Paragrafen

Lokale heffingen

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

De lokale heffingen zijn de inkomsten die verkregen worden op grond van publiekrechtelijke regels. De heffingen zijn gebaseerd op wettelijke bepalingen. Bij de lokale lasten maken we onderscheid tussen zuivere belastingen, heffingen en retributies:

  • De zuivere belastingen behoren tot de algemene dekkingsmiddelen en zijn voor de uitvoering van collectieve vormen van dienstverlening, maar ook individuele vormen van dienstverlening zonder een duidelijke relatie tussen dienstverlening en belasting. In Vlaardingen onderscheiden we: onroerendezaakbelasting (OZB),  precariobelastingen en toeristenbelasting.
  • De heffingen zijn voor de dekking van de kosten voor uitvoering van publiekrechtelijke dienstverlening. Dat houdt in dat de belastingplichtige ook moet betalen als hij de dienst niet wenst. Voorbeelden van heffingen zijn afvalstoffenheffing en rioolheffing.
  • De retributies zijn vergoedingen voor individuele dienstverlening van typische overheidsdiensten van publiekrechtelijke aard. Voorbeelden hiervan zijn leges voor paspoort en rijbewijs.

De tarieven van de lokale heffingen zijn vooralsnog volgens de uitgangspunten onder ‘Beleid’ aangepast.  Deze uitgangspunten worden aan het einde van het jaar in de belastingverordeningen verwerkt zodat zij in werking treden voor het belastingjaar 2024.

Beleid

Terug naar navigatie - Beleid

Uitgangspunten van het gemeentelijk beleid ten aanzien van de belastingen en heffingen zijn:

  • De onroerendezaakbelasting:  de OZB-opbrengsten worden verhoogd met 7,6% conform de CPI inflatie van januari 2023, zoals is vastgelegd in het coalitieakkoord 2022-2026 "Groei en Bloei voor Vlaardingen".
  • De overige heffingen (precario-, toeristen-, reclame- en parkeerbelasting) stijgen eveneens met de algemene indexering van 7,6%.
  • Voor de bepaling van de wettelijke tarieven en het tarief voor de Zeehavengelden en Binnenhavengelden lift Vlaardingen mee met Rotterdam.
  • Het tarief voor het rioolrecht, gebaseerd op het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan, wordt € 173,70.
  • Het tarief voor de afvalstoffenheffing, gebaseerd op de gewenste opbrengst in combinatie met het aantal huishoudens, wordt € 317,69 voor een éénpersoonshuishouden en € 406,20 voor een meerpersoonshuishouden.
  • De opbrengst van de Bedrijven Investeringszone (BIZ) is nihil.
  • De parkeertarieven kennen een eigen regime en worden bij afzonderlijk raadsbesluit vastgesteld.

Woonlasten: lokale lastendruk

Terug naar navigatie - Woonlasten: lokale lastendruk

Onder de woonlasten verstaan we het gemiddelde bedrag dat een huishouden in Vlaardingen betaalt aan OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. De ontwikkeling van de woonlasten van de afgelopen jaren en een raming voor het komende jaar ziet er als volgt uit:

Woonlasten 2020 2021 2022 2023 2024
OZB-eigenaar € 287,94 € 308,00 € 296,45 € 314,04 P.m.
OZB-gebruiker n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Rioolheffing € 161,36 € 159,28 € 169,17 € 161,43 € 173,70
Afvalstoffenheffing € 356,43 € 369,56 € 371,93 € 377,51 € 406,20
Totaal € 805,73 € 836,84 € 837,55 € 852,98 € 579,90

Bij de berekening van de totale woonlasten zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  • We gaan uit van een eigen woning die wordt bewoond door een gezin;
  • De OZB-tarieven zijn gebaseerd op de gemiddelde WOZ-waarde van woningen in Vlaardingen.

De begrote inkomsten van de bovengenoemde gemeentelijke heffingen (OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing) in 2024 bedragen circa € 38 miljoen.

Woonlasten: vergelijking met andere gemeenten en landelijk gemiddelde

Terug naar navigatie - Woonlasten: vergelijking met andere gemeenten en landelijk gemiddelde

Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) geeft sinds 1997 met de ’Atlas van de lokale lasten‘ inzicht in de woonlasten per gemeente en de posities die de gemeenten ten opzichte van elkaar innemen in Nederland. Hierbij geldt dat nummer 1 de goedkoopste gemeente is en nummer 352 de duurste. In de atlas van 2023 neemt Vlaardingen de 188e plaats in op basis van de woonlasten zoals die in de tabel hierboven zijn berekend. In 2023 zat Vlaardingen € 12,00 boven de landelijke gemiddelde woonlasten.

Overigens liggen de woonlasten van 80% van alle gemeenten heel dicht bij elkaar en rond het landelijk gemiddelde. Wat betreft de omringende gemeenten bedragen de woonlasten:

Gemeente Gemiddelde woonlasten Ranglijst Coelo (2023)
Capelle a/d IJssel € 734 7
Nissewaard € 881 98
Rotterdam € 918 148
Vlaardingen € 956 188
Schiedam € 917 147
Westland € 1.025 266
Delft € 1.083 307
Maassluis € 1.026 268

Bovengenoemde gegevens zijn gebaseerd op het peiljaar 2023. Bij de formele vaststelling van de verordening van de leges en tarieven voor 2024 worden de meest recente gegevens gebruikt als toetsing.

Onroerendezaakbelastingen

Terug naar navigatie - Onroerendezaakbelastingen

De hoogte van de onroerendezaakbelastingen is een combinatie van de waarde in het economische verkeer van een pand en het vastgestelde tarief. De waarde van alle onroerende zaken wordt jaarlijks vastgesteld. De onroerendezaakbelastingen bestaan uit een ‘eigenarenbelasting’ voor woningen en een ‘eigenarenbelasting’ voor niet-woningen. In de belastingen van de niet-woningen is een extra verhoging inbegrepen. De extra opbrengst komt ten goede van het Ondernemersfonds.

De grondslag van de OZB voor het jaar 2024 is de waarde van onroerende zaken op 1 januari 2023. De ontwikkeling van de OZB-tarieven over de afgelopen jaren is als volgt:

Ontwikkeling tarieven 2019 2020 2021 2022 2023 2024
OZB (eigendom) niet-woningen 0,3470% 0,3631% 0,7190% 0,7297% 0,8060% p.m. ¹
OZB (gebruik) niet-woningen 0,3039% 0,3212% 0,0000% 0,00 0,00 0,00
OZB (eigendom) woningen 0,1477% 0,1426% 0,1391% 0,1286% 0,1191% p.m. ¹
¹ Omdat de jaarlijkse herwaardering in het kader van de Wet Waardering onroerende zaken nog niet is afgerond, zijn de definitieve tarieven nog niet bekend. Bij de besluitvorming met betrekking tot de tarieven, in december 2023, worden de tarieven zodanig vastgesteld dat in combinatie met WOZ-waarden een 7,6% (indexering CPI januari 2023) hogere opbrengst resulteert (exclusief areaaluitbreiding).

OZB-opbrengsten voor 2024:

  • Opbrengst niet-woningen: € 11 miljoen
  • Opbrengst woningen: € 12,5 miljoen

Precariobelasting

Terug naar navigatie - Precariobelasting

De precariobelasting is een belasting op het hebben van voorwerpen op, in of boven gemeentegrond en -water. Bijvoorbeeld terrassen, reclame-uitingen en bouwmaterialen, maar ook de leidingen, kabels en buizen in de grond.

De precario op nutsleidingen is per 1 juli 2017 afgeschaft. Ook het overgangsrecht is per 1 januari 2022 vervallen. Dit betekent dat gemeenten geen precariobelasting meer kunnen heffen van nutsbedrijven over netwerken die ze in, op of boven gemeentegrond exploiteren.

  • Opbrengst precariobelasting in totaal: € 0,28 miljoen

Toeristenbelasting

Terug naar navigatie - Toeristenbelasting

De toeristenbelasting is een algemene belasting voor het houden van verblijf met overnachting tegen een vergoeding door niet-ingezetenen. Het tarief wordt verhoogd met het algemene indexpercentage van 7,6%. De opbrengst van de toeristenbelasting is afhankelijk van het aantal overnachtingen in de gemeente, zodat de opbrengst kan fluctueren. Economische ontwikkelingen kunnen zorgen voor een lagere of hogere opbrengst. Vanaf 2023 wordt er actief toeristenbelasting geheven bij huisvesting van tijdelijke inwoners die niet staan ingeschreven bij de gemeente. De opbrengsten hiervan zijn nog niet in te schatten.

Ontwikkeling tarieven 2020 2021 2022 2023 2024
Toeristenbelasting € 2,52 € 3,00 € 3,05 € 3,09 € 3,32

Bijdrage Bedrijven Investeringszone (BIZ)

Terug naar navigatie - Bijdrage Bedrijven Investeringszone (BIZ)

Industrieterrein de Vergulde Hand was aangewezen als een BIZ waar een BIZ-bijdrage werd geheven. De bijdrage kwam van de gebruikers van de op dit terrein gelegen bedrijven. In 2022 is door het bestuur van de BIZ besloten om geen draagvlakmeeting uit te voeren, waardoor het heffen van een bijdrage niet mogelijk is.  

Rioolheffing

Terug naar navigatie - Rioolheffing

De rioolheffing is een heffing om het beheer en het onderhoud van het gemeentelijk rioolstelsel te bekostigen. Uitgangspunt bij deze heffing is dat de tarieven kostendekkend zijn. De stijging van de rioolheffing is dus afhankelijk van de ontwikkeling van de kosten. Voor het beheer en onderhoud op de lange termijn is een gemeentelijk rioleringsplan opgesteld waarin onder andere de kosten zijn opgenomen die door middel van een rioolheffing moeten worden gedekt. Voor 2024 wordt de rioolheffing  voor eigenaren € 173,70 per perceel.

Ontwikkeling tarieven 2020 2021 2022 2023 2024
Rioolheffing € 161,36 € 159,28 € 169,17 € 161,43 € 173,70
Rioolheffing 2024
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 2.778.841
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 85.000
Netto kosten taakveld(en) 2.693.841
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente 342.178
BTW 377.929
Totale kosten 3.413.948
Opbrengst heffing 6.940.621
Voorziening -3.526.673
Totale opbrengsten 3.413.948
Dekkingspercentage 100%

Afvalstoffenheffing

Terug naar navigatie - Afvalstoffenheffing

De afvalstoffenheffing is een heffing om het ophalen en verwerken van de huishoudelijke afvalstoffen te bekostigen. Uitgangspunt bij deze heffing is dat de tarieven kostendekkend zijn. De stijging of daling van de afvalstoffenheffing is mede afhankelijk van de ontwikkeling van de kosten. Bij deze heffing wordt een tariefdifferentiatie toegepast ten behoeve van één- en meerpersoonshuishoudens. Momenteel wordt onderzocht of er meerdere categorieën ingevoerd gaan worden, zodat meer wordt aangesloten bij het principe dat de vervuiler betaald.

De tarieven stijgen in 2024 met ongeveer 7,6% ten opzichte van 2023. De stijging komt voornamelijk door de reguliere aanpassing door inflatie.

Ontwikkeling tarieven 2020 2021 2022 2023 2024
Afvalstoffenheffing € 351,53 € 369,56 € 371,93 € 377,51 € 406,20
Afvalstoffenheffing 1-pers. € 274,93 € 289,03 € 290,88 € 295,25 € 317,69
Afvalstoffenheffing 2024
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 10.784.604
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 310.000
Netto kosten taakveld(en) 10.474.604
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente 77.633
BTW 1.849.909
Totale kosten 12.402.146
Opbrengst heffing 12.863.176
Voorziening -461.030
Totale opbrengsten 12.402.146
Dekkingspercentage 100%

Reinigingsrecht

Terug naar navigatie - Reinigingsrecht

Onder de naam reinigingsrecht wordt een retributie geheven voor het periodiek verwijderen en verwerken van bedrijfsafvalstoffen. Het reinigingsrecht wordt geheven van degene die van de dienst gebruik maakt afhankelijk van het aangeboden afval. De tarieven worden verhoogd met 7,6%.

Reinigingsrechten 2024
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 250.000
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 0
Netto kosten taakveld(en) 250.000
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente 0
BTW 0
Totale kosten 250.000
Opbrengst heffing 250.000
Voorziening 0
Totale opbrengsten 250.000
Dekkingspercentage 100%

Binnenhavengeld

Terug naar navigatie - Binnenhavengeld

Deze retributie wordt geheven van vaartuigen die gebruik maken van het openbare gemeentewater, openbare werken en inrichtingen, en voor diensten die door de gemeente met betrekking tot een vaartuig verstrekt worden. In de regel wordt het havengeld geheven van de kapitein, de schipper, de reder of de eigenaar van het vaartuig. De tarieven in Vlaardingen sluiten aan bij de tarieven vermeld in de ‘General Terms and Conditions’, including renewed port tariffs, die zijn vastgesteld en bekendgemaakt door het Havenbedrijf Rotterdam N.V.

Binnenhavengeld 2024
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 637.504
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 0
Netto kosten taakveld(en) 637.504
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente 0
BTW 0
Totale kosten 637.504
Opbrengst heffing 321.680
Voorziening 0
Totale opbrengsten 321.680
Dekkingspercentage 50%

Havengeld pleziervaartuigen

Terug naar navigatie - Havengeld pleziervaartuigen

Deze retributie wordt geheven van pleziervaartuigen en andere ter recreatie dienende vaartuigen die gebruik maken van het openbare gemeentewater, openbare werken en inrichtingen, en voor diensten die door de gemeente met betrekking tot een vaartuig verstrekt worden. In de regel wordt het havengeld voor pleziervaartuigen geheven van de schipper of de eigenaar van het vaartuig. De tarieven worden verhoogd met 7,6%.

Havengeld pleziervaartuigen 2024
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 189.083
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 0
Netto kosten taakveld(en) 189.083
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente 0
BTW 0
Totale kosten 189.083
Opbrengst heffing 19.231
Voorziening 0
Totale opbrengsten 19.231
Dekkingspercentage 10%

Havengeld vaste ligplaatsen

Terug naar navigatie - Havengeld vaste ligplaatsen

Deze retributie wordt geheven voor het hebben van een vaste ligplaats aan een kade. Het ligplaatsgeld wordt geheven van degene die de vaste ligplaats inneemt. De tarieven worden verhoogd met  7,6%.

Havengeld vaste ligplaatsen 2024
Kosten taakveld (en) inclusief (omslag)rente 6.039
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 0
Netto kosten taakveld(en) 6.039
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente 0
BTW 0
Totale kosten 6.039
Opbrengst heffing 1.182
Voorziening 0
Totale opbrengsten 1.182
Dekkingspercentage 20%

Zeehavengeld

Terug naar navigatie - Zeehavengeld

Deze retributie wordt geheven voor het verblijf met een zeeschip in de haven van Vlaardingen alsmede voor het gebruik van gemeente-eigendommen, havenfaciliteiten en dienstverlening in dat verband. In de regel wordt het zeehavengeld geheven van de kapitein, de schipper, de reder of de eigenaar van het schip, of degene die de handelingen heeft verricht ter voorbereiding van het verblijf van het zeeschip. De tarieven in Vlaardingen sluiten aan bij de tarieven vermeld in de ‘General Terms and Conditions, including renewed port tariffs’, die zijn vastgesteld en bekendgemaakt door het Havenbedrijf Rotterdam N.V.

Zeehavengeld 2024
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 1.309.061
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 0
Netto kosten taakveld(en) 1.309.061
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente 0
BTW 0
Totale kosten 1.309.061
Opbrengst heffing 995.889
Voorziening 0
Totale opbrengsten 995.889
Dekkingspercentage 76%

Lijkbezorgingsrechten

Terug naar navigatie - Lijkbezorgingsrechten

Deze retributie wordt geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor verleende diensten in verband met de begraafplaats. Lijkbezorgingsrechten worden geheven van de aanvrager van de dienst, dan wel van degene voor wie de dienst wordt verricht. De tarieven worden verhoogd met 7,6%.

Lijkbezorgingsrechten 2024
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 871.805
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 0
Netto kosten taakveld(en) 871.805
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente 0
BTW 0
Totale kosten 871.805
Opbrengst heffing 853.687
Voorziening 0
Totale opbrengsten 853.687
Dekkingspercentage 98%

Parkeerbelastingen

Terug naar navigatie - Parkeerbelastingen

Deze belasting wordt geheven voor het gedurende een aaneengesloten periode laten staan van een voertuig binnen de gemeente. De belasting wordt geheven van degene die het voertuig heeft laten staan of de houder van het voertuig. De tarieven worden aan de hand van eigen beleid afzonderlijk vastgesteld.

Parkeerbelasting 2024
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 1.505.003
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 21.699
Netto kosten taakveld(en) 1.483.304
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente 156.147
BTW 0
Totale kosten 1.639.451
Opbrengst heffing 2.836.415
Voorziening 0
Totale opbrengsten 2.836.415
Dekkingspercentage 173%

Leges

Terug naar navigatie - Leges

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor een groot aantal taken. Een deel van deze taken wordt in de vorm van een dienst door bewoners of bedrijven individueel afgenomen. Om gemeenten tegemoet te komen in de kosten die zijn gerelateerd aan deze taken, betalen afnemers van gemeentelijke diensten leges. In de regel gaat het hierbij om het verstrekken van documenten of het verlenen van vergunningen. Leges behoren tot de retributies en worden geheven voor het in behandeling nemen van de aanvraag en worden geheven bij de aanvrager. Ook als de aanvraag niet leidt tot een positief resultaat moeten leges worden betaald. De tarieven worden verhoogd met 7,6% met uitzondering van de wettelijke leges.

Kruissubsidiëring leges

Terug naar navigatie - Kruissubsidiëring leges

Net als bij alle andere retributies mogen de baten de lasten niet overstijgen, maar bij de leges gaat het om een groot aantal soorten van dienstverlening gebundeld in één belastingverordening. Omdat breed wordt gevoeld dat kruissubsidiëring tussen dienstverlening van volstrekt verschillende aard onwenselijk is, heeft de VNG de modelverordening onderverdeeld in drie titels: algemene dienstverlening, dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving en dienstverlening vallend onder de Europese Dienstenrichtlijn. De Vlaardingse legesverordening is naar dit model ingedeeld. Kruissubsidie tussen deze titels is ongewenst, maar niet verboden. Kruissubsidie binnen een titel in de legesverordening is toegestaan. Zolang het kruissubsidiëring tussen hoofdstukken betreft, blijkt de mate van kruissubsidiëring al uit de kostenopstelling. Ook hier geldt dat de gemeente de reden van de kruissubsidie moet vermelden. Er is geen sprake van een rechtvaardigingsgrond, omdat kruissubsidiëring toegestaan is.

Kruis subsidie leges Algemene dienstverlening Fysieke leefomgeving Europese Dienstenrichtlijn
Kosten taakvelden 614.545 754.789 18.000
Overhead 290.541 866.762 2.400
Totale kosten 905.086 1.621.551 20.400
Totale opbrengsten 830.338 1.358.976 20.113
Dekkingspercentage 92% 84% 99%

Kwijtschelding

Terug naar navigatie - Kwijtschelding

Voor mensen met de laagste inkomens bestaat de mogelijkheid van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de lokale lasten. De regels voor het toekennen worden bepaald door de rijksoverheid in de Invorderingswet. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen, die een inkomen hebben dat niet hoger ligt dan de bijstandsnorm.
Gemeenten mogen hier in die zin van afwijken dat een lager inkomen wordt gehanteerd. De gemeente Vlaardingen hanteert de zogenaamde 100%-norm, dat betekent dat inwoners van Vlaardingen met een inkomen op bijstandsniveau in beginsel voor kwijtschelding in aanmerking komen.

Voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend, mogen gemeenten zelf bepalen. In Vlaardingen kan enkel kwijtschelding worden aangevraagd voor de afvalstoffenheffing.

Naar verwachting komen, rekening houdend met de ervaringen in voorgaande jaren, zo’n 2.900 huishoudens voor (gedeeltelijke) kwijtschelding in aanmerking. Wij verwachten in 2024 een bedrag van circa € 0,95 miljoen te besteden aan kwijtscheldingen. De ontwikkeling van deze post wordt nauwlettend gevolgd.

 

Vaststellen nieuwe tarieven 2024

Terug naar navigatie - Vaststellen nieuwe tarieven 2024

Nadat de begroting is vastgesteld worden de desbetreffende verordeningen hierop aangepast, alsmede aan wets- en beleidswijzigingen. De verordeningen worden daarna in de decembervergadering 2023 ter vaststelling aan de raad aangeboden.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

Voldoende weerstandsvermogen om risico's op te kunnen vangen is voor een gemeente absolute noodzaak. In Vlaardingen maakt risicomanagement dan ook structureel onderdeel uit van de Planning & Control-cyclus. Zo vindt op dit moment twee maal per jaar, zowel bij de begroting als bij de jaarrekening, een risico-inventarisatie en een risico-waardering plaats.

Artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) beschrijft het weerstandsvermogen als volgt: “Het weerstandsvermogen geeft de relatie aan tussen de weerstandscapaciteit (middelen om niet begrote kosten op te vangen) en de risico’s van mogelijk materiële financiële betekenis waar geen maatregelen voor zijn getroffen”. Dit weerstandsvermogen wordt weergegeven in een verhoudingsgetal of ratio.

Weerstandsvermogen = aanwezige weerstandscapaciteit /risico's * 100%

De gewenste weerstandscapaciteit is het geldbedrag dat idealiter aanwezig zou moeten zijn om risico’s af te dekken. De hoogte van de gewenste weerstandscapaciteit is volledig afhankelijk van de binnen de gemeente aanwezige risico's en vooral van de ingeschatte risicobedragen (per risico). Het gemeentelijk beleid streeft naar het realiseren van een weerstandsvermogen van 170% (weerstandsratio van 1,7).

In 2022, bij het opstellen van de jaarrekening 2021, hebben wij de methodiek waarmee de gewenste weerstandscapaciteit wordt bepaald geëvalueerd en herzien. 

Aanwezige weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Aanwezige weerstandscapaciteit

De aanwezige weerstandscapaciteit bestaat uit het totaal aan middelen dat de gemeente beschikbaar heeft of op korte termijn vrij kan maken om financiële tegenvallers op te vangen. De algemene reserve vormt daarbij het reeds beschikbare deel. De aanwezige weerstandscapaciteit bedraagt bij aanvang van het begrotingsjaar 2024 naar verwachting € 68,8 miljoen.

Gewenste weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Gewenste weerstandscapaciteit

De gewenste weerstandscapaciteit bestaat uit middelen die de gemeente beschikbaar zou moeten hebben of op korte termijn vrij zou moeten kunnen maken om de waargenomen risico's financieel te kunnen dekken indien deze zich voordoen in de geschatte mate (kans x impact).

Om dit bedrag te kunnen bepalen wordt externe deskundigheid ingeschakeld. Er wordt een simulatie uitgevoerd voor het berekenen van de benodigde weerstandscapaciteit op basis van de Monte-Carlomethode. De basis van deze simulatie is het inventariseren en het kwantificeren van de risico’s.

Op basis van de interne analyse betreffende de risico’s moet een totale weerstandscapaciteit van € 26,6 miljoen worden aangehouden. Tegen de omvang van de verwachte weerstandscapaciteit per 1 januari 2024 van € 68,8 miljoen levert dit een weerstandsratio op van:

Weerstandsvermogen = € 68,8 miljoen / €26,6 miljoen = 2,6

De beleidsdoelstelling van de gemeente om een weerstandsratio van minimaal 1,7 aan te houden is hiermee gehaald.

Risico’s

Terug naar navigatie - Risico’s

De activiteiten van de gemeente Vlaardingen gaan over een breed scala aan beleidsterreinen. Dit betekent dat onze gemeente blootgesteld is aan een groot aantal risico’s. In de aanpak van de risico-inventarisatie is bij het bepalen van de impact rekening gehouden met een structurele component. Voor structurele risico's is een factor 3 gebruikt om aan te sluiten bij een gemiddelde transitieperiode van 3 jaar voor het implementeren van beleidswijzigingen.

De benodigde weerstandscapaciteit daalt licht ten opzichte van de eerdere berekening voor de jaarrekening 2022. Dat wordt voornamelijk veroorzaakt door het afnemen van de risico’s ten gevolge van de oorlog in Oekraïne en door het beleidsmatig en financieel structureel borgen van maatregelen. 

Risico's die relatief de grootste impact hebben op de benodigde weerstandscapaciteit zitten binnen het sociaal domein (jeugdhulp, participatie, Wmo en armoedebestrijding), onzekerheid over de bijdrage vanuit het gemeentefonds en onderhoud en verduurzaming van het gemeentelijke vastgoed.

Inflatie en stijgende prijzen
De aanpassing van de begroting aan de prijsontwikkeling, de zogenoemde indexering, is gekoppeld aan het CBS percentage. Met name vanaf 2022, maar eigenlijk al vanaf 2019, stijgen de prijzen voor materialen, energie e.d. sterker dan de gemiddelde prijs van de overheidsconsumptie (CBS-indexeringspercentage). Vanwege de verwerking van de nieuwe CAO is de stelpost voor prijs- en looncompensatie vervallen.

Jeugdhulp, participatie, Wmo en armoedebestrijding
De uitvoering van jeugdhulp, participatie, Wmo en armoedebestrijding (minimabeleid) is via delegatie ondergebracht bij gemeenschappelijke regelingen. De risico’s hebben vooral betrekking op de onzekerheden over de omvang van de behoefte aan die diensten, de daarmee gepaard gaande kosten en de bijdragen vanuit het Rijk. De meerjaren ontwikkeling van Stroomopwaarts is inmiddels budgettair opgenomen in de begroting.

Gemeentefonds
In de huidige begroting is rekening gehouden met een structurele compensatie van het rijk voor Jeugd (1,5 miljoen afbouwend naar 1,0 miljoen). Of dit daadwerkelijk plaatsvindt en de herijking van het gemeentefonds zorgen dat we rekening blijven houden met het risico.

