Paragrafen

Lokale heffingen

Inleiding

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Inleiding

De lokale heffingen zijn de inkomsten die verkregen worden op grond van publiekrechtelijke regels. De heffingen zijn gebaseerd op wettelijke bepalingen. Bij de lokale lasten maken we onderscheid tussen zuivere belastingen, heffingen en retributies:

  • De zuivere belastingen behoren tot de algemene dekkingsmiddelen en zijn voor de uitvoering van collectieve vormen van dienstverlening, maar ook individuele vormen van dienstverlening zonder een duidelijke relatie tussen dienstverlening en belasting. In Vlaardingen onderscheiden we: onroerendezaakbelasting (OZB), precariobelastingen en toeristenbelasting.
  • De heffingen zijn voor de dekking van de kosten voor uitvoering van publiekrechtelijke dienstverlening. Dat houdt in dat de belastingplichtige ook moet betalen als hij de dienst niet wenst. Voorbeelden van heffingen zijn afvalstoffenheffing en rioolheffing.
  • De retributies zijn vergoedingen voor individuele dienstverlening van typische overheidsdiensten van publiekrechtelijke aard. Voorbeelden hiervan zijn leges voor paspoort en rijbewijs.

De tarieven van de lokale heffingen zijn vooralsnog volgens de uitgangspunten onder het kopje ‘Beleid’ aangepast. Deze uitgangspunten worden aan het einde van het jaar in de belastingverordeningen verwerkt zodat zij in werking treden voor het belastingjaar 2027.

Beleid

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Beleid

Uitgangspunten van het gemeentelijk beleid ten aanzien van de belastingen en heffingen zijn:

  • De onroerendezaakbelasting: de OZB-opbrengsten worden verhoogd met 3,4% op basis van de prijsindex 2027 voor de loonvoet sector overheid en de prijs materiële overheidsconsumptie (imoc) volgend uit het Centraal Economisch Plan (CEP) 2026 van het CPB. 
  • De overige heffingen (precario-, toeristen- en parkeerbelasting) stijgen eveneens met de algemene indexering van 3,4%.
  • Voor de bepaling van de wettelijke tarieven en het tarief voor de Zeehavengelden en Binnenhavengelden lift Vlaardingen mee met Rotterdam.
  • Het tarief voor de rioolheffing, gebaseerd op het Programma Stedelijk Water, wordt € 217,37.
  • Het tarief voor de afvalstoffenheffing, gebaseerd op de gewenste opbrengst in combinatie met het aantal huishoudens, wordt € 328,49  voor een éénpersoonshuishouden en € 420,01 voor een meerpersoonshuishouden.
  • De parkeertarieven kennen een eigen regime en worden bij afzonderlijk raadsbesluit vastgesteld.
  • In 2027 wordt de invoering van een leegstandsbelasting onderzocht.

Woonlasten: lokale lastendruk

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Woonlasten: lokale lastendruk

Onder de woonlasten verstaan we het gemiddelde bedrag dat een huishouden in Vlaardingen betaalt aan OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. De ontwikkeling van de woonlasten van de afgelopen jaren en een raming voor het komende jaar ziet er als volgt uit:

Woonlasten 2023 2024 2025 2026 2027
OZB-eigenaar € 314,04 € 351,64 € 340,82 € 369,99 p.m.
OZB-gebruiker n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Rioolheffing € 161,43 € 177,58 € 206,90 € 212,07 € 217,37
Afvalstoffenheffing € 377,51 € 406,20 € 406,20 € 406,20 € 420,01
Totaal € 852,98 € 935,42 € 953,92 € 988,26 € 637,38

Bij de berekening van de totale woonlasten zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  • We gaan uit van een eigen woning die wordt bewoond door een gezin;
  • De OZB-tarieven zijn gebaseerd op de gemiddelde WOZ-waarde van woningen in Vlaardingen.

De begrote inkomsten van de bovengenoemde gemeentelijke heffingen (OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing) in 2027 bedragen circa € 36  miljoen.

Woonlasten: vergelijking met andere gemeenten en landelijk gemiddelde

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Woonlasten: vergelijking met andere gemeenten en landelijk gemiddelde

Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) geeft sinds 1997 met de ’Atlas van de lokale lasten‘ inzicht in de woonlasten per gemeente en de posities die de gemeenten ten opzichte van elkaar innemen in Nederland. Hierbij geldt dat nummer 1 de goedkoopste gemeente is en nummer 342 de duurste. In de atlas van 2025 neemt Vlaardingen de 176e plaats in op basis van de woonlasten zoals die in de tabel hierboven zijn berekend. In 2026 zat Vlaardingen € 11,00 onder de landelijke gemiddelde woonlasten.

Overigens liggen de woonlasten van 80% van alle gemeenten heel dicht bij elkaar en rond het landelijk gemiddelde. Wat betreft de omringende gemeenten bedragen de woonlasten:

Gemeente Gemiddelde woonlasten Ranglijst Coelo (2026)
Capelle a/d IJssel € 885 19
Nissewaard € 991 82
Rotterdam € 1.128 216
Vlaardingen € 1.084 176
Schiedam € 1.017 101
Westland € 1.110 202
Delft € 1.222 272
Maassluis € 1.129 218

Bovengenoemde gegevens zijn gebaseerd op het peiljaar 2026. Bij de formele vaststelling van de verordening van de leges en tarieven voor 2027 worden de meest recente gegevens gebruikt als toetsing.

Onroerendezaakbelastingen

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Onroerendezaakbelastingen

De hoogte van de onroerendezaakbelastingen is een combinatie van de waarde in het economische verkeer van een pand en het vastgestelde tarief. De waarde van alle onroerende zaken wordt jaarlijks vastgesteld. De onroerendezaakbelastingen bestaan uit een ‘eigenarenbelasting’ voor woningen en een ‘eigenarenbelasting’ voor niet-woningen.

In de belastingen van de niet-woningen is een extra verhoging voor de voeding van het ondernemersfonds inbegrepen. Er wordt aan het ondernemersfonds een subsidie verstrekt van 5,95% van de OZB-opbrengst van niet-woningen.

De grondslag van de OZB voor het jaar 2027 is de waarde van onroerende zaken op 1 januari 2026. De ontwikkeling van de OZB-tarieven over de afgelopen jaren is als volgt:

Ontwikkeling tarieven 2022 2023 2024 2025 2026 2027
OZB (eigendom) niet-woningen 0,7297% 0,8060% 0,8680% 0,8659% 0,8311% p.m.
OZB (gebruik) niet-woningen 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
OZB (eigendom) woningen 0,1286% 0,1191% 0,1217% 0,1178% 0,1085% p.m.
¹ Omdat de jaarlijkse herwaardering in het kader van de Wet Waardering onroerende zaken nog niet is afgerond, zijn de definitieve tarieven nog niet bekend. Bij de besluitvorming met betrekking tot de tarieven, in december 2026, worden de tarieven zodanig vastgesteld dat in combinatie met WOZ-waarden een 3,4% (indexering prijsindex CEP 2026) hogere opbrengst resulteert (exclusief areaaluitbreiding).

OZB-opbrengsten voor 2027:

  • Opbrengst niet-woningen: € 12,7 miljoen
  • Opbrengst woningen: € 14 miljoen

Precariobelasting

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Precariobelasting

De precariobelasting is een belasting op het hebben van voorwerpen op, in of boven gemeentegrond en -water. Bijvoorbeeld terrassen, reclame-uitingen en bouwmaterialen, maar ook de leidingen, kabels en buizen in de grond.

  • Opbrengst precariobelasting in totaal: € 0,4 miljoen

Toeristenbelasting

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Toeristenbelasting

De toeristenbelasting is een algemene belasting voor het houden van verblijf met overnachting tegen een vergoeding door niet-ingezetenen. Het tarief wordt verhoogd met het algemene indexpercentage van 3,4%. De opbrengst van de toeristenbelasting is afhankelijk van het aantal overnachtingen in de gemeente, zodat de opbrengst kan fluctueren. Economische ontwikkelingen kunnen zorgen voor een lagere of hogere opbrengst. 

De toeristenbelasting kan en wordt ook geheven bij het verblijf van arbeidsmigranten die niet in Vlaardingen staan ingeschreven in het BRP. In 2027 wordt meer onderzoek gedaan naar leegstaande panden waarin eventueel arbeidsmigranten kortdurend verblijven.

Ontwikkeling tarieven 2023 2024 2025 2026 2027
Toeristenbelasting € 3,09 € 3,32 € 3,43 € 3,54 € 3,66

Rioolheffing

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Rioolheffing

De rioolheffing is een heffing om het beheer en het onderhoud van het gemeentelijk rioolstelsel te bekostigen. Uitgangspunt bij deze heffing is dat de tarieven kostendekkend zijn. De stijging van de rioolheffing is dus afhankelijk van de ontwikkeling van de kosten. Voor het beheer en onderhoud op de lange termijn is het Programma Stedelijk Water opgesteld waarin onder andere de kosten zijn opgenomen die door middel van een rioolheffing moeten worden gedekt. Hieronder vallen ook deels de kosten van klimaatadaptatie.

Voor 2027 wordt de rioolheffing voor eigenaren € 217,37 per perceel.

Ontwikkeling tarieven 2023 2024 2025 2026 2027
Rioolheffing € 161,43 € 177,58 € 206,90 € 212,07 € 217,37
Rioolheffing 2027
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 4.658.062
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 125.000
Netto kosten taakveld(en) 4.533.062
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente 425.674
BTW 547.939
Totale kosten 5.506.675
Opbrengst heffing 8.717.656
Voorziening (storting) -3.210.982
Totale opbrengsten 5.506.674
Dekkingspercentage 100%

Afvalstoffenheffing

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Afvalstoffenheffing

De afvalstoffenheffing is een heffing om het ophalen en verwerken van de huishoudelijke afvalstoffen te bekostigen. Uitgangspunt bij deze heffing is dat de tarieven kostendekkend zijn. De stijging of daling van de afvalstoffenheffing is mede afhankelijk van de ontwikkeling van de kosten. Bij deze heffing wordt een tariefdifferentiatie toegepast ten behoeve van één- en meerpersoonshuishoudens. 

De tarieven stijgen in 2027 met 3,4% ten opzichte van 2026 conform de indexatie. 

Ontwikkeling tarieven 2023 2024 2025 2026 2027
Afvalstoffenheffing meer personen € 377,51 € 406,20 € 406,20 € 406,20 € 420,01
Afvalstoffenheffing 1-pers. € 295,25 € 317,69 € 317,69 € 317,69 € 328,49
Afvalstoffenheffing 2027
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 12.642.839
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 436.720
Netto kosten taakveld(en) 12.206.119
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente 0
BTW 2.094.012
Totale kosten 14.300.131
Opbrengst heffing 13.598.703
Voorziening (onttrekking) 701.428
Totale opbrengsten 14.300.131
Dekkingspercentage 100%

Reinigingsrecht

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Reinigingsrecht

Onder de naam reinigingsrecht wordt een retributie geheven voor het periodiek verwijderen en verwerken van bedrijfsafvalstoffen. Het reinigingsrecht wordt geheven van degene die van de dienst gebruik maakt en het tarief is afhankelijk van het aangeboden afval. De tarieven worden verhoogd met de algemene indexering van 3,4%.

Reinigingsrechten 2027
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 395.377
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 0
Netto kosten taakveld(en) 395.377
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente 0
BTW 0
Totale kosten 395.377
Opbrengst heffing 304.712
Voorziening 0
Totale opbrengsten 304.712
Dekkingspercentage 77%

Binnenhavengeld

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Binnenhavengeld

Deze retributie wordt geheven van vaartuigen die gebruik maken van het openbare gemeentewater, openbare werken en inrichtingen en voor diensten die door de gemeente met betrekking tot een vaartuig verstrekt worden. In de regel wordt het havengeld geheven van de kapitein, de schipper, de reder of de eigenaar van het vaartuig. De tarieven in Vlaardingen sluiten aan bij de tarieven vermeld in de ‘General Terms and Conditions’, including renewed port tariffs, die zijn vastgesteld en bekendgemaakt door het Havenbedrijf Rotterdam N.V.

Binnenhavengeld 2026
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 666.300
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 0
Netto kosten taakveld(en) 666.300
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente
BTW
Totale kosten 666.300
Opbrengst heffing 326.446
Voorziening
Totale opbrengsten 326.446
Dekkingspercentage 49%

Havengeld pleziervaartuigen

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Havengeld pleziervaartuigen

Deze retributie wordt geheven van pleziervaartuigen en andere ter recreatie dienende vaartuigen die gebruik maken van het openbare gemeentewater, openbare werken en inrichtingen en voor diensten die door de gemeente met betrekking tot een vaartuig verstrekt worden. In de regel wordt het havengeld voor pleziervaartuigen geheven van de schipper of de eigenaar van het vaartuig. De tarieven worden verhoogd met de algemene indexering van 3,4%.

Havengeld pleziervaartuigen 2027
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 214.436
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 0
Netto kosten taakveld(en) 214.436
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente
BTW
Totale kosten 214.436
Opbrengst heffing 23.135
Voorziening
Totale opbrengsten 23.135
Dekkingspercentage 11%

Havengeld vaste ligplaatsen

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Havengeld vaste ligplaatsen

Deze retributie wordt geheven voor het hebben van een vaste ligplaats aan een kade. Het ligplaatsgeld wordt geheven van degene die de vaste ligplaats inneemt. De tarieven worden verhoogd met de algemene indexering van 3,4%.

Havengeld vaste ligplaatsen 2027
Kosten taakveld (en) inclusief (omslag)rente 20.341
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 0
Netto kosten taakveld(en) 20.341
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente
BTW
Totale kosten 20.341
Opbrengst heffing 1.282
Voorziening
Totale opbrengsten 1.282
Dekkingspercentage 6%

Zeehavengeld

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Zeehavengeld

Deze retributie wordt geheven voor het verblijf met een zeeschip in de haven van Vlaardingen alsmede voor het gebruik van gemeente-eigendommen, havenfaciliteiten en dienstverlening in dat verband. In de regel wordt het zeehavengeld geheven van de kapitein, de schipper, de reder of de eigenaar van het schip of degene die de handelingen heeft verricht ter voorbereiding van het verblijf van het zeeschip. De tarieven in Vlaardingen sluiten aan bij de tarieven vermeld in de ‘General Terms and Conditions, including renewed port tariffs’, die zijn vastgesteld en bekendgemaakt door het Havenbedrijf Rotterdam N.V.

Zeehavengeld 2027
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 1.495.154
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 0
Netto kosten taakveld(en) 1.495.154
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente
BTW
Totale kosten 1.495.154
Opbrengst heffing 1.116.589
Voorziening
Totale opbrengsten 1.116.589
Dekkingspercentage 75%

Lijkbezorgingsrechten

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Lijkbezorgingsrechten

Deze retributie wordt geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor verleende diensten in verband met de begraafplaats. Lijkbezorgingsrechten worden geheven van de aanvrager van de dienst, dan wel van degene voor wie de dienst wordt verricht. De tarieven worden verhoogd met de algemene indexering van 3,4%.

Lijkbezorgingsrechten 2027
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 1.396.869
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 0
Netto kosten taakveld(en) 1.396.869
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente
BTW
Totale kosten 1.396.869
Opbrengst heffing 984.729
Voorziening
Totale opbrengsten 984.729
Dekkingspercentage 70%

Parkeerbelastingen

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Parkeerbelastingen

Deze belasting wordt geheven voor het gedurende een aaneengesloten periode laten staan van een voertuig binnen de gemeente. De belasting wordt geheven van degene die het voertuig heeft laten staan of de houder van het voertuig. De tarieven worden aan de hand van eigen beleid afzonderlijk vastgesteld.

Parkeerbelasting 2027
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 1.618.703
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen
Netto kosten taakveld(en) 1.618.703
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente
BTW
Totale kosten 1.618.703
Opbrengst heffing 3.917.246
Voorziening
Totale opbrengsten 3.917.246
Dekkingspercentage 242%

Leges

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Leges

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor een groot aantal taken. Een deel van deze taken wordt in de vorm van een dienst door bewoners of bedrijven individueel afgenomen. Om gemeenten tegemoet te komen in de kosten die zijn gerelateerd aan deze taken, betalen afnemers van gemeentelijke diensten leges. In de regel gaat het hierbij om het verstrekken van documenten of het verlenen van vergunningen. Leges behoren tot de retributies en worden geheven voor het in behandeling nemen van de aanvraag en worden geheven bij de aanvrager. Ook moeten leges worden betaald als de aanvraag niet leidt tot een positief resultaat. De tarieven worden in beginsel verhoogd met de algemene indexering van 3,4% met uitzondering van de wettelijke leges. Daarnaast wordt een voorstel voorbereid om voor enkele leges op basis van kostendekkendheid de tarieven te verhogen, zodat ze meer in overeenstemming worden gebracht met de uren die benodigd zijn voor het afronden van de aanvraag.

Kruissubsidiëring leges

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Kruissubsidiëring leges

Net als bij alle andere retributies mogen de baten de lasten niet overstijgen, maar bij de leges gaat het om een groot aantal soorten van dienstverlening gebundeld in één belastingverordening. Omdat breed wordt gevoeld dat kruissubsidiëring tussen dienstverlening van volstrekt verschillende aard onwenselijk is, heeft de VNG de modelverordening onderverdeeld in drie titels: algemene dienstverlening, dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving en dienstverlening vallend onder de Europese Dienstenrichtlijn. De Vlaardingse legesverordening is naar dit model ingedeeld. Kruissubsidie tussen deze titels is ongewenst, maar niet verboden. Kruissubsidie binnen een titel in de legesverordening is toegestaan. Zolang het kruissubsidiëring tussen hoofdstukken betreft, blijkt de mate van kruissubsidiëring al uit de kostenopstelling. Ook hier geldt dat de gemeente de reden van de kruissubsidie moet vermelden. Er is geen sprake van een rechtvaardigingsgrond, omdat kruissubsidiëring toegestaan is.

Kruis subsidie leges Algemene dienstverlening Fysieke leefomgeving Europese Dienstenrichtlijn
Kosten taakvelden 402.507 100.121 0
Overhead 1.989.589 2.792.336 49.891
Totale kosten 2.392.095 2.892.457 49.891
Totale opbrengsten 935.159 1.636.433 42.914
Dekkingspercentage 39% 57% 86%

Kwijtschelding

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Kwijtschelding

Voor mensen met de laagste inkomens bestaat de mogelijkheid van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de lokale lasten. De regels voor het toekennen worden bepaald door de rijksoverheid in de Invorderingswet. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen, die een inkomen hebben dat niet hoger ligt dan de bijstandsnorm.
Gemeenten mogen hier in die zin van afwijken dat een lager inkomen wordt gehanteerd. De gemeente Vlaardingen hanteert de zogenaamde 100%-norm, dat betekent dat inwoners van Vlaardingen met een inkomen op bijstandsniveau in beginsel voor kwijtschelding in aanmerking komen.

Voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend, mogen gemeenten zelf bepalen. In Vlaardingen kan enkel kwijtschelding worden aangevraagd voor de afvalstoffenheffing.

Naar verwachting komen, rekening houdend met de ervaringen in voorgaande jaren, zo’n 2.800 huishoudens voor (gedeeltelijke) kwijtschelding in aanmerking. Wij verwachten in 2027 een bedrag van ruim € 1 miljoen te besteden aan kwijtscheldingen. De ontwikkeling van deze post wordt nauwlettend gevolgd.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Inleiding

Voldoende weerstandsvermogen om risico's op te kunnen vangen is voor een gemeente absolute noodzaak. In Vlaardingen maakt risicomanagement structureel onderdeel uit van de Planning & Control-cyclus. Zo vindt tweemaal per jaar, zowel bij de begroting als bij de jaarrekening, een risico-inventarisatie en een risicowaardering plaats. Naast onzekerheden als gevolg van landelijke politiek, spelen in Vlaardingen ontwikkelingen waarvan de risico’s nog onzeker zijn en die extra aandacht vragen bij het opstellen van de begroting.

In deze begroting van 2027 kijken we terug naar begroting 2026. Deze verschillen duiden wij aan. Hierdoor kan het zijn dat u cijfers niet direct herkent vanuit de voorjaarsnota 2026 en jaarrekening 2025, omdat we verder terugkijken naar de begroting 2026.    

Het weerstandsvermogen wordt net als bij de jaarrekening geactualiseerd en daarbij presenteren we de risico-ontwikkeling ten opzichte van de voorgaande begroting 2026. Artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) beschrijft het weerstandsvermogen als volgt: “Het weerstandsvermogen geeft de relatie aan tussen de weerstandscapaciteit (de beschikbare middelen om niet begrote kosten te dekken) en de risico’s van mogelijk materiële financiële betekenis waarvoor geen maatregelen zijn getroffen”. Dit weerstandsvermogen wordt weergegeven in een verhoudingsgetal of ratio.

