene indexering van 3,2%.
  • Voor de bepaling van de wettelijke tarieven en het tarief voor de Zeehavengelden en Binnenhavengelden lift Vlaardingen mee met Rotterdam.
  • Het tarief voor het rioolrecht, gebaseerd op het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan, wordt € 206,90.
  • Het tarief voor de afvalstoffenheffing, gebaseerd op de gewenste opbrengst in combinatie met het aantal huishoudens, wordt € 317,69 voor een éénpersoonshuishouden en € 406,20 voor een meerpersoonshuishouden.
  • De opbrengst van de Bedrijven Investeringszone (BIZ) is nihil.
  • De parkeertarieven kennen een eigen regime en worden bij afzonderlijk raadsbesluit vastgesteld.

Woonlasten: lokale lastendruk

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Woonlasten: lokale lastendruk

Onder de woonlasten verstaan we het gemiddelde bedrag dat een huishouden in Vlaardingen betaalt aan OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. De ontwikkeling van de woonlasten van de afgelopen jaren en een raming voor het komende jaar ziet er als volgt uit:

Woonlasten 2021 2022 2023 2024 2025
OZB-eigenaar € 308,00 € 296,45 € 314,04 € 351,64 P.m.
OZB-gebruiker n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Rioolheffing € 159,28 € 169,17 € 161,43 € 177,58 € 206,90
Afvalstoffenheffing € 369,56 € 371,93 € 377,51 € 406,20 € 406,20
Totaal € 836,84 € 837,55 € 852,98 € 935,42 € 613,10

Bij de berekening van de totale woonlasten zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  • We gaan uit van een eigen woning die wordt bewoond door een gezin;
  • De OZB-tarieven zijn gebaseerd op de gemiddelde WOZ-waarde van woningen in Vlaardingen.

De begrote inkomsten van de bovengenoemde gemeentelijke heffingen (OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing) in 2025 bedragen circa €  35 miljoen.

Woonlasten: vergelijking met andere gemeenten en landelijk gemiddelde

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Woonlasten: vergelijking met andere gemeenten en landelijk gemiddelde

Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) geeft sinds 1997 met de ’Atlas van de lokale lasten‘ inzicht in de woonlasten per gemeente en de posities die de gemeenten ten opzichte van elkaar innemen in Nederland. Hierbij geldt dat nummer 1 de goedkoopste gemeente is en nummer 345 de duurste. In de atlas van 2024 neemt Vlaardingen de 222e plaats in op basis van de woonlasten zoals die in de tabel hierboven zijn berekend. In 2024 zat Vlaardingen € 34,00 boven de landelijke gemiddelde woonlasten.

Overigens liggen de woonlasten van 80% van alle gemeenten heel dicht bij elkaar en rond het landelijk gemiddelde. Wat betreft de omringende gemeenten bedragen de woonlasten:

Gemeente Gemiddelde woonlasten Ranglijst Coelo (2024)
Capelle a/d IJssel € 740 4
Nissewaard € 935 105
Rotterdam € 1.023 216
Vlaardingen € 1.028 222
Schiedam € 949 127
Westland € 1.057 252
Delft € 1.128 285
Maassluis € 1.064 256

Bovengenoemde gegevens zijn gebaseerd op het peiljaar 2024. Bij de formele vaststelling van de verordening van de leges en tarieven voor 2025 worden de meest recente gegevens gebruikt als toetsing.

Onroerendezaakbelastingen

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Onroerendezaakbelastingen

De hoogte van de onroerendezaakbelastingen is een combinatie van de waarde in het economische verkeer van een pand en het vastgestelde tarief. De waarde van alle onroerende zaken wordt jaarlijks vastgesteld. De onroerendezaakbelastingen bestaan uit een ‘eigenarenbelasting’ voor woningen en een ‘eigenarenbelasting’ voor niet-woningen. In de belastingen van de niet-woningen is een extra verhoging inbegrepen. De extra opbrengst komt ten goede van het Ondernemersfonds.

De grondslag van de OZB voor het jaar 2025 is de waarde van onroerende zaken op 1 januari 2024. De ontwikkeling van de OZB-tarieven over de afgelopen jaren is als volgt:

Ontwikkeling tarieven 2020 2021 2022 2023 2024 2025
OZB (eigendom) niet-woningen 0,3631% 0,7190% 0,7297% 0,8060% 0,8680% p.m. ¹
OZB (gebruik) niet-woningen 0,3212% 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
OZB (eigendom) woningen 0,1426% 0,1391% 0,1286% 0,1191% 0,1217% p.m. ¹
¹ Omdat de jaarlijkse herwaardering in het kader van de Wet Waardering onroerende zaken nog niet is afgerond, zijn de definitieve tarieven nog niet bekend. Bij de besluitvorming met betrekking tot de tarieven, in december 2024, worden de tarieven zodanig vastgesteld dat in combinatie met WOZ-waarden een 3,2% (indexering CPI januari 2024) hogere opbrengst resulteert (exclusief areaaluitbreiding).

OZB-opbrengsten voor 2025:

  • Opbrengst niet-woningen: €  12 miljoen
  • Opbrengst woningen: € 14 miljoen

Precariobelasting

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Precariobelasting

De precariobelasting is een belasting op het hebben van voorwerpen op, in of boven gemeentegrond en -water. Bijvoorbeeld terrassen, reclame-uitingen en bouwmaterialen, maar ook de leidingen, kabels en buizen in de grond.

  • Opbrengst precariobelasting in totaal: €  0,4 miljoen

Toeristenbelasting

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Toeristenbelasting

De toeristenbelasting is een algemene belasting voor het houden van verblijf met overnachting tegen een vergoeding door niet-ingezetenen. Het tarief wordt verhoogd met het algemene indexpercentage van 3,2%. De opbrengst van de toeristenbelasting is afhankelijk van het aantal overnachtingen in de gemeente, zodat de opbrengst kan fluctueren. Economische ontwikkelingen kunnen zorgen voor een lagere of hogere opbrengst. 

Ontwikkeling tarieven 2021 2022 2023 2024 2025
Toeristenbelasting € 3,00 € 3,05 € 3,09 € 3,32 € 3,43

Bijdrage Bedrijven Investeringszone (BIZ)

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Bijdrage Bedrijven Investeringszone (BIZ)

Industrieterrein de Vergulde Hand was aangewezen als een BIZ waar een BIZ-bijdrage werd geheven. De bijdrage kwam van de gebruikers van de op dit terrein gelegen bedrijven. In 2022 is door het bestuur van de BIZ besloten om geen draagvlakmeeting uit te voeren, waardoor het heffen van een bijdrage niet mogelijk is.  

Rioolheffing

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Rioolheffing

De rioolheffing is een heffing om het beheer en het onderhoud van het gemeentelijk rioolstelsel te bekostigen. Uitgangspunt bij deze heffing is dat de tarieven kostendekkend zijn. De stijging van de rioolheffing is dus afhankelijk van de ontwikkeling van de kosten. Voor het beheer en onderhoud op de lange termijn is een gemeentelijk rioleringsplan opgesteld waarin onder andere de kosten zijn opgenomen die door middel van een rioolheffing moeten worden gedekt. Voor 2025 wordt de rioolheffing  voor eigenaren €  206,90 per perceel.

Ontwikkeling tarieven 2021 2022 2023 2024 2025
Rioolheffing € 159,28 € 169,17 € 161,43 € 177,58 € 206,90
Rioolheffing 2025
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 4.179.835
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 96.360
Netto kosten taakveld(en) 4.083.475
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente 348.850
BTW 410.297
Totale kosten 4.842.622
Opbrengst heffing 8.159.191
Voorziening -3.315.804
Totale opbrengsten 4.843.387
Dekkingspercentage 100%

Afvalstoffenheffing

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Afvalstoffenheffing

De afvalstoffenheffing is een heffing om het ophalen en verwerken van de huishoudelijke afvalstoffen te bekostigen. Uitgangspunt bij deze heffing is dat de tarieven kostendekkend zijn. De stijging of daling van de afvalstoffenheffing is mede afhankelijk van de ontwikkeling van de kosten. Bij deze heffing wordt een tariefdifferentiatie toegepast ten behoeve van één- en meerpersoonshuishoudens. Momenteel wordt onderzocht of er meerdere categorieën ingevoerd gaan worden, zodat meer wordt aangesloten bij het principe dat de vervuiler betaald.

De tarieven in 2025 blijven gelijk ten opzichte van de tarieven in 2024. 

Ontwikkeling tarieven 2021 2022 2023 2024 2025
Afvalstoffenheffing € 369,56 € 371,93 € 377,51 € 406,20 € 406,20
Afvalstoffenheffing 1-pers. € 289,03 € 290,88 € 295,25 € 317,69 € 317,69
Afvalstoffenheffing 2025
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 11.349.336
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 430.000
Netto kosten taakveld(en) 10.919.336
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente 79.147
BTW 1.934.018
Totale kosten 12.932.501
Opbrengst heffing 12.863.270
Voorziening 69.231
Totale opbrengsten 12.932.501
Dekkingspercentage 100%

Reinigingsrecht

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Reinigingsrecht

Onder de naam reinigingsrecht wordt een retributie geheven voor het periodiek verwijderen en verwerken van bedrijfsafvalstoffen. Het reinigingsrecht wordt geheven van degene die van de dienst gebruik maakt afhankelijk van het aangeboden afval. De tarieven worden verhoogd met 3,2%.

Reinigingsrechten 2025
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 279.290
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 0
Netto kosten taakveld(en) 279.290
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente 0
BTW 0
Totale kosten 279.290
Opbrengst heffing 279.290
Voorziening 0
Totale opbrengsten 279.290
Dekkingspercentage 100%

Binnenhavengeld

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Binnenhavengeld

Deze retributie wordt geheven van vaartuigen die gebruik maken van het openbare gemeentewater, openbare werken en inrichtingen, en voor diensten die door de gemeente met betrekking tot een vaartuig verstrekt worden. In de regel wordt het havengeld geheven van de kapitein, de schipper, de reder of de eigenaar van het vaartuig. De tarieven in Vlaardingen sluiten aan bij de tarieven vermeld in de ‘General Terms and Conditions’, including renewed port tariffs, die zijn vastgesteld en bekendgemaakt door het Havenbedrijf Rotterdam N.V.

Binnenhavengeld 2025
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 666.300
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 0
Netto kosten taakveld(en) 666.300
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente
BTW
Totale kosten 666.300
Opbrengst heffing 326.446
Voorziening
Totale opbrengsten 326.446
Dekkingspercentage 49%

Havengeld pleziervaartuigen

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Havengeld pleziervaartuigen

Deze retributie wordt geheven van pleziervaartuigen en andere ter recreatie dienende vaartuigen die gebruik maken van het openbare gemeentewater, openbare werken en inrichtingen, en voor diensten die door de gemeente met betrekking tot een vaartuig verstrekt worden. In de regel wordt het havengeld voor pleziervaartuigen geheven van de schipper of de eigenaar van het vaartuig. De tarieven worden verhoogd met 3,2%.

Havengeld pleziervaartuigen 2025
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 197.082
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 0
Netto kosten taakveld(en) 197.082
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente
BTW
Totale kosten 197.082
Opbrengst heffing 20.785
Voorziening
Totale opbrengsten 20.785
Dekkingspercentage 11%

Havengeld vaste ligplaatsen

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Havengeld vaste ligplaatsen

Deze retributie wordt geheven voor het hebben van een vaste ligplaats aan een kade. Het ligplaatsgeld wordt geheven van degene die de vaste ligplaats inneemt. De tarieven worden verhoogd met  3,2%.

Havengeld vaste ligplaatsen 2025
Kosten taakveld (en) inclusief (omslag)rente 6.201
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 0
Netto kosten taakveld(en) 6.201
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente
BTW
Totale kosten 6.201
Opbrengst heffing 1.263
Voorziening
Totale opbrengsten 1.263
Dekkingspercentage 20%

Zeehavengeld

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Zeehavengeld

Deze retributie wordt geheven voor het verblijf met een zeeschip in de haven van Vlaardingen alsmede voor het gebruik van gemeente-eigendommen, havenfaciliteiten en dienstverlening in dat verband. In de regel wordt het zeehavengeld geheven van de kapitein, de schipper, de reder of de eigenaar van het schip, of degene die de handelingen heeft verricht ter voorbereiding van het verblijf van het zeeschip. De tarieven in Vlaardingen sluiten aan bij de tarieven vermeld in de ‘General Terms and Conditions, including renewed port tariffs’, die zijn vastgesteld en bekendgemaakt door het Havenbedrijf Rotterdam N.V.

Zeehavengeld 2025
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 1.269.627
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 0
Netto kosten taakveld(en) 1.269.627
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente
BTW
Totale kosten 1.269.627
Opbrengst heffing 1.064.146
Voorziening
Totale opbrengsten 1.064.146
Dekkingspercentage 84%

Lijkbezorgingsrechten

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Lijkbezorgingsrechten

Deze retributie wordt geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor verleende diensten in verband met de begraafplaats. Lijkbezorgingsrechten worden geheven van de aanvrager van de dienst, dan wel van degene voor wie de dienst wordt verricht. De tarieven worden verhoogd met 3,2%.

Lijkbezorgingsrechten 2025
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 921.631
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 0
Netto kosten taakveld(en) 921.631
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente
BTW
Totale kosten 921.631
Opbrengst heffing 914.830
Voorziening
Totale opbrengsten 914.830
Dekkingspercentage 99%

Parkeerbelastingen

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Parkeerbelastingen

Deze belasting wordt geheven voor het gedurende een aaneengesloten periode laten staan van een voertuig binnen de gemeente. De belasting wordt geheven van degene die het voertuig heeft laten staan of de houder van het voertuig. De tarieven worden aan de hand van eigen beleid afzonderlijk vastgesteld.

Parkeerbelasting 2025
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 1.646.289
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 23.189
Netto kosten taakveld(en) 1.623.100
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente 159.191
BTW
Totale kosten 1.782.291
Opbrengst heffing 3.185.889
Voorziening
Totale opbrengsten 3.185.889
Dekkingspercentage 179%

Leges

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Leges

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor een groot aantal taken. Een deel van deze taken wordt in de vorm van een dienst door bewoners of bedrijven individueel afgenomen. Om gemeenten tegemoet te komen in de kosten die zijn gerelateerd aan deze taken, betalen afnemers van gemeentelijke diensten leges. In de regel gaat het hierbij om het verstrekken van documenten of het verlenen van vergunningen. Leges behoren tot de retributies en worden geheven voor het in behandeling nemen van de aanvraag en worden geheven bij de aanvrager. Ook als de aanvraag niet leidt tot een positief resultaat moeten leges worden betaald. De tarieven worden verhoogd met 3,2% met uitzondering van de wettelijke leges.

Kruissubsidiëring leges

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Kruissubsidiëring leges

Net als bij alle andere retributies mogen de baten de lasten niet overstijgen, maar bij de leges gaat het om een groot aantal soorten van dienstverlening gebundeld in één belastingverordening. Omdat breed wordt gevoeld dat kruissubsidiëring tussen dienstverlening van volstrekt verschillende aard onwenselijk is, heeft de VNG de modelverordening onderverdeeld in drie titels: algemene dienstverlening, dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving en dienstverlening vallend onder de Europese Dienstenrichtlijn. De Vlaardingse legesverordening is naar dit model ingedeeld. Kruissubsidie tussen deze titels is ongewenst, maar niet verboden. Kruissubsidie binnen een titel in de legesverordening is toegestaan. Zolang het kruissubsidiëring tussen hoofdstukken betreft, blijkt de mate van kruissubsidiëring al uit de kostenopstelling. Ook hier geldt dat de gemeente de reden van de kruissubsidie moet vermelden. Er is geen sprake van een rechtvaardigingsgrond, omdat kruissubsidiëring toegestaan is.

Kruis subsidie leges Algemene dienstverlening Fysieke leefomgeving Europese Dienstenrichtlijn
Kosten taakvelden 427.098 80.409 0
Overhead 1.819.010 2.510.050 34.710
Totale kosten 2.246.108 2.590.459 34.710
Totale opbrengsten 842.793 1.502.482 20.415
Dekkingspercentage 38% 58% 59%

Kwijtschelding

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Kwijtschelding

Voor mensen met de laagste inkomens bestaat de mogelijkheid van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de lokale lasten. De regels voor het toekennen worden bepaald door de rijksoverheid in de Invorderingswet. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen, die een inkomen hebben dat niet hoger ligt dan de bijstandsnorm.
Gemeenten mogen hier in die zin van afwijken dat een lager inkomen wordt gehanteerd. De gemeente Vlaardingen hanteert de zogenaamde 100%-norm, dat betekent dat inwoners van Vlaardingen met een inkomen op bijstandsniveau in beginsel voor kwijtschelding in aanmerking komen.

Voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend, mogen gemeenten zelf bepalen. In Vlaardingen kan enkel kwijtschelding worden aangevraagd voor de afvalstoffenheffing.

Naar verwachting komen, rekening houdend met de ervaringen in voorgaande jaren, zo’n 2.800 huishoudens voor (gedeeltelijke) kwijtschelding in aanmerking. Wij verwachten in 2025 een bedrag van circa € 1 miljoen te besteden aan kwijtscheldingen. De ontwikkeling van deze post wordt nauwlettend gevolgd.

 

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Inleiding

Voldoende weerstandsvermogen om risico's op te kunnen vangen is voor een gemeente absoluut noodzaak. In Vlaardingen maakt risicomanagement structureel onderdeel uit van de Planning & Control-cyclus. Zo vindt tweemaal per jaar, zowel bij de begroting als bij de jaarrekening, een risico-inventarisatie en een risicowaardering plaats. Naast onzekerheden als gevolg van landelijke politiek en de begrotingssystematiek van de provincie, spelen in Vlaardingen ontwikkelingen waarvan de risico’s nog onzeker zijn en die extra aandacht vragen bij het opstellen van de begroting.
Artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) beschrijft het weerstandsvermogen als volgt: “Het weerstandsvermogen geeft de relatie aan tussen de weerstandscapaciteit (de beschikbare middelen om niet begrote kosten te dekken) en de risico’s van mogelijk materiële financiële betekenis waarvoor geen maatregelen zijn getroffen”. Dit weerstandsvermogen wordt weergegeven in een verhoudingsgetal of ratio. 

Weerstandsvermogen = aanwezige weerstandscapaciteit /risico's * 100% 
De gewenste weerstandscapaciteit is het geldbedrag dat idealiter aanwezig is om de risico’s af te dekken. De hoogte van de gewenste weerstandscapaciteit is afhankelijk van de binnen de gemeente aanwezige risico's en van de ingeschatte risicobedragen (per risico). Het gemeentelijk beleid streeft naar het realiseren van een weerstandsvermogen tussen 170% (weerstandsratio 1,7 ruim voldoende) en 100% (weerstandsratio van 1,0 minimaal voldoende). 

Aanwezige weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Aanwezige weerstandscapaciteit

De aanwezige weerstandscapaciteit bestaat uit het totaal aan middelen dat de gemeente beschikbaar heeft of op korte termijn vrij kan maken om financiële tegenvallers op te vangen. De algemene reserve vormt daarbij het reeds beschikbare deel. De aanwezige weerstandscapaciteit bedraagt op basis van de concept begroting 2025  € 45,9 miljoen.  

Gewenste weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Gewenste weerstandscapaciteit

De gewenste weerstandscapaciteit bestaat uit middelen die de gemeente beschikbaar zou moeten hebben of op korte termijn vrij zou moeten kunnen maken om de waargenomen risico's financieel te kunnen dekken indien deze zich voordoen in de geschatte mate (kans x impact). 

Om dit bedrag te kunnen bepalen wordt externe deskundigheid ingeschakeld. Er wordt een simulatie uitgevoerd voor het berekenen van de benodigde weerstandscapaciteit op basis van de Monte Carlo methode. De basis van deze simulatie is het inventariseren en het inschatten van de risico’s. 

Op basis van de interne analyse van risico’s (zie hiervoor de risicomatrix verderop) is de gewenste weerstandscapaciteit nu  ingeschat op € 37,2 miljoen. Tegen de omvang van de weerstandscapaciteit op basis van de begroting 2025 van € 45,5 miljoen levert dit een weerstandsratio op van:

Weerstandsvermogen = €45,9 miljoen / € 37,2 miljoen = 1,2
De beleidsdoelstelling van de gemeente om een weerstandsratio tussen 1,0 (‘absolute ondergrens’) en 1,7 (‘ruim voldoende’) aan te houden is hiermee gehaald.

Risico’s

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Risico’s

De activiteiten van de gemeente Vlaardingen gaan over een breed scala aan beleidsterreinen. Dit betekent dat onze gemeente blootgesteld is aan een groot aantal risico’s. In de aanpak van de risico--inventarisatie is bij het bepalen van de impact rekening gehouden met een structurele component. Voor structurele risico's is een factor 3 gebruikt om aan te sluiten bij een gemiddelde transitieperiode van 3 jaar voor het implementeren van beleidswijzigingen.

De benodigde weerstandscapaciteit daalt substantieel ten opzichte van de berekening ervan bij de jaarrekening 2023. Van een aantal risico’s neemt de impact toe vanwege structurele (economische) ontwikkelingen. Risico's die relatief de grootste impact hebben op de benodigde weerstandscapaciteit zitten binnen de grondexploitaties (exclusief Rivierzone en inclusief AWZI/De Vergulde Hand), de woningbouwopgave, de onzekerheid over de bijdrage uit het gemeentefonds en het sociaal domein (jeugdhulp, inkomensvoorziening, Wmo). 

Daarnaast zijn een aantal zaken verder geanalyseerd en verwerkt in de begroting, zoals onderhoud en verduurzaming van gemeentelijk vastgoed, AWZI/De Vergulde Hand en de gebiedsontwikkeling Rivierzone, waardoor deze niet meer als onzekerheden zijn opgenomen in de risico-inventarisatie. Voor de Rivierzone worden de risico’s van o.a. daling van grondprijzen, vertraging van de plannen en andere specifieke projectrisico’s gemitigeerd middels een bestemmingsreserve (egalisatiebuffer).

Nieuwe risico’s zijn toegevoegd voor de mogelijke overschrijding van het budget voor het aardgasvrij maken van de Drevenbuurt en de Hoofdstedenbuurt, realiseren van de woningbouwopgave voor 2030 en uitstellen van investeringen in vernieuwing van zwembad, extra sporthal en onderwijshuisvesting bij de gebiedsontwikkeling.

Inflatie en stijgende prijzen
De aanpassing van de begroting aan de prijsontwikkeling, de zogenoemde indexering, is gekoppeld aan het CBS percentage. Met name vanaf 2022, maar eigenlijk al vanaf 2019, stijgen prijzen voor materialen, energie e.d. sterker dan de gemiddelde prijs van de overheidsconsumptie (CBS-index).

Het uitgangspunt voor de begroting 2025 is indexering op basis van CPI. Hierdoor verandert de omvang en kans van de indexering. Dit wordt meegenomen in de uitwerking van de begroting. Momenteel worden investeringen niet aangepast aan de indexering op basis van CPI, waardoor er risico blijft.

Jeugdhulp, participatie, Wmo en armoedebestrijding
De uitvoering van jeugdhulp, participatie, Wmo en armoedebestrijding (minimabeleid) is ondergebracht bij gemeenschappelijke regelingen. Risico’s zitten vooral in de onzekerheden over de (inschatting van de) omvang van de behoefte aan die diensten, de daarmee gepaard gaande kosten en de bijdragen vanuit het Rijk.

Rogplus heeft aangegeven dat er bij Mevis zorgen zijn over de beschikbare middelen. Op basis van contractafspraken kan een beroep worden gedaan op meer middelen als er sprake is van exogene factoren. De zienswijze ligt nu voor om incidenteel het budget voor 2024 te verhogen. Op basis van het kansen en risico dossier wordt er gestuurd in deze transformatie opgave jeugdhulpverlening. De risicokans is door deze uitkomsten verhoogd, in 2024 wordt een onafhankelijk onderzoek uitgevoerd. 

Gemeentefonds
In de begroting is rekening gehouden met de meest recente ontwikkelingen rond het gemeentefonds. Hierover krijgen wij meer duidelijkheid als de begroting van het Rijk wordt gepresenteerd tijdens Prinsjesdag..

Meerjarenplanning grondzaken (MPG) en Meerjarenplanning  Rivierzone (MPR)
De risico's zijn gebaseerd op het actuele beeld zoals opgenomen in de MPG 2024. Dit geeft een integraal beeld van zowel actieve als faciliterende projecten. Er is sprake van een stijging van het risico in het MPG op specifieke onderdelen, onder andere door toevoeging van AWZI/De Vergulde Hand. In 2025 zal de opvolging hiervan specifiek worden gevolgd en bij een volgende rapportage wordt een herzien beeld gegeven.

Bij de jaarrekening 2023 is een bestemmingsreserve Rivierzone gevormd. Het risico is niet meer opgenomen onder het weerstandsvermogen, omdat daar een specifieke reserve voor is gevormd. Of de reserve toereikend is wordt periodiek meegenomen in de meerjaren-prognose die wij vanaf 2025 meenemen in de Meerjarenplanning Rivierzone (MPR). 

Aardgasvrije wijken
Het college heeft onlangs besloten om de pilot ‘Aardgasvrije woning’ uit te breiden. Dit betekent dat tien Vlaardingse straten ondersteund worden met advies en er financiële regelingen voor betreffende inwoners beschikbaar komen. De verwachting is dat slechts een aantal bewoners van een straat aanspraak zullen maken op de financiële regelingen. Mocht dit aantal hoger blijken te zijn dan waarmee is gerekend in de business case, dan kunnen de kosten hoger uitvallen. Voor de hoogte  van het risico is een globale omvang benoemd met een verwachte kans. Bij de volgende berekening van het weerstandsvermogen zal dit worden herijkt.

MIP (vernieuwing zwembad, extra sporthal en onderwijshuisvesting bij gebiedsontwikkeling)
Voor de verschillende gebiedsontwikkelingen in de stad zijn investeringen nodig om de noodzakelijke voorzieningen voor de inwoners te kunnen realiseren. De hoogte is gebaseerd op een inschatting van de kapitaallasten van de  investeringen.

De benodigde weerstandscapaciteit van €  37,2 miljoen is gebaseerd op het in de risicomatrix opgenomen overzicht van risico’s en bijbehorende kansverdeling.

In het gepresenteerde overzicht is uitgegaan van de cijfers die bekend zijn. Er zijn ook cijfers waar  nog geen duidelijkheid over is. Ontwikkelingen in de landelijke politiek maken het onmogelijk om daar op dit moment iets concreets over te zeggen. Het hoofdlijnenakkoord van het nieuwe kabinet omvat een aantal zaken die gevolgen hebben voor de gemeentefinanciën. Deze onderwerpen zijn sinds het hoofdlijnenakkoord niet verder uitgewerkt, waardoor er nog steeds onduidelijkheid is over de gevolgen voor gemeenten :

  • De stijging van OZB wordt gemaximeerd, waarbij op dit moment onduidelijk is wat dat maximum behelst.
  • Specifieke uitkeringen (SPUK) worden overgeheveld naar het gemeentefonds en provinciefonds met budgetbijstelling van 10% (638 miljoen), waarbij onduidelijk is wat hierbij voor Vlaardingen het financiële gevolg is. De BUIG blijft hierbij buiten beschouwing.
  • De besparing op de jeugdzorg van 500 miljoen vervalt, al was deze nog niet ingeboekt. 

Verder kunnen er indirecte gevolgen zijn van nieuw beleid van het nieuwe kabinet voor gemeenten. Als er bijvoorbeeld besloten wordt om te bezuinigen op een bepaald onderwerp, is het de vraag of gemeenten deze klap dan moeten opvangen.