Onderhoud en verduurzaming gemeentelijk vastgoed
Voor de begroting 2022 was specifiek stilgestaan bij verduurzaming van de gemeentelijke gebouwen. De post van duurzaamheid was enerzijds hiervoor ontoereikend en het budget voor verduurzaming van de gebouwen bedroeg € 0,3 miljoen voor 3 jaar. Algemeen beeld was dat dit onvoldoende was om alle gebouwen te kunnen doen. Hiervoor was het risico opgenomen.

In 2023 heeft een actualisatie van de onderhoudsstaten plaatsgevonden. De portefeuille is geschouwd en naar de mate van onderhoud ingedeeld. Hiernaast is ook meteen gekeken naar de (verplichte) duurzaamheidsmaatregelen om ook hier gesteld te zijn en te voldoen aan landelijke en Europese klimaatdoelen. Het hiervoor benodigd budget is structureel opgevoerd in de gemeentelijke begroting.  Algemeen beeld is dat er voldoende beheersmaatregelen zijn genomen om de komende jaren onze portefeuille te beheren en te onderhouden. De kans op onverwachte risico’s is daarmee verkleind. 

De benodigde weerstandscapaciteit van € 26,6 miljoen is gebaseerd op de volgende risico’s en bijbehorende kansverdeling:

Risico-Inventarisatie
Onderwerp Risico Maatregel Impact (most likely) Kans op risico
x € 1.000 (in % )
GEVOLGEN CALAMITEIT/RAMP Als gevolg van calamiteiten / rampen, bestaat de kans dat kosten voor nazorg, tijdelijk onderdak, personele kosten e.d. voor rekening van de gemeente komen. Rampenorganisatie, rampenplannen, coördinator rampenbestrijding, rampenoefeningen. Deelname aan de VRR, toezicht op bedrijven al dan niet via DCMR. 250 25%
VERBONDEN PARTIJEN (WAARONDER GR) Afgeleide risico's van gemeenschappelijke regelingen, m.n. afwezigheid van reserves bij de GR'en. Bij overschrijden van de begroting van een GR zal de gemeente als deelnemer een financiele bijdrage moeten leveren. Notitie werkwijze Verbonden Partijen. Regie op de verbonden partijen, aansluiting P&C cyclus. Controleverklaringen bij de jaarrekeningen én de accountantsverslagen die gericht zijn aan het algemeen bestuur van de verbonden partijen. 555 20%
AFTREDEN WETHOUDERS Als gevolg van het tussentijds (moeten) aftreden van één of meerdere wethouders, bestaat de kans dat wachtgeld en kosten van sollicitatie - en loopbaanbegeleiding betaald moet worden. Geen. Discreet
FOUTEN INKOOPPROCEDURES Als gevolg van (fouten in) de inkoopprocedures / aanbestedingstrajecten, bestaat de kans dat de gemeente aansprakelijk wordt gesteld en mogelijk de leverancier moet compenseren voor de misgelopen winst. De gemeentelijke organisatie heeft een eigen inkoopafdeling, welke bestaat uit inkoopadviseurs, een contractadviseur en contractbeheerders. Daarnaast kent elke lijnafdeling Inkoop-ambassadeurs, die gedegen basiskennis hebben van Inkoop- en aanbestedingsprocedures. 450 10%
LOONSOM Als gevolg van cao wijzigingen (loonsverhogingen) en stijging van werkgeverslasten bestaat het risico dat een overschrijding op de loonsom ontstaat. Tevens door de wijziging in het Verlofsparen. De salarisbudgetten in de meerjarenbegroting aan de hand van de uitgangspunten in de meicirculaire gemeentefonds bijstellen. 180 25%
GEGARANDEERDE LENINGEN ZORGCENTRA Als gevolg van het eventueel failliet van zorgcentra, bestaat de kans dat de gemeente rente en aflossingen moet betalen voor de gegarandeerde leningen aan deze zorgcentra. Geen. 115 10%
CLAIMS EN NADEELCOMPENSATIE Burgers en private partijen claimen meer en vaker bij de gemeente. Dit vraagt meer juridische inzet, zowel bij het aangaan van contracten en overeenkomsten, verzoeken tot nadeelcompensatie, maar ook bij schadegevallen, aansprakelijkstellingen en dergelijke. Vanwege invoering van de nieuwe omgevingswet stijgt het risico op dwangsommen. Deskundigheid voor de afhandeling van verhaalschade. Verzekering voor de aansprakelijkstellingen, met eigen risico. 120 28%
INGEKOMEN SUBSIDIES Als gevolg van onjuiste interpretatie van de subsidievoorwaarden of het onvoldoende kunnen verantwoorden van de aanwending ervan, bestaat de kans dat niet aan de voorwaarden wordt voldaan en subsidiegelden lager of op nihil worden gesteld. Op basis van een subsidie register kan er inzicht zijn op de ontvangen subsidies. Het proces wordt verder ingericht ter verbetering van de beheersing. 450 20%
INKOMENSVOORZIENING / MINIMAVOORZIENING (inkomsten) De gemeente loopt een risico, alvorens in aanmerking te komen voor de "vangnetregeling" van het Rijk. Stroomopwaarts voert beiden regelingen uit. Lopende de P&C cyclus wordt de ontwikkeling van inkomens- en minimavoorziening versus BUIG (inkomsten) gemonitord. 3.000 20%
JEUGDHULP (LOKAAL EN REGIONAAL) Het beroep op specialistische jeugd hulp stijgt meer dan het gemiddelde gebruik van afgelopen jaren. Investeren op het voorliggend veld en de vernieuwende aanpak. Aanbesteding inkoopmodel jeugd. Lopende de P&C cyclus wordt het gebruik gemonitord. 3.750 30%
WMO LOKAAL Het beroep op WMO stijgt meer dan het gemiddelde gebruik van afgelopen jaren. Lopende de P&C cyclus wordt het gebruik gemonitord. Op basis van signalen beoordelen welke wijziging mogelijk zijn. 1.725 18%
GARANTIESTELLING WONINGBOUW-CORPORATIES De gemeente heeft per einde 2022 voor een totaalbedrag van € 462 miljoen aan garanties verstrekt. Van dit bedrag wordt € 462 miljoen gegarandeerd door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Pas als het garantievermogen van het WSW daalt tot onder de drempel van 0,25% van het garantievolume, dan treedt de achtervangpositie van het rijk en de gemeente in werking in de vorm van verstrekken van renteloze leningen. Het risico voor de gemeente bij achtervang is zeer gering. De achtervang of zekerheidsstructuur bestaat uit drie lagen: 1.Primaire zekerheid: de financiele middelen van de corporatie. 2.Secundaire zekerheid: de borgstellingsreserve van het WSW. 3.Tertiaire zekerheid: Rijk en gemeenten. 1.500 1%
VERZEKERINGEN De Uitgebreide gevaren verzekering (UGV) en de Aansprakelijkheids+-verzekering (AVG) zijn opnieuw aanbesteed. De eigen risico's zijn verhoogd om een zo laag mogelijke premie te krijgen. Mogelijk is hierdoor een hoger bedrag nodig voor betaling van schadeclaims. Tevens kunnen er nog aansprakelijkheden volgen voor asbest gerelateerde schadeclaims. Deze zijn niet in een polis ondergebracht. Beperken grote risico's door het afsluiten van verschillende verzekeringen met een zo laag mogelijke premie. 250 10%
ACHTERSTALLIG ONDERHOUD De laatste jaren wordt minder onderhoud gepleegd bij eventueel af te stoten panden. Hierdoor ontstaan veiligheidsrisico's. Daarnaast is er een opgave voor verduurzamen. Voor de Begroting 2024 is de kans bijgesteld van 25 % naar 10 % omdat er een structureel budget is opgevoerd voor de (verplichte) duurzaamheidsmaatregelen en het plegen van het (achterstallige) onderhoud. 5.600 10%
GRONDEXPLOITATIES: VERTRAGING PLANNEN Als gevolg van planvertraging van grondexploitaties, bestaat de kans op nadelig effect op het financiële resultaat. Continue toetsing grondopbrengsten en kosten (2x per jaar én na elke grondafname), openbare aanbestedingen, goede marketing en communicatie, tijdige onderzoeken e.d. 230 10%
GRONDEXPLOITATIES: DIVERSE SPECIFIEKE RISICO'S Als gevolg van diverse factoren die bij grondexploitaties kunnen optreden bestaat de kans op effecten op het financiële resultaat. Continue toetsing grondopbrengsten en kosten (2x per jaar én na elke grondafname), openbare aanbestedingen, goede marketing en communicatie, tijdige onderzoeken enzovoorts. 296 33%
KLIMAATADAPTIE Gevolgen van uitzonderlijke weersomstandigheden als gevolg van klimaatverandering, waarbij extreme situaties kunnen optreden in: - waterspiegelniveau (overstroming) - regenbuien (wateroverlast) - hoge temperaturen (hittestress) - langdurige droogte - hevige stormen Ontwikkelingen volgen, analyseren en opstellen klimaatscenario’s aan de hand van landelijk beschikbare informatie op kennisportalen. Daarnaast kan in het beleid c.q. de begroting hiermee rekening worden gehouden. 375 30%
INFLATIE Stijging als gevolg van exogene ontwikkeling boven de lopende begrotingsbedragen. Exogene ontwikkelingen volgen 2.500 20%
FACILITEREND GRONDBELEID De afgesloten anterieurovereenkomsten dekken niet de gemaakte kosten Inrichting projectadministratie op de anterieuren overeenkomsten. 850 40%
RENTE Gevolgen van recessie Bewaking lening portefeuille, monitoren rente ontwikkelingen. Op basis van de Begroting 2024 is de impact aangepast en de kans naar beneden bijgesteld van 30% naar 10% omdat het risico op extreme rentestijgingen is afgenomen. 2.063 10%
GEMEENTEFONDS Onzekerheid over de inkomsten, en gevolg van trap op trap af principe en de compensatie van het Rijk voor jeugd Monitoren ontwikkeling gemeentefonds. Tijdig signaleren van afwijkingen. Gezonde financiele positie om tijdelijke afwijkingen te kunnen opvangen. Impact aangepast aan uitkering Gemeentefond in de Begroting 2024. 8.250 30%
ARBEIDSMARKT Krapte op de arbeidsmarkt waardoor hogere apparaatkosten en vertraging van projecten . P monitor over de volledige capaciteit 500 30%
CYBERCRIME Schade door cyberaanvallen Inrichting informatiebeveiliging inhoud en proces. Voor de begroting 2024 is op basis van de ontwikkelingen (toename van dreiging) de kans verhoogd van 40% naar 45% en de hoogte van de impact aangepast. 1.750 45%
GEBIEDSONTWIKKELING RIVIERZONE Voor het gebied Rivierzone zijn al de nodige stappen gezet. In maart 2023 is de gebiedsexploitatie voorgelegd aan de raad. 3.600 40%

Kengetallen weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - Kengetallen weerstandsvermogen

De voorgeschreven set van kengetallen geeft in samenhang een goed inzicht in de financiële positie van een gemeente.
Als gevolg van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeente (BBV) worden kengetallen opgenomen voor:

  • De netto schuldquote
  • De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
  • De solvabiliteitsratio
  • De structurele exploitatieruimte
  • De grondexploitatie
  • De belastingcapaciteit

Bij ministeriële regeling zijn regels vastgesteld over de wijze waarop de kengetallen moeten worden vastgesteld en op welke wijze deze in de begroting worden opgenomen. In onderstaande tabel worden de kengetallen weergegeven, waarna elk kengetal nader wordt toegelicht.

 

 

Kengetallen Rek Begr Begr Begr Begr Begr
2022 2023 2024 2025 2026 2027
Netto schuld-quote (excl erfpacht) 0,0% 64,3% 71,4% 70,1% 69,9% 76,8%
Netto schuld-quote gecorrigeerd voor verstrekte leningen (excl erfpacht) 0,0% 63,7% 71,1% 69,8% 69,7% 76,8%
Netto schuld-quote (incl erfpacht) 0,0% 73,7% 128,8% 127,4% 127,4% 140,9%
Netto schuld-quote gecorrigeerd voor verstrekte leningen (incl erfpacht) 0,0% 73,0% 128,5% 127,2% 127,2% 140,9%
Solvabiliteitsratio 17,6% 19,9% 18,8% 19,5% 18,4% 18,3%
Grondexploitatie 5,9% 8,1% 6,6% 3,9% 2,8% 1,5%
Structurele exploitatieruimte 7,7% 1,0% 0,0% 0,9% -0,3% -0,1%
Gemeentelijke belastingcapaciteit 99,9% 92,9% 98,5% 99,5% 99,5% 99,5%

In onderstaand tabel worden de VNG-normen behorende bij de kengetallen weergegeven.

Kengetallen VNG Normen Minst risicovol Neutraal Meest risicovol
Netto schuld-quote < 90% tussen 90% en 130% > 130%
Netto schuld-quote gecorrigeerd voor verstrekte leningen < 90% tussen 90% en 130% > 130%
Solvabiliteitsratio > 50% tussen 20% en 50% < 20%
Grondexploitatie < 20% tussen 20% en 35% > 35%
Structurele exploitatieruimte > 0% 0% < 0%
Gemeentelijke belastingcapaciteit < 95% tussen 95% en 105% > 105%

Netto schuldquote

Terug naar navigatie - Netto schuldquote

De netto schuldquote beoordeelt de schuld als aandeel van de inkomsten. Eenvoudig gezegd betekent een netto-schuldquote van 100% dat de schuldenlast de omvang heeft van een jaaromzet.

Een grote portefeuille uitgeleende gelden aan derden en aan verbonden partijen kan het beeld nuanceren. Daarom is ook een kengetal opgenomen waarin de netto schuldquote gecorrigeerd wordt voor verstrekte leningen. De indicator vertoont ratio’s onder de 100%, maar kent een stijgend verloop richting 2026. De netto schuldquote loopt vooral op vanwege de stijging van de omvang van de leningenportefeuille.

Een netto schuldquote van tussen de 90% en 130% wordt als neutraal beschouwd.

Netto schuldquote & quote minus verstrekte leningen Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
bedragen x € 1.000 2022 2023 2024 2025 2026 2027
A1. Vaste schulden (leningen o/g) 229.559 210.000 230.000 235.000 255.000 255.000
A2. Vaste schulden (afkoopsommen erfpacht) 29.559 180.000 200.000 205.000 225.000 225.000
B. Netto vlottende schulden 14.523 13.179 11.348 12.503 11.519 6.265
C. Overlopende passiva 34.237 46.821 48.652 47.497 48.481 53.734
D. Financiële vaste activa (> 1 jaar):
D1. - uitzettingen 5.186 5.800 5.800 5.800 5.800 5.800
D2. - verstrekte leningen en uitzettingen 7.311 6.824 6.536 6.276 6.016 5.756
E. Uitzettingen < 1 jaar 48.338 10.000 10.000 10.000 10.000 10.000
F. Liquide middelen 78 500 500 500 500 500
G. Overlopende activa 21.465 29.500 29.500 29.500 29.500 29.500
Netto schuld 232.811 404.200 444.200 454.200 494.200 494.199
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen 230.686 403.176 443.464 453.724 493.984 494.243
H. Baten, excl. onttrekkingen reserves 315.978 313.799 348.593 356.622 343.088 350.733
Vaste schuld exclusief afgekochte erfpachten
Netto schuldquote = (A+B+C-D1-E-F-G)/H x 100% 64,3% 71,4% 70,1% 69,9% 78,5% 76,8%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen = (A+B+C-D2-E-F-G)/H x 100% 63,7% 71,1% 69,8% 69,7% 78,4% 76,8%
Vaste schuld inclusief afgekochte erfpachten
Netto schuldquote = (A+B+C-D1-E-F-G)/H x 100% 73,7% 128,8% 127,4% 127,4% 144,0% 140,9%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen = (A+B+C-D2-E-F-G)/H x 100% 73,0% 128,5% 127,2% 127,2% 144,0% 140,9%

Solvabiliteitsratio

Terug naar navigatie - Solvabiliteitsratio

De solvabiliteitsratio wordt berekend als verhouding tussen de verschillende vermogenscomponenten. Het gaat erom inzicht te krijgen in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Het kengetal geeft weer in hoeverre de in de activa geïnvesteerde vermogen door het eigen vermogen kan worden gefinancierd. Wanneer de helft of meer van het totaal vermogen uit eigen vermogen bestaat, dan is een gemeente voldoende solvabel. Is het kengetal voor solvabiliteit kleiner dan 30%, dan is er veel vreemd vermogen aanwezig en wordt dat als onvoldoende beoordeeld. Versterking van het eigen vermogen, lees de algemene reserve, is al enkele jaren ons streven mede vanwege de ons gestelde norm voor voldoende weerstandscapaciteit.

Solvabiliteitsratio Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
bedragen x € 1.000 2022 2023 2024 2025 2026 2027
A. Eigen vermogen 68.378 68.768 68.892 71.940 70.948 70.615
B. Totaal activa (totaal vermogen) 389.583 345.453 367.277 368.555 386.621 385.919
Solvabiliteitsratio = A/B x 100% 17,6% 19,9% 18,8% 19,5% 18,4% 18,3%

De indicator is naar verwachting 18,3 % in 2027. In het coalitieakkoord 'Groei en bloei voor Vlaardingen' is afgesproken om als ondergrens een solvabiliteitspercentage te hanteren van 20%, zonder daarbij de daaraan verbonden risico’s uit het oog te verliezen. Deze ondergrens van 20% wordt dus nog niet gehaald.

De dalende trend bij de solvabiliteitsratio wordt veroorzaakt door enerzijds de afname van de algemene- en bestemmingsreserves en anderzijds (voornamelijk) de omvang van het investeringsvolume in het Meerjareninvesteringsplan 2024 – 2027 waardoor deze begrotingsperiode extra externe middelen (vreemd vermogen) moet worden aangetrokken. 

Grondexploitatie

Terug naar navigatie - Grondexploitatie

Het financiële kengetal ‘grondexploitatie’ geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Wanneer een gemeente grond tegen de veel lagere prijs van landbouwgrond heeft aangekocht, loopt ze veel minder risico dan wanneer er dure grond is aangekocht en de vraag naar woningen is gestagneerd.

Een norm bepalen voor het kengetal grondexploitatie is lastig. De boekwaarde van de gronden in bezit zegt namelijk nog niets over de relatie tussen de vraag en aanbod van woningbouw dan wel m2-bedrijventerrein. Daarnaast is het van wezenlijk belang wat de te verwachte vraag zal zijn. De paragraaf Grondbeleid en het Meerjarenprogramma Grondzaken (MPG) bieden hierin meer inzicht.

De boekwaarde van de gronden geeft wel weer in welke mate er middelen zijn aangewend in de grondexploitatie. Dit geld dient namelijk ook nog terugverdiend te worden.

Grondexploitatie Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
bedragen x € 1.000 2022 2023 2024 2025 2026 2026
Boekwaarden niegg's:
A. Boekwaarde grondexploitaties 18.779 25.540 20.577 12.026 8.007 3.988
B. Baten, excl. onttrekkingen reserves 315.978 313.427 313.799 305.175 287.283 269.391
Grondexploitatie = A / B x 100% 5,9% 8,1% 6,6% 3,9% 2,8% 1,5%

Hoe kleiner het aandeel van de grondpositie is ten opzichte van de totale geraamde baten, hoe kleiner het risico is op het onvermogen om verliezen te kunnen opvangen. Een percentage kleiner dan 20 wordt als gunstig beschouwd. De ratio geeft een afname weer die het gevolg is van voltooiing van grondexploitaties.

Structurele exploitatieruimte

Terug naar navigatie - Structurele exploitatieruimte

Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt ook het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten.

Het BBV bepaalt dat een overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma wordt opgenomen. Met behulp van deze gegevens en de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves, waarvan op grond van het BBV eveneens een overzicht moet worden opgenomen, wordt de structurele exploitatieruimte bepaald. Uit onderstaande tabel blijkt voor 2026 een negatieve uitkomst, hetgeen betekent dat er geen ruimte is om een stijging van structurele lasten te kunnen opvangen.

Structurele exploitatieruimte Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
bedragen x € 1.000 2022 2023 2024 2025 2026 2027
A. Structurele lasten 295.036 309.270 360.636 360.498 336.641 343.800
B. Structurele baten 319.122 312.534 360.758 363.544 335.647 343.467
C. Structurele toevoegingen aan reserves 24 0 0 0 0 0
D. Structurele onttrekkingen aan reserves 0 0 0 0 0 0
E. Baten, exclusief onttrekkingen reserves 315.978 313.799 348.593 356.622 343.088 350.733
Structurele exploitatie ruimte in % = (((B-A)+(D-C))/(E) x 100% 7,7% 1,0% 0,0% 0,9% -0,3% -0,1%

Belastingcapaciteit

Terug naar navigatie - Belastingcapaciteit

De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De definitie van het kengetal belastingcapaciteit luidt: woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t ten opzichte van het landelijk gemiddelde in jaar t-1 uitgedrukt in een percentage.

Gemeentelijke belastingcapaciteit Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
Bedragen x € 1 2022 2023 2024 2025 2026 2027
A. OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 308 301 324 338 343 349
B. Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 159 161 174 176 179 182
C. Afvalstoffenheffing voor een gezin 370 378 406 412 418 425
D. Eventuele heffingskorting voor een gezin 0 0 0 0 0 0
E. Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 837 840 904 927 941 955
F. Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1 838 904 918 931 945 959
Gemeentelijke belastingcapaciteit in % = (E/F) x 100% 99,9% 92,9% 98,5% 99,5% 99,5% 99,5%

Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

Deze paragraaf gaat over de voortgang van het geplande onderhoud aan o.a. openbaar groen, water, wegen en kunstwerken, verlichting, speeltoestellen, riolering, gebouwen.
In deze paragraaf geven we aan hoe we kapitaalgoederen in gemeentelijk eigendom beheren. In de Financiële verordening is onder andere opgenomen hoe en wanneer de gemeente haar kapitaalgoederen afschrijft. Per onderdeel gaan we nader in op de specifieke beleidskaders, beheerplannen en financiën.

De gemeente Vlaardingen heeft ruim 7 km² openbare ruimte in beheer. In die ruimte bevindt zich een groot aantal kapitaalgoederen. Deze goederen moeten onderhouden worden. Dit is een taak die continu budgettaire middelen vergt.

In onderstaande tabel worden de kerncijfers voor wegen, riolering, water en groen weergegeven. Deze data zijn afkomstig uit de gemeentelijke beheersystemen. Het muteren van gegevens vindt plaats na afronding van werkzaamheden. Hierdoor lopen de gepresenteerde kerncijfers enigszins achter op de werkelijke situatie.

Omschrijving Kerncijfers Percentage
Aantal kilometers wegrijbanen* 198 kilometer 100%
waarvan binnen de bebouwde kom 186 kilometer 94%
waarvan buiten de bebouwde kom 12 kilometer 6%
Oppervlakte wegennet rijbanen 1.401.885 m² 100%
waarvan klinkers 974.865 m² 70%
waarvan asfalt 427.020 m² 30%
Aantal kilometers fietspad* 76 kilometer 100%
waarvan binnen de bebouwde kom 66 kilometer 87%
waarvan buiten de bebouwde kom 10 kilometer 13%
Oppervlakte fietspaden 220.440 m² 100%
waarvan klinkers 108.145 m² 49%
waarvan asfalt 112.295 m² 51%
Oppervlakte overig 1.485.525 m² 100%
waarvan klinkers 1.421.247 m² 95%
waarvan asfalt 64.278 m² 5%
Totaal verharding openbare ruimte 3.107.850 m² 100%
waarvan klinkers 2.504.257 m² 80%
waarvan asfalt 603.593 m² 20%
Aantal rioolaansluiting 36.294 stuks
Aantal trottoir- en straatkolken 23.000 stuks
Aantal gemalen en pompputten 51 stuks
Lengte vrijverval riolering 269 kilometer
Lengte persleiding en drukriolering 34,4 kilometer
Aantal bruggen 130 stuks
Aantal lichtmasten 13.312 stuks
Aantal armaturen 14.114 stuks
Aantal lampen 14.576 stuks
Aantal duikers
Lengte watergangen 10,4 kilometer
Oppervlakte beplantingen 731.123 m²
Oppervlakte gazon 989.270 m²
Oppervlakte ecologisch gras 1.527.131 m²
Oppervlakte water singels 561.305 m²
Lengte sloten 92,4 kilometer
Aantal bomen 28.428 stuks
* totaal wegennet (rijbaan/fietspad) 274 kilometer, waarvan 92% binnen de bebouwde kom en 8% buiten de bebouwde kom

In onderstaande tabel worden de kerncijfers voor gebouwen weergegeven.

Functie/doel Aantal
Maatschappelijk
- Dienstgebouw 15
- Wijkcentrum 3
- Overig 10
- Kerktoren 4
- Multifunctioneel 3
- Kinderopvang 1
- Zaalsport 7
- Onderwijs 37
- Veldsport 10
Economisch
- strategisch 2
- overig 30
- rioolgemaal 6
Totaal 128

Beheerplannen en planning

Terug naar navigatie - Beheerplannen en planning

In het  Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) wordt gesteld dat voor tenminste de kapitaalgoederen wegen, riolering, water, groen en gebouwen het volgende wordt aangegeven:

  • Het beleidskader
  • De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties
  • De vertaling van de financiële consequenties in de begroting.

Onderstaand volgt een overzicht van de geldende beheerplannen, waarna per beheerplan een nadere toelichting is opgenomen.

Van ieder substantieel kapitaalgoed wordt vervolgens het beleidskader aangegeven, gekoppeld aan het geldende beheerplan. Daarna volgt een verantwoording over de uitvoering in het afgelopen jaar. In 2023 heeft de rekenkamer in haar onderzoek naar de openbare ruimte geconcludeerd dat een aantal beheerplannen niet actueel genoeg zijn. In 2024 gaan we aan de slag om een aantal beheerplannen te actualiseren. 