Weerstandsvermogen = aanwezige weerstandscapaciteit /risico's * 100% 

De gewenste weerstandscapaciteit is het geldbedrag dat idealiter aanwezig is om de risico’s af te dekken. De hoogte van de gewenste weerstandscapaciteit is afhankelijk van de binnen de gemeente aanwezige risico's en van de ingeschatte risicobedragen (per risico). Het gemeentelijk beleid streeft naar het realiseren van een weerstandsvermogen van 100% (weerstandsratio van 1,0). 

Gewenste weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Gewenste weerstandscapaciteit

De gewenste weerstandscapaciteit bestaat uit middelen die de gemeente beschikbaar zou moeten hebben of op korte termijn vrij zou moeten kunnen maken om de waargenomen risico's financieel te kunnen dekken als deze zich voordoen in de geschatte mate (kans x impact).

Om dit bedrag te kunnen bepalen, wordt er een simulatie uitgevoerd voor het berekenen van de benodigde weerstandscapaciteit op basis van de Monte Carlo methode. De basis van deze simulatie is het inventariseren en het inschatten van de risico’s. 

Op basis van de interne analyse van risico’s (zie hiervoor de risicomatrix verderop) is  een risico inventarisatie vastgesteld. Op basis van de opgenomen omvang  van de impact en de kans is de Monte Carlo berekening toepast en vastgesteld. De uitkomst hiervan  is een gewenste weerstandscapaciteit van € 25,2 miljoen. 

In de risico inventarisatie zijn onderstaande risico's nog niet opgenomen of geactualiseerd omdat de impact nog niet gekwantificeerd kan worden. De opvolging hiervan wordt meegenomen  in de voortgangsrapportage.

Inflatie  / Indexering
Het meerjarig perspectief is ingaande 2027 gebaseerd op constante prijzen. Ook zijn  de uitgangspunten voor indexatie voor 2027 geactualiseerd. De impact op het meerjarig perspectief is niet opgenomen  in de risico inventarisatie, het onderzoek hiervan wordt meegenomen in de aanpak naar de voorjaarsnota 2028. 

Ombuigingen 
Voor 2027 zijn ombuigingen verwerkt in de begroting.  In het traject om  te komen tot deze begroting is de haalbaarheid  van de ombuigingen getoetst. Het vraagt echter sturing en focus om dit daadwerkelijk te realiseren. Momenteel is dit risico  niet gekwantificeerd.  De opvolging zal onderdeel zijn de reguliere P&C cyclus.  De  takendiscussie en de aansluiting van de ambities met de beschikbare capaciteit is onderdeel van de aanpak naar de voorjaarsnota 2028. Er wordt ingezet  op  capaciteitsmanagement en sturen op formatie via de capaciteit monitor. Ook is  ingaande 2027  de post flexibele capaciteit komen te vervallen. De impact van deze maatregelen op de risico inventarisatie wordt nog onderzocht.   

Inzicht in veerkracht
Veerkracht is niet alleen van belang voor de leefbaarheid van wijken, maar heeft ook invloed op het weerstandsvermogen van de gemeente. In buurten met een hoge mate van veerkracht kunnen inwoners, maatschappelijke organisaties en netwerken beter omgaan met sociale en economische uitdagingen. Daardoor leidt een toename van het aandeel bewoners in een kwetsbare positie in buurten met een hoge mate van veerkracht minder snel tot overlast, onveiligheid of een grotere vraag naar gemeentelijke ondersteuning. In buurten met een lagere veerkracht kunnen dergelijke ontwikkelingen juist sneller leiden tot maatschappelijke problemen en een grotere druk op voorzieningen en gemeentelijke middelen. Investeren in individueel, collectief en fysiek veerkrachtkapitaal draagt daarom niet alleen bij aan sterke wijken, maar versterkt ook het vermogen van de gemeente om maatschappelijke risico's op te vangen en daarmee haar weerstandsvermogen op langere termijn. De veerkracht van de stad vormt daarmee een belangrijke basis voor een gemeente die ook in de toekomst in staat is maatschappelijke opgaven het hoofd te bieden en kansen te benutten.

Integraal Huisvestingsplan Onderwijs
In de meerjarenbegroting zijn voor de projecten onderwijshuisvesting uit het Integraal Huisvestingsplan (IHP) investeringsbedragen opgenomen. Bij het opstellen van deze ramingen is uitgegaan van normbedragen voor nieuwbouw en renovatie, in combinatie met het normatieve aantal vierkante meters waarop de betreffende school ten tijde van de vaststelling van het IHP aanspraak had. Naarmate er meer projecten uit het eerste uitvoeringsprogramma verder worden uitgewerkt en gerealiseerd, ontstaat een beter inzicht in de daadwerkelijke kosten. Daarbij blijkt dat de beschikbare normatieve budgetten in een aantal gevallen mogelijk niet volledig aansluiten bij de kosten die met realisatie van de projecten gemoeid zijn en de huidige marktomstandigheden. We onderzoeken welke invloed dit heeft en welke beheersmaatregelen mogelijk zijn om ad hoc verhogingen te voorkomen.

Netcongestie
Hoewel de plannen in het MPG zijn aangemeld bij Stedin, is door recente berichten van Stedin het nog onzeker of netcapaciteit is gereserveerd voor deze plannen. Daarmee is het risico van netcongestie en daarmee samenhangend vertraging op woningbouwrealisatie op dit moment aanwezig. Er is op relatief korte termijn perspectief op duidelijkheid vanuit Stedin, waarmee het risico beperkt zou kunnen worden.  

Broekpolder
Het project Sanering Broekpolder is in januari 2026 gestart na een voorbereiding van 3 jaar. De financiële raming is opgesteld naar de toen geldende financiële normen. Na de start blijkt dat het aantrekken van grond ingewikkelder blijkt dan ingeschat. Dit kan leiden tot minder opbrengsten dan geraamd. Ook de situatie in de wereld(economie) kan er toe leiden dat prijsstijgingen zich voordoen. Er is een post onvoorzien opgenomen in de raming, Indien deze onvoldoende blijkt zal de gemeenteraad hier over geïnformeerd worden. Provincie Zuid Holland betaalt 70% van het totaal aan projectkosten. Ook Staatsbosbeheer en Hoogheemraadschap dragen bij. Ook met hen wordt het gesprek inzake de gewijzigde financiële situatie gevoerd.

Risico’s

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Risico’s

Weerstandsvermogen = € 60,2 miljoen/ € 25,2 miljoen = 2,4
De beleidsdoelstelling van de gemeente om een weerstandsratio 1,0  aan te houden is hiermee gehaald voor 2027.

De activiteiten van de gemeente Vlaardingen gaan over een breed scala aan beleidsterreinen. Dit betekent dat onze gemeente blootgesteld is aan een groot aantal risico’s. In de aanpak van de risico--inventarisatie is bij het bepalen van de impact rekening gehouden met een structurele component. Voor structurele risico's is een factor 3 gebruikt om aan te sluiten bij een gemiddelde transitieperiode van 3 jaar voor het implementeren van beleidswijzigingen.

De benodigde weerstandscapaciteit daalt ten opzichte van de berekening bij de begroting 2026. De aanwezige weerstandscapaciteit stijgt daarentegen. De gemeente investeert in een reële begroting en grip op de beheersing en inrichting.  

Risico's die relatief de grootste impact hebben op de benodigde weerstandscapaciteit zitten binnen Sociaal domein, Fysiek domein, Gemeentefonds en  Informatiebeveiliging.    

Sociaal domein
De uitvoering van jeugdhulp, participatie, WMO en armoedebestrijding (minimabeleid) is ondergebracht bij gemeenschappelijke regelingen. Risico’s zitten vooral in de onzekerheden over de (inschatting van de) omvang van de behoefte aan die diensten, de daarmee gepaard gaande kosten en de bijdragen vanuit het Rijk. In 2024 is er een extra bedrag naar jeugdzorg gegaan om buiten de begroting gemaakte uitgaven te dekken. Om het gat tussen uitgaven en begroting te dichten, is er structureel voor 2026 een extra bedrag toegezegd door het Rijk van € 7,3 miljoen oplopend naar € 8 miljoen in daaropvolgende jaren. Hiermee heeft de gemeente een stap gezet om de tekortkomingen het hoofd te bieden en zijn de verwachtte extra benodigde middelen gedaald. Ten aanzien voor 2026 blijven daarom dezelfde parameters gehanteerd zoals in 2025, omdat het been is bijgetrokken en de middelen zijn toegenomen in overeenstemming met de verwachting benodigde middelen sociaal domein.

Fysiek Domein
De risico's zijn gebaseerd op het actuele beeld zoals opgenomen in de MPG 2026. Dit geeft een integraal beeld van zowel actieve als faciliterende projecten. De plannen in het MPG zijn aangemeld bij Stedin waarmee netcapaciteit is gereserveerd en het risico van netcongestie beperkt is. 

De risico's van de gebiedsexploitatie Rivierzone zijn niet opgenomen, omdat dit voorzien is in de bestemmingsreserve. Als de gebiedsontwikkeling volledig is gestart en er risico’s zijn die onvoldoende gedekt worden in de projectbegroting of vanuit de reserve wordt dit opgenomen in het weerstandsvermogen.

Het meerjarig  investering en onderhoudsprogramma  gericht op o.a.. openbare ruimte/ groen en sport moet voldoende  meebewegen  in de ontwikkeling van de stad qua wonen en leefbaarheid. Vertraging in de uitvoering en actualisatie van plannen zorgt voor financieel risico's. 

Gemeentefonds
In de begroting is rekening gehouden met de meest recente ontwikkelingen rond het gemeentefonds. Hierover krijgen wij meer duidelijkheid als de begroting van het Rijk wordt gepresenteerd tijdens Prinsjesdag. In 2029 wordt een nieuwe financieringssystematiek voor gemeenten ingevoerd. De nieuwe systematiek beoogt de autonomie van gemeenten te vergroten, maar gaat ook gepaard met een nieuwe verdeelsleutel van het gemeentefonds. Omdat de nieuwe systematiek mogelijk onvoldoende is geïmplementeerd en het oude systeem is beëindigd, ontstaat er mogelijk financieel gat, het ravijnjaar. Vlaardingen heeft hier rekening mee gehouden in de begroting en het deel voor jeugdzorg wordt incidenteel gecompenseerd. 

Cybercrime
We zien dat de gemeente Vlaardingen een doelwit blijft voor mogelijke cyberaanvallen, ook met het oog op de opvang van Oekraïners in Mrija. Dit wordt ook veroorzaakt door exogene factoren zoals de AI ontwikkelingen. Hierdoor is het risico onverminderd aanwezig.   

Analyse tussen begroting 2027 en 2026 met toelichting op de voorname verschillen
Het totaal aan geïnventariseerde risico’s lag bij de begroting 2026 met een bedrag € 45,6 miljoen beperkt hoger dan in 2027 met een bedrag van € 44,2. De verschillen zijn opgenomen in de tabel hieronder. 

Ontwikkeling risicobeheersing
Het weerstandsvermogen wordt opgebouwd uit een risico-inventarisatie. Hiervoor wordt de organisatie bevraagd. De transitie van beheer- naar ontwikkelgemeente brengt ook risico’s met zich mee. Dit vraagt van de organisatie om alert te zijn ten aanzien van de post ‘Claims & Nadeelcompensatie’ en de risico’s bij projecten in de openbare ruimte. In beide onderwerpen wordt ingezet op een integraal beeld van alle lopende zaken of projecten. Dit leidt tot een breder inzicht en daarmee kan het weerstandsvermogen scherper worden ingezet. Als ontwikkelgemeente is een gedegen buffer belangrijk, maar er moet ook oog zijn voor de ambities. Met deze ontwikkelingen is er aandacht voor beide kanten. 

