Paragrafen

Paragraaf Lokale heffingen

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Inleiding

De lokale heffingen zijn de inkomsten die verkregen worden op grond van publiekrechtelijke regels, voornamelijk belastingen, heffingen en retributies. De heffingen zijn gebaseerd op wettelijke bepalingen. Bij de lokale lasten maken we onderscheid tussen zuivere belastingen, heffingen en retributies:

  • De zuivere belastingen behoren tot de algemene dekkingsmiddelen en zijn voor de uitvoering van collectieve vormen van dienstverlening, maar ook individuele vormen van dienstverlening zonder een duidelijke relatie tussen dienstverlening en belasting. In Vlaardingen onderscheiden we onroerende zaakbelasting (OZB), de hondenbelasting, de precariobelasting en de toeristenbelasting.
  • De heffingen zijn voor de dekking van de kosten voor uitvoering van publiekrechtelijke dienstverlening. Dat houdt in dat de belastingplichtige ook moet betalen als hij de dienst niet wenst. Voorbeelden van heffingen zijn afvalstoffenheffing en rioolheffing.
  • De retributies zijn vergoedingen voor individuele dienstverlening van typische overheidsdiensten van publiekrechtelijke aard. Voorbeelden hiervan zijn leges voor paspoort en rijbewijs.

De tarieven van de lokale heffingen zijn vooralsnog volgens de uitgangspunten onder ‘Beleid’ aangepast. In 2020 wordt bij de voorjaarsnota de keuzenotitie Lokale Lasten met de raad besproken en bepaalt de raad de nieuwe uitgangspunten voor de lokale heffingen. Deze uitgangspunten worden dan aan het einde van het jaar in de belastingverordeningen verwerkt zodat zij dan voor het belastingjaar 2021 in werking treden.

 

Beleid

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Beleid

Uitgangspunten van het gemeentelijk beleid ten aanzien van de belastingen en heffingen zijn gematigde belastingen en kostendekkende heffingen en retributies.

  • Onroerendezaakbelasting: de OZB-opbrengsten worden verhoogd met 7,5% bestaande uit de algemene indexering van 1,5% vermeerdert met 6% zoals is vastgelegd in het coalitieakkoord “handen uit de mouwen” van mei 2019.
  • De tarieven van de overige gemeentelijke belastingen, heffingen en leges worden geïndexeerd met 1,5%. De uitzondering hierop wordt gevormd door de wettelijk vastgelegde tarieven en het tarief voor de Zeehavengelden en Binnenhavengelden, waarvoor Vlaardingen meelift met Rotterdam.
  • Het tarief voor het rioolrecht, gebaseerd op het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan, wordt € 161,36
  • Het tarief voor de afvalstoffenheffing, gebaseerd op de gewenste opbrengst in combinatie met het aantal huishoudens, wordt verhoogd met 8%.
  • De opbrengst van de bedrijven Investeringszone (BIZ) blijft ongewijzigd.
  • De parkeertarieven kennen een eigen regime en worden bij afzonderlijk raadsbesluit vastgesteld.

 

Woonlasten, lokale lastendruk

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Woonlasten, lokale lastendruk

Onder de woonlasten verstaan we het gemiddelde bedrag dat een huishouden in Vlaardingen betaalt aan OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. De ontwikkeling van de woonlasten van de afgelopen jaren en een raming voor het komende jaar ziet er als volgt uit:

Woonlasten 2016 2017 2018 2019 2020
OZB-eigenaar € 253,44 € 255,47 € 261,60 € 267,85 € 287,94
OZB-gebruiker n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Rioolheffing € 157,80 € 157,80 € 157,80 € 157,80 € 161,36
Afvalstoffenheffing € 306,48 € 317,21 € 325,14 € 330,03 € 356,43
Totaal € 717,72 € 730,48 € 744,54 € 755,68 € 805,73
Bij de berekening gaan we uit van een eigen woning met een gemiddelde WOZ-waarde, bewoond door een gezin.
De begrote inkomsten van de bovengenoemde gemeentelijke heffingen (OZB, Rioolheffing en Afvalstoffenheffing) in 2020 bedragen € 35,1 miljoen.

Woonlasten, vergelijking met andere gemeenten

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Woonlasten, vergelijking met andere gemeenten

Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) geeft sinds 1997 met de ’Atlas van de lokale lasten‘ inzicht in de woonlasten per gemeente en de posities die de gemeenten ten opzichte van elkaar innemen in Nederland. Hierbij geldt dat nummer 1 de goedkoopste gemeente is en nummer 372 de duurste. In de atlas van 2019 neemt Vlaardingen de 189e plaats in op basis van de woonlasten zoals die in de tabel hierboven zijn berekend. In 2019 zat Vlaardingen € 17,00 boven de landelijk gemiddelde woonlasten.
Overigens liggen de woonlasten van 80% van alle gemeenten heel dicht bij elkaar en rond het landelijk gemiddelde. Wat betreft de omringende gemeenten bedragen de woonlasten:

Gemeente Gemiddelde woonlasten Ranglijst Coelo (2019)
Capelle a/d IJssel € 622 23
Nissewaard € 703 94
Rotterdam € 742 158
Vlaardingen € 757 189
Maassluis € 812 274
Schiedam € 790 245
Westland € 771 219
Delft € 850 316
Gemeente Gemiddelde woonlasten Ranglijst Coelo (2019)
Capelle a/d IJssel € 622 23
Nissewaard € 703 94
Rotterdam € 742 158
Vlaardingen € 757 189
Maassluis € 812 274
Schiedam € 790 245
Westland € 771 219
Delft € 850 316

De belastingen, heffingen en retributies van gemeente Vlaardingen

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - De belastingen, heffingen en retributies van gemeente Vlaardingen

Onroerendezaakbelastingen
De hoogte van de onroerendezaakbelastingen is een combinatie van de waarde in het economische verkeer van een pand en het vastgestelde tarief. De waarde van alle onroerende zaken wordt jaarlijks vastgesteld. De onroerendezaakbelastingen bestaan uit een ‘eigenarenbelasting’ voor woningen en een ‘eigenarenbelasting’ en ‘gebruikersbelasting’ voor niet-woningen. In de belastingen van de niet-woningen is een extra verhoging inbegrepen. De extra opbrengst komt ten goede van het Ondernemersfonds.

De grondslag van de OZB voor het jaar 2020 is de waarde van onroerende zaken op 1 januari van het peiljaar 2019. De ontwikkeling van de OZB-tarieven over de afgelopen jaren is als volgt:

Ontwikkeling tarieven 2016 2017 2018 2019 2020
OZB (eigendom) niet-woningen 0,3058% 0,3142% 0,3025% 0,3470% p.m. ¹
OZB (gebruik) niet-woningen 0,2571% 0,2335% 0,2194% 0,3039% p.m. ¹
OZB (eigendom) woningen 0,1602% 0,1536% 0,1482% 0,1477% p.m. ¹
¹ Omdat de jaarlijkse herwaardering in het kader van de Wet Waardering onroerende zaken nog niet is afgerond, zijn de definitieve tarieven nog niet bekend. Bij de besluitvorming met betrekking tot de tarieven, in december 2019, worden de tarieven zodanig vastgesteld dat in combinatie met de WOZ-waarden een 7,5% hogere opbrengst resulteert (exclusief areaaluitbreiding).

Limitering OZB-tarieven
Vanaf volgend jaar wordt een benchmark woonlasten ingevoerd om jaarlijks de ontwikkeling van de lokale lasten inzichtelijker te maken. Daarmee komt een einde aan het monitoren met de macronorm onroerende zaakbelasting (ozb).

Dat hebben het Rijk en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) afgesproken. In 2020 komt er een benchmark, waarin naast de ozb ook de riool- en afvalstoffenheffing worden vergeleken. Door een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten en de tariefontwikkeling met landelijke en provinciale gemiddelden, moeten de onderlinge verschillen tussen gemeenten nog inzichtelijker worden. Ook moet de benchmark het lokale debat over de keuzes voor ontwikkelingen, zoals stijging van de lasten, bevorderen.

  • Opbrengst eigenarenbelasting niet-woningen: € 4,7 miljoen
  • Opbrengst gebruikersbelasting niet-woningen: € 3,7 miljoen
  • Opbrengst eigenarenbelasting woningen: € 10,1 miljoen

Hondenbelasting
De hondenbelasting heeft onder andere tot doel het aantal honden in de gemeente te beperken, vandaar dat het tarief voor een tweede en volgende hond hoger is. De houder van de hond moet de belasting betalen. Regelmatig worden in de gemeente controleacties gehouden om het hondenbestand op peil te houden.

  • Aantal eerste honden: 3.650
  • Aantal tweede en volgende honden: 350
  • Opbrengst: € 0,3 miljoen
Ontwikkeling tarieven 2016 2017 2018 2019 2020
Eerste hond € 71,15 € 71,70 € 73,40 € 75,15 € 76,25
Tweede en volgende hond € 142,30 € 143,40 € 146,80 € 150,30 € 152,50

Precariobelasting
De precariobelasting is een belasting op het hebben van voorwerpen op, in of boven gemeentegrond en -water. Bijvoorbeeld terrassen en bouwmaterialen, maar ook de leidingen, kabels en buizen in de grond.

Vooruitlopend op de hervorming van het lokaal belastinggebied heeft het kabinet de precario op nutsleidingen per 1 juli 2017 afgeschaft. Dat betekent dat gemeenten in de toekomst geen precariobelasting meer kunnen heffen van nutsbedrijven over netwerken die ze in, op of boven gemeentegrond exploiteren.

Overgangsrecht
Voor gemeenten die op 10 februari 2016, de datum waarop minister Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het wetsvoorstel voor afschaffing van de precariobelasting heeft aangekondigd, een verordening met tarief hadden vastgesteld voor precariobelasting op kabels en leidingen geldt een overgangstermijn tot 1 januari 2022. Onder de overgangsregeling kan een gemeente maximaal heffen naar het tarief zoals dat gold op 10 februari 2016.

  • Opbrengst precariobelasting nutsbedrijven: € 0,5 miljoen
  • Opbrengst precariobelasting in totaal: € 0,7 miljoen

Toeristenbelasting
De toeristenbelasting is een algemene belasting voor het houden van verblijf met overnachting tegen een vergoeding door niet-ingezetenen.
Het tarief wordt verhoogd met het algemene indexpercentage van 1,5%. De opbrengst van de toeristenbelasting is afhankelijk van het aantal overnachtingen in de gemeente, zodat de opbrengst kan fluctueren. Economische ontwikkelingen kunnen zorgen voor een lagere of hogere opbrengst.

  • Aantal overnachtingen camping: 4.000
  • Aantal overnachtingen hotel: 100.000
  • Opbrengst toeristenbelasting: € 0,3 miljoen
Ontwikkeling tarieven 2016 2017 2018 2019 2020
Toeristenbelasting € 2,10 € 2,12 € 2,16 € 2,48 € 2,52

Bijdrage Bedrijven investeringszone (BIZ)
Industrieterrein de Vergulde Hand is aangewezen als een BIZ, waar een BIZ bijdrage wordt geheven. De bijdrage wordt geheven van de gebruikers van de op dit terrein gelegen bedrijven. De hoogte van de bijdrage is een vastgesteld percentage van de waarde van het bedrijfsobject.

  • Opbrengst BIZ is een vast bedrag van: € 24.000

Rioolheffing
De rioolheffing is een heffing om het beheer en het onderhoud van het gemeentelijk rioolstelsel te bekostigen.
Uitgangspunt bij deze heffing is dat de tarieven kostendekkend zijn. De stijging van de rioolheffing is dus afhankelijk van de ontwikkeling van de kosten. Voor het beheer en onderhoud op de lange termijn is een gemeentelijk rioleringsplan opgesteld waarin onder andere de kosten zijn opgenomen die door middel van een rioolheffing moeten worden gedekt. Voor 2020 wordt de rioolheffing € 161,36.

Ontwikkeling tarieven 2016 2017 2018 2019 2020
Rioolheffing € 157,80 € 157,80 € 157,80 € 157,80 € 161,36
Rioolheffing 2020
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 3.236.366
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 85.000
Netto kosten taakveld(en) 3.151.366
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente 311.179
BTW 368.822
Totale kosten 3.831.367
Opbrengst heffing 6.152.812
Voorziening -2.321.445
Totale opbrengsten 3.831.367
Dekkingspercentage 100%

Afvalstoffenheffing
De afvalstoffenheffing is een heffing om het ophalen en verwerken van de huishoudelijke afvalstoffen te bekostigen. Uitgangspunt bij deze heffing is dat de tarieven kostendekkend zijn. De stijging of daling van de afvalstoffenheffing is mede afhankelijk van de ontwikkeling van de kosten. Bij deze heffing wordt een tariefdifferentiatie toegepast ten behoeve van één- en meerpersoonshuishoudens.

De tarieven stijgen in 2020 met 8% ten opzichte van 2019. Deze stijging heeft een aantal oorzaken. De belangrijkste oorzaak betreft de voorziening afvalstoffenheffing. Deze raakt ultimo 2020 leeg. In 2020 kan er bijna € 400.000 minder aan de voorziening worden onttrokken dan in 2019 omdat de voorziening na de geraamde onttrekking voor 2020 van € 495.763 leeg is. Verder stijgen de kosten in 2020 door de reguliere aanpassingen voor inflatie alsmede de gestegen verbrandingsbelasting.

In 2021 kan er geen onttrekking aan de voorziening afvalstoffenheffing meer plaats vinden aangezien deze voorziening dan leeg is. Dit heeft voor 2021 een opdrijvend effect op de tarieven van ongeveer 5%.

Ontwikkeling tarieven 2016 2017 2018 2019 2020
Afvalstoffenheffing € 306,48 € 317,21 € 325,14 € 330,03 € 356,43
Afvalstoffenheffing 1-pers. € 238,75 € 247,10 € 253,28 € 257,08 € 277,65
Afvalstoffenheffing 2020
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 10.815.451
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 1.244.295
Netto kosten taakveld(en) 9.571.156
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente 70.600
BTW 1.611.536
Totale kosten 11.253.292
Opbrengst heffing 10.757.529
Voorziening 495.763
Totale opbrengsten 11.253.292
Dekkingspercentage 100%

Reinigingsrecht
Onder de naam reinigingsrecht wordt een retributie geheven voor het periodiek verwijderen en verwerken van bedrijfsafvalstoffen. Het reinigingsrecht wordt geheven van degene die van de dienst gebruik maakt afhankelijk van het aangeboden afval. De tarieven worden verhoogd met 1,5%.

Reinigingsrechten 2020
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 174.580
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 0
Netto kosten taakveld(en) 174.580
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente 0
BTW 0
Totale kosten 174.580
Opbrengst heffing 174.580
Voorziening 0
Totale opbrengsten 174.580
Dekkingspercentage 100%

Binnenhavengeld
Deze retributie wordt geheven van vaartuigen die gebruik maken van het openbare gemeentewater, openbare werken en inrichtingen, en voor diensten die door de gemeente met betrekking tot een vaartuig verstrekt worden. In de regel wordt het havengeld geheven van de kapitein, de schipper, de reder of de eigenaar van het vaartuig. Voor de tarieven wordt aangesloten bij de tarieven vermeld in de ‘General Terms and Conditions’, including renewed port tariffs, die zijn vastgesteld en bekendgemaakt door het Havenbedrijf Rotterdam N.V.

Binnenhavengeld 2020
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 163.412
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 0
Netto kosten taakveld(en) 163.412
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente 0
BTW 0
Totale kosten 163.412
Opbrengst heffing 83.066
Voorziening 0
Totale opbrengsten 83.066
Dekkingspercentage 51%

Havengeld pleziervaartuigen
Deze retributie wordt geheven van pleziervaartuigen en andere ter recreatie dienende vaartuigen die gebruik maken van het openbare gemeentewater, openbare werken en inrichtingen, en voor diensten die door de gemeente met betrekking tot een vaartuig verstrekt worden. In de regel wordt het havengeld voor pleziervaartuigen geheven van de schipper of de eigenaar van het vaartuig. De tarieven worden verhoogd met 1,5%.

Havengeld pleziervaartuigen 2020
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 16.365
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 0
Netto kosten taakveld(en) 16.365
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente 0
BTW 0
Totale kosten 16.365
Opbrengst heffing 14.299
Voorziening 0
Totale opbrengsten 14.299
Dekkingspercentage 87%

Havengeld vaste ligplaatsen
Deze retributie wordt geheven voor het hebben van een vaste ligplaats aan een kade. Het ligplaatsgeld wordt geheven van degene die vaste ligplaats inneemt. De tarieven worden verhoogd met 1,5%.

Havengeld vaste ligplaatsen 2020
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 2.303
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 0
Netto kosten taakveld(en) 2.303
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente 0
BTW 0
Totale kosten 2.303
Opbrengst heffing 1.065
Voorziening 0
Totale opbrengsten 1.065
Dekkingspercentage 46%

Zeehavengeld
Deze retributie wordt geheven voor het verblijf met een zeeschip in de haven van Vlaardingen alsmede voor het gebruik van gemeente-eigendommen, havenfaciliteiten en dienstverlening in dat verband. In de regel wordt het zeehavengeld geheven van de kapitein, de schipper, de reder of de eigenaar van het schip, of degene die de handelingen heeft verricht ter voorbereiding van het verblijf van het zeeschip. Voor de tarieven wordt aangesloten bij de tarieven vermeld in de ‘General Terms and Conditions, including renewed port tariffs’, die zijn vastgesteld en bekendgemaakt door het Havenbedrijf Rotterdam N.V.

Zeehavengeld 2020
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 1.767.673
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 0
Netto kosten taakveld(en) 1.767.673
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente 0
BTW 0
Totale kosten 1.767.673
Opbrengst heffing 1.041.436
Voorziening 0
Totale opbrengsten 1.041.436
Dekkingspercentage 59%

Lijkbezorgingsrechten
Deze retributie wordt geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor verleende diensten in verband met de begraafplaats. Lijkbezorgingsrechten worden geheven van de aanvrager van de dienst, dan wel van degene voor wie de dienst wordt verricht. De tarieven worden verhoogd met 1,5%.