Beheerplannen Door de raad vastgesteld d.d. Looptijd t/m Programma
Wegen 17 juni 2021 n.v.t. 4. Verkeer en mobiliteit
Civieltechnische kunstwerken 17 juni 2021 n.v.t. 4. Verkeer en mobiliteit
Riolering en grondwater 31 januari 2019 n.v.t. 3. Groen en milieu
Waterbodems (Waterplan) 28 november 2013 n.v.t. 4. Verkeer en mobiliteit
Groenvoorzieningen April 2012 n.v.t. 3. Groen en milieu
Kades en glooiingen 19 februari 2015 n.v.t. 6. Onderwijs, economie en havens
Havens Zie kades en glooiingen n.v.t. 6. Onderwijs, economie en havens
Oppervlaktewater (Waterplan) 28 november 2013 n.v.t. 3. Groen en milieu
Ondergrondse containers - n.v.t. 3. Groen en milieu
Speeltoestellen 2013 n.v.t. 9. Sport en recreatie
Openbare verlichting 18 september 2014 n.v.t. 4. Verkeer en mobiliteit
Verkeersregelinstallaties (Nota verkeerslichten) Ter kennisname raad 18 december 2012 n.v.t. 4. Verkeer en mobiliteit
Gebouwen 8 maart 2014 B&W n.v.t. 1. Bestuur, participatie en dienstverlening
Nota grondbeleid 7 april 2011 Raad n.v.t. 5. Wonen
Nota Vastgoed Niet voorgelegd aan Raad n.v.t. 1. Bestuur, participatie en dienstverlening

Wegen en civieltechnische kunstwerken (CTK)

Terug naar navigatie - Wegen en civieltechnische kunstwerken (CTK)

Beleids- en beheerkaders
Tot de beleidskaders behoren het Beheerplan Wegen en het Beheerplan Civieltechnische kunstwerken, beiden vastgesteld in 2021. Bepalend voor de wijze en het niveau waarop het wegenbeheer en het beheer civieltechnische kunstwerken worden uitgevoerd, zijn de kaders uit de beleids- en beheerplannen Wegen en Civieltechnische kunstwerken. De actuele areaal- en inspectiegegevens en technische levensduur zijn leidend.

Wegen
Het onderhoudsniveau is B (basis). De wegen worden 1x per 2 jaar geïnspecteerd. Op basis hiervan wordt het onderhoud en het moment van vervanging bepaald. Acute maatregelen worden per direct opgepakt om de veiligheid in de openbare ruimte te waarborgen. De gemeente werkt de planopgave voor groot onderhoud en vervanging doorlopend bij met voortschrijdend inzicht op basis van inspecties en meldingen. Periodiek stemt de wegbeheerder de planning af met andere beheerdisciplines, zoals riolering en groen, en met ruimtelijke ontwikkelingen, zoals herontwikkeling, verkeerskundige aanpassingen, klimaatadaptatie (wateroverlast en hittestress) en energietransitie. Vervangingen van de verhardingsconstructies worden als krediet geactiveerd vanuit het investeringsprogramma.

Civieltechnische kunstwerken
Het onderhoudsniveau voor civieltechnische kunstwerken (CTK) is ’basis'. Uitgangspunt hierbij is dat technisch adequaat onderhoud plaatsvindt, waarbij het kapitaalgoed duurzaam in stand gehouden wordt. Voor de civieltechnische kunstwerken geldt dat het basis instandhoudingsniveau (heel, veilig en toegankelijk) wordt gegarandeerd. De civieltechnische kunstwerken worden 1x per 5 jaar gedetailleerd geïnspecteerd. Werktuigbouwkundige en elektrische installaties worden jaarlijks geïnspecteerd.

Financiën
De financiële consequenties van de beleids- en beheerplannen met de daarbij behorende kwaliteitskeuze zijn in deze begroting verwerkt in het programma Verkeer en Mobiliteit. Conform de beleids- en beheerplannen heeft een financiële vertaalslag plaats gevonden.

Omschrijving Rek 2022 Begr 2023 Begr 2024 Begr 2025 Begr 2026 Begr 2027 Programma
Klein onderhoud wegen 746.536 727.227 738.136 749.208 760.446 771.853 Verkeer en mobiliteit
Klein onderhoud CTK 101.110 231.328 162.263 164.697 167.167 169.675 Verkeer en mobiliteit
Groot onderhoud wegen 1.588.981 1.641.485 1.666.107 1.691.098 1.716.465 1.742.212 Verkeer en mobiliteit
Groot onderhoud CTK 77.000 77.000 78.155 79.327 80.517 81.725 Verkeer en mobiliteit
Overig onderhoud 796.158 887.798 1.401.115 922.131 935.963 950.003 Verkeer en mobiliteit
Mutatie voorziening/reserve n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Kapitaallasten CTK 141.059 167.690 251.755 249.673 247.591 247.591 Verkeer en mobiliteit
Totaal 3.450.845 3.732.528 4.297.530 3.856.134 3.908.149 3.963.058
Overig onderhoud heeft o.a. betrekking op onderhoud installatie, onderhoud markeringen, afval gerelateerde zaken, aanschaf materialen, magazijnuitgiftes etc. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Riolering en grondwater

Terug naar navigatie - Riolering en grondwater

Beleids- en beheerkaders
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 vervalt de verplichting om over een Gemeentelijk Rioleringsplan te beschikken. De zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater blijven in stand en het blijft ook verplicht om de financiën te verantwoorden. Deze onderdelen krijgen een plaats in de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan of -programma. In Vlaardingen leggen we de belangrijkste aspecten van de gemeentelijke watertaken en de bekostiging ervan planmatig vast in het ‘Programma Stedelijk Water’.

Het Programma Stedelijk Water vertaalt de gemeentelijke ambities voor de rioleringszorg naar concrete doelen, een adequate strategie en benodigde activiteiten. Het dient als leidraad bij het waterrobuust maken van de stad. Nieuwbouwprojecten, herstructureringen en vervangingsopgaven van de riolering grijpen wij aan om vasthoudmaatregelen of extra bergingscapaciteit te realiseren en waar mogelijk verhard oppervlak af te koppelen.

Financiën
De exploitatiekosten van het rioolstelsel worden gedekt uit de opbrengst rioolheffing. Deze lasten en opbrengsten zijn verantwoord in het programma Groen en Milieu. Alle kosten aan het rioolstelsel en de aan de grondwaterzorgplicht gerelateerde activa mogen via de rioolheffing worden doorberekend. De exploitatie van het rioolstelsel is binnen de begroting budgettair neutraal. Eventuele saldi die na afsluiting van een boekjaar ontstaan worden via de spaarvoorziening riolering verrekend. 

Omschrijving Rek 2022 Begr 2023 Begr 2024 Begr 2025 Begr 2026 Begr 2027 Programma
Klein onderhoud 748.664 950.046 964.296 978.761 993.442 1.008.344 Groen en milieu
Groot onderhoud IP IP IP IP IP IP Groen en milieu
Overig onderhoud 304.217 415.659 421.894 428.222 434.646 441.165 Groen en milieu
Mutatie voorziening/reserve 3.391.936 2.786.298 3.526.673 3.699.566 3.889.103 3.977.869 Groen en milieu
Kapitaallasten 666.552 748.977 837.708 912.148 949.782 949.782 Groen en milieu
Totaal 5.111.370 4.900.980 5.750.571 6.018.697 6.266.973 6.377.160
Overig onderhoud heeft o.a. betrekking op energiekosten en betaalde belastingen. Het groot onderhoud en vervanging van riolering bij integrale ophogingsprojecten wordt gefinancierd vanmuit het IP. Cijfers zijn exclusief ambtelijke uren.

Waterbodems

Terug naar navigatie - Waterbodems

Beleids- en beheerkaders
De beleidskaders zijn opgenomen in het Waterplan. Diverse wetten zijn kaderstellend en geven verplichtingen voor de waterbeheerder. Het onderhoud van de waterbodems bestaat uit baggeren, dat door het Hoogheemraadschap van Delfland (HHvD) wordt uitgevoerd op basis van een planning die uitgaat van een achtjarige cyclus. Het HHvD is de waterbeheerder voor de hoofdwatergangen. 

Financiën
De hoofdwatergangen zijn in beheer bij het Hoogheemraadschap van Delfland en de overige watergangen zijn in beheer bij de gemeente. Voor het uitvoeren van dagelijks en groot onderhoud aan watergangen die de gemeente beheert, zijn in deze begroting in het programma Groen en Milieu de benodigde financiële middelen voorzien.

Omschrijving Rek 2022 Begr 2023 Begr 2024 Begr 2025 Begr 2026 Begr 2027 Programma
Klein onderhoud 55.176 20.153 20.455 20.762 21.073 21.389 Verkeer en mobiliteit
Groot onderhoud 167.364 149.382 151.623 153.897 156.205 158.548 Verkeer en mobiliteit
Overig onderhoud 2.754 19.207 19.495 19.788 20.085 20.386 Verkeer en mobiliteit
Mutatie voorziening/reserve n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Kapitaallasten 2.773 2.748 2.724 2.699 2.674 2.674 Verkeer en mobiliteit
Totaal 228.067 191.490 194.296 197.145 200.037 202.997
Overig onderhoud heeft o.a. betrekking op energiekosten en betaalde belastingen. Cijfers zijn exclusief ambtelijke uren.

Groenvoorzieningen

Terug naar navigatie - Groenvoorzieningen

Beleids- en beheerkaders
De beleid- en beheerkaders voor het openbaar groen zijn vastgelegd in het Groenplan Vlaardingen Blijvend Groen, de Bomenverordening Vlaardingen 2023 en bijbehorende beleidsregels. Duurzaamheid in inrichting en beheer zijn belangrijke aspecten van het beleid. Het onderhoudsniveau voor het groen is bepaald op niveau B. Voor het adequaat en efficiënt uitvoeren van technisch beheer wordt Boom Veiligheids Onderzoek (BVO) uitgevoerd in een driejarige cyclus. Ambities uit het Groenplan worden zoveel mogelijk gerealiseerd door aan te sluiten bij integrale projecten.

De Bomenverordening Vlaardingen is in 2023 geactualiseerd. In 2024 geven wij uitvoering aan deze verordening en wordt er oa de beleidsregel voor waardevolle bomen in het buitengebied uitgewerkt. 

Financiën
Voor het uitvoeren van groenonderhoud zijn in de begroting in het programma Groen en Milieu de benodigde financiële middelen voorzien. De ramingen zijn gebaseerd op regulier (jaarlijks terugkerend) onderhoud.

Omschrijving Rek 2022 Begr 2023 Begr 2024 Begr 2025 Begr 2026 Begr 2027 Programma
Klein onderhoud 50.619 50.802 51.114 51.431 51.752 52.078 Groen en milieu
Groot onderhoud 3.174.767 3.083.048 3.129.294 3.176.233 3.223.877 3.272.235 Groen en milieu
Overig onderhoud 161.190 227.900 231.319 234.788 238.310 241.885 Groen en milieu
Mutatie voorziening/reserve 24.175 24.526 24.877 24.877 24.877 24.877 Groen en milieu
Kapitaallasten 86.344 78.760 63.887 58.033 66.932 66.932 Groen en milieu
Totaal 3.497.095 3.465.035 3.500.490 3.545.363 3.605.748 3.658.007
Overig onderhoud heeft o.a. betrekking op verwerkingskosten groenafval, betaalde belastingen, huisvestingskosten, kantoorartikelen, aanschaf materiaal. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Kades en glooiingen

Terug naar navigatie - Kades en glooiingen

Beleids- en beheerkaders
De veiligheid en functionaliteit van de kades en glooiingen zijn van groot belang voor de continuïteit van de havenactiviteiten. Het Plan Kades en glooiingen (2015) is de basis voor het beheer van de gemeentelijke kades en glooiingen. Op basis van de opgenomen uitgangspunten worden veiligheid en functionaliteit gewaarborgd. De nadruk in het plan ligt met name bij de technische kwaliteit en functionaliteit en minder op de belevingswaarde. Voorafgaand aan het uitvoeringsjaar laten wij een kwaliteitsonderzoek uitvoeren om de definitieve maatregelen op jaarbasis goed in beeld te krijgen. Herstructureringen en vervangingsopgaven van de openbare ruimte  in de nabijheid van kades en glooiingen grijpen wij aan om meekoppelkansen te realiseren.

Financiën
De uitgaven voor kleinschalig en dagelijks onderhoud zijn conform het beheerplan opgenomen in de begroting bij de producten Zeehavens en Binnenhavens binnen het programma Economie en Haven. Groot onderhoud wordt gefinancierd vanuit het Investeringsplan.

Omschrijving Rek 2022 Begr 2023 Begr 2024 Begr 2025 Begr 2026 Begr 2027 Programma
Klein onderhoud kades en glooiingen 63.771 148.588 150.817 153.079 155.375 157.706 Onderwijs, economie en haven
Klein onderhoud havens 285.410 214.049 217.260 220.519 223.827 227.184 Onderwijs, economie en haven
Groot onderhoud kades en glooiingen 0 0 0 0 0 0 Onderwijs, economie en haven
Groot onderhoud havens 3.851 63.700 64.655 65.625 66.609 67.608 Onderwijs, economie en haven
Overig onderhoud kades en glooiingen 0 0 0 0 0 0 Onderwijs, economie en haven
Overig onderhoud havens 140.757 44.405 45.071 45.748 46.434 47.130 Onderwijs, economie en haven
Mutatie voorziening / reserve K&G n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Kapitaallasten K&G 529.844 546.349 557.033 548.673 544.273 544.273 Onderwijs, economie en haven
Totaal 1.023.633 1.017.091 1.034.836 1.033.644 1.036.518 1.043.902
Overig onderhoud heeft o.a. betrekking op schadeuitkeringen en acualiseren plan kades en glooiingen. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Oppervlaktewater

Terug naar navigatie - Oppervlaktewater

Beleids- en beheerkaders
Op grond van de Waterwet dragen de gemeente en het Hoogheemraadschap van Delfland samen zorg voor een doelmatig en samenhangend waterbeheer.

Financiën
De financiële consequenties van het gemeentelijke waterbeleid zijn in het Uitvoeringsprogramma (Waterplan, deel 7) vastgelegd. Vanwege het samenwerkingsverband met het Hoogheemraadschap van Delfland geldt hierbij voor een aantal onderdelen een gedeelde financiering. Om de waterkwaliteit en -kwantiteit van het oppervlaktewatersysteem te verbeteren streeft de gemeente naar scheiding van afvalwater (riolering) en hemelwater, het vinden van meer ruimte voor waterberging en het ontwikkelen van natuurvriendelijke oevers. Verder treft de gemeente maatregelen in de rioleringssfeer. Door de riolering te ontlasten neemt het aantal overstortgebeurtenissen verder af en daarmee de vuilemissie op het oppervlaktewater. Met de beschikbare middelen die in de begroting in het programma Groen en Milieu zijn opgenomen kunnen de onderhoudskosten worden gedekt.

Omschrijving Rek 2022 Begr 2023 Begr 2024 Begr 2025 Begr 2026 Begr 2027 Programma
Klein onderhoud 232.560 238.342 241.917 245.546 249.229 252.968 Groen en milieu
Groot onderhoud n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. Groen en milieu
Overig onderhoud n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Mutatie voorziening/reserve n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Kapitaallasten n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Totaal 232.560 238.342 241.917 245.546 249.229 252.968
Het groot onderhoud wordt door de gemeente voor rekening van Midden-Delfland gedaan. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Ondergrondse containers

Terug naar navigatie - Ondergrondse containers

Beleids- en beheerkaders
De gemeente wil met ondergrondse containers het straatbeeld verbeteren en meer service aan bewoners leveren. In totaal zijn er 1125 ondergrondse restafvalcontainers in heel Vlaardingen. Het grootschalig onderhoud is opgenomen in de begroting van het product Afval van het programma Groen en Milieu.

Financiën
De kosten van nieuw te plaatsen ondergrondse containers worden gedekt uit de beschikbaar gestelde investeringskredieten. Dit staat verantwoord in het programma Groen en Milieu. Alle aan de afvalverwijdering en –verwerking gerelateerde kosten mogen via de afvalstoffenheffing worden doorberekend. Daarom is de exploitatie van de afvalverwijdering en –verwerking binnen de begroting budgettair neutraal. Saldi die na afsluiting van een boekjaar ontstaan worden via de egalisatievoorziening Afvalverwijdering verrekend. 

Omschrijving Rek 2022 Begr 2023 Begr 2024 Begr 2025 Begr 2026 Begr 2027 Programma
Klein onderhoud 409.751 461.655 468.580 475.609 482.743 489.984 Groen en milieu
Groot onderhoud IP IP IP IP IP IP IP Groen en milieu
Groot onderhoud 175.075 150.000 152.250 154.534 156.852 159.205 Groen en milieu
Overig onderhoud 0 0 0 0 0 0 Groen en milieu
Mutatie voorziening/reserve 83.557 -42.222 -42.222 -42.222 -42.222 -42.222 Groen en milieu
Kapitaallasten Irado 789.244 841.421 854.042 866.853 879.856 893.054 Groen en milieu
Kapitaallasten gemeente 534.421 673.364 683.464 693.716 704.122 714.684 Groen en milieu
Totaal 1.992.049 2.084.218 2.116.114 2.148.489 2.181.350 2.214.704
Het groot onderhoud heeft betrekking op het plaatsen van de ondergrondse containers. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Speeltoestellen

Terug naar navigatie - Speeltoestellen

Beleids- en beheerkaders
De gemeente Vlaardingen streeft naar veilige en uitdagende speelplekken en speelvoorzieningen, waarmee de leefbaarheid van buurten en wijken worden verbeterd. Een goed en veilig ingerichte openbare ruimte is een onderdeel van een prettige leefomgeving. Hiertoe behoren ook de speelplaatsen. De gemeente stelt kwaliteit boven kwantiteit. Gestreefd wordt naar uitdagende speelplaatsen die zo goed mogelijk over de stad verdeeld zijn, aansluiten bij de wensen en behoeften van de gebruikers en technisch goed worden onderhouden. Voor 2024 is er aanvullend geld beschikbaar gesteld in de VJN om inclusieve speelvoorzieningen aan te brengen. Tevens geeft het college uitvoering aan het amendement beweegtuin Oranjepark.
Tot slot wordt het Speelruimteplan begin 2024 aan de raad ter besluitvorming aangeboden.

Financiën
Voor de speelvoorzieningen zijn in de begroting in het programma Sport en Recreatie financiële middelen opgenomen voor vervanging en het dagelijks beheer en onderhoud.

Omschrijving Rek 2022 Begr 2023 Begr 2024 Begr 2025 Begr 2026 Begr 2027 Programma
Klein onderhoud 93.203 89.042 90.378 91.733 93.109 94.506 Sport en recreatie
Groot onderhoud 311.081 317.560 522.324 330.159 335.111 340.138 Sport en recreatie
Overig onderhoud 4.894 217 220 223 227 230 Sport en recreatie
Mutatie voorziening/reserve n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Kapitaallasten gemeente 3.067 3.038 3.009 2.980 2.951 2.951 Sport en recreatie
Totaal 412.245 409.857 615.931 425.095 431.398 437.825
Overig onderhoud heeft onder andere betrekking op energiekosten. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Openbare verlichting

Terug naar navigatie - Openbare verlichting

Beleids- en beheerkaders
De openbare verlichting draagt bij aan de sociale veiligheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid. De gemeente Vlaardingen blijft de openbare verlichting verder verduurzamen door bij einde levensduur de conventionele verlichting te vervangen door moderne ledverlichting. Tot het beleidskader behoort het Beleidsplan openbare verlichting 2014. De gemeente voert zelf de regie, beleidsmatig en operationeel, en laat zich daarbij ondersteunen door specialisten uit de markt. Het onderhoud en spoedreparaties zijn ondergebracht bij een marktpartij.

Financiën
Voor het uitvoeren van dagelijks en groot onderhoud aan de openbare verlichting zijn in de begroting in het programma Verkeer en Mobiliteit de benodigde financiële middelen opgenomen.

Omschrijving Rek 2022 Begr 2023 Begr 2024 Begr 2025 Begr 2026 Begr 2027 Programma
Klein onderhoud n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Groot onderhoud 320.054 420.714 427.025 433.430 439.931 446.530 Verkeer en mobiliteit
Overig onderhoud 327.444 324.570 329.439 334.380 339.396 344.487 Verkeer en mobiliteit
Mutatie voorziening/reserve n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Kapitaallasten gemeente 190.208 240.932 263.886 283.583 303.426 303.426 Verkeer en mobiliteit
Totaal 837.706 986.216 1.020.350 1.051.393 1.082.753 1.094.443
Overig onderhoud heeft onder andere betrekking op energiekosten. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Verkeersregelinstallaties

Terug naar navigatie - Verkeersregelinstallaties

Beleids- en beheerkaders
De beleidskaders voor de verkeersregelinstallaties zijn vastgelegd in de Nota Verkeerslichten. In deze nota zijn uitgangspunten voor het niveau van beheer en onderhoud en vervanging van verkeersregelinstallaties opgenomen.  De gemeente voert zelf de regie, beleidsmatig en operationeel, en laat zich daarbij ondersteunen door specialisten uit de markt. Het onderhoud en spoedreparaties van de installaties zijn ondergebracht bij een marktpartij.

Financiën
Voor het uitvoeren van dagelijks en groot onderhoud aan de verkeersregelinstallaties zijn in de begroting in het programma Verkeer en Mobiliteit de benodigde financiële middelen opgenomen.

Omschrijving Rek 2022 Begr 2023 Begr 2024 Begr 2025 Begr 2026 Begr 2027 Programma
Klein onderhoud n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Groot onderhoud 187.743 341.348 346.468 351.665 356.940 362.295 Verkeer en mobiliteit
Overig onderhoud 4.974 0 0 0 0 0 Verkeer en mobiliteit
Mutatie voorziening/reserve n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Kapitaallasten gemeente 247.704 260.427 202.590 222.910 243.370 243.370 Verkeer en mobiliteit
Totaal 440.421 601.776 549.058 574.576 600.310 605.665
Overig onderhoud heeft betrekking op energiekosten. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Gebouwen

Terug naar navigatie - Gebouwen

Beleids- en beheerkaders

MeerjarenOnderhoudsPlannen (MJOP)
Met ingang van 2021 werken we met een Beheerplan Gemeentelijke Gebouwen. Grondlegger van
het beheerplan zijn de MeerjarenOnderhoudsPlannen (cyclisch aangeeft welk onderhoud
en voor welk budget onderhoud gepleegd dient te worden om de technische kwaliteit te waarborgen.
Het opstellen van een MJOP is een momentopname, hierom is het van belang de plannen actueel te
houden. Dit doen we door het uitvoeren van conditiemetingen op de MJOP’s.  Hiernaast doen we 1 x per 4 jaar een actualisatie van de plannen. Hierbij worden de plannen tegen het licht gehouden en aangepast aan huidige stand. In 2023 hebben we deze actualisatie gedaan, ook in het licht van de nieuwe aanbesteding onderhoud gemeentelijke gebouwen voor de periode 2024-2030. 

Duurzaam MJOP (DMJOP) 
Het MJOP is gebaseerd op instandhouding en vervanging zonder extra duurzaamheidsmaatregelen.
In het MJOP is rekening gehouden met het volgende uitgangspunt op gebied van duurzaamheid:
gebouwen hebben een energielabel, bij vervanging wordt, indien dit tot de mogelijkheden behoort, gekozen voor een duurzame variant. Deze meerkosten vallen samen met het planmatig onderhoud, door dit te verwoorden in de MJOP wordt deze duurzaam en de noemer DMJOP.  

Routekaart Verduurzamen 
Met enkel duurzaam planmatig onderhoud gaat de gemeentelijke vastgoedportefeuille niet voldoen aan de landelijke klimaatdoelstellingen van CO2-reductie van 55% in 2030 en CO2-neutraal in 2050.

Wij werken hiernaast aan een routekaart verduurzamen gemeentelijk vastgoed waarbij we per gebouw inzichtelijk maken welke aanvullende mogelijkheden er zijn op gebied van verduurzamingen om de gebouwen CO2 neutraal te krijgen.  

De term ‘routekaart’ wordt gehanteerd omdat de uiteindelijke aanpak per gebouw nog niet volledig uit te tekenen is: tussen nu en 2050 zal de huisvestingsbehoefte zich ontwikkelen en zullen technische en financiële mogelijkheden veranderen. De opgave is ook te omvangrijk om alles tegelijk aan te pakken. Het belangrijkste is dat er een route wordt uitgestippeld naar het einddoel en dat een eerste stap wordt gezet. 

De routekaart werkt daarom niet alles uit, maar geeft strategische kaders om stapsgewijs tot uitvoering te komen. De routekaart werkt voor de eerstvolgende korte termijn een uitvoeringsplan uit, schetst de opgaven voor de middellange termijn en verkent de opgaven voor de lange termijn.

Vastgoedbeleid
Met de geactualiseerde DMJOP, het hierop volgende beheerplan én de routekaart hebben we de belangrijke bouwstenen voor (technisch) beheer van gemeentelijk vastgoedbeleid. Hiermee zijn wij een proces in gestart om te komen tot een professioneel en optimaal gemeentelijk vastgoedbeleid en vastgoedbeheer en vastgoedverhuur. Het ontbreekt nog aan een geactualiseerde nota Vastgoed die het actueel vastgoedbeleid beschrijft met inbegrip van de richtlijnen van beheer van onze portefeuille. De nota Vastgoed gaat helpen om een bijdrage te leveren aan de verdere ontwikkeling van onze stad.

Gemeentelijk vastgoed biedt de gemeente immers de mogelijkheid om in bepaalde gevallen maatschappelijke organisaties te huisvesten als deze op de vrije markt niet slagen in het vinden van huisvesting. Tevens is het nodig voor de eigen huisvesting van de gemeentelijke organisatie. Ook kan gemeentelijk vastgoed nodig zijn voor binnenstedelijke- of gebiedsontwikkelingen.