Risico-Inventarisatie
Onderwerp Risico Maatregel Impact (most likely) Kans op risico
x € 1.000 (in % )
GEVOLGEN CALAMITEIT/RAMP Als gevolg van calamiteiten / rampen, bestaat de kans dat er kosten voor rekening van de gemeente komen. Veelal gaat het hier om kosten voor nazorg, tijdelijk onderdak en personele kosten. De crisisorganisatie is op sterkte en iedereen wordt opgeleid en getraind. Daarnaast vinden er regelmatig oefeningen plaats. In het kader van preventie is een wijkbrandweer-functionaris aangesteld, die zich specifiek richt op voorlichting & ondersteuning van kwetsbare inwoners. 250 25%
VERBONDEN PARTIJEN (WAARONDER GR) Afgeleide risico's van gemeenschappelijke regelingen, m.n. afwezigheid van reserves om bijv. de gevolgen van calamiteiten of fouten op te vangen. Als gevolg van het overschrijden van de begroting van een gemeenschappelijke regeling, bestaat de kans dat de gemeente als deelnemer een financiele bijdrage moet doen. Bijdragen aan BUIG, Jeugdhulp en Wmo zijn als specifieke risico's opgenomen en hier buiten beschouwing gelaten. Met de Implementatie Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen wordt op basis van beschikbare informatie en ervaringen aan een gemeenschappelijke regeling (GR) een specifiek risicoprofiel toegekend van Laag tot Hoog. Op basis daarvan wordt een sturingspakket toegekend, met elk een eigen zwaarte van betrokkenheid van de raad. In 2024 is er regionaal ingezet om de GR mee te laten meebewegen op de bezuiningen van de gemeenten. Door de gezamenlijkheid is dit een kans dat de deelnemersbijdrage gaat dalen. De opvolging meenemen in het reguliere P&C proces met de verbonden partijen. -765 40%
AFTREDEN WETHOUDERS Als gevolg van het tussentijds (moeten) aftreden van één of meerdere wethouders, bestaat de kans dat wachtgeld en kosten van sollicitatie - en loopbaanbegeleiding betaald moet worden. Geen. Discreet
FOUTEN INKOOPPROCEDURES Als gevolg van (fouten in) de inkoopprocedures / aanbestedingstrajecten, bestaat de kans dat de gemeente aansprakelijk wordt gesteld en mogelijk de leverancier moet compenseren voor de misgelopen winst. De gemeentelijke organisatie heeft een eigen inkoopafdeling, welke bestaat uit inkoopadviseurs, een contractadviseur en contractbeheerders. Daarnaast kent elke lijnafdeling Inkoop-ambassadeurs, die gedegen basiskennis hebben van Inkoop- en aanbestedingsprocedures. Aan de hand van een aanbestedingskalender wordt bijgehouden welke aanbesteding zijn gepland, lopen en afgerond. 450 10%
LOONSOM Als gevolg van cao wijzigingen (loonsverhogingen, verlofsparen) en stijging van werkgeverslasten bestaat het risico dat een overschrijding op de loonsom ontstaat. In 2024 wordt het functie-waarderingssysteem HR21 ingevoerd wat een ophogende werking zal hebben op de loonsom. Voor verlofsparen, wat kan leiden tot een 'stuwmeer', is een voorziening in de begroting opgenomen. Van de invoering van het HR21 wordt in najaar 2024 pas duidelijk welke gevolgen dit heeft voor de loomsom. 500 20%
GEGARANDEERDE LENINGEN ZORGCENTRA Als gevolg van het eventueel failliet van zorgcentra of sportvereniging, bestaat er een kans dat de gemeente rente en aflossingen moet betalen voor de gegarandeerde leningen aan deze zorgcentra en sportverenigingen. Geen. 100 10%
CLAIMS EN NADEELCOMPENSATIE Burgers en private partijen claimen vaker en meer bij de gemeente. Dit vraagt meer juridische inzet, zowel bij aangaan van contracten/overeenkomsten als bij verzoeken tot nadeelcompensatie, maar ook bij schadegevallen, aansprakelijkstellingen e.d. Vanwege invoering van de nieuwe omgevingswet stijgt het risico op dwangsommen. Verder loopt een claim op terugvordering OZB Deskundigheid voor de afhandeling van verhaalschade. Verzekering voor de aansprakelijkstellingen, met eigen risico. In cassatie gaan tegen uitspraak van het Hof over het compenseren van OZB. 1.122 28%
INGEKOMEN SUBSIDIES Of de gesubsidieerde doelen echt worden bereikt, staat niet onomstotelijk vast. Het is mogelijk dat we subsidie terug moeten betalen als dat niet lukt of omdat we niet juist / volledig / tijdig voldoen aan de voorwaarden voor de subsidie, waaronder de verantwoording van de besteding. Sterke groei van het aantal (omvangrijke) subsidies vanwege meer ontwikkelingsprojecten. Het proces voor de beheersing van inkomende subsidies is ondergebracht bij het Subsidie Serviceput met ondersteunig van een financieel adviseur subsidies. 1.100 25%
INKOMENSVOORZIENING / MINIMAVOORZIENING (inkomsten) Inkomensregelingen (BUIG); een inschatting van het maximale risico dat de gemeente loopt, alvorens in aanmerking te komen voor de 'vangnetregeling' van het Rijk. In de begroting 2025 van Stroomopwaarts MVS is als bijdrage van Vlaardingeneen voor Uitkeringen en Loonkostensubsidie (BUIG) een bedrag opgenomen van circa € 49 mio incl. overhead Stroomopwaarts voert beiden regelingen uit. Lopende de P&C cyclus wordt de ontwikkeling van inkomens- en minimavoorziening versus BUIG (inkomsten) gemonitord. De invulling van de opdrachtgever / nemer rol en de regie op de GR is in de loop van de tijd verder ontwikkeld. Met ingang van 2024 doet Stroomopwaarts dit in delegatie. 3.675 20%
JEUGDHULP (LOKAAL EN REGIONAAL) Het beroep op specialistische jeugd hulp ingekocht via Rogplus en GRJR is sterk gestegen. Het aandeel van Vlaardingen daarin is in de begroting opgenomen. Het risico op overschrijding blijft aanwezig: In de begrotingen 2025 van Rogplus en GRJR is als bijdrage van Vlaardingen voor Jeugdhulp een bedrag opgenomen van resp. circa € 31,2 mio en € 6,5 mio incl. overhead Investeren op het voorliggend veld en de vernieuwende aanpak. Jeugdhulp is met ingang van 2023 grotendeels gedelegeerd aan Roggplus en er zijn budget afspraken gemaakt. Lopende de P&C cyclus wordt het gebruik gemonitord. ROG plus verzogt het contractmanagement Mevis door kansen en risico dossier. Deze opgave is gezamenlijk met team jeugd MVS en onder verantwoording van de stuurgoep N&N. In 2024 wordt er onderzoek uitgevoerd naar de hoogte van de contractwaarde Mevis. 5.655 70%
WMO LOKAAL Het beroep op de Wmo stijgt meer dan het gemiddelde gebruik van de afgelopen jaren. In het algemeen blijk het voor gemeenten lastig om de gestelde doelen in het sociaal domein te realiseren binnen het beschikbare rijksbudget. In de begroting 2025 van Rogplus is als bijdrage van Vlaardingen voor Wmo-taken een totaalbedrag opgenomen van circa € 25,5 mio incl. overhead. Lopende de P&C cyclus wordt het gebruik gemonitord. Op basis van signalen beoordelen welke wijzigingen mogelijk zijn. 1.913 18%
DUURZAAMHEID In de Transitievisie Warmte (2021) heeft de raad de route vastgesteld naar een aardgasvrij Vlaardingen in 2050.Als eerste is gestart met de Drevenbuurt en Hoofdstedenbuurt. Verwacht wordt dat tussen de 60 en 70% van de woningeigenaren willen aansluiten op deze collectieve voorziening. In het geval dat het collectieve aanbod zo gunstig wordt dat meer dan de 60 tot 70% woningeigenaren willen aansluiten is er niet voldoende dekking. Zowel in de visie als in het coalitieakkoord is het uitganspunt dat de energietransitie betaalbaar moet zijn voor bewoners. Het gebruik van het aanbod wordt gemonitord. 1.150 50%
MEERJAREN INVESTERINGS PROGRAMMA (MIP) De financiële consequenties van het nieuwe zwembad en de atletiekbaan zijn op dit moment onvoldoende bekend. Vanwege de uitgestelde locatiekeuze is een langere termijn planning van toepassing. De planning is sterk afhankelijk van de uitkomst van de locatiestudie en de daarop volgende kezue. De vastgestelde investering schuift door, wat een kostenverhogend effect zal hebben. Onderhoudsinvesteringen om accommodaties nog 4 á 5 jaar in stand te houden, de financiële haalbaarheid van de varianten te onderzoeken en zo spoedig mogelijk een definitieve locatie keuze voor te leggen. 500 10%
WONINGBOUWOPGAVE Met de stijgende druk op de woningmarkt is de woningbouwopgave verhoogd naar 39.000 woningen in 2030. Dit sluit aan bij de ambities uit het Herstelplan om tot 2030 jaarlijks gemiddeld 500 woningen te bouwen. De verwachte groei in aantal woningen is voor een groot gedeelte belegd onder de drie gebiedsontwikkelingen: Rivierzone, Binnenstad en Westwijk. Echter dan is er nog wel een opgave van 2000 woningen. Eventuele optredende tekorten op toekomstige woningbouwprojecten worden niet via een bestemmingsreserve (‘ontwikkelfonds’) in de begroting afgedekt, maar er ist wel rekening mee gehouden in de risico-inventarisatie. 4.600 60%
VERZEKERINGEN De Uitgebreide gevaren verzekering (UGV) en de Aansprakelijkheids+-verzekering (AVG) zijn opnieuw aanbesteed. De eigen risico's zijn verhoogd om een zo laag mogelijke premie te krijgen. Mogelijk is hierdoor een hoger bedrag nodig voor betaling van schadeclaims. Tevens kunnen er nog aansprakelijkheden volgen voor asbest gerelateerde schadeclaims. Deze zijn niet in een polis ondergebracht. Beperken grote risico's door het afsluiten van verschillende verzekeringen met een zo laag mogelijke premie. 250 10%
GARANTIESTELLING WONINGBOUW-CORPORATIES De gemeente heeft per einde 2022 voor een totaalbedrag van € 462 miljoen aan garanties verstrekt. Van dit bedrag wordt € 462 miljoen gegarandeerd door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Pas als het garantievermogen van het WSW daalt tot onder de drempel van 0,25% van het garantievolume, dan treedt de achtervangpositie van het rijk en de gemeente in werking in de vorm van verstrekken van renteloze leningen. Het risico voor de gemeente bij achtervang is zeer gering. De achtervang of zekerheidsstructuur bestaat uit drie lagen: 1.Primaire zekerheid: de financiele middelen van de corporatie. 2.Secundaire zekerheid: de borgstellingsreserve van het WSW. 3.Tertiaire zekerheid: Rijk en gemeenten. 1.500 1%
GRONDEXPLOITATIES: VERTRAGING PLANNEN Als gevolg van planvertraging van grondexploitaties, bestaat de kans op nadelig effect op het financiële resultaat. AWZI/Vergulde Hand is opgenomen in MPG 2024. Continue toetsing grondopbrengsten en kosten (2x per jaar én na elke grondafname), openbare aanbestedingen, goede marketing en communicatie, tijdige onderzoeken e.d. 307 10%
GRONDEXPLOITATIES: DIVERSE SPECIFIEKE RISICO'S Als gevolg van diverse factoren die bij grondexploitaties kunnen optreden bestaat de kans op effecten op het financiële resultaat. AWZI/Vergulde Hand is opgenomen in MPG 2024. Continue toetsing grondopbrengsten en kosten (2x per jaar én na elke grondafname), openbare aanbestedingen, goede marketing en communicatie, tijdige onderzoeken enzovoorts. 11.420 22%
KLIMAATADAPTIE Gevolgen van uitzonderlijke weersomstandigheden als gevolg van klimaatverandering, waarbij extreme situaties kunnen optreden in: - waterspiegelniveau (overstroming) - regenbuien (wateroverlast) - hoge temperaturen (hittestress) - langdurige droogte - hevige stormen Ontwikkelingen volgen, analyseren en opstellen klimaatscenario’s aan de hand van landelijk beschikbare informatie op kennisportalen. Daarnaast kan in het beleid c.q. de begroting hiermee rekening worden gehouden. 375 30%
INFLATIE Stijging als gevolg van exogene ontwikkeling boven de lopende begrotingsbedragen. Exogene ontwikkelingen volgen 3.600 20%
RENTE Gevolgen van renteontwikkeling Bewaking lening portefeuille, monitoren rente ontwikkelingen. 2.063 10%
GEMEENTEFONDS Onzekerheid over de inkomsten, het gevolg van trap op trap af principe en de compensatie van het Rijk voor jeugd en het verwachte "Ravijn". Monitoren ontwikkeling gemeentefonds. Tijdig signaleren van afwijkingen. Gezonde financiele positie om tijdelijke afwijkingen te kunnen opvangen. Impact aangepast aan uitkering Gemeentefond in de Begroting 2025. De kans op extra middelen voor WMO is hierin verrekend, de ontwikkelingen van het kabinet worden gevolgd. 3.400 25%
ARBEIDSMARKT Krapte op de arbeidsmarkt waardoor hogere apparaatkosten en vertraging van projecten . P monitor over de volledige capaciteit Enerzijds zijn er hogere kosten vanwege meer inhuur en anderzijds minder kosten in verband met vertraging in oplevering. 500 10%
CYBERCRIME Schade door cyberaanvallen. De dreiging is groter geworden vanwege de aandacht van Russen voor overheidsinstanties. (DDoS aanvallen van het afgelopen jaar en recent nog). Inrichting informatiebeveiliging inhoud en proces. Op basis van de ontwikkelingen (toename van dreiging) en de ervaringen van andere gemeenten de impact bepaald. 2.500 45%

Kengetallen weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Kengetallen weerstandsvermogen

De voorgeschreven set van kengetallen geeft in samenhang een goed inzicht in de financiële positie van een gemeente.
Als gevolg van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeente (BBV) worden kengetallen opgenomen voor:

  • De netto schuldquote
  • De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
  • De solvabiliteitsratio
  • De structurele exploitatieruimte
  • De grondexploitatie
  • De belastingcapaciteit

Bij ministeriële regeling zijn regels vastgesteld over de wijze waarop de kengetallen moeten worden vastgesteld en op welke wijze deze in de begroting worden opgenomen. In onderstaande tabel worden de kengetallen weergegeven, waarna elk kengetal nader wordt toegelicht.

 

 

Kengetallen Rek Begr Begr Begr Begr Begr
2023 2024 2025 2026 2027 2028
Netto schuld-quote (excl erfpacht) 56,4% 61,4% 63,7% 73,3% 56,8% 60,4%
Netto schuld-quote gecorrigeerd voor verstrekte leningen (excl erfpacht) 55,9% 61,1% 63,0% 72,6% 51,9% 59,9%
Netto schuld-quote (incl erfpacht) 64,0% 69,0% 70,9% 80,7% 63,5% 67,7%
Netto schuld-quote gecorrigeerd voor verstrekte leningen (incl erfpacht) 63,5% 68,7% 70,2% 80,0% 58,7% 67,2%
Solvabiliteitsratio 23,8% 22,0% 20,3% 19,8% 22,3% 24,7%
Grondexploitatie 10,3% 8,1% 8,2% 5,8% 1,2% 0,0%
Structurele exploitatieruimte 6,2% 0,0% 1,1% -0,6% -0,3% 0,8%
Gemeentelijke belastingcapaciteit 100,2% 98,5% 99,0% 99,4% 99,9% 100,4%

In onderstaand tabel worden de VNG-normen behorende bij de kengetallen weergegeven.

Kengetallen VNG Normen Minst risicovol Neutraal Meest risicovol
Netto schuld-quote < 90% tussen 90% en 130% > 130%
Netto schuld-quote gecorrigeerd voor verstrekte leningen < 90% tussen 90% en 130% > 130%
Solvabiliteitsratio > 50% tussen 20% en 50% < 20%
Grondexploitatie < 20% tussen 20% en 35% > 35%
Structurele exploitatieruimte > 0% 0% < 0%
Gemeentelijke belastingcapaciteit < 95% tussen 95% en 105% > 105%

Netto schuldquote

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Netto schuldquote

De netto schuldquote beoordeelt de schuld als aandeel van de inkomsten. Eenvoudig gezegd betekent een netto-schuldquote van 100% dat de schuldenlast de omvang heeft van een jaaromzet.

Een grote portefeuille uitgeleende gelden aan derden en aan verbonden partijen kan het beeld nuanceren. Daarom is ook een kengetal opgenomen waarin de netto schuldquote gecorrigeerd wordt voor verstrekte leningen. De indicator vertoont ratio’s onder de 100%, maar kent een stijgend verloop richting 2026. De netto schuldquote loopt vooral op vanwege de stijging van de omvang van de leningenportefeuille.

Een netto schuldquote van tussen de 90% en 130% wordt als neutraal beschouwd.

Netto schuldquote & quote minus verstrekte leningen Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
bedragen x € 1.000 2023 2024 2025 2026 2027 2028
A1. Vaste schulden (leningen o/g) 200.000 180.000 213.938 241.157 215.123 223.286
A2. Vaste schulden (afkoopsommen erfpacht) 28.112 28.112 28.112 28.112 28.112 28.112
B. Netto vlottende schulden 33.139 33.139 33.139 33.139 33.139 33.139
C. Overlopende passiva 56.897 69.421 58.867 58.364 54.044 40.000
D. Financiële vaste activa (> 1 jaar):
D1. - uitzettingen 6.107 5.800 5.800 5.800 5.800 5.800
D2. - verstrekte leningen en uitzettingen 8.119 6.824 8.536 8.276 26.016 7.756
E. Uitzettingen < 1 jaar 43.109 20.000 20.000 20.000 30.000 30.000
F. Liquide middelen 79 500 500 500 500 500
G. Overlopende activa 32.650 29.500 29.500 29.500 29.500 29.500
Netto schuld 236.203 254.872 278.255 304.972 264.617 258.737
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen 234.191 253.848 275.519 302.496 244.401 256.781
H. Baten, excl. onttrekkingen reserves 368.890 369.579 392.610 377.901 416.590 381.929
Vaste schuld exclusief afgekochte erfpachten
Netto schuldquote = (A+B+C-D1-E-F-G)/H x 100% 56,4% 61,4% 63,7% 73,3% 56,8% 60,4%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen = (A+B+C-D2-E-F-G)/H x 100% 55,9% 61,1% 63,0% 72,6% 51,9% 59,9%
Vaste schuld inclusief afgekochte erfpachten
Netto schuldquote = (A+B+C-D1-E-F-G)/H x 100% 64,0% 69,0% 70,9% 80,7% 63,5% 67,7%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen = (A+B+C-D2-E-F-G)/H x 100% 63,5% 68,7% 70,2% 80,0% 58,7% 67,2%

Solvabiliteitsratio

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Solvabiliteitsratio

De solvabiliteitsratio wordt berekend als verhouding tussen de verschillende vermogenscomponenten. Het gaat erom inzicht te krijgen in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Het kengetal geeft weer in hoeverre de in de activa geïnvesteerde vermogen door het eigen vermogen kan worden gefinancierd. Wanneer de helft of meer van het totaal vermogen uit eigen vermogen bestaat, dan is een gemeente voldoende solvabel. Is het kengetal voor solvabiliteit kleiner dan 30%, dan is er veel vreemd vermogen aanwezig en wordt dat als onvoldoende beoordeeld. Versterking van het eigen vermogen, lees de algemene reserve, is al enkele jaren ons streven mede vanwege de ons gestelde norm voor voldoende weerstandscapaciteit.

Solvabiliteitsratio Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
bedragen x € 1.000 2023 2024 2025 2026 2027 2028
A. Eigen vermogen 101.647 78.790 77.979 78.296 90.667 100.944
B. Totaal activa (totaal vermogen) 427.905 358.611 384.475 395.038 405.856 409.355
Solvabiliteitsratio = A/B x 100% 23,8% 22,0% 20,3% 19,8% 22,3% 24,7%

De indicator is naar verwachting 18,3 % in 2027. In het coalitieakkoord 'Groei en bloei voor Vlaardingen' is afgesproken om als ondergrens een solvabiliteitspercentage te hanteren van 20%, zonder daarbij de daaraan verbonden risico’s uit het oog te verliezen. Deze ondergrens van 20% wordt dus nog niet gehaald.

De dalende trend bij de solvabiliteitsratio wordt veroorzaakt door enerzijds de afname van de algemene- en bestemmingsreserves en anderzijds (voornamelijk) de omvang van het investeringsvolume in het Meerjareninvesteringsplan 2024 – 2027 waardoor deze begrotingsperiode extra externe middelen (vreemd vermogen) moet worden aangetrokken. 

Grondexploitatie

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Grondexploitatie

Het financiële kengetal ‘grondexploitatie’ geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Wanneer een gemeente grond tegen de veel lagere prijs van landbouwgrond heeft aangekocht, loopt ze veel minder risico dan wanneer er dure grond is aangekocht en de vraag naar woningen is gestagneerd.

Een norm bepalen voor het kengetal grondexploitatie is lastig. De boekwaarde van de gronden in bezit zegt namelijk nog niets over de relatie tussen de vraag en aanbod van woningbouw dan wel m2-bedrijventerrein. Daarnaast is het van wezenlijk belang wat de te verwachte vraag zal zijn. De paragraaf Grondbeleid en het Meerjarenprogramma Grondzaken (MPG) bieden hierin meer inzicht.

De boekwaarde van de gronden geeft wel weer in welke mate er middelen zijn aangewend in de grondexploitatie. Dit geld dient namelijk ook nog terugverdiend te worden.

Grondexploitatie Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
bedragen x € 1.000 2023 2024 2025 2026 2027 2028
Boekwaarden niegg's:
A. Boekwaarde grondexploitaties 37.974 30.000 32.000 22.000 5.000 0
B. Baten, excl. onttrekkingen reserves 368.890 369.579 392.610 377.901 416.590 381.929
Grondexploitatie = A / B x 100% 10,3% 8,1% 8,2% 5,8% 1,2% 0,0%

Hoe kleiner het aandeel van de grondpositie is ten opzichte van de totale geraamde baten, hoe kleiner het risico is op het onvermogen om verliezen te kunnen opvangen. Een percentage kleiner dan 20 wordt als gunstig beschouwd. De ratio geeft een afname weer die het gevolg is van voltooiing van grondexploitaties.

Structurele exploitatieruimte

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Structurele exploitatieruimte

Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt ook het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten.

Het BBV bepaalt dat een overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma wordt opgenomen. Met behulp van deze gegevens en de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves, waarvan op grond van het BBV eveneens een overzicht moet worden opgenomen, wordt de structurele exploitatieruimte bepaald. Uit onderstaande tabel blijkt voor 2026 een negatieve uitkomst, hetgeen betekent dat er geen ruimte is om een stijging van structurele lasten te kunnen opvangen.

Structurele exploitatieruimte Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
bedragen x € 1.000 2023 2024 2025 2026 2027 2028
A. Structurele lasten 304.158 360.636 332.298 337.449 348.431 349.709
B. Structurele baten 326.918 360.758 336.422 335.373 347.249 352.610
C. Structurele toevoegingen aan reserves 0 0 0 0 0 0
D. Structurele onttrekkingen aan reserves 0 0 0 0 0 0
E. Baten, exclusief onttrekkingen reserves 371.103 348.593 381.859 363.148 397.224 358.225
Structurele exploitatie ruimte in % = (((B-A)+(D-C))/(E) x 100% 6,2% 0,0% 1,1% -0,6% -0,3% 0,8%

Belastingcapaciteit

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Belastingcapaciteit

De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De definitie van het kengetal belastingcapaciteit luidt: woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t ten opzichte van het landelijk gemiddelde in jaar t-1 uitgedrukt in een percentage.

Gemeentelijke belastingcapaciteit Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
Bedragen x € 1 2023 2024 2025 2026 2027 2028
A. OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 301 324 334 344 354 365
B. Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 161 174 207 213 220 226
C. Afvalstoffenheffing voor een gezin 378 406 418 431 444 457
D. Eventuele heffingskorting voor een gezin 0 0 0 0 0 0
E. Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 840 904 959 988 1.017 1.048
F. Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1 838 918 941 964 989 1.013
Gemeentelijke belastingcapaciteit in % = (E/F) x 100% 100,2% 98,5% 101,9% 102,4% 102,9% 103,4%

Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Inleiding

Deze paragraaf gaat over de voortgang van het geplande onderhoud aan o.a. openbaar groen, water, wegen en kunstwerken, verlichting, speeltoestellen, riolering, gebouwen.
In deze paragraaf geven we aan hoe we kapitaalgoederen in gemeentelijk eigendom beheren. In de Financiële verordening is onder andere opgenomen hoe en wanneer de gemeente haar kapitaalgoederen afschrijft. Per onderdeel gaan we nader in op de specifieke beleidskaders, beheerplannen en financiën.

De gemeente Vlaardingen heeft ruim 7 km² openbare ruimte in beheer. In die ruimte bevindt zich een groot aantal kapitaalgoederen. Deze goederen moeten onderhouden worden. Dit is een taak die continu budgettaire middelen vergt.

In onderstaande tabel worden de kerncijfers voor wegen, riolering, water en groen weergegeven. Deze data zijn afkomstig uit de gemeentelijke beheersystemen. Het muteren van gegevens vindt plaats na afronding van werkzaamheden. Hierdoor lopen de gepresenteerde kerncijfers enigszins achter op de werkelijke situatie.

Omschrijving Kerncijfers Percentage
Aantal kilometers wegrijbanen* 198 kilometer 100%
waarvan binnen de bebouwde kom 186 kilometer 94%
waarvan buiten de bebouwde kom 12 kilometer 6%
Oppervlakte wegennet rijbanen 1.401.885 m² 100%
waarvan klinkers 974.865 m² 70%
waarvan asfalt 427.020 m² 30%
Aantal kilometers fietspad* 76 kilometer 100%
waarvan binnen de bebouwde kom 66 kilometer 87%
waarvan buiten de bebouwde kom 10 kilometer 13%
Oppervlakte fietspaden 220.440 m² 100%
waarvan klinkers 108.145 m² 49%
waarvan asfalt 112.295 m² 51%
Oppervlakte overig 1.485.525 m² 100%
waarvan klinkers 1.421.247 m² 95%
waarvan asfalt 64.278 m² 5%
Totaal verharding openbare ruimte 3.107.850 m² 100%
waarvan klinkers 2.504.257 m² 80%
waarvan asfalt 603.593 m² 20%
Aantal rioolaansluiting 36.294 stuks
Aantal trottoir- en straatkolken 23.000 stuks
Aantal gemalen en pompputten 51 stuks
Lengte vrijverval riolering 269 kilometer
Lengte persleiding en drukriolering 34,4 kilometer
Aantal bruggen 130 stuks
Aantal lichtmasten 13.312 stuks
Aantal armaturen 14.114 stuks
Aantal lampen 14.576 stuks
Aantal duikers
Lengte watergangen 10,4 kilometer
Oppervlakte beplantingen 731.123 m²
Oppervlakte gazon 989.270 m²
Oppervlakte ecologisch gras 1.527.131 m²
Oppervlakte water singels 561.305 m²
Lengte sloten 92,4 kilometer
Aantal bomen 28.428 stuks
* totaal wegennet (rijbaan/fietspad) 274 kilometer, waarvan 92% binnen de bebouwde kom en 8% buiten de bebouwde kom

In onderstaande tabel worden de kerncijfers voor gebouwen weergegeven.

Functie/doel Aantal
Maatschappelijk
- Dienstgebouw 15
- Wijkcentrum 3
- Overig 10
- Kerktoren 4
- Multifunctioneel 3
- Kinderopvang 1
- Zaalsport 7
- Onderwijs 37
- Veldsport 10
Economisch
- strategisch 2
- overig 30
- rioolgemaal 6
Totaal 128

Beheerplannen en planning

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Beheerplannen en planning

In het  Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) wordt gesteld dat voor tenminste de kapitaalgoederen wegen, riolering, water, groen en gebouwen het volgende wordt aangegeven:

  • Het beleidskader
  • De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties
  • De vertaling van de financiële consequenties in de begroting.

Onderstaand volgt een overzicht van de geldende beheerplannen, waarna per beheerplan een nadere toelichting is opgenomen.