Lijkbezorgingsrechten 2020
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 705.348
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 0
Netto kosten taakveld(en) 705.348
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente 128.478
BTW 0
Totale kosten 833.826
Opbrengst heffing 797.803
Voorziening 0
Totale opbrengsten 797.803
Dekkingspercentage 96%

Parkeerbelasting
Deze belasting wordt geheven voor het gedurende een aaneengesloten periode laten staan van een voertuig binnen de gemeente. De belasting wordt geheven van degene die het voertuig heeft laten staan of de houder van het voertuig. De tarieven kennen een eigen beleid en worden afzonderlijk vastgesteld.

Parkeerbelasting 2020
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 1.741.559
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 20.725
Netto kosten taakveld(en) 1.720.834
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente 142.001
BTW 0
Totale kosten 1.862.835
Opbrengst heffing 2.052.275
Voorziening 0
Totale opbrengsten 2.052.275
Dekkingspercentage 110%

Leges

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Leges

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor een groot aantal taken. Een deel van deze taken wordt in de vorm van een dienst door bewoners of bedrijven individueel afgenomen. Om gemeenten tegemoet te komen in de kosten die zijn gerelateerd aan deze taken, betalen afnemers van gemeentelijke diensten leges. In de regel gaat het hierbij om het verstrekken van documenten of het verlenen van vergunningen. Leges behoren tot de retributies en worden geheven voor het in behandeling nemen van de aanvraag en worden geheven bij de aanvrager. Ook als de aanvraag niet leidt tot een positief resultaat moeten leges worden betaald. De tarieven worden verhoogd met 1,5% met uitzondering van de wettelijke leges.

 

Kruissubsidiëring leges

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Kruissubsidiëring leges

Net als bij alle andere retributies mogen de baten de lasten niet overstijgen, doch bij de leges gaat het om een groot aantal soorten van dienstverlening gebundeld in één belastingverordening. Omdat breed wordt gevoeld dat kruissubsidiëring tussen dienstverlening van volstrekt verschillende aard onwenselijk is, heeft de VNG de modelverordening onderverdeeld in drie titels. Algemene dienstverlening, dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving en dienstverlening vallend onder de Europese Dienstenrichtlijn. De Vlaardingse legesverordening is naar dit model ingedeeld. Kruissubsidie tussen deze titels is ongewenst, maar niet verboden. Kruissubsidie binnen een titel in de legesverordening is toegestaan.
Zolang het kruissubsidiëring tussen hoofdstukken betreft, blijkt de mate van kruissubsidiëring al uit de kostenopstelling. Ook hier geldt dat de gemeente de reden van de kruissubsidie moet vermelden. Het impliceert niet dat er sprake moet zijn van een rechtvaardigingsgrond. Kruissubsidiëring is en blijft toegestaan.

Algemene dienstverlening Fysieke leefomgeving Europese Dienstenrichtlijn
Kosten taakvelden 582.083 734.634 18.156
Overhead 282.931 622.677 828
Totale kosten 865.014 1.357.311 18.984
Totale opbrengsten 774.468 1.116.500 17.601
Dekkingspercentage 89,53% 82,26% 92,71%

Kwijtschelding

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Kwijtschelding

Voor mensen met de laagste inkomens bestaat de mogelijkheid van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de lokale lasten. De regels voor het toekennen worden bepaald door de rijksoverheid, neergelegd in de Invorderingswet. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen, die een inkomen hebben dat niet hoger ligt dan de bijstandsnorm.
Gemeenten mogen hier in die zin van afwijken dat een lager inkomen wordt gehanteerd. De gemeente Vlaardingen hanteert de zogenaamde 100%-norm, dat betekent dat inwoners van Vlaardingen met een inkomen op bijstandsniveau in beginsel voor kwijtschelding in aanmerking komen. Voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend mogen gemeenten zelf bepalen. In Vlaardingen kan kwijtschelding worden aangevraagd voor de afvalstoffenheffing.

Naar verwachting komen, rekening houdend met de ervaringen in voorgaande jaren, zo’n 3.200 huishoudens voor (gedeeltelijke) kwijtschelding in aanmerking. Wij verwachten in 2020 een bedrag van circa € 890.920 te besteden aan kwijtscheldingen. De ontwikkeling van deze post wordt nauwlettend gevolgd.

 

Paragraaf Weerstandsvermogen

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Inleiding

Aandacht voor voldoende weerstandsvermogen in relatie tot de risico’s van de gemeente is absolute noodzaak. In Vlaardingen heeft die aandacht vorm gekregen in een risicomanagement dat structureel onderdeel uitmaakt van de planning-en-control-cyclus. Zo vindt op dit moment twee maal per jaar, zowel bij de begroting als bij de jaarrekening, een risico-inventarisatie en een risico-waardering plaats.

Artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) beschrijft het weerstandsvermogen als volgt: “Het weerstandsvermogen geeft de relatie aan tussen de weerstandscapaciteit (middelen om niet begrote kosten op te vangen) en de risico’s van mogelijk materiële financiële betekenis waar geen maatregelen voor zijn getroffen”. Dit weerstandsvermogen wordt weergegeven in een verhoudingsgetal of ratio.

Weerstandsvermogen = aanwezige weerstandscapaciteit / aanwezige weerstandscapaciteit * 100%

De gewenste weerstandscapaciteit is het geldbedrag dat idealiter aanwezig zou moeten zijn om risico’s af te dekken. De hoogte van de gewenste weerstandscapaciteit is volledig afhankelijk van de binnen de gemeente aanwezig risico's en vooral van de ingeschatte risicobedragen (per risico). Het gemeentelijk beleid streeft naar het realiseren van een weerstandsvermogen van minimaal 100%. Dit betekent dat de aanwezige weerstandscapaciteit niet langdurig en niet wezenlijk onder het niveau van de gewenste weerstandscapaciteit kan liggen.

 

Aanwezige weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Aanwezige weerstandscapaciteit

De aanwezige weerstandscapaciteit bestaat uit het totaal aan middelen dat de gemeente beschikbaar heeft of op korte termijn vrij kan maken om financiële tegenvallers op te vangen. De Algemene Reserve vormt daarbij het reeds beschikbare deel. De aanwezige weerstandscapaciteit is bij aanvang van het begrotingsjaar 2020 € 21,6 miljoen.

 

Gewenste weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Gewenste weerstandscapaciteit

De gewenste weerstandscapaciteit bestaat uit middelen die de gemeente beschikbaar zou moeten hebben of op korte termijn vrij zou moeten kunnen maken om de waargenomen risico's financieel te kunnen dekken indien deze zich voordoen in de geschatte mate (kans x impact).

Om dit bedrag te kunnen bepalen wordt externe deskundigheid ingeschakeld. Er wordt een simulatie uitgevoerd voor het berekenen van de benodigde weerstandscapaciteit op basis van de Monte Carlo methode. De basis van deze simulatie is het inventariseren en het kwantificeren van de risico’s.
In het coalitie akkoord is gekozen om een waardering B (ruim voldoende) als norm te hanteren. De Algemene reserve dient dan 1,5 tot 1,9 maal het via de Monte Carlo methode berekende risicoprofiel te bevatten. Daarbij hebben wij ervoor gekozen de Algemene reserve nimmer lager te laten zijn dan € 15 miljoen.

De risico-inventarisatie zoals hierboven weergegeven heeft de organisatie zelf opgesteld en deze is besproken met de externe deskundige. Op basis van de externe analyse betreffende de risico’s, inclusief die in het Sociaal Domein, moet een totale weerstandscapaciteit van € 4,7 miljoen worden aangehouden. Tegen de omvang van de weerstandscapaciteit per 1 januari 2020, zijnde de Algemene Reserve, levert dit een weerstandsratio op van :

Weerstandsvermogen = € 21,6 miljoen / € 4,7 miljoen * 100% = 460%

Het weerstandsvermogen is hiermee ruim twee keer zo hoog als de door ons gekozen norm van 190%.

 

Risico's

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Risico's

De activiteiten van de gemeente Vlaardingen gaan over een breed scala aan beleidsterreinen. Dit betekent dat onze gemeente bloot gesteld is aan een groot aantal risico’s.

Ten opzichte van de vorige inventarisatie in maart van dit jaar is met name bij het sociaal domein een behoorlijke afname te zien. De in 2018 sterk gestegen kosten voor zowel de lokale als regionale jeugdhulp waren dit voorjaar aanleiding om hiervoor een risico van € 3,3 miljoen op te nemen. In de onderhavige begroting zijn de ramingen op dit punt aangepast, waarmee het risico tot overschrijdingen bij jeugdhulp tot een minimum is beperkt.

Op basis van de volgende risico’s en bijbehorende kansverdeling is de gewenste weerstandscapaciteit van € 4,7 miljoen gebaseerd:

Onderwerp Risico Maatregel Impact (x € 1.000) Kans op risico
Gevolgen calamiteit/ramp Als gevolg van calamiteiten / rampen, bestaat de kans dat kosten voor nazorg, tijdelijk onderdak, personele kosten e.d. voor rekening van de gemeente komen. Rampenorganisatie, rampenplannen, coördinator rampenbestrijding, rampenoefeningen. Deelname aan de VRR, toezicht op bedrijven al dan niet via DCMR. 250 25%
Gemeenschappelijke regelingen Afgeleide risico's van gemeenschappelijke regelingen, m.n. afwezigheid van reserves bij de GR'en. Bij overschrijden van de begroting van een GR zal de gemeente als deelnemer een financiele bijdrage moeten leveren. Notitie werkwijze Verbonden Partijen. Controleverklaringen bij de jaarrekeningen én de accountantsverslagen die gericht zijn aan het algemeen bestuur van de verbonden partijen. 500 30%
Aftreden wethouders Als gevolg van het tussentijds (moeten) aftreden van één of meerdere wethouders, bestaat de kans dat wachtgeld en kosten van sollicitatie - en loopbaanbegeleiding betaald moet worden. Geen. Discreet
Fouten inkoopprocedures Als gevolg van (fouten in) de inkoopprocedures/aanbestedingstrajecten, bestaat de kans dat de gemeente aansprakelijk wordt gesteld en mogelijk de leverancier moet compenseren voor de misgelopen winst. Inrichting inkoopbureau (met Maassluis en Schiedam), controlmaatregelen gericht op inkoopprocedure. 75 10%
Loonsom Als gevolg van cao wijzigingen (loonsverhogingen) en stijging van werkgeverslasten bestaat het risico dat een overschrijding op de loonsom ontstaat. De salarisbudgetten in de meerjarenbegroting aan de hand van de uitgangspunten in de meicirculaire gemeentefonds bijstellen. 180 50%
Gegarandeerde leningen zorgcentra Als gevolg van het eventueel failliet van zorgcentra, bestaat de kans dat de gemeente rente en aflossingen moet betalen voor de gegarandeerde leningen aan deze zorgcentra. Geen. 320 10%
Claims en nadeelcompensatie Burgers en private partijen claimen meer en vaker bij de gemeente. Dit vraagt meer juridische inzet, zowel bij het aangaan van contracten en overeenkomsten, verzoeken tot nadeelcompensatie, maar ook bij schadegevallen, aansprakelijkstellingen en dergelijke. Deskundigheid voor de afhandeling verhaalschade. Verzekering voor de aansprakelijkstellingen, met eigen risico. 120 25%
Subsidies Als gevolg van onjuiste interpretatie van subsidievoorwaarden bestaat de kans dat niet aan de voorwaarden wordt voldaan en subsidiegelden lager of op nihil worden gesteld. Het proces inkomende subsidies onderbrengen bij de verbijzonderde interne controle. 100 40%
Garantiestelling woningcorporaties De gemeente heeft voor een totaalbedrag van € 517,4 miljoen aan garanties verstrekt. Van dit bedrag wordt € 497,2 miljoen gegarandeerd door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Pas als het garantievermogen van het WSW daalt tot onder de drempel van 0,25% van het garantievolume, dan treedt de achtervangpositie van het rijk en de gemeente in werking in de vorm van het verstrekken van renteloze leningen. De achtervang of zekerheidsstructuur bestaat uit drie lagen: 1.Primaire zekerheid: de financiele middelen van de corporatie. 2.Secundaire zekerheid: de borgstellingsreserve van het WSW 3.Tertiaire zekerheid: Rijk en gemeenten 1.500 1%
Borgstelling Polderpoort Bij de verkoop van de Polderpoort in 2010 is in het kader van een voortzetting van de sportactiviteiten een garantstelling verleend. De garantie wordt lineair afgebouwd over een periode van 10 jaar (tot 2020). Geen. Discreet
Inkomensvoorziening / bijstand De rijksbijdrage voor uitvoering van de Participatiewet kan afwijken van de kosten voor de uitvoering van de taken in het kader van die wet. Met de vorming van Stroomopwaarts is de uitvoering van de Participatiewet bij een gemeenschappelijke regeling belegd. Gemeente blijft aansprakelijk. 500 25%
Jeugdhulp lokaal uitgevoerd door ROGplus Op grond van de sterk gestegen uitgaven in 2018 zijn de begrote uitgaven 2020 verhoogd tot een realistisch niveau. De prognose voor 2019 is indicatief voor het uitgavenniveau 2020. Contract-afspraken met zorgaanbieders. 100 75%
Jeugdhulp regionaal uitgevoerd door GR Jeugdhulp Rijnmond Het beroep op specialistische jeugd hulp die via de GRJR wordt ingekocht is in 2018 sterk gestegen. Voor 2020 is het begrote bedrag gebaseerd op het jeugdhulpgebruik in het lopende jaar 2019. Resultaten van onderzoek naar de tarieven van JBRR en een verdere toename van het aantal kinderen dat op deze vormen van jeugdhulp een beroep doet vormen nog wel een risico. Wijkteams inschakelen voor verwijzing naar jeugdhulp. Praktijkondersteuners bij huisartsen. Ondezoek naar processen bij de GRJR. 100 50%
Wmo lokaal Mogelijke toenamedoor verlaging eigen bijdrage van het aantal cliënten individuele begeleiding van het sociaal en persoonlijk functioneren. Er wordt ten aanzien van alle zorgtarieven gewerkt volgende de AMvB. Getracht wordt met de nieuwe aanbesteding en de daaruit voortvloeiende transformatie de kosten per persoon omlaag te brengen door meer in te zetten op kwalitatief goede algemene voorzieningen. 100 15%
Veilig thuis 1. Mogelijke noodzaak tot uitbreiding capaciteit Crisisopvang door toenemend aantal slachtoffers uit MVS 2. Door aanscherping van de meldcode huiselijk geweld/kindermishandeling neemt bij Veilig Thuis het aantal meldingen toe. Er wordt ten aanzien van alle zorgtarieven gewerkt volgende de AMvB. Getracht wordt met de nieuwe aanbesteding en de daaruit voortvloeiende transformatie de kosten per persoon omlaag te brengen door meer in te zetten op kwalitatief goede algemene voorzieningen. 400 15
Formatie wijkteams In 2014 is de integrale beleidsvisie Volle kracht vooruit vastgesteld. In 2019 wordt dit beleid herijkt. Het aantal meldingen bij de wijkteams is in de afgelopen drie jaar met ruim 25% is toegenomen. Wijkteams kampen met een tekort aan FTE's. Uit besparing wegens terugdringen van de inzet van speciailistische voorzieningen kan mogelijk de formatie-uitbreiding van de wijkteams worden bekostigd. 149 25%
Minimabeleid Het beroep op minimavoorzieningen neemt toe door o.m. toename aantal bijstandsgerechtigden. Geen. In beginsel zijn deze regelingen 'open-einde-regelingen' waardoor het gebruik niet stuurbaar is. Het bereik, dus de mate waarin burgers worden gewezen op deze voorzieningen, is wel stuurbaar. 125 10%
Verzekeringen De verzekeringsportefeuille is substantieel verminderd. Een aantal verzekeringen zijn beëindigd en bij een aantal verzekeringen is het eigen risico verhoogd. Geen. 350 10%
Achterstallig onderhoud De laatste jaren wordt minder onderhoud gepleegd bij eventueel af te stoten panden. Hierdoor ontstaan veiligheidsrisico's. Voor alle panden is een meerjarenonderhoudsplan opgesteld en het onderhoud wordt planmatig bijgehouden. 300 25%
Leegstand Minder inkomsten uit huur door wegvallen commerciele huurders door faillissement/verhuizing. Toename leegstaande panden door terug levering panden vanuit de organisatie (scholen, sportfaciliteiten). Waardevermindering door leegstand. Jaarlijks wordt de lijst af te stoten bezit vastgesteld met als doel de vastgoedportfeuille te beperken tot de kerntaak. Dit leidt tot minder leegstand en een betere inzet van het vastgoed. 100 99%
Asbestsanering Wegens aanscherping van de wetgeving bij verkoop van een pand is een asbestinventarisatie en een kostenraming nodig. Aanwezigheid van asbest leidt tot: a. lagere verkoopopbrengst; b. afzonderlijk scheiden van asbest bij sloop; c. asbestsanering toepassen bij het reguliere of planmatig onderhoud. Bij elke verkoop of sloop wordt standaard een asbestinventarisatie uitgevoerd. Het risico van aanwezigheid van asbest dat niet bij de inventarisatie is geconstateerd wordt zoveel mogelijk overgedragen aan koper. 150 50%
Grondexploitaties: daling grondopbrengsten Er wordt minder ontvangen dan de geraamde opbrengsten als gevolg van prijsdaling. Als uitgangspunt voor de geraamde opbrengsten zijn die opbrengsten waarvoor nog geen contract is afgesloten. Door de markt goed te volgen, worden de opbrengsten marktconform ingeschat. 440 2%
Grondexploitaties: vertraging plannen Als gevolg van planvertraging van grondexploitaties, bestaat de kans op nadelig effect op het financiële resultaat. Continue toetsing grondopbrengsten en kosten (2x pj én na elke grondafname), openbare aanbestedingen, goede marketing en communicatie, tijdige onderzoeken e.d. 463 10%
Grondexploitaties: diverse specifieke risico's Als gevolg van diverse factoren die bij grondexploitaties kunnen optreden bestaat de kans op effecten op het financiële resultaat. Continue toetsing grondopbrengsten en kosten (2x pj én na elke grondafname), openbare aanbestedingen, goede marketing en communicatie, tijdige onderzoeken enzovoorts. 748 33%
Speelautomatenhal Een beroepszaak tegen een verleende speelautomaten-vergunning heeft geleid tot een gedeeltelijke onverbindendheid van de Verordening Speelautomatenhal Vlaardingen 2008 In maart 2019 is een nieuwe vergunning verleend, die eveneens wordt aangevochten. De procedure daartoe loopt op dit moment. De eiser kan nog steeds een schadeclaim bij de gemeente indienen. Nieuwe procedure doorlopen. 500 50%

Kengetallen weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Kengetallen weerstandsvermogen

De voorgeschreven set van kengetallen geeft in samenhang een goed inzicht in de financiële positie van een gemeente.
Als gevolg van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeente (BBV) worden kengetallen opgenomen voor:

  • de netto schuld quote
  • de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
  • de solvabiliteitsratio
  • de structurele exploitatieruimte
  • de grondexploitatie
  • de belastingcapaciteit.