De vastgoedportefeuille is ingericht op basis van de volgende categorieën:
•    Dienstgebouwen
•    Maatschappelijk en Cultureel vastgoed
•    Onderwijsgebouwen en (veld)sportaccommodaties
•    Strategisch bezit
•    Overig (incl. panden in leegstandsbeheer, af te stoten bezit en aantal woningen) 

Uitgangspunt bij beheer van onze vastgoedportefeuille is dat het bezitten en beheren van vastgoed geen kerntaak van de gemeente is, maar een instrument om beleidsdoelen te bereiken. De huidige gemeentelijke vastgoedportefeuille telt ca. 85 objecten (gebouwen, parkeren et cetera) .

Accommodatiebeleid
Naast de ontwikkeling van Vastgoedbeleid welke dus vooral geënt is beheer en onderhoud treedt per 2024 ook het nieuwe accommodatiebeleid in werking waarmee een meer uniforme werkwijze gestand wordt gedaan in afwegingen van gebruik van onze portefeuille.  Het accommodatiebeleid gaat ons helpen bij het doelmatig mogelijk huisvesten van uw activiteiten op het gebied van sport, cultuur, zorg, welzijn en onderwijs. 

Verhuur 
In 2024 gaan we door op de ingeslagen weg op het gebied van herziening van ons huurbeleid. Voor de gemeentelijke vastgoedportefeuille worden huurcontracten – op natuurlijke momenten - herzien en worden de huurprijzen daarbij minstens kostprijsdekkend of marktconform gemaakt. Waar dat kan wordt tevens gekeken naar het gelijktijdig realiseren van eventuele verduurzamingsmaatregelen. 

Omschrijving Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Programma
2022 2023 2024 2025 2026 2027
Klein en groot onderhoud 2.799.424 3.352.000 3.832.400 3.117.010 2.977.020 2.565.170 Bestuur, dienstverlening en participatie
Mutatie voorziening/reserve -313.526 0 0 0 0 0 Bestuur, dienstverlening en participatie
Kapitaallasten gemeente 2.673.129 2.728.125 2.670.999 2.758.796 2.802.101 2.827.884 Bestuur, dienstverlening en participatie
Totaal 5.159.027 6.080.125 6.503.399 5.875.806 5.779.121 5.393.054

Financiering

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

De treasuryfunctie maakt deel uit van de bredere financiële functie. De treasuryfunctie houdt zich bezig met financiering, risico- en cashmanagement en de hiermee samenhangende baten en lasten. In onze gemeente worden de treasurytaken overwegend centraal uitgevoerd. De uitvoering vindt plaats binnen de kaders van het treasurystatuut. Dit verplichte document (artikel 212, Gemeentewet) is voor het laatst in september 2013 door de raad vastgesteld. Volgens de planning wordt dit document in 2023 opnieuw vastgesteld.

Uitgangspunt

Terug naar navigatie - Uitgangspunt

Het treasurystatuut stelt dat het treasurybeleid in onze gemeente defensief van karakter behoort te zijn. Dit betekent dat financiële risico’s, die betrekking hebben op de uitvoering van de treasuryfunctie, beperkt dienen te blijven. Deze risicohouding vloeit enerzijds voort uit het idee dat prioriteit gegeven moet worden aan een ongehinderde continue uitvoering van de publieke taak, anderzijds uit de gedachte dat met gemeenschapsgeld met de nodige voorzichtigheid dient omgegaan te worden.

Doelstellingen

Terug naar navigatie - Doelstellingen

In het statuut zijn de algemene doelstellingen van het treasurybeleid opgenomen. Deze luiden als volgt:

  • Het garanderen van een duurzame toegang tot de financiële markten en het beperken van de kosten die daarmee samenhangen.
  • Het beschermen van de gemeentelijke vermogenspositie middels het beheersen van de financiële risico’s.
  • Het optimaliseren van het extern renteresultaat.

In het vervolg van deze paragraaf worden de onderwerpen die bij deze doelstellingen horen, besproken. Allereerst wordt ingegaan op de wijze waarop Vlaardingen haar bezit financiert, daarna worden de risico’s die aan dit financieren verbonden zijn in beeld gebracht, vervolgens wordt stil gestaan bij het kredietrisico op uitzettingen (gelden bij derden) en komt ook het renteresultaat aan de orde.

Financiering

Terug naar navigatie - Financiering

Sinds 2015 is de leenschuld dalende. Op dit moment wordt verwacht dat de leenschuld van onze gemeente aan het einde van 2023 op € 180 miljoen uitkomt.  De verwachting is dat er in 2023 geen  nieuwe geldleningen worden aangetrokken. In 2023 waren de aflossingen  € 20 miljoen. De leenschuld zal dus met € 20 miljoen dalen. Verwacht wordt dat de leenschuld in  2024 stijgt met € 20 miljoen  naar € 200 miljoen omdat er in dat jaar flinke investeringen gepland staan.  In 2025 wordt een toename van € 5 miljoen verwacht en in 2026 zal de leenschuld nog  toenemen naar € 225 miljoen. In 2027 wordt verwacht dat de leenschuld gelijk blijft.

Het is beleid (zie onderdeel Renterisico) om jaarlijks € 20 miljoen op de vaste schuld af te lossen en voor zo ver noodzakelijk her te financieren.   Voor de in 2024 nieuw af te sluiten geldleningen betekent dit dat de looptijd minimaal 9  jaar is omdat het aflossingsschema van de vaste geldleningen in eerdere jaren geen ruimte biedt.

De vlottende schuld bestaat over het algemeen uit leningen met een looptijd van slechts enkele weken. Door voor een korte looptijd te kiezen is het eenvoudiger om in te spelen op het soms grillige verloop van de gemeentelijke geldstromen.

Opbouw leenschuld per 1 januari 2024 Bedrag (x € 1 miljoen)
Vaste component (langlopende leningen) 180
Vlottende schuld (kortlopende leningen) 0
Totaal 180

Renterisico

Terug naar navigatie - Renterisico

Financiering en renterisico zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het renterisico van de gemeente Vlaardingen maakt deel uit van het vastgesteld benodigd weerstandsvermogen. Telkens wanneer een geldlening moet worden afgelost en herfinanciering noodzakelijk is, bestaat immers het gevaar dat de begroting geconfronteerd wordt met hogere rentelasten: de nieuwe lening kan door ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt duurder uitvallen dan de oude. Renterisico is niet uit te sluiten, maar kan wel worden gespreid om het risico per begrotingsjaar te beperken.

De Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido) stelt grenzen aan de mate waarin een gemeente zich bloot kan stellen aan renterisico. Ter beperking van dit risico is zowel voor de vaste schuld (langlopende leningen) als voor de vlottende schuld (kortlopende leningen) een wettelijk maximum vastgesteld. Het te lang niet voldoen aan deze limitering kan voor de Provincie, als toezichthouder van de gemeente, aanleiding zijn om maatregelen te nemen. In laatste instantie behoort preventief toezicht op het afsluiten van geldleningen tot de mogelijkheden.

Renterisiconorm Vaste Schuld

Terug naar navigatie - Renterisiconorm Vaste Schuld

De renterisiconorm heeft betrekking op de vaste schuld van de gemeente. Vaste schuld ontstaat wanneer geldleningen worden afgesloten met een rentetypische looptijd van 1 jaar of langer. De renterisiconorm moet gemeenten en andere decentrale overheden aanzetten tot spreiding van dit specifieke risico over toekomstige begrotingsjaren.

De totale schuld in verband met het afsluiten van langlopende geldleningen bedraagt begin 2024 €180 miljoen. Wij hechten eraan om de omvang van onze schulden beheersbaar te houden. Aan schulden zijn immers rentelasten en renterisico’s verbonden. In ons huidige financiële beleid streven wij naar een schuldquote (omvang schulden gerelateerd aan de omvang van onze begroting) van maximaal 100%. Onze schuldquote zit op dit moment onder deze norm. In het coalitieakkoord is afgesproken dat wij deze norm de komende jaren iets moeten verhogen tot een plafond van maximaal 110% om de noodzakelijke investeringen in onze stad mogelijk te maken, uiteraard zonder de omvang van de schulden en het renterisico daarbij uit de hand te laten lopen.

Door bij het afsluiten van nieuwe geldleningen voor verschillende looptijden te kiezen wordt het renterisico gespreid. Het treasurybeleid is erop gericht om jaarlijks € 20 miljoen op de vaste schuld her te financieren. Het jaarlijks bedrag waarover de gemeente renterisico loopt blijft hierdoor tot dit bedrag beperkt. Alleen in het jaar 2020 is er € 55 miljoen afgelost. Over de periode 2024 tot en met 2027 bedraagt het totale risicobedrag € 80 miljoen (zie onderstaande overzicht).

Toekomstig beeld renterisico (x € 1 miljoen) 2024 2025 2026 2027
Aflossingen 20 20 20 20
Renteherzieningen 0 0 0 0
Renterisico 20 20 20 20

Om de mogelijke impact van renterisico (vaste schuld) voor de komende vier jaar te kunnen bepalen zijn verschillende rentescenario’s mogelijk. Voor de eenvoud hebben wij gekozen voor een gemiddelde stijging van de toekomstige marktrente met 1%. Als deze stijging zich daadwerkelijk voordoet de komende jaren, dan stijgen de rentelasten met ingang van 2027 met € 800.000 (1% van € 80 miljoen).

Uiteraard zijn ook andere rentescenario’s mogelijk. Welk scenario het meest waarschijnlijke is, is op voorhand niet te zeggen. De financiële markt is onvoorspelbaar, omdat zij van vele factoren afhankelijk is.

Gemeenten zijn niet vrij in het bepalen van de omvang van de jaarlijks te betalen aflossingen. De renterisiconorm geeft aan welk bedrag maximaal per begrotingsjaar kan worden afgelost en kan worden her gefinancierd.

Met een jaarlijks aflossingsbedrag van circa € 20 miljoen blijft onze gemeente de komende jaren ruimschoots binnen de in de Wet Fido opgenomen norm.

Berekening renterisiconorm 2023
A. Begrotingstotaal (lasten, x € 1 miljoen) 360
B. Percentage (gemeenten) 20%
Renterisiconorm (A*B) 72

Renterisico Vlottende Schuld

Terug naar navigatie - Renterisico Vlottende Schuld

Vlottende schuld ontstaat wanneer geldleningen worden afgesloten met een rentetypische looptijd die korter is dan 1 jaar. In Vlaardingen gaat het veelal om leningen met een looptijd van 4 weken tot 3 maanden. Jarenlang was de rente voor kortlopende geldleningen negatief. In 2022 is hier verandering in gekomen en moet er weer rente betaald worden voor deze leningen. 

Het financieren door middel van kortlopende geldleningen kent twee voordelen:

  1. Snel kunnen inspelen op schommelingen in de financieringsbehoefte
  2. Het is bij de huidige rentestructuur een relatief goedkope financieringsvorm).

Het treasurybeleid is erop gericht om zoveel mogelijk van deze voordelen te profiteren. De keerzijde van de medaille is echter de korte rentevastheid (renterisico) van kortlopende leningen. Om te voorkomen dat decentrale overheden zich teveel laten leiden door de voordelen van deze financieringsbron is door de wetgever de kasgeldlimiet ingesteld. Deze kasgeldlimiet stelt een maximum aan de omvang van de vlottende schuld.

Berekening kasgeldlimiet 2023
A. Begrotingstotaal (lasten, x € 1 miljoen) 360
B. Percentage (gemeenten) 8,5%
Kasgeldlimiet (A*B) 31

Door tijdig en in voldoende mate langlopende leningen af te sluiten, voorkomen we dat de kasgeldlimiet te lang, dat wil zeggen meer dan twee achtereenvolgende kwartalen, wordt overschreden.

De rente op de geldmarkt is op dit moment al flink gestegen ten opzichte van eerdere jaren. Uitgaande van een gemiddeld bedrag aan vlottende schuld van € 5 miljoen heeft een stijging van de geldmarktrente met 1% een toename van de rentekosten met € 50.000 tot gevolg. Deze mogelijke extra kosten geven een goede indruk van welk risico Vlaardingen komend jaar loopt. Ook nu geldt dat andere rentescenario’s mogelijk zijn. Welk scenario het meest waarschijnlijke is, is echter op voorhand niet te zeggen. De gemeentelijke rentevisie stelt namelijk dat toekomstige rentestanden nauwelijks tot niet voorspelbaar zijn.

Prognose netto vlottende schuld per kwartaal 2024
1 januari 2023 0
31 maart 2023 0
30 juni 2023 0
30 september 2023 € 10 miljoen
31 december 2023 € 10 miljoen

Debiteurenrisico Uitstaande Gelden

Terug naar navigatie - Debiteurenrisico Uitstaande Gelden

Aan het voor langere tijd verstrekken van gelden aan derden kleeft het gevaar dat deze derden op een veelal onvoorzien moment niet meer aan hun verplichtingen kunnen voldoen. Dit kan ertoe leiden dat enerzijds een openstaande vordering als oninbaar moet worden afgeboekt (ten laste van de algemene reserve) en, anderzijds een deel van de rente-inkomsten wegvalt. In principe kan door de gemeente om twee redenen geld aan derden worden uitgeleend. Ten eerste wanneer dit in functie van de publieke taak gebeurt, ten tweede wanneer er voor een bepaalde tijd sprake is van een overschot aan liquide middelen. Deze laatste situatie heeft zich de afgelopen jaren niet meer voorgedaan. Het treasurybeleid is er namelijk op gericht om de geldstromen van onze gemeente zo te sturen dat overschotten worden voorkomen, dan wel zo snel als contractueel mogelijk is in te zetten ter verbetering van de schuldpositie en daarmee ter verlaging van het debiteurenrisico.

In onderstaand overzicht is aangegeven bij welke partijen er begin 2024 nog gelden uitstaan.

Debiteur/geldnemer (x € 1 miljoen) Restantbedrag 1 januari 2024 Ontstaansgrond
Stimuleringsfonds Volkshuisvesting 6,1 Volkshuisvesting
Ambtenarenhypotheken 0,4 Arbeidsvoorwaarde
Dierentehuis Nieuwe Waterweg 0,1 Nieuwbouw
Totaal 6,6

Bovenstaand overzicht vermeldt dus uitsluitend geldleningen die verstrekt zijn in het kader van de publieke taak. Bij deze categorie van geldleningen speelt het debiteurenrisico een betrekkelijk ondergeschikte rol. Aan het maatschappelijk belang, dat verbonden is aan het verstrekken van een dergelijke lening, is tijdens de besluitvorming immers een hogere prioriteit toegekend dan aan het bijbehorende financiële risico.

Renteresultaat 2024

Terug naar navigatie - Renteresultaat 2024

Aan het afsluiten van geldleningsovereenkomsten zijn uiteraard rentelasten verbonden. Naast renteverrekeningen met derden vinden ook interne verrekeningen plaats, bijvoorbeeld ten laste van begrotingsprogramma’s waarvoor in het verleden investeringen zijn gedaan. De interne rekenrente voor het begrotingsjaar 2024  is voor deze investeringen op  1% bepaald. Dat ondanks een stijgende marktrente de interne rekenrente in de begroting gelijk blijft komt doordat er de laatste jaren langlopende leningen met een hoog rentepercentage zijn afgelost en er de laatste jaren geen nieuwe geldleningen zijn aangetrokken. 

Hieronder ziet u het renteschema van de gemeente Vlaardingen.

Renteschema, x € 1.000 Begroting
A. De externe rentelasten over de korte en lange financiering + 2.039
B. De externe rentebaten -/- 460
Totaal door te rekenen externe rente 0 1.580
C1. De rente die aan de grondexploitaties moet worden doorberekend -/- 255
C2. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend -/- 0
C3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (=projectfinanciering) die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend -/- 0
Saldo door te rekenen externe rente 0 1.325
D1. Rente over eigen vermogen + 0
D2. Rente over voorzieningen (gewaardeerd tegen contante waarde) + 0
De aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toe te rekenen rente 0
E. De werkelijk aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag) -/- 2.950
F. Renteresultaat op het taakveld Treasury 0 1.625

Het totaal door te rekenen externe rente wordt omgeslagen op het totaalbedrag van de verwachte boekwaarde van de materiële vaste activa per 1 januari 2024. Hieruit volgt een percentage van 0,6% dat wij afronden op 1,0%. Het BBV staat een afwijking toe van maximaal 0,5%. De afronding met 0,% geeft een renteresultaat van ongeveer € 1,6 miljoen. 

Het renteresultaat maakt net als de algemene uitkering, de gemeentelijke heffingen en de dividendinkomsten, deel uit van de algemene dekkingsmiddelen. Het renteresultaat is volgens het bovenstaande schema van de commissie BBV berekend. Hiermee wordt inzicht gegeven in de rentelasten externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening. Het toerekenen van rente aan de andere taakvelden vindt plaats via het taakveld treasury.

Bedrijfsvoering

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

Grip op de organisatie

Het college investeert in de stad, zodat er een beter Vlaardingen gerealiseerd wordt. Dit vraagt ook iets van onze organisatie. We gaan van een beheer- naar meer een ontwikkelgemeente. Daarbij krijgen we er als gemeenten ook extra taken bij van het Rijk. Meer subsidies worden aangevraagd en deze moeten ook verantwoord worden. De organisatie moet zich aan deze ontwikkelingen aanpassen. Dit vraagt om extra capaciteit, andere competenties en ook een andere bedrijfsvoering waar contract, project, financieel en personeelsmanagement steeds belangrijker wordt om goed te kunnen sturen. Zoals eerder geschreven zal in 2024 veel aandacht aan werving en selectie besteed worden en het boeien en  binden van personeel. Verder gaan we in 2024 investeren in Opdrachtgever- en  Opdrachtnemerschap en programmatisch werken wat zorgt voor duidelijke sturing en heldere taakverdeling binnen de organisatie. Het opgezette projectbureau zorgt ervoor dat er meer controle komt op de projecten en meer realisatiekracht. Het aanstellen van projectcontrollers zal voor meer grip op deze projecten zorgen. In 2024 starten we met de implementatie van het Enterprise Resource Planning (ERP) systeem t.b.v. van project-, contract en financiële administratie. Eind 2024 is het zaaksysteem grotendeels gevuld zodat vele dossiers eenduidig zijn opgeslagen en vindbaar zijn. In 2024 zijn alle grondexploitaties en faciliterende projecten geactualiseerd en goed verantwoord op basis van de uitwerking van de evaluatie jaarrekening. Op deze wijze kunnen we grip op organisatie krijgen om de ontwikkelingen binnen de gemeente zo goed mogelijk te kunnen ondersteunen.

Personeel en organisatie

Terug naar navigatie - Personeel en organisatie

HRM is een belangrijk onderdeel van bedrijfsvoering. Het ontwikkelen van medewerkers draagt bij aan het ontwikkelen van de organisatie als geheel. Onze focus ligt de komende jaren op het investeren in en ontwikkelen van onze huidige medewerkers als ook op het aantrekken van nieuw talent. Dat doen we door via Strategische Personeelsplanning (SPP) inzicht te krijgen in de competenties en talenten van onze medewerkers. Ook zetten we in op talentontwikkeling via trainingen, ontwikkeltrajecten en de gesprekscyclus. 

Sociale veiligheid, inclusie & diversiteit
Binnen de gemeente Vlaardingen vinden we het vanzelfsprekend dat iedereen welkom is en zichzelf mag zijn en dragen dat ook uit. In 2024 worden de resultaten van een belevingsonderzoek (nulmeting) onder medewerkers bekeken om te zien waar er nog werk te doen is. De werkgroep sociale veiligheid wordt doorlopend om advies gevraagd en kijkt mee naar diverse HR- en organisatieaspecten. We zien dat deze groep met enthousiaste ideeën komt en ons beleid verrijkt. Verder zullen managers na de nulmeting worden meegenomen in cultuursensitief en inclusief werken. We streven naar een inclusieve organisatie en gebruiken hierbij de eerder getekende afspraken van het charter diversiteit over de aanpak rondom het versterken van het gevoel van inclusie.

Werving & selectie
Het aantrekken van nieuw talent is ook voor de gemeente Vlaardingen een uitdaging in de huidige arbeidsmarkt. We leggen ook volgend jaar weer meer de focus op competenties, ontwikkelbaarheid en werk- en denkniveau in plaats van ons enkel te richten op diploma’s. Door middel van het aanbieden van stages op zowel wo, hbo als mbo niveau en het starten van een eigen Vlaardings traineetraject, willen wij investeren in talenten om ze op die manier aan ons te binden. 
Bij de werving en selectie werken we volgens maatwerk. We zetten verschillende kanalen in om de juiste doelgroep te bereiken. We streven ernaar om goede kandidaten direct te spreken en de procedure zo kort mogelijk in te richten. Dit houdt in dat we niet meer in afwachting zijn van een sluitingsdatum en lange doorlooptijden willen voorkomen. 

Matchen van personeel aan ambities
De ambities en uitdagingen voor de komende jaren zijn groot en daar hoort een stevige organisatie op sterkte bij. In 2024 kan er dankzij het beschikbaar gestelde bedrag van €1,- miljoen geïnvesteerd worden in het vinden en verbinden van voldoende en goed personeel. De focus komt te liggen op enerzijds het vinden van personeel: arbeidsmarktcommunicatie, employer branding en recruitment.  Anderzijds op het verbinden van personeel: onboarding, uitbreiden secundaire arbeidsvoorwaarden en aandacht voor persoonlijke groei, gezondheid en sociale veiligheid. We streven ernaar dat ambtenaren met trots over de gemeente Vlaardingen als hun werkgever praten.

Hybride werken is voor de meeste medewerkers niet meer weg te denken. Op basis van een evaluatie zullen we in 2024 bekijken wat er nodig is om optimaal hybride samen te kunnen werken. Waar er in 2023 met name geïnvesteerd is in de fysieke en digitale faciliteiten zal er in 2024 meer aandacht zijn voor medewerkers zelf en de binding met de organisatie bij het werken op afstand. Ook blijven we aandacht hebben voor het welzijn van onze medewerkers door oog te hebben voor werk-privé balans, werkdrukbeleving en het voortdurend monitoren van het ziekteverzuim.

Loonkosten
Mede gezien de huidige krapte op de arbeidsmarkt zijn we geconfronteerd met het feit dat voor een aantal (specialistische) vacatures moeilijk tot niet vervuld kunnen worden of dat tijdelijke inzet van een bepaald specialisme nodig is. Tijdelijke externe inhuur kan in voornoemde situaties uitkomst bieden. Voor 2024 is er  € 50.459.000 beschikbaar voor loonkosten en inhuur, uitgesplitst in € 46.959.000 voor vaste werknemers en € 3.500.000 voor inhuur.

CAO gemeenteambtenaren 2023
Het bestuur van de VNG heeft op 6 april 2023 het cao-akkoord bekrachtigd. De cao kent een looptijd van 2 januari 2023 t/m 1 januari 2024. Gemiddeld gaat het om een salarisstijging van 9,1%. Daarnaast gaat de thuiswerkvergoeding van € 2 naar € 3. Dit betekent voor de gemeente Vlaardingen een stijging van de loonkosten van circa € 4,2 miljoen in 2024, € 4,3 miljoen in 2025 en € 4,4 miljoen in 2026 en 2027. Deze hogere kosten kunnen worden gedekt uit de stelpost loon- en prijscompensatie.

Functies en inschalingen
Om flexibel te blijven in deze krappe arbeidsmarkt, breiden we de flexibele schil daarom de komende drie jaar uit.  Daarnaast draagt duidelijkheid met betrekking tot functies en inschalingen ook bij aan het flexibel genoeg zijn om mee te bewegen met veranderingen. In 2024 gaan we daarom met HR21 werken. Een transparante functiewaarderingssysteem dat al door 270 gemeenten gebruikt wordt. Hierdoor kunnen we ons goed vergelijken met andere gemeenten. Het risico bestaat dat de functiewaardering een ophogende werking heeft op de salariskosten. 

Al de bovenstaande ontwikkelingen dragen bij aan het zijn van een moderne organisatie en het vergroten van werkgeluk. Daarmee worden we ook een aantrekkelijkere werkgever. 

Motie 'Werk maken van Werk'

Terug naar navigatie - Motie 'Werk maken van Werk'

Aanleiding
In het raadsvoorstel bij de Voorjaarsnota van 2023 laat het college zien dat zij de komende jaren weloverwogen gaat investeren in de stad. De ambities en uitdagingen voor de komende jaren zijn groot en daar hoort een stevige organisatie op sterkte bij die deze ambities kan realiseren. In de Voorjaarsnota hebben wij al gemeld dat het vinden en behouden van het juiste personeel een uitdaging is. Uw raad heeft daarom bij de vaststelling van de voorjaarsnota  (op 6 juli) aanvullend 1 miljoen euro beschikbaar gesteld om te investeren in het vinden en verbinden van personeel. 

‘En daar werk ik’
'Vlaardingen, en daar werk ik’. Onder die noemer gaan we de komende periode in onze arbeidsmarktcommunicatie nog beter zichtbaar maken waar we als stad en organisatie trots op zijn. Dat wat ons uniek en eigen maakt als stad én organisatie is waar onze kracht ligt. Inspelen op onze eigen cultuur, onze omvang en gebruiken. Deze onderscheidende factoren verweven we steeds meer in onze employer branding. Het doel is dat de werknemer met een glimlach naar het werk - en naar huis gaat, zoals ook benoemd in het organisatieplan ‘Vlaardingen Voortvarend’. De ambitie die daarbij is benoemd in het organisatieplan is om eind 2026 een 7,5 te scoren op medewerkerstevredenheid (met als tussenstap minimaal een 7,0 per 2024). 

In de volgende alinea’s wordt omschreven hoe de organisatie in de komende jaren het meest effectief en doeltreffend rendement zal halen uit de investering om de juiste, getalenteerde werknemers te vinden en te verbinden aan onze organisatie.

Vinden
In de komende jaren wordt geïnvesteerd in recruitment. Dit betekent niet alleen dat we een vaste bezetting op deze functies willen hebben, maar ook dat we waar nodig extra specialistische kennis en kunde binnenhalen door het inhuren van expertise. Zo kunnen we meer inzetten op het werven van nieuwe medewerkers voor afgebakende of lastig te vervullen functies. 