Risico-Inventarisatie
Onderwerp Domein Risico Maatregel Impact begroting 2026 Impact begroting 2027 Kans op risico in begroting 2026 Kans op risico in begroting 2027 Toelichting verschil tussen begroot 2026 en 2027
x € 1.000 x € 1.000 (in % ) (in % )
GEVOLGEN CALAMITEIT/RAMP Concern / Veiligheid Als gevolg van calamiteiten / rampen, bestaat de kans dat er kosten voor rekening van de gemeente komen. Veelal gaat het hier om kosten voor nazorg, tijdelijk onderdak en personele kosten. De crisisorganisatie is op sterkte en iedereen wordt opgeleid en getraind. Daarnaast vinden er regelmatig oefeningen plaats. In het kader van preventie is een wijkbrandweer-functionaris aangesteld, die zich specifiek richt op voorlichting & ondersteuning van kwetsbare inwoners. 275 283 25% 25% Indexatie
VERBONDEN PARTIJEN (WAARONDER GR) Concern / SBC Afgeleide risico's van gemeenschappelijke regelingen, m.n. afwezigheid van reserves om bijv. de gevolgen van calamiteiten of fouten op te vangen. Als gevolg van het overschrijden van de begroting van een gemeenschappelijke regeling, bestaat de kans dat de gemeente als deelnemer een financiële bijdrage moet doen. Met de Implementatie Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen wordt op basis van beschikbare informatie en ervaringen aan een gemeenschappelijke regeling (GR) een specifiek risicoprofiel toegekend van Laag tot Hoog. Op basis daarvan wordt een sturingspakket toegekend, met elk een eigen zwaarte van betrokkenheid van de raad. In 2024 is er regionaal ingezet om de GR mee te laten meebewegen op de bezuinigen van de gemeenten. Door de gezamenlijkheid is dit een kans dat de deelnemersbijdrage gaat dalen. De opvolging meenemen in het reguliere P&C proces met de verbonden partijen en accounthouderschap. Kans waar mogelijk onderdeel geworden van de deelnemersbijdragen. 255 0 20% 0% Vervallen, uitkomst onder de ondergrens van € 250.000 conform nota risicomanagement 2013
AFTREDEN WETHOUDERS BV - HR Als gevolg van het tussentijds (moeten) aftreden van één of meerdere wethouders, bestaat de kans dat wachtgeld en kosten van sollicitatie - en loopbaanbegeleiding betaald moet worden. Geen. Discreet Discreet Discreet Discreet Nieuw college na de verkiezing
FOUTEN INKOOPPROCEDURES / BEHEERSING CONTRACTEN BV - Inkoop Als gevolg van (fouten in) de inkoopprocedures / aanbestedingstrajecten, bestaat de kans dat de gemeente aansprakelijk wordt gesteld en mogelijk de leverancier moet compenseren voor de misgelopen winst. Naast het risico van het niet tijdig starten en correcte aanbestedingprocedure lopen. De gemeentelijke organisatie heeft een eigen inkoop team welke bestaat uit inkoopadviseurs, een contractadviseur en contractbeheerders. Door de invoering van nieuw systeem is er meer inzicht in toekomstige aanbestedingen, zodat tijdig kennis en kunde kunnen worden ingezet . Ingerichte proces in het syteem geeft meer informatie over de beheersing van de contracten. Aan de hand van een aanbestedingskalender wordt bijgehouden welke aanbesteding zijn gepland, lopen en afgerond. Daarnaast wordt er ingezet op het onderzoeken naar een systeem die de spend analyse ondersteund. 440 800 10% 20% De omvang bepaald op basis van de spend analyse in plaats van de aanbestedingskalender. Het risico verschuift van in het aanbestedingsproces naar contractmanagement. Controle proces ingaande 2026 ingericht, zodat er stappen worden gezet in de beheersing.
LOONSOM BV - HR Als gevolg van cao wijzigingen (loonsverhogingen, verlofsparen) en stijging van werkgeverslasten bestaat het risico dat een overschrijding op de loonsom ontstaat. In 2026 wordt het functiewaarderingssysteem HR21 ingevoerd wat een ophogende werking zal hebben op de loonsom. Voor verlofsparen, wat kan leiden tot een 'stuwmeer', is een voorziening in de begroting opgenomen. Van de invoering van het HR21 wordt in 2026 pas duidelijk welke gevolgen dit heeft voor de loonsom, er is wel rekening gehouden met een stelpost . 500 600 10% 10% Stijging formatie en indexatie
GEGARANDEERDE LENINGEN ZORGCENTRA Scoiaal Domein Als gevolg van het eventueel failliet van zorgcentra of sportvereniging, bestaat er een kans dat de gemeente rente en aflossingen moet betalen voor de gegarandeerde leningen aan deze zorgcentra en sportverenigingen. Periodiek opvragen van de verantwoordingen betrokken zorgcentra. 100 0 10% 0% Vervallen, uitkomst onder de ondergrens van € 250.000 conform nota risicomanagement 2013
CLAIMS EN NADEELCOMPENSATIE BV - JZ Burgers en private partijen claimen vaker en meer bij de gemeente. Dit vraagt meer juridische inzet, zowel bij aangaan van contracten/overeenkomsten als bij verzoeken tot nadeelcompensatie, maar ook bij schadegevallen, aansprakelijkstellingen e.d. Vanwege invoering van de nieuwe Omgevingswet stijgt het risico op dwangsommen. Verder loopt een claim op terugvordering OZB Deskundigheid voor de afhandeling van verhaalschade. Verzekering voor de aansprakelijkstellingen, met eigen risico. In cassatie gaan tegen uitspraak van het Hof over het compenseren van OZB. 100 0 10% 0% Vervallen, uitkomst onder de ondergrens van € 250.000 conform nota risicomanagement 2013
INGEKOMEN SUBSIDIES Concern / SBC 1. Het risico dat de vooruit otnvangen subsidiegelden niet volledig worden besteed binnen de gestelde projectperiode door het ontbreken van executiekracht met als gevolg dat de niet bestede gelden terug moeten worden betaald. 2. Door de sterke groei van het aantal (omvangrijke) subsidies m.b.t. ontwikkelprojecten en SPUK-gelden is de administratieve druk hoog met als gevolg dat niet tijdig wordt voldaan aan de verantwoordingsvereisten van de subsidies. 1. De projecten worden geprioriteerd gepland om ervoor te zorgen dat voldoende capaciteit aanwezig is voro de tijdige uitvoering van de geplande projecten. 2. Het proces voor de beheersing van ingekomen subsidies is ondergebracht bij het Subsidie Servicepunt met ondersteuning van een financieel adviseur subsidies. SISA verantwoording aan het Rijk is onderdeel van de reguliere P&C cyclus. Overige subsidies moeten separaat worden verantwoord aan de subsidieverstrekker. 1.152 2000 25% 15% Omvang gebaseerd op actualisatie inzicht 2026 met ambities 2027. De kans is verlaagd doordat het proes van inkomende subsidies in opzet en bestaan aanwezig is. De werking van het proces moet nog worden getoetst.
INKOMENSVOORZIENING / MINIMAVOORZIENING Sociaal Domein Inkomensregelingen (BUIG); een inschatting van het maximale risico dat de gemeente loopt, alvorens in aanmerking te komen voor de 'vangnetregeling' van het Rijk. Minima is een open eind regeling. Stroomopwaarts voert beiden regelingen uit. Lopende de P&C cyclus wordt de ontwikkeling van inkomens- en minimavoorziening versus BUIG (inkomsten) gemonitord. De invulling van de opdrachtgever / nemer rol en de regie op de GR is in de loop van de tijd verder ontwikkeld. Met ingang van 2024 doet Stroomopwaarts dit in delegatie. 3.750 4223 20% 10% Impact gebaseerd op de meest recente informatie. Actualisatie kans 2027, gezien er sprake is van voordeel gemeente BUIG de kans verlaagd met het beeld bij de verantwoording 2025.
JEUGDHULP (LOKAAL EN REGIONAAL) Sociaal Domein Het beroep op specialistische jeugd hulp ingekocht via Rogplus en GRJR is sterk gestegen. Het aandeel van Vlaardingen daarin is in de begroting opgenomen. Investeren op het voorliggend veld en de vernieuwende aanpak. Jeugdhulp is met ingang van 2023 grotendeels gedelegeerd aan Roggplus en er zijn budget afspraken gemaakt. Lopende de P&C cyclus wordt het gebruik gemonitord. ROG plus verzorgt het contractmanagement Mevis door kansen en risico dossier. Deze opgave is gezamenlijk tussen MVS en onder verantwoording van de stuurgroep N&N. De transformatie is op onderdelen vertaald in de begroting Mevis, deze is onderdeel van de transformatie agenda jeugd om te sturen in de verandering. 4.920 7725 20% 20% Impact gebaseerd op actueel beeld 2026 en 2027
WMO LOKAAL Sociaal Domein Het beroep op de WMO stijgt meer dan het gemiddelde gebruik van de afgelopen jaren. In het algemeen blijk het voor gemeenten lastig om de gestelde doelen in het sociaal domein te realiseren binnen het beschikbare rijksbudget. Lopende de P&C cyclus wordt het gebruik gemonitord. Op basis van signalen beoordelen welke wijzigingen mogelijk zijn. De uitvoering is belegd bij ROG plus. 1.912 1958 10% 10% Impact gebaseerd op actueel beeld 2026
DUURZAAMHEID Concern - GPM In de Transitievisie Warmte (2021) heeft de raad de route vastgesteld naar een aardgasvrij Vlaardingen in 2050.Als eerste is gestart met de Drevenbuurt en Hoofdstedenbuurt. Verwacht wordt dat tussen de 60 en 70% van de woningeigenaren willen aansluiten op deze collectieve voorziening. In het geval dat het collectieve aanbod zo gunstig wordt dat meer dan de 60 tot 70% woningeigenaren willen aansluiten is er niet voldoende dekking. Het coalitieakkoord bepaalt dat inwoners niet worden verplicht om van het aardgas af te gaan, dat er versterkte focus komt op isolatie en dat afspraken met de corporaties in stand worden gehouden. Onder de afspraken met de corporaties valt het onderzoek naar collectieve warmte in de wijk Holy, in samenwerking met 2 woningcorporaties. De aanpak voor de Holy, waar de Drevenbuurt onder valt, is daarmee middels het coalitieakkoord door de raad bekrachtigd. Deze omstandigheden en nieuwe inzichten leiden ertoe dat de Drevenbuurt op zal gaan in dit onderzoek en formeel geen aparte aanpak meer zal kennen. Willem en Ivana hebben hierover onlangs overleg gevoerd en na de zomer volgt verdere besluitvorming over de communicatie daarover. Daarbij vinden zij van belang dat binnen de Drevenbuurt toezeggingen zijn gedaan over de betaalbaarheid, waarvoor onderstaande risico/maatregel is ingesteld. Betaalbaarheid in het geheel van de businesscase voor Holy moet nog vorm krijgen. Hoewel de kans klein is dat er in 2027 al een aanbod zal liggen waarbij aanspraak wordt gedaan op deze post, is het om te garanderen dat de bewoners van de Drevenbuurt niet benadeeld worden door de ontwikkelingen verstandig dit wel in stand te houden. Daarmee worden de betrouwbaarheid van de gemeente en het belang om op betaalbaarheid te sturen onderstreept. 1.150 1184 10% 10% Indexatie
MEERJAREN INVESTERINGS PROGRAMMA (MIP) BV - Financien Investeringen die op ons afkomen maar nog niet zijn opgenomen of de vastgestelde investering vertraagd, wat een kostenverhogend effect zal hebben. Tijdig actualiseren van de MIP en periodieke opvolging van de ontwikkelingen gedurende de reguliere P&C cyclus. Inzet projectmatig werken. 500 3090 15% 20% Omschrijving aangepast niet specifiek gericht op sport. Actualisatie op inzicht BOR voor bestaand en nieuw en indexatie
WONINGBOUWOPGAVE Fysiek - Wonen Met de stijgende druk op de woningmarkt is de woningbouwopgave verhoogd naar 39.000 woningen in 2030. Dit sluit aan bij de ambities uit het Herstelplan om tot 2030 jaarlijks gemiddeld 500 woningen te bouwen. Risico is vervallen zie toelichting n.v.t. 5.400 0 60% 0% Op 01-01-2026 was de stand van de woningvoorraad 37.191. Om de vastgestelde doelstelling 39.000 woningen in 2030 te halen moeten minimaal netto 1.809 woningen worden toegevoegd. Vanaf 2026 wordt concreet gebouwd aan ruim 900 woningen (o.a. de Monarch, Heemtuinen, Zeevaardersbuurt, Blok 7/8, Zwanenpark, Tradiro, Bank12, Touwrijk, LAB) en moeten netto minimaal nog ruim 900 woningen worden gerealiseerd. Ondanks vertraging op diverse plannen zijn er voldoende harde plannen in de planvoorraad om dit aantal te kunnen halen. Deze plannen zijn aangemeld bij Stedin waarmee netcapaciteit is gereserveerd en het risico van netcongestie is beperkt. Voor gemeentelijke ontwikkelingen worden risico's binnen de GREXEN gesignaleerd en verantwoord.
GARANTIESTELLING WONINGBOUW-CORPORATIES Fysiek - Wonen De gemeente heeft per einde 2022 voor een totaalbedrag van € 462 miljoen aan garanties verstrekt. Van dit bedrag wordt € 462 miljoen gegarandeerd door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Pas als het garantievermogen van het WSW daalt tot onder de drempel van 0,25% van het garantievolume, dan treedt de achtervangpositie van het rijk en de gemeente in werking in de vorm van verstrekken van renteloze leningen. Het risico voor de gemeente bij achtervang is zeer gering. De achtervang of zekerheidsstructuur bestaat uit drie lagen: 1.Primaire zekerheid: de financiële middelen van de corporatie. 2.Secundaire zekerheid: de borgstellingsreserve van het WSW. 3.Tertiaire zekerheid: Rijk en gemeenten. 1.500 1500 1% 1%
GRONDEXPLOITATIES: VERTRAGING PLANNEN Concern - GPM Als gevolg van planvertraging van grondexploitaties, bestaat de kans op nadelig effect op het financiële resultaat. Uitgangspunt bij de grondexploitatie om risico te verrekenen met de winstvoorziening, pas als deze niet toereikend is wordt het risico opgenomen in het weerstandsvermogen. In werking bij de jaarrekening 2025. Continue toetsing grondopbrengsten en kosten (2x per jaar én na elke grondafname), openbare aanbestedingen, goede marketing en communicatie, tijdige onderzoeken e.d. 273 n.v.t. 10% n.v.t. Nieuw grondbeleid en uitgangspunten over verrekening van risico's bij verwachte winst geimplementeerd bij de verantwoording 2025.
GRONDEXPLOITATIES Risico's met kans tussen 0 en 5% Concern - GPM Als gevolg van planvertraging van grondexploitaties, bestaat de kans op nadelig effect op het financiële resultaat. Uitgangspunt bij de grondexploitatie om risico te verrekenen met de winstvoorziening, pas als deze niet toereikend is wordt het risico opgenomen in het weerstandsvermogen. In werking bij de jaarrekening 2025. Continue toetsing grondopbrengsten en kosten (2x per jaar én na elke grondafname), openbare aanbestedingen, goede marketing en communicatie, tijdige onderzoeken e.d. 1.580 n.v.t. 0-5% n.v.t. Nieuw grondbeleid en uitgangspunten over verrekening van risico's bij verwachte winst geimplementeerd bij de verantwoording 2025.
GRONDEXPLOITATIES Risico's met kans tussen 5 en 10% Concern - GPM Als gevolg van planvertraging van grondexploitaties, bestaat de kans op nadelig effect op het financiële resultaat. Uitgangspunt bij de grondexploitatie om risico te verrekenen met de winstvoorziening, pas als deze niet toereikend is wordt het risico opgenomen in het weerstandsvermogen. In werking bij de jaarrekening 2025. Continue toetsing grondopbrengsten en kosten (2x per jaar én na elke grondafname), openbare aanbestedingen, goede marketing en communicatie, tijdige onderzoeken e.d. 290 n.v.t. 5-10% n.v.t. Nieuw grondbeleid en uitgangspunten over verrekening van risico's bij verwachte winst geimplementeerd bij de verantwoording 2025.
GRONDEXPLOITATIES Risico's met kans tussen 10 en 20% Concern - GPM Als gevolg van planvertraging van grondexploitaties, bestaat de kans op nadelig effect op het financiële resultaat. Uitgangspunt bij de grondexploitatie om risico te verrekenen met de winstvoorziening, pas als deze niet toereikend is wordt het risico opgenomen in het weerstandsvermogen. In werking bij de jaarrekening 2025. Continue toetsing grondopbrengsten en kosten (2x per jaar én na elke grondafname), openbare aanbestedingen, goede marketing en communicatie, tijdige onderzoeken e.d. 286 n.v.t. 10-20% n.v.t. Nieuw grondbeleid en uitgangspunten over verrekening van risico's bij verwachte winst geimplementeerd bij de verantwoording 2025.
GRONDEXPLOITATIES Risico's met kans hoger dan 20% Concern - GPM Als gevolg van planvertraging van grondexploitaties, bestaat de kans op nadelig effect op het financiële resultaat. Uitgangspunt bij de grondexploitatie om risico te verrekenen met de winstvoorziening, pas als deze niet toereikend is wordt het risico opgenomen in het weerstandsvermogen. In werking bij de jaarrekening 2025. Continue toetsing grondopbrengsten en kosten (2x per jaar én na elke grondafname), openbare aanbestedingen, goede marketing en communicatie, tijdige onderzoeken enzovoorts 3.537 n.v.t. 20% n.v.t. Nieuw grondbeleid en uitgangspunten over verrekening van risico's bij verwachte winst geimplementeerd bij de verantwoording 2025.
SCHADE DOOR WEER Fysiek - BOR Extreem weer zoals hevige neerslag, hitte, droogte, hoge rivierwaterstanden en stormen, kan leiden tot schade aan infrastructuur, openbare ruimte en gemeentelijk vastgoed, toenemende gezondheidsrisico's en tot hogere beheer- en onderhoudskosten. Het aanpassen van de buitenruimte, vastgoed en terreinen om bestaande knelpunten (kwetsbare gebieden) te verminderen, bestaande gebieden klimaatbestendig in te richten door o.a. vergroening en het aanleggen van waterbergingen, het voorkomen van nieuwe problemen door toekomstbestendige nieuwbouw en samenwerking met bewoners, ondernemers en andere partners om particuliere terreinen voor te bereiden op extreem weer. 375 406 30% 30% Indexatie, Extreem weer komt regelmatig voor, vrijwal jaarlijks en de afgelopen jaren meerdere keren per jaar. De omvang van de schade is afhankeljk van het type gebeurtenis,de duur en intensiteit. Op basis van de KNMI'23 scenario's neemt de kans op extreem weer alsmaar toe.
INFLATIE BV - Financien Prijsontwikkeling als gevolg van exogene ontwikkeling Ingaande 2027 wordt de indexatie systematiek aangepast van lopende cijfers naar constante cijfers. De indexatie wordt verdeeld in specifieke onderdelen, en inzicht meerjarig wordt ook geborgd . Deze aanpak wordt geborgd in het financieel pakket (ERPX). 3.920 4275 20% 10% Indexatie en herijking van de systematiek verlaagt het risico.
RENTE BV - Financien Gevolgen van renteontwikkeling Bewaking lening portefeuille, monitoren rente ontwikkelingen. 2.220 2400 10% 10% Actualisatie op basis van ontwikkeling balanspositie
GEMEENTEFONDS BV - Financien Onzekerheid over de inkomsten, het gevolg van trap op trap af principe, o.a. hervormingsagenda jeugd en financiering gezondheidsbeleid. Monitoren ontwikkeling gemeentefonds. Tijdig signaleren van afwijkingen. Gezonde financiële positie om tijdelijke afwijkingen te kunnen opvangen. De ontwikkelingen van het kabinet worden gevolgd. 2.500 3712 25% 20% Actualisatie op basis van de mei circulaire 2026, Tijdige monitor zorgt voor betere beheersing.
ARBEIDSMARKT BV - HR Krapte op de arbeidsmarkt waardoor hogere apparaatskosten (inhuur) en vertraging van projecten . Inrichting capaciteitsmanagement o.a.. arbeidsmarkt campagane, capaciteitendesk. Sturen op de inhuur norm en het prioriteren van ambities / projecten. 500 2400 10% 10% De impact gebaseerd op de opgave om de inhuur te laten dalen en indexatie
CYBERCRIME Concern / CISO Schade door cyberaanvallen. De dreiging is groter geworden vanwege de aandacht van Russen voor overheidsinstanties. (DDoS aanvallen van het afgelopen jaar en recent nog). Inrichting informatiebeveiliging inhoud en proces. Op basis van de ontwikkelingen (toename van dreiging) en de ervaringen van andere gemeenten de impact bepaald. Invulling aan benodigde beheersmaatregelen NIS2 Inzet op een noodvoorziening, SIEM/SOC en IAM 7.500 7725 25% 20% Indexatie en daling kans door investeringen in de inrichting
NIET TERUGBETALEN STARTERSLENINGEN Fysiek - Wonen Als gevolg van het verstrekken van startersleningen via de Stimulering Volkshuisvesting Nederland (SVN) bestaat het risico dat de startersleningen niet afgelost worden. 1% van de totaal uitstaande schuld is het maximale risico. De gemeente heeft een eigen risico van 10% van de totale uitstaande schuld. Door de startersleningen via de SVN te verstrekken is het risico geminimaliseerd 150 0 5% 0% Vervallen, uitkomst onder de ondergrens van € 250.000 conform nota risicomanagement 2013
JAPANSE DUIZENDKNOOP Fysiek - BOR De Japanse Duizendknoop is een plant die door muren, funderingen en riolen kan groeien met (financiële) schade als gevolg. De gemeente Vlaardingen heeft in de afgelopen jaren verschillende maatregelen genomen om de japanse duizendknoop te bestrijden. dit omvatte mechanische verwijdering en het experimenteren met begrazing in bepaalde gebieden zoals de broekpolder. Naast deze twee initiatieven zijn er in de gemeente kleine haarden uitgestoken. 500 n.v.t. 50% n.v.t. Risico vervallen, budget opgenomen in de reguliere begroting.

Onbenutte belastingcapaciteit

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Onbenutte belastingcapaciteit

Onbenutte belastingcapaciteit

Dit is sinds 2026 een nieuw onderdeel in de paragraaf Weerstandsvermogen. In dit onderdeel wordt inzicht gegeven in de onbenutte belastingcapaciteit van de gemeente. Dit is de ruimte die de gemeente heeft om haar belastingen te verhogen en hiermee haar inkomsten te vergroten. Indien nodig kan de gemeente deze ruimte gebruiken om risico's te dekken en eventuele tegenvallers op te vangen. Zoals in het coalitieakkoord ‘Durven Doen, Van Haringkoppen, Voor Haringkoppen’ is afgesproken, worden de lokale lasten niet verhoogd bovenop de jaarlijkse indexatie.

Het toevoegen van de onbenutte belastingcapaciteit is onderdeel van de houdbaarheidstest gemeentefinanciën en daarmee wordt het risicomanagement in lijn getrokken met de standaarden van de VNG. 

Een gemeente heeft middelen om in geval van tekorten te gebruiken. Hiervoor is het verhogen van de OZB de meest aannemelijke. In het geval dat er onvoldoende middelen blijken, kan de gemeente de OZB verhogen en hierbij (voorzichtigheidshalve) € 6 miljoen structureel extra inkomsten genereren. Dit bedrag is berekend op basis wat binnen de grenzen van redelijk en billijk ligt en met achtneming van de waarde van het huidige woningenbestand. 

Als deze structurele verhoging van inkomsten ten goede komt aan de algemene reserve dan neemt deze toe van € 60,2 miljoen tot € 66,2 miljoen. Dit leidt tot een weerstandsratio van 2,6. Dit is een toename van 0,24 ten opzichte van de ratio zonder rekening te houden met de onbenutte belastingcapaciteit. De gemeente kan de onbenutte belastingruimte gebruiken als er risico’s voordoen die de weerstandscapaciteit belasten. Dit is een laatste redmiddel voor het geval dat alle risico’s zich voordoen en de gemeente niet genoeg middelen heeft om deze op te vangen. Het is op dit moment niet waarschijnlijk dat deze situatie zich zal voordoen.

Als het OZB structureel wordt verhoogd, dan zien we een volgend scenario (zie onderstaand tabel). Hierbij moet worden gemeld dat dit op basis is van de huidige inzichten met een geprognotiseerde balanspositie. De cijfers geven daarmee een indicatie en geen definitief beeld. De tabel laat een dalend vrije eigen vermogen (algemene reserve) zien ten opzichte van een gelijkblijvende geïnventariseerde risico-inschatting. Definitieve cijfers kunnen afwijken. 

 

Financiën Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
Bedragen x € 1 miljoen 2025 2026 2027 2028 2029 2030
Algemene reserve 53 67 60 51 47 47
Onbenutte belastingcapaciteit 5 5 6 6 6 6
Totaal weerstandsvermogen 58 72 66 57 53 53
Noodzakelijle weerstandscapaciteit 34 42 25 25 25 25
Weerstandsratio zonder onbenutte belastingcapaciteit 1,6 1,6 2,4 2,0 1,9 1,9
Weerstandsratio met onbenutte belastingcapaciteit 1,7 1,7 2,6 2,3 2,1 2,1

Kengetallen weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Kengetallen weerstandsvermogen

De voorgeschreven set van kengetallen geeft in samenhang een goed inzicht in de financiële positie van een gemeente.
Als gevolg van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeente (BBV) worden kengetallen opgenomen voor:

  • De netto schuldquote
  • De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
  • De solvabiliteitsratio
  • De structurele exploitatieruimte
  • De grondexploitatie
  • De belastingcapaciteit

Bij ministeriële regeling zijn regels vastgesteld over de wijze waarop de kengetallen moeten worden vastgesteld en op welke wijze deze in de begroting worden opgenomen. In onderstaande tabel worden de kengetallen weergegeven, waarna elk kengetal nader wordt toegelicht.

Kengetallen Begr Begr Begr Begr Begr Begr
2025 2026 2027 2028 2029 2030
Netto schuld-quote (excl erfpacht) 50,6% 48,9% 74,5% 86,2% 95,8% 102,0%
Netto schuld-quote gecorrigeerd voor verstrekte leningen (excl erfpacht) 50,2% 48,6% 71,7% 83,3% 92,9% 99,0%
Netto schuld-quote (incl erfpacht) 56,7% 54,3% 80,4% 92,3% 102,0% 108,3%
Netto schuld-quote gecorrigeerd voor verstrekte leningen (incl erfpacht) 56,3% 53,9% 77,7% 89,4% 99,1% 105,3%
Solvabiliteitsratio 21,6% 20,4% 19,0% 16,6% 14,9% 14,9%
Grondexploitatie 7,8% 9,4% 4,1% 3,1% 0,0% 0,0%
Structurele exploitatieruimte 1,0% 0,4% 0,1% -1,6% -1,8% -1,9%
Gemeentelijke belastingcapaciteit 101,2% 99,0% 99,1% 99,1% 99,1% 99,1%

In onderstaande tabel worden de VNG-normen behorende bij de kengetallen weergegeven.

Kengetallen VNG Normen Minst risicovol Neutraal Meest risicovol
Netto schuld-quote < 90% tussen 90% en 130% > 130%
Netto schuld-quote gecorrigeerd voor verstrekte leningen < 90% tussen 90% en 130% > 130%
Solvabiliteitsratio > 50% tussen 20% en 50% < 20%
Grondexploitatie < 20% tussen 20% en 35% > 35%
Structurele exploitatieruimte > 0% 0% < 0%
Gemeentelijke belastingcapaciteit < 95% tussen 95% en 105% > 105%

Netto schuldquote

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Netto schuldquote

De netto schuldquote beoordeelt de schuld als aandeel van de inkomsten. Eenvoudig gezegd betekent een netto-schuldquote van 100% dat de schuldenlast de omvang heeft van een jaaromzet.

Een grote portefeuille uitgeleende gelden aan derden en aan verbonden partijen kan het beeld nuanceren. Daarom is ook een kengetal opgenomen waarin de netto schuldquote gecorrigeerd wordt voor verstrekte leningen. De indicator vertoont tot en met 2028 ratio’s onder de 100%, maar kent een stijgend verloop richting 2030. De netto schuldquote loopt vooral op vanwege de stijging van de omvang van de leningenportefeuille o.a. als gevolg van het investeringsprogramma.

Een netto schuldquote van tussen de 90% en 130% wordt als neutraal beschouwd.

Netto schuldquote & quote minus verstrekte leningen Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
bedragen x € 1.000 2025 2026 2027 2028 2029 2030
A1. Vaste schulden (leningen o/g) 140.000 180.000 165.000 200.000 235.000 255.000
A2. Vaste schulden (afkoopsommen erfpacht) 25.387 25.400 25.000 25.000 25.000 25.000
B. Netto vlottende schulden 13.438 33.139 40.000 40.000 40.000 40.000
C. Overlopende passiva 117.692 69.421 120.000 120.000 120.000 120.000
D. Financiële vaste activa (> 1 jaar):
D1. - uitzettingen 11.826 10.580 0 0 0 0
D2. - verstrekte leningen en uitzettingen 13.534 12.155 11.826 11.826 11.826 11.826
E. Uitzettingen < 1 jaar 32.523 14.240 1.708 1.708 1.708 1.708
F. Liquide middelen 138 500 500 500 500 500
G. Overlopende activa 15.301 25.000 7.300 7.300 7.300 7.300
Netto schuld 236.729 257.640 340.492 375.492 410.492 430.492
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen 235.021 256.065 328.666 363.666 398.666 418.666
H. Baten, excl. onttrekkingen reserves 417.363 474.644 423.244 406.713 402.361 397.549
Vaste schuld exclusief afgekochte erfpachten
Netto schuldquote = (A+B+C-D1-E-F-G)/H x 100% 50,6% 48,9% 74,5% 86,2% 95,8% 102,0%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen = (A+B+C-D2-E-F-G)/H x 100% 50,2% 48,6% 71,7% 83,3% 92,9% 99,0%
Vaste schuld inclusief afgekochte erfpachten
Netto schuldquote = (A+B+C-D1-E-F-G)/H x 100% 56,7% 54,3% 80,4% 92,3% 102,0% 108,3%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen = (A+B+C-D2-E-F-G)/H x 100% 56,3% 53,9% 77,7% 89,4% 99,1% 105,3%

Solvabiliteitsratio

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Solvabiliteitsratio

De solvabiliteitsratio wordt berekend als verhouding tussen de verschillende vermogenscomponenten. Het gaat erom inzicht te krijgen in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Het kengetal geeft weer in hoeverre de in de activa geïnvesteerde vermogen door het eigen vermogen kan worden gefinancierd. Wanneer de helft of meer van het totaal vermogen uit eigen vermogen bestaat, dan is een gemeente voldoende solvabel. Is het kengetal voor solvabiliteit kleiner dan 30%, dan is er veel vreemd vermogen aanwezig en wordt dat als onvoldoende beoordeeld. Versterking van het eigen vermogen, lees de algemene reserve, is al enkele jaren ons streven mede vanwege de ons gestelde norm voor voldoende weerstandscapaciteit.