Bij ministeriële regeling zijn regels gesteld over de wijze waarop de kengetallen moeten worden vastgesteld en op welke wijze deze in de begroting worden opgenomen. In onderstaande tabel worden de kengetallen weergegeven, waarna elk kengetal nader wordt toegelicht.

Kengetallen Rek Begr Begr Begr Begr Begr
2018 2019 2020 2021 2022 2023
Netto schuld-quote 79,7% 110,1% 100,5% 92,3% 96,3% 97,6%
Netto schuld-quote gecorrigeerd
voor verstrekte leningen 78,5% 107,5% 98,3% 90,3% 94,3% 95,6%
Solvabiliteitsratio 23,0% 19,9% 18,1% 17,3% 15,7% 14,8%
Grondexploitatie 5,3% 5,2% 5,7% 1,2% 0,6% 1,5%
Structurele exploitatieruimte -0,4% 1,3% -0,8% -0,2% -0,6% -0,6%
Gemeentelijke belastingcapaciteit 101,6% 103,3% 106,3% 106,3% 106,3% 106,3%

In onderstaand tabel worden de VNG normen behorende bij de kengetallen weergegeven.

Kengetallen VNG Normen
Minst risicovol Neutraal Meest risicovol
Netto schuld-quote < 90% 90% - 130% > 130%
Netto schuld-quote gecorrigeerd
voor verstrekte leningen < 90% 90% - 130% > 130%
Solvabiliteitsratio > 50% 20% - 50% < 20%
Grondexploitatie < 20% 20% - 35% > 35%
Structurele exploitatieruimte > 0% 0% < 0%
Gemeentelijke belastingcapaciteit < 95% 95% - 105% > 105%

Netto schuldquote

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Netto schuldquote

De netto schuldquote beoordeelt de schuld als aandeel van de inkomsten. Eenvoudig gezegd betekent een netto-schuldquote van 100% dat de schuldenlast de omvang heeft van een jaaromzet.
Een grote portefeuille uitgeleende gelden aan derden en aan verbonden partijen kan het beeld nuanceren. Daarom is tevens een kengetal opgenomen waarin de netto schuldquote gecorrigeerd wordt voor verstrekte leningen. De indicator vertoont ratio’s iets boven de 100 in afnemende lijn en is daarmee redelijk neutraal.

In het coalitieakkoord is een maximale schuldquote afgesproken van 110%. Hier blijven we derhalve ruimschoots binnen.

Netto schuldquote & quote minus verstrekte leningen (x € 1.000) Rek 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023
A. Vaste schulden 245.001 260.000 240.000 245.000 250.000 260.000
B. Netto vlottende schulden 0 5.000 0 0 0 0
C. Overlopende passiva 12.029 33.978 60.598 43.761 44.456 30.881
D. Financiële vaste activa (> 1 jaar):
D1. - uitzettingen 6.119 1.728 1.575 1.575 1.575 1.575
D2. - verstrekte leningen en uitzettingen 9.147 8.102 7.182 7.102 7.022 6.942
E. Uitzettingen < 1 jaar 32.463 10.000 10.000 10.000 10.000 10.000
F. Liquide middelen 375 500 500 500 500 500
G. Overlopende activa 2.606 12.562 24.500 24.500 24.500 24.500
Netto schuld 215.467 274.188 264.023 252.186 257.881 254.306
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen 212.439 267.814 258.416 246.659 252.434 248.939
H. Baten, excl. onttrekkingen reserves 270.456 249.039 262.761 273.161 267.788 260.467
Netto schuldquote = (A+B+C-D1-E-F-G)/H x 100% 79,7% 110,1% 100,5% 92,3% 96,3% 97,6%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen =(A+B+C-D2-E-F-G)/H x 100% 78,5% 107,5% 98,3% 90,3% 94,3% 95,6%

Solvabiliteitsratio

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Solvabiliteitsratio

De solvabiliteitsratio wordt berekend als verhouding tussen de verschillende vermogenscomponenten. Het gaat erom inzicht te krijgen in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Het kengetal geeft weer in hoeverre de in de activa geïnvesteerde vermogen door het eigen vermogen kan worden gefinancierd. Wanneer de helft of meer van het totaal vermogen uit eigen vermogen bestaat, dan is een gemeente voldoende solvabel. Is het kengetal voor solvabiliteit kleiner dan 30%, dan is er veel vreemd vermogen aanwezig en wordt dat als onvoldoende beoordeeld. Versterking het van eigen vermogen, lees Algemene Reserve, is al enkele jaren ons streven, mede vanwege de ons gestelde norm voor voldoende weerstandscapaciteit.

De indicator neemt af naar 14,8 % in 2023. In het coalitie akkoord is afgesproken om als ondergrens een solvabiliteitspercentage te hanteren binnen een bandbreedte van 16% tot 20%, zonder daarbij de daaraan verbonden risico’s uit het oog te verliezen.

Solvabiliteitsratio (x € 1.000) Rek 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023
A. Eigen vermogen 85.230 78.595 71.945 67.268 62.458 58.671
B. Totaal activa (totaal vermogen) 369.770 395.864 398.586 389.061 397.184 396.132
Solvabiliteitsratio = A/B x 100% 23,0% 19,9% 18,1% 17,3% 15,7% 14,8%

Grondexploitatie

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Grondexploitatie

Het financiële kengetal ‘grondexploitatie’ geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Wanneer een gemeente grond tegen de veel lagere prijs van landbouwgrond heeft aangekocht, loopt ze veel minder risico dan wanneer er dure grond is aangekocht en de vraag naar woningen is gestagneerd.

Een norm bepalen voor het kengetal grondexploitatie is lastig. De boekwaarde van de gronden in bezit zegt namelijk nog niets over de relatie tussen de vraag en aanbod van woningbouw dan wel m²-bedrijventerrein. Daarnaast is het van wezenlijk belang wat de te verwachte vraag is/wordt. De paragraaf Grondbeleid en het Meerjaren-Programma-Grondzaken (MPG) bieden hierin meer inzicht.

De boekwaarde van de gronden geeft wel weer in welke mate er middelen zijn aangewend in de grondexploitatie. Dit geld dient namelijk ook nog terugverdiend te worden.

Hoe kleiner het aandeel van de grondpositie is ten opzichte van de totale geraamde baten, hoe kleiner het risico is op het onvermogen om verliezen te kunnen opvangen. Een percentage kleiner dan 20 wordt als gunstig beschouwd. De ratio geeft een afname weer die het gevolg is van voltooiing van grondexploitaties.

Grondexploitatie (x € 1.000) Rek 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023
A. Boekwaarde grondexploitaties 14.348 12.861 14.988 3.272 1.674 3.970
B. Baten, excl. onttrekkingen reserves 270.456 249.039 262.761 273.161 267.788 260.467
Grondexploitatie =(A+B)/C x 100% 5,3% 5,2% 5,7% 1,2% 0,6% 1,5%

Structurele exploitatieruimte

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Structurele exploitatieruimte

Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten.

Het BBV bepaalt dat een overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma wordt opgenomen. Met behulp van deze gegevens en de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves, waarvan op grond van het BBV ook een overzicht moet worden opgenomen, wordt de structurele exploitatieruimte bepaald. Uit onderstaande tabel blijkt een negatieve uitkomst, hetgeen betekent dat er geen ruimte is om een stijging van structurele lasten te kunnen opvangen.

Structurele exploitatieruimte (x € 1.000) Rek 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023
A. Structurele lasten 258.680 249.482 266.325 275.142 270.797 263.454
B. Structurele baten 257.195 251.202 262.761 273.161 267.788 260.467
C. Structurele toev. aan reserves 869 1.916 1.649 5.004 5.135 4.114
D. Structurele onttr. aan reserves 1.380 3.515 3.033 6.388 6.519 5.498
E. Baten, excl. onttrekkingen reserves 270.456 249.039 262.761 273.161 267.788 260.467
Structurele expl. ruimte in % = ((B-A)+(D-C))/E x 100% -0,4% 1,3% -0,8% -0,2% -0,6% -0,6%

Belastingcapaciteit

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Belastingcapaciteit

De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De definitie van het kengetal belastingcapaciteit luidt: Woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t ten opzichte van het landelijk gemiddelde in jaar t-1 uitgedrukt in een percentage.

Gemeentelijke belastingcapaciteit Rek 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023
A. OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 261 268 288 288 288 288
B. Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 158 158 161 161 161 161
C. Afvalstoffenheffing voor een gezin 325 330 356 356 356 356
D. Eventuele heffingskorting voor een gezin 0 0 0 0 0 0
E. Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 744 756 805 805 805 805
F. Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1 732 732 757 757 757 757
Gemeentelijke belastingcapaciteit in % = (E/F) x 100% 101,6% 103,3% 106,3% 106,3% 106,3% 106,3%

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Inleiding

Deze paragraaf, in combinatie met de onderliggende beleids- en beheerplannen, geeft inzicht in de stand van het onderhoud van wegen, riolering, gebouwen etc. en de bijbehorende onderhoudskosten.

De gemeente Vlaardingen heeft ruim 7 km² openbare ruimte in beheer. In die ruimte bevindt zich een groot aantal kapitaalgoederen. Deze goederen moeten onderhouden worden. Dit is een taak die continu budgettaire middelen vergt.

In onderstaande tabel worden de kerncijfers voor wegen, riolering, water en groen weergegeven.

Omschrijving Kerncijfers
Aantal kilometers wegrijbanen* 198 kilometer
waarvan binnen de bebouwde kom 186 kilometer, 94%
waarvan buiten de bebouwde kom 12 kilometer, 6%
Oppervlakte wegennet rijbanen 1.401.885 m²
waarvan klinkers 974.865 m², 70%
waarvan asfalt 427.020 m², 30%
Aantal kilometers fietspad* 76 kilometer
waarvan binnen de bebouwde kom 66 kilometer, 87%
waarvan buiten de bebouwde kom 10 kilometer, 13%
Oppervlakte fietspaden 220.440 m²
waarvan klinkers 108.145 m², 49%
waarvan asfalt 112.295 m², 51%
Oppervlakte overig 1.485.525 m²
waarvan klinkers 1.421.247 m², 95%
waarvan asfalt 64.278 m², 5%
Totaal verharding openbare ruimte 3.107.850 m²
waarvan klinkers 2.504.257 m², 80%
waarvan asfalt 603.593 m², 20%
Aantal rioolaansluiting 36.294 stuks
Aantal trottoir- en straatkolken 23.000 stuks
Aantal gemalen en pompputten 51 stuks
Lengte vrijverval riolering 269 kilometer
Lengte persleiding en drukriolering 34,4 kilometer
Aantal bruggen 130 stuks
Aantal lichtmasten 13.312 stuks
Aantal armaturen 14.114 stuks
Aantal lampen 14.576 stuks
Aantal duikers
Lengte watergangen 10,4 kilometer
Oppervlakte beplantingen 731.123 m²
Oppervlakte gazon 989.270 m²
Oppervlakte ecologisch gras 1.527.131 m²
Oppervlakte water singels 561.305 m²
Lengte sloten 92,4 kilometer
Aantal bomen 28.428 stuks
* totaal wegennet (rijbaan/fietspad) 274 kilometer, waarvan 92% binnen de bebouwde kom en 8% buiten de bebouwde kom

In onderstaande tabel worden de kerncijfers voor gebouwen weergegeven.

Functie/doel Aantal
Maatschappelijk
- Dienstgebouw 15
- Wijkcentrum 3
- Overig 10
- Kerktoren 4
- Multifunctioneel 3
- Kinderopvang 1
- Zaalsport 7
- Onderwijs 37
- Veldsport 10
Economisch
- strategisch 2
- overig 30
- rioolgemaal 6
Totaal 128

Beheerplannen en planning

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Beheerplannen en planning

In het BBV wordt gesteld dat voor tenminste de kapitaalgoederen wegen, riolering, water, groen en gebouwen het volgende wordt aangegeven:

  • het beleidskader
  • de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties
  • de vertaling van de financiële consequenties in de begroting.

Onderstaand volgt een overzicht van de geldende beheerplannen, waarna per beheerplan een nadere toelichting is opgenomen.

Van ieder substantieel kapitaalgoed wordt vervolgens het beleidskader aangegeven, gekoppeld aan het geldende beheerplan. Daarna volgt een verantwoording over de uitvoering in het afgelopen jaar. Op basis van de beheerplannen en actuele ontwikkelingen stelt de gemeente jaarlijks in november een integraal plan op voor het onderhoud van alle kapitaalgoederen.

Beheerplannen Door de raad vastgesteld d.d. Looptijd t/m Programma
Wegen 19 februari 2015 n.v.t. 4. Verkeer en mobiliteit
Civieltechnische kunstwerken 19 februari 2015 n.v.t. 4. Verkeer en mobiliteit
Riolering en grondwater 31 januari 2019 n.v.t. 3. Groen en milieu
Waterbodems (Waterplan) 28 november 2013 n.v.t. 4. Verkeer en mobiliteit
Groenvoorzieningen april 2012 n.v.t. 3. Groen en milieu
Kades en glooiingen 19 februari 2015 n.v.t. 6. Onderwijs, economie en havens
Havens 19 februari 2015 n.v.t. 6. Onderwijs, economie en havens
Oppervlaktewater (Waterplan) 28 november 2013 n.v.t. 3. Groen en milieu
Ondergrondse containers - n.v.t. 3. Groen en milieu
Speeltoestellen 2013 n.v.t. 9. Sport en recreatie
Openbare verlichting 18 september 2014 n.v.t. 4. Verkeer en mobiliteit
Verkeersregelinstallaties (Nota verkeerslichten) Ter kennisgeving raad 18 december 2012 n.v.t. 4. Verkeer en mobiliteit
Gebouwen 8 maart 2014 B&W n.v.t. 1. Bestuur, participatie en dienstverlening
Nota grondbeleid 7 april 2011 n.v.t. 5. Wonen
Nota Vastgoed - n.v.t. 1. Bestuur, participatie en dienstverlening
Meerjareninvesteringsplan sportterreinen Ter kennisgeving B&W september 2013 n.v.t. 9. Sport en recreatie

Wegen en civieltechnische kunstwerken

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Wegen en civieltechnische kunstwerken

Beleids- en beheerkaders
Tot de beleidskaders behoren het Beheerplan Wegen en het Plan Civieltechnische kunstwerken. Bepalend voor de wijze en het niveau waarop het wegenbeheer en het beheer civieltechnische kunstwerken worden uitgevoerd, zijn de kaders uit de beleids- en beheerplannen Wegen en Civieltechnische kunstwerken.

Wegen
Het onderhoudsniveau is verhoogd van C (sober) naar B (basis). Dit onderhoudsniveau komt overeen met het beeldkwaliteitsniveau B. De wegen worden 1x per 2 jaar geïnspecteerd. Opdrukkende verharding door boomwortels is een veel voorkomende schade waardoor ongewenste/gevaarlijke situaties ontstaan.

Civieltechnische kunstwerken
Het onderhoudsniveau voor CTK is ’sober ‘. Uitgangspunt hierbij is dat technisch adequaat onderhoud plaatsvindt, waarbij het kapitaalgoed duurzaam in stand gehouden wordt. Voor de civieltechnische kunstwerken geldt dat het basis instandhoudingsniveau (heel, veilig en toegankelijk) wordt gegarandeerd. De civieltechnische kunstwerken worden 1x per 3 jaar gedetailleerd geïnspecteerd.

Financiën
De financiële consequenties van de beleids- en beheerplannen met de daarbij behorende kwaliteitskeuze zijn in deze begroting verwerkt in het programma Verkeer en Mobiliteit. Conform de beleids- en beheerplannen heeft een financiële vertaalslag plaats gevonden.

Omschrijving Rek 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023 Programma
Klein onderhoud wegen 448.435 678.449 678.449 678.449 678.449 678.449 Verkeer en mobiliteit
Klein onderhoud CTK 144.107 149.965 149.965 149.965 149.965 149.965 Verkeer en mobiliteit
Groot onderhoud wegen 1.480.875 1.482.287 1.482.287 1.482.287 1.482.287 1.482.287 Verkeer en mobiliteit
Groot onderhoud CTK 77.000 77.000 77.000 77.000 77.000 77.000 Verkeer en mobiliteit
Overig onderhoud 306.262 521.776 521.776 521.776 521.776 521.776 Verkeer en mobiliteit
Mutatie voorziening/reserve n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Kapitaallasten CTK 187.538 179.838 176.793 173.744 150.347 147.712 Verkeer en mobiliteit
Totaal 2.644.217 3.089.315 3.086.270 3.083.221 3.059.824 3.057.189
Overig onderhoud heeft o.a. betrekking op onderhoud installatie, onderhoud markeringen, afval gerelateerde zaken, aanschaf materialen, magazijnuitgiftes etc. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren

Riolering en grondwater

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Riolering en grondwater

Beleidskader
Als beleidskader voor het rioolbeheer geldt het op grond van de Wet milieubeheer verplichte verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (Waterplan, deel 1a). In het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2019 beschrijven wij hoe wij invulling geven aan onze zorgplicht voor de inzameling en het transport van afvalwater, inzameling en verwerking van regenwater en het voorkomen van grondwateroverlast.