Van ieder substantieel kapitaalgoed wordt vervolgens het beleidskader aangegeven, gekoppeld aan het geldende beheerplan. Daarna volgt een verantwoording over de uitvoering in het afgelopen jaar.

Beheerplannen Door de raad vastgesteld d.d. Looptijd t/m Programma
Wegen 17 juni 2021 n.v.t. 4. Verkeer en mobiliteit
Civieltechnische kunstwerken 17 juni 2021 n.v.t. 4. Verkeer en mobiliteit
Riolering en grondwater 31 januari 2019 n.v.t. 3. Groen en milieu
Waterbodems (Waterplan) 28 november 2013 n.v.t. 4. Verkeer en mobiliteit
Groenvoorzieningen April 2012 n.v.t. 3. Groen en milieu
Kades en glooiingen 19 februari 2015 n.v.t. 6. Onderwijs, economie en havens
Havens Zie kades en glooiingen n.v.t. 6. Onderwijs, economie en havens
Oppervlaktewater (Waterplan) 28 november 2013 n.v.t. 3. Groen en milieu
Ondergrondse containers - n.v.t. 3. Groen en milieu
Speeltoestellen 2013 n.v.t. 9. Sport en recreatie
Openbare verlichting 18 september 2014 n.v.t. 4. Verkeer en mobiliteit
Verkeersregelinstallaties (Nota verkeerslichten) Ter kennisname raad 18 december 2012 n.v.t. 4. Verkeer en mobiliteit
Gebouwen Najaar 2021 n.v.t. 1. Bestuur, participatie en dienstverlening
Nota grondbeleid 2.022 n.v.t. 5. Wonen
Nota Vastgoedbeleid Niet voorgelegd aan Raad n.v.t. 1. Bestuur, participatie en dienstverlening

Wegen en civieltechnische kunstwerken (CTK)

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Wegen en civieltechnische kunstwerken (CTK)

Beleids- en beheerkaders
De beleidskaders voor het beheer worden gevormd door het 'Beheerplan Wegen' en het 'Beheerplan Civieltechnische kunstwerken', beiden vastgesteld in 2021 met een looptijd tot en met 2025. We maken dan ook nieuwe beheerplannen die in 2025 vastgesteld dienen te worden. De kaders uit deze plannen zijn bepalend voor de manier waarop we het beheer van wegen en civieltechnische kunstwerken uitvoeren en het niveau van beheer.  Daarnaast zijn de actuele areaal- en inspectiegegevens en technische levensduur leidend.

Wegen
We onderhouden de wegen op onderhoudsniveau B (CROW-niveau). Een keer per twee jaar worden de wegen visueel geïnspecteerd. Mede op basis hiervan bepalen we welk onderhoud nodig is en op welk moment vervanging moet plaatsvinden. Acute problemen pakken we direct op om de veiligheid in de openbare ruimte te waarborgen. We werken de planopgave voor groot onderhoud en vervanging doorlopend bij op basis van inzichten uit inspecties en meldingen. Periodiek stemt de wegbeheerder de planning af met andere beheerdisciplines zoals riolering en groen. Ook stemt de wegbeheerder periodiek af met ruimtelijke ontwikkelingen, zoals herontwikkeling, verkeerskundige aanpassingen, klimaatadaptatie (wateroverlast en hittestress) en energietransitie. Vervangingen van verhardingsconstructies worden als krediet geactiveerd vanuit het investeringsprogramma.

Civieltechnische kunstwerken
We onderhouden civieltechnische kunstwerken (CTK) op ’basis'-onderhoudsniveau. Hierbij hanteren we het uitgangspunt dat we zorgen voor technisch adequaat onderhoud, waarbij het kapitaalgoed duurzaam in stand gehouden wordt. Voor de civieltechnische kunstwerken betekent dit dat het basis-instandhoudingsniveau (heel, veilig en toegankelijk) gegarandeerd wordt. De civieltechnische kunstwerken worden een keer per vijf jaar gedetailleerd geïnspecteerd. Werktuigbouwkundige installaties en elektrische installaties inspecteren we jaarlijks.

Financiën
De financiële consequenties van de beleids- en beheerplannen met de daarbij behorende kwaliteitskeuze zijn in deze begroting verwerkt in het programma Verkeer en Mobiliteit. 

Omschrijving Rek 2023 Begr 2024 Begr 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Programma
Klein onderhoud wegen 747.454 738.136 655.751 674.879 694.177 687.362 Verkeer en mobiliteit
Klein onderhoud CTK 187.671 162.263 163.400 169.318 175.302 172.953 Verkeer en mobiliteit
Groot onderhoud wegen 1.622.469 1.666.107 1.711.449 1.761.567 1.812.276 1.804.363 Verkeer en mobiliteit
Groot onderhoud CTK 73.920 78.155 79.327 80.517 81.725 82.951 Verkeer en mobiliteit
Overig onderhoud 844.915 1.401.115 900.806 927.161 953.814 948.515 Verkeer en mobiliteit
Mutatie voorziening/reserve n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Kapitaallasten CTK 136.562 251.755 131.071 317.522 316.017 235.880 Verkeer en mobiliteit
Totaal 3.612.991 4.297.530 3.641.804 3.930.964 4.033.311 3.932.024
Overig onderhoud heeft o.a. betrekking op onderhoud installatie, onderhoud markeringen, afval gerelateerde zaken, aanschaf materialen, magazijnuitgiftes etc. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Riolering en grondwater

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Riolering en grondwater

Beleids- en beheerkaders
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 vervalt de verplichting om over een Gemeentelijk Rioleringsplan te beschikken. De zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater blijven in stand en het blijft ook verplicht om de financiën te verantwoorden. Deze onderdelen krijgen een plaats in de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan of -programma. In Vlaardingen hebben we de belangrijkste aspecten van de gemeentelijke watertaken en de bekostiging ervan planmatig vastgelegd in het ‘Programma Stedelijk Water’.

Het Programma Stedelijk Water vertaalt de gemeentelijke ambities voor de rioleringszorg naar concrete doelen, een adequate strategie en benodigde activiteiten. Het dient als leidraad bij het waterrobuust maken van de stad. Nieuwbouwprojecten, herstructureringen en vervangingsopgaven van de riolering grijpen wij aan om vasthoudmaatregelen of extra bergingscapaciteit te realiseren en waar mogelijk verhard oppervlak af te koppelen.

Financiën
De exploitatiekosten van het rioolstelsel worden gedekt uit de opbrengst rioolheffing. Deze lasten en opbrengsten zijn verantwoord in het programma Groen en Milieu. Alle kosten aan het rioolstelsel en de aan de grondwaterzorgplicht gerelateerde activa mogen via de rioolheffing worden doorberekend. De exploitatie van het rioolstelsel is binnen de begroting budgettair neutraal. Eventuele saldi die na afsluiting van een boekjaar ontstaan worden via de spaarvoorziening riolering verrekend.  

Omschrijving Rek 2023 Begr 2024 Begr 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Programma
Klein onderhoud 942.187 964.296 986.615 1.015.507 1.044.740 1.040.181 Groen en milieu
Groot onderhoud IP IP IP IP IP IP Groen en milieu
Overig onderhoud 274.536 421.894 435.257 446.427 457.706 454.295 Groen en milieu
Mutatie voorziening/reserve 2.975.222 2.922.370 3.315.804 3.430.895 3.374.779 3.396.409 Groen en milieu
Kapitaallasten 580.734 837.708 788.641 831.710 821.814 793.875 Groen en milieu
Totaal 4.772.679 5.146.268 5.526.318 5.724.539 5.699.039 5.684.760
Overig onderhoud heeft o.a. betrekking op energiekosten en betaalde belastingen. Het groot onderhoud en vervanging van riolering bij integrale ophogingsprojecten wordt gefinancierd vanmuit het IP. Cijfers zijn exclusief ambtelijke uren.

Waterbodems

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Waterbodems

Beleids- en beheerkaders
De beleidskaders zijn opgenomen in het Waterplan. Diverse wetten zijn kaderstellend en geven verplichtingen voor de waterbeheerder. Het onderhoud van de waterbodems bestaat uit baggeren, dat door het Hoogheemraadschap van Delfland (HHvD) wordt uitgevoerd op basis van een planning die uitgaat van een achtjarige cyclus. Het HHvD is de waterbeheerder voor de hoofdwatergangen. 

Financiën

De hoofdwatergangen zijn in beheer bij het Hoogheemraadschap van Delfland en de overige watergangen zijn in beheer bij de gemeente. Voor het uitvoeren van dagelijks en groot onderhoud aan watergangen die de gemeente beheert, zijn in deze begroting in het programma Groen en Milieu de benodigde financiële middelen voorzien. 

Omschrijving Rek 2023 Begr 2024 Begr 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Programma
Klein onderhoud 33.616 20.455 21.049 21.664 22.289 22.190 Verkeer en mobiliteit
Groot onderhoud 117.589 151.623 156.021 160.591 165.213 164.491 Verkeer en mobiliteit
Overig onderhoud 10.124 19.495 27.454 27.435 27.402 26.488 Verkeer en mobiliteit
Mutatie voorziening/reserve nvt n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Kapitaallasten 2.616 2.724 2.591 2.578 2.566 2.515 Verkeer en mobiliteit
Totaal 163.945 194.296 207.114 212.268 217.470 215.684
Overig onderhoud heeft o.a. betrekking op energiekosten en betaalde belastingen. Cijfers zijn exclusief ambtelijke uren.

Groenvoorzieningen

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Groenvoorzieningen

Beleids- en beheerkaders
De kaders voor het openbaar groen zijn vastgelegd in de Groenvisie 2024-2034, de Bomenverordening Vlaardingen 2023 en bijbehorende beleidsregels. Duurzaamheid in inrichting en beheer zijn belangrijke aspecten van het beleid. Met de vaststelling van de Groenvisie 2024–2034 en de daaropvolgende beleidsregels en beheerplannen, is er voor gekozen om te streven naar beeldkwaliteit niveau B voor het beheer en onderhoud van ons groen. De centrumgebieden worden onderhouden op beeldkwaliteit A.  Voor het adequaat en efficiënt uitvoeren van technisch beheer voeren we in een driejarige cyclus boomveiligheidsonderzoek  uit. Ambities uit de Groenvisie worden zoveel mogelijk gerealiseerd door aan te sluiten bij integrale projecten.

Financiën
Voor het uitvoeren van groenonderhoud zijn in de begroting in het programma Groen en Milieu de benodigde financiële middelen voorzien. De ramingen zijn gebaseerd op regulier (jaarlijks terugkerend) onderhoud. 

Omschrijving Rek 2023 Begr 2024 Begr 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Programma
Klein onderhoud 59.851 51.114 51.726 52.362 53.007 52.906 Groen en milieu
Groot onderhoud 3.157.163 3.129.294 2.969.167 3.056.584 3.144.728 3.110.050 Groen en milieu
Overig onderhoud 201.673 231.319 237.656 244.556 251.533 250.376 Groen en milieu
Mutatie voorziening/reserve 0 24.877 24.877 24.877 24.877 24.877 Groen en milieu
Kapitaallasten 88.211 63.887 116.836 108.243 92.693 88.753 Groen en milieu
Totaal 3.506.898 3.500.490 3.400.263 3.486.623 3.566.838 3.526.963
Overig onderhoud heeft o.a. betrekking op verwerkingskosten groenafval, betaalde belastingen, huisvestingskosten, kantoorartikelen, aanschaf materiaal. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Kades en glooiingen

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Kades en glooiingen

Beleids- en beheerkaders
De veiligheid en functionaliteit van de kades en glooiingen zijn van groot belang voor de continuïteit van de havenactiviteiten. Het Plan Kades en glooiingen (2015) is de basis voor het beheer van de gemeentelijke kades en glooiingen. Op basis van de opgenomen uitgangspunten worden veiligheid en functionaliteit gewaarborgd. De nadruk in het plan ligt met name bij de technische kwaliteit en functionaliteit en minder op de belevingswaarde. Voorafgaand aan het uitvoeringsjaar laten wij een kwaliteitsonderzoek uitvoeren om de definitieve maatregelen op jaarbasis goed in beeld te krijgen. Herstructureringen en vervangingsopgaven van de openbare ruimte  in de nabijheid van kades en glooiingen grijpen wij aan om meekoppelkansen te realiseren.

Financiën
De uitgaven voor kleinschalig en dagelijks onderhoud zijn conform het beheerplan opgenomen in de begroting bij de producten Zeehavens en Binnenhavens binnen het programma Economie en Haven. Groot onderhoud wordt gefinancierd vanuit het Investeringsplan. 

Omschrijving Rek 2023 Begr 2024 Begr 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Programma
Klein onderhoud kades en glooiingen 228.558 150.817 155.193 159.738 164.335 163.617 Onderwijs, economie en haven
Klein onderhoud havens 346.368 217.260 197.710 203.500 209.357 208.443 Onderwijs, economie en haven
Groot onderhoud kades en glooiingen 0 0 0 0 0 0 Onderwijs, economie en haven
Groot onderhoud havens 0 64.655 66.531 68.479 70.450 70.142 Onderwijs, economie en haven
Overig onderhoud kades en glooiingen 0 0 0 0 0 0 Onderwijs, economie en haven
Overig onderhoud havens 74.022 45.071 47.274 48.559 49.858 0 Onderwijs, economie en haven
Mutatie voorziening / reserve K&G nvt n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Kapitaallasten K&G 495.147 557.033 490.548 625.959 623.166 607.532 Onderwijs, economie en haven
Totaal 1.144.095 1.034.836 957.256 1.106.235 1.117.166 1.049.734
Overig onderhoud heeft o.a. betrekking op schadeuitkeringen en acualiseren plan kades en glooiingen. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Oppervlaktewater

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Oppervlaktewater

Beleids- en beheerkaders
Op grond van de Waterwet dragen de gemeente en het Hoogheemraadschap van Delfland samen zorg voor een doelmatig en samenhangend waterbeheer.

Financiën
De financiële consequenties van het gemeentelijke waterbeleid zijn in het Uitvoeringsprogramma (Waterplan, deel 7) vastgelegd. Vanwege het samenwerkingsverband met het Hoogheemraadschap van Delfland geldt hierbij voor een aantal onderdelen een gedeelde financiering. Om de waterkwaliteit en -kwantiteit van het oppervlaktewatersysteem te verbeteren streeft de gemeente naar scheiding van afvalwater (riolering) en hemelwater, het vinden van meer ruimte voor waterberging en het ontwikkelen van natuurvriendelijke oevers. Verder treft de gemeente maatregelen in de rioleringssfeer. Door de riolering te ontlasten neemt het aantal overstortgebeurtenissen verder af en daarmee de vuilemissie op het oppervlaktewater. Met de beschikbare middelen die in de begroting in het programma Groen en Milieu zijn opgenomen kunnen de onderhoudskosten worden gedekt.

Omschrijving Rek 2023 Begr 2024 Begr 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Programma
Klein onderhoud 231.844 241.917 245.546 249.229 252.968 256.762 Groen en milieu
Groot onderhoud n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. Groen en milieu
Overig onderhoud n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Mutatie voorziening/reserve n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Kapitaallasten n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Totaal 231.844 241.917 245.546 249.229 252.968 256.762
Het groot onderhoud wordt door de gemeente voor rekening van Midden-Delfland gedaan. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Ondergrondse containers

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Ondergrondse containers

Beleids- en beheerkaders
De gemeente wil met ondergrondse containers het straatbeeld verbeteren en meer service aan bewoners leveren. In totaal zijn er 1125 ondergrondse restafvalcontainers in heel Vlaardingen. Het grootschalig onderhoud is opgenomen in de begroting van het product Afval van het programma Groen en Milieu.

Financiën
De kosten van nieuw te plaatsen ondergrondse containers worden gedekt uit de beschikbaar gestelde investeringskredieten. Dit staat verantwoord in het programma Groen en Milieu. Alle aan de afvalverwijdering en –verwerking gerelateerde kosten mogen via de afvalstoffenheffing worden doorberekend. Daarom is de exploitatie van de afvalverwijdering en –verwerking binnen de begroting budgettair neutraal. Saldi die na afsluiting van een boekjaar ontstaan worden via de egalisatievoorziening Afvalverwijdering verrekend.  

Omschrijving Rek 2023 Begr 2024 Begr 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Programma
Klein onderhoud 425.204 468.580 529.258 537.197 545.255 553.434 Groen en milieu
Groot onderhoud IP IP IP IP IP IP Groen en milieu
Groot onderhoud 111.768 152.250 151.032 150.927 150.750 145.720 Groen en milieu
Overig onderhoud 0 0 0 0 0 0 Groen en milieu
Mutatie voorziening/reserve 0 -42.222 -69.230 25.111 79.507 -171.181 Groen en milieu
Kapitaallasten Irado 841.421 854.042 971.134 985.701 1.000.487 1.015.494 Groen en milieu
Kapitaallasten gemeente 512.837 683.464 787.884 784.019 571.528 326.657 Groen en milieu
Totaal 1.891.230 2.116.114 2.370.078 2.482.956 2.347.527 1.870.124
Het groot onderhoud heeft betrekking op het plaatsen van de ondergrondse containers. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Speeltoestellen

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Speeltoestellen

Beleids- en beheerkaders
De gemeente Vlaardingen streeft naar veilige en uitdagende speelplekken en speelvoorzieningen, waarmee de leefbaarheid van buurten en wijken worden verbeterd. Een goed en veilig ingerichte openbare ruimte is een onderdeel van een prettige leefomgeving. Hiertoe behoren ook de speelplaatsen. De gemeente stelt kwaliteit boven kwantiteit. Gestreefd wordt naar uitdagende speelplaatsen die zo goed mogelijk over de stad verdeeld zijn, aansluiten bij de wensen en behoeften van de gebruikers en technisch goed worden onderhouden. Er wordt gewerkt aan nieuwe beleid- en beheerkaders voor plekken  om te spelen, te sporten en elkaar te ontmoeten in onze stad.

Financiën
Voor de speelvoorzieningen zijn in de begroting in het programma Sport en Recreatie financiële middelen opgenomen voor vervanging en het dagelijks beheer en onderhoud. 

Omschrijving Rek 2023 Begr 2024 Begr 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Programma
Klein onderhoud 83.165 90.378 93.000 95.724 98.478 98.048 Sport en recreatie
Groot onderhoud 323.222 322.324 331.675 341.387 351.215 349.682 Sport en recreatie
Overig onderhoud 7.784 220 240 247 255 255 Sport en recreatie
Mutatie voorziening/reserve n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Kapitaallasten gemeente 2.965 3.009 2.937 2.923 2.908 -43 Sport en recreatie
Totaal 417.136 415.931 427.852 440.281 452.856 447.942
Overig onderhoud heeft onder andere betrekking op energiekosten. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Openbare verlichting

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Openbare verlichting

Beleids- en beheerkaders
In 2025 herzien we het beleidsplan openbare verlichtingen. De openbare verlichting draagt bij aan de sociale veiligheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid. Verlichting maakt de stad bovendien aantrekkelijker. De gemeente Vlaardingen blijft de openbare verlichting verder verduurzamen door bij einde levensduur de conventionele verlichting te vervangen door moderne ledverlichting.  Hierdoor verminderen we bovendien het aantal storingen. De gemeente voert zelf de regie, beleidsmatig en operationeel, en laat zich daarbij ondersteunen door specialisten uit de markt. Het onderhoud en spoedreparaties zijn ondergebracht bij een marktpartij.  

Financiën
Voor het uitvoeren van dagelijks en groot onderhoud aan de openbare verlichting zijn in de begroting in het programma Verkeer en Mobiliteit de benodigde financiële middelen opgenomen.

Omschrijving Rek 2023 Begr 2024 Begr 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Programma
Klein onderhoud n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Groot onderhoud 185.453 427.025 439.413 452.282 465.302 463.270 Verkeer en mobiliteit
Overig onderhoud 12.932 329.439 463.925 463.602 463.056 447.606 Verkeer en mobiliteit
Mutatie voorziening/reserve n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Kapitaallasten gemeente 231.303 263.886 234.535 293.645 327.739 337.152 Verkeer en mobiliteit
Totaal 429.688 1.020.350 1.137.873 1.209.529 1.256.097 1.248.028
Overig onderhoud heeft onder andere betrekking op energiekosten. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Verkeersregelinstallaties

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Verkeersregelinstallaties

Beleids- en beheerkaders
 De beleidskaders voor de verkeersregelinstallaties (VRI's) zijn vastgelegd in de Nota Verkeerslichten. Hierin staan de uitgangspunten voor het niveau van beheer en onderhoud en vervanging van verkeersregelinstallaties . 

Aanbesteding
In 2025 vindt de aanbesteding plaats voor de vervanging van verkeersregelinstallaties. Waar mogelijk, gaan we de traditionele VRI's vervangen door 'intelligente' verkeersregelinstallaties (iVRI's). Hiermee dragen we bij aan een betere doorstroming van het verkeer, een verbetering van de verkeersveiligheid en een betere afstemming op de real-time verkeersomstandigheden.

Financiën
Voor het uitvoeren van dagelijks en groot onderhoud aan de verkeersregelinstallaties zijn in de begroting in het programma Verkeer en Mobiliteit de benodigde financiële middelen opgenomen.

Omschrijving Rek 2023 Begr 2024 Begr 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Programma
Klein onderhoud n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Groot onderhoud 185.453 346.468 356.520 366.961 377.524 375.876 Verkeer en mobiliteit
Overig onderhoud 12.932 0 0 0 0 0 Verkeer en mobiliteit
Mutatie voorziening/reserve n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Kapitaallasten gemeente 231.303 202.590 173.419 215.537 246.415 253.275 Verkeer en mobiliteit
Totaal 429.688 549.058 529.939 582.498 623.939 629.151
Overig onderhoud heeft betrekking op energiekosten. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Gebouwen

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Gebouwen

Beleids- en beheerkaders

MeerjarenOnderhoudsPlannen (MJOP)
Met ingang van 2021 werken we met een Beheerplan Gemeentelijke Gebouwen. Grondlegger van het beheerplan zijn de Duurzame MeerjarenOnderhoudsPlannen welke cyclisch aangeeft welk onderhoud en voor welk budget onderhoud gepleegd dient te worden om de technische kwaliteit te waarborgen.
Het opstellen van een (D)MJOP is een momentopname, hierom is het van belang de plannen actueel te houden. Dit doen we door het uitvoeren van conditiemetingen op de (D) MJOP’s.  Hiernaast doen we 1 x per 4 jaar een actualisatie van de plannen. Hierbij worden de plannen tegen het licht gehouden en aangepast aan huidige stand. In 2024 heeft  deze actualisatie plaatsgevonden. Tevens is er in 2024 een nieuw contract gegund m.b.t  onderhoud gemeentelijke gebouwen voor de periode 2024-2030. 

Duurzaam MJOP (DMJOP) 
Het MJOP is gebaseerd op instandhouding en vervanging zonder extra duurzaamheidsmaatregelen. In het MJOP is rekening gehouden met het volgende uitgangspunt op gebied van duurzaamheid: gebouwen hebben een energielabel, bij vervanging wordt, indien dit tot de mogelijkheden behoort, gekozen voor een duurzame variant. Deze meerkosten vallen samen met het planmatig onderhoud, door dit te verwoorden in de MJOP wordt deze duurzaam en de noemer DMJOP.  

Routekaart CO2-neutraal gemeentelijk vastgoed
Met enkel duurzaam planmatig onderhoud gaat de gemeentelijke vastgoedportefeuille niet voldoen aan de landelijke klimaatdoelstellingen van CO2-reductie van 55% in 2030 en CO2-neutraal in 2050. In 2023 is de routekaart verduurzaming vastgoed vastgesteld door de gemeenteraad. Met ingang van 2024 wordt hier invulling aan gegeven door geselecteerde complexen te verduurzamen. Dit zal in 2025 en erop volgende jaren ook plaatsvinden om uiteindelijk in 2030 de gesteld doelstellingen te kunnen realiseren.

De term ‘routekaart’ wordt gehanteerd omdat de uiteindelijke aanpak per gebouw nog niet volledig uit te tekenen is: tussen nu en 2050 zal de huisvestingsbehoefte zich ontwikkelen en zullen technische en financiële mogelijkheden veranderen. De opgave is ook te omvangrijk om alles tegelijk aan te pakken. Het belangrijkste is dat er een route wordt uitgestippeld naar het einddoel en dat een eerste stap wordt gezet. De routekaart werkt daarom niet alles uit, maar geeft strategische kaders om stapsgewijs tot uitvoering te komen. De routekaart werkt voor de eerstvolgende korte termijn een uitvoeringsplan uit, schetst de opgaven voor de middellange termijn en verkent de opgaven voor de lange termijn.

Eén van de panden welke in 2025 worden verduurzaamd is Markt 11. Naast het feit dat dit pand zal worden gerenoveerd zal het worden verduurzaamd door het  aanbrengen van dak en zoldervloerisolatie

Vastgoedbeleid
Met de geactualiseerde DMJOP, het hierop volgende beheerplan én de routekaart hebben we de belangrijke bouwstenen voor (technisch) beheer van gemeentelijk vastgoedbeleid. In 2025 zullen we invulling geven aan het nieuwe vastgoedbeleid dat in 2024 in werking is gesteld. Dit beleid heeft een sterke relatie met het in ontwikkeling zijnde maatschappelijk voorzieningenbeleid.

Gemeentelijk vastgoed biedt de gemeente immers de mogelijkheid om in bepaalde gevallen maatschappelijke organisaties te huisvesten als deze op de vrije markt niet slagen in het vinden van huisvesting. Tevens is het nodig voor de eigen huisvesting van de gemeentelijke organisatie. Ook kan gemeentelijk vastgoed nodig zijn voor binnenstedelijke- of gebiedsontwikkelingen.

De vastgoedportefeuille is ingericht op basis van de volgende categorieën:
•    Dienstgebouwen
•    Maatschappelijk en Cultureel vastgoed
•    Onderwijsgebouwen en (veld)sportaccommodaties
•    Strategisch bezit
•    Overig (incl. panden in leegstandsbeheer, af te stoten bezit en aantal woningen) 

Verhuur 
In 2025 gaan we door op de ingeslagen weg op het gebied van herziening van ons huurbeleid. Voor de gemeentelijke vastgoedportefeuille worden huurcontracten – op natuurlijke momenten - herzien en worden de huurprijzen daarbij minstens kostprijsdekkend of marktconform gemaakt. Waar dat kan wordt tevens gekeken naar het gelijktijdig realiseren van eventuele verduurzamingsmaatregelen. 

Beheerplan

Het onderhoudsplan is geactualiseerd en structureel opgenomen in de begroting. Er zijn voldoende beheersmaatregelen om de komende jaren de portefeuille te beheren en onderhouden. Achterstallig onderhoud is inmiddels weggewerkt en hoeft niet meer meegenomen te worden in het weerstandsvermogen. De bestemmingsreserve Onderhoud gebouwen is niet langer nodig.

 

Omschrijving Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Programma
2023 2024 2025 2026 2027 2028
Klein en groot onderhoud 3.088.200 3.832.400 3.117.010 2.977.020 2.565.170 2.565.170 Bestuur, dienstverlening en participatie
Mutatie voorziening/reserve 0 0 0 0 0 0 Bestuur, dienstverlening en participatie
Kapitaallasten gemeente 2.421.700 2.670.999 2.758.796 2.802.101 2.827.884 2.827.884 Bestuur, dienstverlening en participatie
Totaal 5.509.900 6.503.399 5.875.806 5.779.121 5.393.054 5.393.054

Financiering

Inleiding

Terug naar navigatie - Financiering - Inleiding

De treasuryfunctie maakt deel uit van de bredere financiële functie. De treasuryfunctie houdt zich bezig met financiering, risico- en cashmanagement en de hiermee samenhangende baten en lasten. In onze gemeente worden de treasurytaken overwegend centraal uitgevoerd. De uitvoering vindt plaats binnen de kaders van het treasurystatuut. Dit verplichte document (artikel 212, Gemeentewet) is voor het laatst in december 2024 door de raad vastgesteld. 