Solvabiliteitsratio Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
bedragen x € 1.000 2025 2026 2027 2028 2029 2030
A. Eigen vermogen 93.642 98.223 98.391 96.582 93.666 93.077
B. Totaal passiva (totaal vermogen) 433.910 482.349 518.902 582.998 629.325 623.012
Solvabiliteitsratio = A/B x 100% 21,6% 20,4% 19,0% 16,6% 14,9% 14,9%

De indicator is naar verwachting 19,0% in 2027. 
De dalende trend bij de solvabiliteitsratio wordt veroorzaakt door enerzijds de afname van de algemene- en bestemmingsreserves en anderzijds (voornamelijk) de omvang van het investeringsvolume in het Meerjareninvesteringsplan 2027 – 2030. 

Grondexploitatie

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Grondexploitatie

Het financiële kengetal ‘grondexploitatie’ geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Wanneer een gemeente grond tegen de veel lagere prijs van landbouwgrond heeft aangekocht, loopt ze veel minder risico dan wanneer er dure grond is aangekocht en de vraag naar woningen is gestagneerd.

Een norm bepalen voor het kengetal grondexploitatie is lastig. De boekwaarde van de gronden in bezit zegt namelijk nog niets over de relatie tussen de vraag en aanbod van woningbouw dan wel m2-bedrijventerrein. Daarnaast is het van wezenlijk belang wat de te verwachte vraag zal zijn. De paragraaf Grondbeleid en het Meerjarenprogramma Grondzaken (MPG) bieden hierin meer inzicht.

De boekwaarde van de gronden geeft wel weer in welke mate er middelen zijn aangewend in de grondexploitatie. Dit geld dient namelijk ook nog terugverdiend te worden.

Grondexploitatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
bedragen x € 1.000 2025 2026 2027 2028 2029 2030
Boekwaarden niegg's:
A. Boekwaarde grondexploitaties 32.431 44.476 17.517 12.498 0 0
B. Baten, excl. onttrekkingen reserves 417.363 474.644 423.244 406.713 402.361 397.549
Grondexploitatie = A / B x 100% 7,8% 9,4% 4,1% 3,1% 0,0% 0,0%

Hoe kleiner het aandeel van de grondpositie is ten opzichte van de totale geraamde baten, hoe kleiner het risico is op het onvermogen om verliezen te kunnen opvangen. Een percentage kleiner dan 20 wordt als gunstig beschouwd. De ratio geeft een afname weer die het gevolg is van voltooiing van grondexploitaties.

Structurele exploitatieruimte

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Structurele exploitatieruimte

Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt ook het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten.

Het BBV bepaalt dat een overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma wordt opgenomen. Met behulp van deze gegevens en de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves, waarvan op grond van het BBV eveneens een overzicht moet worden opgenomen, wordt de structurele exploitatieruimte bepaald. Uit onderstaande tabel blijkt vanaf 2028 een negatieve uitkomst, hetgeen betekent dat er geen ruimte is om een stijging van structurele lasten te kunnen opvangen.

Structurele exploitatieruimte Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
bedragen x € 1.000 2025 2026 2027 2028 2029 2030
A. Structurele lasten 332.298 363.809 398.097 401.641 401.926 405.217
B. Structurele baten 336.422 365.574 398.460 395.261 394.660 397.549
C. Structurele toevoegingen aan reserves 0 0 0 0 0 0
D. Structurele onttrekkingen aan reserves 0 0 0 0 0 0
E. Baten, exclusief onttrekkingen reserves 417.363 474.644 423.244 406.713 402.361 397.549
Structurele exploitatie ruimte in % = (((B-A)+(D-C))/(E) x 100% 1,0% 0,4% 0,1% -1,6% -1,8% -1,9%

Belastingcapaciteit

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Belastingcapaciteit

De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De definitie van het kengetal belastingcapaciteit luidt: woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t ten opzichte van het landelijk gemiddelde in jaar t-1 uitgedrukt in een percentage.

Bij de berekening van de belastingcapaciteit is aangesloten bij de berekeningsmethodiek van het COELO (Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden). Dit betekent dat de OZB-lasten zijn berekend op basis van de landelijk gewogen gemiddelde WOZ-waarde van een woning om een zuivere vergelijking met het landelijk gemiddelde te kunnen maken. Dit in tegenstelling tot de berekening van de lokale lastendruk in de paragraaf lokale heffingen, waarbij wordt uitgegaan van de gemiddelde WOZ-waarde van woningen in Vlaardingen.

Gemeentelijke belastingcapaciteit Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
Bedragen x € 1 2025 2026 2027 2028 2029 2030
A. OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 453 465 481 495 510 525
B. Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 207 213 217 224 231 238
C. Afvalstoffenheffing voor een gezin 406 406 420 433 446 459
D. Eventuele heffingskorting voor een gezin 0 0 0 0 0 0
E. Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 1.066 1.084 1.118 1.152 1.186 1.222
F. Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1 1.053 1.095 1.128 1.162 1.197 1.232
Gemeentelijke belastingcapaciteit in % = (E/F) x 100% 101,2% 99,0% 99,1% 99,1% 99,1% 99,1%

Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Inleiding

Deze paragraaf gaat over de voortgang van het geplande onderhoud aan o.a. openbaar groen, water, wegen en kunstwerken, verlichting, speeltoestellen, riolering, gebouwen.
In deze paragraaf geven we aan hoe we kapitaalgoederen in gemeentelijk eigendom beheren. In de Financiële verordening is onder andere opgenomen hoe en wanneer de gemeente haar kapitaalgoederen afschrijft. Per onderdeel gaan we nader in op de specifieke beleidskaders, beheerplannen en financiën.

De gemeente Vlaardingen heeft ruim 7 km² openbare ruimte in beheer. In die ruimte bevindt zich een groot aantal kapitaalgoederen. Deze goederen moeten onderhouden worden. Dit is een taak die continu budgettaire middelen vergt.

In onderstaande tabel worden de kerncijfers voor wegen, riolering, water en groen weergegeven. Deze data zijn afkomstig uit de gemeentelijke beheersystemen. Het muteren van gegevens vindt plaats na afronding van werkzaamheden. Hierdoor lopen de gepresenteerde kerncijfers enigszins achter op de werkelijke situatie. 

Omschrijving Kerncijfers Percentage
Aantal kilometers wegrijbanen* 277 kilometer 100%
waarvan binnen de bebouwde kom 260 kilometer 94%
waarvan buiten de bebouwde kom 17 kilometer 6%
Oppervlakte wegennet rijbanen 1.416.511 m² 100%
waarvan klinkers 1.359.349 m² 96%
waarvan asfalt 63.141 m² 4%
Aantal kilometers fietspad* 109 kilometer 100%
waarvan binnen de bebouwde kom 95 kilometer 87%
waarvan buiten de bebouwde kom 14 kilometer 13%
Oppervlakte fietspaden 270.926 m² 100%
waarvan klinkers 115.572 m² 42%
waarvan asfalt 156.743 m² 58%
Oppervlakte overig 1.495.378 m² 100%
waarvan klinkers 1.359.349 m² 91%
waarvan asfalt 63.141 m² 4%
waarvan onverhard 67.662 m² 5%
Totaal verharding openbare ruimte 3.182.816 m² 100%
waarvan klinkers 2.410.296 m² 76%
waarvan asfalt 691.277 m² 22%
waarvan onverhard 72.036 m² 2%
Aantal rioolaansluiting 38.676 stuks
Aantal trottoir- en straatkolken 25.927 stuks
Aantal gemalen en pompputten 68 stuks
Aantal minigemalen drukriolering 59 stuks
Lengte vrijverval riolering ± 280 kilometer
Lengte persleiding en drukriolering ± 36,5 kilometer
Aantal bruggen 130 stuks
Aantal lichtmasten 13.312 stuks
Aantal armaturen 14.114 stuks
Aantal lampen 14.576 stuks
Aantal duikers
Lengte watergangen 8 kilometer HHD, 2,4km gemeente
Oppervlakte beplantingen 731.123 m²
Oppervlakte gazon 989.270 m²
Oppervlakte ecologisch gras 1.527.131 m²
Oppervlakte water singels 561.305 m²
Lengte sloten 92.385 m²
Aantal bomen 28.615 stuks
* totaal wegennet (rijbaan/fietspad) 274 kilometer, waarvan 92% binnen de bebouwde kom en 8% buiten de bebouwde kom

In onderstaande tabel worden de kerncijfers voor gebouwen weergegeven.

Functie/doel Aantal
Maatschappelijk
- Dienstgebouw 13
- Wijkcentrum 3
- Overig 10
- Kerktoren 4
- Multifunctioneel 3
- Kinderopvang 2
- Zaalsport 7
- Onderwijs 37
- Veldsport 10
Economisch
- strategisch 2
- overig 30
- rioolgemaal 6
Totaal 127

Beheerplannen en planning

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Beheerplannen en planning

In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) wordt gesteld dat voor tenminste de kapitaalgoederen wegen, riolering, water, groen en gebouwen het volgende wordt aangegeven:

  • Het beleidskader
  • De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties
  • De vertaling van de financiële consequenties in de begroting.

Onderstaand volgt een overzicht van de geldende beheerplannen, waarna per beheerplan een nadere toelichting is opgenomen.

Van ieder substantieel kapitaalgoed wordt vervolgens het beleidskader aangegeven, gekoppeld aan het geldende beheerplan. Daarna volgt een verantwoording over de uitvoering in het afgelopen jaar.

Beheerplannen Door de raad vastgesteld d.d. Looptijd t/m Programma
Wegen 17 juni 2021 n.v.t. 4. Verkeer en mobiliteit
Civieltechnische kunstwerken 20 mei 2025 n.v.t. 4. Verkeer en mobiliteit
Riolering en grondwater 14 december 2023 n.v.t. 3. Groen en milieu
Waterbodems (Waterplan) 28 november 2013 n.v.t. 4. Verkeer en mobiliteit
Groenvisie vlaardingen 11 juli 2024 n.v.t. 3. Groen en milieu
Kades en glooiingen 19 februari 2015 n.v.t. 6. Onderwijs, economie en havens
Havens Zie kades en glooiingen n.v.t. 6. Onderwijs, economie en havens
Oppervlaktewater (Waterplan) 28 november 2013 n.v.t. 3. Groen en milieu
Ondergrondse containers - n.v.t. 3. Groen en milieu
Speeltoestellen 2013 n.v.t. 9. Sport en recreatie
Openbare verlichting 18 september 2014 n.v.t. 4. Verkeer en mobiliteit
Verkeersregelinstallaties (Nota verkeerslichten) Ter kennisname raad 18 december 2012 n.v.t. 4. Verkeer en mobiliteit
Gebouwen Najaar 2021 n.v.t. 1. Bestuur, participatie en dienstverlening
Nota grondbeleid 7 april 2011 raad n.v.t. 5. Wonen
Nota Vastgoedbeleid 25 september 2025 n.v.t. 1. Bestuur, participatie en dienstverlening

Wegen en civieltechnische kunstwerken (CTK)

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Wegen en civieltechnische kunstwerken (CTK)

Beleids- en beheerkaders 
De beleidskaders voor het beheer worden gevormd door het 'Beheerplan Wegen' en het 'Beheerplan Civieltechnische kunstwerken', beiden vastgesteld in 2021 met een looptijd tot en met 2025. Voor Civieltechnische kunstwerken is in mei 2025 een nieuw beheerplan vastgesteld met een looptijd van 2026 tot en met 2029. Voor wegen is ook een nieuw beheerplan opgesteld met een looptijd van 2026 tot en met 2029. De kaders uit deze plannen zijn bepalend voor de manier waarop we het beheer van wegen en civieltechnische kunstwerken uitvoeren en het niveau van beheer. Daarnaast zijn de actuele areaal- en inspectiegegevens en technische levensduur leidend. 

Wegen 
We onderhouden de wegen op onderhoudsniveau B (CROW-niveau). Een keer per twee jaar worden de wegen visueel geïnspecteerd. Mede op basis hiervan bepalen we welk onderhoud nodig is en op welk moment vervanging moet plaatsvinden. Acute problemen pakken we direct op om de veiligheid in de openbare ruimte te waarborgen. We werken de planopgave voor groot onderhoud en vervanging doorlopend bij op basis van inzichten uit inspecties en meldingen. Periodiek stemt de wegbeheerder de planning af met andere beheerdisciplines zoals riolering en groen. Ook stemt de wegbeheerder periodiek af met ruimtelijke ontwikkelingen, zoals herontwikkeling, verkeerskundige aanpassingen, klimaatadaptatie (wateroverlast en hittestress) en energietransitie. Vervangingen van verhardingsconstructies worden als krediet geactiveerd vanuit het investeringsprogramma. 

Civieltechnische kunstwerken 
We onderhouden civieltechnische kunstwerken (CTK) op ’basis'-onderhoudsniveau. Hierbij hanteren we het uitgangspunt dat we zorgen voor technisch adequaat onderhoud, waarbij het kapitaalgoed duurzaam in stand gehouden wordt. Voor de civieltechnische kunstwerken betekent dit dat het basis-instandhoudingsniveau (schoon, heel en veilig) gegarandeerd wordt. De civieltechnische kunstwerken worden een keer per vijf jaar gedetailleerd geïnspecteerd. Werktuigbouwkundige installaties en elektrische installaties inspecteren we jaarlijks. 

Financiën 
De financiële consequenties van de beleids- en beheerplannen met de daarbij behorende kwaliteitskeuze zijn in deze begroting verwerkt in het programma Verkeer en Mobiliteit.   

Omschrijving Rek 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030 Programma
Klein onderhoud wegen 625.443 549.223 640.670 640.670 640.670 640.670 Verkeer en mobiliteit
Klein onderhoud CTK 105.602 172.050 180.000 180.000 180.000 180.000 Verkeer en mobiliteit
Groot onderhoud wegen 1.477.390 1.417.232 1.653.205 1.653.205 1.653.205 1.653.205 Verkeer en mobiliteit
Groot onderhoud CTK 105.602 84.362 81.770 81.770 81.770 81.770 Verkeer en mobiliteit
Overig onderhoud 1.124.160 771.735 900.231 900.231 900.231 900.231 Verkeer en mobiliteit
Mutatie voorziening/reserve n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Kapitaallasten CTK 130.110 228.645 226.835 155.081 151.370 151.370 Verkeer en mobiliteit
Totaal 3.568.307 3.223.247 3.682.711 3.610.957 3.607.245 3.607.245
Overig onderhoud heeft o.a. betrekking op onderhoud installatie, onderhoud markeringen, afval gerelateerde zaken, aanschaf materialen, magazijnuitgiftes etc. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Riolering en grondwater

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Riolering en grondwater

Beleids- en beheerkaders
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 vervalt de verplichting om over een Gemeentelijk Rioleringsplan te beschikken. De zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater blijven in stand en het blijft ook verplicht om de financiën te verantwoorden. Deze onderdelen krijgen een plaats in de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan of -programma. In Vlaardingen hebben we de belangrijkste aspecten van de gemeentelijke watertaken en de bekostiging ervan planmatig vastgelegd in het ‘Programma Stedelijk Water’.

Het Programma Stedelijk Water vertaalt de gemeentelijke ambities voor de rioleringszorg naar concrete doelen, een adequate strategie en benodigde activiteiten. Het dient als leidraad bij het waterrobuust maken van de stad. Nieuwbouwprojecten, herstructureringen en vervangingsopgaven van de riolering grijpen wij aan om vasthoudmaatregelen of extra bergingscapaciteit te realiseren en waar mogelijk verhard oppervlak af te koppelen. In 2026 is gewerkt aan de realisatie van  de rehabilitatie Indische Buurt kwadrant 2, de relining van de riolering onder de Vaart vanuit de Delfseveerweg en de rehabilitatie van Jacoba van Beierenstraat.

Financiën
De exploitatiekosten van het rioolstelsel worden gedekt uit de opbrengst rioolheffing. Deze lasten en opbrengsten zijn verantwoord in het programma Groen en Milieu. Alle kosten aan het rioolstelsel en de aan de grondwaterzorgplicht gerelateerde activa mogen via de rioolheffing, worden doorberekend. Om prijsstijgingen op de markt bij te kunnen benen wordt de rioolheffing jaarlijks marktconform geïndexeerd. De exploitatie van het rioolstelsel is binnen de begroting budgettair neutraal. Eventuele saldi die na afsluiting van een boekjaar ontstaan worden via de spaarvoorziening riolering verrekend.  

Omschrijving Rek 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030 Programma
Klein onderhoud 935.157 1.639.563 1.673.994 1.673.994 1.673.994 1.673.994 Groen en milieu
Groot onderhoud IP IP IP IP IP IP Groen en milieu
Overig onderhoud 378.977 999.441 877.280 984.249 875.679 875.679 Groen en milieu
Mutatie voorziening/reserve 4.717.086 3.107.488 3.125.052 3.267.508 3.556.852 3.556.852 Groen en milieu
Kapitaallasten 653.719 1.190.257 1.364.567 1.615.521 2.100.737 2.100.737 Groen en milieu
Totaal 6.684.939 6.936.749 7.040.893 7.541.271 8.207.262 8.207.262
Overig onderhoud heeft o.a. betrekking op energiekosten en betaalde belastingen. Het groot onderhoud en vervanging van riolering bij integrale ophogingsprojecten wordt gefinancierd vanmuit het IP. Cijfers zijn exclusief ambtelijke uren.

Waterbodems

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Waterbodems

Beleids- en beheerkaders
De beleidskaders zijn opgenomen in het Waterplan. Diverse wetten zijn kaderstellend en geven verplichtingen voor de waterbeheerder. Het onderhoud van de waterbodems bestaat uit baggeren, dat door het Hoogheemraadschap van Delfland (HHvD) wordt uitgevoerd op basis van een planning die uitgaat van een achtjarige cyclus. Het HHvD is de waterbeheerder voor de hoofdwatergangen. 

Financiën

De hoofdwatergangen zijn in beheer bij het Hoogheemraadschap van Delfland en de overige watergangen zijn in beheer bij de gemeente. Voor het uitvoeren van dagelijks en groot onderhoud aan watergangen die de gemeente beheert, zijn in deze begroting in het programma Groen en Milieu de benodigde financiële middelen voorzien. 

Omschrijving Rek 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030 Programma
Klein onderhoud 98.263 23.853 24.504 20.504 17.504 17.504 Verkeer en mobiliteit
Groot onderhoud -78.856 150.000 153.000 157.000 160.000 160.000 Verkeer en mobiliteit
Overig onderhoud 0 29.589 30.210 30.210 30.210 30.210 Verkeer en mobiliteit
Mutatie voorziening/reserve n.v.t n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Kapitaallasten 2.591 2.578 2.496 2.483 2.472 2.472 Verkeer en mobiliteit
Totaal 21.998 206.020 210.210 210.198 210.186 210.186
Overig onderhoud heeft o.a. betrekking op energiekosten en betaalde belastingen. Cijfers zijn exclusief ambtelijke uren.

Groenvoorzieningen

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Groenvoorzieningen

Beleids- en beheerkaders
De kaders voor het openbaar groen zijn vastgelegd in de Groenvisie 2024-2034, de Bomenverordening Vlaardingen 2023 en bijbehorende beleidsregels. Duurzaamheid in inrichting en beheer zijn belangrijke aspecten van het beleid. Met de vaststelling van de Groenvisie 2024–2034 en de daaropvolgende beleidsregels en beheerplannen, is er voor gekozen om te streven naar beeldkwaliteit niveau B voor het beheer en onderhoud van ons groen. De centrumgebieden worden onderhouden op beeldkwaliteit A. Voor het adequaat en efficiënt uitvoeren van technisch beheer voeren we in een driejarige cyclus boomveiligheidsonderzoek uit. Ambities uit de Groenvisie worden zoveel mogelijk gerealiseerd door aan te sluiten bij integrale projecten. 

Duurzaamheid in inrichting en beheer van het groen areaal blijft het belangrijkste uitgangspunt. Onderhoud van het groen wordt uitgevoerd op de afgesproken kwaliteitsniveaus. Het technisch beheer, inclusief het periodieke Boomveiligheidsonderzoek (BVO), is volgens de driejarige cyclus uitgevoerd. Hierbij zijn bomen en ander groen tijdig geïnspecteerd, onderhouden of vervangen om de veiligheid in de openbare ruimte te waarborgen. Waar mogelijk koppelen we het onderhoud aan andere projecten in de openbare ruimte.