Door doeltreffender en efficiënter aan de slag te gaan met het vinden van de juiste nieuwe medewerkers, ontstaat er meer ruimte en tijd voor het verder ontwikkelen van de strategie op recruitment. Op deze manier kan er op een duurzame wijze invulling worden gegeven aan strategische personeelsplanning. Management en directie kan vanuit HR een professionele ondersteuning verwachten in het vooruitkijken en inspelen op ontwikkelingen. 

We ambiëren meer over grenzen te kijken, door samenwerkingen met diverse partners aan te gaan. In lijn met de ambitie om mbo-stad van de regio te worden, komt meer aandacht voor het binnenhalen van stagiairs en trainees op mbo-niveau. Dit vraagt van de organisatie een gezamenlijke investering om nieuw jong talent te enthousiasmeren en binnen te halen. Om werknemers extra te motiveren mee te denken over potentiële collega’s, ontwikkelend we een regeling rondom referral recruitment (aandragen van sollicitanten door eigen personeel), waarbij een bonus tegenover het aandragen van geschikte kandidaten kan staan. 

Verbinden
Minstens zo belangrijk is het behouden van goed personeel. De organisatie kent een relatief hoog verlooppercentage (8,3% versus 7,3% vergelijkbare gemeentegrootklasse). We voeren exitgesprekken met collega’s die de organisatie gaan verlaten. Op deze manier leren we wat wij als organisatie anders kunnen en moeten doen om medewerkers vaker te behouden. Een belangrijk aspect daarin is je betrokken voelen bij de organisatie. Het hybride werken maakt dat we als organisatie hier extra aandacht voor moeten hebben, omdat medewerkers regelmatig letterlijk op afstand zitten. Team HRM heeft in kaart gebracht waarin de organisatie moet investeren om de verbondenheid met de organisatie te verbeteren, zodat we de ambities kunnen realiseren.  

Een belangrijk aspect hierin is het op orde hebben van basisfaciliteiten, de zogeheten hygiëne factoren. Zo moet een nieuwe collega bijvoorbeeld goed worden ingewerkt en moet deze kunnen beschikken over een goed functionerende digitale werkplek. We gaan als organisatie de komende tijd eraan werken om deze basis nog beter op orde te krijgen. Zo gaan we flink investeren in een goed onboard-proces (inwerkprogramma) en wordt er vanuit ICT geïnvesteerd in de systemen en werkplek.. 

Om te laten zien dat we werkgeluk hoog in het vaandel hebben staan, willen we de komende tijd daarnaast investeren in het uitbreiden van secundaire arbeidsvoorwaarden. We gaan ons hierbij focussen op persoonlijke groei, gezondheid, het realiseren van professionele ambities en de werk-privé-balans. We onderzoeken onder andere de mogelijkheid om budgetten beschikbaar te stellen hiervoor, waardoor medewerkers zelf de regie kunnen nemen over hun professionele loopbaan en werkgeluk. 

Om medewerkers zich thuis te laten voelen in onze organisatie, hebben wij diversiteit en inclusiviteit hoog in het vaandel staan. Iedereen moet zich gewaardeerd en welkom voelen. Binnenkort wordt met een nulmeting opgehaald in welke mate werknemers zich welkom, inclusief en gewaardeerd voelen. Vervolgens zullen er interventies georganiseerd worden om het gevoel van inclusie verder te versterken. We zijn trots als onze medewerkers met trots over de gemeente kunnen vertellen. Zij zijn tenslotte onze beste ambassadeurs. 

Tenslotte hebben wij ook oog voor de ervaren werkdruk voor medewerkers. Door het hoge verloop en het soms lang openstaan van vacatures, kan de werkdruk bij medewerkers oplopen. Dankzij de investeringen kunnen wij nu meer focus leggen op het wegnemen van de (gevoelde) werkdruk en hopen we werknemers te inspireren en te prikkelen.

Investering
Zoals hierboven al aangegeven, is het noodzakelijk dat in eerste instantie de basis goed wordt neergezet. De nadruk van de investering komt daarmee te liggen in 2024. In 2025 en 2026 gaan we op de ervaringen hiermee en eventuele nieuwe ontwikkelingen inspelen. De ervaring zal leren of een verschuiving van focus noodzakelijk is of dat de ingezette koers wordt verstevigd.

Jaar Investering Focus
2024 € 400.000 Basis op orde, systemen en applicaties, fundament leggen, samenwerkingen intensiveren
2025 € 300.000 Vinden en verbinden versterken
2026 € 300.000 Vinden en verbinden versterken

ICT, informatiemanagement en data

Terug naar navigatie - ICT, informatiemanagement en data

I-sturing
Adequate informatievoorziening is essentieel om flexibel en daadkrachtig te kunnen inspelen op de behoefte van de stad. Binnen de bedrijfsvoering draagt het I-domein zorg voor het effectief en efficiënt ingeregeld hebben van de informatiehuishouding op strategisch, tactisch en operationeel niveau. Het I-domein binnen Vlaardingen heeft daarvoor een aantal teams te weten: Informatiemanagement met daarbinnen functioneel beheer, business Intelligence en gegevens en stelselmanagement, Informatiebeheer, ICT en tot slot Informatieveiligheid en Gegevensbescherming.

Om dit geheel goed te laten functioneren moet er een evenwichtig geheel van productie en diensten op dit terrein worden geleverd, die tot stand komen en onderhouden worden met behulp van een aantal onderliggende processen. Hierbij valt te denken aan processen van de totstandkoming van de I-strategie, I-begrotingen, het beheren van de uit te voeren set aan I-projecten tot en met het kunnen melden van een incidenten bij de helpdesk en escalaties bij cyber incidenten.
Om dit in zijn basis goed op te zetten heeft Vlaardingen het programma I-sturing opgezet medio 2022. In dit programma is eerst gekeken langs welke ontwikkelstadia het I-domein zich de komende jaren moet ontwikkelen, te weten eerst grip en controle krijgen, dan voldoende wend- en weerbaar worden en tot slot de ideale gesprekspartner voor de business zijn.
Daarvoor worden alle I-processen tegen het licht gehouden en opnieuw ingericht, aangepast of uitgebreid zodat de gemeente gesteld staat voor de komende jaren en kan anticiperen op eventuele incidenten die van buitenaf op de gemeente afkomen. Op dit moment zijn 30 van de 42 processen gereed en wordt deze manier van werken ingevoerd in de organisatie. 

ICT
Bij een moderne organisatie horen ook goede ICT-voorzieningen: een moderne en goed beveiligde omgeving met applicaties die in de cloud ondergebracht zijn. Een innovatieve omgeving met goede beveiliging en betere beheersing met een logische architectuur van het gemeentelijke ICT-landschap als basis.  Binnen de bedrijfsvoering draagt het I-domein zorg voor het effectief en efficient ingeregeld hebben van de informatiehuishouding op strategisch, tactisch en operationeel niveau.  In 2024 wordt de lijn die in 2023 is bepaald verder vorm gegeven. Zo wordt met de beschikbare middelen de personeelskant verder versterkt om zo adequate dienstverlening te kunnen bieden. Daarnaast gaan we de ICT-infrastructuur verder verstevigen  middels toenemende verSAASing van ons applicatielandschap, vervanging van de audiovisuele middelen en meer digitale samenwerking naar aanleiding van hybride werken. Daarnaast zal er verder gewerkt worden aan de cybersecurity van de ICT-voorzieningen binnen de gemeente, denk aan monitoring en netwerkscanners.

Informatiemanagement en data
Adequate informatievoorziening is essentieel om flexibel en daadkrachtig te kunnen inspelen op de behoefte van de stad en de gemeentelijke organisatie. De cloudmigratie was een eerste stap op weg naar een betere en veiligere informatievoorziening. En waar in de vorige jaren de ingrepen zich eerst richtte op de technologische infrastructuur, verschuift nu de focus naar applicaties en data. 
Met deze applicaties en data werkt onze organisatie aan de uitvoering van wettelijke taken, dienstverlening aan burgers en de uitvoering van de stadsprogramma’s.

Met een vernieuwde technologische infrastructuur wordt nu de omvang en de kwaliteit van de historisch gegroeide dataverzameling zichtbaar. De Vlaardingse dataverzameling omvat gestructureerde data, geografische elementen, beeldmateriaal, procesinformatie en natuurlijk ook de documenten. En al die informatie is in het verleden en heden opgeslagen in- en op verschillende media en platformen, binnen- en buitenshuis (Software as a Service)

Het is noodzakelijk ook hier een interventie te doen om te komen tot een betere en veiligere informatievoorziening. Al deze data zullen omgevormd moeten worden tot een solide en beheersbaar datafundament met versiebeheer, ontdubbeld en volgens kaders en richtlijnen opgeslagen en gearchiveerd. Dit vraagt ook dat ons applicatie-portefeuille opgeschoond moet worden. In overeenstemming met het Cloud beleid wordt onze software afgenomen vanuit SAAS-oplossingen. Daarbij is het van groot belang om met deze omvorming het functioneel beheer in eigen hand te houden en de beschikbaarheid van onze eigen data borgen.

De afgelopen periode zijn de eerste stappen gezet in data-gedreven werken in de verschillende Stadsprogramma’s en uitvoeringsplannen. Concreet oriënteren wij hoe sturing met data ingericht moet worden en het ontwikkelen van prestatie indicatoren per domein. Dit vraagt nieuwe kennis en vaardigheden. Bij het in kaart brengen welke concrete datafundamenten onder de verschillende programma’s zoals, Duurzaamheid’, Veiligheid en Zorgzaam, nodig zijn blijkt dat solide datafundament noodzakelijk.

In het kader van het beheersen van de kosten voor de opslag van data en de noodzaak om de kwaliteit van de data te verbeteren, voor zowel data-gedreven werken in de verschillende Stadsprogramma’s als voor de uitvoering van wettelijke taken en de dienstverlening aan burgers,
is voor de komende jaren een plateauplanning gemaakt waarin de benodigde stappen en de financiële consequentie inzichtelijk zullen worden.

In lijn met het bouwen aan het datafundament, is de gemeente Vlaardingen partner van het Grenzeloos Data landschap en in gesprek met de VNG over de ontwikkelingen van Common Ground.
Door aan te sluiten bij de ontwikkelingen om ons heen willen wij meer en meer de verbinding leggen tussen data en dit verwerken tot informatie als startpunt van beleid en resultaat van uitvoering. Zo komen we tot betere en slimmere processen, beleid, keuzes en uitvoering. Data vormt zo het hart van het beleid.

Informatiebeveiliging
In 2023 zijn stappen gezet op het gebied van Bedrijfscontinuïteit en Incidentmanagement. Deze worden in 2024 gecontinueerd. De basismaatregelen zoals in 2023 zijn opgezet worden, samen met onze leveranciers, verder geoptimaliseerd. Periodiek zullen door middel van continuïteitstests, oefenscenario’s en simulaties met leveranciers knelpunten worden gesignaleerd en kan worden bijgestuurd om voorbereid te zijn op informatiebeveiligings-calamiteiten. Hiermee wordt het proces ingebed in de organisatie. 

Met gebruikmaking van het Information Security Management Systeem (ISMS)zal informatieveiligheid strakker worden georganiseerd om daarmee in 2024 een hoger volwassenheidsniveau te bereiken. Het ISMS stelt ons ook in staat om toekomst gericht nieuwe versies van normenkaders makkelijker te adopteren en ons voor te bereiden op de inzet daarvan. 

In 2024 krijgen we te maken met een update van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) en zal de Europese richtlijn NIB2 ook voor gemeenten van kracht worden. NIB2 staat voor Netwerk- en Informatiebeveiliging versie 2).

In de BIO 2.0  worden een aantal normen aangescherpt. Met name het proces van permanente monitoring van infrastructuren en systemen moet een grotere plaats gaan krijgen binnen de organisatie. Dit zal technisch moeten worden ingericht. 

De NIB2 norm bepaalt dat moet worden voldaan aan wettelijke eisen zoals vastgelegd in de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen (WBNI). Hiermee wordt onder anderen de BIO als normenkader verplicht gesteld. 

Dat betekent dat vanaf de tweede helft van 2024 via het bestaande zelfevaluatie proces getoetst moet gaan  worden op de werking van genomen beveiligingsmaatregelen. Het Eenduidig Normenkader Single Information Audit (ENSIA) wat reeds wordt gebruikt, zal worden aangescherpt.

Daarnaast stelt de NIB2 (nog) hogere eisen aan de technische ICT beveiliging, met name in de bescherming tegen incidenten door bijvoorbeeld het verplicht stellen van specifieke-risicoanalyses en het invoeren van een meldplicht voor grote incidenten. 

Privacy
Met de resultaten van de audit op de Wet Politiegegevens (WPG) 2023 in de hand, wordt 2024 gebruikt om de geconstateerde knelpunten aan te pakken. Toetsing zal eind 2024 opnieuw plaatsvinden door middel van een (verplichte) interne audit om zo de noodzakelijke stappen te kunnen monitoren om nog beter te kunnen gaan voldoen aan de eisen die de WPG stelt.

De in 2023 ingezette weg om privacy impact assessments (DPIA’s) efficiënter en sneller in wordt gekoppeld aan Privacy Normenkaders van onder andere het Centrum voor Informatiebeveiliging en Privacy en de reeds genoemde Wet Politiegegevens.

DPIA’s worden vanaf 2023 verplicht in te zetten bij aanschaf, vernieuwing of wijzigingen van systemen en applicaties die persoonsgegevens bevatten.

Hiervoor wordt in 2024 en verder eveneens het ISMS gebruik gemaakt omdat daar inmiddels de Normenkaders zijn toegevoegd. H

Bewustwording Informatiebeveiliging en Privacy 
Op het gebied van security en privacy awareness zijn in 2023 stappen gezet door de inzet van onder anderen een Cyber-Escapetruck en Phishingmail tests.

In 2024 wordt een vervolg hierop gegeven en wordt werk gemaakt van digitale awareness campagnes door middel van een betere digitale “onboarding” van nieuwe medewerkers.

Daarnaast is een start gemaakt om door middel van apps bewustwording van digitale gevaren in 2024 efficiënter en meer frequent onder de aandacht te houden. Hiervoor zal de keuze gemaakt gaan worden voor een app die bewustzijn ook meetbaar maakt.  

Verhuur

Terug naar navigatie - Verhuur

In 2024 gaan we door op de ingeslagen weg op het gebied van herziening van ons huurbeleid. Voor de gemeentelijke vastgoedportefeuille worden huurcontracten – op natuurlijke momenten - herzien en worden de huurprijzen daarbij minstens kostprijsdekkend of marktconform gemaakt. Waar dat kan wordt tevens gekeken naar het gelijktijdig realiseren van eventuele verduurzamingsmaatregelen. 

Erfpacht

Terug naar navigatie - Erfpacht

De Nota Grondbeleid 2022 en de Uitvoeringsnota Erfpacht 2022 bevatten wijzigingen van het erfpachtbeleid van de gemeente. Het nieuwe erfpachtbeleid is met ingang van 1 april 2023 in werking getreden. Verzoeken om verkoop bloot-eigendom of heruitgifte in eeuwigdurende erfpacht worden vanaf 2023 dus op basis van het nieuwe beleid opgepakt. In 2023 is een gerichte behandeling uitgewerkt en in gang gezet van tijdelijke erfpachten die tussen 2025 en 2029 aflopen. Tot 1 april 2023 konden deze erfpachters (en alle andere erfpachters in de stad) een verzoek indienen om iets met hun erfpacht te doen. Dat verzoek wordt op basis van het oude erfpachtbeleid afgewikkeld. De erfpachters met een tussen 2025 en 2029 aflopende erfpacht die op 1 april 2023 nog geen verzoek hadden ingediend, zijn in mei 2023 benaderd met een gerichte aanbieding voor hun erfpachtperceel, eveneens gebaseerd op het oude erfpachtbeleid. De uit deze verzoeken en aanbiedingen voortvloeiende contracten worden in het 3e en 4e kwartaal van 2023 afgewikkeld.

In de loop van 2024 krijgen oude eeuwigdurende erfpachten met meestal een zeer lage jaarlijkse erfpachtcanon een aanbieding om de jaarlijkse betalingsverplichting af te kopen door betaling van een bedrag ineens (afkoopsom).

In overleg met de leverancier van het geautomatiseerde erfpachtsysteem wordt gekeken welke maatregelen daarin kunnen worden getroffen ter bevordering van de efficiëntie van het proces en de juistheid van de in het erfpachtsysteem opgenomen gegevens. Dat is een meerjarig traject, gelet op de omvang van het erfpachtbestand.

Procesgericht werken

Terug naar navigatie - Procesgericht werken

Het invoeren van procesgericht werken is één van de speerpunten in het organisatieplan Vlaardingen Voortvarend. In 2024 wordt in elk team een procesondersteuner benoemd en opgeleid. De procesondersteuner helpt de teammanager bij het in kaart brengen en continu verbeteren van de proceskwaliteit, zowel binnen de teams als in teamoverstijgende processen. Hierbij wordt een mechanisme ingericht voor het inventariseren, prioriteren en selecteren van proces- (verbeter-) vraagstukken. 

Daarnaast worden dienstverlenende processen en processen met een herhaalbare documentstroom geborgd in een nieuw zaaksysteem. Hierbij ligt de prioriteit bij processen die geraakt worden door het uitfaseren van het oude zaaksysteem zoals burgerzaken, meldingen en informatieverzoeken.

Inkoop

Terug naar navigatie - Inkoop

In 2024 gaan we door met het verder professionaliseren van onze inkoopfunctie en ligt de focus met name op contractmanagement en automatisering. Inkoop draagt bij aan het project ERP voor de module van bestellen tot betalen in samenwerking met Financiën. Binnen de bestelflow (verplichtingen) wordt gekeken om een inkooptechnisch toetsmoment in te richten ter bevordering van de recht- en doelmatigheid van onze inkopen. 2024 zal verder in het teken staan van de afronding van de aanbesteding en voorbereiding van implementatie.  

In lijn met de duurzaamheidsambities wordt invulling gegeven aan het Manifest Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) 2022-2025. In samenwerking met het programma duurzaamheid wordt naast de ‘O’ van Opdrachtgeven ook de ‘O’ van Ondernemen (bedrijfsvoering) meegenomen. De gezamenlijke verbeteracties worden opgenomen in een actieplan ter sturing en verantwoording van de voortgang.

In 2023 is de formatie aangepast die beter toegespitst is op de toekomst en de verwachtingen vanuit de organisatie qua ondersteuning. Gezien de krapte op de arbeidsmarkt blijkt het een uitdaging om invulling te geven aan de vacatures. Dit heeft haar weerslag op het inhuurvolume en daarmee begroting. 

(Verbijzonderde) interne controle en rechtmatigheid

Terug naar navigatie - (Verbijzonderde) interne controle en rechtmatigheid

Rechtmatigheidsverantwoording
In 2024  wordt de  rechtmatigheidsverantwoording  over 2023 opgesteld.    De  GRC tool is ingericht ter borging van de kwaliteit van de controles en  ter ondersteuning van het Three  Lines model.     

213 A Onderzoeken
Op basis van de verordening 213a is het college verplicht periodiek onderzoeken te doen naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van het door hen gevoerde beleid.   In 2024  wordt de opvolging  van de  aanbevelingen  uit 2023 opgevolgd, en  zal het jaarplan voor 2024 worden  uitgevoerd.  In de reguliere P&C cyclus wordt de voortgang hiervan gerapporteerd.

Verbeteracties bedrijfsvoering (opvolging vanuit interne en externe onderzoeken)

Terug naar navigatie - Verbeteracties bedrijfsvoering (opvolging vanuit interne en externe onderzoeken)

De monitor verbeteracties  is dynamisch; er worden onderwerpen toegevoegd, maar ook afgerond. Via de voortgangsrapportages en verantwoording kan de gemeenteraad toezicht houden.  In deze begroting is  een bijlage  opgenomen met de opvolging van de aanbevelingen van: 
1.  rekenkameronderzoeken
2.  de boardletter en accountantsrapportage van de accountant 

Uitgangspunt voor de monitor  zijn de onderzoeken ingaande 2022.  Het overzicht wordt  in de voortgangsrapportage en  verantwoording  eventueel aangevuld met  de aanbevelingen en toezeggingen uit ;  

3. 213a onderzoeken  
4. Wpg-audit
5. Onderzoek gesimuleerde phishing aanvallen
6. ENSIA  

In de programmabegroting en paragrafen enig jaar  zijn de ambities opgenomen ten aanzien van de verbeteracties naar aanleiding van de genoemde aanbevelingen. 

Grondbeleid

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

De uitvoering van het grondbeleid vindt plaats op basis van de nieuwe Nota Grondbeleid Gemeente Vlaardingen 2022, die is vastgesteld door de raad in haar vergadering van 16 juni 2022. Grondbeleid is een gemeentelijk instrument in de ruimtelijke ordening waarmee de gemeente gewenste ontwikkelingen kan bevorderen en ongewenste ontwikkelingen kan beperken. Het kan hierbij gaan om ontwikkelingen met betrekking tot volkshuisvesting (waaronder woningbouwontwikkelingen), economie (groei werkgelegenheid, ontwikkeling van bedrijventerreinen), maatschappelijke voorzieningen (buurthuis, sportterrein) en natuur en milieu (duurzame natuurontwikkelingen en herstructurering van stedelijk gebied). In de nieuwe Nota Grondbeleid is sprake van een accentverschuiving: de gemeente kiest voor “situationeel grondbeleid” wat betekent dat de gemeente aan de hand van een duidelijk afwegingskader per omstandigheid zal afwegen welke grondbeleidsvorm voor die locatie passend is. Hierdoor kan de rol van de gemeente per locatie verschillen. Ten opzichte van de Nota Grondbeleid Gemeente Vlaardingen 2011 dient de nieuwe Nota Grondbeleid 2022 als een ‘kapstok’ te worden aangemerkt, waaraan uitvoeringsnota’s worden gehangen.  Twee vastgestelde uitvoeringsnota’s zien op het zakelijk recht van erfpacht en het (wettelijke) kostenverhaal. Het betreffen uitvoeringsnota’s die door ons college zijn vastgesteld, waarna de genoemde nota’s ter kennisname aan uw raad zijn verzonden. Het is niet ondenkbaar dat in de toekomst meerdere uitvoeringsnota’s aan de Nota Grondbeleid Gemeente Vlaardingen 2022 worden ‘opgehangen’.

Taak van de gemeente

Terug naar navigatie - Taak van de gemeente

In het algemeen onderscheidt men twee vormen van grondbeleid, te weten: actief grondbeleid en faciliterend (passief) grondbeleid. Het staat iedere gemeente vrij om een keuze te maken in de te hanteren vorm van grondbeleid. 

Actief grondbeleid: De gemeente bezit zelf grond en/of koopt grond aan en is actief betrokken bij het bouw- en woonrijp maken van de grond. Daarna kan de gemeente de kavels verkopen of in erfpacht uitgeven. Het kan gaan om individuele bouwkavels of bedrijfsterreinen, maar ook om complete woningbouwprojecten. 

Faciliterend grondbeleid: De gemeente maakt het mogelijk dat private partijen die een grondpositie hebben een gebied geheel zelf ontwikkelen. De gemeente beperkt zich hierbij voornamelijk tot het maken van een bestemmingsplan (publiekrechtelijk kader) en bij mogelijke grondeigendom van de gemeente in het betreffende gebied, het inbrengen van deze gronden. De kosten die samenhangen met het faciliteren van particuliere ontwikkelingen (op grond die niet van de gemeente is) worden op de exploitanten verhaald door middel van anterieure overeenkomsten. 

Uiteraard zijn er vele tussenvormen mogelijk, waaronder het veel gebruikte PPS model (Publiek Private Samenwerking). De uiteindelijke vorm is steeds afhankelijk van het specifieke project en de taak- en risicoverdeling tussen partijen. Als basis vanuit de Nota Grondbeleid 2022 hanteert de gemeente situationeel grondbeleid, dat wil zeggen dat afhankelijk van de situatie per locatie de gemeente een rol oppakt die varieert van volledig faciliterend tot actief als grond ontwikkelende partij. 

De grondprijsbenadering

Terug naar navigatie - De grondprijsbenadering

Voor de door de gemeente uit te geven bouwrijpe grond geldt als uitgangspunt een marktconforme grondprijs. De berekening daarvan gebeurt op basis van relevante marktprijzen voor het betreffende type vastgoedobject en onder meer gebruik makend van de methode van de residuele grondwaardebenadering. Naast de residuele grondwaardeberekening is in de nieuwe Nota Grondbeleid 2022 ook nog genoemd als grondprijsberekening:  de kostprijsmethode, de comparatieve methode, vaste grondwaardemethode. Aan de hand van de voornoemde methodieken is een grondquote te bepalen. Voordat daadwerkelijk tot gronduitgifte wordt overgegaan vindt er een onafhankelijke taxatie plaats om de marktconformiteit van de berekende grondwaarde te toetsen en ongeoorloofde staatssteun te voorkomen.

Vormen van exploitatie

Terug naar navigatie - Vormen van exploitatie
  1. Grondexploitaties 
    Grondexploitaties betreffen meerjarige toekomstberekeningen. Daardoor kunnen de financiële resultaten door vele, externe en interne, factoren in de loop der jaren veranderen. Grondexploitaties hebben tot doel om bouwrijpe gronden die door de gemeente zijn ontwikkeld uit te geven. 
    Marktomstandigheden en langdurige ruimtelijke procedures kunnen aanleiding zijn tot (grote) afwijkingen ten opzichte van de oorspronkelijke ramingen. Elke grondexploitatie wordt door de gemeenteraad vastgesteld. Elk jaar wordt de raad geïnformeerd over de (grond)exploitaties, via het Meerjaren Programma Grondzaken (MPG). Hierin wordt de stand van zaken en de verschillen t.o.v. voorgaande perioden en de voorziene of verwachte ontwikkelingen, zoals de risico-ontwikkeling, weergegeven. Het MPG is gekoppeld aan de jaarrekening en betreft een actualisering van alle resultaten. De resultaten worden direct meegenomen in de betreffende jaarrekening. Tevens vormt het MPG de basis voor de (meerjaren)begroting. In het onderdeel ‘stand van zaken grond- en bouwexploitaties’ is per grondexploitatie een stand van zaken weergegeven en een (financiële) doorkijk gegeven naar de komende jaren. Het MPG wordt door de raad de raad vastgesteld.