Uitgangspunt

Terug naar navigatie - Financiering - Uitgangspunt

Het treasurystatuut stelt dat het treasurybeleid in onze gemeente defensief van karakter behoort te zijn. Dit betekent dat financiële risico’s, die betrekking hebben op de uitvoering van de treasuryfunctie, beperkt dienen te blijven. Deze risicohouding vloeit enerzijds voort uit het idee dat prioriteit gegeven moet worden aan een ongehinderde continue uitvoering van de publieke taak, anderzijds uit de gedachte dat met gemeenschapsgeld met de nodige voorzichtigheid dient omgegaan te worden.

Doelstellingen

Terug naar navigatie - Financiering - Doelstellingen

In het statuut zijn de algemene doelstellingen van het treasurybeleid opgenomen. Deze luiden als volgt:

  • Het garanderen van een duurzame toegang tot de financiële markten en het beperken van de kosten die daarmee samenhangen.
  • Het beschermen van de gemeentelijke vermogenspositie middels het beheersen van de financiële risico’s.
  • Het optimaliseren van het extern renteresultaat.

In het vervolg van deze paragraaf worden de onderwerpen die bij deze doelstellingen horen, besproken. Allereerst wordt ingegaan op de wijze waarop Vlaardingen haar bezit financiert, daarna worden de risico’s die aan dit financieren verbonden zijn in beeld gebracht, vervolgens wordt stil gestaan bij het kredietrisico op uitzettingen (gelden bij derden) en komt ook het renteresultaat aan de orde.

Financiering

Terug naar navigatie - Financiering - Financiering

Sinds 2015 is de leenschuld dalende. Op dit moment wordt verwacht dat de leenschuld van onze gemeente aan het einde van 2024 op € 180 miljoen uitkomt.  De verwachting is dat er in 2024  voor een bedrag van € 20 miljoen aan nieuwe geldleningen wordt aangetrokken. In 2024 waren de aflossingen  eveneens € 20 miljoen. De leenschuld zal dus in 2024 gelijk blijven. Verwacht wordt dat de leenschuld in  2025 stijgt met € 40 miljoen  naar € 220 miljoen omdat er in dat jaar en de jaren daarna flinke investeringen gepland staan.  In  het jaar 2026 wordt verwacht dat de leenschuld stijgt naar € 260 miljoen.  Voor de jaren 2027 tot en met 2032 wordt de hoogte van de leenschuld  tussen de € 265 en € 270 miljoen geprognosticeerd. Hierbij is rekening gehouden met een grote ontvangst van € 40 miljoen in 2027 vanuit de grondexploitaties. In het jaar 2033 zien we voor het eerste weer een daling van de leenschuld naar € 250 miljoen.

Het is beleid (zie onderdeel Renterisico) om jaarlijks € 20 miljoen op de vaste schuld af te lossen en voor zo ver noodzakelijk her te financieren.   Voor de in 2025 nieuw af te sluiten geldleningen betekent dit dat de looptijd minimaal 9  jaar is omdat het aflossingsschema van de vaste geldleningen in eerdere jaren geen ruimte biedt.

De vlottende schuld bestaat over het algemeen uit leningen met een looptijd van slechts enkele weken. Door voor een korte looptijd te kiezen is het eenvoudiger om in te spelen op het soms grillige verloop van de gemeentelijke geldstromen.

Opbouw leenschuld per 1 januari 2025 Bedrag (x € 1 miljoen)
Vaste component (langlopende leningen) 180
Vlottende schuld (kortlopende leningen) 10
Totaal 190

Renterisico

Terug naar navigatie - Financiering - Renterisico

Financiering en renterisico zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het renterisico van de gemeente Vlaardingen maakt deel uit van het vastgesteld benodigd weerstandsvermogen. Telkens wanneer een geldlening moet worden afgelost en herfinanciering noodzakelijk is, bestaat immers het gevaar dat de begroting geconfronteerd wordt met hogere rentelasten: de nieuwe lening kan door ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt duurder uitvallen dan de oude. Renterisico is niet uit te sluiten, maar kan wel worden gespreid om het risico per begrotingsjaar te beperken.

De Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido) stelt grenzen aan de mate waarin een gemeente zich bloot kan stellen aan renterisico. Ter beperking van dit risico is zowel voor de vaste schuld (langlopende leningen) als voor de vlottende schuld (kortlopende leningen) een wettelijk maximum vastgesteld. Het te lang niet voldoen aan deze limitering kan voor de Provincie, als toezichthouder van de gemeente, aanleiding zijn om maatregelen te nemen. In laatste instantie behoort preventief toezicht op het afsluiten van geldleningen tot de mogelijkheden.

Renterisiconorm Vaste Schuld

Terug naar navigatie - Financiering - Renterisiconorm Vaste Schuld

De renterisiconorm heeft betrekking op de vaste schuld van de gemeente. Vaste schuld ontstaat wanneer geldleningen worden afgesloten met een rentetypische looptijd van 1 jaar of langer. De renterisiconorm moet gemeenten en andere decentrale overheden aanzetten tot spreiding van dit specifieke risico over toekomstige begrotingsjaren.

De totale schuld in verband met het afsluiten van langlopende geldleningen bedraagt begin 2024 €180 miljoen. Wij hechten eraan om de omvang van onze schulden beheersbaar te houden. Aan schulden zijn immers rentelasten en renterisico’s verbonden. In ons huidige financiële beleid streven wij naar een schuldquote (omvang schulden gerelateerd aan de omvang van onze begroting) van maximaal 100%. Onze schuldquote zit op dit moment onder deze norm. In het coalitieakkoord is afgesproken dat wij deze norm de komende jaren iets moeten verhogen tot een plafond van maximaal 110% om de noodzakelijke investeringen in onze stad mogelijk te maken, uiteraard zonder de omvang van de schulden en het renterisico daarbij uit de hand te laten lopen.

Door bij het afsluiten van nieuwe geldleningen voor verschillende looptijden te kiezen wordt het renterisico gespreid. Het treasurybeleid is erop gericht om jaarlijks € 20 miljoen op de vaste schuld her te financieren. Het jaarlijks bedrag waarover de gemeente renterisico loopt blijft hierdoor tot dit bedrag beperkt. Alleen in het jaar 2020 is er € 55 miljoen afgelost. Over de periode 2025 tot en met 2028 bedraagt het totale risicobedrag € 80 miljoen (zie onderstaande overzicht).

Toekomstig beeld renterisico (x € 1 miljoen) 2025 2026 2027 2028
Aflossingen 20 20 20 20
Renteherzieningen 0 0 0 0
Renterisico 20 20 20 20

Om de mogelijke impact van renterisico (vaste schuld) voor de komende vier jaar te kunnen bepalen zijn verschillende rentescenario’s mogelijk. Voor de eenvoud hebben wij gekozen voor een gemiddelde stijging van de toekomstige marktrente met 1%. Als deze stijging zich daadwerkelijk voordoet de komende jaren, dan stijgen de rentelasten met ingang van 2028 met € 800.000 (1% van € 80 miljoen).

Uiteraard zijn ook andere rentescenario’s mogelijk. Welk scenario het meest waarschijnlijke is, is op voorhand niet te zeggen. De financiële markt is onvoorspelbaar, omdat zij van vele factoren afhankelijk is.

Gemeenten zijn niet vrij in het bepalen van de omvang van de jaarlijks te betalen aflossingen. De renterisiconorm geeft aan welk bedrag maximaal per begrotingsjaar kan worden afgelost en kan worden her gefinancierd.

Met een jaarlijks aflossingsbedrag van circa € 20 miljoen blijft onze gemeente de komende jaren ruimschoots binnen de in de Wet Fido opgenomen norm.

Berekening renterisiconorm 2025
A. Begrotingstotaal (lasten, x € 1 miljoen) 392
B. Percentage (gemeenten) 20,0%
Renterisiconorm (A*B) 78

Renterisico Vlottende Schuld

Terug naar navigatie - Financiering - Renterisico Vlottende Schuld

Vlottende schuld ontstaat wanneer geldleningen worden afgesloten met een rentetypische looptijd die korter is dan 1 jaar. In Vlaardingen gaat het veelal om leningen met een looptijd van 4 weken tot 3 maanden. Jarenlang was de rente voor kortlopende geldleningen negatief. In 2022 is hier verandering in gekomen en moet er weer rente betaald worden voor deze leningen. 

Het financieren door middel van kortlopende geldleningen kent twee voordelen:

  1. Snel kunnen inspelen op schommelingen in de financieringsbehoefte
  2. Het is bij de huidige rentestructuur een relatief goedkope financieringsvorm).

Het treasurybeleid is erop gericht om zoveel mogelijk van deze voordelen te profiteren. De keerzijde van de medaille is echter de korte rentevastheid (renterisico) van kortlopende leningen. Om te voorkomen dat decentrale overheden zich teveel laten leiden door de voordelen van deze financieringsbron is door de wetgever de kasgeldlimiet ingesteld. Deze kasgeldlimiet stelt een maximum aan de omvang van de vlottende schuld.

Berekening kasgeldlimiet 2025
A. Begrotingstotaal (lasten, x € 1 miljoen) 392
B. Percentage (gemeenten) 8,5%
Kasgeldlimiet (A*B) 33

Door tijdig en in voldoende mate langlopende leningen af te sluiten, voorkomen we dat de kasgeldlimiet te lang, dat wil zeggen meer dan twee achtereenvolgende kwartalen, wordt overschreden.

De rente op de geldmarkt is op dit moment ten opzichte van vorig jaar gestegen en ten opzichte van de jaren daarvoor flink gestegen ten opzichte van eerdere jaren. Uitgaande van een gemiddeld bedrag aan vlottende schuld van € 5 miljoen heeft een stijging van de geldmarktrente met 1% een toename van de rentekosten met € 50.000 tot gevolg. Deze mogelijke extra kosten geven een goede indruk van welk risico Vlaardingen komend jaar loopt. Ook nu geldt dat andere rentescenario’s mogelijk zijn. Welk scenario het meest waarschijnlijke is, is echter op voorhand niet te zeggen. De gemeentelijke rentevisie stelt namelijk dat toekomstige rentestanden nauwelijks tot niet voorspelbaar zijn.

Prognose netto vlottende schuld per kwartaal 2025
1 januari 2025 € 10 miljoen
31 maart 2025 0
30 juni 2025 0
30 september 2025 € 10 miljoen
31 december 2025 € 10 miljoen

Debiteurenrisico Uitstaande Gelden

Terug naar navigatie - Financiering - Debiteurenrisico Uitstaande Gelden

Aan het voor langere tijd verstrekken van gelden aan derden kleeft het gevaar dat deze derden op een veelal onvoorzien moment niet meer aan hun verplichtingen kunnen voldoen. Dit kan ertoe leiden dat enerzijds een openstaande vordering als oninbaar moet worden afgeboekt (ten laste van de algemene reserve) en, anderzijds een deel van de rente-inkomsten wegvalt. In principe kan door de gemeente om twee redenen geld aan derden worden uitgeleend. Ten eerste wanneer dit in functie van de publieke taak gebeurt, ten tweede wanneer er voor een bepaalde tijd sprake is van een overschot aan liquide middelen. Deze laatste situatie heeft zich de afgelopen jaren niet meer voorgedaan. Het treasurybeleid is er namelijk op gericht om de geldstromen van onze gemeente zo te sturen dat overschotten worden voorkomen, dan wel zo snel als contractueel mogelijk is in te zetten ter verbetering van de schuldpositie en daarmee ter verlaging van het debiteurenrisico.

In onderstaand overzicht is aangegeven bij welke partijen er begin 2025 nog gelden uitstaan.

Debiteur/geldnemer (x € 1 miljoen) Restantbedrag 1 januari 2025 Ontstaansgrond
Stimuleringsfonds Volkshuisvesting 6,1 Volkshuisvesting
Ambtenarenhypotheken 0,3 Arbeidsvoorwaarde
Dierentehuis Nieuwe Waterweg 0,0 Nieuwbouw
Totaal 6,43

Bovenstaand overzicht vermeldt dus uitsluitend geldleningen die verstrekt zijn in het kader van de publieke taak. Bij deze categorie van geldleningen speelt het debiteurenrisico een betrekkelijk ondergeschikte rol. Aan het maatschappelijk belang, dat verbonden is aan het verstrekken van een dergelijke lening, is tijdens de besluitvorming immers een hogere prioriteit toegekend dan aan het bijbehorende financiële risico.

Renteresultaat 2025

Terug naar navigatie - Financiering - Renteresultaat 2025

Aan het afsluiten van geldleningsovereenkomsten zijn uiteraard rentelasten verbonden. Naast renteverrekeningen met derden vinden ook interne verrekeningen plaats, bijvoorbeeld ten laste van begrotingsprogramma’s waarvoor in het verleden investeringen zijn gedaan. De interne rekenrente voor het begrotingsjaar 2025  is voor deze investeringen op  0,5% bepaald.  In de begroting 2024 was een  interne rekenrente van 1% geprognosticeerd voor 2024. Deze is intussen verlaagd naar 0,5%. Dat ondanks de hogere marktrente de interne rekenrente in de begroting gelijk blijft komt doordat er de laatste jaren langlopende leningen met een hoog rentepercentage zijn afgelost en er de laatste jaren geen nieuwe geldleningen zijn aangetrokken. 

Hieronder ziet u het renteschema uit de Notitie rente 2023 van de gemeente Vlaardingen. 

Renteschema, x € 1.000 Begroting
A. De externe rentelasten over de korte en lange financiering + 2.347.855
B. De externe rentebaten -/- -300.000
Totaal door te rekenen externe rente 0 2.047.855
C1. De rente die aan de facilitaire grondexploitaties moet worden doorberekend -/- 204.713
C2. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend -/-
C3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (=projectfinanciering) die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend -/-
Saldo door te rekenen externe rente 0 1.843.142
D1. Rente over eigen vermogen +
D2. Rente over voorzieningen (gewaardeerd tegen contante waarde) +
De aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toe te rekenen rente 0
E. De werkelijk aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag) -/- 1.684.244
F. Renteresultaat op het taakveld Treasury 0 -158.898

Het totaal door te rekenen rentebedrag  wordt omgeslagen op het totaalbedrag van de verwachte boekwaarde van de vaste activa (met uitzondering van de aan derden verstrekte leningen) per 1 januari 2024. Hieruit volgt een afgerond percentage van 0,5%.  Het BBV staat een afwijking toe van maximaal 0,5%. De afronding  geeft een renteresultaat van ongeveer € -158.898. 

Het renteresultaat maakt net als de algemene uitkering, de gemeentelijke heffingen en de dividendinkomsten, deel uit van de algemene dekkingsmiddelen. Het renteresultaat is volgens het bovenstaande schema van de commissie BBV berekend. Hiermee wordt inzicht gegeven in de rentelasten externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening. Het toerekenen van rente aan de andere taakvelden vindt plaats via het taakveld treasury.

Bedrijfsvoering

Inleiding

Terug naar navigatie - Bedrijfsvoering - Inleiding

Als gemeente werken wij voor onze stad. We streven ernaar om een leefbare stad te creëren en zo betrouwbaar mogelijk te zijn voor onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Om de ambities voor de stad waar te maken, moeten wij ons ontwikkelen in een flexibele en daadkrachtige organisatie die uitdagingen kan aanpakken. We willen zorgen voor een glimlach op het gezicht van de Vlaardinger én onze eigen medewerkers door flexibel en daadkrachtig in te spelen op de behoefte van de stad! Deze ambitie meten we aan de hand van de score van de gemeente Vlaardingen op zowel klanttevredenheid van inwoners en ondernemers en medewerkerstevredenheid. We zetten in op een 7 eind 2024 en een 7,5 eind 2026.

In het organisatieplan Vlaardingen Voortvarend staat beschreven hoe we hier de komende jaren aan gaan werken. De eerste verbeteringen zijn al zichtbaar in de organisatie. Zo zijn we stapsgewijs onze processen in kaart aan het brengen en hebben we een zaaksysteem ingericht om inwoners en ondernemers te kunnen voorzien van voortgangsinformatie over hun melding, verzoek of aanvraag. Ook zijn en worden er stappen gezet om betere grip te krijgen op onze bedrijfsvoering als ondersteunende functie om de ambities voor de stad te realiseren.

We zijn er echter nog niet. Het ontwikkelen van een organisatie is een kwestie van de lange adem. Tot nu toe zijn we vooral bezig geweest met het optuigen en op orde brengen van de basis. Denk hierbij aan het benoemen van prioriteiten, het bemensen van die prioriteiten, het beleggen van taken, rollen en verantwoordelijkheden en het beter op orde brengen van onze systemen. Nu komen we in een andere fase terecht waarin we vooral gaan implementeren en borgen. Het ontwikkelen van de organisatie wordt daarmee meer onderdeel van het reguliere werk. Daarin moet gezocht worden naar een juiste balans tussen werken aan inhoudelijke doelstellingen van de gemeente en ruimte voor ontwikkeling om het in de toekomst nog beter te kunnen doen voor de stad. Door het goede gesprek met elkaar te (blijven) voeren hierover, houden we focus.  
In deze paragraaf leest u hoe wij de komende jaren stappen vooruit blijven zetten. Door grip te krijgen op onze bedrijfsvoering kunnen we de ontwikkelingen voor de stad nog beter ondersteunen.

Personeel en organisatie

Terug naar navigatie - Bedrijfsvoering - Personeel en organisatie

Het ontwikkelen van medewerkers draagt bij aan het ontwikkelen van de organisatie als geheel. Om een verandering teweeg te brengen, is het dus belangrijk om de juiste mensen binnen te krijgen (binden) en houden (boeien) en huidige medewerkers te helpen ontwikkelen. Daar ligt onze focus op de komende jaren: we investeren in en ontwikkelen onze huidige medewerkers en trekken nieuw talent aan in een inclusief werkklimaat. Dat doen we door via het medewerkerstevredenheidsonderzoek  en Talenten Motivatie Aanalyse (TMA) inzicht te krijgen in de  verbeterpunten, competenties en talenten van onze medewerkers. Ook zetten we in op talentontwikkeling via trainingen, ontwikkeltrajecten en de gesprekscyclus. Dit vertalen we vervolgens weer door in de strategische personeelsplanning binnen de organisatie.

Inclusief werkklimaat
We maken gericht werk van het versterken van een inclusief werkklimaat. Een inclusief werkklimaat zorgt ervoor dat iedereen zich thuis, veilig en welkom voelt en verschillen er mogen zijn en benut worden. Het zorgt er mede voor dat we een aantrekkelijke werkgever zijn en worden voor nieuw talent en dat we als gemeente een juiste afspiegeling van de samenleving zijn. Uit een interne nulmeting van 2023 blijkt dat de aandacht vooral gericht moet zijn op de volgende drie punten: géén vriendjespolitiek ervaren, inclusief handelen zien en diversiteit waarderen. In 2025 zal de focus liggen op het versterken van bewustwording van gedrag en het effect op anderen (klein en tastbaar maken), openlijk waarderen van diverse perspectieven en ideeën en om verbindingen te leggen tussen diversiteit in competenties en talenten binnen en tussen teams. Eind van 2025 zullen we ook een éénmeting doen om te zien of we de gewenste stappen hebben gezet naar het versterken van een inclusief werkklimaat en wat er naar de toekomst hieraan bijdraagt.

Vinden
Het aantrekken van nieuw talent is ook voor de gemeente Vlaardingen een uitdaging in de huidige arbeidsmarkt. Extra inzet op recruitment geeft de capaciteit om met voldoende slagkracht nieuwe geschikte collega's te vinden en pro-actief op acquisitie in te zetten. We leggen hierbij vooral de focus op competenties, talenten, ontwikkelbaarheid en werk- en denkniveau in plaats van ons enkel te richten op diploma’s. Door middel van het aanbieden van stages op zowel wo, hbo als mbo niveau en ons eigen Vlaardings traineetraject, investeren wij in talenten om ze op die manier aan ons te binden. 
Bij de werving en selectie werken we volgens maatwerk. We zetten verschillende kanalen in om de juiste doelgroep te bereiken. Onze arbeidsmarktcampagne zorgt ervoor dat wij ons onderscheidend op de kaart kunnen zetten. We vergroten onze zichtbaarheid als werkgever en maken gebruiken van enthousiaste collega’s die reeds voor de gemeente werken om te vertellen waarom het werken bij de gemeente Vlaardingen zo leuk is.

Verbinden
In een inclusief werkklimaat kunnen we het beste uit mensen halen als zij zichzelf kunnen zijn en werk doen dat bij hun talenten past. We gaan in 2025 daarom ook werken met talentmanagement-analysetool (TMA). HRM-medewerkers worden opgeleid om collega’s te laten (her)ontdekken hoe zij hun talenten het beste kunnen benutten. Talentgericht werken en organiseren levert een cultuur op waarin dingen makkelijker, leuker en béter gaan.
In 2025 maken we ook gebruik van de resultaten van het medewerkertevredenheidsonderzoek (MTO) die in 2024 gehouden is. Via het MTO hebben inzicht in welke verbeterpunten er opgepakt moeten worden om aan de interne glimlach van Vlaardingen te werken. We willen hierbij ook vooral vasthouden wat er goed gaat en waar men trots op is.

Vanaf 2025 werken we op gebied van verzuim ook door in de lijn van kijken naar wat er (wel) is. De focus ligt dan meer op inzetbaarheid. Wat kan er nog wél bij verminderde inzetbaarheid. We zetten hierbij in op het vergroten van het eigenaarschap van de medewerker zelf en de eigen en gezamenlijke regie op de inzetbaarheid. Door hier strak op te sturen (met name voor het welzijn van de medewerker) kan door gepaste maatregelen het verzuim omlaag gaan.

Aanbestedingen
In 2025 starten we met een vooronderzoek om te komen tot een nieuw HRM-systeem om de basis verder op orde te brengen. Er is nog een grote slag nodig qua digitalisering en automatisering. Om efficiënter en duurzamer (minder papier) te kunnen werken en de werkdruk te verlichten. Hierdoor wordt bijvoorbeeld het opstellen en versturen van brieven volledig gedigitaliseerd. 
Ook worden er voorbereidingen getroffen om de wijze van het inkopen van inhuur opnieuw aan te besteden. Dit doen we door de huidige vorm (via de broker) te evalueren en te bekijken wat de komende jaren het beste bij onze organisatie en wensen past.

Loonkosten
De arbeidsmarkt is veranderd en daar moeten we op inspelen. Bepaalde specialistische kennis is niet altijd noodzakelijk om in vaste dienst te hebben. Het tijdelijk inhuren van deze kennis biedt dan uitkomst. Op deze manier kunnen we voldoende kennis en vaardigheden binnen halen en houden op het moment dat dat noodzakelijk is.  Voor 2025 is er € 57,9 miljoen beschikbaar voor loonkosten en inhuur, uitgesplitst in € 54,4 miljoen voor vaste werknemers en €3,5 miljoen voor inhuur. In 2025 werken we aan nieuw inhuurbeleid zodat we beter grip hebben op de inzet van extern personeel. We maken daarbij de koppeling met ons persoonlijk leiderschaptraject dat als doel heeft om medewerkers ruimte te geven om zich te ontwikkelen en daarmee te behouden voor de gemeente. 

CAO gemeenten 2025
De huidige CAO kent een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 maart 2025. In november 2024 starten de CAO-onderhandeling en zal in Q2 2025 de vertaalslag gemaakt moet worden van de gevolgen en kosten hiervan. Dan maken we ook de doorrekening van de verwachte financiële consequenties. 

CO2-voetdruk reisbewegingen medewerkers
Vanaf 1 juli 2024 is het wettelijk verplicht om als werkgever aan te geven hoe (vaste) medewerkers van en naar hun werk reizen. Dat vraagt van alle medewerkers dat zij bijhouden hoe zij naar werk komen. Hiermee krijgen we inzicht in onze CO2-voetdruk. Dat biedt tegelijkertijd ook kansen om te analyseren waar we het energieverbruik omlaag kunnen brengen en hoe we dit eventueel door vertalen in onze arbeidsvoorwaarden.

Motie 'Werk maken van Werk'

Terug naar navigatie - Bedrijfsvoering - Motie 'Werk maken van Werk'

De ambities en uitdagingen voor de komende jaren zijn groot en daar hoort een stevige organisatie op sterkte bij die deze ambities kan realiseren. We versterken onze ambtelijke organisatie om onze ambities waar te maken. We geven onze mensen ruimte voor initiatief en waardering voor lef. We zorgen ervoor dat onze mensen met trots vertellen dat ze bij Vlaardingen werken.

Dit kunnen we mogelijk maken door de motie werk maken van werk (ingediend bij de Voorjaarsnota 2023 door de fracties VV2000/Leefbaar Vlaardingen, GroenLinks en D66) waarbij we incidenteel één miljoen euro te besteden hebben in het vinden en verbinden van medewerkers. Dit bedrag is verdeeld over 2024, 2025 en 2026. In 2024 hebben we onder andere onze nieuwe arbeidsmarktcampagne hiermee gefinancierd. We zetten in 2025 wederom in op het versterken van het vinden en verbinden van medewerkers.

ICT, informatiemanagement en data

Terug naar navigatie - Bedrijfsvoering - ICT, informatiemanagement en data

Informatie en Data
Adequate informatievoorziening is essentieel om flexibel en daadkrachtig te kunnen inspelen op de behoefte van de stad en de gemeentelijke organisatie. De ICT-uitbesteding was een eerste stap op weg naar een betere en veiligere informatievoorziening. En waar deze zich eerst richtte op de technologische infrastructuur, verschuift nu de focus naar applicaties en data.

De gemeente Vlaardingen wil haar ambities en doelstellingen voor de stad realiseren. Daarvoor is een stabiele bedrijfsvoering nodig. Daarnaast is digitalisering niet meer weg te denken uit de maatschappij en blijft het zich (snel) ontwikkelen. Wettelijk gezien zijn er ook steeds meer eisen aan de digitale dienstverlening van de gemeente verbonden. Ook verwachten onze inwoners en ondernemers dezelfde digitale dienstverlening van de gemeente als dat zij bij andere bedrijven krijgen. Ook mogelijke nieuwe werknemers verwachten een moderne informatievoorziening die past bij de huidige tijd. 

Informatievoorziening
Wat gaan wij doen om dit te bereiken? Om middels een meerjarig traject te komen tot een adequate informatievoorziening die bovengenoemde eisen en ambities mogelijk maakt, zijn in 2024 een aantal ontwikkelsporen uitgewerkt in de Actualisatie Informatievoorziening die op 13 februari 2024 aan u is aangeboden. We hebben gekeken hoe we met een zo efficiënt mogelijke begroting, zo veel mogelijk van de ambities kunnen realiseren. Dit heeft gevolgen voor de termijn waarbinnen onderstaande resultaten behaald worden. Voor de komende periode staan de volgende onderdelen uit deze ontwikkelsporen gepland om in uitvoering te nemen, te weten:

Vaarroute 1 projecten en programma’s
Deze route is gericht op het realiseren van enkele grootschalige projecten. Binnen deze route valt het managen en coördineren van grote projecten op onderlinge afhankelijkheid wat betreft resources, onderlinge afhankelijkheid wat betreft resultaten en individuele impact op de informatievoorziening als geheel. Dit blijft buiten beschouwing van deze begroting, omdat dit kan worden uitgevoerd met eigen financiering.

Vaarroute 2 Processen op orde
Sluiten wij aan op de standaard processen vanuit GEMMA. 

Vaarroute 3 Applicatie landschap op orde
Rationaliseren wij ons applicatielandschap op de hartslag van de organisatie
 
Vaarroute 4 BI voor datagedreven werken

  • Leveren wij de eerste versies van dashboards en monitoren voor de transformatie Sociaal domein inclusief Zorgzaam Vlaardingen & monitor Sociaal domein en Nieuwe Energie. Wij starten met nieuwe dashboards voor projecten en programma’s.
  • Leveren wij een aantal Wijkanalyses op met daarin ken- en stuurgetallen op beleidsterreinen.
  • Gaan wij verder in gesprek met de raad over haar behoefte om data gestuurd te werken.
  • Maken wij het mogelijk dat opgeleverde dashboards en monitoren beschikbaar zijn voor raadsleden en waar mogelijk gedeeld worden met externe betrokken partijen

Vaarroute 5 Informatie: data op orde

  • Richten wij het het Azure -Platform in, inclusief het opbouwen van een Data Catalogus als fundament voor de Vlaardingse informatiebasis.
  • Migreren en opwaarderen van data naar deze Vlaardingse Informatie Basis.    
  • Sluiten wij SAAS-applicaties aan op deze Vlaardingse informatie Basis.