Het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan vertaalt de gemeentelijke ambities voor de rioleringszorg naar concrete doelen, een adequate strategie en benodigde activiteiten. Het dient als leidraad bij het water robuust maken van de stad. Nieuwbouwprojecten, herstructureringen en vervangingsopgaven van de riolering grijpen wij aan om vasthoudmaatregelen of extra bergingscapaciteit te realiseren en waar mogelijk verhard oppervlak af te koppelen.

Financiën
De exploitatiekosten van het rioolstelsel worden gedekt uit de opbrengst rioolheffing. Deze lasten en opbrengsten zijn verantwoord in het programma Groen en Milieu. Alle kosten aan het rioolstelsel en de aan de grondwaterzorgplicht gerelateerde activa mogen via de rioolheffing worden doorberekend. De exploitatie van het rioolstelsel is binnen de begroting budgettair neutraal. Eventuele saldi die na afsluiting van een boekjaar ontstaan worden via de spaarvoorziening riolering verrekend.

Omschrijving Rek 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023 Programma
Klein onderhoud 1.075.587 999.953 989.375 971.716 971.716 971.716 Groen en milieu
Groot onderhoud 229.292 en IP IP IP IP IP IP Groen en milieu
Overig onderhoud 313.229 537.000 549.000 549.000 549.000 549.000 Groen en milieu
Mutatie voorziening/reserve 1.672.395 610.531 2.517.445 2.589.549 2.696.332 2.790.578 Groen en milieu
Kapitaallasten 2.087.975 2.330.834 1.076.754 1.141.444 1.170.632 1.215.959 Groen en milieu
Totaal 5.149.186 4.478.318 5.132.574 5.251.709 5.387.680 5.527.253
Overig onderhoud heeft o.a. betrekking op energiekosten en betaalde belastingen. Het groot onderhoud en vervanging van riolering bij integrale ophogingsprojecten wordt gefinancierd vanmuit het IP. Cijfers zijn exclusief ambtelijke uren.

Waterbodems

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Waterbodems

Beleidskader
De beleidskaders zijn opgenomen in het Waterplan. Diverse wetten zijn kaderstellend en geven verplichtingen voor de waterbeheerder. Het onderhoud van de waterbodems bestaat uit baggeren, dat door het Hoogheemraadschap van Delfland (HHvD) wordt uitgevoerd op basis van een planning die uitgaat van een achtjarige cyclus.

Financiën
De hoofdwatergangen zijn in beheer bij het Hoogheemraadschap van Delfland en de overige watergangen zijn in beheer bij de gemeente. Voor het uitvoeren van dagelijks en groot onderhoud aan watergangen die de gemeente beheert, zijn in deze begroting in het programma Verkeer en Mobiliteit de benodigde financiële middelen voorzien.

Omschrijving Rek 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023 Programma
Klein onderhoud 19.223 44.613 44.613 44.613 44.613 44.613 Verkeer en mobiliteit
Groot onderhoud 171.661 142.676 142.676 142.676 142.676 142.676 Verkeer en mobiliteit
Overig onderhoud 1.913 18.345 18.345 18.345 18.345 18.345 Verkeer en mobiliteit
Mutatie voorziening/reserve n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Kapitaallasten 53.595 52.067 51.098 42.427 6.782 6.661 Verkeer en mobiliteit
Totaal 246.392 257.701 256.732 248.061 212.416 212.295
Overig onderhoud heeft o.a. betrekking op energiekosten en betaalde belastingen. Cijfers zijn exclusief ambtelijke uren.

Groenvoorzieningen

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Groenvoorzieningen

Beleid- en beheerkaders
De beleid- en beheerkaders voor het openbaar groen zijn vastgelegd in het Groenplan Vlaardingen Blijvend Groen en de Bomenverordening Vlaardingen 2010. Duurzaamheid in inrichting en beheer zijn belangrijke aspecten van het beleid.
Het onderhoudsniveau voor het groen is bepaald op niveau Basis.
Voor het adequaat en efficiënt uitvoeren van technisch beheer wordt Boom Veiligheids Onderzoek (BVO) uitgevoerd in een driejarige cyclus. Hierbij is in het bijzonder aandacht voor opdrukkende verharding door boomwortels waardoor ongewenste/gevaarlijke situaties kunnen ontstaan. Ambities uit het Groenplan worden zoveel mogelijk gerealiseerd door aan te sluiten bij integrale projecten.

Financiën
Voor het uitvoeren van groenonderhoud zijn in de begroting in het programma Groen en Milieu de benodigde financiële middelen voorzien. De ramingen zijn gebaseerd op regulier (jaarlijks terugkerend) onderhoud.

Omschrijving Rek 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023 Programma
Klein onderhoud 53.012 65.078 65.078 65.078 65.078 65.078 Groen en milieu
Groot onderhoud 2.103.808 2.232.822 2.232.561 2.283.261 2.283.261 2.283.261 Groen en milieu
Overig onderhoud 261.155 207.055 225.195 225.195 225.195 225.195 Groen en milieu
Mutatie voorziening/reserve 23.425 23.425 23.425 23.425 23.425 23.425 Groen en milieu
Kapitaallasten 135.165 174.695 124.138 122.196 114.796 107.917 Groen en milieu
Totaal 2.576.565 2.703.075 2.670.397 2.719.155 2.711.755 2.704.876
Overig onderhoud heeft o.a. betrekking op verwerkingskosten groenafval, betaalde belastingen, huisvestingskosten, kantoorartikelen, aanschaf materiaal. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Kades en glooiingen

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Kades en glooiingen

Beleids- en beheerkaders
De veiligheid en functionaliteit van de kades en glooiingen zijn van groot belang voor de continuïteit van de havenactiviteiten. Het Plan Kades en glooiingen (2015) is de basis voor het beheer van de gemeentelijke kades en glooiingen. Op basis van de opgenomen uitgangspunten worden veiligheid en functionaliteit gewaarborgd. De nadruk in het plan ligt met name bij de technische kwaliteit en minder op de belevingswaarde. Voorafgaand aan het uitvoeringsjaar laten wij een kwaliteitsonderzoek uitvoeren om de definitieve maatregelen op jaarbasis goed in beeld te krijgen.

Financiën
De uitgaven voor kleinschalig en dagelijks onderhoud zijn conform het beheerplan opgenomen in de begroting bij de producten Zeehavens en Binnenhavens binnen het programma Economie en Haven. Groot onderhoud wordt gefinancierd vanuit het Investeringsplan.

Omschrijving Rek 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023 Programma
Klein onderhoud kades en glooiingen 110.393 141.918 141.918 141.918 141.918 141.918 Onderwijs, economie en haven
Klein onderhoud havens 277.629 163.412 163.412 163.412 163.412 163.412 Onderwijs, economie en haven
Groot onderhoud kades en glooiingen 0 0 0 0 0 0 Onderwijs, economie en haven
Groot onderhoud havens 0 60.840 60.840 60.840 60.840 60.840 Onderwijs, economie en haven
Overig onderhoud 177.494 55.633 55.633 55.633 55.633 55.633 Onderwijs, economie en haven
Mutatie voorziening/reserve n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Kapitaallasten CTK 612.493 655.829 747.079 737.841 728.606 719.374 Onderwijs, economie en haven
Totaal 1.178.009 1.077.632 1.168.882 1.159.644 1.150.409 1.141.177
Overig onderhoud heeft o.a. betrekking op schadeuitkeringen en acualiseren plan kades en glooiingen. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Oppervlaktewater

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Oppervlaktewater

Beleidskaders
Op grond van de Waterwet dragen de gemeente en het Hoogheemraadschap van Delfland samen zorg voor een doelmatig en samenhangend waterbeheer.

Financiën
De financiële consequenties van het gemeentelijke waterbeleid zijn in het Uitvoeringsprogramma (Waterplan, deel 7) vastgelegd. Vanwege het samenwerkingsverband met het Hoogheemraadschap van Delfland geldt hierbij voor een aantal onderdelen een gedeelde financiering. Om de waterkwaliteit en -kwantiteit van het oppervlaktewatersysteem te verbeteren streeft de gemeente naar scheiding van afvalwater (riolering) en hemelwater, het vinden van meer ruimte voor waterberging en het ontwikkelen van natuurvriendelijke oevers. Verder treft de gemeente maatregelen in de rioleringssfeer. Door de riolering te ontlasten neemt het aantal overstortgebeurtenissen verder af en daarmee de vuilemissie op het oppervlaktewater. Met de beschikbare middelen die in de begroting in het programma Groen en Milieu zijn opgenomen kunnen de onderhoudskosten worden gedekt.

Omschrijving Rek 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023 Programma
Klein onderhoud 299.898 227.643 227.643 227.643 227.643 227.643 Groen en milieu
Groot onderhoud n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. Groen en milieu
Overig onderhoud n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Mutatie voorziening/reserve n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Kapitaallasten n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Totaal 299.898 227.643 227.643 227.643 227.643 227.643
Het groot onderhoud wordt door de gemeente voor rekening van Midden-Delfland gedaan. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Ondergrondse containers

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Ondergrondse containers

Beleidskaders
De gemeente wil met ondergrondse containers het straatbeeld verbeteren en meer service aan bewoners leveren. Nieuwe ondergrondse containers zijn op grote schaal geplaatst. In 2019 is gestart met het vervangen en uitbreiden van het aantal Afval Apart Punten. In totaal zijn er 750 ondergrondse containers in heel Vlaardingen. Het grootschalig onderhoud is opgenomen in de begroting van het product Afval van het programma Groen en Milieu.

Financiën
De kosten van de nieuw te plaatsen ondergrondse containers worden gedekt uit de beschikbaar gestelde investeringskredieten. Dit staat verantwoord in het programma Groen en Milieu. Alle aan de afvalverwijdering en –verwerking gerelateerde kosten mogen via de afvalstoffenheffing worden doorberekend. Daarom is de exploitatie van de afvalverwijdering en –verwerking binnen de begroting budgettair neutraal. Saldi die na afsluiting van een boekjaar ontstaan worden via de egalisatievoorziening Afvalverwijdering verrekend. De tarieven afvalstoffenheffing worden in 2020 verhoogd met 8%. Voor de jaren na 2020 worden er maatregelen voorgesteld om de gewenste kostendekkendheid te handhaven.

Omschrijving Rek 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023 Programma
Klein onderhoud 216.690 248.605 258.351 258.351 258.351 258.351 Groen en milieu
Groot onderhoud IP IP IP IP IP IP Groen en milieu
Overig onderhoud 4.286 0 0 0 0 0 Groen en milieu
Mutatie voorziening/reserve -678.751 -885.747 -495.763 n.v.t. n.v.t. n.v.t. Groen en milieu
Kapitaallasten Irado 418.889 473.464 492.024 492.024 492.024 492.024 Groen en milieu
Kapitaallasten gemeente 642.220 606.317 769.986 757.319 744.655 731.988 Groen en milieu
Totaal 603.334 442.639 1.024.598 1.507.694 1.495.030 1.482.363
Het groot onderhoud heeft betrekking op het plaatsen van de ondergrondse containers. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Speeltoestellen

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Speeltoestellen

Beleidskaders
De gemeente Vlaardingen wil de leefbaarheid van buurten en wijken bevorderen. Een goed en veilig ingerichte openbare ruimte is een onderdeel van een prettige leefomgeving. Hiertoe behoren ook de speelplaatsen. De gemeente stelt kwaliteit boven kwantiteit. Gestreefd wordt naar voldoende speelplaatsen die zo goed mogelijk over de stad verdeeld zijn en technisch goed worden onderhouden. Tot het beleidskader behoort het Speelruimteplan. De speelvoorzieningen worden ieder jaar geïnspecteerd op veiligheid en de staat van onderhoud.

Financiën
Voor de speelvoorzieningen zijn in de begroting in het programma Sport en Recreatie financiële middelen opgenomen voor vervanging en het dagelijks beheer en onderhoud.

Omschrijving Rek 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023 Programma
Klein onderhoud 60.273 85.045 85.045 85.045 85.045 85.045 Sport en recreatie
Groot onderhoud 188.561 303.512 303.305 303.305 303.305 303.305 Sport en recreatie
Overig onderhoud 2.861 207 207 207 207 207 Sport en recreatie
Mutatie voorziening/reserve n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Kapitaallasten gemeente 5.336 5.159 3.356 3.298 3.240 3.182 Sport en recreatie
Totaal 257.031 393.923 391.913 391.855 391.797 391.739
Overig onderhoud heeft betrekking op inhuur, energiekosten. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Openbare verlichting

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Openbare verlichting

Beleidskaders
De openbare verlichting draagt bij aan de sociale veiligheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid. De gemeente Vlaardingen gaat de openbare verlichting verduurzamen en het aantal storingen verminderen door het structureel vervangen van conventionele verlichting door ledverlichting. De gemeente voert zelf de regie, beleidsmatig en operationeel, en laat zich daarbij ondersteunen door specialisten uit de markt. Het onderhoud en spoedreparaties zijn ondergebracht bij een marktpartij.

Financiën
Voor het uitvoeren van dagelijks en groot onderhoud aan de openbare verlichting zijn in de begroting in het programma Verkeer en Mobiliteit de benodigde financiële middelen opgenomen.

Omschrijving Rek 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023 Programma
Klein onderhoud n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Groot onderhoud 313.446 711.828 401.828 401.828 401.828 401.828 Verkeer en mobiliteit
Overig onderhoud 310.900 0 310.000 310.000 310.000 310.000 Verkeer en mobiliteit
Mutatie voorziening/reserve n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Kapitaallasten gemeente 220.913 211.940 255.103 255.103 273.685 291.266 Verkeer en mobiliteit
Totaal 845.259 923.768 966.931 966.931 985.513 1.003.094
Overig onderhoud heeft onder andere betrekking op energiekosten. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Verkeersregelinstallaties

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Verkeersregelinstallaties

Beleids- en beheerkaders
De beleidskaders voor de verkeersregelinstallaties zijn vastgelegd in de Nota Verkeerslichten. In deze nota zijn uitgangspunten voor het niveau van beheer en onderhoud en vervanging van verkeersregelinstallaties opgenomen. Het onderhoud en spoedreparaties van de installaties zijn ondergebracht bij een marktpartij.

Financiën
Voor het uitvoeren van dagelijks en groot onderhoud aan de Verkeersregelinstallaties zijn in de begroting in het programma Verkeer en Mobiliteit de benodigde financiële middelen opgenomen.

Omschrijving Rek 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023 Programma
Klein onderhoud n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Groot onderhoud 249.205 321.523 326.025 326.025 326.025 326.025 Verkeer en mobiliteit
Overig onderhoud 5.720 0 0 0 0 0 Verkeer en mobiliteit
Mutatie voorziening/reserve n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Kapitaallasten gemeente 279.699 294.367 293.617 289.031 284.446 277.425 Verkeer en mobiliteit
Totaal 534.624 615.890 619.642 615.056 610.471 603.450
Overig onderhoud heeft betrekking op energiekosten. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Gebouwen

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Gebouwen

Beleidskaders
Eind 2019 wordt een Beheerplan voor vastgoedobjecten opgesteld, waarin behalve het meerjaren onderhoudsprogramma en het meerjaren investeringsprogramma ook de gemeentelijke beleidspunten worden opgenomen.
De vastgoedportefeuille is ingericht op basis van de volgende categorieën:

  • Dienstgebouwen
  • Maatschappelijk vastgoed waaronder onderwijsgebouwen en (veld)sportaccommodaties
  • Strategisch bezit
  • Overig bezit

De huidige gemeentelijke vastgoedportefeuille telt 128 objecten met een totale omvang van 153.000 m². De portefeuille heeft een totale verzekerde waarde van
€ 353 miljoen.

Financiën
Het gemeentelijke vastgoed is divers en vraagt dan ook om afwegingen bij het plegen van regulier en groot onderhoud. In de begroting is een jaarlijkse toevoeging aan de reserve Onderhoud van € 596.000 verwerkt. In het verleden zijn middelen vrijgemaakt om een inhaalslag uit te voeren bij achterstallig onderhoud. Naast de jaarlijkse storting in de reserve Onderhoud is er structureel een bedrag van € 250.000 gereserveerd voor het projectmatig wegwerken van het achterstallig onderhoud. Dat achterstallig onderhoud is grotendeels ingelopen, uitgezonderd het pand Markt 11 (Stadhuis).
De vastgoedbegroting is opgesteld conform de meerjarenonderhoudsbegrotingen van de verschillende panden. Onlangs zijn deze begrotingen en de lijst met af te stoten panden geactualiseerd. In het najaar worden de beheersplannen van de panden die in beheer zijn bij Vastgoed opgesteld en ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorgelegd.

Omschrijving Rek 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023 Programma
Klein en groot onderhoud 3.002.000 1.824.000 1.824.000 1.825.000 1.825.000 1.825.000 Bestuur, dienstverlening en participatie
Mutatie voorziening/reserve 776.000 846.000 846.000 846.000 846.000 846.000 Bestuur, dienstverlening en participatie
Kapitaallasten gemeente 4.162.000 3.252.000 3.288.000 3.190.000 3.124.000 3.049.000 Bestuur, dienstverlening en participatie
Totaal 7.940.000 5.922.000 5.958.000 5.861.000 5.795.000 5.720.000

Paragraaf Financiering

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Inleiding

De treasuryfunctie maakt deel uit van de bredere financiële functie. De treasuryfunctie houdt zich bezig met financiering, risico- en cashmanagement en de hiermee samenhangende baten en lasten. In onze gemeente worden de treasury taken overwegend centraal uitgevoerd. De uitvoering vindt plaats binnen de kaders van het treasurystatuut. Dit verplichte document (artikel 212, Gemeentewet) is voor het laatst in september 2013 door uw raad vastgesteld.