     

  2. Erfpachtexploitaties 
    Vlaardingen heeft van oudsher een omvangrijke erfpachtportefeuille. Al deze erfpachten tezamen vormen de erfpachtexploitatie. Het beleid rond de erfpachtexploitatie is neergelegd in de Nota Erfpacht. Ter uitvoering van de nieuwe Nota Grondbeleid is in 2022 een herziening van de Nota Erfpacht uit 2013 als uitvoeringsnota vastgesteld door het college.
    Het erfpachtbeleid ziet met name op de volgende aspecten:
    a.    nieuwe uitgiften in erfpacht van tot ontwikkeling te brengen bouwgrond, 
    b.    de verkoop van de bloot-eigendom van reeds in erfpacht uitgegeven gronden en 
    c.    het omzetten van tijdelijke erfpachtrechten in eeuwigdurende erfpachten (heruitgifte).

    De basis voor het afwikkelen van erfpachttransacties is een onafhankelijke taxatie van de grondwaarde, waarop in de onder b en c vermelde transacties een depreciatie wordt toegepast, die afhankelijk is van de looptijd van de erfpacht. In de Uitvoeringsnota Erfpacht 2022 zijn ook de spelregels vastgelegd voor onder meer het bepalen van de jaarlijkse erfpachtcanon, het herzien of indexeren van de canon, het tijdvak waarvoor de getaxeerde grondwaarde als basis voor de canonberekening geldt, welke rol erfpacht op herontwikkelingslocaties en in herstructureringsgebieden speelt en hoe wordt omgegaan met corporatiebezit op erfpacht.
    Met ingang van 1 april 2023 is het nieuwe erfpachtbeleid in werking getreden. 

In de komende jaren gaat het eindigen van een groot aantal tijdelijke erfpachten, met name in Holy-Noord, een belangrijke rol spelen. Deze groep erfpachten heeft dan ook in 2023 een specifieke aanpak gekregen.

In de erfpachtexploitatie moeten de kosten van de erfpachtportefeuille worden goedgemaakt door de canonopbrengsten. Door de periodieke canonherzieningen van de oudere erfpachten is het kostendekkend maken van de erfpachtexploitatie steeds moeilijker geworden. Als onderdeel van het Herstelplan zijn de in de Uitvoeringsnota Erfpacht 2022 neergelegde voorstellen er tevens op gericht erfpacht beter te laten renderen

Actualisatie en herziening

Terug naar navigatie - Actualisatie en herziening

Op basis van een grondbrief worden de grondexploitaties aan het begin van ieder jaar geactualiseerd. Met de uitgangspunten uit deze grondbrief worden de daadwerkelijke inkomsten en uitgaven verdisconteerd in die zin dat daarbij de parameters worden gebruikt zoals weergegeven. Dit geactualiseerd beeld van de eindwaarden van de grondexploitaties wordt via het MPG aan de raad voorgelegd ten behoeve van besluitvorming. De grondexploitaties worden hierbij niet opnieuw vastgesteld. 

Zodra er besluiten zijn genomen over (wezenlijke) wijzigingen in het plan, programma of planning en/of een (wezenlijke) verandering van het resultaat, is dit aanleiding om een herziene grondexploitatie voor te leggen aan de raad. Herzieningen kunnen het gehele jaar door plaatsvinden.

Winstneming en voorziening

Terug naar navigatie - Winstneming en voorziening

De regels ten aanzien van winstneming op grondexploitaties zijn vastgelegd in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Winst moet worden genomen naar rato van de voortgang van een project. Voor winstneming geldt de percentage of completion methode: voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd kan tussentijds naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst worden genomen. In de praktijk komt het erop neer dat eerder dan in het verleden winst moet worden genomen. Als de prognose van het eindresultaat van een grondexploitatie negatief is, wordt direct, bij vaststelling van de (herziene) grondexploitatie, een voorziening getroffen ter dekking van dit negatieve resultaat. 

Kostenverhaal

Terug naar navigatie - Kostenverhaal

Op basis van de door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu ontwikkelde systematiek, zijn de gemeentelijke plankosten van de plannen in beeld gebracht, die door derden worden uitgevoerd (particuliere grondexploitatie). Belangrijk uitgangspunt van deze systematiek is de principe verdeling tussen de kosten die bij de ontwikkelende partij en bij de gemeente thuishoren. Deze verdeling is gebaseerd op het belang dat de gemeente aan de ontwikkeling hecht en op het feit dat de gemeente faciliterend, begeleidend en toetsend is en de ontwikkelaar bijvoorbeeld het stedenbouwkundig plan, de ruimtelijke onderbouwing en het buitenruimteplan opstelt. Als kostenverhaal langs privaatrechtelijke weg (anterieure overeenkomst) niet lukt dan biedt de wet nog de mogelijkheid kosten te verhalen via de publiekrechtelijke weg met behulp van een exploitatieplan. Deze laatste mogelijkheid heeft niet de voorkeur. 

In 2022 is de  Nota Kostenverhaal als uitvoeringsnota vastgesteld door het college en aan uw raad ter kennisneming verzonden, waarin verder gesteld wordt hoe naast het verhalen van plankosten ook aandacht wordt besteed aan het verhalen – waar mogelijk - van bovenwijkse voorzieningen, bijdrage in ruimtelijke ontwikkeling en bovenplanse kosten (verevening), op initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen. Deze kosten worden per project bepaald en betrokken in anterieure overeenkomsten. 

Elk jaar zal er een overzicht in het MPG worden vervaardigd van alle bouwprojecten  waarop kostenverhaal van toepassing is. 

Besluit Begroting Verantwoording

Terug naar navigatie - Besluit Begroting Verantwoording

De belangrijkste aspecten uit de voorschriften BBV in het kader van grondontwikkeling worden hieronder toegelicht. 

Vennootschapsbelasting (Vpb) 
Onderzoek heeft geleid tot het standpunt om vooralsnog geen activiteiten uit te voeren die leiden tot Vpb-plicht. Jaarlijks bij het MPG wordt opnieuw getoetst of de gemeente wel/niet valt onder de Vpb-plicht. 

Rente op grondexploitaties 
Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat toe te rekenen rente aan grondexploitaties de werkelijke rente moet zijn. Voor de gehele looptijd van de grondexploitaties is de rente geraamd op 1,0%, conform de Nota Grondbeleid 2022 en de Grondbrief 2023. Voor de doorrekening van de grondexploitaties wordt standaard de gehanteerde interne rekenrente gebruikt die vervolgens aan het eind van het jaar eventueel gecorrigeerd moet worden op de werkelijke rente van dat afgelopen jaar. Hierdoor kan een verschil in de geraamde rente en de werkelijke geboekte rente ontstaan. De gevolgen hiervan worden meegenomen bij de actualisaties van de grondexploitaties. 

Stand van zaken grondexploitaties 
Hieronder volgt een korte stand van zaken met betrekking tot elke grondexploitatie. 

Stationsgebied Centrum (Nieuw Sluis) 
Deze ontwikkeling behoort samen met de ontwikkeling in Eiland van Speyk tot de uitvraag voor het Kerngebied Rivierzone, waarin een ontwikkelaar is geselecteerd. De ontwikkeling betreft de realisatie van in totaal circa 218 eengezinswoningen en 62 appartementen. Het deelgebied ‘Galgkade’ met 141 gezinswoningen zijn inmiddels geheel opgeleverd. Het gebied rond het station wordt omgevormd van beoogde grondgebonden woningen, naar gestapelde bouw. De deelgebieden ‘Spoor & Sluis’ en ‘Parallelweg’ worden nu verder uitgewerkt tot een concreet stedenbouwkundig plan met programma, waarna de ruimtelijke procedures kunnen worden doorlopen voor het realiseren van de hier geplande woningen. Bijgestelde plannen zullen, zodra beschikbaar, aan de raad worden voorgelegd. Dit leidt tot een nieuwe grondexploitatie welke naar verwachting in het 1e kwartaal 2024 aan uw raad ter vaststelling zal worden aangeboden als onderdeel van de nieuwe Gebiedsexploitatie Rivierzone, welke is vastgesteld in de raad van 9 maart 2023. Op basis van de bestaande programmering wordt de grondexploitatie naar verwachting op 31 december 2027 afgesloten met een negatief resultaat van € 980.000. 

De Vergulde Hand West, fase 1 
De grondexploitatie ‘De Vergulde Hand West, fase 1’ maakt deel uit van een beoogd bedrijventerrein dat ook nog een tweede en derde fase kent. Het plangebied was als gronddepot voor de Blankenburgverbinding beschikbaar (verhuur) gesteld. De laatste ontvangsten in deze zijn in 2022 ontvangen. Vermeld dient te worden dat naast de gemeente ook een derde over een grondpositie binnen het plangebied van de grondexploitatie beschikt. In 2023 (tot in 2026) zal een deel in gebruik worden genomen voor de opvang van Oekraïners. Mede gezien de mogelijkheid dat AWZI “De Groote  Lucht” in de toekomst gebruik gaat maken van een deel van het terrein zal deze huidige grondexploitatie worden afgesloten. Er zal een nieuwe grondexploitatie voor het gebied aan uw raad worden voorgesteld.  Planning is dat dit in het 1e kwartaal van 2024 zal plaatsvinden. De eindwaarde van de huidige grondexploitatie op 31 december 2027 is een positief resultaat van € 1.302.000.

Marathonweg Noord (zuidelijk deel) 
Op 21 juli 2020 heeft het college van B&W besloten om het zuidelijk deel en het noordelijk deel van tot één plangebied samen te voegen en middels een aanbiedingsprocedure integraal tot ontwikkeling te brengen. Het zuidelijk deel maakt deel uit van de grondexploitatie en het noordelijk deel betreft een materieel vast actief (MVA). Het onderhavige programma zal niet worden uitgevoerd. In de loop van 2022 was de  aanbiedings- procedure voor het hele gebied gestart. Inmiddels is de aanbiedingsprocedure ten einde en is de ontwikkeling voor de locatie gegund. Op 24 februari 2023 heeft het college van B&W besloten de bieding te gunnen aan een ontwikkelende partij. Op basis van het nieuwe programma zal dit in 2024 aan uw raad worden voorgesteld om beide delen samen te voegen tot één nieuwe grondexploitatie. Op basis van de bestaande programmering wordt de grondexploitatie naar verwachting op 31 december 2030 afgesloten met een voordelig resultaat van 
€ 1.378.000. 

Schiereiland (Eiland van Speyk) 
Ook deze ontwikkeling behoort tot het Kerngebied Rivierzone. In 2020 heeft de ruimtelijke onderbouwing voor het bestemmingsplan geleid tot een nieuw stedenbouwkundig plan met een groter bouwprogramma. Momenteel worden de financiële consequenties in beeld gebracht, waarna een nieuwe grondexploitatie kan worden opgesteld, welke aan uw raad  wordt voorgesteld (planning 1e kwartaal 2024) als onderdeel van de Gebiedsexploitatie Rivierzone. Deze gebiedsexploitatie is op 9 maart 2023 is vastgesteld. Zodra de beroepprocedures bij de Raad van State zijn doorlopen kan gestart worden met de bouw. Op basis van de bestaande programmering wordt de grondexploitatie naar verwachting op 31 december 2030 afgesloten met een negatief resultaat van € 3.027.000. 

De Nieuwe Vogelbuurt (Holy Zuidoost) 
De Nieuwe Vogelbuurt (v.h. Holy Zuid Oost) is een herontwikkeling van een woonbuurt door stichting Waterweg Wonen. Deze grondexploitatie omvat de fasen 1 t/m 6. In totaal zullen er in de fases 1 t/m 6 418 woningen gebouwd worden. De woningen in fase 1, fase 2, fase 3A, fase 4 en fase 5 zijn opgeleverd. Ook het woonrijpmaken is hier uitgevoerd. In 2023 zijn de werkzaamheden met betrekking tot bouwrijp maken van de fase 6 gestart en naar verwachting zal de bouw van de woningen dit jaar gestart worden. Er zijn tot nu toe 19 woningen in de middeldure huur opgeleverd en 256 woningen in koop bereikbaar opgeleverd. Er zijn 91 woningen opgeleverd in koop middelduur en er zullen 52 woningen gebouwd worden in koop duur. In de periode 2023-2024 wordt de Spechtlaan, één van de hoofdontsluitingen voor fase 1, fase 2 en fase 3A, woonrijp gemaakt. Aan de hand van de huidige uitgangspunten wordt de grondexploitatie naar verwachting op 31 december 2030 met een negatieve eindwaarde van € 4.241.000 in totaal afgesloten.

Vrije Kavels Hollandiaan 
Alle kavels zijn inmiddels verkocht. Hierdoor zal deze grondexploitatie in 2023 worden afgerond. Ten gevolge van de verplichte winstneming is er in het rekeningsjaar 2022 een bedrag van € 135.000 als winst genomen. Dit bedrag is in de jaarcijfers van 2022 verwerkt en is ten gunste van de algemene middelen gekomen. Het verwachte resultaat op eindwaarde (31-12-2023) bedraagt € 393.000 positief.
Het genoemde positieve eindwaardebedrag is exclusief de verplichte winstneming. 
 
Westwijk Centrum Nieuw 
Het college heeft in 2021 besloten om met de Stichting Ipse De Bruggen de onderhandelingen te starten voor locatie B4, om hier een kinderdagbehandelingscentrum / zorgappartementen te realiseren met daarboven ca. 60 koopappartementen. Dit heeft geleid tot een samenwerkingsovereenkomst d.d. 26 juni 2023. De planontwikkeling voor de te verkopen gronden van het Erasmusplein (i.c. locatie B4) zal opnieuw worden aanbesteed. Deze procedure van aanbesteding zal in het jaar 2023 aanvangen.
Voor de ontwikkeling aan de locatie Frank van Borselenstraat heeft de aanbesteding plaatsgevonden en is er een koop-realisatieovereenkomst ondertekend op 22 januari 2021. 
Het eindresultaat van de grondexploitatie komt bij de actualisatie neer op € 1.349.000 positief per eindwaarde 31-12-2029.

Prognose resultaten grondexploitaties 
Voor de grondexploitaties die een negatief eindresultaat hebben, is direct bij de vaststelling een voorziening getroffen. Deze voorziening wordt jaarlijks aangepast aan het resultaat van de negatieve grondexploitatie. Als een grondexploitatie zich in de loop der jaren ontwikkelt van een positieve naar een grondexploitatie met een negatieve eindwaarde  wordt er ook een voorziening getroffen. 

Materiële vaste activa (MVA)-Strategische gronden

Terug naar navigatie - Materiële vaste activa (MVA)-Strategische gronden

Onder de categorie MVA – Strategische gronden (voorheen Niegg’s) zijn de volgende gronden opgenomen: 

A. Vergulde Hand West fase 2 en 3 
Dit betreft de resterende gedeelten van het gebied de Vergulde Hand West wat in de toekomst wordt ontwikkeld als bedrijventerrein. Ook deze terreinen (net als een deel van fase 1) was verhuurd ten behoeve van een gronddepot voor de Blankenburgverbinding, waarmee deze tevens werden voorbelast. Gezien de ontwikkelingen zoals geschetst voor fase 1 zullen deze terreinen mogelijk door AWZI “De Groote  Lucht” in de toekomst in gebruik genomen gaan worden. Na besluitvorming over wanneer en voor welke bestemming de grond uitgegeven gaat worden zullen deze gronden naar verwachting verkocht worden.  

B. VOP Oost (Noord en Zuid) 
In de VOP zijn er diverse gemeentelijke eigendommen, verspreid over het hele gebied. De voormalige panden van Warmelo & Van der Drift aan de Westhavenkade en de Vetteoordskade zijn ondergebracht bij de grotere ontwikkeling van het Museumkwartier, waarvoor in 2022 een anterieure overeenkomst is gesloten. De locaties Parallelweg 2 en Touwbaankwartier worden net als de locatie Westhavenkade tegenover de Pelmolen in Maaswijk op basis van een grondquote verkocht aan de ontwikkelaar van Nieuw Sluis en het Eiland van Speyk. Daartoe is een addendum op de Koop-, Ontwikkel- en Realisatieovereenkomst Kerngebied Rivierzone gesloten. Dit is een onderdeel van de Gebiedsexploitatie Rivierzone, welke is vastgesteld door uw raad van 9 maart 2023.

C. Maaswijk 
De grond in Maaswijk bestaat uit de onder B al aangeduide locatie Westhavenkade tegenover de Pelmolen. Deze locatie wordt ter uitvoering van het addendum op de Koop-, Ontwikkel- en Realisatieovereenkomst Kerngebied Rivierzone aan de ontwikkelaar van Nieuw Sluis en het Eiland van Speyk verkocht, als onderdeel van de Gebiedsexploitatie Rivierzone, welke is vastgesteld in uw raad van 9 maart 2023.

D. Marathonweg Noord (noordelijk deel) 
Het noordelijk deel van het voormalig sportpark nabij de openbare weg Marathonweg betreft een materiële vast activa (MVA). Op 21 juli 2020 heeft het college van B&W besloten om het zuidelijk deel en het noordelijk deel van tot één plangebied samen te voegen en middels een aanbiedingsprocedure integraal tot ontwikkeling te brengen. Het zuidelijk deel maakt deel uit van de grondexploitatie en het noordelijk deel betreft een materiële vast activa (MVA). In de loop van 2022 is de  aanbiedings- procedure voor het hele gebied gestart. Inmiddels is de aanbiedingsprocedure ten einde en is de ontwikkeling voor de locatie gegund. Op 24 februari 2023 heeft het college van B&W besloten de bieding te gunnen aan een ontwikkelende partij. Voor deze genoemde gebieden zal er een nieuwe grondexploitatie worden opgezet in 2024 en aan de raad worden voorgelegd ter besluitvorming.

Verbonden partijen

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

Om de beleidsdoelen van de gemeente Vlaardingen te kunnen realiseren, wordt, indien dit wenselijk wordt geacht, een belang genomen in een organisatie die aan de doelverwezenlijking kan bijdragen. De huidige wet- en regelgeving (BBV) verplicht onze gemeente om in de begroting en de jaarstukken aan te geven in welke privaatrechtelijke en publiekrechtelijke organisaties zij een bestuurlijk en/of financieel belang heeft.

Van een bestuurlijk belang is sprake als de gemeente een zetel in het bestuur van een organisatie bekleedt en/of stemrecht heeft in een vergadering van belanghebbenden. Van een financieel belang is sprake als er door de gemeente aan een organisatie financiële middelen beschikbaar zijn gesteld die verloren kunnen gaan in geval van een faillissement of als financiële problemen van een organisatie kunnen worden verhaald op de gemeente.

Inzicht in de gang van zaken bij verbonden partijen is nodig uit hoofde van bestuurlijke, beleidsmatige en/of financiële belangen. Op basis van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is een aantal financiële kengetallen weergeven per verbonden partij: de omvang van het eigen vermogen, het vreemd vermogen en het resultaat.

Visie verbonden partijen

Terug naar navigatie - Visie verbonden partijen

In het najaar van 2022 heeft uw raad de nieuwe Nota Verbonden Partijen aangeboden gekregen. Een nieuwe Nota was nodig vanwege de veranderende wetgeving omtrent verbonden partijen. In de nieuwe Nota wordt niet alleen het aangaan van samenwerkingsverbanden opgenomen maar eveneens de wijze van toezicht en sturing op de verbonden partijen, en de rol die de gemeenteraad hierbij heeft.

Financiële risico’s verbonden partijen

Terug naar navigatie - Financiële risico’s verbonden partijen

De financiële risico’s van de vennootschappen zijn beperkt tot het aandelenbezit van de gemeente. Bij een faillissement van een vennootschap daalt de waarde van dit bezit tot nihil. De financiële risico’s van de gemeenschappelijke regelingen hebben geen beperking. Bij een faillissement worden de deelnemers van de gemeenschappelijke regeling volgens de verdeelsleutel aangeslagen voor eventueel resterende schulden na verkoop van de bezittingen. Gezien de aard van de werkzaamheden van de verbonden partijen is de kans op een faillissement van zowel de vennootschappen als de gemeenschappelijke regelingen klein. Uitgesloten is het niet.

Vennootschapsbelasting (VPB)

Terug naar navigatie - Vennootschapsbelasting (VPB)

Per 2016 vallen uitsluitend door de gemeente beheerste entiteiten (verbonden partijen) ook onder de vennootschapsbelastingplicht (vpb-plicht) voor overheidsondernemingen. Dit betekent dat ze aan diverse extra fiscale verplichtingen moeten voldoen, wat mogelijk resulteert in een jaarlijkse vpb-afdracht.

In de jaarrekeningen van de verbonden partijen is opgenomen wat de stand van zaken is ten aanzien van de vpb-plicht.

Overzicht verbonden partijen

Terug naar navigatie - Overzicht verbonden partijen

Op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) zijn we verplicht om in de paragraaf verbonden partijen een overzicht van de verbonden partijen op te nemen onderverdeeld naar gemeenschappelijke regelingen, vennootschappen en coöperaties, stichtingen en verenigingen en overige verbonden partijen. In de tabel met financiële positie verbonden partij is het eigen vermogen en het vreemd vermogen per 31-12-2022 en het gerealiseerde resultaat over 2022 opgenomen. Op de volgende pagina’s vindt u het overzicht waarin de voorgeschreven informatie is opgenomen.