Vaarroute 6 Informatie Documenten op orde 

  • Bouwen wij aan van een centrale documenten voorziening (Samenstellen Zaak DMS/Office365/MyLex-combinatie, E-depot).

Vaarroute 7 Organisatie in haar kracht

  • Stellen wij een opleidingstraject beschikbaar aan alle medewerkers waarin het beheer van deze administratieve gegevens en het belang daarvan voor de burger centraal staat 

De operationele effecten vanuit de ontwikkelsporen/ vaarroute vragen capaciteit boven op de bestaande personele inzet. De gevolgen hiervan zijn voor deze uitvraag: 

  • Een structurele uitbreiding van € 200.000  t.b.v. het beheer en behoud van de aangebrachte verbeteringen 
  • Een incidentele investering van € 1.000.000   voor onder andere het op orde brengen van de processen, het opbouwen van een Vlaardingse informatiebasis (inrichten van Azure-Platform inclusief Data Platform), het opbouwen van een centrale informatievoorziening, en migratie en opwaardering van documenten 

Voortgang Programma I-Sturing 
Na de ICT-uitbesteding is een plan ontwikkeld om het I-domein te verbeteren. Deze was eind 2022 gereed en vastgesteld in 2023. Het ontwikkeltraject is inmiddels in gang gezet. Dit ontwikkeltraject kent een drietal te behalen plateau’s, te weten:

  • Grip & Controle krijgen;
  • Weerbaar & Voldoende wendbaar zijn;
  • Regie & Partnership.

In 2025 ligt het accent op de afronding van het eerste plateau en de overgang naar het tweede plateau. Elk plateau kent zijn eigen doelen en de drie plateaus vormen als het ware een soort trap. Als je naar een volgend plateau wil, zul je wel het onderliggende plateau blijvend moeten borgen en de taken die bij het vorige plateau horen moeten blijven volbrengen ook naar de toekomst toe.

Wij werken vanuit een integraal gedachtegoed, waarmee ontwikkellijnen binnen het I-domein in de komende jaren zijn vormgegeven. Dit gedachtegoed vormt een belangrijke pijler voor het programma I-sturing;

Proces van ‘Portfoliomanagement’ en projectmanagement wordt in 2025 verder geprofessionaliseerd en de ICT- formatie willen wij laten meegroeien met de organisatie.
Ten behoeve van de bedrijfscontinuïteit en veiligheid in de informatievoorziening en infrastructuur blijven wij de noodzakelijke verbeteringen doorvoeren.
De circa 50 processen worden verder gestroomlijnd en middels klantreizen geborgd. 
Het inzicht wordt vergroot op het gebied van de samenhang tussen systemen;
De grip op contracten rond systemen binnen IV zal sterker worden zodat betere regie kan worden genomen;

Vanuit ‘Grip en controle’ werken wij toe naar ‘Weerbaar en voldoende wendbaar’ zijn. In het kader van een weerbare informatievoorziening wordt in 2025 een extra rol voor het operationeel beheren van veiligheid en privacy ingevuld. Dit als operationeel gesprekspartner voor onze CISO en functionaris gegevensbescherming. Dit is een belangrijke schakel in de dagelijkse inspanning om onze ICT-omgeving, data en documenten te beschermen voor aanvallen van buitenaf. 

Wendbaar en weerbaar slaat ook terug op onze inrichting van de governance en de formatieve bezetting met hun rollen en taken binnen het I-domein. Vanaf het tweede plateau (wendbaar en weerbaar) dat in 2025 in ontwikkeling zal zijn, werken wij ernaar toe dat het gehele Informatiedomein in zijn beste vorm ingericht is om tevens ook gesteld te staan voor het derde plateau. Deze verandering moet plaatsvinden terwijl de winkel openblijft, dus de noodzakelijke vernieuwingen combineren met behoud van bedrijfscontinuïteit. 

Informatiebeveiliging
De maatschappelijke ontwikkelingen en met name de dreigingen vanuit statelijke actoren, (door bijvoorbeeld hackersgroepen die gelinkt zijn aan Rusland), nopen ons alert te zijn en blijven op mogelijke risico’s die we in onze infrastructuur en datalandschap lopen.  In  2025 zal voornamelijk in het teken staan van de nieuwe Europese richtlijn voor Network & Infrastructure Security versie 2 (NIS2, voorheen NIB2 genoemd).   Het in 2024 geactualiseerde Informatiebeveiligingsbeleid is reeds voorbereid op de NIS2 en zal verder in die lijn worden uitgevoerd. 

De komst van de NIS2 heeft behoorlijke impact op de organisatie. Een risico-gedreven aanpak wordt een vereiste en de aanpak en middelen die daar voor nodig zijn worden verder in lijn gebracht met de normenkaders die vanuit de NIS2 worden aangereikt. Er wordt hiervoor nauw samengewerkt met buurgemeenten en organisaties die zijn aangesloten bij de VeiligheidsAlliantie Rijnmond en de Informatiebeveiligingsdienst (IBD).
Voor wat betreft meld- en zorgplicht zoals de NIS2 vereist, zal de focus sterk liggen op optimalisatie van die specifieke processen en overeenstemming met de uitvoering van processen zoals de BIO (Baseline Informatiebeveiliging overheid) en relevante ISO-normering dat vragen
Omdat de NIS2 ook eisen stelt aan preventie en maatregelen om continuïteit van de organisatie te borgen krijgen in Disaster Recovery tests, naast CyberCrisisoefeningen, een vaste plaats krijgen in een test- en audit plan.

De jaarlijks terugkerende ENSIA-Audit (Eenduidig Normenkader Single Information Audit) krijg een diepere dimensie omdat vanaf 2024/2025 ook de werking van maatregelen, met aanlevering van operationeel bewijsmateriaal, wordt getoetst. Om de processen Incidentmanagent en Wijzigingsbeheer naar een hoger plan te tillen en worden controles via ook rechtstreeks via het ISMS (Information Security management System), efficiënter en sneller uitgevoerd. 

ISMS  wordt significant uitgebreid om ook privacy-risicoanalyses uit te voeren en te toetsen.   De stappen die gezet zijn in data-gedreven werken en alle ontwikkelingen daar omheen vragen een veel van een informatiebeveiliging en de processen daaromheen. . De CISO is nauw betrokken bij ontwikkelingen bij ICT, Informatiemanagement en Informatiebeheer. De borging van informatieveiligheid als geheel komt daarmee op een hoger plan. Zo kan de verhoging van het niveau van volwassenheid van de organisatie beter worden gemeten en gecontroleerd.     
Het verhogen van het volwassenheidsniveau van diverse aan ICT en applicaties gerelateerde beveiligingsprocessen is een complex proces. In 2024 is een onderzoek gestart (nulmeting) in hoeverre de essentiële en belangrijke processen “op niveau” zijn. Er wordt gestreefd om in 2025 voor deze processen te voldoen aan niveau 3 (van 5) van het BIO Self Assessment model (BIO-SA). Ook dit alles dient om in lijn te komen met vereisten vanuit de NIS2. 
Preventieve maatregelen als Penetratietests en Phishingtests zijn reeds geïntensiveerd om aanvallen van buitenaf te voorkomen. In 2025 wordt een test- en auditplan verder uitgewerkt om de risico’s en kwetsbaarheden planmatig en periodiek te testen volgens geldende standaarden en met vaste partijen.   

Privacy
In 2024 zijn er significante stappen gezet om de privacybescherming binnen de gemeente te versterken. De geconstateerde knelpunten uit de audit op de Wet Politiegegevens (Wpg) 2023 zijn verder aangepakt met de verantwoordelijke , wat ons in staat stelt om eind 2024 en 2025 opnieuw een (verplichte) audit uit te voeren. Deze audits zullen ons helpen de voortgang te monitoren en verdere noodzakelijke stappen te identificeren om beter te voldoen aan de eisen van de Wpg.

De efficiënte en snelle uitvoering van Data Protection Impact Assessments (DPIA's) zijn ook verder geoptimaliseerd. Deze assessments zijn nu een integraal onderdeel bij de aanschaf, vernieuwing of wijziging van systemen en applicaties die een verhoogd privacyrisico met zich meebrengen. Dit proces wordt ondersteund door het gebruik van het ISMS, waarin de relevante Privacy en Security normenkaders zijn geïntegreerd.

Ingaande  2025  wordt er samengewerkt met mogelijk nieuwe partner  voor de uitvoering  van audits.   De aanbesteding  gaat over  een periode van vier jaar om diensten zoals gesimuleerde phishingaanvallen, Pen- en hacktesting, medewerker awareness en het ISMS te continueren. Deze maatregelen zijn essentieel om de veiligheid en bewustwording binnen de gemeente op een hoog niveau te houden.

Voor 2025 ligt de focus op het continu verbeteren van onze privacybeschermingsmaatregelen en het waarborgen van compliance met de Wpg. We zullen regelmatig trainingen en bewustwordingssessies organiseren om ervoor te zorgen dat alle medewerkers goed op de hoogte zijn van de nieuwste privacyrichtlijnen en best practices, zoals het trainen op phishing e-mails en het voorkomen van datalekken. Daarnaast blijven we ons inzetten om technologische innovaties te integreren die bijdragen aan een nog betere bescherming van persoonsgegevens binnen de gemeente.

In 2025 zal het privacybeleid van de gemeente vernieuwd worden. Dit proces is essentieel om te blijven voldoen aan de veranderende wet- en regelgeving en om de bescherming van persoonsgegevens te optimaliseren. Het vernieuwde beleid zal een uitgebreide herrijking ondergaan, waarbij we zowel bestaande procedures als nieuwe ontwikkelingen in privacybescherming zorgvuldig zullen evalueren en integreren.

Bewustwording Informatiebeveiliging en Privacy 
Op het gebied van security en privacy awareness zijn  stappen gezet door het geven van korte awareness sessies. Verder wordt meer en meer gebruik gemaakt van de Vlaardingse Academy waarin webinars en trainingen zijn opgenomen. Bij de “onboarding” van nieuwe medewerkers wordt het digitale aspect standaard meegenomen.
Daarnaast is een start gemaakt om door middel van apps bewustwording van digitale gevaren  efficiënter en meer frequent onder de aandacht te houden. Hiervoor zal de keuze gemaakt gaan worden voor een app die bewustzijn ook meetbaar maakt. In 2025 zal awareness voornamelijk digitaal plaatsvinden.

Verhuur

Terug naar navigatie - Bedrijfsvoering - Verhuur

In 2024 zijn we gestart met het proces om te komen tot een nieuw vastgoedbeleid. De verwachting is dat we dit in de 1e helft van 2025 afronden en aan de raad voorleggen ter goedkeuring. In de rest van 2025 zal vervolgens invulling worden gegeven aan dit vastgestelde beleid. Dit beleid heeft een sterke relatie met het in ontwikkeling zijn maatschappelijk voorzieningenbeleid. Verdergaan we in  2025  door op de ingeslagen weg op het gebied van herziening van ons huurbeleid. Voor de gemeentelijke vastgoedportefeuille worden huurcontracten – op natuurlijke momenten - herzien en worden de huurprijzen daarbij minstens kostprijsdekkend of marktconform gemaakt. Waar dat kan wordt tevens gekeken naar het gelijktijdig realiseren van eventuele verduurzamingsmaatregelen. 

 

Erfpacht

Terug naar navigatie - Bedrijfsvoering - Erfpacht

In het 3e en 4e kwartaal van 2024 krijgen oude eeuwigdurende erfpachten met meestal een zeer lage jaarlijkse erfpachtcanon een aanbieding om de jaarlijkse betalingsverplichting voor de rest van de looptijd af te kopen door betaling van een bedrag ineens (afkoopsom). Afhankelijk van de respons levert dit voor 2024 en 2025 een hogere – eenmalige – opbrengst aan afkoopsommen op dan in de voorgaande jaren.

In overleg met de leverancier van het geautomatiseerde erfpachtsysteem is in 2024 een aantal maatregelen getroffen ter bevordering van de efficiëntie van het proces en de verankering van het vier-ogen-principe bij mutaties. Verder wordt steekproefsgewijs de juistheid van de in het erfpachtsysteem opgenomen gegevens gecontroleerd. Dat is een meerjarig traject, gelet op de omvang van het erfpachtbestand. Voor 2025 staat ook het automatiseren van het fysieke erfpachtaktenarchief op de planning.

Procesgericht werken

Terug naar navigatie - Bedrijfsvoering - Procesgericht werken

Procesgericht werken is één van de speerpunten in het organisatieplan Vlaardingen Voortvarend. Het is het fundament voor goede en voorspelbare dienstverlening en de verbetering daarvan. In 2025 brengen we de proces ondersteunings-organisatie op volle sterkte door het opleiden van procesondersteuners in de teams en de inzet van 2 nieuwe procesadviseurs. De procesondersteuners en de procesadviseurs helpen de teams bij het in kaart brengen en continu verbeteren van de werkprocessen, zowel binnen de teams als in team overstijgende processen. 

Omdat procesgericht werken niet iets is wat je erbij doet maar onderdeel is van het reguliere werk gaan we meer aandacht besteden aan de vaardigheden van medewerkers en managers om zelf invulling te geven aan kortcyclisch en procesmatig werken en continu verbeteren. Hiervoor zullen praktische trainingen en hulpmiddelen worden ontwikkeld en ingezet. 

Vanuit risicobeheersing  ligt  de focus  vooral op financiële en juridische processen en worden beheersmaatregelen zoveel mogelijk in het proces geborgd om risico's te beperken. Deze manier van werken draagt bij aan de volwassenheid van de bedrijfsvoering.     

Inkoop

Terug naar navigatie - Bedrijfsvoering - Inkoop

In 2025 gaan we door met het verder professionaliseren van onze inkoopfunctie en ligt de focus met name op het stimuleren van duurzaamheid binnen de organisatie, volledigheid archivering inkoop- en contractmanagementprocessen en voorbereiding implementatie nieuwe FMIS. Het verzorgen van inkoop- en contractmanagementtrainingen binnen de organisatie krijgt in 2025 een vervolg.

In samenwerking met Programma Duurzaamheid zetten we in op kennisontwikkeling en omzetten van duurzaamheidskansen naar de uitvoering voor zowel de eigen bedrijfsvoering als onze aanbestedingen. Dit krijgt een projectmatige vorm met als doel borging binnen de organisatie.

In 2024 is het Zaaksysteem procesmatig ingericht m.b.t. inkoopprocessen en het contractmanagementproces om te komen tot een volledige archivering en lijnverantwoordelijkheid. 2025 staat in het kader van borging en monitoring van de procesflows.

Voor het nieuwe financieel systeem zal Inkoop intensief bijdragen aan het inrichten van het proces van bestellen tot betalen, incl. een verplichtingenadministratie. Dit ter voorbereiding op de livegang per 1-1-2026 en uitbreiding van taken door het inkooptechnisch toetsen van bestelaanvragen buiten meerjarige contracten om.

Audit, control en  Rechtmatigheidsverantwoording

Terug naar navigatie - Bedrijfsvoering - Audit, control en  Rechtmatigheidsverantwoording

213 A Onderzoeken (audit)  
Op basis van de verordening 213a is het college verplicht periodiek onderzoeken te doen naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van het door hen gevoerde beleid. Afgelopen jaren hebben er twee onderzoeken plaatsgevonden en wordt de opvolging hiervan gerapporteerd. In deze paragraaf worden de specifieke mijlpalen benoemd die in 2025 staan gepland. In 2025  zal  er één onderzoek worden uitgevoerd, het onderwerp  wordt in het jaarplan gedeeld.  

Control 
In 2025  is het eerste  kalenderjaar  met de nieuwe accountant. Deze samenwerking zal in het teken staan om de (interne) controle door te ontwikkelen, en hierbij gebruik te gaan maken van een digitaal platform (van PWC). De controle aanpak wordt gebaseerd op een omgevings- en risico analyse. De controle richt zich op getrouwheid en rechtmatigheid.   

Rechtmatigheidsverantwoording
In 2025 wordt de rechtmatigheidsverantwoording over 2024 opgesteld.  

Risicomanagement 
In 2024 wordt de nota risicomanagement en nota reserve en voorzieningen geëvalueerd, op basis van deze uitkomsten wordt het beleid herzien. In deze herziening wordt rekening gehouden met de verandering van een beheergemeente naar een meer ontwikkelgemeente. Risicogestuurd werken maakt hier onderdeel vanuit.       

Verbeteracties bedrijfsvoering (opvolging vanuit interne en externe onderzoeken)

Terug naar navigatie - Bedrijfsvoering - Verbeteracties bedrijfsvoering (opvolging vanuit interne en externe onderzoeken)

De monitor verbeteracties is dynamisch: er worden onderwerpen toegevoegd, maar ook afgerond. Via de voortgangsrapportages en de verantwoording in de jaarrekening kan de gemeenteraad toezicht houden. In deze begroting is een bijlage opgenomen met de opvolging van de aanbevelingen van:

  1.  Rekenkameronderzoeken
  2. De boardletter en accountantsrapportage
  3. 213a onderzoeken  

Hieronder geven wij aan welke verbeteracties er zijn uitgevoerd naar aanleiding van bovengenoemde onderzoeken en rapportages.

Verbeteracties bedrijfsvoering (opvolging vanuit interne en externe onderzoeken) 2024

Boardletter en accountantsrapportage van de accountant 

  • De Frauderisicoanalyse is geactualiseerd en wordt jaarlijks voorgelegd aan het college. De geactualiseerde analyse wordt, zoals op de LTA te lezen is, in Q4 aangeboden voor bestuurlijke besluitvorming.
  • Er is extra capaciteit beschikbaar in het 2e halfjaar voor het opstellen van Misbruik en Oneigenlijk gebruik-beleid en de evaluatie van het risicomanagement. De evaluatie heeft een uitloop naar volgend jaar.
  • Het proces verhuur en erfpacht zijn beschreven. De werking hiervan in systemen en de organisatie wordt gecontroleerd tijdens onze interne controles.
  • De nieuwe Algemene Subsidieverordening (ASV)  is in juli 2024 vastgesteld.  
  • Het Subsidie Servicepunt (inkomende subsidies) is ingericht,. Er wordt een plan van aanpak opgesteld om de processen beter te borgen in de organisatie.
  • Het tijdig starten van het toetsen grondzaken dossier om te komen tot een tijdige actualisatie van MPG en MPR.

213a onderzoek  

Investeringen 
Dit kalenderjaar is de raad met de raadsmemo Rapport 213a onderzoek Sturing en beheersing op investeringen geïnformeerd.  Inde begroting 2025 wordt op basis van toezeggingen aan uw raad, de focus op de acties in 2025 benoemd. Onderstaand  een opsomming van wat er in het huidige  kalenderjaar is opgepakt.

  • In de P&C cyclus  rapporteren over de ontwikkeling van de investeringen, conform de gemaakte afspraken in de financiële verordening (realisatiegraad,  inzicht  investeringen in alle  P&C instrumenten,  tijdig informeren over risico’s  en afwijkingen. Over de realisatiegraad hebben wij voor het eerst gerapporteerd in de jaarrekening 2023.
  • De aanbesteding van het ERP-systeem is in 2024 gegund. Onderdeel van dit pakket is projectbeheersing (o.a. investeringen)
  • De procesorganisatie is in ontwikkeling, maar heeft wel vertraging opgelopen door ontbreken van beschikbare capaciteit.  De eerste stappen zijn gezet om beter inzicht te krijgen in het proces van projectbeheersing en  programmatisch werken.  
  • Inrichting van proces van beheersing en control  investeringen in systeem.
  • Op 18 juni  is de raad geïnformeerd over de raamovereenkomst ingenieursdiensten.  
  • Verhogen kennis en kunde door de inzet van trainingen voor verschillende doelgroepen in projectbeheersing.
  • De aanbesteding, gunning en inrichting  nieuw tijdschrijfsysteem. Ook wordt er gestart met een opzet van capaciteitsplanning 2025. 

Klachten 
Het onderzoek  'klachten'  is  afgerond en zit in de fase van hoor en wederhoor. De uitkomsten worden eind 2024 gedeeld. 

Verbeteracties bedrijfsvoering (opvolging vanuit interne en externe onderzoeken) 2025

Rekenkameronderzoeken 
In 2025 wordt bij de 1e voortgangsrapportage specifiek ingegaan op de opvolging van de aanbevelingen.  Gezien de omvang zal er prioriteiten worden gesteld in de opvolging hiervan. Bij de eerstvolgende begroting  dit ook onderdeel worden van besluitvorming.

Boardletter en accountantsrapportage van de accountant 

  • Oplevering inrichting nieuw ERP-systeem (FMIS) met als uitgangspunt geautomatiseerde  beheersmaatregelen in de financiële processen  (verplichtingen, financiën, investeringen,  projectbeheersing (investeringen)
  • Oplevering inrichting en sturingsmodel risicobeheersing financiële  processen.
  • Opzet, bestaan en werking financiële processen binnen vastgoedbeleid en grondzaken.  
  • Borgen van de werking van het nieuwe ASV 2024 in het subsidieproces en - systeem
  • Nota reserve en voorzieningen en de werking borgen in de financiële processen en P&C cyclus.
  • Verbeteren inrichting financiële organisatie, om mee te bewegen op de opgaven  (matrixorganisatie). 
  • Plan van aanpak Subsidie Servicepunt om te komen tot een real time beeld van de subsidieadministratie.

213a onderzoek  

Investeringen 

  • Gunning, Inrichting en uitvoering raamovereenkomst ingenieursdiensten
  • Inrichting van een proces van beheersing en control  investeringen in systeem.
  • In de P&C cyclus rapporteren over de ontwikkeling van de investeringen, conform de gemaakte afspraken in de financiële verordening (realisatiegraad,  inzicht investeringen in alle P&C instrumenten,  tijdig informeren over risico’s  en afwijkingen). 

Grondbeleid

Inleiding

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Inleiding

De uitvoering van het grondbeleid vindt plaats op basis van de nieuwe Nota Grondbeleid Gemeente Vlaardingen 2022, die is vastgesteld door de raad in haar vergadering van 16 juni 2022. Grondbeleid is een gemeentelijk instrument in de ruimtelijke ordening waarmee de gemeente gewenste ontwikkelingen kan bevorderen en ongewenste ontwikkelingen kan beperken. Het kan hierbij gaan om ontwikkelingen met betrekking tot volkshuisvesting (waaronder woningbouwontwikkelingen), economie (groei werkgelegenheid, ontwikkeling van bedrijventerreinen), maatschappelijke voorzieningen (buurthuis, sportterrein) en natuur en milieu (duurzame natuurontwikkelingen en herstructurering van stedelijk gebied). In de Nota Grondbeleid is sprake van een accentverschuiving: de gemeente kiest voor “situationeel grondbeleid” wat betekent dat de gemeente aan de hand van een duidelijk afwegingskader per omstandigheid zal afwegen welke grondbeleidsvorm voor die locatie passend is. Hierdoor kan de rol van de gemeente per locatie verschillen. Ten opzichte van de Nota Grondbeleid Gemeente Vlaardingen 2011 dient de Nota Grondbeleid 2022 als een ‘kapstok’ te worden aangemerkt, waaraan uitvoeringsnota’s worden gehangen. Twee vastgestelde uitvoeringsnota’s zien op het zakelijk recht van erfpacht en het (wettelijke) kostenverhaal. Het betreffen uitvoeringsnota’s die door ons college zijn vastgesteld, waarna de genoemde nota’s ter kennisname aan uw raad zijn verzonden. Het is niet ondenkbaar dat in de toekomst meerdere uitvoeringsnota’s aan de Nota Grondbeleid Gemeente Vlaardingen 2022 worden ‘opgehangen’.

Taak van de gemeente

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Taak van de gemeente

In het algemeen onderscheidt men twee vormen van grondbeleid, te weten: actief grondbeleid en faciliterend (passief) grondbeleid. Het staat iedere gemeente vrij om een keuze te maken in de te hanteren vorm van grondbeleid. 

Actief grondbeleid: De gemeente bezit zelf grond en/of koopt grond aan en is actief betrokken bij het bouw- en woonrijp maken van de grond. Daarna kan de gemeente de kavels verkopen of in erfpacht uitgeven. Het kan gaan om individuele bouwkavels of bedrijfsterreinen, maar ook om complete woningbouwprojecten. 

Faciliterend grondbeleid: De gemeente maakt het mogelijk dat private partijen die een grondpositie hebben een gebied geheel zelf ontwikkelen. De gemeente beperkt zich hierbij voornamelijk tot het maken van een bestemmingsplan (publiekrechtelijk kader) en bij mogelijke grondeigendom van de gemeente in het betreffende gebied, het inbrengen van deze gronden. De kosten die samenhangen met het faciliteren van particuliere ontwikkelingen (op grond die niet van de gemeente is) worden op de exploitanten verhaald door middel van anterieure overeenkomsten. 

Uiteraard zijn er vele tussenvormen mogelijk, waaronder het veel gebruikte PPS model (Publiek Private Samenwerking). De uiteindelijke vorm is steeds afhankelijk van het specifieke project en de taak- en risicoverdeling tussen partijen. Als basis vanuit de Nota Grondbeleid 2022 hanteert de gemeente situationeel grondbeleid, dat wil zeggen dat afhankelijk van de situatie per locatie de gemeente een rol oppakt die varieert van volledig faciliterend tot actief als grond ontwikkelende partij. 

De grondprijsbenadering

Terug naar navigatie - Grondbeleid - De grondprijsbenadering

Voor de door de gemeente uit te geven bouwrijpe grond geldt als uitgangspunt een marktconforme grondprijs. De berekening daarvan gebeurt op basis van relevante marktprijzen voor het betreffende type vastgoedobject en onder meer gebruik makend van de methode van de residuele grondwaardebenadering. Naast de residuele grondwaardeberekening is in de Nota Grondbeleid 2022 ook nog genoemd als grondprijsberekening: de kostprijsmethode, de comparatieve methode en vaste grondwaardemethode. Aan de hand van de voornoemde methodieken is een grondquote te bepalen. Gronduitgifte vindt plaats tegen de residuele grondwaarde in de nieuwe bestemming. Deze waarde wordt bepaald door middel van een openbare biedprocedure of, indien dit niet mogelijk is, op basis van een onafhankelijke (comparatieve) taxatie (BBV 2019). Op deze manier kan de marktconformiteit van de grondwaarde worden getoetst en wordt ongeoorloofde staatssteun voorkomen.

Vormen van exploitatie

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Vormen van exploitatie
  1. Grondexploitaties 
    Grondexploitaties betreffen meerjarige toekomstberekeningen. Daardoor kunnen de financiële resultaten door vele, externe en interne, factoren in de loop der jaren veranderen. Grondexploitaties hebben tot doel om bouwrijpe gronden die door de gemeente zijn ontwikkeld uit te geven. 
    Marktomstandigheden en langdurige ruimtelijke procedures kunnen aanleiding zijn tot (grote) afwijkingen ten opzichte van de oorspronkelijke ramingen. Elke grondexploitatie wordt door de gemeenteraad vastgesteld. Elk jaar wordt de raad geïnformeerd over de (grond)exploitaties, via het Meerjaren Programma Grondzaken (MPG). Hierin wordt de stand van zaken en de verschillen t.o.v. voorgaande perioden en de voorziene of verwachte ontwikkelingen, zoals de risico-ontwikkeling, weergegeven. Het MPG is gekoppeld aan de jaarrekening en betreft een actualisering van alle resultaten. De resultaten worden direct meegenomen in de betreffende jaarrekening. Tevens vormt het MPG de basis voor de (meerjaren)begroting. In het onderdeel ‘stand van zaken grond- en bouwexploitaties’ is per grondexploitatie een stand van zaken weergegeven en een (financiële) doorkijk gegeven naar de komende jaren. Het MPG wordt door de gemeenteraad vastgesteld.