 

Uitgangspunt

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Uitgangspunt

Het treasurystatuut stelt dat het treasurybeleid in onze gemeente defensief van karakter behoort te zijn. Dit betekent dat financiële risico’s, die betrekking hebben op de uitvoering van de treasuryfunctie, beperkt dienen te blijven. Deze risicohouding vloeit enerzijds voort uit het idee dat aan een ongehinderde continue uitvoering van de publieke taak prioriteit dient te worden gegeven, anderzijds uit de gedachte dat met gemeenschapsgeld met de nodige voorzichtigheid dient te worden omgegaan.

 

Doelstellingen

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Doelstellingen

In het statuut zijn de algemene doelstellingen van het treasurybeleid opgenomen. Deze luiden:
• het garanderen van een duurzame toegang tot de financiële markten en het beperken van de kosten die daarmee samenhangen.
• het beschermen van de gemeentelijke vermogenspositie middels het beheersen van de financiële risico’s.
• het optimaliseren van het extern renteresultaat.

In het vervolg van deze paragraaf worden de onderwerpen die bij deze doelstellingen horen, besproken. Allereerst wordt ingegaan op de wijze waarop Vlaardingen haar bezit financiert, daarna worden de risico’s die aan dit financieren verbonden zijn in beeld gebracht, vervolgens wordt stil gestaan bij het kredietrisico op uitzettingen (gelden bij derden) en komt ook het renteresultaat aan de orde.

 

Financiering

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Financiering

Eind 2014 bereikte de leenschuld zijn hoogste punt van € 298 miljoen. Sinds 2015 is de leenschuld dalende. Op dit moment verwachten we dat de leenschuld aan het einde van 2019 op € 250 miljoen uitkomt.

Opbouw leenschuld per 1 januari 2020 Bedrag (x € 1 miljoen)
Vaste component (langlopende leningen) 240
Vlottende schuld (kortlopende leningen) 10
Totaal 250

Het is beleid (zie onderdeel Renterisico) om jaarlijks € 20 miljoen op de vaste schuld af te lossen en voor zo ver noodzakelijk her te financieren. Alleen in 2020 wordt meer afgelost, namelijk € 55 miljoen. Voor de in 2020 nieuw af te sluiten geldleningen betekent dit dat de looptijd minimaal 10 jaar is omdat het aflossingsschema van de vaste geldleningen in eerdere jaren geen ruimte biedt.
De vlottende schuld bestaat over het algemeen uit leningen met een looptijd van slechts enkele weken. Door voor een korte looptijd te kiezen is het eenvoudiger om in te spelen op het soms grillige verloop van de gemeentelijke geldstromen.

 

Renterisico's

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Renterisico's

Financiering en renterisico zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het renterisico van de Gemeente Vlaardingen maakt deel uit van het, met behulp van de Monte Carlo Methode, vastgesteld benodigd weerstandsvermogen. Telkens wanneer een geldlening moet worden afgelost en herfinanciering noodzakelijk is, bestaat immers het gevaar dat de begroting geconfronteerd wordt met hogere rentelasten: de nieuwe lening kan door ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt duurder uitvallen dan de oude. Renterisico is niet uit te sluiten, maar kan wel worden gespreid om het risico per begrotingsjaar te beperken.
De Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido) stelt grenzen aan de mate waarin een gemeente zich bloot kan stellen aan renterisico. Ter beperking van dit risico is zowel voor de vaste schuld (langlopende leningen) als voor de vlottende schuld (kortlopende leningen) een wettelijk maximum vastgesteld. Het te lang niet voldoen aan deze limitering kan voor de Provincie, als toezichthouder van de gemeente, aanleiding zijn om maatregelen te nemen. In laatste instantie behoort preventief toezicht op het afsluiten van geldleningen tot de mogelijkheden.

 

Renterisiconorm vaste schuld

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Renterisiconorm vaste schuld

De renterisiconorm heeft betrekking op de vaste schuld van de gemeente. Vaste schuld ontstaat wanneer geldleningen worden afgesloten met een rentetypische looptijd van 1 jaar of langer. De renterisiconorm moet gemeenten en andere decentrale overheden aanzetten tot spreiding van dit specifieke risico over toekomstige begrotingsjaren.

De totale schuld in verband met het afsluiten van langlopend geldleningen bedraagt begin 2019 € 245 miljoen. Wij hechten eraan om de omvang van onze schulden beheersbaar te houden. Aan schulden zijn immers rentelasten en renterisico’s verbonden. In ons huidige financiële beleid streven wij naar een schuldquote (omvang schulden gerelateerd aan de omvang van onze begroting) van maximaal 100%. Onze schuldquote zit op dit moment iets onder deze norm. In het coalitieakkoord is afgesproken dat wij deze norm de komende jaren iets moeten verhogen tot een plafond van maximaal 110% om de noodzakelijke investeringen in onze stad mogelijk te maken, uiteraard zonder de omvang van de schulden en het renterisico daarbij uit de hand te laten lopen.

Door bij het afsluiten van nieuwe geldleningen voor verschillende looptijden te kiezen wordt het renterisico gespreid. Het treasurybeleid is erop gericht om jaarlijks € 20 miljoen op de vaste schuld her te financieren. Het jaarlijks bedrag waarover de gemeente renterisico loopt blijft hierdoor tot dit bedrag beperkt. Alleen voor het jaar 2020 staat er een aflossing van € 55 miljoen gepland. Over de periode 2020 tot en met 2023 bedraagt het totale risicobedrag € 115 miljoen (zie onderstaande overzicht).

Toekomstig beeld renterisico (x € 1 miljoen) 2020 2021 2022 2023
Aflossingen 55 20 20 20
Renteherzieningen 0 0 0 0
Renterisico 55 20 20 20

Om de mogelijke impact van renterisico (vaste schuld) voor de komende vier jaar te kunnen bepalen zijn verschillende rentescenario’s mogelijk. Voor de eenvoud hebben wij gekozen voor een gemiddelde stijging van de toekomstige marktrente met 1,00%. Als deze stijging zich daadwerkelijk voordoet de komende jaren, dan stijgen de rentelasten met ingang van 2023 met € 1.150.000 (1,00% van € 115 miljoen).

Uiteraard zijn ook andere rentescenario’s mogelijk. Welk scenario het meest waarschijnlijke is, is op voorhand niet te zeggen. De financiële markt is onvoorspelbaar, omdat zij van vele factoren afhankelijk is.
Gemeenten zijn niet vrij in het bepalen van de omvang van de jaarlijks te betalen aflossingen. De renterisiconorm geeft aan welk bedrag maximaal per begrotingsjaar kan worden afgelost en kan worden her gefinancierd.

Met een jaarlijks aflossingsbedrag van circa € 20 miljoen blijft onze gemeente de komende jaren ruimschoots binnen de in de Wet Fido opgenomen norm. In 2020 staat een aflossing van € 55 miljoen gepland. In dat jaar wordt dus precies aan de renterisiconorm van € 55 miljoen voldaan.

Berekening renterisiconorm
A. Begrotingstotaal (lasten, x € 1 miljoen) 273
B. Percentage (gemeenten) 20%
Renterisiconorm (A*B) 55

Renterisico vlottende schuld

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Renterisico vlottende schuld

Vlottende schuld ontstaat wanneer geldleningen worden afgesloten met een rentetypische looptijd die korter is dan 1 jaar. In Vlaardingen gaat het veelal om leningen met een looptijd van 4 weken.

Het financieren door middel van kortlopende geldleningen kent 2 voordelen:
1. snel kunnen inspelen op schommelingen in de financieringsbehoefte, en
2. het is bij de huidige rentestructuur een relatief goedkope financieringsvorm (momenteel is de rente op kortlopende geldleningen zelfs negatief).

Het treasurybeleid is erop gericht om zoveel mogelijk van deze voordelen te profiteren. De keerzijde van de medaille is echter de korte rentevastheid (renterisico) van kortlopende leningen. Om te voorkomen dat decentrale overheden zich teveel laten leiden door de voordelen van deze financieringsbron is door de wetgever de kasgeldlimiet ingesteld. Deze limiet stelt een maximum aan de omvang van de vlottende schuld.

Berekening kasgeldlimiet
A. Begrotingstotaal (lasten, x € 1 miljoen) 273
B. Percentage (gemeenten) 8,5%
Kasgeldlimiet (A*B) 23

Door tijdig en in voldoende mate langlopende leningen af te sluiten, voorkomen we dat de kasgeldlimiet te lang, dat wil zeggen meer dan twee achtereenvolgende kwartalen, wordt overschreden.
De rente op de geldmarkt is op dit moment extreem laag. Het is echter niet uit te sluiten dat de Europese Centrale Bank (ECB) haar tarieven gaat verhogen. Uitgaande van een gemiddeld bedrag aan vlottende schuld van € 10 miljoen heeft een stijging van de geldmarktrente met 1,00% een toename van de rentekosten met € 100.000 tot gevolg. Deze mogelijke extra kosten geven een goede indruk van welke risico Vlaardingen komend jaar loopt. Ook nu geldt dat andere rentescenario’s mogelijk zijn. Welk scenario het meest waarschijnlijke is, is echter op voorhand niet te zeggen. De gemeentelijke rentevisie stelt namelijk dat toekomstige rentestanden nauwelijks tot niet voorspelbaar zijn.

Prognose netto vlottende schuld per kwartaal
1 januari 2020 € 10 miljoen
31 maart 2020 € 10 miljoen
30 juni 2020 € 10 miljoen
30 september 2020 € 10 miljoen
31 december 2020 € 10 miljoen

Debiteurenrisico uitstaande gelden

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Debiteurenrisico uitstaande gelden

Aan het voor langere tijd verstrekken van gelden aan derden kleeft het gevaar dat deze derden op een veelal onvoorzien moment niet meer aan hun verplichtingen kunnen voldoen. Dit kan ertoe leiden dat enerzijds een openstaande vordering als oninbaar moet worden afgeboekt (ten laste van de algemene reserve) en, anderzijds een deel van de rente-inkomsten wegvalt.

In principe kan door de gemeente om 2 redenen geld aan derden worden uitgeleend. Ten eerste wanneer dit in functie van de publieke taak gebeurt, ten tweede wanneer er voor een bepaalde tijd sprake is van een overschot aan liquide middelen. Deze laatste situatie heeft zich de afgelopen jaren niet meer voorgedaan. Het treasurybeleid is er namelijk op gericht om de geldstromen van onze gemeente zo te sturen dat overschotten worden voorkomen, dan wel zo snel als contractueel mogelijk in te zetten ter verbetering van de schuldpositie en daarmee ter verlaging van het debiteurenrisico.

In onderstaand overzicht is aangegeven bij welke partijen er begin 2020 nog gelden uitstaan.

Debiteur/geldnemer Restantbedrag 1 januari 2020 (x € 1 miljoen) Ontstaansgrond
Stimuleringsfonds Volkshuisvesting 5,9 Volkshuisvesting
Ambtenarenhypotheken 1,0 Arbeidsvoorwaarde
Dierentehuis Nieuwe Waterweg 0,2 Nieuwbouw
Totaal 7,1

Bovenstaand overzicht vermeldt dus uitsluitend geldleningen die verstrekt zijn in het kader van de publieke taak. Bij deze categorie van geldleningen speelt het debiteurenrisico een betrekkelijk ondergeschikte rol. Aan het maatschappelijk belang, dat verbonden is aan het verstrekken van een dergelijke lening, is tijdens de besluitvorming immers een hogere prioriteit toegekend dan aan het bijbehorende financiële risico.

 

Renteresultaat 2020

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Renteresultaat 2020

Aan het afsluiten van geldleningsovereenkomsten zijn uiteraard renteverrekeningen verbonden. Naast renteverrekeningen met derden vinden ook interne verrekeningen plaats, bijvoorbeeld ten laste van begrotingsprogramma’s waarvoor in het verleden investeringen zijn gedaan. De interne rekenrente voor het begrotingsjaar 2020 is voor deze investeringen op 2,00% bepaald.

Hieronder ziet u het renteschema van de gemeente Vlaardingen:

Renteschema, x € 1.000 Begroting
A. De externe rentelasten over de korte en lange financiering + 5.482
B. De externe rentebaten -/- 5
Totaal door te rekenen externe rente 0 5.477
C1. De rente die aan de grondexploitaties moet worden doorberekend -/- 365
C2. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend -/- 0
C3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (=projectfinanciering) die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend -/- 0
Saldo door te rekenen externe rente 0 5.112
D1. Rente over eigen vermogen + 0
D2. Rente over voorzieningen (gewaardeerd tegen contante waarde) + 0
De aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toe te rekenen rente 0 5.112
E. De werkelijk aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag) -/- 6.135
F. Renteresultaat op het taakveld Treasury 0 -1.023

Het saldo door te rekenen externe rente van € 5,1 miljoen wordt omgeslagen op het totaalbedrag van de verwachte boekwaarde van de materiële vaste activa per 1 januari 2020 van € 304,2 miljoen. Hieruit volgt een percentage van 1,8%, dat wij afronden op 2,0%. Het BBV staat een afwijking toe van maximaal 0,5%. De afronding met 0,2% geeft een renteresultaat van ongeveer € 1 miljoen.
Het renteresultaat maakt net als de algemene uitkering, de gemeentelijke heffingen en de dividendinkomsten, deel uit van de algemene dekkingsmiddelen. Het renteresultaat is volgens het bovenstaande schema van de commissie BBV berekend. Hiermee wordt inzicht gegeven in de rentelasten externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening. Het toerekenen van rente aan de taakvelden vindt plaats via het taakveld treasury.

Paragraaf Bedrijfsvoering

Missie en kernwaarden

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Missie en kernwaarden

De veranderende rol van de overheid vraagt om een gemeente, die als een eenheid opereert in een netwerk van partners. Om in dat netwerk een positie in te nemen dient politiek, bestuur en organisatie als eenheid op te treden. Voor de organisatie houdt dat in dat deze ‘in controle’ is. Dit ‘in controle’ zijn is een steeds grotere opgave. Het politieke veld waarin de organisatie opereert is niet altijd stabiel, samenwerkingsverbanden vragen om een bijzondere sturing bij beleidsontwikkeling en -uitvoering, terwijl de internetwereld om een nieuwe relatie vraagt met de samenleving. Daarbij vragen medewerkers een grotere zelfstandige positie.
De opgave voor het management is daarmee aanzienlijk toegenomen om in control te zijn en een organisatie te faciliteren ? waar met vertrouwen en plezier wordt gewerkt.

Het rapport van de interim gemeentesecretaris geeft aan dat er stappen moeten worden gezet om in control te komen en een situatie te creëren waarin de kwaliteiten van medewerkers optimaal tot hun recht komen.
Steeds meer samenwerkingsverbanden, extra taken vanuit het rijk, digitalisering, zaakgericht werken, resultaatgericht werken en andere ontwikkelingen vragen om het adequaat procesmanagement. Om de basis op orde te hebben zijn eenduidige, geoptimaliseerde en vastgelegde processen een vereiste. Processen zijn het hart van elke organisatie.

 

Personeel en organisatie

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Personeel en organisatie

Organisatieontwikkeling
Een transparante, flexibele en wendbare organisatie, die vanuit een solide basis om kan gaan met de complexe opgaven waar onze stad voor staat. Dat is samengevat de boodschap uit Sturen op ontwikkeling; Ramen en Deuren open. Complexe opgaven rond onder andere energietransitie, duurzaamheid, invoeren van de Omgevingswet, digitalisering en uitvoering geven aan de ambities uit het coalitieakkoord vragen om een organisatie waarvan de basis op orde is, waar realistische keuzes worden gemaakt, waar wordt samengewerkt over disciplines heen, opgavengericht en integraal.

Investeren in onze medewerkers
Onze medewerkers staan hierin centraal; zij zijn de organisatie. Zij moeten de context snappen, samenwerken, netwerken opbouwen en onderhouden, hun vak inhoudelijk verstaan en zichzelf en elkaars talenten kennen en weten in te zetten. Het project ‘Energie voor je Toekomst’ is in 2018 gestart om medewerkers hierbij te faciliteren. Het afgelopen jaar zijn er belangrijke stappen gezet op het individuele niveau (onder andere met behulp van een ‘talentscan’) en is er organisatie breed geïnventariseerd wat de verschillende afdelingen en teams nodig hebben om zich verder te ontwikkelen. De uitvoering van de leeractiviteiten op afdeling- en teamniveau is in gang gezet en loopt in 2020 door. In de komende maanden wordt eveneens de volgende projectfase vormgegeven waarin scholing/training wordt aangeboden die voor de gehele organisatie van belang is. Wij vinden het belangrijk dat iedereen die binnen Vlaardingen werkt, op de hoogte is van hoe we bepaalde dingen doen binnen onze organisatie (basiskennis). Tevens worden deze activiteiten opgenomen in een nieuwe onboardingprogramma wat bijdraagt aan het beter en sneller inwerken van nieuwe collega’s.
Opleiden en ontwikkelen is een continue proces; onze omgeving blijft veranderen en de organisatie heeft daarin mee te bewegen. We ondersteunen hierin structureel met een breed, actueel aanbod aan leeractiviteiten, workshops, webinars, e-learnings etc. Vanaf 2020 bieden we het vernieuwde aanbod binnen de organisatie aan via een nieuw leermanagementsysteem.