Financiën
Voor het uitvoeren van groenonderhoud zijn in de begroting in het programma Groen en Milieu de benodigde financiële middelen voorzien. De ramingen zijn gebaseerd op regulier (jaarlijks terugkerend) onderhoud. 

Omschrijving Rek 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030 Programma
Klein onderhoud 58.355 55.000 59.426 58.325 57.798 57.798 Groen en milieu
Groot onderhoud 4.007.014 3.775.746 3.955.502 3.956.603 3.957.130 3.938.567 Groen en milieu
Overig onderhoud 58.955 232.132 237.007 233.309 233.309 233.309 Groen en milieu
Mutatie voorziening/reserve 24.877 0 0 0 0 24.877 Groen en milieu
Kapitaallasten 108.734 117.274 90.010 88.069 85.726 85.726 Groen en milieu
Totaal 4.257.935 4.180.152 4.341.945 4.336.306 4.333.963 4.340.277
Overig onderhoud heeft o.a. betrekking op verwerkingskosten groenafval, betaalde belastingen, huisvestingskosten, kantoorartikelen, aanschaf materiaal. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Kades en glooiingen

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Kades en glooiingen

Beleids- en beheerkaders 
De veiligheid en functionaliteit van de kades en glooiingen zijn van groot belang voor de continuïteit van de havenactiviteiten. Het 'Plan Kades en glooiingen' (2015) is de basis voor het beheer van de gemeentelijke kades en glooiingen. Op basis van de opgenomen uitgangspunten worden veiligheid en functionaliteit gewaarborgd. De nadruk in het plan ligt met name bij de technische kwaliteit en functionaliteit en minder op de belevingswaarde. Herstructureringen en vervangingsopgaven van de openbare ruimte in de nabijheid van kades en glooiingen grijpen wij aan om meekoppelkansen te realiseren. Omdat het huidige plan is verouderd, is de ambitie is om dit te actualiseren en in 2028 te laten vaststellen.  

Financiën 
De uitgaven voor kleinschalig en dagelijks onderhoud zijn conform het beheerplan opgenomen in de begroting bij de producten Zeehavens en Binnenhavens binnen het programma Onderwijs, Economie en Haven. Groot onderhoud wordt gefinancierd vanuit het Investeringsplan. 

Omschrijving Rek 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030 Programma
Klein onderhoud kades en glooiingen 143.282 168.427 171.964 171.964 171.964 171.964 Onderwijs, economie en haven
Klein onderhoud havens 293.418 240.068 245.109 245.109 245.109 245.109 Onderwijs, economie en haven
Groot onderhoud kades en glooiingen 0 0 0 0 0 0 Onderwijs, economie en haven
Groot onderhoud havens 0 67.067 69.079 71.151 72.225 72.225 Onderwijs, economie en haven
Overig onderhoud kades en glooiingen 0 0 0 0 0 0 Onderwijs, economie en haven
Overig onderhoud havens 101.226 54.991 56.146 56.146 56.146 56.146 Onderwijs, economie en haven
Mutatie voorziening / reserve K&G nvt n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Kapitaallasten K&G 486.291 607.352 554.426 547.213 538.598 538.598 Onderwijs, economie en haven
Totaal 1.024.217 1.137.905 1.096.724 1.091.583 1.084.042 1.084.042
Overig onderhoud heeft o.a. betrekking op schadeuitkeringen en acualiseren plan kades en glooiingen. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Oppervlaktewater

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Oppervlaktewater

Beleids- en beheerkaders
Op grond van de Waterwet dragen de gemeente en het Hoogheemraadschap van Delfland samen zorg voor een doelmatig en samenhangend waterbeheer. In 2026 hebben we samen met het Hoogheemraadschap de studie gecontinueerd om meer inzicht krijgen in de effecten van gebiedsontwikkelingen op het functioneren van het riool- en watersysteem in Vlaardingen-oost. Samen met het Hoogheemraadschap hebben we de “Staat van ons water Vlaardingen” gemaakt, waarbij we maatregelen in kaart brengen die bijdragen aan het verbeteren van de waterkwaliteit.

Financiën
De financiële consequenties van het gemeentelijke waterbeleid zijn in het Uitvoeringsprogramma (Waterplan, deel 7) vastgelegd. Vanwege het samenwerkingsverband met het Hoogheemraadschap van Delfland geldt hierbij voor een aantal onderdelen een gedeelde financiering. Om de waterkwaliteit en -kwantiteit van het oppervlaktewatersysteem te verbeteren streeft de gemeente naar scheiding van afvalwater (riolering) en hemelwater, het vinden van meer ruimte voor waterberging en het ontwikkelen van natuurvriendelijke oevers. Verder treft de gemeente maatregelen in de rioleringssfeer. Door de riolering te ontlasten neemt het aantal overstortgebeurtenissen verder af en daarmee de vuilemissie op het oppervlaktewater. Met de beschikbare middelen die in de begroting in het programma Groen en Milieu zijn opgenomen kunnen de onderhoudskosten worden gedekt.

Omschrijving Rek 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030 Programma
Klein onderhoud 245.383 242.472 247.564 247.564 247.564 247.564 Groen en milieu
Groot onderhoud n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. Groen en milieu
Overig onderhoud n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Mutatie voorziening/reserve n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Kapitaallasten n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Totaal 245.383 242.472 247.564 247.564 247.564 247.564
Het groot onderhoud wordt door de gemeente voor rekening van Midden-Delfland gedaan. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Ondergrondse containers

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Ondergrondse containers

Beleids- en beheerkaders
De gemeente wil met ondergrondse containers het straatbeeld verbeteren en meer service aan bewoners leveren. In totaal zijn er 1163 ondergrondse restafvalcontainers in heel Vlaardingen. Het grootschalig onderhoud is opgenomen in de begroting van het product Afval van het programma Groen en Milieu.

Financiën
De kosten van nieuw te plaatsen ondergrondse containers worden gedekt uit de beschikbaar gestelde investeringskredieten. Dit staat verantwoord in het programma Groen en Milieu. Alle aan de afvalverwijdering en –verwerking gerelateerde kosten mogen via de afvalstoffenheffing worden doorberekend. Daarom is de exploitatie van de afvalverwijdering en –verwerking binnen de begroting budgettair neutraal. Saldi die na afsluiting van een boekjaar ontstaan worden via de egalisatievoorziening Afvalverwijdering verrekend.  

Omschrijving Rek 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030 Programma
Klein onderhoud 529.258 528.250 544.097 560.419 577.231 577.231 Groen en milieu
Groot onderhoud IP IP IP IP IP IP IP Groen en milieu
Groot onderhoud 44.469 158.036 162.777 167.660 170.178 170.178 Groen en milieu
Overig onderhoud 0 0 0 0 0 0 Groen en milieu
Mutatie voorziening/reserve -209.219 -209.328 -25.074 183.038 182.581 182.581 Groen en milieu
Kapitaallasten Irado 971.134 852.650 878.229 891.402 904.773 904.773 Groen en milieu
Kapitaallasten gemeente 646.728 787.885 810.521 597.902 597.776 597.776 Groen en milieu
Totaal 1.982.370 2.117.493 2.370.550 2.400.421 2.432.539 2.432.539
Het groot onderhoud heeft betrekking op het plaatsen van de ondergrondse containers. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Speeltoestellen

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Speeltoestellen

Beleids- en beheerkaders
De gemeente Vlaardingen streeft naar veilige en uitdagende speelplekken en speelvoorzieningen, waarmee de leefbaarheid van buurten en wijken worden verbeterd. Een goed en veilig ingerichte openbare ruimte is een onderdeel van een prettige leefomgeving. Hiertoe behoren ook de speelplaatsen. De gemeente stelt kwaliteit boven kwantiteit. Gestreefd wordt naar uitdagende speelplaatsen die zo goed mogelijk over de stad verdeeld zijn, aansluitend bij de wensen en behoeften van de gebruikers en technisch goed worden onderhouden. Steeds vaker zetten we in op spelen in het groen dat schaduw en koelte geeft. 

Financiën
Voor de speelvoorzieningen zijn in de begroting in het programma Sport en Recreatie financiële middelen opgenomen voor vervanging en het dagelijks beheer en onderhoud. 

Omschrijving Rek 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030 Programma
Klein onderhoud 105.845 95.000 98.562 100.000 105.960 105.960 Sport en recreatie
Groot onderhoud 445.816 381.943 351.641 350.203 344.243 344.243 Sport en recreatie
Overig onderhoud 0 222 227 227 227 227 Sport en recreatie
Mutatie voorziening/reserve n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Kapitaallasten gemeente 2.937 13.422 13.408 10.450 10.400 10.400 Sport en recreatie
Totaal 554.598 490.587 463.837 460.879 460.829 460.829
Overig onderhoud heeft onder andere betrekking op energiekosten. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Openbare verlichting

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Openbare verlichting

Beleids- en beheerkaders
De openbare verlichting draagt bij aan de sociale veiligheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid. Verlichting maakt de stad bovendien aantrekkelijker. In 2025 is het beheerplan openbare verlichtingen geactualiseerd. De gemeente Vlaardingen blijft ook in 2026 de openbare verlichting verder verduurzamen door bij einde levensduur de conventionele verlichting te vervangen door moderne ledverlichting. Hierdoor verminderen we het aantal storingen. De gemeente voert zelf de regie, beleidsmatig en operationeel, en laat zich daarbij ondersteunen door specialisten uit de markt. Het onderhoud en spoedreparaties zijn ondergebracht bij een marktpartij.

Financiën
Voor het uitvoeren van dagelijks en groot onderhoud aan de openbare verlichting zijn in de begroting in het programma Verkeer en Mobiliteit de benodigde financiële middelen opgenomen.

Omschrijving Rek 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030 Programma
Klein onderhoud n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Groot onderhoud 275.408 456.246 465.827 465.827 465.827 465.827 Verkeer en mobiliteit
Overig onderhoud 580.575 500.001 510.501 510.501 510.501 510.501 Verkeer en mobiliteit
Mutatie voorziening/reserve n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Kapitaallasten gemeente 232.818 71.209 305.001 318.605 332.367 332.367 Verkeer en mobiliteit
Totaal 1.088.801 1.027.456 1.281.329 1.294.933 1.308.695 1.308.695
Overig onderhoud heeft onder andere betrekking op energiekosten. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Verkeersregelinstallaties

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Verkeersregelinstallaties

Beleids- en beheerkaders
De beleidskaders voor de verkeersregelinstallaties (VRI's) zijn vastgelegd in de Nota Verkeerslichten. Hierin staan de uitgangspunten voor het niveau van beheer en onderhoud en vervanging van verkeersregelinstallaties . 

Aanbesteding
In 2026 vindt de aanbesteding plaats voor de vervanging van verkeersregelinstallaties. Waar mogelijk, gaan we de traditionele VRI's vervangen door 'intelligente' verkeersregelinstallaties (iVRI's). Hiermee dragen we bij aan een betere doorstroming van het verkeer, een verbetering van de verkeersveiligheid en een betere afstemming op de real-time verkeersomstandigheden.

Financiën
Voor het uitvoeren van dagelijks en groot onderhoud aan de verkeersregelinstallaties zijn in de begroting in het programma Verkeer en Mobiliteit de benodigde financiële middelen opgenomen.

Omschrijving Rek 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030 Programma
Klein onderhoud n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Groot onderhoud 297.106 290.559 296.661 296.661 296.661 296.661 Verkeer en mobiliteit
Overig onderhoud 0 0 0 0 0 0 Verkeer en mobiliteit
Mutatie voorziening/reserve n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Kapitaallasten gemeente 172.209 262.447 228.342 239.044 249.871 249.871 Verkeer en mobiliteit
Totaal 469.315 553.006 525.003 535.705 546.532 546.532
Overig onderhoud heeft betrekking op energiekosten. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Gebouwen

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Gebouwen

Beleids- en beheerkaders

(Duurzame) MeerjarenOnderhoudsPlannen (D)MJOP
Met ingang van 2021 werken we met een Beheerplan Gemeentelijke Gebouwen. Grondlegger van het beheerplan zijn de (D)MJOP welke cyclisch aangeven welk onderhoud en voor welk budget gepleegd dient te worden om de technische kwaliteit te waarborgen. Indien mogelijk wordt bij vervanging (onderhoudsingreep bij einde technische levensduur) gekozen voor een duurzame variant. Door het uitvoeren van conditiemetingen houden we de (D)MJOP’s actueel. Hiernaast doen we één keer per 4 jaar een actualisatie van de beheerplannen. Hierbij worden de plannen tegen het licht gehouden en aangepast aan huidige stand. In 2024 heeft de laatste actualisatie plaatsgevonden, dit betekent dat in 2028 een nieuwe actualisatie zal plaatsvinden.

Routekaart CO2-neutraal gemeentelijk vastgoed
Met enkel duurzaam planmatig onderhoud gaat de gemeentelijke vastgoedportefeuille niet voldoen aan de landelijke klimaatdoelstellingen van CO2-reductie van 55% in 2030 en CO2-neutraal in 2050.

In 2024 is reeds begonnen met de verduurzaming van een aantal vastgoedobjecten. 

De term ‘routekaart’ wordt gehanteerd omdat de uiteindelijke aanpak per gebouw nog niet volledig uit te tekenen is: tussen nu en 2050 zal de huisvestingsbehoefte zich ontwikkelen en zullen technische en financiële mogelijkheden veranderen. De opgave is ook te omvangrijk om alles tegelijk aan te pakken. Het belangrijkste is dat er een route wordt uitgestippeld naar het einddoel en dat een eerste stap wordt gezet. De routekaart werkt daarom niet alles uit, maar geeft strategische kaders om stapsgewijs tot uitvoering te komen. De routekaart werkt voor de eerstvolgende korte termijn een uitvoeringsplan uit, schetst de opgaven voor de middellange termijn en verkent de opgaven voor de lange termijn.

In 2025 en 2026 zijn de van Heusdenslaan 357 en de Lissabonweg 10 verduurzaamd. In 2026 wordt begonnen aan het onderhoud en verduurzaming (aanbrengen van dak en zoldervloerisolatie ) van de Markt 11.

Vastgoedbeleid
Met de geactualiseerde DMJOP, het hierop volgende beheerplan én de routekaart hebben we de belangrijke bouwstenen voor technisch beheer van gemeentelijk vastgoedbeleid. In 2025 is de Nota Vastgoedbeleid 2025-2030 opgesteld.

Gemeentelijk vastgoed wordt ingezet voor maatschappelijke organisaties of verenigingen die binnen de kernportefeuille van de gemeente passen. Tevens is het ook nodig voor de eigen huisvesting van de gemeentelijke organisatie (dienstgebouwen). Ook kan gemeentelijk vastgoed nodig zijn voor binnenstedelijke- of gebiedsontwikkelingen (strategisch vastgoed).

De vastgoedportefeuille is ingericht op basis van de volgende categorieën:

Kernportefeuille:

  • Dienstgebouwen
  • Maatschappelijk vastgoed
  • Onderwijs
  • Kunst, cultuur en erfgoed
  • Sport
  • Beheer en openbare ruimte (BOR)

Niet-kernportefeuille:

  • Gronden
  • Strategisch vastgoed
  • Overig vastgoed

Verhuur 
In 2026 worden acties die voortkomen uit de nieuwe Nota Vastgoedbeleid 2025-2030 opgepakt. Dit heeft betrekking op daar waar mogelijk -op natuurlijke momenten-  onder andere het invoeren van kostprijsdekkende huur, in rekening brengen van marktconforme huurtarieven en het herzien van huurovereenkomsten.

Beheerplan

De onderhoudsplannen zijn geactualiseerd en structureel verwerkt in de begroting. De beschikbare financiële middelen zijn echter ontoereikend om de vastgoedportefeuille in de komende jaren op een adequaat niveau te beheren en te onderhouden.

Als gevolg hiervan neemt het achterstallig onderhoud verder toe en wordt de problematiek feitelijk doorgeschoven naar de toekomst. Dit leidt tot een structurele achterstand, waarbij het beheer – te vaak - reactief in plaats van planmatig plaatsvindt.

Omschrijving Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Programma
2025 2025 2026 2027 2028 2029
Klein en groot onderhoud 3.975.605 2.590.623 3.555.833 2.841.269 4.752.282 3.447.032 divers
Mutatie voorziening 160.375 831.078 -39.312 779.506 -126.034 1.246.991 divers
Kapitaallasten gemeente 2.243.464 2.510.919 2.736.928 2.912.414 3.600.429 3.649.277 divers
Totaal 6.379.444 5.932.620 6.253.449 6.533.189 8.226.677 8.343.300

Financiering

Inleiding

Terug naar navigatie - Financiering - Inleiding

De treasuryfunctie maakt deel uit van de bredere financiële functie. De treasuryfunctie houdt zich bezig met financiering, risico- en cashmanagement en de hiermee samenhangende baten en lasten. In onze gemeente worden de treasurytaken overwegend centraal uitgevoerd. De uitvoering vindt plaats binnen de kaders van het treasurystatuut. Dit verplichte document (artikel 212, Gemeentewet) is voor het laatst in december 2023 door de raad vastgesteld. 

Uitgangspunt

Terug naar navigatie - Financiering - Uitgangspunt

Het treasurystatuut stelt dat het treasurybeleid in onze gemeente defensief van karakter behoort te zijn. Dit betekent dat financiële risico’s, die betrekking hebben op de uitvoering van de treasuryfunctie, beperkt dienen te blijven. Deze risicohouding vloeit enerzijds voort uit het idee dat prioriteit gegeven moet worden aan een ongehinderde continue uitvoering van de publieke taak, anderzijds uit de gedachte dat met gemeenschapsgeld met de nodige voorzichtigheid moet worden omgegaan.

Doelstellingen

Terug naar navigatie - Financiering - Doelstellingen

In het statuut zijn de algemene doelstellingen van het treasurybeleid opgenomen. Deze luiden als volgt:

  • Het garanderen van een duurzame toegang tot de financiële markten en het beperken van de kosten die daarmee samenhangen.
  • Het beschermen van de gemeentelijke vermogenspositie middels het beheersen van de financiële risico’s.
  • Het optimaliseren van het extern renteresultaat.

In het vervolg van deze paragraaf worden de onderwerpen die bij deze doelstellingen horen, besproken. Allereerst wordt ingegaan op de wijze waarop Vlaardingen haar bezit financiert, daarna worden de risico’s die aan dit financieren verbonden zijn in beeld gebracht, vervolgens wordt stil gestaan bij het kredietrisico op uitzettingen (gelden bij derden) en komt ook het renteresultaat aan de orde.

Financiering

Terug naar navigatie - Financiering - Financiering

Sinds 2015 is de leenschuld dalende. Op dit moment wordt verwacht dat de leenschuld van onze gemeente aan het einde van 2026 op € 180 miljoen uitkomt. Begin 2026 is er voor een bedrag van € 40 miljoen aan nieuwe geldleningen aangetrokken. In 2026 waren de aflossingen € 20 miljoen. De leenschuld is dus in 2026 met € 20 miljoen gestegen van € 160 miljoen naar € 180 miljoen.  In het jaar 2027 wordt verwacht dat de leenschuld zal dalen naar € 165 miljoen. Voor de jaren 2028 tot en met 2034 wordt de hoogte van de leenschuld tussen de € 198 en € 330 miljoen geprognosticeerd. Hierbij is rekening gehouden met een grote ontvangst van € 40 miljoen in 2027 vanuit de grondexploitaties.

De planning is om jaarlijks € 20 miljoen op de vaste schuld af te lossen en voor zo ver noodzakelijk her te financieren. Voor de in 2027 nieuw af te sluiten geldleningen betekent dit dat de looptijd 7 jaar (2034) is omdat het aflossingsschema van de vaste geldleningen in eerdere jaren geen ruimte biedt. 

De vlottende schuld bestaat over het algemeen uit leningen met een looptijd van slechts enkele weken. Door voor een korte looptijd te kiezen, is het eenvoudiger om in te spelen op het soms grillige verloop van de gemeentelijke geldstromen.

Opbouw leenschuld per 1 januari 2027 Bedrag (x € 1 miljoen)
Vaste component (langlopende leningen) 165
Vlottende schuld (kortlopende leningen) 0
Totaal 165

Renterisico

Terug naar navigatie - Financiering - Renterisico

Financiering en renterisico zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het renterisico van de gemeente Vlaardingen maakt deel uit van het vastgesteld benodigd weerstandsvermogen. Telkens wanneer een geldlening moet worden afgelost en herfinanciering noodzakelijk is, bestaat immers het gevaar dat de begroting geconfronteerd wordt met hogere rentelasten: de nieuwe lening kan door ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt duurder uitvallen dan de oude. Renterisico is niet uit te sluiten, maar kan wel worden gespreid om het risico per begrotingsjaar te beperken.

De Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido) stelt grenzen aan de mate waarin een gemeente zich bloot kan stellen aan renterisico. Ter beperking van dit risico is zowel voor de vaste schuld (langlopende leningen) als voor de vlottende schuld (kortlopende leningen) een wettelijk maximum vastgesteld. Het te lang niet voldoen aan deze limitering kan voor de provincie, als toezichthouder van de gemeente, aanleiding zijn om maatregelen te nemen. In laatste instantie behoort preventief toezicht op het afsluiten van geldleningen tot de mogelijkheden.