Gemeenschappelijke regelingen

Terug naar navigatie - Gemeenschappelijke regelingen
Metropoolregio Rotterdam Den Haag
Vestigingsplaats Den Haag
Relatie met programma Bestuur, Dienstverlening en Participatie. Vervoersautoriteit met programma verkeer en mobiliteit. Economisch vestigingsklimaat met programma onderwijs, economie en haven.
Openbaar belang en visie De gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) is in december 2014 in werking getreden. De missie van de MRDH is: De Metropoolregio Rotterdam Den Haag werkt aan een Europese topregio. De MRDH heeft tot doel het bevorderen van de samenwerking tussen de gemeenten met het oog op een voorspoedige ontwikkeling van het gebied en het beheer van de aan de regio toevertrouwde voorzieningen. Zij houdt zich daartoe bezig met: a. Het vaststellen van doelstellingen op het gebied van verkeer en vervoer en de verbetering van het economisch vestigingsklimaat; b. Het uitvoeren van de, met betrekking tot het onder a. genoemde beleid, aan de MRDH opgedragen taken en bevoegdheden. De inhoudelijke agenda’s van de Vervoersautoriteit en Economisch Vestigingsklimaat zijn hierbij leidend en de basis voor de MRDH-brede strategie.
Betrokken partijen De volgende gemeenten maken deel uit van de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag: Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Delft, Den Haag, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, Midden-Delfland, Nissewaard, Pijnacker-Nootdorp, Ridderkerk, Rotterdam, Rijswijk, Schiedam, Vlaardingen, Wassenaar, Westland, Westvoorne en Zoetermeer.  Overige betrokken overheden en/of marktpartijen: Naast het bundelen van de krachten van de 23 gemeenten is samenwerking met onder meer bedrijfsleven, kennisinstellingen, omliggende regio’s zoals Drechtsteden en Leiden, de provincie en het Rijk noodzakelijk om de ambities te realiseren. De MRDH werkt daarnaast nauw samen met de Economische Programmaraad Zuidvleugel (EPZ), het triple helix orgaan van vertegenwoordigers van bedrijfsleven, overheden en kennisinstellingen. Samenwerking met omliggende regio’s en de andere partners vindt zowel plaats bij de strategische trajecten als bij de uitvoering van concrete activiteiten.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door burgemeester B. Wijbenga- van Nieuwenhuizen. Wethouder Verkeer en Vervoer B.T. Bikkers, maakt deel uit van de Vervoersautoriteit. Wethouder Economische Zaken B.T. Bikkers maakt deel uit van de Bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat. In de Adviescommissie Vervoersautoriteit hebben zitting de raadsleden L.W.M. Claessen en S. Akca. In de Adviescommissie Economisch Vestigingsklimaat hebben zitting de raadsleden G. Pappers en A. Kloosterman. Als lid van de Rekeningcommissie MRDH heeft zitting het raadslid L.W.M. Claessen.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2023: € 209.128 (2022 € 204.772). Het programma Vervoersautoriteit wordt geheel financieel gedekt uit de BDU-gelden.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2022 Per 31-12-2022
Eigen vermogen 32.508 33.844
Vreemdvermogen 1.435.141 1.550.055
Resultaat 1.460 455
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond
Vestigingsplaats Rotterdam
Relatie met programma Veiligheid en Handhaving
Openbaar belang en visie Op grond van de Wet op de Veiligheidsregio’s heeft de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond de volgende taken: a. Het inventariseren van risico’s van branden, rampen en crises; b. Het adviseren van het bevoegd gezag over risico’s van branden, rampen en crises in de bij of krachtens de wet aangewezen gevallen evenals in de gevallen die in het beleidsplan zijn bepaald; c. Het adviseren van het college van burgemeester en wethouders over de taal, bedoeld in artikel 3, eerste lid; d. het voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing; e. Het instellen en in stand houden van een brandweer; f. Het instellen en in stand houden van een GHOR; g. Het voorzien in de meldkamerfunctie; h. Het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel; i. Het inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de diensten van de veiligheidsregio en tussen deze diensten en de andere diensten en organisaties die betrokken zijn bij de onder d, e, f, en g genoemde taken.
Betrokken partijen De volgende gemeenten maken deel uit van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond: Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door burgemeester B. Wijbenga- van Nieuwenhuizen. Wethouder B. T. Bikkers is plaatsvervangend lid.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2024 € 6.531.734 (2023: € 6.400.694).
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2022 Per 31-12-2022
Eigen vermogen 5.085 6.157
Vreemdvermogen 96.225 101.036
Resultaat -196 976
Risico’s Voor 2023 en 2024 wordt, als gevolg van de verwachte stijging van de lasten door inflatie en gestegen loonkosten, een tekort in de exploitatie van VRR voorzien. Er zijn nog geen afspraken gemaakt over mogelijkheden om de tekorten te reduceren, maar de verwachting is dat deze door middel van een nacalculatorische bijdrage vanuit de gemeenten zal moeten worden gecompenseerd.
DCMR Milieudienst Rijnmond
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Groen en Milieu
Openbaar belang en visie Het bevorderen van een duurzame ontwikkeling van de stad. Via de vergunningverlening Wet Milieubeheer, de afhandeling van meldingen in het kader van het Activiteitenbesluit, het uitvoeren van toezicht en handhaving en de advisering aan gemeenten op het gebied van de verschillende milieuthema’s en ruimtelijke ontwikkelingen, draagt de DCMR er mede zorg voor dat de milieubeleidsdoelen in de gemeente Vlaardingen worden behaald.
Betrokken partijen De provincie Zuid Holland en de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard (voormalig Spijkenisse en Bernisse), Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door wethouder B.T. Bikkers. Wethouder I.M. Somers-Gardenier is plaatsvervangend lid.
Financieel belang Voor de uitvoering van de werkzaamheden van de DCMR voor Vlaardingen wordt jaarlijks een werkplan gemaakt. De kosten bedragen in 2024 € 2.150.464 (2023 € 1.869.719) .
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2022 Per 31-12-2022
Eigen vermogen 4.866 4.403
Vreemdvermogen 12.724 10.068
Resultaat -954 584
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
GGD Rotterdam- Rijnmond
Vestigingsplaats Rotterdam
Relatie met programma Sociaal Domein
Openbaar belang en visie Het op een proactieve wijze beschermen, bewaken en bevorderen van de gezondheid van inwoners in het bedieningsgebied van de GR GGD-RR. Gezondheid wordt gedefinieerd als een toestand van compleet fysiek, mentaal en sociaal welbevinden en is niet alleen van toepassing op de afwezigheid van ziekte of een handicap. De GR GGD Rotterdam-Rijnmond is primair verantwoordelijk voor de uitvoering van de wettelijk basistaken volgens de Wet Publieke Gezondheid. Operationeel uitvoerder is de GGD Rotterdam-Rijnmond (onderdeel van het concern Rotterdam).
Betrokken partijen De GR GGD Rotterdam-Rijnmond is een samenwerkingsverband van 15 gemeenten in de stadsregio Rotterdam en een deel van de Zuid-Hollandse eilanden. De GR GGD Rotterdam-Rijnmond is congruent met de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Bestuur vertegenwoordigd door wethouder J.J. Silos – Knaap. Wethouder A. Proos is plaatsvervangend lid.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2024 € 841.668 (2023: € 631.917).
Financiële positie De GGD-RR heeft geen eigen of vreemd vermogen. De gemeenschappelijke regeling van de GGD-RR heeft geen balans en andere financiële staten om in de begroting (en jaarverslag) op te nemen aangezien de GGD-RR onderdeel uitmaakt van de gemeente Rotterdam.
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
ROG Plus NWN
Vestigingsplaats Maassluis
Relatie met programma Sociaal Domein
Openbaar belang en visie Het bieden van maatwerkvoorzieningen ter bevordering, behoud of compensatie van zelfredzaamheid en ter ondersteuning van participatie aan ingezetenen van de gemeente die daartoe op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit hun sociale netwerk niet of onvoldoende in staat zijn. De maatwerkvoorzieningen richten zich ook op de ondersteuning van mantelzorgers. Artikel 2.3.5, lid 3 van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 legt het college daarbij de plicht op om, na onderzoek, een maatwerkvoorziening te bieden die een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid en participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven.
Betrokken partijen De gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Bestuur vertegenwoordigd door wethouder J.J. Silos – Knaap en wethouder B. Bikkers.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2024 €30.166.900 (2023: € 33.936.300).
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2022 Per 31-12-2022
Eigen vermogen 0 0
Vreemdvermogen 15.343 11.818
Resultaat 0 0
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond
Vestigingsplaats Rotterdam
Relatie met programma Sociaal Domein
Openbaar belang en visie Het uitvoeren van de bovenlokale taken door middel van: a. Het contracteren en/of subsidiëren van aanbieders van jeugdhulp en uitvoerders jeugdreclassering en jeugdbeschermingsmaatregelen in het kader van de Jeugdwet; b. Het organiseren van een advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling; c. Het bevorderen van gezamenlijk overleg van de gemeenten voor de uitvoering van de jeugdhulptaken, die in de Jeugdwet aan de gemeenten zijn opgedragen. Deze taken zijn bovenlokaal, dat wil zeggen aanvullend en in aansluiting op het lokale aanbod.
Betrokken partijen De gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Nissewaard, Vlaardingen en Westvoorne.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Bestuur vertegenwoordigd door wethouder J.J. Silos – Knaap.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2024: € 5.980.212 (2023: € 5.362.449).
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2022 Per 31-12-2022
Eigen vermogen 0 0
Vreemdvermogen 55.087 68.373
Resultaat 0 0
Risico’s De financiële ontwikkeling als gevolg van de resultaatgerichte financiering blijft een aandachtspunt.
Stroomopwaarts MVS
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Sociaal Domein
Openbaar belang en visie De gemeenschappelijke regeling is ingesteld ter behartiging van het belang van een kwalitatief hoogwaardige en doelmatige uitvoering van de taken en bevoegdheden van de deelnemers op het gebied van het sociaal domein. Meer in bijzonder de uitvoering van de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening (werkloze werknemers en gewezen zelfstandigen), de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (art. 1.13). Vanaf 1 januari 2022 voert Stroomopwaarts eveneens de Nieuwe Wet Inburgering uit.
Betrokken partijen De gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Bestuur vertegenwoordigd door wethouders A. Proos en B.T. Bikkers.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2024: € 36.133.000 (2023 € 35.762.000) € 2.718.000 Minimabeleid (2023 € 2.718.000) € 24.000.000 Algemene dienstverlening (2023 € 23.861.000). € 435.000 Inburgering (2023 € 506.000).
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2022 Per 31-12-2022
Eigen vermogen 2.659 5.652
Vreemdvermogen 9.986 15.770
Resultaat 4.571 1.831
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
Regionale Belasting Groep
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Financiën
Openbaar belang en visie Het heffen en invorderen van de gemeentelijke belastingen en heffingen en het uitvoeren van de werkzaamheden in het kader van de Wet Waardering onroerende zaken.
Betrokken partijen Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard, Hoogheemraadschap Delfland, gemeente Delft, gemeente Schiedam, gemeente Vlaardingen.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door wethouder B.T. Bikkers.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2023 € 1.457.000 (2022: € 1.409.000).
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2022 Per 31-12-2022
Eigen vermogen 2.909 5.228
Vreemdvermogen 544 366
Resultaat 553 2.439
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.

Vennootschappen en coöperaties

Intergemeentelijke Reiniging-, Afvalinzameling- en Dienstverlening Organisatie (IRADO)
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Groen en Miilieu
Openbaar belang en visie Het in opdracht van de gemeente Vlaardingen uitvoeren van het inzamelen en afvoeren van huishoudelijk afval en op basis hiervan adviseren en rapporteren.
Betrokken partijen Gemeenten Vlaardingen, Schiedam en Capelle a/d IJssel zijn ieder voor 1/3 aandeelhouder.
Bestuurlijk belang De Raad van Commissarissen bestaat uit externe commissarissen: de heer B.K.A van Rijsbergen (voorzitter), mw. M.M.C. Lansbergen-Kerklaan (plv vooorzitter) en de heer H.G.M. Mogezomp. Wethouder A.F. de Leede bekleedt namens de gemeente Vlaardingen de rol van opdrachtgever. Wethouder B. T. Bikkers bekleedt namens de gemeente Vlaardingen de rol van aandeelhouder.
Financieel belang De deelneming staat € 366.667,- op de balans van de gemeente Vlaardingen.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2022 Per 31-12-2022
Eigen vermogen 18.289 19.079
Vreemdvermogen 20.498 21.387
Resultaat 1.279 1.239
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
Waterbedrijf Evides
Vestigingsplaats Rotterdam
Relatie met programma Groen en Miilieu
Openbaar belang en visie Met de deelneming wordt beoogd invloed uit te oefenen op het beleid van watervoorziening en tariefstelling. Door een aantal fusies is de invloed van de gemeente de afgelopen jaren sterk afgenomen. De gemeente heeft op dit moment nog 1,8% van het totale aandelenpakket in bezit.
Betrokken partijen De aandelen van Waterbedrijf Evides zijn voor 50% in handen van de vroegere aandeelhouders van Delta Waterbedrijf en voor de andere 50% in handen van de vroegere aandeelhouders van Waterbedrijf Europoort. De laatste groep bestaat uit 24 gemeenten uit deze regio, waaronder de gemeente Vlaardingen.
Bestuurlijk belang De gemeente heeft stemrecht in de algemene vergadering van aandeelhouders. De gemeente Vlaardingen wordt hierin vertegenwoordigd door wethouder B. T. Bikkers.
Financieel belang De deelneming staat voor € 245.041,- op de balans van de gemeente Vlaardingen.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2022 Per 31-12-2022
Eigen vermogen 558.200 583.100
Vreemdvermogen 754.500 798.800
Resultaat 46.700 46.100
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
Werkbedrijf Vlaardingen
Vestigingsplaats Vlaardingen
Relatie met programma Sociaal Domein
Openbaar belang en visie Het in opdracht van de Gemeente Vlaardingen uitoefenen van (delen) van de Wet Sociale Werkvoorziening en de Wet Werk en Bijstand. Het uitoefenen van het formeel werkgeverschap voortvloeiende uit het voorgaande. De BV wordt vereffend.
Betrokken partijen Gemeente Vlaardingen
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen houdt 100% van de aandelen. De gemeente Vlaardingen wordt in de aandeelhoudersvergadering vertegenwoordigd door wethouder B.T. Bikkers. De gemeentecontroller fungeert als statutair bestuurder ten behoeve van de vereffening van de BV.
Financieel belang Er zijn aandelen (gewaardeerd op € 18.000) in bezit bij de gemeente Vlaardingen. Deze verbonden partij is in liquidatie.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2022 Per 31-12-2022
Eigen vermogen N.n.b. N.n.b.
Vreemdvermogen N.n.b. N.n.b.
Resultaat N.n.b. N.n.b.
Risico’s Geen
Bank Nederlandse Gemeenten
Vestigingsplaats Den Haag
Relatie met programma Financiën
Openbaar belang en visie De Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) stelt zich ten doel gemeenten en andere decentrale overheden te ondersteunen bij hun maatschappelijke activiteiten middels het aanbieden van tal van bancaire diensten. Onze gemeente levert door haar deelneming een bijdrage hieraan.
Betrokken partijen De aandelen van de Bank Nederlandse Gemeenten zijn voor 50% in handen van het Rijk en voor de resterende 50% in handen van gemeenten. Onze gemeente heeft een belang van 0,36% in de bank.
Bestuurlijk belang De gemeente heeft stemrecht in de algemene vergadering van aandeelhouders. De gemeente Vlaardingen wordt hierin vertegenwoordigd door wethouder B. T. Bikkers.
Financieel belang De deelneming staat voor € 33.807 op de balans van de gemeente Vlaardingen.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2022 Per 31-12-2022
Eigen vermogen 5.062 4.615
Vreemdvermogen 143.995 107.459
Resultaat 236 300
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
Stadsherstel Maassteden
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Financiën
Openbaar belang en visie Opknappen en behouden van gebouwd erfgoed in Vlaardingen, Maassluis en Schiedam.
Betrokken partijen Het Fonds Schiedam Vlaardingen e.o., de gemeenten Schiedam, Vlaardingen en Maassluis zijn sinds januari 2018 aandeelhouders.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt hierin vertegenwoordigd door wethouder B. T. Bikkers.
Financieel belang De deelneming staat voor € 100.000 op de balans van de gemeente Vlaardingen.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2022 Per 31-12-2022
Eigen vermogen 1.421 2.201
Vreemdvermogen 1.230 1.263
Resultaat -112 -273
Risico’s Geen
Coöperatief beheer groengebieden Midden-Delfland
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Sport en recreatie
Openbaar belang en visie De coöperatie stelt zich ten doel de leden te faciliteren in de doelmatige en rechtmatige uitvoering van beheer- en onderhoudstaken ter zake van groengebieden in Midden-Delfland en al hetgeen met het vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.
Betrokken partijen De gemeenten Delft , Midden-Delfland, Maassluis, Schiedam, Vlaardingen en Westland.
Bestuurlijk belang Wethouder A.F. de Leede is door het college van B&W benoemd als lid van de algemene deelnemersvergadering.
Financieel belang De bijdrage van de gemeente Vlaardingen aan het CBG bedraagt in 2024 € 621.516 (2023 € 573.354).
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2022 Per 31-12-2022
Eigen vermogen 4.726 4.648
Vreemdvermogen 3.235 2.483
Resultaat 175 18
Risico’s Geen

Wet open Overheid

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

Aanleiding
Per 1 mei 2022 is de nieuwe Wet open overheid (Woo) in werking getreden, die de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) vervangt. Het grote verschil tussen de Woo en de Wob betreft de actieve openbaarmaking van documenten behorende tot 11 informatiecategorieën via het Platform Open Overheidsinformatie (PLOOI). Deze verplichting zal de komende jaren stapsgewijs worden ingevoerd. De verwachting is dat we als gemeente in 2023 kunnen aansluiten op PLOOI, voor het publiceren van één of meer van de eerste informatiecategorieën. De verwachting is dat de volledige implementatie van de Woo een inspanning van meerdere jaren vereist.

Acties 2024

In 2024 zullen we de verbetering van de informatiehuishouding en implementatie van het zaaksysteem voortzetten. Daarbij worden de werkprocessen verder geoptimaliseerd en zodanig ingericht dat bij de creatie van informatie er rekening gehouden wordt met een eventuele openbaarmaking op later moment. 

Recentelijk (juni 2023) is er een brief ontvangen van de ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) en koninklijkrelaties met een aantal cruciale aanpassingen van de wet. In de brief staat het volgende vermeld:

•    De 11 informatiecategorieën zijn uitgebreid naar 17 informatiecategorieën.
•    De wijze en volgorde van implementatie is aangepast.
•    De categorieën zijn in 4 tranches verdeeld waarbij door de raad besloten is voor tranche 2 (ambitieniveau).
•    De manier van ontsluiting is aangepast.

Nadat de informatiecategorieën nader uitgewerkt en geconcretiseerd zijn, zullen we verder gaan met de implementatie van de informatiecategorieën volgens de richtlijnen van BZK.

Stadsprogramma's

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

Uitnodigende omgeving om te wonen werken en te ontspannen
Met de stadsprogramma’s werken wij aan een uitnodigende leefomgeving voor onze inwoners. Een omgeving waar zij zich kunnen ontwikkelen en verblijven. Wij richten ons daarbij niet alleen op de fysieke omgeving maar we zorgen er ook voor dat er voldoende hulp is voor mensen die dat nodig hebben. 

Wij zijn op weg naar een binnenstad waar groen en leefbaarheid bovenaan staan. Een plek waar het leuk en gezellig is. Ook de ontwikkelingen in de Rivierzone gaan door. Het verbinden van onze stad met het water krijgt hier, onder andere, vorm door de geplande woningbouwopgave. Onze stad maakt stappen naar een klimaatneutraal Vlaardingen. Verduurzaming en energiebesparing zijn belangrijke uitgangspunten om hieraan een bijdrage te leveren. Een uitnodigende stad heeft groen; dat groen levert een waardevolle bijdrage aan het ontmoeten, spelen, sporten en bewegen.  Het inrichten van groen, maar ook het samen met inwoners en ondernemers kijken naar groen-initiatieven, draagt daaraan bij voor de korte en voor langere termijn. We zorgen goed voor het groen wat we al hebben en we gaan extra groene plekken toevoegen. Om ons thuis te voelen en prettig te kunnen wonen, werken en ontspannen moet onze openbare ruimte schoon zijn. Het inzetten op plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en waar alle kinderen kunnen spelen. Onze inwoners moeten veilig kunnen wonen, werken en recreëren. Wij richten op ons op de aanpak van ondermijning en woonoverlast. We zoeken daarbij actief de verbinding met de zorg voor de aanpak van jeugdcriminaliteit. 

Preventie
We geloven erin dat de beste manier om problemen aan te pakken is om ze te voorkomen. Zonder huis, baan, opleiding, voldoende mogelijkheden om te bewegen en een stabiel thuisfront is het moeilijk om jezelf te ontwikkelen. Wij hebben geen invloed op de keuzes die onze inwoners maken maar zetten wel in op een omgeving die uitnodigt tot keuzes die bijdragen aan een stabiel leven. Nadrukkelijk zetten wij in op preventie. Preventie op armoede, het werken aan gezondheid en het stimuleren van sport en bewegen. Het inzetten op een uitnodigende buitenruimte met groen en het inzetten op gelijke kansen staat ook centraal in de Westwijk. We focussen bij die gerichte aanpak op het kind en de ouders, zodat zij kunnen opgroeien en leven in een omgeving die schoon, heel en veilig is en waar kinderen en ouders een gelijke kans hebben om zich te ontwikkelen en een gelijke kans krijgen op bestendig werk. 

Zorgzaam Vlaardingen

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

'Een hoopvolle toekomst in een stad waar wordt omgezien naar jou'

Iedereen die hulp nodig heeft, moet die tijdig kunnen krijgen. We willen er zijn als iemand hulp nodig heeft, zorgen voor kwalitatief goede zorg, meer ruimte voor maatwerk geven en de menselijke maat het uitgangspunt laten zijn. Dit is ook de basisgedachte achter de door ons ingezette transformatie van het sociaal domein. 

We geloven erin dat de beste manier om problemen aan te pakken is om ze te voorkomen. Preventief handelen kan op allerlei gebieden. Armoede kan leiden tot veel zorgen en is daarom een speerpunt in de aanpak. Zonder huis, baan, opleiding, voldoende mogelijkheden om te bewegen en een stabiel thuisfront is het moeilijk om jezelf te ontwikkelen. Daarom werken we in onze preventieve aanpak aan deze basisvoorwaarden. 

  1. Een goede baan helpt om je financiën op orde te houden. Daar zetten wij stevig op in. Via het Schuldenlab werken we in de regio aan het voorkomen van (grotere) financiële problemen, onder andere door middel van de doorbraakmethode. Om het bestaande armoedebeleid een impuls te geven, onderzoeken we de mogelijkheden van het Jongerenperspectieffonds.
  2. Op jonge leeftijd moet je vaak nog leren omgaan met financiën. Om hen te helpen die dat nog niet goed onder de knie hebben, maken we een aanpak voor vroegsignalering van financiële problemen onder jongeren. Wij zoeken hen op school, maar zeker ook bij de vrijetijdsbesteding zoals bij sportverenigingen op.
  3. We werken via de prestatieafspraken samen met de woningcorporaties om armoede, schulden en laaggeletterdheid aan te pakken.
  4. We hebben specifiek aandacht voor dak- en thuislozen en zetten alles op alles om dak- en thuisloosheid bij jongeren te voorkomen. We onderzoeken daarvoor de mogelijkheden van housing first.
  5. We maken met onze partners in de stad een preventieakkoord en voeren die samen met het sportakkoord voortvarend uit. De JOGG-aanpak wordt hier onderdeel van. We starten een pilot gebaseerd op het IJslands preventiemodel.
  6. Iedere Vlaardinger moet zich kunnen uitleven via sport- of andere bewegingsmogelijkheden, ongeacht inkomen, leeftijd of een beperking. We zetten daarop in door het aantal buurtsportcoaches bij VIB uit te breiden en bewegen in de buitenruimte te stimuleren.
  7. Niemand zit te wachten op een vechtscheiding. De gevolgen daarvan hebben invloed op alle betrokkenen. We zien dat er daardoor meer wordt gevraagd van de jeugdzorg en WMO. Wij proberen daarom, samen met professionals uit het veld, om tijdig hulp te bieden en zo een scheiding zonder schade mogelijk te maken. Zo voorkomen we leed en kosten.
  8. In de strijd tegen laaggeletterdheid zoeken we nieuwe partners voor het Bondgenootschap Basisvaardigheden. We breiden de aanpak uit, vooral in de aandachtsgebieden.
  9. We blijven ons inzetten om het wijknetwerk te versterken. In het wijknetwerk krijgt de samenwerking tussen formele, informele zorg en ondersteuning, en andere partijen nog beter gestalte. Hierdoor kunnen partijen problemen eerder signaleren en eerste ondersteuning bieden bij lichte problematiek. Bovendien draagt het wijknetwerk bij aan meer sociale cohesie.
  10. We blijven werken aan de transformatie van het sociaal domein zoals geschetst in ‘De inwoner voorop’. We kijken naar effectief bewezen en goed onderbouwde aanpakken en maken een slag naar meer datagestuurd werken. 

Voor Zorgzaam Vlaardingen hebben we drie focuspunten benoemd:

  1. Armoede
  2. Gezondheid
  3. Sport en Bewegen

Daarnaast zetten we een aantal acties in die overkoepelend zijn aan deze focuspunten. Tot slot hangt dit Stadsprogramma ook samen met de door ons ingezette transformatie van het sociaal domein. De acties die daarbij horen vallen echter onder ambitie 18 binnen het Programma Sociaal Domein.

Ambities

Terug naar navigatie - Ambities

Overkoepelend

Terug naar navigatie - Overkoepelend

Sommige acties binnen Zorgzaam Vlaardingen richten zich op meerdere focuspunten of op het bredere sociaal domein. Deze staan hieronder beschreven.

Acties

Armoede

Terug naar navigatie - Armoede

Inwoners begeleiden naar (beter) betaald werk, zodat er minder mensen onnodig langs de kant staan. Voorkomen van (grote) financiële problemen en ervoor zorgen dat mensen met schulden hun leven zo snel mogelijk weer zonder onnodige onzekerheden en druk kunnen oppakken Aandacht hebben voor de relatie tussen armoede en schulden en het hebben van te weinig basisvaardigheden. Daarop gaan we inzetten om armoede en schulden duurzaam aan te pakken.

Acties

Gezondheid

Terug naar navigatie - Gezondheid

Een goede gezondheid is een van de ingrediënten van een gelukkig leven. De gemeente Vlaardingen wil daarom investeren in een betere gezondheid van haar inwoners. Met een lokale gezondheidsnota, die in het eerste kwartaal van 2024 ter vaststelling voorligt aan de raad, wordt aanzet gegeven tot nieuw op te stellen beleid en krijgen bestaande en succesvolle initiatieven een plek. De nota is gericht op de toekomst, geeft weer waar de gemeente voor staat en drukt uit wat Vlaardingen wil bereiken. Kernwaarden zijn: preventie, positieve gezondheid, werken aan achterliggende problematiek en domeinoverstijgend denken en samenwerken. 

Acties

Sport en Bewegen

Terug naar navigatie - Sport en Bewegen

Iedere Vlaardinger moet kunnen sporten of bewegen. Met name de kwetsbare groep gaan we in beweging brengen. Hiermee zetten we sport als preventief middel in om gezondheidsgerelateerde en sociale problematiek te voorkomen. Meer Vlaardingers halen de beweegnorm. Sport draagt bij aan minder verzuim en schooluitval, bestrijding van eenzaamheid en vroegsignalering van psychische, financiële en sociale problematiek. Meer Vlaardingers hebben een beweegvriendelijke leefomgeving.

Acties

Financiële middelen

Terug naar navigatie - Financiële middelen

Voor dit stadsprogramma hebben wij in onderstaande tabel opgenomen welke bedragen de komende jaren beschikbaar zijn en binnen welk onderdeel van de programmabegroting wij deze middelen hebben begroot.

Bedragen x € 1.000) 2024 2025 2026 2027 Programma
Zorgzaam Vlaardingen 600 600 600 Sociaal Domein
Voorkomen en bestrijden van armoede en schulden; Kansfonds en Jongerenperspectieffonds, incidenteel 300 Sociaal Domein
Totaal 900 600 600 0

Nieuwe Rivierzone

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

Een stoere nieuwe stadswijk aan de Maas. Dat wordt de Rivierzone. Hier wonen, werken en studeren Vlaardingers straks tussen het historisch centrum, de pakhuizen en de Nieuwe Maas. Een weidse industriële omgeving waar je vanuit je raam, of vanuit het nog te ontwikkelen Maaspark, spectaculair zicht hebt op voorbijvarende schepen. Wonen, werken, studeren; deze begrippen staan straks centraal in deze buurt. Werken kan bij de kantoren, studio’s, ateliers, horeca en werkplaatsen. Alles in een stoer en ruw jasje. Een wijk waar volop bedrijvigheid is. Wonen gebeurt in de 2500 tot 3000 huizen die we samen met ontwikkelaars de komende jaren toevoegen aan dit gebied. De Rivierzone wordt een wijk waar Vlaardingers een fijn en betaalbaar dak boven het hoofd kunnen vinden. En studeren? Dat gebeurt straks  op een heuse campus op District-U Een plek waar studenten van nu klaargestoomd worden voor de toekomst.