Aantrekken en behouden van het juiste talent
De arbeidsmarkt is krap en er zijn geen signalen dat dit de komende jaren verandert. We streven onverminderd naar meer balans in de leeftijdsopbouw van ons personeelsbestand, en benutten de (vacature)ruimte dan ook zoveel mogelijk door het aantrekken van jonge talenten, die passen in het profiel van de Vlaardingse professional. We werken aan onze profilering op de arbeidsmarkt en moderniseren en professionaliseren onze vacatureteksten en processen van werven en selecteren.

Tegelijkertijd is het belangrijk om te blijven investeren in het talent dat we in huis hebben; medewerkers functioneren optimaal als ze hun talent ten volle kunnen inzetten en werk doen dat voor hen betekenisvol is, waarin ze zich kunnen ontwikkelen, autonomie en ruimte ervaren. Daarom monitoren we ieders ontwikkeling en stimuleren we zoveel mogelijk de optimale inzet van onze medewerkers. Vanuit ons personeelsinformatiesysteem wordt dit actief ondersteund met behulp van ‘Performance management’ (gesprekscyclus / 360 graden feedback). In de loop van 2020 is ook onze ‘talentenapp’ operationeel, waarmee een goede match kan worden gemaakt tussen interne klussen/projecten en talentprofielen van medewerkers. Hiermee leveren we een bijdrage aan het opgaven gericht werken, stimuleren we mobiliteit en zetten we medewerkers zoveel mogelijk in op basis van hun talenten.

Tot slot voeren we in 2020 een medewerkers-tevredenheidsonderzoek uit, waarin het, naast het meten van objectieve feiten, vooral gaat om motivatie, om de manier waarop medewerkers hun werk beleven, en in hoeverre hun ervaringen voldoen aan hun verwachtingen. Dit onderzoek geeft ons aanknopingspunten voor verdere ontwikkeling en verbetering van de organisatie.

Ziekteverzuim
Inzetbaarheid van medewerkers en ‘gezond’ werken is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van medewerker en werkgever. In het document “Eigen regie op inzetbaarheid” hebben wij vastgelegd hoe wij deze gezamenlijke verantwoordelijkheid concreet maken. Vanuit onze visie op verzuim worden hierin de rollen en verantwoordelijkheden van alle actoren in het verzuim(begeleidings)proces beschreven.

Een belangrijke rol in het voorkomen en terugdringen van verzuim is weggelegd voor de leidinggevende; door op een goede manier het gesprek aan te gaan met de medewerker, door tijdig in te grijpen en te zoeken naar oplossingen kan mogelijk uitval worden voorkomen of verkort. Maar ook de medewerker heeft verantwoordelijkheid. Een training, bedoeld voor zowel leidinggevenden als medewerkers, wordt in 2020 ingezet en gaat deel uitmaken van het gemeentebrede opleidingsaanbod.

We houden de vinger aan de pols door het monitoren van ontwikkelingen en verloop van het verzuim. Tweemaandelijks worden de verzuimcijfers geagendeerd en wordt gezamenlijk gezocht naar trends, oorzaken en mogelijke verklaringen achter de cijfers. We streven naar een verzuimpercentage dat maximaal gelijk is aan de landelijk vastgestelde verzuimnorm voor gemeenten van onze grootteklasse (vooralsnog door het A&O-fonds vastgesteld op 5,4%).

Personeelsbegroting
Elk jaar zijn er wijzigingen in (de omvang van) gemeentelijke taken. Soms omdat er nieuwe taken bijkomen, soms vervallen taken. Vaker betreft het prioriteitstelling of accentverschuivingen. Binnen de personeelsbegroting sturen wij op de totale loonsom en niet op formatie. Medewerkers zijn in algemene dienst van de gemeente en kunnen worden ingezet op de plekken waar hun competenties en talenten op dat moment het meest noodzakelijk zijn en tot hun recht komen. Hiermee wordt een grotere flexibiliteit bereikt bij de invulling van de ambtelijke organisatie. De opgaven waarvoor wij gesteld staan, en de beschikbare capaciteit in de organisatie, maken het noodzakelijk dat er keuzes gemaakt worden. Dit kan leiden tot her allocatie van budgetten en personeel (middelen). Het coalitieakkoord is hierbij leidend.
In 2020 bedraagt de geraamde totale (bruto) loonsom € 35,4 miljoen.

 

Informatie- en facilitaire voorzieningen

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Informatie- en facilitaire voorzieningen

Privacy en informatieveiligheid
Privacy en informatieveiligheid zijn onderwerpen die doorlopend aandacht behoeven. Als gemeentelijke organisatie verwerkt de gemeente Vlaardingen veel (persoons)gegevens. Deze gegevens moeten afdoende beschermd worden.

Jaarlijks wordt de gemeentelijke informatieveiligheid getoetst door middel van zelfevaluaties en IT-audits die samengevoegd zijn in ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit). In 2020 wordt er bij deze audits een omschakeling gemaakt van het BIG (Baseline Informatieveiligheid Gemeenten) normenkader naar een nieuw normenkader voor de gehele overheid de BIO (baseline Informatieveiligheid Overheid), waarbij de focus meer op specifieke lokale risico’s komt te liggen in plaats van de nu gehanteerde vaste checklist.

Voor ons als gemeentelijke organisatie is het essentieel om op een verantwoorde wijze met de persoonsgegevens van onze inwoners en organisaties om te gaan. Daarom is er doorlopend aandacht voor privacy. Ook in 2020 voeren wij bij eventuele nieuwe of aangepaste verwerkingen van persoonsgegevens risicoanalyses uit, zodat deze persoonsgegevens afdoende beschermd kunnen worden.

Uit landelijk onderzoek in gebleken dat veel inbreuken op de beveiliging veroorzaakt worden door vergissingen van medewerkers. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het aanklikken van een phishingmail. Om medewerkers bewust te maken en te houden van dergelijke risico’s wordt er doorlopend aandacht gevraagd voor informatieveilig werken. Hiervoor worden phishingtests, informatiebijeenkomsten en publicaties op het intranet verzorgd.

Informatie en data
De samenleving ontwikkelt zich van een E-samenleving, waarin de nadruk lag op technologische mogelijkheden, naar een Informatiesamenleving waarin informatiestromen en data van steeds groter belang zijn. Vanuit de voortschrijdende digitalisering, komt steeds meer data beschikbaar die een prominentere plaats inneemt in onze samenleving. Inwoners, ondernemers, gemeenten en organisaties werken steeds intensiever digitaal samen. In de participatiesamenleving vragen en krijgen inwoners meer regie op hun eigen omgeving, gezondheid, veiligheid etc. Gemeenten faciliteren dit en zetten in op een duurzame, veilige digitale infrastructuur, die de huidige en toekomstige dienstverlening ondersteunt en mogelijk maakt.

Data speelt een steeds prominentere rol bij het opstellen van integraal beleid door de gemeente. De samenhang tussen maatschappelijke vraagstukken is immers groot en complex. Data-geïnformeerd werken is van belang om integraal naar de stad te kunnen kijken. Vlaardingen staat de komende tijd voor uitdagingen waaronder de transitie naar duurzame energie en toekomstbestendig wonen, zorg voor de jeugd, effectief schuldenbeleid, leefbaarheid in en bereikbaarheid van de stad. Ook voor actuele dossiers zoals het Sociaal Domein, Omgevingswet, de Staat van Vlaardingen en de Toekomstvisie 2020-2040 bestaat een grote behoefte om de cijfers te kennen, maar vooral ook om de samenhang tussen beschikbare gegevens te kunnen duiden. De gemeente Vlaardingen wil daarom doorgroeien naar een data-geïnformeerde organisatie om deze uitdagingen aan te gaan. Daarnaast is het van belang om het resultaat van onze inspanning, meerjarig en vanuit vooraf bepaalde criteria, herhaalbaar inzichtelijk te hebben.

In het afgelopen jaar is gestart met het creëren van randvoorwaarden om ook deze ambities te realiseren. Zo hebben wij ons strategisch informatieplan in lijn gebracht met deze ambities. Ook de technische infrastructuur van de ICT dient daarmee in overeenstemming te zijn. Met passende organisatorische en technische maatregelen voor beveiliging en rechtmatig gebruik, is een Data Warehouse gebouwd en in gebruik genomen. Met dit instrument zijn wij in toenemende mate in staat om een zeer groot deel van de gestelde onderzoeksvragen binnen de eigen organisatie zelf te beantwoorden.

Het tempo van vernieuwing is hoog, de technische complexiteit wordt groter. De vraag naar beschikbaarheid van diensten neemt steeds meer toe. Onze afhankelijkheid daarvan ook. De noodzaak om de continuïteit en veiligheid van de ICT-diensten te borgen is evident. Veel organisaties kúnnen deze veiligheid en continuïteit eenvoudigweg zelf niet meer intern organiseren, ook de gemeente Vlaardingen niet. Cloudtechnologie, waarbij de applicaties, data en het beheer bij een externe partij worden ondergebracht, wordt noodzakelijkerwijs door organisaties ingezet als fundamentele vernieuwing die hen in staat stelt de steeds intensievere digitale samenwerking te faciliteren. En die de veiligheid en deskundigheid biedt die noodzakelijk is. Dit vraagt ook een fundamentele wijziging van onze ICT-organisatie.

De afgelopen periode zijn wij daarom gestart met het in kaart brengen van;
a) mogelijkheden om door inzet van Cloud technologie de continuïteit en veiligheid van de ICT-diensten duurzaam te waarborgen. Om daarmee een effectieve en efficiënte (her)inrichting van de gemeentelijke informatiehuishouding mogelijk te maken;
b) investeringen die noodzakelijk zijn om deze ontwikkeling van verschuivingen naar cloudoplossingen veilig te laten plaatsvinden.
c) stappen die noodzakelijk zijn om projecten, ketensamenwerking en participatie in een ICT-samenwerkingsomgeving voor gegevensuitwisseling tussen en met de gemeente, inwoners en ondernemers goed en veilig te laten plaatsvinden.

Implementeren van cloudoplossingen is niet alleen een technische exercitie. Het vraagt met name ook een goed doordacht beleid op het gebied van privacy, beveiliging, duurzame opslag en een stevige regie-organisatie voor het bewaken van samenhang en sturing op de interne en externe processen.

Planning is al deze noodzakelijke voorwaarden én gevolgen van een dergelijke cloudstrategie voor aanvang 2020 inzichtelijk te hebben. Opvolgend dient daarover bestuurlijke besluitvorming plaats te vinden.

 

Financiën en control

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Financiën en control

Digitalisering Planning & Controlcyclus
Het opmaken van de planning & controldocumenten (programmabegroting, jaarstukken etc.) vindt voornamelijk handmatig plaats en is daardoor een tijdrovend proces. Vanaf het najaar van 2019 wordt het proces van totstandkoming van deze documenten gedigitaliseerd. Vanaf 2020 worden de planning & control documenten ook volledig digitaal aangeboden. Daarmee wordt de leesbaarheid en toegankelijkheid van deze documenten vergroot.

Interne controle en rechtmatigheid

Invoering “In control statement”
Op dit moment verstrekt de gemeentelijke accountant bij de jaarstukken een controleverklaring met een oordeel inzake getrouwheid en rechtmatigheid van de gepresenteerde cijfers. Dat gaat veranderen vanaf het boekjaar 2021.
De externe accountant geeft in de toekomst dan nog alleen een controleverklaring af met een oordeel inzake de getrouwheid van de jaarrekening. Het college van B en W dient dan een rechtmatigheidsverantwoording over het voorgaande jaar vast te stellen en in de jaarstukken op te nemen. Ook daarover geeft de accountant een oordeel. In 2020 bereidt de organisatie zich voor op de invoering van deze nieuwe wetgeving. Onderdeel daarvan is een verdere doorontwikkeling van de Verbijzonderde Interne Controle (VIC). Deze richt zich meer en meer op procesanalyse en –optimalisatie.

Inkooprechtmatigheid
Wij onderzoeken of het centraliseren van de inkoopfunctie kan bijdragen aan het waarborgen en verbeteren van de inkooprechtmatigheid. Deze rechtmatigheid beoordelen wij zowel op de wettelijke als de lokale beleidsregels, specifiek benoemen wij lokaal inkopen en Maatschappelijk Verantwoord Inkopen omdat wij dit net zo belangrijk vinden als het juist handelen binnen het kader van de (Europese) wetgeving.

Betaaltermijnen
Wij blijven sturen op onze betaaltermijnen. Wij willen een betrouwbare partner zijn, met name naar de vele lokale partijen en partijen uit het midden- en kleinbedrijf. Daarom zorgen wij dat wij alle facturen zo snel als mogelijk, maar uiterlijk binnen 30 dagen hebben betaald. Een gemiddelde betaaltermijn van 12 dagen is ons streven. Op dit moment zitten we hier iets onder.

Sturing verbonden partijen
Het college houdt zicht op de taakuitvoering bij verbonden partijen en stuurt zo nodig bij en zorgt ervoor dat de beleidsmatige en financiële belangen voor de gemeente goed zijn geborgd. De raad controleert of de verbonden partij de gemeentelijke taak conform de gestelde kaders uitvoert en of het college dit bewaakt en zo nodig bijstuurt. De gemeentelijke begroting en het gemeentelijke jaarverslag zijn hiervoor het geëigende middel. Daarnaast worden actuele ontwikkelingen in de voortgangsrapportages meegenomen.

Wanneer de participatie in een verbonden partij voor de gemeente mogelijk tot ingrijpende gevolgen leidt of er zich aanzienlijke risico’s voordoen, wordt de raad hiervan door het college tijdig in kennis gesteld en krijgt de raad de gelegenheid zich hierover uit te spreken.

 

Regionale samenwerking

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Regionale samenwerking

Bureau inkoop MVS
In 2019 wordt de samenwerking met Bureau Inkoop MVS geëvalueerd. Vooralsnog gaan wij uit van een voortzetting van deze inkoopsamenwerking.

Metropoolregio Rotterdam Den Haag
De Metropoolregio Rotterdam Den Haag is een samenwerkingsverband van 23 gemeenten. In dat samenwerkingsverband werken wij samen aan meer welvaart en welzijn voor de mensen. In de strategische agenda 2022 is afgesproken aan welke gezamenlijke ambities gewerkt wordt. Primair zijn dat de Vervoersautoriteit en Economisch Vestigingsklimaat. De Roadmap Next Economy is leidend. Er zijn steeds meer opgaven die gemeentegrenzen overstijgen. Vanuit de Vervoersautoriteit is dat het bereikbaar maken en houden van onze regio door goed openbaar vervoer, het stimuleren van innovaties op het gebied van mobiliteit, vergroten van verkeersveiligheid en fietsgebruik en duurzame mobiliteit.
Verder wordt integraal gewerkt aan: de transformatie van werklocaties zoals het Unileverterrein, onderwijs en arbeidsmarkt zoals bijvoorbeeld de campussen, vrijetijdseconomie met het ontstaan van Holland en de energietransitie. Er zijn veel deelprojecten zoals Smitzh en zorgtechnologie die bijdragen aan innovatie waarmee we de regio en Vlaardingen economisch kunnen versterken.

Paragraaf Grondbeleid

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Inleiding

De uitvoering van het grondbeleid vindt plaats op basis van de nota Grondbeleid, die in 2011 is vastgesteld door de raad. Grondbeleid is een gemeentelijk instrument in de ruimtelijke ordening waarmee de gemeente gewenste ontwikkelingen kan bevorderen en ongewenste ontwikkelingen kan beperken. Het kan hierbij gaan om ontwikkelingen met betrekking tot wonen (woningdifferentiatie), economie (groei werkgelegenheid, ontwikkeling van bedrijventerreinen), natuur en milieu (duurzame natuurontwikkelingen) en herstructurering van stedelijk gebied.

 

Taak van de gemeente

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Taak van de gemeente

In het algemeen zijn er twee hoofdlijnen ten aanzien van het grondbeleid:

  • Actief grondbeleid: De gemeente koopt zelf grond aan en is actief betrokken bij het bouwrijp maken van de grond. Daarna kan de gemeente de kavels verkopen of in erfpacht uitgeven. Het kan gaan om individuele bouwkavels of bedrijfsterreinen, maar ook om complete woningbouwprojecten.
  • Faciliterend grondbeleid: De gemeente maakt het mogelijk dat private partijen, die een grondpositie hebben een gebied geheel zelf ontwikkelen, de gemeente beperkt zich hierbij voornamelijk tot het begeleiden en in procedure brengen van een bestemmingsplan (publiekrechtelijk kader) en bij mogelijke grondeigendom van de gemeente in het betreffende gebied, het inbrengen van deze gronden. Hierbij is sprake van afstemming en begeleiding van deze projecten.

Uiteraard zijn er vele tussenvormen mogelijk, waaronder het veel gebruikte PPS model (Publiek Private Samenwerking).
De uiteindelijke vorm is steeds afhankelijk van het specifieke project en de taak- en risicoverdeling tussen partijen. Als basis vanuit de nota grondbeleid hanteert de gemeente het faciliterende grondbeleidsmodel, tenzij er redenen zijn om als overheid zich actief als grond ontwikkelende partij op te stellen.

 

De grondprijsbenadering

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - De grondprijsbenadering

Voor de grond die door de gemeente wordt uitgegeven geldt als uitgangspunt een marktconforme grondprijs. De berekening daarvan gebeurt op basis van relevante marktprijzen voor het betreffende type vastgoedobject en rekening houdende met de methode van residuele grondwaardebenadering . Als hier aanleiding toe is, kan de residuele grondprijsberekening worden gecheckt door een comparatieve berekening. Hierbij worden grondopbrengsten van soortgelijke ontwikkelingen als vergelijk gebruikt. Voordat daadwerkelijk tot koop of verkoop wordt overgegaan, vindt er een onafhankelijke taxatie plaats om de marktconformiteit te bepalen en ongeoorloofde staatssteun te voorkomen.