Renterisiconorm Vaste Schuld

Terug naar navigatie - Financiering - Renterisiconorm Vaste Schuld

De renterisiconorm heeft betrekking op de vaste schuld van de gemeente. Vaste schuld ontstaat wanneer geldleningen worden afgesloten met een rentetypische looptijd van 1 jaar of langer. De renterisiconorm moet gemeenten en andere decentrale overheden aanzetten tot spreiding van dit specifieke risico over toekomstige begrotingsjaren.

De totale schuld in verband met het afsluiten van langlopende geldleningen bedraagt begin 2027 € 165 miljoen. Wij hechten eraan om de omvang van onze schulden beheersbaar te houden. Aan schulden zijn immers rentelasten en renterisico’s verbonden. 

Door bij het afsluiten van nieuwe geldleningen voor verschillende looptijden te kiezen, wordt het renterisico gespreid.  De uitvoering van het treasurybeleid (artikel 5 van het treasurystatuut, waarin staat dat het treasurybeleid defensief van aard is) is erop gericht om jaarlijks € 20 miljoen op de vaste schuld her te financieren. Het jaarlijks bedrag waarover de gemeente renterisico loopt blijft hierdoor tot dit bedrag beperkt.  Over de periode 2027 tot en met 2030 bedraagt het totale risicobedrag € 80 miljoen (zie onderstaande overzicht).

Toekomstig beeld renterisico (x € 1 miljoen) 2027 2028 2029 2030
Aflossingen 20 20 20 20
Renteherzieningen 0 0 0 0
Renterisico 20 20 20 20

Om de mogelijke impact van renterisico (vaste schuld) voor de komende vier jaar te kunnen bepalen, zijn verschillende rentescenario’s mogelijk. Voor de eenvoud hebben wij gekozen voor een gemiddelde stijging van de toekomstige marktrente met 1%. Als deze stijging zich daadwerkelijk voordoet de komende jaren, dan stijgen de rentelasten met ingang van 2029 met € 800.000 (1% van € 80 miljoen).

Uiteraard zijn ook andere rentescenario’s mogelijk. Welk scenario het meest waarschijnlijke is, is op voorhand niet te zeggen. De financiële markt is onvoorspelbaar, omdat zij van vele factoren afhankelijk is.

Gemeenten zijn niet vrij in het bepalen van de omvang van de jaarlijks te betalen aflossingen. De renterisiconorm geeft aan welk bedrag maximaal per begrotingsjaar kan worden afgelost en kan worden her gefinancierd.

Met een jaarlijks aflossingsbedrag van circa € 20 miljoen blijft onze gemeente de komende jaren ruimschoots binnen de in de Wet Fido opgenomen norm.

Berekening renterisiconorm 2027
A. Begrotingstotaal (lasten, x € 1 miljoen) 431
B. Percentage (gemeenten) 20,0%
Renterisiconorm (A*B) 86

Renterisico Vlottende Schuld

Terug naar navigatie - Financiering - Renterisico Vlottende Schuld

Vlottende schuld ontstaat wanneer geldleningen worden afgesloten met een rentetypische looptijd die korter is dan 1 jaar. In Vlaardingen gaat het veelal om leningen met een looptijd van 4 weken tot 3 maanden. Jarenlang was de rente voor kortlopende geldleningen negatief. Sinds 2022 is hier verandering in gekomen en moet er weer rente betaald worden voor deze leningen. 

Het financieren door middel van kortlopende geldleningen kent twee voordelen:

  1. Snel kunnen inspelen op schommelingen in de financieringsbehoefte
  2. Het is bij de huidige rentestructuur een relatief goedkope financieringsvorm).

Het treasurybeleid is erop gericht om zoveel mogelijk van deze voordelen te profiteren. De keerzijde van de medaille is echter de korte rentevastheid (renterisico) van kortlopende leningen. Om te voorkomen dat decentrale overheden zich teveel laten leiden door de voordelen van deze financieringsbron is door de wetgever de kasgeldlimiet ingesteld. Deze kasgeldlimiet stelt een maximum aan de omvang van de vlottende schuld.

Berekening kasgeldlimiet 2027
A. Begrotingstotaal (lasten, x € 1 miljoen) 431
B. Percentage (gemeenten) 8,5%
Kasgeldlimiet (A*B) 37

Door tijdig en in voldoende mate langlopende leningen af te sluiten, voorkomen we dat de kasgeldlimiet te lang, dat wil zeggen meer dan twee achtereenvolgende kwartalen, wordt overschreden.

De rente op de geldmarkt is op dit moment ten opzichte van vorig jaar gestegen en ten opzichte van de jaren daarvoor flink gestegen ten opzichte van eerdere jaren. Uitgaande van een gemiddeld bedrag aan vlottende schuld van € 5 miljoen heeft een stijging van de geldmarktrente met 1% een toename van de rentekosten met € 50.000 tot gevolg. Deze mogelijke extra kosten geven een goede indruk van welk risico Vlaardingen komend jaar loopt. Ook nu geldt dat andere rentescenario’s mogelijk zijn. Welk scenario het meest waarschijnlijke is, is echter op voorhand niet te zeggen. De gemeentelijke rentevisie stelt namelijk dat toekomstige rentestanden nauwelijks tot niet voorspelbaar zijn. 

Prognose netto vlottende schuld per kwartaal 2027
1 januari 2027 0
31 maart 2027 0
30 juni 2027 0
30 september 2027 € 10 miljoen
31 december 2027 € 10 miljoen

Debiteurenrisico Uitstaande Gelden

Terug naar navigatie - Financiering - Debiteurenrisico Uitstaande Gelden

Aan het voor langere tijd verstrekken van gelden aan derden kleeft het gevaar dat deze derden op een veelal onvoorzien moment niet meer aan hun verplichtingen kunnen voldoen. Dit kan ertoe leiden dat enerzijds een openstaande vordering als oninbaar moet worden afgeboekt (ten laste van de algemene reserve) en, anderzijds een deel van de rente-inkomsten wegvalt. In principe kan door de gemeente om twee redenen geld aan derden worden uitgeleend. Ten eerste wanneer dit in functie van de publieke taak gebeurt, ten tweede wanneer er voor een bepaalde tijd sprake is van een overschot aan liquide middelen. Deze laatste situatie heeft zich de afgelopen jaren niet meer voorgedaan. Het treasurybeleid is er namelijk op gericht om de geldstromen van onze gemeente zo te sturen dat overschotten worden voorkomen, dan wel zo snel als contractueel mogelijk is in te zetten ter verbetering van de schuldpositie en daarmee ter verlaging van het debiteurenrisico.

In onderstaand overzicht is aangegeven bij welke partijen er begin 2027 nog gelden uitstaan.

Debiteur/geldnemer (x € 1 miljoen) Restantbedrag 1 januari 2027 Ontstaansgrond
Stimuleringsfonds Volkshuisvesting 11,8 Volkshuisvesting
Ambtenarenhypotheken 0,1 Arbeidsvoorwaarde
Totaal 11,9

Bovenstaand overzicht vermeldt uitsluitend geldleningen die verstrekt zijn in het kader van de publieke taak. Bij deze categorie van geldleningen speelt het debiteurenrisico een betrekkelijk ondergeschikte rol. Aan het maatschappelijk belang, dat verbonden is aan het verstrekken van een dergelijke lening, is tijdens de besluitvorming immers een hogere prioriteit toegekend dan aan het bijbehorende financiële risico.

Renteresultaat

Terug naar navigatie - Financiering - Renteresultaat

Aan het afsluiten van geldleningsovereenkomsten zijn uiteraard rentelasten verbonden. Naast renteverrekeningen met derden vinden ook interne verrekeningen plaats, bijvoorbeeld ten laste van begrotingsprogramma’s waarvoor in het verleden investeringen zijn gedaan. De interne rekenrente voor het begrotingsjaar 2027 is berekend op 0,5%. In de begroting 2026 was de interne rekenrente voor 2027 geprognosticeerd op 0,6% geprognosticeerd voor 2026. Dat ondanks de hogere marktrente de interne rekenrente in de begroting lager uitvalt, komt enerzijds doordat de laatste jaren langlopende leningen met een hoog rentepercentage zijn afgelost en de laatste jaren weinig nieuwe geldleningen zijn aangetrokken. Anderzijds blijft de uitvoering van het investeringsprogramma achter op de planning, waardoor de financiering in de begrotingsjaren is verlaagd.

Hieronder ziet u het renteschema. 

Renteschema, x € 1.000 Begroting
A. De externe rentelasten over de korte en lange financiering + 2.705
B. De externe rentebaten -/- 405
Totaal door te rekenen externe rente 0 2.300
C1. De rente die aan de facilitaire grondexploitaties moet worden doorberekend -/- 88
C2. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend -/-
C3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (=projectfinanciering) die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend -/-
Saldo door te rekenen externe rente 0 2.212
D1. Rente over eigen vermogen +
D2. Rente over voorzieningen (gewaardeerd tegen contante waarde) +
De aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toe te rekenen rente 0 2.212
E. De werkelijk aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag) -/- 2.564
F. Renteresultaat op het taakveld Treasury 0 -352

Het totaal door te rekenen rentebedrag wordt omgeslagen op het totaalbedrag van de verwachte boekwaarde van de vaste activa (met uitzondering van de aan derden verstrekte leningen) per 1 januari 2027. Hieruit volgt een afgerond percentage van 0,5%. Het BBV staat een afwijking toe van maximaal 0,5%. De afronding geeft een renteresultaat van ongeveer € 350.000. 

Het renteresultaat maakt net als de algemene uitkering, de gemeentelijke heffingen en de dividendinkomsten, deel uit van de algemene dekkingsmiddelen. Het renteresultaat is volgens het bovenstaande schema van de commissie BBV berekend. Hiermee wordt inzicht gegeven in de rentelasten externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening. Het toerekenen van rente aan de andere taakvelden vindt plaats via het taakveld treasury.

Bedrijfsvoering

Inleiding

Terug naar navigatie - Bedrijfsvoering - Inleiding

Om onze doelstellingen te realiseren en resultaten voor de stad te boeken, is het noodzakelijk dat onze ambities en onze organisatie met elkaar in balans zijn. Dit betekent dat we niet alleen sturen op geld, maar ook op de verhouding tussen onze ambities en de beschikbare capaciteit. De komende jaren richten we ons daarom op een efficiënte en duurzame bedrijfsvoering, waarin we de organisatie versterken waar dat nodig is en tegelijkertijd realistisch sturen op wat mogelijk is. Dit vraagt om scherpe keuzes, het voorkomen van stapeling van ambities en het gericht inzetten van onze schaarse capaciteit.

Tegelijkertijd verandert de context waarin we werken. De arbeidsmarkt blijft krap en de vergrijzing zorgt voor een toenemende vervangingsvraag. In Vlaardingen bereikt 28% van onze medewerkers binnen tien jaar de pensioenleeftijd. Daar komt bij dat nieuwe en veranderende wettelijke taken, zoals de Omgevingswet, de toenemende juridisering en de groeiende vraag naar toezicht en handhaving, extra druk leggen op onze uitvoeringskracht. Dit maakt het des te belangrijker om de medewerker centraal te stellen: medewerkers moeten de ruimte, ondersteuning en middelen hebben om hun werk goed te kunnen doen en zich te blijven ontwikkelen.

In 2026 hebben we belangrijke stappen gezet in het versterken van de technische basis van onze bedrijfsvoering, onder meer met de invoering van nieuwe systemen en de verdere verbetering van processen. Tegelijkertijd zijn we er nog niet. Nieuwe systemen en werkwijzen vragen tijd om goed in de dagelijkse praktijk te worden benut en verankerd. Daarnaast ligt er nog een belangrijke opgave om de organisatie verder te ontwikkelen en de basis van onze bedrijfsvoering op onderdelen te versterken. In 2027 zetten we daarom naast het verder benutten en doorontwikkelen van de technische basis ook in op de verdere organisatieontwikkeling. Zo werken we stap voor stap aan een organisatie die beter in staat is om de ambities van de stad te realiseren, met aandacht voor wat medewerkers nodig hebben om hun werk goed te kunnen doen. De jaarplannen per team blijven hierbij een belangrijk hulpmiddel. Zij geven teams houvast bij het verbinden van hun dagelijkse werkzaamheden, ontwikkeling en de ambities van de organisatie.

In deze paragraaf beschrijven we de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van medewerker, aansturing en verantwoording, informatie, systemen en financiën. Samen vormen deze onderdelen de basis voor een organisatie die in staat is om de ambities voor de stad te realiseren, scherpe keuzes te maken en medewerkers in staat te stellen hun werk goed te doen.

1. Medewerker

Terug naar navigatie - Bedrijfsvoering - 1. Medewerker

Organisatieontwikkeling
De gemeente Vlaardingen heeft de ambitie om de externe inhuur versneld terug te brengen naar maximaal 20% in 2028 en tegelijkertijd meer medewerkers aan de organisatie te binden en te behouden, zoals benoemd in het coalitieakkoord ‘Durven Doen – Van Haringkoppen, voor Haringkoppen’. Deze ambitie sluit aan bij de op 29 januari 2026 aangenomen motie Meer ambtenaren in loondienst’. In deze motie is het college verzocht om bij de meerjarenbegroting 2027-2030 met een concreet voorstel te komen voor het werven van meer vaste medewerkers, het binden en behouden van huidige medewerkers en het inzichtelijk maken van de daarvoor benodigde investeringen.

In 2027 ligt de focus daarom op het versneld terugdringen van externe inhuur én op het verder versterken van de organisatie. In 2026 is gewerkt aan het beter inzichtelijk maken van de formatie, bezetting  en de beschikbare personele budgetten per team. Dit maakt het mogelijk om gerichter af te wegen waar externe inzet kan worden teruggebracht en waar structurele invulling met vaste  medewerkers wenselijk en financieel haalbaar is.  Uitganspunt is dat structurele personele inzet past binnen het beschikbare P-budget. We zetten hiervoor in op gerichte werving van vaste medewerkers, actieve sourcing en arbeidsmarktcampagnes voor moeilijk vervulbare functies en verdere ontwikkeling van de capaciteitendesk en het wervings- en selectieproces. Ook vervangen we het huidige sollicitant-volgsysteem en richten we de geoptimaliseerde processen direct in het nieuwe systeem in. Met betere management- en sturingsinformatie krijgen we bovendien meer inzicht in vacatures, doorlooptijden en resultaten. Vanaf 2028 kan deze wervingsopgave geleidelijk afnemen en kan de tijdelijke extra recruitmentcapaciteit worden afgebouwd.

Tegelijkertijd investeren we in een organisatie waarin medewerkers zich kunnen ontwikkelen en waarin we hen beter kunnen binden en behouden. In 2027 richten we ons op het herontwerpen en verder digitaliseren en automatiseren van complexere HR-processen, met name op het gebied van in, door- en uitstroom. Dit draagt bij aan de rechtmatigheid, doeltreffendheid en doelmatigheid van onze HR-processen. Daarnaast ontwikkelen we de personeelsbegroting en strategische personeelsplanning verder en versterken we talentmanagement en interne mobiliteit. Ook verbinden we de gesprekscyclus beter aan prestaties, ontwikkeling en duurzame inzetbaarheid. Hiermee willen we medewerkers meer perspectief bieden en de beschikbare kennis en talenten binnen de organisatie beter benutten.

Een belangrijk onderdeel hiervan is het versterken van leiderschap. In 2027 evalueren we de leergang persoonlijk leiderschap voor medewerkers, zodat deze blijft aansluiten bij onze kernwaarden en sturingsprincipes en bijdraagt aan meer eigenaarschap en regie op de eigen ontwikkeling. Daarnaast starten we een eigen leiderschapstraject voor alle managers. Dit traject richt zich op coachend en resultaatgericht leiderschap, verandermanagement en het realiseren van de gewenste organisatieontwikkeling. Daarmee ondersteunen we leidinggevenden om het goede voorbeeld te geven, medewerkers te ontwikkelen en samen met hun teams resultaten voor de stad te realiseren.

Naast leiderschap investeren we in ambtelijk vakmanschap en gewenst gedrag en in de verdere professionalisering van procesgericht, projectmatig en programmatisch werken. Door een uniforme werkwijze, kennisontwikkeling, bewustwording, kennisdeling en gezamenlijke reflectie versterken we eigenaarschap en samenwerking binnen de organisatie. Zo bouwen we stap voor stap aan een wendbare en toekomstbestendige organisatie, waarin medewerkers hun werk goed kunnen doen, de beschikbare capaciteit gericht wordt ingezet en de kwaliteit van de dienstverlening aan inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners wordt versterkt.

Inclusief werkklimaat
Bij de gemeente Vlaardingen streven we naar een inclusief werkklimaat. Als mensen willen we gezien en gehoord worden. We willen geen verstoppertje hoeven te spelen, maar juist worden gewaardeerd en ingezet op onze talenten. We zijn allemaal verschillend. Als we open staan voor andere perspectieven en de ander de ruimte geven om die in te brengen, is dat waardevol voor de werknemer zelf én voor de organisatie. Door de mix van verschillende talenten en ervaringen te benutten, kunnen we efficiënter, slimmer en krachtiger werken. In 2027 zal inclusief leidinggevenden een van de eerste modules zijn waar we mee starten in het eerdergenoemde leiderschapstraject.
Leidinggevenden versterken hun vaardigheden om eerlijk en objectief beslissingen te nemen, verschillen te waarderen, inclusieve teams te bouwen en een werkomgeving te creëren waarin medewerkers zich veilig, gezien en betrokken voelen. 

Per januari 2027 zal naar verwachting de Wet loontransparantie van kracht gaan die loonverschillen tussen mannen en vrouwen moet verkleinen. Werknemers krijgen het recht om via hun werkgever inzicht te krijgen in wat collega's in vergelijkbare functies verdienen. Ook de gemeente Vlaardingen zal hierop in moeten spelen en gaat hierover rapporteren. Ons functiewaarderingssysteem HR21 helpt om objectief op basis van kerntaken te onderbouwen welke functies wat verdienen. 

Verzuim en inzetbaarheid
Het ziekteverzuim bij gemeenten ligt hoog en door de hoge werkdruk lopen medewerkers risico op overbelasting. Gemeenten liggen wat verzuim betreft structureel boven het landelijk gemiddelde en boven andere organisaties in het openbaar bestuur (A&O gemeentefonds). Verzuim en werkdruk is ook voor Vlaardingen een thema dat aandacht vraagt. In Vlaardingen zien we dat langdurig verzuim en werkdruk invloed hebben op het verzuimpercentage. 

In 2027 ligt de focus op het versterken van de (duurzame) inzetbaarheid van medewerkers. Op basis van feiten en data ontwikkelen we een integrale verzuimaanpak waarin zowel de medewerkers als de gemeente Vlaardingen als werkgever een duidelijke rol hebben. Medewerkers krijgen meer regie over hun inzetbaarheid, terwijl de gemeente zorgt voor ondersteuning en preventie. Zo werken we aan het vergoten van werkplezier, terugdringen van verzuim en het duurzaam inzetbaar houden van onze medewerkers. 

Cao Gemeenten 2027
De cao geldt van 1 april 2025 tot en met 31 maart 2027. De onderhandelingen voor de nieuwe cao vanaf 1 april 2027 starten naar verwachting eind 2026. Omdat er op het moment van het opstellen van deze begroting nog geen nieuw akkoord ligt, kunnen de financiële effecten van een nieuw cao pas bij de 1e voortgangsrapportage (of later) verwerkt worden.  

2. Aansturing en verantwoording

Terug naar navigatie - Bedrijfsvoering - 2. Aansturing en verantwoording

Om de ambities uit het coalitieakkoord te realiseren en tegelijkertijd verantwoord om te gaan met de beschikbare capaciteit en financiële middelen, versterken we de komende jaren de manier waarop we onze organisatie aansturen. Vanuit het ontwikkelspoor Grip op de Organisatie uit het organisatieplan Vlaardingen Voortvarend bouwen we verder aan een integrale werkwijze waarin jaarplannen, portfoliomanagement, programmatisch werken en projectmatig werken elkaar versterken. De jaarplannen vormen daarbij een belangrijk sturingsinstrument. Ze helpen teams om hun dagelijkse werkzaamheden, teamontwikkeling en de gemeentelijke ambities met elkaar te verbinden. Door de jaarplannen beter te koppelen aan de programma's en projecten in de stad, versterken we de samenhang binnen onze matrixorganisatie. Zo zorgen we ervoor dat we de juiste keuzes maken, integraal sturen en onze mensen en middelen inzetten waar zij de meeste maatschappelijke waarde toevoegen.