    Erfpachtexploitaties 
    Vlaardingen heeft van oudsher een omvangrijke erfpachtportefeuille. Al deze erfpachten tezamen vormen de erfpachtexploitatie. Het beleid rond de erfpachtexploitatie is neergelegd in de Nota Erfpacht. Ter uitvoering van de Nota Grondbeleid is in oktober 2022 de Nota Erfpacht 2022 vastgesteld door het college. 
    Het erfpachtbeleid ziet met name op de volgende aspecten:
    a.    nieuwe uitgiften in erfpacht van tot ontwikkeling te brengen bouwgrond, 
    b.    de verkoop van de bloot-eigendom van reeds in erfpacht uitgegeven gronden en 
    c.    het omzetten van tijdelijke erfpachtrechten in eeuwigdurende erfpachten (heruitgifte).

    De basis voor het afwikkelen van erfpachttransacties is een onafhankelijke taxatie van de grondwaarde, waarop in de onder b en c vermelde transacties een depreciatie wordt toegepast, die afhankelijk is van de looptijd van de erfpacht. In de Nota Erfpacht 2022 zijn ook de spelregels vastgelegd voor onder meer het bepalen van de jaarlijkse erfpachtcanon, het herzien of indexeren van de canon, het tijdvak waarvoor de getaxeerde grondwaarde als basis voor de canonberekening geldt, welke rol erfpacht op herontwikkelingslocaties en in herstructureringsgebieden speelt en hoe wordt omgegaan met corporatiebezit op erfpacht.
    Met ingang van 1 april 2023 is het nieuwe erfpachtbeleid in werking getreden. 

    Ten tijde van de vaststelling van de Nota Erfpacht 2022 waren met name de aspecten erfpacht op herontwikkelingslocaties en corporatiebezit op erfpacht nog niet volledig uitgekristalliseerd. Ook waren er nog geen nieuwe algemene erfpacht- en omzettingsvoorwaarden. In december 2023 is de Nota Erfpacht aangepast op deze punten en heeft het college de Algemene Erfpachtvoorwaarden Vlaardingen 2023 (AEV 2023) en de Algemene Omzettingsvoorwaarden Vlaardingen 2023 (AOVV 2023) vastgesteld. De algemene voorwaarden en de wijzigingen/aanvullingen op de Nota Erfpacht 2022 zijn per 1 januari 2024 in werking getreden.
    In de erfpachtexploitatie moeten de kosten van de erfpachtportefeuille worden goedgemaakt door de canonopbrengsten. Door de periodieke canonherzieningen van de oudere erfpachten is het kostendekkend maken van de erfpachtexploitatie steeds moeilijker geworden. Veel van deze oudere erfpachten zijn inmiddels omgezet in volle eigendom of in een nieuwe eeuwigdurende erfpacht. Als onderdeel van het Herstelplan zijn de in de Nota Erfpacht 2022 neergelegde voorstellen er tevens op gericht erfpacht beter te laten renderen.
    Voor 2023 en 2024 is dat het geval, mede door het grote aantal erfpachters dat als gevolg van de overgangsregeling van de Nota Erfpacht 2022 gebruik heeft gemaakt van een aanbieding op basis van het oude erfpachtbeleid. Verzoeken om een erfpachttransactie die na 1 april 2023 zijn en worden gedaan, worden op basis van het nieuwe beleid afgewikkeld. Daaruit zal blijken in welke mate de nieuwe rekenregels het rendement van het product erfpacht verhogen.

Actualisatie en herziening

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Actualisatie en herziening

Op basis van een grondbrief worden de grondexploitaties aan het begin van ieder jaar geactualiseerd. Met de uitgangspunten uit deze grondbrief worden de daadwerkelijke inkomsten en uitgaven verdisconteerd in die zin dat daarbij de parameters worden gebruikt zoals weergegeven. Dit geactualiseerd beeld van de eindwaarden van de grondexploitaties wordt via het MPG aan de raad voorgelegd ten behoeve van besluitvorming. De grondexploitaties worden hierbij niet opnieuw vastgesteld. 

Zodra er besluiten zijn genomen over (wezenlijke) wijzigingen in het plan, programma of planning en/of een (wezenlijke) verandering van het resultaat, is dit aanleiding om een herziene grondexploitatie voor te leggen aan de raad. Herzieningen kunnen het gehele jaar door plaatsvinden.

Winstneming en voorziening

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Winstneming en voorziening

De regels ten aanzien van winstneming op grondexploitaties zijn vastgelegd in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Winst moet worden genomen naar rato van de voortgang van een project. Voor winstneming geldt de percentage of completion methode: voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd kan tussentijds naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst worden genomen. In de praktijk komt het erop neer dat eerder dan in het verleden winst moet worden genomen. Als de prognose van het eindresultaat van een grondexploitatie negatief is, wordt direct, bij vaststelling van de (herziene) grondexploitatie, een voorziening getroffen ter dekking van dit negatieve resultaat. 

Kostenverhaal

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Kostenverhaal

Op basis van de door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu ontwikkelde systematiek, zijn de gemeentelijke plankosten van de plannen in beeld gebracht, die door derden worden uitgevoerd (particuliere grondexploitatie). Belangrijk uitgangspunt van deze systematiek is de principe verdeling tussen de kosten die bij de ontwikkelende partij en bij de gemeente thuishoren. Deze verdeling is gebaseerd op het belang dat de gemeente aan de ontwikkeling hecht en op het feit dat de gemeente faciliterend, begeleidend en toetsend is en de ontwikkelaar bijvoorbeeld het stedenbouwkundig plan, de ruimtelijke onderbouwing en het buitenruimteplan opstelt. Als kostenverhaal langs privaatrechtelijke weg (anterieure overeenkomst) niet lukt dan biedt de wet nog de mogelijkheid kosten te verhalen via de publiekrechtelijke weg met behulp van een exploitatieplan. Deze laatste mogelijkheid heeft niet de voorkeur. 

In 2022 is de  Nota Kostenverhaal als uitvoeringsnota vastgesteld door het college en aan uw raad ter kennisneming verzonden, waarin verder gesteld wordt hoe naast het verhalen van plankosten ook aandacht wordt besteed aan het verhalen – waar mogelijk - van bovenwijkse voorzieningen, bijdrage in ruimtelijke ontwikkeling en bovenplanse kosten (verevening), op initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen. Deze kosten worden per project bepaald en betrokken in anterieure overeenkomsten. 

Elk jaar zal er een overzicht in het MPG worden vervaardigd van alle bouwprojecten  waarop kostenverhaal van toepassing is. 

Besluit Begroting Verantwoording

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Besluit Begroting Verantwoording

De belangrijkste aspecten uit de voorschriften BBV in het kader van grondontwikkeling worden hieronder toegelicht. 

Vennootschapsbelasting (Vpb) 
Onderzoek heeft geleid tot het standpunt om vooralsnog geen activiteiten uit te voeren die leiden tot Vpb-plicht. Jaarlijks bij het MPG wordt opnieuw getoetst of de gemeente wel/niet valt onder de Vpb-plicht. 

Rente op grondexploitaties 
Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat toe te rekenen rente aan grondexploitaties de werkelijke rente moet zijn. Voor de gehele looptijd van de grondexploitaties is de rente geraamd op 1,0%, conform de Nota Grondbeleid 2022 en de Grondbrief 2024. Voor de doorrekening van de grondexploitaties wordt standaard de gehanteerde interne rekenrente gebruikt die vervolgens aan het eind van het jaar eventueel gecorrigeerd moet worden op de werkelijke rente van dat afgelopen jaar. Hierdoor kan een verschil in de geraamde rente en de werkelijke geboekte rente ontstaan. De gevolgen hiervan worden meegenomen bij de actualisaties van de grondexploitaties. 

Stand van zaken grondexploitaties 
Hieronder volgt een korte stand van zaken met betrekking tot elke grondexploitatie. In de rapportage is rekening gehouden met de mogelijke risico’s die van invloed kunnen zijn op het financiële resultaat van de grondexploitaties. Deze risico’s zijn zorgvuldig geanalyseerd en meegenomen in de overwegingen.

Vergulde Hand West
Begin 2024 is de grondexploitatie van Vergulde Hand West fase 1 herzien. Op Vergulde Hand West wordt een bedrijventerrein gerealiseerd. De ontwikkeling is opgedeeld in twee gedeelten.

In het eerste gedeelte zal het hoogheemraadschap van Delfland op de grond die zij van de gemeente koopt, een nieuwe afvalwaterzuiveringsinstallatie (AWZI) realiseren. Het niet voor de AWZI benodigde oostelijke deel van de locatie Vergulde Hand West zal worden bestemd voor overige bedrijfsactiviteiten. Een deel van dit gebied, een kavel grond van ongeveer 9.000 m² tussen de George Stephensonweg en de James Wattweg, wordt waarschijnlijk in 2024 tijdelijk in erfpacht verhuurd aan Tradiro B.V., die daar tijdelijke huisvesting voor arbeidsmigranten gaat realiseren. Na afloop van de erfpachttermijn valt deze kavel terug aan de gemeente en kan de grond als bedrijfskavel(s) door de gemeente worden verkocht.

Er wordt verwacht dat de volledige exploitatie van Vergulde Hand West rond 2035 zal worden afgerond. 

Fortunapark
Op 21 juli 2020 heeft het college van B&W besloten om het zuidelijk deel en het noordelijk deel van tot één plangebied samen te voegen en middels een aanbiedingsprocedure integraal tot ontwikkeling te brengen. Het zuidelijk deel maakt deel uit van de grondexploitatie en het noordelijk deel betreft een materieel vast actief (MVA). Het onderhavige programma zal niet worden uitgevoerd. In de loop van 2022 was de  aanbiedings- procedure voor het hele gebied gestart. Inmiddels is de aanbiedingsprocedure ten einde en is de ontwikkeling voor de locatie gegund. Op 24 februari 2023 heeft het college van B&W besloten de bieding te gunnen aan een ontwikkelende partij. Op basis van het nieuwe programma zal dit in 2024 aan uw raad worden voorgesteld om beide delen samen te voegen tot één nieuwe grondexploitatie. Op basis van de bestaande programmering wordt de grondexploitatie naar verwachting op eind 2030 afgesloten.

De Nieuwe Vogelbuurt (Holy Zuidoost) 
De Nieuwe Vogelbuurt (v.h. Holy Zuid Oost) is een herontwikkeling van een woonbuurt door stichting Waterweg Wonen. Deze grondexploitatie omvat de fasen 1 t/m 6. In totaal zullen er in de fases 1 t/m 6 422 woningen gebouwd worden. De woningen in fase 1, fase 2, fase 3A, fase 4 en fase 5 zijn opgeleverd. Ook het woonrijpmaken is hier uitgevoerd. In 2023/2024 zijn 18 woningen van fase 6 gebouwd en opgeleverd. Met het bouwrijpmaken en de bouw van de resterende 38 woningen in fase 6 wordt in 2024 gestart Er zijn tot nu toe 19 woningen in de middeldure huur opgeleverd en 256 woningen in koop bereikbaar opgeleverd. Er zijn 91 woningen opgeleverd in koop middelduur en er zijn 18 woningen opgeleverd in koop duur. Er zullen nog 28 woningen in huur duur en 10 woningen in koop middelduur gebouwd worden. In de periode 2023-2024 is de Spechtlaan, één van de hoofdontsluitingen voor fase 1, fase 2 en fase 3A, woonrijp gemaakt. Het woonrijpmaken van fase 6 en de Sperwerlaan zal aansluiting aan de bouw van de laatste woningen plaatsvinden. Aan de hand van de huidige uitgangspunten wordt de grondexploitatie naar verwachting eind 2030. 

Westwijk Centrum Nieuw 
Het college heeft in 2021 besloten om met de Stichting Ipse De Bruggen de onderhandelingen te starten voor locatie B4, om hier een kinderdagbehandelingscentrum / zorgappartementen te realiseren met daarboven ca. 60 koopappartementen. Dit heeft geleid tot een samenwerkingsovereenkomst d.d. 26 juni 2023. De planontwikkeling voor de te verkopen gronden van het Erasmusplein (i.c. locatie B4) zal opnieuw worden aanbesteed. Deze procedure van aanbesteding zal in het jaar 2024/2025 aanvangen.
Voor de ontwikkeling aan de locatie Frank van Borselenstraat (Heemtuinen) heeft de aanbesteding plaatsgevonden en is er een koop-realisatieovereenkomst ondertekend op 22 januari 2021. Inmiddels is de bouw van fase A gestart. 
Naar verwachting op basis van de huidige programmering wordt de grondexploitatie eind 2029 afgesloten. 

De gebiedsexploitatie Rivierzone is op 9 maart 2023 door uw raad  vastgesteld. Hierin zijn de twee grondexploitaties Stationsgebied Centrum en Eiland van Speyk opgenomen.

Stationsgebied Centrum (Nieuw Sluis) 
Deze ontwikkeling behoort samen met de ontwikkeling in Eiland van Speyk tot de uitvraag voor het Kerngebied Rivierzone, waarin een ontwikkelaar is geselecteerd. In verband met de provinciale vraag naar meer woningen is de nog te realiseren ontwikkeling omgevormd van circa 218 eengezinswoningen en 62 appartementen naar circa 345 appartementen. Het deelgebied ‘Galgkade’ met 141 gezinswoningen is al enkele jaren opgeleverd. Totaal komt deze ontwikkeling uit op 486 woningen. De deelgebieden  ‘Spoor & Sluis’ en ‘Parallelweg’ zijn nog niet uitgewerkt tot een passend stedenbouwkundig plan, programma en financiële consequenties. Zodra dit wel het geval is, zal dit nieuwe plan en programma aan de raad worden voorgelegd. De herziene grondexploitatie zal ook ter vaststelling aan de raad worden voorgelegd. Hierna kunnen de benodigde ruimtelijke procedures worden doorlopen voor het realiseren van de geplande woningen. 
Op basis van de programmering van de huidige circa 345 appartementen wordt de grondexploitatie naar verwachting eind 2027 afgesloten.

Eiland van Speyk
Ook deze ontwikkeling behoort tot het Kerngebied Rivierzone. In 2020 heeft de ruimtelijke onderbouwing voor het bestemmingsplan geleid tot een nieuw stedenbouwkundig plan met een groter bouwprogramma van circa 574 appartementen. De beroepsprocedures bij de Raad van State zijn inmiddels doorlopen en het bestemmingsplan is onherroepelijk. De financiële consequenties zijn in beeld gebracht, waarbij de ontwikkelaar aangeeft dat dit nog niet tot een voor hem rendabele ontwikkeling leidt. Zodra dit wel het geval is, zal het definitieve plan en programma aan de raad worden voorgelegd. De hierop gebaseerde herziene grondexploitatie zal ook aan de raad worden voorgelegd.  Op basis van de bestaande programmering wordt de grondexploitatie naar verwachting eind 2027 afgesloten.

Prognose resultaten grondexploitaties 
Voor de grondexploitaties die een negatief eindresultaat hebben, is direct bij de vaststelling een voorziening getroffen. Deze voorziening wordt jaarlijks aangepast aan het resultaat van de negatieve grondexploitatie. Als een grondexploitatie zich in de loop der jaren ontwikkelt van een positieve naar een grondexploitatie met een negatieve eindwaarde  wordt er ook een voorziening getroffen. 

Materiële vaste activa (MVA)-Strategische gronden

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Materiële vaste activa (MVA)-Strategische gronden

Onder de categorie MVA – Strategische gronden zijn de gronden opgenomen die in eigendom zijn van de gemeente en onderdeel uitmaken van de gebiedsexploitatie Rivierzone. Bij het openen van een grondexploitatie van de betreffende locatie zal (de boekwaarde van) deze grond aan de betreffende grondexploitatie worden toegevoegd Het gaat om de locaties Parallelweg 2, Touwbaankwartier en Westhavenkade tegenover de Pelmolen (Maaswijk) De gronden zullen op basis van een grondquote verkocht aan de ontwikkelaar naar aanleiding van een addendum op de Koop-, Ontwikkel- en Realisatieovereenkomst Kerngebied Rivierzone gesloten. Deze overeenkomst is een onderdeel van de Gebiedsexploitatie Rivierzone, welke is vastgesteld door uw raad van 9 maart 2023.

Verbonden partijen

Inleiding

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Inleiding

Om de beleidsdoelen van de gemeente Vlaardingen te kunnen realiseren, wordt, indien dit wenselijk wordt geacht, een belang genomen in een organisatie die aan de doelverwezenlijking kan bijdragen. De huidige wet- en regelgeving (BBV) verplicht onze gemeente om in de begroting en de jaarstukken aan te geven in welke privaatrechtelijke en publiekrechtelijke organisaties zij een bestuurlijk en/of financieel belang heeft.

Van een bestuurlijk belang is sprake als de gemeente een zetel in het bestuur van een organisatie bekleedt en/of stemrecht heeft in een vergadering van belanghebbenden. Van een financieel belang is sprake als er door de gemeente aan een organisatie financiële middelen beschikbaar zijn gesteld die verloren kunnen gaan in geval van een faillissement of als financiële problemen van een organisatie kunnen worden verhaald op de gemeente.

Inzicht in de gang van zaken bij verbonden partijen is nodig uit hoofde van bestuurlijke, beleidsmatige en/of financiële belangen. Op basis van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is een aantal financiële kengetallen weergeven per verbonden partij: de omvang van het eigen vermogen, het vreemd vermogen en het resultaat. 

 

Visie verbonden partijen

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Visie verbonden partijen

De gemeenteraad heeft op 6 april 2023 de Nota Implementatie Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen vastgesteld. Deze nota geeft inzicht in de aanvullende sturingsmogelijkheden die de wetswijziging per 1 juli 2022 biedt én beschrijft hoe daar in Vlaardingen invulling aan wordt gegeven.
Dit betekende ook de doorstart van het onderzoek naar de mate en mogelijkheden voor sturing en controle op andere verbonden partijen dan de gemeenschappelijke regelingen. Daarin wordt o.a. bezien of de aanpak met risicoprofielen ook voor deze deelnemingen passend is. De planning is dit onderzoek, na evaluatie van het werken met de risicoprofielen, tweede helft 2024 aan de raad aan te bieden. In navolgend overzicht is voor de gemeenschappelijke regelingen aangegeven welk sturingspakket op grond van het betreffende risicoprofiel is toegekend.

Financiële risico’s verbonden partijen

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Financiële risico’s verbonden partijen

De financiële risico’s van de vennootschappen zijn beperkt tot het aandelenbezit van de gemeente. Bij een faillissement van een vennootschap daalt de waarde van dit bezit tot nihil. De financiële risico’s van de gemeenschappelijke regelingen hebben geen beperking. Bij een faillissement worden de deelnemers van de gemeenschappelijke regeling volgens de verdeelsleutel aangeslagen voor eventueel resterende schulden na verkoop van de bezittingen. Gezien de aard van de werkzaamheden van de verbonden partijen is de kans op een faillissement van zowel de vennootschappen als de gemeenschappelijke regelingen klein. Uitgesloten is het niet.

Vennootschapsbelasting (VPB)

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Vennootschapsbelasting (VPB)

Per 2016 vallen uitsluitend door de gemeente beheerste entiteiten (verbonden partijen) ook onder de vennootschapsbelastingplicht (vpb-plicht) voor overheidsondernemingen. Dit betekent dat ze aan diverse extra fiscale verplichtingen moeten voldoen, wat mogelijk resulteert in een jaarlijkse vpb-afdracht.
In de jaarrekeningen van de verbonden partijen is opgenomen wat de stand van zaken is ten aanzien van de vpb-plicht.

Overzicht verbonden partijen

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Overzicht verbonden partijen

Op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) zijn we verplicht om in de paragraaf verbonden partijen een overzicht van de verbonden partijen op te nemen onderverdeeld naar gemeenschappelijke regelingen, vennootschappen en coöperaties, stichtingen en verenigingen en overige verbonden partijen. In de tabel met financiële positie verbonden partij is het eigen vermogen en het vreemd vermogen per 31-12-2023 en het gerealiseerde resultaat over 2023 opgenomen. Op de volgende pagina’s vindt u het overzicht waarin de voorgeschreven informatie is opgenomen.

Gemeenschappelijke regelingen

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Gemeenschappelijke regelingen
Metropoolregio Rotterdam Den Haag
Vestigingsplaats Den Haag
Relatie met programma Bestuur, Dienstverlening en Participatie. Vervoersautoriteit met programma verkeer en mobiliteit. Economisch vestigingsklimaat met programma onderwijs, economie en haven.
Openbaar belang en visie De gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) is in december 2014 in werking getreden. De missie van de MRDH is: De Metropoolregio Rotterdam Den Haag werkt aan een Europese topregio. De MRDH heeft tot doel het bevorderen van de samenwerking tussen de gemeenten met het oog op een voorspoedige ontwikkeling van het gebied en het beheer van de aan de regio toevertrouwde voorzieningen. Zij houdt zich daartoe bezig met: a. Het vaststellen van doelstellingen op het gebied van verkeer en vervoer en de verbetering van het economisch vestigingsklimaat; b. Het uitvoeren van de, met betrekking tot het onder a. genoemde beleid, aan de MRDH opgedragen taken en bevoegdheden. De inhoudelijke agenda’s van de Vervoersautoriteit en Economisch Vestigingsklimaat zijn hierbij leidend en de basis voor de MRDH-brede strategie.
Betrokken partijen De volgende gemeenten maken deel uit van de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag: Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Delft, Den Haag, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, Midden-Delfland, Nissewaard, Pijnacker-Nootdorp, Ridderkerk, Rotterdam, Rijswijk, Schiedam, Vlaardingen, Voorne aan Zee, Wassenaar, Westland en Zoetermeer.  Overige betrokken overheden en/of marktpartijen: Naast het bundelen van de krachten van de 21 gemeenten is samenwerking met onder meer bedrijfsleven, kennisinstellingen, omliggende regio’s zoals Drechtsteden en Leiden, de provincie en het Rijk noodzakelijk om de ambities te realiseren. De MRDH werkt daarnaast nauw samen met de Economische Programmaraad Zuidvleugel (EPZ), het triple helix orgaan van vertegenwoordigers van bedrijfsleven, overheden en kennisinstellingen. Samenwerking met omliggende regio’s en de andere partners vindt zowel plaats bij de strategische trajecten als bij de uitvoering van concrete activiteiten.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door burgemeester B. Wijbenga- van Nieuwenhuizen. Wethouder Verkeer en Vervoer B.T. Bikkers, maakt deel uit van de Vervoersautoriteit. Wethouder Economische Zaken B.T. Bikkers maakt deel uit van de Bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat. In de Adviescommissie Vervoersautoriteit hebben zitting de raadsleden L.W.M. Claessen en S. Akca. In de Adviescommissie Economisch Vestigingsklimaat hebben zitting de raadsleden G. Pappers en A. Kloosterman. Als lid van de Rekeningcommissie MRDH heeft zitting het raadslid L.W.M. Claessen.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2025 € 234.769
(begroot € 222.907 ). Het programma Vervoersautoriteit wordt geheel financieel gedekt uit de BDU-gelden.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2023 Per 31-12-2023
Eigen vermogen 33.844 36.702
Vreemdvermogen 1.550.055 1.526.355
Resultaat 455 905
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij. Als uitwerking van de Nota Implementatie Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen, vastgesteld op 6 april 2023, heeft het college op 2 april 2024 voor alle regelingen een zgn. Risicoprofiel opgesteld. Voor GR Metropoolregio Rotterdam Den Haag betreft dit het profiel 'Basis', hetgeen geen extra maatregelen met zich meebrengt voor overlegintensivering of informatieverstrekking aan de raad.
Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond
Vestigingsplaats Rotterdam
Relatie met programma Veiligheid en Handhaving
Openbaar belang en visie Op grond van de Wet op de Veiligheidsregio’s heeft de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond de volgende taken: a. Het inventariseren van risico’s van branden, rampen en crises; b. Het adviseren van het bevoegd gezag over risico’s van branden, rampen en crises in de bij of krachtens de wet aangewezen gevallen evenals in de gevallen die in het beleidsplan zijn bepaald; c. Het adviseren van het college van burgemeester en wethouders over de taal, bedoeld in artikel 3, eerste lid; d. het voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing; e. Het instellen en in stand houden van een brandweer; f. Het instellen en in stand houden van een GHOR; g. Het voorzien in de meldkamerfunctie; h. Het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel; i. Het inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de diensten van de veiligheidsregio en tussen deze diensten en de andere diensten en organisaties die betrokken zijn bij de onder d, e, f, en g genoemde taken.
Betrokken partijen De volgende gemeenten maken deel uit van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond: Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Goeree Overflakkee, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Voorne aan Zee.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door burgemeester B. Wijbenga- van Nieuwenhuizen. Wethouder B. T. Bikkers is plaatsvervangend lid.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2025: € 7.083.801
Begroot: € 6.921.833
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2023 Per 31-12-2023
Eigen vermogen 6.157 9.664
Vreemdvermogen 101.036 89.209
Resultaat 976 2.361
Risico’s 2024 is afgesloten met een tekort maar er is vertrouwen dat de VRR er alles aan gaat doen om dit tekort te laten dalen. Om deze reden zijn er momenteel geen substantiele risico's met betrekking tot deze verbonden partij. Als uitwerking van de Nota Implementatie Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen, vastgesteld op 6 april 2023, heeft het college op 2 april 2024 voor alle regelingen een zgn. Risicoprofiel opgesteld. Voor GR Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond betreft dit het profiel 'Basis', hetgeen geen extra maatregelen met zich meebrengt voor overlegintensivering of informatieverstrekking aan de raad.
DCMR Milieudienst Rijnmond
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Groen en Milieu
Openbaar belang en visie Het bevorderen van een duurzame ontwikkeling van de stad. Via de vergunningverlening Wet Milieubeheer, de afhandeling van meldingen in het kader van het Activiteitenbesluit, het uitvoeren van toezicht en handhaving en de advisering aan gemeenten op het gebied van de verschillende milieuthema’s en ruimtelijke ontwikkelingen, draagt de DCMR er mede zorg voor dat de milieubeleidsdoelen in de gemeente Vlaardingen worden behaald.
Betrokken partijen De provincie Zuid Holland en de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard (voormalig Spijkenisse en Bernisse), Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Voorne aan Zee.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door wethouder B.T. Bikkers. Wethouder I.M. Somers-Gardenier is plaatsvervangend lid.
Financieel belang Voor de uitvoering van de werkzaamheden van de DCMR voor Vlaardingen wordt jaarlijks een werkplan gemaakt. De kosten bedragen in 2025: € 2.296.696
(begroot € 2.189.090)
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2023 Per 31-12-2023
Eigen vermogen 4.403 4.410
Vreemdvermogen 10.068 11.318
Resultaat 584 607
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij. Als uitwerking van de Nota Implementatie Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen, vastgesteld op 6 april 2023, heeft het college op 2 april 2024 voor alle regelingen een zgn. Risicoprofiel opgesteld. Voor GR DCMR Milieudienst Rijnmond betreft dit het profiel 'Basis', hetgeen geen extra maatregelen met zich meebrengt voor overlegintensivering of informatieverstrekking aan de raad.
GGD Rotterdam- Rijnmond
Vestigingsplaats Rotterdam
Relatie met programma Sociaal Domein
Openbaar belang en visie Het op een proactieve wijze beschermen, bewaken en bevorderen van de gezondheid van inwoners in het bedieningsgebied van de GR GGD-RR. Gezondheid wordt gedefinieerd als een toestand van compleet fysiek, mentaal en sociaal welbevinden en is niet alleen van toepassing op de afwezigheid van ziekte of een handicap. De GR GGD Rotterdam-Rijnmond is primair verantwoordelijk voor de uitvoering van de wettelijk basistaken volgens de Wet Publieke Gezondheid. Operationeel uitvoerder is de GGD Rotterdam-Rijnmond (onderdeel van het concern Rotterdam).
Betrokken partijen De GR GGD Rotterdam-Rijnmond is een samenwerkingsverband van de volgende gemeenten: Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Goeree Overflakkee, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Voorne aan Zee.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Bestuur vertegenwoordigd door wethouder A. Proos. Wethouder J.J. Silos – Knaap is plaatsvervangend lid.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2025: € 874.186
(begroot € 822.129)
Financiële positie De GGD-RR heeft geen eigen of vreemd vermogen. De gemeenschappelijke regeling van de GGD-RR heeft geen balans en andere financiële staten om in de begroting (en jaarverslag) op te nemen aangezien de GGD-RR onderdeel uitmaakt van de gemeente Rotterdam.
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij. Als uitwerking van de Nota Implementatie Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen, vastgesteld op 6 april 2023, heeft het college op 2 april 2024 voor alle regelingen een zgn. Risicoprofiel opgesteld. Voor GR GGD Rotterdam-Rijnmond betreft dit het profiel 'Basis', hetgeen geen extra maatregelen met zich meebrengt voor overlegintensivering of informatieverstrekking aan de raad.
ROG Plus NWN
Vestigingsplaats Maassluis
Relatie met programma Sociaal Domein
Openbaar belang en visie Het bieden van maatwerkvoorzieningen ter bevordering, behoud of compensatie van zelfredzaamheid en ter ondersteuning van participatie aan ingezetenen van de gemeente die daartoe op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit hun sociale netwerk niet of onvoldoende in staat zijn. De maatwerkvoorzieningen richten zich ook op de ondersteuning van mantelzorgers. Artikel 2.3.5, lid 3 van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 legt het college daarbij de plicht op om, na onderzoek, een maatwerkvoorziening te bieden die een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid en participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven.
Betrokken partijen De gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Bestuur vertegenwoordigd door wethouder J.J. Silos – Knaap en wethouder B. Bikkers.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2025 € 63.137.900
(begroot € 54.351.800).
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2023 Per 31-12-2023
Eigen vermogen 0 0
Vreemdvermogen 793 744
Resultaat 0 0
Risico’s De financiële ontwikkeling van de gemeentelijke bijdrage blijft een aandachtspunt. Als uitwerking van de Nota Implementatie Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen, vastgesteld op 6 april 2023, heeft het college op 2 april 2024 voor alle regelingen een zgn. Risicoprofiel opgesteld. Voor GR Rogplus betreft dit het profiel 'Versterkt', hetgeen extra maatregelen met zich meebrengt voor overlegintensivering of informatieverstrekking aan de raad.
Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond
Vestigingsplaats Rotterdam
Relatie met programma Sociaal Domein
Openbaar belang en visie Het uitvoeren van de bovenlokale taken door middel van: a. Het contracteren en/of subsidiëren van aanbieders van jeugdhulp en uitvoerders jeugdreclassering en jeugdbeschermingsmaatregelen in het kader van de Jeugdwet; b. Het organiseren van een advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling; c. Het bevorderen van gezamenlijk overleg van de gemeenten voor de uitvoering van de jeugdhulptaken, die in de Jeugdwet aan de gemeenten zijn opgedragen. Deze taken zijn bovenlokaal, dat wil zeggen aanvullend en in aansluiting op het lokale aanbod.
Betrokken partijen De gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Nissewaard, Vlaardingen en Voorne aan Zee.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Bestuur vertegenwoordigd door wethouder J.J. Silos – Knaap.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2025: € 6.540.448
(begroot € 6.227.101)
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2023 Per 31-12-2023
Eigen vermogen 0 0
Vreemdvermogen 5.049 1.057
Resultaat 0 0
Risico’s De financiële ontwikkeling als gevolg van de resultaatgerichte financiering blijft een aandachtspunt. Als uitwerking van de Nota Implementatie Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen, vastgesteld op 6 april 2023, heeft het college op 2 april 2024 voor alle regelingen een zgn. Risicoprofiel opgesteld. Voor GR Jeugdhulp Rijnmond betreft dit het profiel 'Basis', hetgeen geen extra maatregelen met zich meebrengt voor overlegintensivering of informatieverstrekking aan de raad.
Stroomopwaarts MVS
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Sociaal Domein
Openbaar belang en visie De gemeenschappelijke regeling is ingesteld ter behartiging van het belang van een kwalitatief hoogwaardige en doelmatige uitvoering van de taken en bevoegdheden van de deelnemers op het gebied van het sociaal domein. Meer in bijzonder de uitvoering van de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening (werkloze werknemers en gewezen zelfstandigen), de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (art. 1.13). Vanaf 1 januari 2022 voert Stroomopwaarts eveneens de Nieuwe Wet Inburgering uit.
Betrokken partijen De gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Bestuur vertegenwoordigd door wethouders A. Proos en B.T. Bikkers.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2025 € 76.240.000
(begroot € 71.748.000)
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2023 Per 31-12-2023
Eigen vermogen 5.652 4.485
Vreemdvermogen 15.770 24.066
Resultaat 1.831 2.212
Risico’s De financiële ontwikkeling van de gemeentelijke bijdrage en kosten huisvesting SOW blijven aandachtspunten. Als uitwerking van de Nota Implementatie Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen, vastgesteld op 6 april 2023, heeft het college op 2 april 2024 voor alle regelingen een zgn. Risicoprofiel opgesteld. Voor GR Stroomopwaarts MVS betreft dit het profiel 'Versterkt', hetgeen extra maatregelen met zich meebrengt voor overlegintensivering of informatieverstrekking aan de raad.
Regionale Belasting Groep
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Financiën
Openbaar belang en visie Het heffen en invorderen van de gemeentelijke belastingen en heffingen en het uitvoeren van de werkzaamheden in het kader van de Wet Waardering onroerende zaken.
Betrokken partijen Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard, Hoogheemraadschap Delfland, gemeente Delft, gemeente Schiedam, gemeente Vlaardingen.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door wethouder B.T. Bikkers.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2025 € 1.476.000
(begroot € 1.503.000)
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2023 Per 31-12-2023
Eigen vermogen 5.228 3.796
Vreemd vermogen 366 185
Resultaat 2.439 1.010
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij. Als uitwerking van de Nota Implementatie Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen, vastgesteld op 6 april 2023, heeft het college op 2 april 2024 voor alle regelingen een zgn. Risicoprofiel opgesteld. Voor GR Regionale Belasting Groep betreft dit het profiel 'Basis', hetgeen geen extra maatregelen met zich meebrengt voor overlegintensivering of informatieverstrekking aan de raad.