 

Vormen van exploitatie

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Vormen van exploitatie

1. Grondexploitaties
Grondexploitaties betreffen meerjarige toekomstberekeningen. Daardoor kunnen de financiële resultaten door vele, externe en interne factoren in de loop der jaren veranderen. Marktomstandigheden en langdurige ruimtelijke procedures kunnen aanleiding zijn tot (grote) afwijkingen ten opzichte van de oorspronkelijke ramingen.
Elke grondexploitatie wordt door de gemeenteraad vastgesteld.
Eenmaal per jaar wordt de raad geïnformeerd over de (grond)exploitaties, via het Meerjaren Programma Grondzaken (MPG). Hierin wordt de stand van zaken en de verschillen t.o.v. voorgaande perioden en de voorziene of verwachte ontwikkelingen, zoals de risico-ontwikkeling, weergegeven. Het MPG is gekoppeld aan de jaarrekening en betreft een actualisering van alle resultaten. De resultaten worden meegenomen in de jaarrekening.

2. Erfpachtexploitaties
In 2013 heeft de raad een nieuwe Erfpachtnota vastgesteld. Dit heeft geresulteerd in een eenvoudiger en ook meer marktconforme benadering, gebaseerd op onafhankelijke taxaties om de belangen van individuele (ver)kopers te waarborgen.
Tijdelijke erfpachtrechten eindigen, vanzelfsprekend, een keer. Vooral in Holy Noord zijn veel erfpachtrechten met een nog relatief korte looptijd tot 2027. De erfpachter kan aan het einde van de looptijd kiezen voor heruitgifte in eeuwigdurende erfpacht of omzetting in eigendom. Alle erfpachtrechten kunnen ook tussentijds omgezet worden in eigendom of worden uitgegeven in eeuwigdurende erfpacht.

Erfpachtexploitatie Park Hoog Lede
De ontwikkeling van Park Hoog Lede betreft geen reguliere grondexploitatie. De gemeente heeft hier een belangrijke grondpositie verworven met een hoge boekwaarde. De gronden zijn vervolgens in erfpacht uitgegeven aan de ontwikkelaar. Aanvullende afspraken zijn gemaakt om de voortgang van deze ontwikkeling te waarborgen. Hiertoe is een verliesvoorziening getroffen.
In het eerste half jaar van 2019 is een bedrag ontvangen van ca. € 5,95 miljoen. Hiermee daalt de boekwaarde tot € 2,47 miljoen. In 2020 wordt naar verwachting een aanvang gemaakt met de verkoop van deelplan 10.

 

Actualisatie en herziening

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Actualisatie en herziening

Op basis van een Grondbrief worden de grondexploitaties aan het begin van ieder jaar geactualiseerd. Met de uitgangspunten uit deze grondbrief worden de daadwerkelijke inkomsten en uitgaven verdisconteerd in die zin dat daarbij de parameters worden gebruikt zoals weergegeven. Dit geactualiseerd beeld van de eindwaarden van de grondexploitaties wordt via het MPG aan de raad voorgelegd. De grondexploitaties worden hierbij niet opnieuw vastgesteld.
Zodra er besluiten zijn genomen over (wezenlijke) wijzigingen in het plan, programma of planning en/of een (wezenlijke) verandering van het resultaat, is dit aanleiding om een herziene grondexploitatie voor te leggen aan de raad. Herzieningen kunnen het gehele jaar door plaatsvinden.

 

Winstneming en voorziening

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Winstneming en voorziening

De regels ten aanzien van winstneming op grondexploitaties zijn in 2016 gewijzigd en in 2017 door de commissie BBV verder verduidelijkt. De wijziging betekent dat winst moet worden genomen naar rato van de voortgang van een project. Voor winstneming geldt de ‘percentage of completion’ methode: voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd kan tussentijds naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst worden genomen. In de praktijk komt het
er op neer dat eerder dan in het verleden winst moet worden genomen.
Als de prognose van het eindresultaat van een grondexploitatie negatief is wordt direct, bij vaststelling van de (herziene) grondexploitatie, een voorziening getroffen ter dekking van dit negatieve resultaat.

 

Kostenverhaal

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Kostenverhaal

Op basis van de door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu ontwikkelde systematiek zijn de plankosten in beeld gebracht van de projecten. Belangrijk uitgangspunt van deze systematiek is de principeverdeling tussen de kosten die bij de ontwikkelaar en bij de gemeente thuishoren. Deze verdeling is gebaseerd op het feit dat de gemeente faciliterend, begeleidend en toetsend is en de ontwikkelaar bijvoorbeeld het stedenbouwkundig plan, de ruimtelijke onderbouwing voor het bestemmingsplan het buitenruimteplan opstelt. Alle plankosten worden – waar mogelijk – verhaald.

 

Rente op grondexploitaties

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Rente op grondexploitaties

Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat vanaf 2016 de toe te rekenen rente aan grondexploitaties de werkelijke rente moet zijn. Vanaf 2020 is de rente geraamd op 2,0%. Voor de doorrekening van de grondexploitaties wordt standaard de gehanteerde interne rekenrente gebruikt die aan het eind van het jaar eventueel gecorrigeerd moet worden op de werkelijke rente van dat afgelopen jaar. Hierdoor kan een verschil in de geraamde rente en de werkelijke geboekte rente ontstaan. De gevolgen hiervan worden meegenomen bij de actualisaties van de grondexploitaties.

 

Stand van zaken grondexploitaties

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Stand van zaken grondexploitaties

Hieronder volgt een korte stand van zaken met betrekking tot elke grondexploitatie.

1. De Eilanden
De ontwikkelaar heeft alle gronden voor het project inmiddels afgenomen en is bezig met de bouw van de laatste fase. Het project wordt naar verwachting begin 2020 afgesloten.

2. Marathonweg Noord (zuidelijk deel)
Het college heeft in 2018 besloten om in onderhandeling te gaan met een zorgaanbieder in het zuidelijk deel van de locatie waar volgens de huidige grex een woontoren met commerciële plint is voorzien. Er zijn gesprekken gaande over de ontwikkeling van een complex met zorgappartementen voor demente ouderen. In het overig deel van de locatie zouden eengezinswoningen kunnen worden gerealiseerd. Als er overeenstemming is met de zorgaanbieder onder de voorwaarden dat de grondopbrengsten gelijk zijn aan de huidige grondexploitatie en duidelijkheid is over een aantal aspecten (infrastructuur: eventuele verlegging van de Marathonweg en ontsluiting van het plangebied; milieu: gasleiding), dan wordt een voorstel gedaan aan de raad.

3. Stationsgebied Centrum (Nieuw Sluis)
Het eerste deelgebied van deze grondexploitatie (deelgebied Galgkade) is in 2020 volledig verkocht (141 eengezinswoningen), grotendeels opgeleverd en voor het overige in aanbouw. In het deelgebied Spoor & Sluis is vanaf eind 2019 de tijdelijke huisvesting van Hoogvliet gerealiseerd. Tot medio 2021 is deze noodwinkel daar aanwezig. Daarna kan de woningbouw in dit deelgebied tot realisatie worden gebracht. Met NS Stations is in principe overeenstemming bereikt over de voorwaarden waaronder de grond aan de Parallelweg (Stationsplein) wordt verworven. Deze grond wordt vervolgens behoudens het Bill Mincoplein (Stationsplein) direct doorgeleverd aan de ontwikkelaar CRV B.V.

4. Schiereiland (Eiland van Speyk)
Deze ontwikkeling behoort samen met de ontwikkeling in Nieuw Sluis tot de uitvraag voor het Kerngebied Rivierzone, waarin CRV B.V. als ontwikkelaar is geselecteerd. De ontwikkeling betreft circa 160 appartementen in 4 gebouwen en circa 100 grondgebonden woningen. Begin 2020 gaat het ontwerp bestemmingsplan ter visie. De planning is om in 2021-2022 te starten met de bouw van de eerste woningen.

5. De Buitenplaats Van Ruytenburch
De laatste woningen in het gebied zijn begin 2019 opgeleverd en bewoond. De inrichting van de openbare ruimte rondom de woningen wordt najaar 2019 afgerond. De herinrichting van het voormalige evenemententerrein aan de Hoflaan tot een verblijfsgebied waar de rijke historie van de locatie kan worden beleefd, wordt eind 2019 opgeleverd, evenals de aangrenzende delen van de Hoflaan.
De herbestemming van de voormalige brandweerkazerne aan de Hoflaan is vertraagd tot 2020. De afname van de gronden voor de ontwikkeling is ruim binnen de oorspronkelijke hiervoor overeengekomen planning gerealiseerd.

6. Babberspolder Oost
De woningbouw in Babberspolder Oost is volledig afgerond evenals de rondom die woningen liggende openbare ruimte. Eind 2019 is gestart met de definitieve aanleg van de Sneeuwbalstraat en met de afrondende werkzaamheden in de wiggen. Eind 2019 wordt de aanbouw van het Spaarbankje door de gemeente gesloopt, waarna het pand in zijn oorspronkelijke uitstraling in de markt kan worden gezet.

7. De Nieuwe Vogelbuurt (voorheen Holy Zuid-Oost)
De fasen 1 tot en met 3 zijn gerealiseerd. Om de herstructurering te vervolgen ( fase 4 t/m 6) is de exploitatie herzien en door de Gemeenteraad vastgesteld op 5 juli 2018. Dit betreft de gehele herstructurering (fasen 1 t/m 6). In de fasen 4 t/m 6 worden op basis van de gebiedsovereenkomst (2013) en het addendum met specifieke afspraken, welke is vastgesteld door ons college op 3 juni 2019, circa 225 woningen gebouwd.

8. Vrije Kavels Hollandiaan
Tot nu toe zijn er vijf kavels verkocht, waarvan één eind 2019 passeert bij de notaris. Voor één kavel worden onderhandelingen gevoerd met een derde partij.

9. Parc Drieën-Huysen
De grondexploitatie voor dit gebied is vastgesteld op basis van de overeenkomst voor de verkoop van het perceel met de ontwikkeling daarop. De afname van de gronden voor de eerste fase heeft plaatsgevonden en deze fase is afgerond.
De grondexploitatie heeft na afname van de gronden voor de tweede fase door de ontwikkelaar, een positief resultaat. De grondafname voor de tweede fase is conform verwachting. De ontwikkelaar heeft per 1 juli 2018 deze gronden afgenomen.

10. Vergulde Hand West fase 1
Op de Vergulde Hand West wordt een bedrijventerrein gerealiseerd. In deze ontwikkeling is naast de gemeente één andere eigenaar van de te ontwikkelen percelen. De gronden worden in de huidige staat verkocht. Er wordt blijvend gezocht naar potentiële ontwikkelaars voor de gronden. De ontsluiting van het gebied op de Maassluissedijk, die tevens de calamiteitenontsluiting van het bestaande bedrijventerrein Vergulde Hand wordt, is aangelegd.

11. Westwijk Centrum Nieuw
De bouw van de sporthal met daarbovenop appartementen in de sociale sector is in een vergevorderd stadium. Voor de planontwikkeling voor de overige te verkopen gronden van het Erasmusplein wordt een nieuwe ontwikkelaar gezocht. Dit omdat het de oude ontwikkelaar niet is gelukt om een haalbaar plan te maken. Voor de ontwikkeling aan de locatie Frank van Borselenstraat wordt de aanbesteding voorbereid.

 

Prognose resultaten grondexploitaties

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Prognose resultaten grondexploitaties
Grex Boekwaarde per 1 januari 2019 Nog te maken kosten Nog te realiseren opbrengsten Eindwaarde
De Eilanden 168 115 0 53
Marathonweg Noord-zuidelijk deel -5.174 3.090 7.311 -953
Stationsgebied centrum -3.893 1.536 4.372 -1.057
Schiereiland -5.177 2.238 5.011 -2.404
DBV Ruytenburch 498 1.664 639 -527
Babberspolder-Oost -3.296 1.372 2.931 -1.737
De Nieuwe Vogelbuurt -120 14.062 12.455 -1.727
Vrije kavels Hollandiaan 251 102 722 871
Parc Drieën-Huysen 1.295 1.052 0 243
Vergulde Hand West 1e fase -2.399 463 2.154 -708
Westwijk centrum nieuw -4.003 5.019 9.457 435
Totaal -21.850 30.713 45.052 -7.511
Voor de verwachte negatieve eindwaarde van in totaal iets meer dan € 7,5 miljoen is in de jaarrekening 2018 een voorziening getroffen.

Strategische gronden, materiële vaste activa

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Strategische gronden, materiële vaste activa

Onder de categorie MVA – Strategische gronden (voorheen Niegg’s), zijn de volgende gronden opgenomen:

1. Vergulde Hand West fase 2 en 3
Dit gebied betreft het resterende gedeelte van het gebied de Vergulde Hand West wat in de toekomst wordt ontwikkeld als bedrijventerrein.
De planning is om deze na 2020 als vervolg van fase 1 te ontwikkelen.

2. VOP Oost (Noord en Zuid)
In de VOP zitten diverse gemeentelijke eigendommen, verspreid over het hele gebied. Het pand aan de Parallelweg 6a-b wordt betrokken bij de realisering van de uitbreiding van de naastgelegen supermarkt. Op dit moment zit de gemeente in een verkoopproces voor de voormalige panden van Warmelo & Van der Drift (Westhavenkade 57- 60 en Vetteoordsekade 5). De locaties Parallelweg 2 (voormalig Prikkewater) en Touwbaan (hallen aan de Baanstraat) worden samen met de Westhavenkade als één grondtransactie voorbereid en ter besluitvorming voorgelegd.

3. Maaswijk
De grond in Maaswijk bestaat uit het perceel tegenover de Pelmolen aan de Westhavenkade. Zoals hierboven aangegeven wordt de verkoop van deze locatie samen met de locatie Parallelweg 2 en Touwbaan voorgelegd ter besluitvorming.

4. Marathonweg Noord (noordelijk deel)
Het plan voor de Marathonweg Noord (noordelijk deel) is om hier een bedrijventerrein te realiseren. Er is een visie Marathonwegzone opgesteld. Naar aanleiding hiervan moeten er nog keuzes worden gemaakt over eventuele verlegging van de Marathonweg. Ook over de ontsluiting van het plangebied moeten nog keuzes worden gemaakt.

5. Vijfsluizen
De eerdere plannen voor een multifunctioneel kantorenpark zijn door de eigenaar/ontwikkelaar uitgewerkt tot een woonbestemming met een ring van appartementen. Dit in 2017 aan de raad gepresenteerde plan is voor de eigenaar/ontwikkelaar niet haalbaar gebleken. Momenteel worden grondgebonden woningen in een groene setting met appartementen nabij het metrostation Vlaardingen Oost uitgewerkt. Deze plannen worden nog ter besluitvorming voorgelegd aan de raad.

Paragraaf Verbonden partijen

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Inleiding

Om de beleidsdoelen van de gemeente Vlaardingen te kunnen realiseren, wordt, indien dit wenselijk wordt geacht, een belang genomen in een organisatie die aan de doelverwezenlijking kan bijdragen. De huidige wet- en regelgeving (BBV) verplicht onze gemeente om in de begroting en de jaarstukken aan te geven in welke privaatrechtelijke en publiekrechtelijke organisaties zij een bestuurlijk en/of financieel belang heeft.
Van een bestuurlijk belang is sprake als de gemeente een zetel in het bestuur van een organisatie bekleedt en/of stemrecht heeft in een vergadering van belanghebbenden. Van een financieel belang is sprake als er door de gemeente aan een organisatie financiële middelen beschikbaar zijn gesteld die verloren kunnen gaan in geval van een faillissement of als financiële problemen van een organisatie kunnen worden verhaald op de gemeente.

Inzicht in de gang van zaken bij verbonden partijen is nodig uit hoofde van bestuurlijke, beleidsmatige en/of financiële belangen. Op basis van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is een aantal financiële kengetallen weergeven per verbonden partij: de omvang van het eigen vermogen, het vreemd vermogen en het resultaat.

 

Financiële risico's verbonden partijen

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Financiële risico's verbonden partijen

De financiële risico’s van de vennootschappen zijn beperkt tot het aandelenbezit van de gemeente. Bij een faillissement van een vennootschap daalt de waarde van dit bezit tot nihil. De financiële risico’s van de gemeenschappelijke regelingen hebben geen beperking. Bij een faillissement worden de deelnemers van de gemeenschappelijke regeling volgens de verdeelsleutel aangeslagen voor eventueel resterende schulden na verkoop van de bezittingen. Gezien de aard van de werkzaamheden van de verbonden partijen is de kans op een faillissement van zowel de vennootschappen als de gemeenschappelijke regelingen klein. Echter uitgesloten is het niet.

 

Vennootschapsbelasting (Vpb)

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Vennootschapsbelasting (Vpb)

Per 2016 vallen de uitsluitend door de gemeente beheerste entiteiten (verbonden partijen) ook onder de Vennootschapsbelastingplicht (Vpb-plicht) voor overheidsondernemingen. Dit betekent dat ze aan diverse extra fiscale verplichtingen moeten voldoen, wat mogelijk resulteert in een jaarlijkse Vpb-afdracht. In de jaarrekeningen van de verbonden partijen is opgenomen wat de stand van zaken is ten aanzien van de Vpb-plicht.

Overzicht verbonden partijen

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Overzicht verbonden partijen

Op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) zijn we verplicht om in de paragraaf verbonden partijen een overzicht van de verbonden partijen op te nemen onderverdeeld naar gemeenschappelijke regelingen, vennootschappen en coöperaties, stichtingen en verenigingen en overige verbonden partijen. In de tabel met financiële positie verbonden partij is het eigen vermogen en het vreemd vermogen per 31-12-2018 en het gerealiseerde resultaat over 2018 opgenomen. Op de volgende pagina’s vindt u het overzicht waarin de voorgeschreven informatie is opgenomen.