Portfoliosturing en -management
Om de ambities uit het coalitieakkoord en de reguliere werkzaamheden binnen de beschikbare capaciteit en financiële middelen te realiseren, bouwen we de komende jaren verder aan portfoliomanagement. Met portfoliomanagement creëren we integraal inzicht in projecten, programma's en opgaven, zodat we beter kunnen prioriteren en onze schaarse mensen (capaciteitsmanagement) en middelen kunnen inzetten op de opgaven die de meeste maatschappelijke waarde toevoegen. In een tijd van krimpende budgetten en een krappe arbeidsmarkt is dit onmisbaar om onze ambities verantwoord en uitvoerbaar te houden. Samen met het continu (bij)sturen van de uitvoering op doel- en resultaatrealisatie versterken wij onze zogenoemde ‘strategierealisatie’. Portfoliosturing en -management stelt ons beter in staat de juiste dingen goed te doen en op het goede moment.

Portfoliomanagement bevindt zich nog in de opbouwfase. Binnen het informatiedomein werken we al met een portfolio en doen we ervaring op met deze manier van sturen. Ook voor fysieke projecten bestaat al een vorm van portfoliosturing. De komende jaren bouwen we deze ervaringen verder uit en ontwikkelen we een concernbrede aanpak, waarin ook de bedrijfsvoering wordt opgenomen. Hiervoor richten we een portfoliomanagementorganisatie (PMO) in en implementeren we een digitale tool. Zo ontstaat één integrale sturing op de realisatie van de belangrijkste opgaven en investeringen van de gemeente.

Programmatisch en projectmatig werken
Programmatisch werken zorgt ervoor dat we grote en complexe maatschappelijke opgaven op een professionele manier integraal aanpakken. In 2027 professionaliseren we het gebiedsgericht werken verder door te werken met gebiedsgerichte omgevingsprogramma's. Ook versterken we de strategische adviesrol van programma- en gebiedsmanagers, zodat zij het bestuur en de organisatie beter kunnen ondersteunen bij het maken van integrale afwegingen.

Waar programmatisch werken zich richt op de maatschappelijke opgaven, zorgt projectmatig werken voor een voorspelbare en beheerste uitvoering van concrete projecten. Deze werkwijze passen we toe op uiteenlopende projecten, zoals woningbouw, scholen, sportvoorzieningen en maatschappelijke opvang. Ook blijven we medewerkers opleiden, zodat binnen de organisatie op een uniforme manier wordt gewerkt en dezelfde werkwijze en taal worden gehanteerd.
Ook binnen het informatiedomein professionaliseren we de projectenorganisatie volgens deze methodiek. Hiermee versterken we de uitvoering van de circa vijftig projecten binnen het I-domein. 

Het financiële systeem ERPx en de Grex-tool Total Link bieden steeds beter inzicht in de voortgang van projecten en programma's en maakt het mogelijk om beter te sturen op de GROTICK-aspecten: geld, risico's, organisatie, tijd, informatie, communicatie en kwaliteit. 

I-sturing
Goede aansturing en verantwoording begint met een informatievoorziening die zelf ook goed is georganiseerd. Daarom zetten we binnen het programma I-sturing de volgende stap in de ontwikkeling van het I-domein.

De actualisatie van de Informatievoorziening 2024–2028 beschrijft een stapsgewijze groei naar een hoger volwassenheidsniveau: van Grip & Controle, via Weerbaar & Voldoende Wendbaar, naar Partnership & Regie. Om deze ontwikkeling te ondersteunen, voeren we in 2027 een organisatiewijziging door binnen het I-domein. Daarbij clusteren we informatievoorzieningstaken logischer en organiseren we deze meer integraal. Hierdoor versterken we de sturing op de informatievoorziening, vergroten we de samenhang tussen de verschillende onderdelen van het I-domein en verbeteren we de mogelijkheden om verantwoording af te leggen over prestaties, risico's en ontwikkelingen. De organisatiewijziging vindt plaats binnen de bestaande formatie en met behoud van de continuïteit van de dienstverlening.

3. Processen

Terug naar navigatie - Bedrijfsvoering - 3. Processen

Procesgericht werken is één van de sporen in het organisatieplan Vlaardingen Voortvarend. Het is het fundament voor goede en voorspelbare dienstverlening; en de verbetering daarvan. 
De procesadviseurs, -ondersteuners en -analisten helpen de teams bij het in kaart brengen, evalueren en continu verbeteren van werkprocessen, zowel binnen de teams als in teamoverstijgende verbeterprojecten. Dit doen zij in samenspraak met de teammanagers en directieleden.

Procesgericht werken is onderdeel van het dagelijkse werk. We blijven daarom aandacht besteden aan de vaardigheden van medewerkers en managers om zelf invulling te geven aan kortcyclisch en procesmatig werken en continu verbeteren.

Proceseigenaarschap
Met de implementatie van nieuwe bedrijfsvoeringsapplicaties, zoals het zaaksysteem en ERPx, is het van belang het proceseigenaarschap binnen de organisatie verder te professionaliseren. De belangrijkste processen zijn in beeld en de proceseigenaren zijn benoemd. De komende periode ligt de focus op het verder versterken van de rol en verantwoordelijkheid van de proceseigenaren en het borgen van de samenhang tussen processen, organisatie en informatievoorziening.

Daarbij worden de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van proceseigenaren verder geconcretiseerd en wordt een eenduidige werkwijze ingericht voor het monitoren, evalueren en waar nodig verbeteren van processen. Ook wordt de samenwerking tussen proceseigenaren, de organisatie en de beheerders van de bedrijfsvoeringsapplicaties verder versterkt. Hiermee wordt geborgd dat de inrichting en doorontwikkeling van applicaties blijven aansluiten op de bedrijfsprocessen en organisatiedoelstellingen.

Een professioneel ingericht proceseigenaarschap draagt daarmee bij aan een samenhangende en toekomstbestendige bedrijfsvoering en aan het optimaal benutten van de nieuwe bedrijfsvoeringsapplicaties.

Interne beheersing 
In 2027 zetten wij verdere stappen in het versterken van de kwaliteit van de interne beheersing. Ons doel is om aantoonbaar meer grip te krijgen op risico’s, de betrouwbaarheid van informatie te vergroten en de organisatie duurzaam in control te brengen. Daarbij wordt gestuurd op een heldere verdeling van verantwoordelijkheden tussen de controlfunctie en de proceseigenaren.

De controlfunctie ontwikkelt zich verder tot een strategische sparringpartner van bestuur en management, met een sterke focus op risicomanagement, monitoring, advisering en onafhankelijke toetsing. De inzet is gericht op het versterken van de planning- en controlcyclus, het verbeteren van managementinformatie en het meer datagedreven monitoren van risico’s en prestaties.

Tegelijkertijd wordt het eigenaarschap van processen en beheersmaatregelen verder in de lijnorganisatie verankerd. Proceseigenaren zijn verantwoordelijk voor het actueel houden van hun processen, het uitvoeren van controles en het tijdig signaleren en opvolgen van risico’s en afwijkingen. Hiermee wordt het controlbewustzijn binnen de organisatie versterkt en ontstaat een cultuur van continue verbetering. 

In de monitor verbeteracties in de bijlage van deze begroting zijn acties benoemd per specifiek proces.    

4. Informatie

Terug naar navigatie - Bedrijfsvoering - 4. Informatie

Adequate informatievoorziening is essentieel om flexibel en daadkrachtig te kunnen inspelen op de behoefte van de stad en de gemeentelijke organisatie. Onze inwoners en ondernemers verwachten een hoge mate van digitale dienstverlening en transparantie van de gemeente, daarbij rekening houdend met minder digitaal vaardigen in de Vlaardingse samenleving. We werken daarom  ook in 2027 met dezelfde noodzaak een daadkracht door aan het in 2024 vastgestelde verbeterprogramma ‘Actualisatie Informatievoorziening 2024-2028’ om onze informatievoorziening naar een hoger niveau te tillen. 

Nieuwe informatiewetgeving
De komende jaren krijgen gemeenten te maken met nieuwe Europese en nationale wet- en regelgeving op het gebied van informatiebeheer, digitale dienstverlening en archivering. Deze ontwikkelingen stellen hogere eisen aan de manier waarop de gemeente informatie vastlegt, beheert, beveiligt, bewaart en beschikbaar stelt. Een goed ingericht informatie- en archiefbeheer is daarmee niet alleen een wettelijke verplichting, maar ook een randvoorwaarde voor een betrouwbare, veilige en transparante overheid.

Om aan deze wet- en regelgeving te blijven voldoen, investeren we de komende jaren in de verdere professionalisering van ons informatie- en archiefbeheer. In 2027 zetten we onder meer in op de implementatie van de informatiewetgeving, de verdere ontwikkeling van het zaaksysteem in samenhang met Microsoft 365 en het opschonen van data in diverse applicaties. Dit laatste is noodzakelijk om te kunnen voldoen aan onder meer de NIS2 en de nieuwe Archiefwet. Het huidige zaaksysteem moet daarnaast opnieuw worden aanbesteed; het aanbestedingsproces start in oktober 2026 en het huidige contract loopt eind 2027 af. De hiervoor benodigde middelen zijn opgenomen in Programma 1. Met deze meerjarige aanpak versterken we kennis en bewustwording, specialistische expertise, systemen en governance en dragen we bij aan rechtmatigheid, informatiebeveiliging, continuïteit en een goede verantwoording aan inwoners, bestuur en toezichthouders.

Digitale weerbaarheid en digitale onafhankelijkheid
De gemeente is in toenemende mate afhankelijk van digitale systemen voor haar dienstverlening en bedrijfsvoering. Tegelijkertijd nemen digitale dreigingen en geopolitieke risico's toe. Daarom zetten we in 2027 de doorontwikkeling van de informatievoorziening, zoals beschreven in de Actualisatie Informatievoorziening 2024-2028, met dezelfde voortvarendheid voort. We blijven investeren in een veilige, betrouwbare en toekomstbestendige informatievoorziening. Daarbij vernieuwen we onderdelen van onze IT-infrastructuur op basis van lifecyclemanagement en werken we toe naar een modernere digitale werkplek. Hiermee vergroten we niet alleen het gebruiksgemak voor medewerkers, maar versterken we ook de veiligheid en verminderen we waar mogelijk onze afhankelijkheid van risicovolle buitenlandse technologie. Daarnaast zetten we in op het verantwoord hergebruik van data en documenten, een hoge kwaliteit van informatie en een robuuste digitale infrastructuur die de continuïteit van onze dienstverlening ondersteunt. Waar mogelijk sluiten we aan bij landelijke en Europese collectieve oplossingen. Door samen op te trekken met andere gemeenten en de VNG benutten we de kracht van gezamenlijke ontwikkeling en inkoop en werken we toe naar meer digitale autonomie. Zo vergroten we de continuïteit en betrouwbaarheid van onze dienstverlening en zorgen we ervoor dat de gemeente ook in een veranderende digitale omgeving veilig en vertrouwd kan blijven functioneren.

Artificiële intelligentie (AI) 
Artificiële intelligentie (AI) biedt kansen om de gemeentelijke organisatie efficiënter en effectiever te laten werken en de kwaliteit van dienstverlening en beleidsvorming verder te verbeteren. In 2027 zetten we daarom vervolgstappen in de verantwoorde en doelgerichte inzet van AI binnen de gemeentelijke organisatie. We ontwikkelen hiervoor een passende koers die aansluit bij de behoeften van de organisatie, de beschikbare capaciteit en de geldende wet- en regelgeving. Daarbij staan zorgvuldigheid, transparantie, informatieveiligheid en verantwoord gebruik van data centraal.  

Werken met Informatie
In 2027 zetten we de volgende stap in de ontwikkeling naar een informatiegestuurde organisatie. Waar de afgelopen jaren de nadruk lag op het op orde brengen van onze informatievoorziening, data en systemen, verschuift de aandacht nu naar het daadwerkelijk benutten van informatie in de dagelijkse praktijk. Daarom spreken we niet langer over Datagedreven werken, maar over Werken met Informatie. Data krijgt immers pas waarde wanneer deze wordt geduid, in samenhang wordt bekeken en wordt gebruikt om keuzes te maken, te sturen op resultaten en beleid waar nodig bij te stellen. 

Het ontwikkelspoor Werken met Informatie loopt tot en met 2028 en wordt in deze periode stapsgewijs uitgerold binnen de verschillende organisatieonderdelen. In de eerste fase ligt de focus op de uitvoering van de ambities uit het coalitieakkoord, waarbij we starten met de thema's veiligheid en sociaal domein, waar betere stuurinformatie nodig is om resultaten en maatschappelijke effecten inzichtelijk te maken. Daarnaast brengen we de standaardisatie van beleid, de planning- en controlcyclus en de beleidscyclus van de Omgevingswet beter met elkaar in samenhang. Zo versterken we de verbinding tussen beleid, uitvoering en verantwoording, beschikken bestuur en organisatie over betere stuurinformatie, kunnen we tijdig bijsturen en leggen we transparanter verantwoording af aan de gemeenteraad.

Informatiebeveiliging 
De toenemende digitale dreiging, onder meer vanuit statelijke actoren en cybercriminelen, vraagt om een blijvende versterking van de digitale weerbaarheid van onze gemeente. Met de inwerkingtreding van de Cyberbeveiligingswet (CBW) op 15 augustus 2026, is het in 2026 ingezette voorbereidende implementatietraject voortgezet. 

In 2027 ligt de nadruk op het verder invulling geven aan de wettelijke zorgplicht uit de Cyberbeveiligingswet. Daarbij worden risicomanagement, de security aspecten van bedrijfscontinuïteit en de beveiliging van de gemeentelijke informatievoorziening verder versterkt. Dit gebeurt onder meer door het uitvoeren van technische audits, disaster recovery-tests, cybercrisisoefeningen en het verder versterken van toezicht op en beveiliging binnen de leveranciersketen.

Daarnaast wordt geïnvesteerd in de invoering van Identity & Access Management (IAM), waarmee toegangsrechten centraal en beheerst worden ingericht en beheerd. Ook wordt een Security Information and Event Management (SIEM) met Security Operations Center (SOC) verder uitgebreid voor het continu monitoren van de gemeentelijke IT-omgeving en het vroegtijdig kunnen signaleren en opvolgen van beveiligingsincidenten.

 Naast het treffen van technische en organisatorische maatregelen blijft beheersing van informatiebeveiliging een belangrijk aandachtspunt. Door periodieke monitoring, controles en rapportages houdt het college zicht op de invulling van de zorgplicht uit de Cyberbeveiligingswet. Dit ondersteunt een goede bestuurlijke sturing en beheersing.

Privacy
In 2027 ligt de focus op de verdere versterking van de naleving van de Wet politiegegevens (Wpg). In 2027 voeren we gerichte verbetermaatregelen uit en borgen deze binnen de betrokken organisatieonderdelen.

Daarnaast geven we in 2027 een gerichte impuls aan het uitvoeren van Data Protection Impact Assessments (DPIA's), waarbij we prioriteit geven aan verwerkingen met de hoogste privacyrisico's. Daarbij wordt geprioriteerd op verwerkingen met de hoogste privacyrisico's. Ook wordt de ondersteuning van het DPIA-proces via het Information Security Management System (ISMS) verder ingericht, zodat beter inzicht ontstaat in de voortgang, risico's en opvolging van maatregelen.

De snelle ontwikkeling en toenemende toepassing van artificiële intelligentie (AI) binnen de gemeentelijke organisatie brengt nieuwe vraagstukken met zich mee op het gebied van privacy en gegevensbescherming. In 2027 wordt daarom verder invulling gegeven aan de kaders voor een verantwoorde inzet van AI en het tijdig beoordelen en beheersen van privacyrisico's bij nieuwe AI-toepassingen.

Bewustwording Informatiebeveiliging en Privacy
Een sterke informatiebeveiliging begint bij bewust en verantwoord handelen door medewerkers. Daarom is in 2026 verder geïnvesteerd in het vergroten van kennis en bewustwording op het gebied van informatiebeveiliging en privacy. Via de Vlaardingse Academie zijn diverse trainingen, webinars en leermodules beschikbaar gesteld, waarvan een deel verplicht is voor medewerkers.

In 2027 zetten we een volgende stap naar een meer risicogerichte aanpak van bewustwording. De uitkomsten van phishing-simulaties en andere metingen worden gebruikt om gerichte trainingen en bewustwordingsactiviteiten in te zetten. Hierdoor kunnen medewerkers en teams ondersteuning krijgen die aansluit bij de risico's en ontwikkelpunten die in de praktijk daadwerkelijk worden geconstateerd.

Daarnaast versterken we in 2027 de bewustwording en voorbereiding door meer gebruik te maken van interactieve werkvormen, zoals tabletop-oefeningen en cybercrisisgames, waarin we gezamenlijk realistische cybercrisissituaties doorlopen en oefenen met besluitvorming en samenwerking. Hiermee oefenen medewerkers en leidinggevenden met realistische situaties en krijgen zij inzicht in hun eigen rol en verantwoordelijkheden bij digitale incidenten. Zo verschuift de aanpak van algemene bewustwording naar gerichte ontwikkeling op basis van daadwerkelijk geconstateerde risico's.

5. Systemen

Terug naar navigatie - Bedrijfsvoering - 5. Systemen

Naast het hebben en houden van een goede infrastructurele basis voor onze informatievoorziening, werken we in toenemende mate naar het beter en vollediger benutten van onze systemen. 

Op basis van levensduur vervangen we onderdelen van de IT-infrastructuur en vernieuwen we verschillende netwerkcomponenten. Nadat in 2026 een aantal verouderde archiefsystemen veilig is uitgefaseerd, zetten we in 2027 de rationalisatie van het applicatielandschap verder voort. Door het aantal systemen terug te brengen, vergroten we de beheersbaarheid, beperken we risico's en creëren we de technische basis voor de invoering van een moderne digitale werkplek.

Daarnaast vernieuwen we in 2027 een aantal belangrijke ondersteunende voorzieningen. Zo verwachten we een nieuw contract af te sluiten voor de softwarebroker, waarmee we het beheer en de inkoop van software toekomstbestendig organiseren. Ook vervangen we de elektronische toegangssystemen van het gemeentelijk gebouw. Hiermee versterken we de veiligheid, continuïteit en betrouwbaarheid van onze bedrijfsvoering.

6. Financiën

Terug naar navigatie - Bedrijfsvoering - 6. Financiën

P-monitor
De P-monitor wordt in 2027 verder ontwikkeld als onderdeel van ons capaciteitsmanagement. Hiermee sturen we integraal op formatie, bezetting, personele budgetten en de wijze waarop de beschikbare capaciteit wordt ingezet voor onze opgaven en ambities. Daarbij zorgen we ervoor dat de inzet van capaciteit rechtmatig en binnen de beschikbare financiële kaders plaatsvindt. De P-monitor geeft beter inzicht in vacatures, externe inhuur en overige personele inzet. Door deze gegevens in samenhang te monitoren ontstaat een integraal beeld van de beschikbare capaciteit en financiële ruimte. Dit maakt het mogelijk om tijdig bij te sturen en onderbouwde keuzes te maken over vacatures, externe inhuur en de inzet van vaste en flexibele capaciteit.

Loonkosten
Voor 2027 is er € 63,8 miljoen beschikbaar voor loonkosten en inhuur, uitgesplitst in € 61,3 miljoen voor vaste werknemers en € 2,5 miljoen voor inhuur. 

Verhuur
In 2027 geven we verder uitvoering aan de doelstellingen uit de door uw gemeenteraad vastgestelde Nota Vastgoedbeleid 2025–2030. Daarbij zetten we in op een transparant, doelmatig en financieel duurzaam beheer van de gemeentelijke vastgoedportefeuille. We continueren de toepassing van kostenprijsdekkende en marktconforme huurprijzen en benutten natuurlijke momenten om bestaande huurovereenkomsten te actualiseren en waar nodig te harmoniseren. Hiermee zorgen we voor een consistente uitvoering van het vastgoedbeleid, een evenwichtige verdeling van lasten en een optimaal maatschappelijk en financieel rendement van het gemeentelijk vastgoed.

Erfpacht
Na de eerdere digitaliseringsslag, waaronder de mogelijkheid om behandelingskosten digitaal te voldoen, zetten we in 2027 de verdere digitalisering van het erfpachtarchief voort en verbeteren we de digitale beschikbaarheid van dossiers en informatie. Daarnaast blijven we onze werkprocessen vereenvoudigen en verder digitaliseren, waardoor aanvragen en transacties efficiënter kunnen worden afgehandeld. Hiermee verkorten we de doorlooptijden, vergroten we de toegankelijkheid van informatie en versterken we de kwaliteit, betrouwbaarheid en toekomstbestendigheid van onze dienstverlening.

Grondbeleid

Inleiding

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Inleiding

De uitvoering van het grondbeleid vindt plaats op basis van de Nota Grondbeleid. In 2025 hebben wij de Nota geactualiseerd en is deze op 26 februari 2026 definitief vastgesteld door de raad. Grondbeleid is een gemeentelijk instrument in de ruimtelijke ordening waarmee de gemeente gewenste ontwikkelingen kan bevorderen en ongewenste ontwikkelingen kan beperken. Het kan hierbij gaan om ontwikkelingen met betrekking tot volkshuisvesting (waaronder woningdifferentiatie), economie (groei werkgelegenheid, ontwikkeling van bedrijventerreinen) en natuur en milieu (duurzame natuurontwikkelingen en herstructurering van stedelijk gebied).