Vennootschappen en coöperaties

Intergemeentelijke Reiniging-, Afvalinzameling- en Dienstverlening Organisatie (IRADO)
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Groen en Miilieu
Openbaar belang en visie Het in opdracht van de gemeente Vlaardingen uitvoeren van het inzamelen en afvoeren van huishoudelijk afval en op basis hiervan adviseren en rapporteren.
Betrokken partijen Gemeenten Vlaardingen, Schiedam en Capelle a/d IJssel zijn ieder voor 1/3 aandeelhouder.
Bestuurlijk belang De Raad van Commissarissen bestaat uit externe commissarissen: de heer B.K.A van Rijsbergen (voorzitter), mw. M.M.C. Lansbergen-Kerklaan (plv vooorzitter) en de heer H.G.M. Mogezomp. Wethouder I.M. Somers-Gardeniers bekleedt namens de gemeente Vlaardingen de rol van opdrachtgever. Wethouder B. T. Bikkers bekleedt namens de gemeente Vlaardingen de rol van aandeelhouder.
Financieel belang De deelneming staat voor € 1.196.000,- op de balans van de gemeente Vlaardingen.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2023 Per 31-12-2023
Eigen vermogen 19.079 18.590
Vreemdvermogen 21.387 23.017
Resultaat 1.239 141
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
Waterbedrijf Evides
Vestigingsplaats Rotterdam
Relatie met programma Groen en Miilieu
Openbaar belang en visie Met de deelneming wordt beoogd invloed uit te oefenen op het beleid van watervoorziening en tariefstelling. Door een aantal fusies is de invloed van de gemeente de afgelopen jaren sterk afgenomen. De gemeente heeft op dit moment nog 1,8% van het totale aandelenpakket in bezit.
Betrokken partijen De aandelen van Waterbedrijf Evides zijn voor 50% in handen van de vroegere aandeelhouders van Delta Waterbedrijf en voor de andere 50% in handen van de vroegere aandeelhouders van Waterbedrijf Europoort. De laatste groep bestaat uit 24 gemeenten uit deze regio, waaronder de gemeente Vlaardingen.
Bestuurlijk belang De gemeente heeft stemrecht in de algemene vergadering van aandeelhouders. De gemeente Vlaardingen wordt hierin vertegenwoordigd door wethouder B. T. Bikkers.
Financieel belang De deelneming staat voor € 245.041,- op de balans van de gemeente Vlaardingen.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2023 Per 31-12-2023
Eigen vermogen 583.100 593.300
Vreemdvermogen 798.800 877.000
Resultaat 46.100 31.200
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
Werkbedrijf Vlaardingen
Vestigingsplaats Vlaardingen
Relatie met programma Sociaal Domein
Openbaar belang en visie Het in opdracht van de Gemeente Vlaardingen uitoefenen van (delen) van de Wet Sociale Werkvoorziening en de Wet Werk en Bijstand. Het uitoefenen van het formeel werkgeverschap voortvloeiende uit het voorgaande. De BV wordt vereffend.
Betrokken partijen Gemeente Vlaardingen
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen houdt 100% van de aandelen. De gemeente Vlaardingen wordt in de aandeelhoudersvergadering vertegenwoordigd door wethouder B.T. Bikkers. De gemeentecontroller fungeert als statutair bestuurder ten behoeve van de vereffening van de BV.
Financieel belang Er zijn aandelen (gewaardeerd op € 18.000) in bezit bij de gemeente Vlaardingen. Deze verbonden partij is in liquidatie.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2023 Per 31-12-2023
Eigen vermogen N.n.b. N.n.b.
Vreemdvermogen N.n.b. N.n.b.
Resultaat N.n.b. N.n.b.
Risico’s Geen
Bank Nederlandse Gemeenten
Vestigingsplaats Den Haag
Relatie met programma Financiën
Openbaar belang en visie De Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) stelt zich ten doel gemeenten en andere decentrale overheden te ondersteunen bij hun maatschappelijke activiteiten middels het aanbieden van tal van bancaire diensten. Onze gemeente levert door haar deelneming een bijdrage hieraan.
Betrokken partijen De aandelen van de Bank Nederlandse Gemeenten zijn voor 50% in handen van het Rijk en voor de resterende 50% in handen van gemeenten. Onze gemeente heeft een belang van 0,36% in de bank.
Bestuurlijk belang De gemeente heeft stemrecht in de algemene vergadering van aandeelhouders. De gemeente Vlaardingen wordt hierin vertegenwoordigd door wethouder B. T. Bikkers.
Financieel belang De deelneming staat voor € 33.807 op de balans van de gemeente Vlaardingen.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2023 Per 31-12-2023
Eigen vermogen 4.615 4.721
Vreemdvermogen 107.459 110.834
Resultaat 300 254
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
Stadsherstel Maassteden
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Financiën
Openbaar belang en visie Opknappen en behouden van gebouwd erfgoed in Vlaardingen, Maassluis en Schiedam.
Betrokken partijen Het Fonds Schiedam Vlaardingen e.o., de gemeenten Schiedam, Vlaardingen en Maassluis zijn sinds januari 2018 aandeelhouders.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt hierin vertegenwoordigd door wethouder B. T. Bikkers.
Financieel belang De deelneming staat voor € 100.000 op de balans van de gemeente Vlaardingen.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2023 Per 31-12-2023
Eigen vermogen 2.201 3.143
Vreemdvermogen 1.263 902
Resultaat -273 -327
Risico’s Geen
Coöperatief beheer groengebieden Midden-Delfland
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Sport en recreatie
Openbaar belang en visie De coöperatie stelt zich ten doel de leden te faciliteren in de doelmatige en rechtmatige uitvoering van beheer- en onderhoudstaken ter zake van groengebieden in Midden-Delfland en al hetgeen met het vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.
Betrokken partijen De gemeenten Delft , Midden-Delfland, Maassluis, Schiedam, Vlaardingen en Westland.
Bestuurlijk belang Wethouder L. van Kalken is door het college van B&W benoemd als lid van de algemene deelnemersvergadering.
Financieel belang De bijdrage van de gemeente Vlaardingen aan het CBG bedraagt € 573.354 per jaar.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2023 Per 31-12-2023
Eigen vermogen 4.648 4.752
Vreemdvermogen 2.483 3.406
Resultaat 18 208
Risico’s Geen

Wet open Overheid

Inleiding

Terug naar navigatie - Wet open Overheid - Inleiding

Aanleiding
Per 1 mei 2022 is de nieuwe Wet open overheid (Woo) in werking getreden, die de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) vervangt. Het grote verschil tussen de Woo en de Wob betreft de actieve openbaarmaking van documenten behorende tot 11 informatiecategorieën. Deze verplichting zal de komende jaren stapsgewijs worden ingevoerd. Hiervoor is een landelijke planning opgesteld die aangeeft wanneer welke categorie bij Koninklijk Besluit verplicht zal worden gesteld. De verwachting is dat de volledige implementatie van de Woo medio 2026 zal zijn afgerond.

Acties 2025
In 2025 zetten we de verbetering van de informatiehuishouding en implementatie van het zaaksysteem voort. Daarbij worden de werkprocessen verder geoptimaliseerd en zodanig ingericht dat bij de creatie van informatie rekening gehouden wordt met een eventuele openbaarmaking op een later moment. 
Verder zullen in de eerste helft van 2025 een publicatieplatform (voor het openbaar maken van de verplichte categorieën) en een laktool (voor het redigeren en anonimiseren van te publiceren documenten) worden opgeleverd en in gebruik genomen.
Tot slot werken we verder aan de bewustwording van de organisatie waar het gaat om werken voor de openbaarheid en goed informatiebeheer.

Stadsprogramma's

Inleiding

Terug naar navigatie - Stadsprogramma's - Inleiding

Inmiddels werken we ruim twee jaar aan de Stadsprogramma’s; acht programma’s waarmee we de focus leggen op gebieden en thema’s die kansen bieden om onze stad meer tot groei en bloei te brengen. In het voorjaar van 2024 maakten we een tussenbalans op: wat is er bereikt en wat gaan we doen. Die tussenbalans geeft ons meer inzicht en daarmee de mogelijkheid om nog gerichter te werken aan een stad waar het fijn wonen, werken en recreëren is. 

Met nog meer dan een jaar voor de boeg, gaan we nog veel realiseren. Voor de komende tijd hebben we voor de meeste acties voldoende budget. Maar na de looptijd van de stadsprogramma’s zien we wel uitdagingen om voldoende in te blijven zetten op de thema’s die we deze jaren extra aandacht kunnen geven. Die uitdagingen liggen zowel in het vinden van voldoende financiële middelen als in de krapte op de arbeidsmarkt die het moeilijk maakt om cruciale specialistische functies te vervullen. Voor dat laatste probleem starten we een gerichte arbeidsmarktcampagne op. 

De financiële basis voor de Stadsprogramma’s Nieuwe Rivierzone, Nieuwe Westwijk en Nieuwe Binnenstad wordt verstrekt vanuit de Algemene Reserve.

In de onderstaande paragrafen nemen we u per stadsprogramma mee in de ontwikkelingen en onze plannen voor 2025.

Zorgzaam Vlaardingen

Inleiding

Terug naar navigatie - Zorgzaam Vlaardingen - Inleiding

'Een hoopvolle toekomst in een stad waar wordt omgezien naar jou'

Iedereen die hulp nodig heeft, moet die tijdig kunnen krijgen. We willen er zijn als iemand hulp nodig heeft, zorgen voor kwalitatief goede zorg, meer ruimte voor maatwerk geven en de menselijke maat het uitgangspunt laten zijn. Dit is ook de basisgedachte achter de door ons ingezette transformatie van het sociaal domein. 

We geloven erin dat de beste manier om problemen aan te pakken is om ze te voorkomen. Preventief handelen kan op allerlei gebieden. Armoede kan leiden tot veel zorgen en is daarom een speerpunt in de aanpak. Zonder huis, baan, opleiding, voldoende mogelijkheden om te bewegen en een stabiel thuisfront is het moeilijk om jezelf te ontwikkelen. Daarom werken we in onze preventieve aanpak aan deze basisvoorwaarden.  Hierbij hebben we de volgende vier doelstellingen:

  • Vlaardingers zijn maatschappelijk actief en kunnen voor zichzelf en elkaar zorgen
  • Vlaardingers zijn (langer) vitaal en gezond
  •  Vlaardingers kunnen zich ontwikkelen en ontplooien
  • Vlaardingers kunnen zo lang mogelijk zelfstandig en veilig wonen en leven

Voor Zorgzaam Vlaardingen hebben we drie focuspunten benoemd:

  1. Armoede
  2. Gezondheid
  3. Sport en Bewegen

Daarnaast zetten we een aantal acties in die overkoepelend zijn aan deze focuspunten. Tot slot hangt dit Stadsprogramma ook samen met de door ons ingezette transformatie van het sociaal domein. De acties die daarbij horen vallen echter onder ambitie 18 binnen het Programma Sociaal Domein van deze begroting.

Ambities

Terug naar navigatie - Zorgzaam Vlaardingen - Ambities

Overkoepelend

Terug naar navigatie - Zorgzaam Vlaardingen - Ambities - Overkoepelend

Sommige acties binnen Zorgzaam Vlaardingen richten zich op meerdere focuspunten of op het bredere sociaal domein. Deze staan hieronder beschreven.

Acties

Armoede

Terug naar navigatie - Zorgzaam Vlaardingen - Ambities - Armoede

Inwoners begeleiden naar (beter) betaald werk, zodat er minder mensen onnodig langs de kant staan. Voorkomen van (grote) financiële problemen en ervoor zorgen dat mensen met schulden hun leven zo snel mogelijk weer zonder onnodige onzekerheden en druk kunnen oppakken. Aandacht hebben voor de relatie tussen armoede en schulden en het hebben van te weinig basisvaardigheden. Daarop gaan we inzetten om armoede en schulden duurzaam aan te pakken.

Acties

Gezondheid

Terug naar navigatie - Zorgzaam Vlaardingen - Ambities - Gezondheid

Een goede gezondheid is een van de ingrediënten van een gelukkig leven. De gemeente Vlaardingen wil daarom investeren in een betere gezondheid van haar inwoners. In onze lokale gezondheidsnota benoemen we de volgende ambitie van ons gezondheidsbeleid: De gemeente Vlaardingen werkt aan een gezond en vitaal Vlaardingen, waar alle inwoners een goede kwaliteit van leven ervaren. Zij hebben een gelijke kans om gezond op te groeien, gezond te leven, mee te doen en gezond ouder te worden.

In de nota geven we aanzet tot nieuw op te stellen beleid en krijgen bestaande en succesvolle initiatieven een plek. De nota is gericht op de toekomst, geeft weer waar de gemeente voor staat en drukt uit wat Vlaardingen wil bereiken. Kernwaarden zijn: preventie, positieve gezondheid, werken aan achterliggende problematiek en domeinoverstijgend denken en samenwerken. 

Acties

Sport en Bewegen

Terug naar navigatie - Zorgzaam Vlaardingen - Ambities - Sport en Bewegen

Iedere Vlaardinger moet kunnen sporten of bewegen. We zetten sport in als preventief middel om gezondheidsgerelateerde en sociale problematiek te voorkomen. Meer Vlaardingers halen de beweegnorm. Sport draagt bij aan minder verzuim en schooluitval, bestrijding van eenzaamheid en vroegsignalering van psychische, financiële en sociale problematiek. Meer Vlaardingers hebben een beweegvriendelijke leefomgeving.

Acties

Financiële middelen

Terug naar navigatie - Zorgzaam Vlaardingen - Financiële middelen

Voor dit stadsprogramma hebben wij in onderstaande tabel opgenomen welke bedragen de komende jaren beschikbaar zijn en binnen welk onderdeel van de programmabegroting wij deze middelen hebben begroot.

Bedragen x € 1.000) 2025 2026 2027 2028 Programma
Zorgzaam Vlaardingen 644 654 666 Sociaal Domein
Voorkomen en bestrijden van armoede en schulden; Kansfonds en Jongerenperspectieffonds, incidenteel 0 Sociaal Domein
Totaal 644 654 666 0

Nieuwe Rivierzone

Inleiding

Terug naar navigatie - Nieuwe Rivierzone - Inleiding

Inleiding

Een stoere nieuwe stadswijk aan de Maas. Dat wordt de Rivierzone. Hier wonen, werken en studeren Vlaardingers straks tussen het historisch centrum, de pakhuizen en de Nieuwe Maas. Een weidse industriële omgeving waar je vanuit je raam, of vanuit het nog te ontwikkelen Maaspark, spectaculair zicht hebt op voorbijvarende schepen. 


De belangrijkste pijlers van dit stadsprogramma zijn de (woning)bouwontwikkelingen en de herinrichting van de gehele openbare ruimte en infrastructuur. Daarnaast wordt gestuurd op het fysiek mogelijk maken en zorgdragen voor het laten realiseren van voorzieningen, zoals scholen, zorg, horeca, werkplaatsen en kantoren. Hierdoor ontstaat een nieuw stadsdeel, met een stoer en groen jasje. Een stadsdeel waar volop bedrijvigheid is en waar mensen langs de kaden flaneren en genieten van het Maaspark met zicht op de Nieuwe Maas .


Wonen gebeurt in de 2500 tot 3000 huizen die we samen met ontwikkelaars de komende jaren toevoegen aan dit gebied. De Rivierzone wordt een wijk waar iedere Vlaardinger een fijn en betaalbaar dak boven het hoofd kan vinden. 

Voor de Rivierzone zijn de volgende pijlers benoemd, die uitgewerkt zijn in de plannen voor 2025 met een doorkijk naar 2028.

Ambities

Terug naar navigatie - Nieuwe Rivierzone - Ambities

Openbare ruimte en infrastructuur

Terug naar navigatie - Nieuwe Rivierzone - Ambities - Openbare ruimte en infrastructuur

Acties

Voorzieningen

Terug naar navigatie - Nieuwe Rivierzone - Ambities - Voorzieningen

Acties

Financiële middelen

Terug naar navigatie - Nieuwe Rivierzone - Financiële middelen

Voor dit stadsprogramma hebben wij in onderstaande tabel opgenomen welke bedragen de komende jaren beschikbaar zijn 
De tussentijdse winstnemingen vanuit de grondexploitaties, die onderdeel uitmaken van de gebiedsexploitatie Rivierzone, worden samen met de bijdrage uit het collegeprogramma (€ 4,6 mln. in 2025) toegevoegd aan de bestemmingsreserve Rivierzone. Op deze manier blijft de benodigde dekking voor de verliesgevende grondexploitaties en de inrichting van de openbare ruimte binnen de gebiedsexploitatie beschikbaar.

Bedragen x € 1.000) 2025 2026 2027 2028 Programma
Coalitieakkoord, incidenteel* 4.600 0 0 0 Wonen
(Woning)bouwontwikkelingen -498 -629 -604 -604
Openbaar ruimte en infrastructuur -14.512 -13.786 -9.675 -9.675
Plankosten en VTU -1.011 -1.011 -722 -722
Indexering investeringen *** -165 -164 -118 -120
Grondopbrengsten (woning)bouw 7.286 12.066 12.051 6.604
Algemene programmabijdragen 300 300 300 300
Indexering opbrengsten *** 82 137 140 80
Kostenverhaal 2.240 0 0 0
Subsidies** 22.334 0 0 0
Totaal 20.656 -3.087 1.372 -4.138

Nieuwe Binnenstad

Inleiding

Terug naar navigatie - Nieuwe Binnenstad - Inleiding

De Binnenstad heeft een impuls nodig. We hebben nu te maken met een gedateerde binnenstad, met een sterk verouderde woningvoorraad, te veel leegstand in het kernwinkelgebied en criminaliteit. Dat moet anders; beter en mooier. We gaan daarom de binnenstad rigoureus aanpakken. We maken plannen om te gaan slopen, nieuwbouwen en verbouwen. 

We tonen, samen met vastgoedeigenaren en projectontwikkelaars, lef om te werken aan een binnenstad die voelt als een woonkamer voor elke inwoner. De binnenstad moet ons visitekaartje zijn. Het moet een plek zijn waar je wilt zijn en wilt (ver)blijven. Samen maken we van de binnenstad het hart van de gemeente vol groen en gezelligheid waar iedere inwoner en bezoeker zich thuis voelt. Nu en in de toekomst.

De komende jaren zetten we onomkeerbare stappen om dit te bereiken. Op de korte termijn zullen we de openbare ruimte aanpakken qua bestrating, vergroening en straatmeubilair. Voor de langere termijn maken we een ambitieus plan waarin we gezamenlijk met vastgoedeigenaren en ontwikkelaars investeren in de binnenstad. Door samen te werken met ondernemers en bewoners, maken we van onze binnenstad een levendig centrum. Als gemeente investeren we in de openbare ruimte en voegen voorzieningen en cultuur, toe zodat ook buiten kantoortijden de binnenstad gaat leven. We zorgen dat het Liesveldpark een groene plek wordt waar mogelijkheden zijn voor bewegen en evenementen. Het Veerplein moet de huiskamer van de stad worden, waar je, zittend op een terras, kunt genieten van optredens en evenementen.

Ambities

Terug naar navigatie - Nieuwe Binnenstad - Ambities

Ambities 2025

Terug naar navigatie - Nieuwe Binnenstad - Ambities - Ambities 2025

Momenteel zijn we bezig met een herijking van het programma Levendige Binnenstad uit 2018 om op basis van de ambities in de nieuwe Omgevingsvisie tot een gebiedsgericht omgevingsprogramma nieuwe Binnenstad te komen. Vooruitlopend daarop gaan we in 2025 het volgende doen: 

Acties

Financiële middelen

Terug naar navigatie - Nieuwe Binnenstad - Financiële middelen

Voor dit stadsprogramma hebben wij in onderstaande tabel opgenomen welke bedragen de komende jaren beschikbaar zijn en binnen welk onderdeel van de programmabegroting wij deze middelen hebben begroot.

Bedragen x € 1.000) 2025 2026 2027 2028 Programma
Beschikbaar budget 2.936 418 428 433 Onderwijs, Economie en Haven
Geraamde lasten
Proceskosten 1.579 1.447 1.893 7.720
Uitvoeringskosten 2.000 1.450 3.600 5.250
subtotaal 3.579 2.897 5.493 12.970
Geraamde baten
Opbrengsten/exploitatiebijdrage 2.000 1.000
Opbrengsten Plankosten 150 150 150 150
Subsidies 2.651 3.718
subtotaal 150 150 4.801 4.868
Totaal -492 -2.329 -264 -7.669

Reserve

Terug naar navigatie - Nieuwe Binnenstad - Reserve
Reserves (bedragen x € 1.000) 01-01-2025 + - 31-12-2025 + - 31-12-2026 + - 31-12-2027 + - 31-12-2028
WLZ Reserve revitalisering binnenstad 254.292 238.117 492.409 0 2.328.928 2.328.928 264.230 2.593.158 7.668.725 10.261.883
Totaal 254.292 238.117 492.409 0 2.328.928 0 2.328.928 264.230 0 2.593.158 7.668.725 0 10.261.883

Reserve Revitalisering Binnenstad
De reserve is voor dekking van uitgaven aan projecten die er aan bijdragen dat de binnenstad een aantrekkelijk verblijfsgebied wordt en blijft.  Het totaal van de stortingen vanaf  2025 tot en met 2028 bedraagt in totaal 10,5 miljoen. Deze reserve wordt volledig onttrokken ter dekking van uitgaven binnen het focuspunt Gave en Levendige Binnenstad binnen het stadsprogramma Nieuwe Binnenstad.

Nieuwe Westwijk

Inleiding

Terug naar navigatie - Nieuwe Westwijk - Inleiding

'Een wijk die verwondert en inwoners een kans op een mooie toekomst biedt'

De Westwijk moet een wijk worden waarin mensen graag willen wonen, werken, leren en elkaar ontmoeten. Waar jongeren hun energie kwijt kunnen op het voetbalveld, waar bewoners elkaar op straat begroeten en waar winkeliers met een veilig gevoel kunnen ondernemen. Ook een wijk die veerkracht kent; een goede mix van woningen, sociale structuren en onderwijsmogelijkheden om de leefbaarheid in balans te houden. 