Voor de Rivierzone hebben we 5 ambities benoemd. Om deze ambities voor de nieuwe Rivierzone te realiseren hebben we de per ambities voor de komende jaren actiepunten benoemd:

  1. Realiseren woningbouw
    Om de Vlaardingse woningmarkt in balans te brengen, bouwen we ook in de Rivierzone huizen voor starters en senioren. Zo ontstaat doorstroom op de woningmarkt.
    De Rivierzone wordt een nieuwe groene long voor Vlaardingen. Dat doen we onder andere door oog te hebben voor natuurinclusief bouwen van nieuwe huizen.
  2. Verbeteren openbare ruimte
    We verhogen en versterken de kades. Daarmee zorgen we voor  droge voeten voor de inwoners, ondernemers én beschermen we ons cultureel erfgoed. De omliggende openbare gebieden worden getransformeerd naar prettige verblijfsgebieden.
    De Rivierzone wordt een nieuwe groene long voor Vlaardingen. Dat doen we onder andere door het vergroenen van de openbare ruimte en het realiseren van het Maaspark.
    We zetten in op een toegankelijke openbare ruimte waarin de behoeften van alle Vlaardingers zijn meegenomen. Alle Vlaardingers kunnen hierin hun weg vinden; ook de ouder wordende Vlaardinger en de Vlaardingers die slecht ter been zijn. Dat doen we door vergevingsgezinde infrastructuur en een dementievriendelijke buitenruimte te creëren.
    We gaan op zoek naar een nieuwe plek voor de activiteiten op het stadsstrand.
  3. Zorgen voor voorzieningen: scholen, zorg, passende detailhandel 
    Om van Vlaardingen een echte mbo-stad te maken, ontwikkelen we in de Rivierzone een mbo-campus. Het nieuwe gebouw voor vmbo en mbo in District-U geeft een impuls aan deze ontwikkeling. Ook creëren we ruimte voor de uitbreiding van zorg in onze stad.
  4. Ruimte bieden voor werk: kantoren, horeca
    We zorgen voor mogelijkheden om kantoren, studio’s, ateliers, horeca en werkplaatsen te realiseren in de plinten en/of in het overgangsgebied naar de omliggende bedrijfsterreinen Hierbij richten we ons primair op ‘schone bedrijvigheid’ met veel werkgelegenheid. We gaan actief op zoek naar bedrijven die zich willen vestigen in de Rivierzone door te laten zien hoe goed het vestigingsklimaat is in onze stad. Hierbij richten we ons primair op ‘schone bedrijvigheid’ met veel werkgelegenheid. Op prominente plekken in de Rivierzone creëren we mogelijkheden voor passende horecavoorzieningen.  Als op het Eiland van Speijk woningbouw wordt ontwikkeld, zoeken wij een nieuwe plek voor het stadsstrand.
  5.  Meerwaarde hoogwaardig OV
    We maken het mogelijk om van diverse vormen van mobiliteit gebruik te maken. Hierbij speelt de metroverbinding naar Rotterdam en het strand een belangrijke rol. 
    Vanaf het metrostation wordt het centrum en de waterkant met elkaar verbonden. We zorgen ervoor dat deze verbinding tussen het centrum en de Rivierzone goed en aantrekkelijk is.

Concreet betekent dit voor 2024,  per focuspunt, onder andere de volgende  acties:

Ambities

Terug naar navigatie - Ambities

Realiseren woningbouw

Terug naar navigatie - Realiseren woningbouw

Acties

Verbeteren openbare ruimte

Terug naar navigatie - Verbeteren openbare ruimte

Acties

Financiële middelen

Terug naar navigatie - Financiële middelen

Voor dit stadsprogramma hebben wij in onderstaande tabel opgenomen welke bedragen de komende jaren beschikbaar zijn en binnen welk onderdeel van de programmabegroting wij deze middelen hebben begroot. Naast de gemeentelijke middelen hebben we van het rijk een specifieke uitkering toegekend gekregen in het kader van de Regeling Woningbouwimpuls (WBI) ad 5.900. Deze middelen zijn nog niet verdeeld over de verschillende deelprojecten van de Riviezone en daarom nog niet verwerkt in deze begroting.  Dit wordt in de komende periode verdeeld over de deelprojecten.

Bedragen x € 1.000) 2024 2025 2026 2027 Programma
Nieuwe Rivierzone, incidenteel 4.100 4.600 0 Wonen
Totaal 4.100 4.600 0 0

Nieuwe Binnenstad

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

Met de extra vrijgekomen middelen vanaf 2022 kan het algehele ambitieniveau voor de binnenstad verhoogd worden ten opzichte van de conceptbegroting. Voor 2024 zijn er in de VJN van 2023 nog additionele middelen vrijgemaakt om de buitenruimte van de binnenstad op te waarderen. Met het aangenomen amendement Gave Binnenstad wil de raad een extra impuls geven aan de binnenstad van 500.000 euro. De kaders die de indieners hiervoor meegaven omvatten: 
- Een impuls in de kwaliteit voor de buitenruimte; 
- Een impuls voor de gebiedsontwikkeling waarbij er een trekpleister voor de regio wordt uitgewerkt;
- Een impuls voor het opknappen van gevels door groen en (straat)kunst. 

De extra middelen scheppen meer ruimte om met private partijen te komen tot een gebiedsontwikkeling die passend is binnen de gebiedsvisie waaraan gewerkt wordt voor de lange termijn. In dit laatste wordt specifiek voorzien door incidenteel budget toe te kennen aan de binnenstad voor 2024 en 2025 om grotere ingrepen mogelijk te maken. Deze ingrepen zullen gaan landen in een gebiedsontwikkeling die toeziet op een herontwikkeling van het modernere deel van de binnenstad met een radicale transformatie van het Liesveldviaduct als centraal focuspunt. Daarnaast koersen we met de vaststelling in 2020 van het Programma Levendige Binnenstad 2030 op de krimpopgave van het winkelbestand, versterking van de horeca- en leisurefunctie, realisering van zo veel mogelijk extra hoogwaardige woningen, vergroening en verduurzaming.  Hierbij kan ook beter de verbinding worden gezocht met de andere stadsprogramma’s en aanverwante onderwerpen zoals de ambities op het woonprogramma, de ontwikkelingen in de Rivierzone, evenementen en vrijetijdseconomie. 

Ambities

Terug naar navigatie - Ambities

Compacte Binnenstad

Terug naar navigatie - Compacte Binnenstad

De belangrijkste strategie om de binnenstad compact en levendig te krijgen is ons te richten op krimp  van het aantal vierkante meters detailhandel én de juiste functie op de juiste plek krijgen. Het is noodzakelijk het winkelgebied in de binnenstad te verkleinen en te concentreren om de leegstand terug te brengen en een gezonde binnenstad te realiseren. Investeringen van gemeente en markt richten zich in eerste instantie op versterking van het kernwinkelgebied. Voor de programmalijn Compacte Binnenstad binnen Programma Levendige Binnenstad betekent dit dat we in 2024 de volgende acties gaan toevoegen: 

Acties

Bruisende Binnenstad

Terug naar navigatie - Bruisende Binnenstad

Het creëren van een bruisende binnenstad is een belangrijke ambitie van Programma Levendige Binnenstad. Om die ambitie te realiseren zijn er verschillende elementen waarmee we aan de slag (kunnen) gaan. Deze elementen dragen bij aan het verhogen van de beleving en verblijfskwaliteit in de binnenstad. Voor de programmalijn Bruisende Binnenstad binnen Programma Levendige Binnenstad betekent dit dat we in 2024 de volgende acties gaan toevoegen: 

Acties

Bereikbare Binnenstad

Terug naar navigatie - Bereikbare Binnenstad

Prettig kunnen parkeren en een goede bereikbaarheid zijn belangrijke factoren bij het bezoeken van de binnenstad. Dat gaat over tarieven, uitstraling en ergens makkelijk kunnen komen. Voor de programmalijn Bereikbare Binnenstad binnen Programma Levendige Binnenstad betekent dit dat we in 2024 de volgende acties gaan toevoegen: 

Acties

Schone, Hele & Veilige Binnenstad

Terug naar navigatie - Schone, Hele & Veilige Binnenstad

Een andere belangrijke pijler is een schone, hele en veilige binnenstad. De binnenstad moet een visitekaartje zijn. Dit past in het beeld van het Koopstromenonderzoek waarin staat dat consumenten de sfeer, de beleving, de veiligheid en netheid in een centrum zeer belangrijk vinden in de totale beoordeling van een centrum. Het is belangrijk dat de binnenstad een hoge verblijfskwaliteit heeft. De buitenruimte moet aantrekkelijk ingericht zijn, een geheel vormen en passen bij de functies van het gebied. Voor de programmalijn Schone, Hele & Veilige Binnenstad binnen Programma Levendige Binnenstad betekent dit dat we in 2024 de volgende acties gaan toevoegen: 

Acties

Toekomstbestendige en gezonde Binnenstad

Terug naar navigatie - Toekomstbestendige en gezonde Binnenstad

In lijn met het Coalitieakkoord 2022 – 2026 Groei en Bloei voor Vlaardingen, Stadsprogramma Nieuwe Binnenstad, kijken wij naar grotere (her)ontwikkelingen met vastgoedontwikkelaars en ondernemers om de binnenstad voor de langere termijn toekomstbestendig en gezonder te maken. Wij stellen hiervoor een gebiedsvisie vast die kaders en mogelijkheden moet bieden voor een herontwikkeling van het centrumgebied in samenwerking met marktpartijen. De transformatie van het Liesveldviaduct vormt hierbij een focuspunt. Voor 2024 betekent dit dat we de volgende acties gaan toevoegen:

Acties

Het activeren, meekrijgen en stimuleren van samenwerking met en tussen stakeholders in de binnenstad

Terug naar navigatie - Het activeren, meekrijgen en stimuleren van samenwerking met en tussen stakeholders in de binnenstad

Wij zetten onverminderd in op het activeren, meekrijgen en stimuleren van samenwerking met en tussen stakeholders in de binnenstad, zoals vastgoedeigenaren en ondernemers. Voor 2024 betekent dit dat we de volgende acties gaan toevoegen:

Acties

Gave Binnenstad

Terug naar navigatie - Gave Binnenstad

Wij zetten in op een binnenstad waar de basis weer op orde is en waar ‘iconische projecten’ de stad sieren met hun opvallende uiterlijk, passend bij het DNA van de binnenstad en toekomstplannen zoals geformuleerd in de Gebiedsvisie. Het amendement Gave Binnenstad maakt dit mogelijk middels de extra impuls van €500.000.  Voor 2024 betekent dit dat we de volgende acties gaan toevoegen:

Acties

Financiële middelen

Terug naar navigatie - Financiële middelen

Voor dit stadsprogramma hebben wij in onderstaande tabel opgenomen welke bedragen de komende jaren beschikbaar zijn en binnen welk onderdeel van de programmabegroting wij deze middelen hebben begroot.

Bedragen x € 1.000) 2024 2025 2026 2027 Programma
Binnenstad, incidenteel 2.500 2.500 0 Onderwijs, Economie en Haven
Totaal 2.500 2.500 0 0

Nieuwe Westwijk

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

'Een wijk die verwondert en inwoners een kans op een mooie toekomst biedt'

De Westwijk moet een wijk worden waarin mensen graag willen wonen, werken, leren en elkaar ontmoeten. Waar jongeren hun energie kwijt kunnen op het voetbalveld, waar bewoners elkaar op straat begroeten en waar winkeliers met een veilig gevoel kunnen ondernemen. Ook een wijk die veerkracht kent; een goede mix van woningen, sociale structuren en onderwijsmogelijkheden om de leefbaarheid in balans te houden. 

Gemeente is onderdeel van de stuurgroep Westwijk. Stuurgroep en programmabureau hebben een eigenstandige positie waarbij het programmabureau de stuurgroep ondersteunt. Burgemeester is onafhankelijk voorzitter en de gemeente neemt inhoudelijk deel in de persoon van wethouder Silos.
Samen met de partners in de stuurgroep houdt de gemeente zich bezig met de volgende doelen:

1: Het Kind
Elk kind (0-27 jaar) heeft recht op toegang tot gelijke kansen over de volle breedte van het leven: in welzijn, gezondheid, onderwijs, veiligheid, talentontwikkeling etc.

2: De Ouders
Gelijke kansen voor kinderen worden ook bepaald door een stabiel thuis. Dat betekent dat gezinnen in
de Westwijk hun basis op orde hebben (kunnen rondkomen, gezondheid, sociaal netwerk en ruimte voor zelfontplooiing.

 3: Werk
In de Westwijk is het ontdekken van je talent, het volgen van een opleiding of het vinden van een
passende baan is net zo goed mogelijk en belangrijk als in de rest van Vlaardingen.

4: Veiligheid
In de Westwijk voelt iedereen zich veilig, thuis, op straat en op school. Jongeren kiezen voor een toekomstperspectief buiten de criminaliteit. 

5: Leefbaarheid
In de Westwijk is de basis op orde: de wijk is schoon en heel. De groene, ruim opgezette wijk biedt
voldoende voorzieningen voor jong en oud die uitnodigen tot ontmoeten. Ook zijn er voldoende
betaalbare en diverse woningen voor de verschillende woonwensen van de bewoners. 


Gemeente is verantwoordelijk om het nationaal programma en programmabureau zo goed mogelijk te faciliteren om deze doelen te behalen. Dat wordt gedaan door:
•    Het zijn van rechtspersoon
•    Vervullen van de werkgeversrol
•    Bijhouden van de financiële administratie 
•    Zorgen voor aanhaking van de verschillende professionals binnen de interne organisatie

Financiële middelen

Terug naar navigatie - Financiële middelen

Voor dit stadsprogramma hebben wij in onderstaande tabel opgenomen welke bedragen de komende jaren beschikbaar zijn en binnen welk onderdeel van de programmabegroting wij deze middelen hebben begroot.

Bedragen x € 1.000) 2024 2025 2026 2027 Programma
Nieuwe Westwijk 550 550 550 Sociaal Domein
Bijdragen partners -100 -100 -100 Sociaal Domein
Totaal 450 450 450 0

Nieuwe Energie

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

'Een stad die minder afhankelijk is van fossiele energiebronnen'

Een stad die in zijn energie en warmte voorziet door middel van duurzame bronnen. Dat is hoe Vlaardingen er in de toekomst uit moet zien. Doordat aardgas als logische bron van warmte gaat verdwijnen, ontkomen we er niet aan om ons voor te bereiden op een andere manier van energie- en warmtevoorziening. 

Alleen samen kunnen we de omslag maken. We zetten daarom in samenspraak met de gemeenteraad, inwoners, organisaties en bedrijven concrete stappen in de energie- en warmtetransitie en energiebesparing. Natuurlijk pakken we daarin zelf onze eigen verantwoordelijk en stimuleren we anderen om dat ook te doen. Degenen voor wie dat een uitdaging is door onvoldoende eigen middelen, gaan we helpen. Niet alleen zetten we zo een stap richting een duurzamere toekomst, maar zo blijft ook de energierekening betaalbaar voor iedereen. 

Wij gaan aan de slag met de volgende focuspunten:
1. Stadsbrede energiebesparing
2. Uitvoeren drie aardgasvrije wijken
3. Gemeentelijk vastgoed verduurzamen
4. Realiseren meer hernieuwbare energie: zon, wind, duurzame warmte.

Ambities

Terug naar navigatie - Ambities

20% energie besparen in 2030 t.o.v. 2014

Terug naar navigatie - 20% energie besparen in 2030 t.o.v. 2014

Acties

Verlagen van de energierekening (voorkomen en verminderen armoede)

Terug naar navigatie - Verlagen van de energierekening (voorkomen en verminderen armoede)

Acties

Drie buurten aardgasvrij in 2032

Terug naar navigatie - Drie buurten aardgasvrij in 2032

Acties

27 Megawatt windenergie in 2025 (vergund)

Terug naar navigatie - 27 Megawatt windenergie in 2025 (vergund)

Acties

Financiële middelen

Terug naar navigatie - Financiële middelen

Voor dit stadsprogramma hebben wij in onderstaande tabel opgenomen welke bedragen de komende jaren beschikbaar zijn en binnen welk onderdeel van de programmabegroting wij deze middelen hebben begroot. Naast de gemeentelijke middelen hebben we van het rijk een specifieke uitkering toegekend gekregen in het kader van de Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE) ad 4.073.  Deze middelen zijn nog niet verdeeld over de verschillende deelprojecten van het stadsprogramma en daarom nog niet verwerkt in deze begroting.  Dit wordt in de komende periode verdeeld over de deelprojecten.

Bedragen x € 1.000) 2024 2025 2026 2027 Programma
Nieuwe Energie 300 300 300 Groen en Milieu
Nieuwe Energie, incidenteel 1.000 1.000 0 Groen en Milieu
Totaal 1.300 1.300 300 0

Veilig Vlaardingen

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

Wij willen dat iedereen in Vlaardingen veilig kan wonen, sporten, uitgaan, werken en ondernemen. Veiligheid is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de politie, de gemeente en de Vlaardingers zelf. Door geweldsdelicten durven sommige inwoners ’s avonds niet meer over straat. Er is ook criminaliteit die voor de meeste mensen niet zichtbaar is. Huiselijk geweld, mensenhandel en online criminaliteit vragen om specifieke aanpak. Daarom gaan we ons inzetten om de veiligheid en het veiligheidsgevoel te verhogen binnen Vlaardingen. Vlaardingen wordt een stad waar iedereen ’s avonds gewoon veilig kan rondlopen. Waar je niet lastiggevallen wordt als je een rondje aan het hardlopen bent en waar minder ondermijnende criminaliteit plaatsvindt. Bovendien moet de onzichtbare criminaliteit tegen worden gegaan. Mensen worden niet geboren als crimineel, maar glijden vaak af door een onveilige omgeving, slechte opvoeding of verkeerde vrienden. Het is daarom belangrijk dat de gemeente bij de aanpak van criminaliteit kiest voor de juiste balans tussen het voorkomen van criminaliteit en het optreden tegen criminaliteit. 

Om een veilig Vlaardingen te realiseren gaan we het volgende doen:

  1. We breiden het aantal handhavers uit en proberen de huidige openstaande vacatures zo snel mogelijk te vervullen.
  2. We hebben, naar Rotterdams voorbeeld, een stadsmarinier in dienst. Deze wordt ingezet op de aanpak van hardnekkige veiligheidsproblematiek.
  3. Er is een belangrijke rol voor het jongerenwerk weggelegd. Zij komen op de plekken waar de jongeren zijn en kunnen met hen in gesprek treden. Met hun ervaringen en kennis hebben ze een doorslaggevende rol in de vroegsignalering. Het contact met de handhavers, politie en wijkteams moet op gang blijven. Wij spelen daar een verbindende rol in.
  4. We versterken de inzet op criminaliteit en ondermijning.
  5. De gemeente neemt de regierol als het gaat om het verbeteren van de samenwerking tussen partners in en rondom Vlaardingen.
  6. We blijven inzetten op maatregelen die zich niet zozeer richten op de potentiële daders, maar op de situaties en gelegenheidsstructuren die de georganiseerde criminaliteit faciliteren en soms zelfs aanmoedigen. Door het verzamelen van informatie en analyseren van gebeurtenissen, signalen en trends op wijk-, buurt- en straatniveau maken we efficiënte en effectieve keuzes om ondermijning tegen te gaan.
  7. De burgemeester plaatst in specifieke gevallen veiligheidscamera’s. Plaatsen die bijvoorbeeld ’s nachts verlaten zijn en onveilig aanvoelen. Ook parkeerplaatsen kunnen voorzien worden van veiligheidscamera’s. 
  8. We blijven inzetten op preventief en aselect fouilleren als dit de veiligheid in een gebied vergroot.
  9. Wij verwachten van onze burgemeester dat hij zich hard maakt voor meer blauw op straat en dat hij dit signaal afgeeft aan de regio.
  10. Digitale veiligheid is één van de grootste uitdagingen voor nu en voor de toekomst. Er zullen interventies plaatsvinden voor verschillende doelgroepen, bijvoorbeeld een cybercongres voor ondernemers, het programma re_B00TCMP voor jongeren en het geven van voorlichting aan ouderen door middel van een interactieve film.
  11. We kijken elk jaar met een scherp oog naar de beveiliging van onze eigen gemeentelijke systemen en nemen waar nodig maatregelen. 

Financiële middelen

Terug naar navigatie - Financiële middelen

Voor dit stadsprogramma hebben wij in onderstaande tabel opgenomen welke bedragen de komende jaren beschikbaar zijn en binnen welk onderdeel van de programmabegroting wij deze middelen hebben begroot.

Bedragen x € 1.000) 2024 2025 2026 2027 Programma
Veilig Vlaardingen 250 250 250 Veiligheid en Handhaving
Aanpak Ondermjning 150 150 150 Veiligheid en Handhaving
Totaal 400 400 400 0

Groen Vlaardingen

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

Een omgeving die iedereen uitnodigt om buiten te zijn, om in te sporten en te spelen, waar je je buren en vrienden ontmoet en waar je de stad kunt doorkruisen via groene verbindingen. Dat is hoe we Vlaardingen graag zien! Vlaardingen is al jaren een stad waar groene gebieden belangrijke onderdelen zijn van de openbare ruimte. De Broekpolder, de Heemtuin, het Marnixpark en het Krabbepark, het Hof en het Oranjepark, Park ‘t Nieuwelant en het Holypark zijn door Vlaardingers in hun hart gesloten. En dat is niet voor niets. Groen in stedelijk gebied is namelijk van groot belang voor de kwaliteit van leven in een stad: het is belangrijk voor het welzijn en de mentale en fysieke gezondheid van mensen. Daarnaast zorgt groen voor koeling van de omgeving op warme dagen en voor het opvangen van hemelwater. Groen is onmisbaar voor mens en dier. We gaan daarom het bestaande groen in Vlaardingen versterken en verbeteren, nieuw groen aanleggen en deze gebieden met elkaar verbinden. 

We dagen bewoners, ondernemers en het onderwijs uit om te participeren, om hun eigen daken, gevels en terreinen te vergroenen en zetten daarvoor onze subsidies in en ondersteunen met advies.

Sinds 2023 hebben we een nieuwe medewerker die zich bezighoudt met biodiversiteit, ecologisch groen en flora en fauna in onze stad. Deze stadsecoloog denkt mee over nieuw groenbeleid en adviseert over projecten en groenverbindingen. Daarnaast adviseert de stadsecoloog ook over ecologie  bij bijvoorbeeld woningbouw en infrastructuur.
Genieten van een wandeling, uitrusten in een park of recreëren in een uitnodigende omgeving. De Rivierzone wordt een nieuwe groene long voor Vlaardingen. Dat doen we onder andere door oog te hebben voor de natuur en het klimaat bij het bouwen van nieuwe woningen en het realiseren van het Maaspark.
In het stadsprogramma Groen ligt de focus op een vijftal punten:
1.    Groenbeleid 
2.    Groen en identiteit
3.    Sociaal groen
4.    Vergroenen privaat eigendom
5.    Groen Doen!

Om een groen Vlaardingen te realiseren gaan wij, per focuspunt, de volgende acties uitvoeren in 2024: 

Ambities

Terug naar navigatie - Ambities

Groenbeleid en groenstructuren

Terug naar navigatie - Groenbeleid en groenstructuren

Acties

Groen en identiteit

Terug naar navigatie - Groen en identiteit

Acties

Sociaal groen

Terug naar navigatie - Sociaal groen

Acties

Vergroenen privaat eigendom

Terug naar navigatie - Vergroenen privaat eigendom

Acties

Groen doen

Terug naar navigatie - Groen doen

Acties

Financiële middelen

Terug naar navigatie - Financiële middelen

Voor dit stadsprogramma hebben wij in onderstaande tabel opgenomen welke bedragen de komende jaren beschikbaar zijn en binnen welk onderdeel van de programmabegroting wij deze middelen hebben begroot.

Bedragen x € 1.000) 2024 2025 2026 2027 Programma
Groen Vlaardingen 400 400 400 Groen en Milieu
Groen Vlaardingen, incidenteel 750 750 0 Groen en Milieu
Totaal 1.150 1.150 400 0

Leefbaar Vlaardingen

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

‘Een stad waar je prettig woont en fijn recreëert'

Je goed kunnen verplaatsen door de stad maken dankzij goed onderhouden wegen en paden, met je rollator  eenvoudig naar de supermarkt kunnen lopen. Schone straten en plantsoenen. Fijne ontmoetingsplekken voor 0 – 100 jarigen. Dit zijn slechts enkele voorbeelden van een stad waar het prettig verblijven is. 
In een leefbare stad sluit de fysieke omgeving goed aan bij de wensen en behoeften van onze inwoners en ondernemers. We merken dat bijplaatsingen van afval naast containers, zwerfafval, woonoverlast, kapot straatmeubilair en overlast van hondenpoep ergernissen zijn waar de Vlaardingers tegenaan lopen. Juist daarom zetten we ons de komende jaren in om de openbare ruimte schoon en heel te maken en te houden.
Bewegen, spelen en elkaar ontmoeten is belangrijk voor alle Vlaardingers, van 0 – 100 jaar. We zetten de buitenruimte daarvoor in en realiseren fijne ontmoetings- en beweegplekken. Waar mogelijk maken we hierbij ook gebruik van het aanwezige (historische) water in onze stad. 
Het ambitieniveau van het  inclusieve speelruimtebeleidsplan, in Q1 2024 door de raad te behandelen, zal leidend zijn voor de uitvoering van het speelruimteplan. 
In het stadsprogramma Leefbaar Vlaardingen ligt de focus op een vijftal onderwerpen:
1.    Afval
2.    Parels en zwijnen
3.    Ontmoeten van 0 – 100 jaar
4.    Woonoverlast
5.    Water 

Om een leefbaar Vlaardingen te realiseren gaan wij, per focuspunt, de volgende acties uitvoeren in 2024: 

Ambities

Terug naar navigatie - Ambities

Afval

Terug naar navigatie - Afval

Acties

Parels en zwijnen

Terug naar navigatie - Parels en zwijnen

Acties

Ontmoeten van 0 tot 100 jaar

Terug naar navigatie - Ontmoeten van 0 tot 100 jaar

Acties

Woonoverlast

Terug naar navigatie - Woonoverlast

Acties

Water

Terug naar navigatie - Water

Acties

Financiële middelen

Terug naar navigatie - Financiële middelen

Voor dit stadsprogramma hebben wij in onderstaande tabel opgenomen welke bedragen de komende jaren beschikbaar zijn en binnen welk onderdeel van de programmabegroting wij deze middelen hebben begroot.

Bedragen x € 1.000) 2024 2025 2026 2027 Programma
Leefbaar Vlaardingen, incidenteel 400 400 0 Verkeer en Mobiliteit
Totaal 400 400 0 0