 

Metropoolregio Rotterdam Den Haag
Vestigingsplaats Den Haag
Relatie met programma

Bestuur, dienstverlening en participatie

Vervoersautoriteit met programma Verkeer en mobiliteit

Economisch vestigingsklimaat met programma Onderwijs, economie en haven

Openbaar belang en visie De gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) is in december 2014 in werking getreden. De missie van de MRDH is:
De Metropoolregio Rotterdam Den Haag werkt aan een Europese topregio.
De MRDH heeft tot doel het bevorderen van de samenwerking tussen de gemeenten met het oog op een voorspoedige ontwikkeling van het gebied en het beheer van de aan de regio toevertrouwde voorzieningen. Zij houdt zich daartoe bezig met:
a. Het vaststellen van doelstellingen op het gebied van verkeer en vervoer en de verbetering van het economisch vestigingsklimaat;
b. Het uitvoeren van de, met betrekking tot het onder a. genoemde beleid, aan de MRDH opgedragen taken en bevoegdheden.
De inhoudelijke agenda’s van de Vervoersautoriteit en Economisch Vestigingsklimaat zijn hierbij leidend en de basis voor de MRDH-brede strategie.
Betrokken partijen

De volgende gemeenten maken deel uit van de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag: Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Delft, Den Haag, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, Midden-Delfland, Nissewaard, Pijnacker-Nootdorp, Ridderkerk, Rotterdam, Rijswijk, Schiedam, Vlaardingen, Wassenaar, Westland, Westvoorne en Zoetermeer. 

Overige betrokken overheden en/of marktpartijen:
Naast het bundelen van de krachten van de 23 gemeenten is samenwerking met onder meer bedrijfsleven, kennisinstellingen, omliggende regio’s zoals Drechtsteden en Leiden, de provincie en het Rijk noodzakelijk om de ambities te realiseren.
De MRDH werkt daarnaast nauw samen met de Economische Programmaraad Zuidvleugel (EPZ), het triple helix orgaan van vertegenwoordigers van bedrijfsleven, overheden en kennisinstellingen. Samenwerking met omliggende regio’s en de andere partners vindt zowel plaats bij de strategische trajecten als bij de uitvoering van concrete activiteiten.

Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door burgemeester mw. A.M.M. Jetten.
Wethouder Verkeer en Vervoer B.T. Bikkers, maakt deel uit van de Vervoersautoriteit.
Wethouder Economische Zaken B.T. Bikkers maakt deel uit van de Bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat.
In de Adviescommissie Vervoersautoriteit hebben zitting de raadsleden L.W.M. Claessen en S. Akca. In de Adviescommissie Economisch Vestigingsklimaat hebben zitting de raadsleden G. Pappers en A. Kloosterman. Als lid van de Rekeningcommissie MRDH heeft zitting het raadslid L.W.M. Claessen.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2020: € 194.179 (2019: € 185.892). Het programma Vervoersautoriteit wordt geheel financieel gedekt uit de BDU-gelden.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 per 1 januari 2018 per 31 december 2018
  Eigen vermogen 7.426 15.361
  Vreemd vermogen 892 1.074
  Resultaat 1.233 823
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.

 

Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
Vestigingsplaats Rotterdam
Relatie met programma Veiligheid en handhaving
Openbaar belang en visie Op grond van de Wet op de Veiligheidsregio’s heeft de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond de volgende taken:
a. Het inventariseren van risico’s van branden, rampen en crises;
b. Het adviseren van het bevoegd gezag over risico’s van branden, rampen en crises in de bij of krachtens de wet aangewezen gevallen evenals in de gevallen die in het beleidsplan zijn bepaald;
c. Het adviseren van het college van burgemeester en wethouders over de taal, bedoeld in artikel 3, eerste lid;
d. het voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing;
e. Het instellen en in stand houden van een brandweer;
f. Het instellen en in stand houden van een GHOR;
g. Het voorzien in de meldkamerfunctie;
h. Het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel;
i. Het inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de diensten van de veiligheidsregio en tussen deze diensten en de andere diensten en organisaties die betrokken zijn bij de onder d, e, f, en g genoemde taken.
Betrokken partijen De volgende gemeenten maken deel uit van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond: Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door burgemeester mw. A.M.M. Jetten.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2020: € 5.256.269 (2019:€ 4.937.263).
Financiële positie Bedragen x € 1.000 per 1 januari 2018 per 31 december 2018
  Eigen vermogen 10.903 12.781
  Vreemd vermogen 49.660 47.055
  Resultaat 2.262 -1.421
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.

 

DCMR Milieudienst Rijnmond
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Groen en milieu
Openbaar belang en visie Het bevorderen van een duurzame ontwikkeling van de stad. Via de vergunningverlening Wet Milieubeheer, de afhandeling van meldingen in het kader van het Activiteitenbesluit, het uitvoeren van toezicht en handhaving en de advisering aan gemeenten op het gebied van de verschillende milieuthema’s en ruimtelijke ontwikkelingen, draagt de DCMR er mede zorg voor dat de milieubeleidsdoelen in de gemeente Vlaardingen worden behaald.
Betrokken partijen De provincie Zuid Holland en de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard (voormalig Spijkenisse en Bernisse), Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door wethouder B.T. Bikkers. Wethouder I.M. Somers-Gardenier is plaatsvervangend lid.
Financieel belang Voor de uitvoering van de werkzaamheden van de DCMR voor Vlaardingen wordt jaarlijks een werkplan gemaakt. De kosten bedragen in 2020 € 1.692.839 (2019: 1.633.855).
Financiële positie Bedragen x € 1.000 per 1 januari 2018 per 31 december 2018
  Eigen vermogen 7.948 5.681
  Vreemd vermogen 11.839 9.669
  Resultaat 2.640 -839
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.

GGD Rotterdam-Rijnmond
Vestigingsplaats Rotterdam
Relatie met programma Sociaal domein
Openbaar belang en visie Het op een proactieve wijze beschermen, bewaken en bevorderen van de gezondheid van inwoners in het bedieningsgebied van de GR GGD-RR. Gezondheid wordt gedefinieerd als een toestand van compleet fysiek, mentaal en sociaal welbevinden en is niet alleen van toepassing op de afwezigheid van ziekte of een handicap. De GR GGD Rotterdam-Rijnmond is primair verantwoordelijk voor de uitvoering van de wettelijk basistaken volgens de Wet Publieke Gezondheid. Operationeel uitvoerder is de GGD Rotterdam-Rijnmond (onderdeel van het concern Rotterdam).
Betrokken partijen De GR GGD Rotterdam-Rijnmond is een samenwerkingsverband van 15 gemeenten in de stadsregio Rotterdam en een deel van de Zuid-Hollandse eilanden. De GR GGD Rotterdam-Rijnmond is congruent met de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Bestuur vertegenwoordigd door wethouder J.J. Silos – Knaap. Wethouder A.F. de Leede is plaatsvervangend lid.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2020: € 503.874 (2019: € 485.326).
Financiële positie De GGD-RR heeft geen eigen of vreemd vermogen. De gemeenschappelijke regeling van de GGD-RR heeft geen balans en andere financiële staten om in de begroting (en jaarverslag) op te nemen aangezien de GGD-RR onderdeel uitmaakt van de gemeente Rotterdam.
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.

 

ROGplus NWN
Vestigingsplaats Maassluis
Relatie met programma Sociaal domein
Openbaar belang en visie Het bieden van maatwerkvoorzieningen ter bevordering, behoud of compensatie van zelfredzaamheid en ter ondersteuning van participatie aan ingezetenen van de gemeente die daartoe op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit hun sociale netwerk niet of onvoldoende in staat zijn. De maatwerkvoorzieningen richten zich ook op de ondersteuning van mantelzorgers.
Artikel 2.3.5, lid 3 van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 legt het college daarbij de plicht op om, na onderzoek, een maatwerkvoorziening te bieden die een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid en participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven.
Betrokken partijen De gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Bestuur vertegenwoordigd door wethouder J.J. Silos – Knaap. Wethouder A.F. de Leede is plaatsvervangend lid.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2020: € 42.398.187 (2019: € 35.981.561).
Financiële positie Bedragen x € 1.000 per 1 januari 2018 per 31 december 2018
  Eigen vermogen 5.260 1.262
  Vreemd vermogen n.v.t. n.v.t.
  Resultaat    
Risico’s De financiële ontwikkeling als gevolg van de resultaatgerichte financiering blijft een aandachtspunt.

GR Jeugdhulp Rijnmond
Vestigingsplaats Rotterdam
Relatie met programma Sociaal domein
Openbaar belang en visie Het uitvoeren van de bovenlokale taken door middel van:
a. Het contracteren en/of subsidiëren van aanbieders van jeugdhulp en uitvoerders jeugdreclassering en jeugdbeschermingsmaatregelen in het kader van de Jeugdwet;
b. Het organiseren van een advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling;
c. Het bevorderen van gezamenlijk overleg van de gemeenten voor de uitvoering van de jeugdhulptaken, die in de Jeugdwet aan de gemeenten zijn opgedragen.
Deze taken zijn bovenlokaal, dat wil zeggen aanvullend en in aansluiting op het lokale aanbod.
Betrokken partijen De gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Nissewaard, Vlaardingen en Westvoorne.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Bestuur vertegenwoordigd door wethouder J.J. Silos – Knaap.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2020: € 15.200.490 (2019: € 13.374.136).
Financiële positie Bedragen x € 1.000 per 1 januari 2018 per 31 december 2018
  Eigen vermogen 2.249 0
  Vreemd vermogen 0 2.747
  Resultaat 0 0
Risico’s De financiële ontwikkeling als gevolg van de resultaatgerichte financiering blijft een aandachtspunt.

Stroomopwaarts MVS
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Sociaal domein
Openbaar belang en visie De gemeenschappelijke regeling is ingesteld ter behartiging van het belang van een kwalitatief hoogwaardige en doelmatige uitvoering van de taken en bevoegdheden van de deelnemers op het gebied van het sociaal domein. Meer in bijzonder de uitvoering van de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening (werkloze werknemers en gewezen zelfstandigen), de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (art. 1.13).
Betrokken partijen De gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door wethouders A.F. de Leede en B.T. Bikkers en in het Dagelijks Bestuur door wethouder A.F. de Leede.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2020: € 57.092.000 (2019: € 55.598.000).
Financiële positie Bedragen x € 1.000 per 1 januari 2018 per 31 december 2018
  Eigen vermogen -7.334 -4.170
  Vreemd vermogen 16.583 15.255
  Resultaat -1.258 -124
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met deze verbonden partij.

Regionale Belasting Groep
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Financiën
Openbaar belang en visie Het heffen en invorderen van de gemeentelijke belastingen en heffingen en het uitvoeren van de werkzaamheden in het kader van de Wet Waardering onroerende zaken.
Betrokken partijen Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard, Hoogheemraadschap Delfland, gemeente Delft, gemeente Schiedam, gemeente Vlaardingen.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door wethouder S.M. Nieuwland.
Wethouder B.T. Bikkers is plaatsvervangend lid.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2020: € 1.275.000 (2019: € 1.256.000).
Financiële positie Bedragen x € 1.000 per 1 januari 2018 per 31 december 2018
  Eigen vermogen 3.232 2.324
  Vreemd vermogen 1.223 1.058
  Resultaat 1.202 345
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met deze verbonden partij.

Intergemeentelijke Reiniging-, Afvalinzameling- en Dienstverlening Organisatie (IRADO)
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Groen en milieu
Openbaar belang en visie Het in opdracht van de gemeente Vlaardingen uitvoeren van het inzamelen en afvoeren van huishoudelijk afval en op basis hiervan adviseren en rapporteren.
Betrokken partijen Gemeenten Vlaardingen, Schiedam en Capelle a/d IJssel zijn ieder voor 1/3 aandeelhouder.
Bestuurlijk belang De Raad van Commissarissen bestaat uit externe commissarissen:
de heer A.T.T. Doppenberg (voorzitter), mw. M. Schoenmakers en de heer B.K.A. Rijsbergen.
Wethouder A.F. de Leede bekleedt namens de gemeente Vlaardingen de rol van opdrachtgever.
Wethouders S.M. Nieuwland en B.T. Bikkers bekleden namens de gemeente Vlaardingen de rol van aandeelhouder.
Financieel belang De deelneming staat voor € 300.000,- op de balans van de gemeente Vlaardingen.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 per 1 januari 2018 per 31 december 2018
  Eigen vermogen 15.398 15.899
  Vreemd vermogen 16.794 15.279
  Resultaat 1.600 1.609
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met deze verbonden partij.

Waterbedrijf Evides
Vestigingsplaats Rotterdam
Relatie met programma Groen en milieu
Openbaar belang en visie Met de deelneming wordt beoogd invloed uit te oefenen op het beleid van watervoorziening en tariefstelling. Door een aantal fusies is de invloed van de gemeente de afgelopen jaren sterk afgenomen. De gemeente heeft op dit moment nog 1,8% van het totale aandelenpakket in bezit.
Betrokken partijen De aandelen van Waterbedrijf Evides zijn voor 50% in handen van de vroegere aandeelhouders van Delta Waterbedrijf en voor de andere 50% in handen van de vroegere aandeelhouders van Waterbedrijf Europoort. De laatste groep bestaat uit 24 gemeenten uit deze regio, waaronder de gemeente Vlaardingen.
Bestuurlijk belang De gemeente heeft stemrecht in de algemene vergadering van aandeelhouders. De gemeente Vlaardingen wordt hierin vertegenwoordigd door wethouders S.M. Nieuwland en B.T. Bikkers.
Financieel belang De deelneming staat voor € 245.041,- op de balans van de gemeente Vlaardingen.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 per 1 januari 2018 per 31 december 2018
  Eigen vermogen 503.000 510.000
  Vreemd vermogen 650.600 659.600
  Resultaat 47.300 42.400
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met deze verbonden partij.

Werkbedrijf Vlaardingen
Vestigingsplaats Vlaardingen
Relatie met programma Sociaal domein
Openbaar belang en visie Het in opdracht van de Gemeente Vlaardingen uitoefenen van (delen) van de Wet Sociale Werkvoorziening en de Wet Werk en Bijstand. Het uitoefenen van het formeel werkgeverschap voortvloeiende uit het voorgaande. De BV wordt vereffend.
Betrokken partijen Gemeente Vlaardingen
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen houdt 100% van de aandelen. De gemeente Vlaardingen wordt in de aandeelhoudersvergadering vertegenwoordigd door wethouders A.F. de Leede en B.T. Bikkers.
De gemeentecontroller fungeert als statutair bestuurder ten behoeve van de vereffening van de BV.
Financieel belang Er zijn aandelen (gewaardeerd op € 18.000) in bezit bij de gemeente Vlaardingen. Deze verbonden partij is in liquidatie.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 per 1 januari 2018 per 31 december 2018
  Eigen vermogen 99 63
  Vreemd vermogen 22 23
  Resultaat -10 -36
Risico’s Geen

Bank Nederlandse Gemeenten
Vestigingsplaats Den Haag
Relatie met programma Financiën
Openbaar belang en visie De Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) stelt zich ten doel gemeenten en andere decentrale overheden te ondersteunen bij hun maatschappelijke activiteiten middels het aanbieden van tal van bancaire diensten. Onze gemeente levert door haar deelneming een bijdrage hieraan.
Betrokken partijen De aandelen van de Bank Nederlandse Gemeenten zijn voor 50% in handen van het Rijk en voor de resterende 50% in handen van gemeenten. Onze gemeente heeft een belang van 0,36% in de bank.
Bestuurlijk belang De gemeente heeft stemrecht in de algemene vergadering van aandeelhouders. De gemeente Vlaardingen wordt hierin vertegenwoordigd door wethouder S.M. Nieuwland.
Financieel belang De deelneming staat voor € 33.807 op de balans van de gemeente Vlaardingen.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 per 1 januari 2018 per 31 december 2018
  Eigen vermogen 4.687.000 4.991.000
  Vreemd vermogen 135.041.000 132.518.000
  Resultaat 393.000 337.000
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.

Stadsherstel Maassteden
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Financiën
Openbaar belang en visie Opknappen en behouden van gebouwd erfgoed in Vlaardingen, Maassluis en Schiedam.
Betrokken partijen Het Fonds Schiedam Vlaardingen e.o., de gemeenten Schiedam, Vlaardingen en Maassluis zijn sinds januari 2018 aandeelhouders.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt hierin vertegenwoordigd door wethouder S.M. Nieuwland.
Financieel belang De deelneming staat voor € 100.000 op de balans van de gemeente Vlaardingen.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 per 1 januari 2018 per 31 december 2018
  Eigen vermogen -102 321
  Vreemd vermogen -109 411
  Resultaat -112 -77
Risico’s De planning was om, naast overname van een bestaande portefeuille in Schiedam, per gemeente één pand per jaar aan te kopen. In 2018 is dit laatste niet gebeurd, waardoor de B.V. achterloopt op haar planning.

Coöperatief beheer groengebieden Midden-Delfland
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Sport en recreatie
Openbaar belang en visie De coöperatie stelt zich ten doel de leden te faciliteren in de doelmatige en rechtmatige uitvoering van beheer- en onderhoudstaken ter zake van groengebieden in Midden-Delfland en al hetgeen met het vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.
Betrokken partijen De gemeenten Delft , Midden-Delfland, Maassluis, Schiedam, Vlaardingen en Westland.
Bestuurlijk belang Wethouder A.F. de Leede is door het college van B&W benoemd als lid van de algemene deelnemersvergadering.
Financieel belang De bijdrage van de gemeente Vlaardingen aan het CBG bedraagt € 573.453.- per jaar.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 per 1 januari 2018 per 31 december 2018
  Eigen vermogen n.v.t. n.v.t.
  Vreemd vermogen n.v.t. n.v.t.
  Resultaat n.v.t. n.v.t.
Risico’s Door de economische voorspoed stijgen de prijzen voor materialen en onderhoud. De begrote bedragen zijn gebaseerd op gerealiseerde aanbestedingen in het verleden.
Voor de aanpak essentaksterfte is een voorziening ingesteld. De aantasting gaat sneller dan voorzien en geeft veiligheidsrisico’s met de noodzaak voor meer incidentele aanpak met meer kosten.
De van baten economisch beheer zijn de afgelopen jaren toegenomen; het is onzeker of dit zal doorzetten.