Binnen 20 jaar kunnen kinderen en jongeren in de Westwijk hun talenten optimaal ontwikkelen, kiezen zij voor een opleiding die past bij hun talenten en duurzaam arbeidsmarktperspectief biedt en halen ze minimaal een startkwalificatie voor de arbeidsmarkt.

In het kader van ‘It takes a village to raise a child' is beredeneerd welke ambities bijdragen aan onze missie. Deze ambities zijn onverdeeld in vijf thema’s: Het Kind, de Ouders, Werk en Opleiding, Veiligheid en Leefbaarheid.


De gemeente is onderdeel van de stuurgroep Westwijk. De stuurgroep en het programmabureau hebben een eigenstandige positie waarbij het programmabureau de stuurgroep ondersteunt. De burgemeester is onafhankelijk voorzitter en de portefeuillehouder van het stadsprogramma Westwijk neemt inhoudelijk deel.
Samen met de partners in de stuurgroep houdt de gemeente zich bezig met de volgende doelen:

1: Het Kind
Elk kind heeft gelijke kansen op een mooie toekomst door goed onderwijs met een duurzaam arbeidsmarktperspectief, het opdoen van zelfvertrouwen en ruimte om zijn/haar talenten te ontwikkelen.

2: De Ouders
Gelijke kansen voor kinderen worden ook bepaald door een stabiel thuis. Dat betekent dat gezinnen in
de Westwijk kunnen rondkomen met hun inkomen, de taal spreken en gezond leven.

3: Werken aan de Toekomst
Inwoners in de Westwijk zijn zoveel mogelijk aan het werk. Werk is belangrijk voor iedereen: inwoners verdienen daarmee hun eigen inkomen, ontwikkelen zich, doen sociale contacten op, hebben meer gevoel van eigenwaarde en zijn gelukkiger en gezonder.

4: Veilige buurten
In de Westwijk voelt iedereen zich veilig; thuis, op straat en op school. Jongeren kiezen voor een toekomstperspectief buiten de criminaliteit. 

5: Plezierig wonen en verblijven
In de wijk is het fijn wonen en verblijven. De Westwijk heeft een goed aanbod van woningen en een openbare ruimte die schoon en heel is en die ingericht is op ontmoeting . Bewoners voelen zich verbonden met elkaar en de wijk.

De gemeente is ervoor verantwoordelijk om het nationaal programma en programmabureau zo goed mogelijk te faciliteren om deze doelen te behalen. Dat wordt gedaan door:
•    Het zijn van rechtspersoon
•    Vervullen van de werkgeversrol
•    Bijhouden van de financiële administratie 
•    Zorgen voor aanhaking van de verschillende professionals binnen de interne organisatie

Vanuit de programma's  'Preventie met gezag' en 'kansrijke Wijk' worden ook in 2025 verschillende activiteiten en interventies uitgevoerd. Deze zijn terug te vinden in de plannen die zijn gehonoreerd door het Rijk.

Ambities

Terug naar navigatie - Nieuwe Westwijk - Ambities

Het Kind

Terug naar navigatie - Nieuwe Westwijk - Ambities - Het Kind

Elk kind heeft gelijke kansen op een mooie toekomst door  goed onderwijs met een duurzaam arbeidsmarktperspectief het opdoen van zelfvertrouwen en ruimte om zijn/haar talenten te ontwikkelen.

1.    Ouders kunnen structureel financieel rondkomen 
2.    Ouders kunnen zich redden en uiten in de Nederlandse taal
3.    Ouders van de Westwijk zijn gezond 

De Ouders

Terug naar navigatie - Nieuwe Westwijk - Ambities - De Ouders

Iedereen doet mee. Ouders in de Westwijk kunnen rondkomen met hun inkomen, spreken de taal en leven gezond.

1.    Kinderen kunnen hun talenten optimaal ontwikkelen
2.    Leerlingen kiezen een opleiding die past bij hun talenten & passie en die duurzaam arbeidsmarktperspectief biedt
3.    Alle leerlingen behalen hun startkwalificatie

Werken aan de Toekomst

Terug naar navigatie - Nieuwe Westwijk - Ambities - Werken aan de Toekomst

In de wijk is het fijn wonen en verblijven. De Westwijk heeft een goed aanbod van woningen en een openbare ruimte die schoon, heel en gericht op ontmoeting is. Bewoners voelen zich verbonden met elkaar en de wijk.

1.    Er is een goed, kwalitatief en gevarieerd aanbod van woningen voor de verschillende bewoners van de Westwijk
2.    De openbare ruimte is schoon & heel
3.    Bewoners voelen zich verbonden met elkaar op portiek-, buurt- en wijkniveau

Veilige buurten

Terug naar navigatie - Nieuwe Westwijk - Ambities - Veilige buurten

Inwoners in de Westwijk voelen zich veilig thuis, op straat en op school. Jongeren kiezen voor een toekomstperspectief buiten de criminaliteit.

1.    Inwoners voelen zich veilig in de wijk 
2.    Jongeren kiezen voor een toekomstperspectief buiten de criminaliteit
3.    Vermindering van impactvolle delicten: drugsoverlast, huiselijk geweld en overbewoning

Financiële middelen

Terug naar navigatie - Nieuwe Westwijk - Financiële middelen

Voor dit stadsprogramma hebben wij in onderstaande tabel opgenomen welke bedragen de komende jaren beschikbaar zijn en binnen welk onderdeel van de programmabegroting wij deze middelen hebben begroot.

Bedragen x € 1.000) 2025 2026 2027 2028 Programma
Nieuwe Westwijk 550 558 566 Sociaal Domein
Bijdragen partners 100 100 100 Sociaal Domein
Spuk Kansrijke wijk 475 Sociaal Domein
Totaal 1.125 658 666 0

Voor 2025 hebben we ook nog eenmalig € 475.000 vanuit het Rijk voor ondersteuning vanuit het programmabureau.

Nieuwe Energie

Inleiding

Terug naar navigatie - Nieuwe Energie - Inleiding

Inleiding
'Een stad die minder afhankelijk is van fossiele energiebronnen'

Een stad die in zijn energie en warmte voorziet door middel van duurzame bronnen. Dat is hoe Vlaardingen er in de toekomst uit moet zien. Doordat aardgas als logische bron van warmte gaat verdwijnen, ontkomen we er niet aan om ons voor te bereiden op een andere manier van energie- en warmtevoorziening. 

Alleen samen kunnen we de omslag maken. We zetten daarom in samenspraak met de gemeenteraad, inwoners, organisaties en bedrijven concrete stappen in de energie- en warmtetransitie en energiebesparing. Natuurlijk pakken we daarin zelf onze eigen verantwoordelijkheid en stimuleren we anderen om dat ook te doen. Degenen voor wie dat een uitdaging is door onvoldoende eigen middelen, gaan we helpen. Niet alleen zetten we zo een stap richting een duurzamere toekomst, maar zo blijft ook de energierekening betaalbaar voor iedereen. 

De energie-infrastructuur is een basisvoorziening die op orde moet zijn om onze maatschappij en economie goed te laten functioneren. De nieuwe duurzame energie-infrastructuur gaat extra ruimte vragen. We zien een verschuiving van het verwarmen met aardgas naar verwarmen met elektriciteit en warmtenetten. 

De energietransitie is volop in ontwikkeling, mede door de forse investeringen vanuit diverse overheden, de ontwikkeling van wet- en regelgeving, marktontwikkelingen en hoe onze eigen inwoners en ondernemers inspelen of reageren op de energietransitie. Dit stadsprogramma is daarom zeer dynamisch. Veel doelen worden gerealiseerd en we leren ook van wat minder goed werkt. Om de gemeenteraad hier goed over te blijven informeren, is het instellen van een raadswerkgroep een mooie aanvulling op de memo’s en voortgangsrapportages die soms naar de raad worden gestuurd.

Stedin voorziet dat in 2050 circa 2,5 keer meer elektriciteit gebruikt zal worden. Daardoor zullen onder andere circa 55 tot 86 extra distributiestations moeten worden gerealiseerd. Hoe meer we gebruik maken van een warmtenet, hoe minder distributiestations er nodig zijn. Ook warmteoverdrachtsstations vragen ruimte. De huidige problematiek met netcongestie is ook in onze regio merkbaar. Dit heeft een remmend effect op andere ontwikkelingen in de stad, waaronder onze bouwopgave en de opwekking van meer hernieuwbare energie.

Wij geven uitvoering aan het stadsprogramma Nieuwe Energie, en later het omgevingsprogramma energie. Dit doen wij via een viertal sporen:

  1. Energie als strategische opgave: hierin zoeken we de aansluiting op ruimtelijke ontwikkelingen in de regio, provincie maar bijvoorbeeld ook de NOVEX.
  2. Warmte: in dit spoor richten we ons op het verwarmen van woningen en utiliteit (gebouwde omgeving). Enerzijds door energiebesparing (energiehulp) m.b.v. het isolatieprogramma, en anderzijds door te zoeken naar alternatieven voor aardgas.
  3. Elektriciteit: in dit spoor richten we ons op het elektriciteitsnet waaronder opwek van hernieuwbare energie, opslag en transport. Aanpakken van netcongestie krijgt hierin steeds meer prioriteit.
  4. Energie als uitvoerende opgave: de energietransitie gebeurt vooral buiten de deuren van het gemeentehuis. We moeten inwoners en ondernemers waar mogelijk op weg helpen in de energietransitie. Dit doen we in het op te richten Serviceloket Wonen en Energie.

Ambities

Terug naar navigatie - Nieuwe Energie - Ambities

20% energie besparen in 2030 t.o.v. 2014

Terug naar navigatie - Nieuwe Energie - Ambities - 20% energie besparen in 2030 t.o.v. 2014

Voor iedereen die aan de slag wil met het verduurzamen van de woning (ook de woningeigenaren in de aardgasvrije wijken) gaan wij het Servicepunt Woningverbetering uitbreiden met een Energieloket waar mensen terecht kunnen voor informatie, advies en ondersteuning en geholpen worden bij het verkrijgen van financiering en/of subsidies. Wij onderzoeken of een nieuw (of een aangepast en/of uitgebreid) revolverend fonds meerwaarde heeft om Verenigingen van Eigenaren extra te ondersteunen. Dit fonds maakt  het mogelijk laagrentende leningen te verstrekken aan VVE’s die naast woningverbetering aan de slag willen met verduurzamen.

Met informatie, voorlichting en handhaving bevorderen wij: CO2-arme nieuwbouw van woningen en utiliteitsgebouwen; de energiebesparingsplicht van bedrijven en toetsen wij op de energielabel C verplichting voor kantoorpanden (vanaf 2023). Naast ons eigen gemeentelijk vastgoed stimuleren wij het verduurzamen van het andere  maatschappelijke vastgoed en het commerciële vastgoed in de stad.

Acties

Per jaar gemiddeld 1.200 woningen en 140 utiliteitsgebouwen aardgasvrij tot 2030

Terug naar navigatie - Nieuwe Energie - Ambities - Per jaar gemiddeld 1.200 woningen en 140 utiliteitsgebouwen aardgasvrij tot 2030

De huidige coalitieperiode staat voor de energietransitie in het teken van het fundament leggen om exponentiele groei te kunnen gaan realiseren om uiteindelijk tegen 2030 op gemiddeld 1200 woningen per jaar te komen, zoals afgesproken in het coalitieakkoord Groei & Bloei. Hierin kiezen wij voor een combinatie van top-down en bottom-up aanpak.

Top-down: in samenwerking belangrijkste stakeholders (woningbouwcorporaties, Stedin, etc.) tot integrale toekomstplannen komen (daar vraagt de energietransitie namelijk om). In een nieuw op te stellen Warmteprogramma (de opvolger van de Transitievisie Warmte) zullen we het tijdspad tot 2050 verder concretiseren. Daarnaast bundelen we regionaal de krachten richting Rijksoverheid om te zorgen dat er een sterker (betaalbaar) aanbod voor warmtenetten kan komen.
Bottom-up: de pilot aardgasvrij zijn we aan het opschalen van woningen naar een straataanpak, waarbij we bewoners heel concreet ondersteunen middels advies en subsidies om hun huis aardgasvrij te maken.
 
Tevens wordt een brede aanpak om woningen in Vlaardingen te isoleren uitgerold. Dit varieert van kleine maatregelen voor bewoners met een kleine portemonnee tot een brede collectieve inkoopactie voor alle Vlaardingse woningeigenaren

Acties

Drie buurten aardgasvrij in 2032

Terug naar navigatie - Nieuwe Energie - Ambities - Drie buurten aardgasvrij in 2032

Wij geven samen met bewoners, woningcorporaties, eigenaren van maatschappelijk en commercieel vastgoed, de netbeheerder en huurders uitvoering aan een tweetal startbuurten om aardgasvrij te worden: Drevenbuurt en Hoofdstedenbuurt. 

In 2025 willen wij in de Drevenbuurt een door de buurt gedragen Wijkuitvoeringsplan vaststellen waarin is aangegeven hoe deze buurten binnen 8 tot 10 jaar op een haalbare en betaalbare manier aardgasvrij gaan worden. Samen met Duurzaam op Dreef is in de Drevenbuurt onderzoek gedaan naar diverse duurzame alternatieven voor aardgas. Uit dit onderzoek is gebleken dat het voor de bewoners het meest aantrekkelijk is om aan te sluiten op een nog aan te leggen bronnet. Dit is een laagtemperatuurnetwerk uit een lokale bron waarbij bewoners zelf middels een warmtepomp de warmte op een temperatuur brengen die de woning nodig heeft. Deze warmtevoorziening kent relatief lage maandlasten en heeft als bijkomend voordeel dat de woningen in de zomer ook gekoeld kunnen worden.

Na een laatste technisch onderzoek naar o.a. de bodem kan gestart worden met het betrekken van een warmtebedrijf (met publiek meerderheidsbelang) dat een aanbod doet aan bewoners om aangesloten te worden op het bronnet. De gemeente is bereid om een substantiële bijdrage hiervoor te doen. Het is belangrijk dat het aanbod zowel betaalbaar blijft voor de bewoner als voor de gemeente. We stellen daarom vast dat het aanbod voor de bewoner maximaal € 6.000,-  mag kosten en dat de gemeente per huishouden maximaal € 5.000,- begroot . De komende tijd gaan we verkennen of het binnen deze randvoorwaarden gerealiseerd kan worden. Op basis van dit aanbod inventariseert het toekomstige warmtebedrijf welke bewoners er mee doen en stellen we samen met dit warmtebedrijf en in overleg met de bewoners in 2025 een Wijkuitvoeringsplan op voor de nieuwe collectieve warmtevoorziening. Daarnaast houdt iedereen de vrijheid om voor een eigen individuele oplossing te kiezen.

In de Hoofdstedenbuurt doen wij samen met de woningcorporaties en Stedin onderzoek naar de haalbaarheid van een warmtenet dat zijn warmte betrekt van WarmtelinQ. Regionaal werken we aan een plan om ervoor te zorgen dat warmtenetten een duurzaam en betaalbaar alternatief voor bewoners worden.  Dit kan als uitkomst hebben dat we grotere delen van Holy aardgasvrij willen maken met een warmtenet. Hiermee zou dan ook het voornemen om met een derde buurt aan de slag te gaan worden ingevuld. 

Wij werken mee aan de realisatie van WarmtelinQ waarmee wij de voorwaarden creëren om later grote delen van Vlaardingen (met name oudere wijken met gestapelde bouw) op een betaalbare wijze aan te sluiten op een collectief warmtenet.

Acties

27 Megawatt windenergie in 2025 (vergund)

Terug naar navigatie - Nieuwe Energie - Ambities - 27 Megawatt windenergie in 2025 (vergund)

Wij geven uitvoering aan het Beleidskader windenergie (2017) en het Convenant Realisatie Windenergie Stadsregio Rotterdam. Hierin is in stadsregionaal verband en met provincie een inspanningsverplichting afgesproken waarmee we uiterlijk in 2025 minimaal 21 Megawatt windenergie hebben gerealiseerd. Na de realisatie in 2023 van 2 windturbines in het Oeverbos werken we in 2024-2025 aan de ontwikkeling van nog drie windturbines. Een windturbine aan de Vlaardingse kant van de Benelux-tunnel op het terrein van DFDS. Twee windturbines aan weerszijden van Maasdelta-tunnel (Oeverwind 2). Dit doen we in samenwerking met het Vlaardings Energiecollectief, de Windvogel, Energiecoöperatie Waterweg en de Energie coöperatie Rotterdam Rijnmond. Samen met de gemeente Schiedam en de hiervoor genoemde partijen ondersteunen we bovendien de ontwikkeling van een windturbine aan de Schiedamse kant van de Benelux-tunnel.

Acties

40% benutbaar dakoppervlak met zonnepanelen in 2030

Terug naar navigatie - Nieuwe Energie - Ambities - 40% benutbaar dakoppervlak met zonnepanelen in 2030

Deze ambitie is opgenomen in de nieuwe Omgevingsvisie waardoor nieuwe projecten een grote bijdrage zullen leveren om deze ambitie te realiseren.

Acties

Financiële middelen

Terug naar navigatie - Nieuwe Energie - Financiële middelen

Voor dit stadsprogramma hebben wij in onderstaande tabel opgenomen welke bedragen de komende jaren beschikbaar zijn en binnen welk onderdeel van de programmabegroting wij deze middelen hebben begroot. Naast de gemeentelijke middelen hebben we van het rijk een specifieke uitkering toegekend gekregen in het kader van de Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE) De bijdrage vanuit deze specifieke uitkering voor de jaren na 2025 is nog onzeker en daarom nog niet opgenomen in deze begroting. 

Bedragen x € 1.000) 2025 2026 2027 2028 Programma
Nieuwe Energie 300 304 309 Groen en Milieu
Nieuwe Energie, incidenteel 1.000 Groen en Milieu
Spuk CDOKE 1.431
Totaal 2.731 304 309 0

Veilig Vlaardingen

Inleiding

Terug naar navigatie - Veilig Vlaardingen - Inleiding

Veiligheid is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de politie, de gemeente en de inwoners zelf. Door geweldsdelicten durven sommige inwoners in Vlaardingen ’s avonds niet meer over straat. Ook is er criminaliteit die voor de meeste mensen niet zichtbaar is zoals huiselijk geweld, mensenhandel en online criminaliteit. Deze vormen van criminaliteit vragen om een specifieke aanpak. De gemeente zet zich daarom, samen met haar samenwerkingspartners, in om de veiligheid en het veiligheidsgevoel te verhogen binnen Vlaardingen.

Juiste balans tussen preventief en repressief handelen
Iedereen moet in Vlaardingen veilig kunnen wonen, sporten, uitgaan, werken en ondernemen. Waar je niet lastiggevallen wordt als je een rondje aan het hardlopen bent en waar minder ondermijnende criminaliteit plaatsvindt. Bovendien moet de onzichtbare criminaliteit tegen worden gegaan. Mensen worden niet geboren als crimineel, maar glijden vaak af door een onveilige omgeving, financiële onzekerheid, onstabiele thuissituatie of verkeerde vrienden. Het is daarom belangrijk dat de gemeente bij de aanpak van criminaliteit kiest voor de juiste balans tussen het voorkomen van criminaliteit (preventief) en het optreden tegen criminaliteit (repressief).

Stadsprogramma Veilig Vlaardingen

Om een veilig Vlaardingen te realiseren is het stadprogramma Veilig Vlaardingen opgesteld. Dit programma richt zich op de versteviging van de aanpak van ondermijning, de intensivering van de aanpak van woonoverlast en de versterking van de samenwerking tussen zorg en veiligheid. In de afgelopen twee jaar is er al veel bereikt binnen het stadsprogramma Veilig Vlaardingen. Het interventieteam is versterkt met het aanstellen van een extra coördinator, jurist en administratief medewerker. Daarnaast zijn ook een Bibob-coördinator en stadsmarinier aangesteld. Ook zijn campagnes gevoerd in het kader van het vergroten van de weerbaarheid, het melden van een vermoeden (van ondermijnende criminaliteit) en - in samenwerking met jongerenwerk en politie - het tegenaan van wapenbezit onder jongeren. 

Integraal Veiligheidsplan

Kijkend naar het uitvoeringsplan ligt het programma voor op planning. Tegelijkertijd zien we ook dat er veel gaande is in de stad, zoals de diverse explosies. Dat vraagt niet alleen onze aandacht, maar ook onze flexibiliteit om tijdig verschillende maatregelen in te zetten en de inwoners het gevoel van veiligheid te blijven geven. Eind 2023 is het Integraal Veiligheidsplan 2024-2027 (IVP) vastgesteld. Bij het opstellen van het IVP is vastgesteld dat de eerdergenoemde thema’s (aanpak ondermijning, aanpak woonoverlast en samenwerking zorg en veiligheid), naast twee nieuwe thema’s; digitale veiligheid en aanpak problematiek rondom arbeidsmigranten, nog steeds belangrijke actuele thema’s zijn binnen Vlaardingen. De twee nieuwe thema’s zijn in het coalitieakkoord benoemd, maar hebben tot op heden nog niet de volledige aandacht gehad. Tot slot is ook in het IVP nog nadrukkelijk aandacht gevraagd voor de aanpak van jeugdcriminaliteit. Het IVP wordt nader toegelicht in programma 2 Veiligheid en Handhaving van de programmabegroting.

Financiële middelen

Terug naar navigatie - Veilig Vlaardingen - Financiële middelen

Voor dit stadsprogramma is in onderstaande tabel opgenomen welke bedragen de komende jaren beschikbaar zijn en binnen welk onderdeel van de programmabegroting deze middelen zijn begroot.

Bedragen x € 1.000) 2025 2026 2027 2028 Programma
Veilig Vlaardingen 301 305 308 Veiligheid en Handhaving
Aanpak Ondermjning 180 183 183 Veiligheid en Handhaving
Totaal 481 488 491 0

Groen Vlaardingen

Inleiding

Terug naar navigatie - Groen Vlaardingen - Inleiding

Een omgeving die uitnodigt om buiten te zijn, waar je je buren en vrienden ontmoet en waar je de stad kunt doorkruisen via groene verbindingen. Dat is hoe we Vlaardingen graag zien! Groen in stedelijk gebied is namelijk van groot belang voor de kwaliteit van leven: het is belangrijk voor het welzijn en de mentale en fysieke gezondheid van mensen. Groen draagt bij aan het verkoelen van de omgeving, een betere luchtkwaliteit, een rijke ecologie en het opvangen van hemelwater. Daarom blijven we de stad vergroenen. Niet alleen halen wij zelf overbodige bestrating weg, we stimuleren ook bewoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en onderwijsinstellingen om hun eigen omgeving te vergroenen en daarmee klimaatbestendiger te maken.

Ambities 2025
De ambities voor het stadsprogramma komen voort uit het Coalitieakkoord en het Uitvoeringsprogramma van het stadsprogramma Groen. Het stadsprogramma bevat 5 focuspunten:

  1. Beleid 
  2. Groen en identiteit 
  3. Sociaal groen 
  4. Vergroenen privaat eigendom 
  5. Groen Doen 

In 2025, het laatste volledige jaar voor uitvoering van dit stadsprogramma Groen, blijven we focussen op de ingezette ambities. Daarbij blijven we steeds inspringen op actuele wensen en kansen. We vergroenen onze stad, zetten in op klimaatadaptatie en biodiversiteit. En steeds betrekken en stimuleren we onze bewoners en partners om deze groene ambities te omarmen. 

Ambities

Terug naar navigatie - Groen Vlaardingen - Ambities

Groenbeleid en groenstructuren

Terug naar navigatie - Groen Vlaardingen - Ambities - Groenbeleid en groenstructuren

Acties

Vergroenen privaat eigendom

Terug naar navigatie - Groen Vlaardingen - Ambities - Vergroenen privaat eigendom

Acties

Groen doen

Terug naar navigatie - Groen Vlaardingen - Ambities - Groen doen

We dragen in ons eigen werk bij aan 'Groen doen' én nodigen bewoners uit om dat ook te doen.

Acties

Financiële middelen

Terug naar navigatie - Groen Vlaardingen - Financiële middelen

Voor dit stadsprogramma hebben wij in onderstaande tabel opgenomen welke bedragen de komende jaren beschikbaar zijn en binnen welk onderdeel van de programmabegroting wij deze middelen hebben begroot.

Bedragen x € 1.000) 2025 2026 2027 2028 Programma
Groen Vlaardingen 400 406 412 Groen en Milieu
Groen Vlaardingen, incidenteel 750 Groen en Milieu
Totaal 1.150 406 412 0

Leefbaar Vlaardingen

Inleiding

Terug naar navigatie - Leefbaar Vlaardingen - Inleiding

Een leefbare stad is een stad waar je prettig woont en fijn recreëert. De fysieke omgeving sluit goed aan bij de wensen en behoeften van inwoners en ondernemers. Daar werken we aan door in te zetten op het verminderen van zwerfafval, van woonoverlast en kapot straatmeubilair. We verbeteren de toegankelijkheid, de inclusiviteit en de kwaliteit van de openbare ruimte.

Ambities 2025
In het coalitieakkoord 'Groei en Bloei voor Vlaardingen' verwoordde ons college  ambities die uitgewerkt zijn in het 'Uitvoeringsprogramma 2023 – 2026 Stadsprogramma’s'. Daarin zijn de volgende 5 focuspunten benoemd:

  1. Afvalbeleid; geactualiseerd afvalbeleid, schone ondergrondse containers, evenwichtig aanbod afvalbakken
  2. Parels en zwijnen; schone en veilige leefomgeving, aanpakken verstorende plekken, betrokkenheid inwoners bij hun directe omgeving
  3. Ontmoeten voor 0–100-jarigen; fijne ontmoetingsplekken, veilige/uitdagende en schone speelplekken, speelruimtebeleid
  4. Woonoverlast; prettige woonomgeving, aanpak woonoverlast (i.s.m. Stadsprogramma Veilig Vlaardingen)
  5. Water; geactualiseerd rioleringsplan

In 2025 - het laatste volledige jaar voor uitvoering van dit stadsprogramma Leefbaar Vlaardingen - blijft onze focus op de ingezette ambities op het gebied van de eerste vier focuspunten. Uiteraard blijven we onze inwoners betrekken en stimuleren we hen om deze ambities te omarmen. De actie voor het vijfde focuspunt – het maken van een geactualiseerd rioleringsplan – is inmiddels afgerond met het vaststellen van het Stedelijk Waterplan.

 

Ambities

Terug naar navigatie - Leefbaar Vlaardingen - Ambities

Afval

Terug naar navigatie - Leefbaar Vlaardingen - Ambities - Afval

In 2023 is het afvalbeleid geëvalueerd. De aandachtspunten uit deze evaluatie hebben ook een doorwerking naar 2025. De inzet van de klachtenwagen voor het ophalen van bijgeplaatst afval, de extra veegrondes, extra schoonmaak op hotspotlocaties en andere maatregelen hebben veel effect en gaan we ook in 2025 voortzetten. We blijven bewoners informeren over de juiste manier om afval te scheiden en aan te bieden. En we blijven Toezicht en Handhaving inzetten om waar mogelijk vervuilers aan te pakken. Daarbij besteden de handhavers bovendien periodiek extra aandacht aan hondenpoepoverlast. 

 

Acties

Parels en zwijnen

Terug naar navigatie - Leefbaar Vlaardingen - Ambities - Parels en zwijnen

Ook in 2025 koesteren we de Vlaardingse parels. Zo werken we in het Oranjepark aan een ‘beweegtuin’ en ontwikkelen we het Marnixplantsoen als hét wijkpark en ontmoetingsplek voor de Westwijk. Met extra schoonmaakacties (inclusief klein onderhoud) pakken we de ‘zwijnen’ aan. We betrekken bewoners hierbij door middel van wijkschouwen en diverse participatiemogelijkheden. 

Acties

Financiële middelen

Terug naar navigatie - Leefbaar Vlaardingen - Financiële middelen

Voor dit stadsprogramma hebben wij in onderstaande tabel opgenomen welke bedragen de komende jaren beschikbaar zijn en binnen welk onderdeel van de programmabegroting wij deze middelen hebben begroot.

Bedragen x € 1.000) 2025 2026 2027 2028 Programma
Leefbaar Vlaardingen, incidenteel 400 Verkeer en Mobiliteit
Totaal 400 0 0 0