In het Meerjaren Programma Grondzaken (MPG) 2026 hebben we gestreefd naar meer inzicht krijgen in de grondexploitaties en facilitaire (bouw)projecten waar de gemeente Vlaardingen aan (mee)werkt. Om dit te bereiken worden er periodiek overleggen gevoerd om de voortgang en ontwikkelingen binnen lopende projecten bij te houden. Deze overleggen zijn tevens integraal voor een tijdige beheersing van de financiële administratie. Daardoor hebben we stappen gezet in het beter in controle komen. Natuurlijk blijven we onszelf verbeteren. We streven ernaar om bij het volgende MPG verdere stappen te zetten op het gebied van inzicht en controles van de projecten.

Strategisch Grondbeleid
Komend jaar staat in het teken van het herzien van de nota Kostenverhaal. De Uitvoeringsnota Ontwikkelstrategie wordt opgesteld waarin de concrete vertaling van het grondbeleid 2026-2030 verder is uitgewerkt. Naar verwachting zullen deze nota's rond Q1 2027 worden vastgesteld. 

Daarnaast wordt de strategische advieskwaliteit voor grondzaken versterkt. De gemeente heeft geen grondbedrijf maar door een strategisch adviseur gebiedsontwikkeling vanuit planeconomie aan te stellen en de samenwerking met de strategisch adviseur vastgoed en de strategisch adviseur financiën te versterken kan er vanuit deze driehoek goed, tijdig en afgestemd zowel aan bestuurlijk opdrachtgevers als ambtelijk opdrachtgevers worden geadviseerd aangaande gebiedsontwikkelingen waarbij grondzaken een rol speelt. Zaak is dat deze adviseurs zo vroeg mogelijk bij elke ontwikkeling met betrekkeing tot grondzaken worden betrokken zodat de ‘grondpolitiek en de consequenties op financieel, (plan)economisch en juridisch vlak vroeg in kaart kunnen worden gebracht. Op basis daarvan kunnen beter afgewogen keuzes en dus besluiten worden genomen door het college en de raad.

Taak van de gemeente

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Taak van de gemeente

In het algemeen onderscheidt men twee vormen van grondbeleid, te weten: actief grondbeleid en faciliterend grondbeleid. Het staat iedere gemeente vrij om een keuze te maken in de te hanteren vorm van grondbeleid. De gemeenteraad heeft op 26 februari 2026 de Nota Grondbeleid 2026-2030 vastgesteld. Vanuit de Nota werken we vanuit ontwikkelscenario's richting een actief of faciliterend grondbeleid.

De grondprijsbenadering

Terug naar navigatie - Grondbeleid - De grondprijsbenadering

Voor de grond die door de gemeente wordt uitgegeven geldt als uitgangspunt een marktconforme grondprijs. De berekening daarvan gebeurt op basis van relevante marktprijzen voor het betreffende type vastgoedobject.

Voordat daadwerkelijk tot koop of verkoop wordt overgegaan, vindt er een onafhankelijke taxatie plaats om de marktconformiteit van de berekende grondwaarde te toetsen en ongeoorloofde staatsteun te voorkomen.  

Vormen van exploitatie

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Vormen van exploitatie
  1. Grondexploitaties

    Grondexploitaties betreffen meerjarige toekomstberekeningen. Daardoor kunnen de financiële resultaten door vele, externe en interne, factoren in de loop der jaren veranderen. Grondexploitaties hebben tot doel om bouwrijpe gronden die door de gemeente zijn ontwikkeld uit te geven. 

    Marktomstandigheden en langdurige ruimtelijke procedures kunnen aanleiding zijn tot (grote) afwijkingen ten opzichte van de oorspronkelijke ramingen. Elke grondexploitatie wordt door de gemeenteraad vastgesteld. Elk jaar wordt de raad geïnformeerd over de (grond)exploitaties, via het Meerjaren Programma Grondzaken (MPG). Hierin wordt de stand van zaken en de verschillen t.o.v. voorgaande perioden en de voorziene of verwachte ontwikkelingen, zoals de risico-ontwikkeling, weergegeven. Het MPG is gekoppeld aan de jaarrekening en betreft een actualisering van alle resultaten. De resultaten worden direct meegenomen in de betreffende jaarrekening. Tevens vormt het MPG de basis voor de (meerjaren)begroting. In het onderdeel ‘stand van zaken grond- en bouwexploitaties’ is per grondexploitatie een stand van zaken weergegeven en een (financiële) doorkijk gegeven naar de komende jaren. Het MPG wordt door de gemeenteraad vastgesteld.

    2.      Erfpachtexploitatie

    De erfpachtexploitatie laat een dalend aantal erfpachtrechten zien en een toenemend bedrag aan canonopbrengsten..

    Het afnemen van het aantal erfpachtrechten wordt verklaard door de verkopen van de bloot-eigendom, waardoor de oorspronkelijke erfpacht teniet gaat.

    Het toenemende bedrag aan canonopbrengsten wordt verklaard door het aflopen van tijdelijke erfpachten met een lage canon als gevolg van periodieke canonherzieningen, die worden omgezet in nieuwe eeuwigdurende erfpachten.

    De canon van de nieuwe erfpachten is gebaseerd op de actuele grondwaarde en wordt voortaan jaarlijks geïndexeerd.

    Het in 2023 vastgestelde nieuwe erfpachtbeleid heeft dan ook een positief financieel effect op de erfpachtexploitatie.

Actualisatie en herziening

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Actualisatie en herziening

Op basis van een grondbrief worden de grondexploitaties aan het begin van ieder jaar geactualiseerd. Met de uitgangspunten uit deze grondbrief worden de daadwerkelijke inkomsten en uitgaven verdisconteerd in die zin dat daarbij de parameters worden gebruikt zoals weergegeven. Dit geactualiseerd beeld van de eindwaarden van de grondexploitaties wordt via het MPG aan de raad voorgelegd ten behoeve van besluitvorming. De grondexploitaties worden hierbij niet opnieuw vastgesteld.

Zodra er besluiten zijn genomen over (wezenlijke) wijzigingen in het plan, programma of planning en/of een (wezenlijke) verandering van het resultaat, is dit aanleiding om een herziene grondexploitatie voor te leggen aan de raad. Herzieningen kunnen het gehele jaar door plaatsvinden.

Winstneming en voorziening

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Winstneming en voorziening

De regels ten aanzien van winstneming op grondexploitaties zijn vastgelegd in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Winst moet worden genomen naar rato van de voortgang van een project. Voor winstneming geldt de percentage of completion methode: voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd kan tussentijds naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst worden genomen. In de praktijk komt het erop neer dat eerder dan in het verleden winst moet worden genomen. Als de prognose van het eindresultaat van een grondexploitatie negatief is, wordt direct, bij vaststelling van de (herziene) grondexploitatie, een voorziening getroffen ter dekking van dit negatieve resultaat.

Kostenverhaal

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Kostenverhaal

Op basis van de door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu ontwikkelde systematiek, zijn de gemeentelijke plankosten van de plannen in beeld gebracht, die door derden worden uitgevoerd (particuliere grondexploitatie). Belangrijk uitgangspunt van deze systematiek is de principe verdeling tussen de kosten die bij de ontwikkelende partij en bij de gemeente thuishoren. Deze verdeling is gebaseerd op het belang dat de gemeente aan de ontwikkeling hecht en op het feit dat de gemeente faciliterend, begeleidend en toetsend is en de ontwikkelaar bijvoorbeeld het stedenbouwkundig plan, de ruimtelijke onderbouwing en het buitenruimteplan opstelt. Als kostenverhaal langs privaatrechtelijke weg (anterieure overeenkomst) niet lukt dan biedt de wet nog de mogelijkheid kosten te verhalen via de publiekrechtelijke weg met behulp van een exploitatieplan. Deze laatste mogelijkheid heeft niet de voorkeur.

In 2022 is de Nota Kostenverhaal als uitvoeringsnota vastgesteld door het college en aan uw raad ter kennisneming verzonden. De kosten worden per project bepaald en betrokken in een anterieure overeenkomsten.

Elk jaar zal er een overzicht in het MPG worden vervaardigd van alle bouwprojecten waarop kostenverhaal van toepassing is. Net als bij de Nota Grondbeleid zal de Nota Kostenverhaal worden herzien in 2026.

Besluit Begroting Verantwoording

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Besluit Begroting Verantwoording

De belangrijkste aspecten uit de voorschriften BBV in het kader van grondontwikkeling worden hieronder toegelicht.

Vennootschapsbelasting (Vpb)
Onderzoek heeft geleid tot het standpunt om vooralsnog geen activiteiten uit te voeren die leiden tot Vpb-plicht. Jaarlijks bij het MPG wordt opnieuw getoetst of de gemeente wel/niet valt onder de Vpb-plicht.

Rente op grondexploitaties
Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat toe te rekenen rente aan grondexploitaties de werkelijke rente moet zijn. Voor de gehele looptijd van de grondexploitaties is de rente geraamd op 0,5%, conform de Nota Grondbeleid 2026-2030 en de Grondbrief 2025. Voor de doorrekening van de grondexploitaties wordt standaard de gehanteerde interne rekenrente gebruikt die vervolgens aan het eind van het jaar eventueel gecorrigeerd moet worden op de werkelijke rente van dat afgelopen jaar. Hierdoor kan een verschil in de geraamde rente en de werkelijke geboekte rente ontstaan. De gevolgen hiervan worden meegenomen bij de actualisaties van de grondexploitaties.

Stand van zaken grondexploitaties

Hieronder volgt een korte stand van zaken met betrekking tot elke grondexploitatie. In de rapportage is rekening gehouden met de mogelijke risico’s die van invloed kunnen zijn op het financiële resultaat van de grondexploitaties. Deze risico’s zijn zorgvuldig geanalyseerd en meegenomen in de overwegingen.

AWZI
De bestaande grondexploitatie VGW is in het nieuwe MPG herzien vanwege de aanhoudende onzekerheid over de voortgang van de ontwikkeling van de bedrijfslocatie, mede als gevolg van de besluitvorming over de verlening van het project MRIJA. Om de financiële verwerking beter te laten aansluiten bij de mate van zekerheid van de verschillende projectonderdelen, is de oorspronkelijke grondexploitatie gesplitst. Het onderdeel dat betrekking heeft op de nieuwe AWZI blijft onderdeel van de grondexploitatie, die is hernoemd tot grondexploitatie AWZI. De ontwikkeling van de bedrijfslocatie VGW is voorlopig uit de grondexploitatie gehaald en administratief verwerkt als materiële vaste activa. Hiermee ontstaat een transparantere en beter beheersbare financiële structuur. De grond voor de nieuwe AWZI wordt naar verwachting begin 2027 bouwrijp opgeleverd aan het HHD. De werkzaamheden voor het bouwrijp maken in de periode 2026–2027 zijn afhankelijk van de verdere uitwerking van het ontwerp door het HHD. Daarnaast heeft de gemeente in 2025 de BOPA-omgevingsvergunning voor de locatie AWZI verleend, waarbij de toegestane milieucategorie is gewijzigd van categorie 3 naar categorie 5.

Fortunapark
Op 19 december 2023 is het bestuurlijk besluit genomen de overeenkomst met Timpaan te bekrachtigen inzake de ontwikkeling van het Fortunapark. Bij de verdere uitwerking van de gebiedsontwikkeling is de verkeerstechnische ontsluiting uitgewerkt met verkeersonderzoeken en afwegingen van mogelijke varianten.

Medio 2026 worden er varianten onderzocht voor de verkeersontsluiting van het gebied. De financiering van deze verkeerstechnische ontsluiting is nog niet opgenomen in de grondexploitatie.  Budget hiervoor wordt gevonden in een donatie van Timpaan, het inzetten van WBI subsidie en financiering binnen de grondexploitatie. Tevens wordt het aantal woningen verruimd door het toevoegen van 15 bereikbare woningen. De residuele grondwaarde van deze toegevoegde woningen wordt eveneens benut voor de financiering van de verkeerstechnische ontsluiting.

Westwijk Centrum
De gezamenlijk met Ipse de Bruggen uitgezette tender voor de gebiedsontwikkeling is in 2025 gestart. Na beantwoording van vragen en aanscherping van de uitvraag wordt de tender voortgezet met drie geselecteerde partijen die zich voorbereiden op het doen van een propositie (stand van zaken juli 2025). Het financiële resultaat van de tender wordt in de grondexploitatie verwerkt bij het MPG 2026. Bij de uitwerking van de gebiedsontwikkeling behoort ook het herinrichten van de Spinozastraat, hiervan is 25% toerekenbaar. Het toerekenbare gedeelte wordt gefinancierd vanuit de gebiedsexploitatie en het niet-toerekenbare deel wordt gefinancierd uit het meerjareninvesteringsplan.

Fase A (Klaproos) van de gebiedsontwikkeling Heemtuinen is uitverkocht. Eind 2025 zijn ook alle woningen binnen fase B (Boterbloem) verkocht.

Voor fase C (Crocus) is de duurzaamheidsambitie neergelegd om de woningen Paris Proof te realiseren. Deze ambitie veroorzaakt vertraging bij de realisatie van de woningen door de keuze de woningen te realiseren met houtbouw. De financiële gevolgen van de vertraging worden in de grondexploitatie verwerkt bij het MPG 2026. De verkoop van fase C is gestart in het eerste kwartaal van 2026.

Jumbo de Loper
In de gemeenteraad van 15 mei 2025 zijn de grondexploitatie, de anterieure overeenkomst en de grondovereenkomst voor de locatie Jumbo de Loper vastgesteld.

AJ Realestate is de erfpachter van het perceel waar de huidige supermarkt op is gevestigd. FiMek is de ontwikkelende partij van deze locatie waar 60 woningen worden gerealiseerd een parkeerdek en een uitbreiding van het bestaande winkeloppervlak met 900 m2. De huidige gevestigde supermarkt wordt geëxploiteerd vanuit supermarktketen Jumbo.

De gemeente Vlaardingen voert het bouw- en woonrijpmaken uit welke onderdeel vormen van de grondexploitatie. De verkeerstechnische ontsluiting voor deze ontwikkeling wordt aangepast en in financiële zin aangelegd vanuit het hiervoor ingerichte krediet.

De benodigde maatregelen voor wat betreft ruimtelijke ordening moet nog worden getroffen. Hiervoor wordt de komende periode benut voor het door FiMek te voeren participatietraject. Vervolgens kan het proces rondom de maatregelen voor wat betreft ruimtelijke ordening worden doorlopen.

Zwanensingel
In het raadsvoorstel van d.d. 19 december 2024 is besloten tot het openen van de grondexploitatie Zwanensingel. Het programma binnen deze grondexploitatie voorziet in de realisatie van 150 woningen. De oplevering van deze woningen wordt verwacht in 2029.

Begin 2025 is de gemeente gestart met het bouwrijp maken van de kavel voor het project. Inmiddels is de laatste fase in verkoop. De bouw van fase 1 en 2 is van start.

De gebiedsexploitatie Rivierzone is op 9 maart 2023 door uw raad vastgesteld. Hierin zijn de twee grondexploitaties Stationsgebied Centrum en Eiland van Speyk opgenomen.

Rivierzone (Eiland van Speyk)
Ook deze ontwikkeling maakt deel uit van het Kerngebied Rivierzone. In 2020 heeft de ruimtelijke onderbouwing voor het bestemmingsplan geleid tot een nieuw stedenbouwkundig plan, waarin een groter bouwprogramma van 540 tot 646 woningen is opgenomen. Inmiddels zijn de beroepsprocedures bij de Raad van State afgerond en is het bestemmingsplan onherroepelijk. De financiële gevolgen van een bouwprogramma met circa 576 appartementen zijn nog in onderzoek. Op basis van de huidige planning wordt verwacht dat de grondexploitatie eind 2028 wordt afgesloten.   

Prognose resultaten grondexploitaties
Voor de grondexploitaties die een negatief eindresultaat hebben, is direct bij de vaststelling een voorziening getroffen. Deze voorziening wordt jaarlijks aangepast aan het resultaat van de negatieve grondexploitatie. Als een grondexploitatie zich in de loop der jaren ontwikkelt van een positieve naar een grondexploitatie met een negatieve eindwaarde wordt er ook een voorziening getroffen.

Materiële vaste activa (MVA)-Strategische gronden

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Materiële vaste activa (MVA)-Strategische gronden

De strategische gronden binnen de categorie Materiële Vaste Activa (MVA) omvatten de gronden die eigendom zijn van de gemeente en deel uitmaken van de ontwikkelingen in de Rivierzone. De gemeente is afhankelijk van de afspraken met (toekomstige) ontwikkelaars over wie verantwoordelijk is voor het bouw- en woonrijp maken van deze gronden. Op basis van deze afspraken zullen er grondexploitaties moeten worden opgesteld. De boekwaarde van deze gronden zal hierbij worden toegevoegd aan de betreffende grondexploitatie.

Het gaat om de locaties Parallelweg 2, Touwbaankwartier, Nieuw Sluis en Westhavenkade tegenover de Pelmolen (Maaswijk). Alle vier deze locaties zullen, volgens de afspraken vastgelegd in het addendum bij de Koop, Ontwikkel- en Realisatieovereenkomst voor het Kerngebied Rivierzone, verkocht worden aan CRV.

Daarnaast gaat het om de locatie van Vergulde Hand West (bedrijventerreinen Stephenson).

Gebiedsontwikkelingen

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Gebiedsontwikkelingen

Rivierzone
Een stoere nieuwe stadswijk aan de Nieuwe Maas. Dat wordt de Rivierzone. Hier wonen, werken en studeren Vlaardingers straks tussen het historisch centrum, de pakhuizen en de Nieuwe Maas. Een weidse industriële omgeving waar je vanuit je raam, of vanuit het nog te ontwikkelen Maaspark, spectaculair zicht hebt op voorbijvarende schepen. 
De belangrijkste pijlers van dit stadsprogramma zijn de (woning)bouwontwikkelingen en de herinrichting van de gehele openbare ruimte en infrastructuur. Daarnaast wordt gestuurd op het fysiek mogelijk maken en zorgdragen voor het laten realiseren van voorzieningen, zoals scholen, zorg, horeca, werkplaatsen en kantoren. Hierdoor ontstaat een nieuw stadsdeel, met een stoer en groen jasje. Een stadsdeel waar volop bedrijvigheid is en waar mensen langs de kaden flaneren en genieten van het Maaspark met zicht op de Nieuwe Maas.
Samen met ontwikkelaars voegen we de komende jaren ruim 3000 woningen toe aan dit gebied. De Rivierzone wordt een wijk waar iedere huidige of nieuwe Vlaardinger een fijn en betaalbaar dak boven het hoofd kan vinden. Voor de Rivierzone zijn de volgende pijlers benoemd met daarin de uitwerking van de plannen voor 2027 met een financiële doorkijk naar 2030.

Ambities

(Woning)bouwontwikkelingen

  • Gemengd programma voor alle doelgroepen: om de Vlaardingse woningmarkt in balans te brengen, bouwen we ook in de Rivierzone een gemengd programma voor alle doelgroepen, zowel huur als koop, in de categorie duur, middelduur, bereikbaar maar ook sociaal. Hiermee bevorderen we doorstroom op de woningmarkt binnen en buiten Vlaardingen.
  • Klimaatadaptief en natuurinclusief: de woningen zullen zo veel mogelijk klimaatadaptief en natuurinclusief zijn. Door realisatie van de hoogwateroplossing blijven de kades ook met hoogwater droog. Erfgoedpanden kunnen nieuwe bestemmingen krijgen, zodat zij gerestaureerd worden. Diverse partijen rond KW-haven en Buitenhaven zijn, in combinatie met nieuwbouw, al actief met de planvorming hiertoe.

Acties

Eiland van Speyk
Na het afronden van diverse onderzoeken, bestrijding van de Japanse duizendknoop en het schetsontwerp wordt de omgevingsvergunning aangevraagd en zal naar verwachting in het vierde kwartaal worden gestart met het bouwrijp maken van de locatie ter voor bereiding op de start  bouw van de eerste fase (ca. 285 woningen) begin 2028.  

District U
De herbestemming van het LAB-gebouw (244 woningen) en de bouw van de twee woontorens van Samenwerking (141 woningen) vorderen gestaag en worden naar verwachting in 2027 opgeleverd. De planvorming voor de openbare ruimte binnen District U wordt in 2026 afgerond waarna  ook de openbare ruimte rondom de gerealiseerde woningen in 2027 worden gerealiseerd en opgeleverd.  

Als de omgevingsvergunning voor woongebouw Blend (39 woningen) en bedrijfsgebouwen Zwartra (offshore cluster) wordt verleend zal in 2027 worden gestart met de bouw. In 2027 zal ook  de omgevingsvergunning voor ket parkeergebouw District U en woonzorggebouw kavel 10 worden aangevraagd.

Hof aan de Kade
Na het slopen van de opstallen en aanvragen van de omgevingsvergunning wordt gestart met de nieuwbouw (69 woningen).  

Deltahout en Westhavenkade tegenover de Pelmolen
Na overeenstemming voor de ontwikkelovereenkomst woningbouwontwikkeling kan worden gestart met de planvorming voor de basisschool Rivierzone (ca 21 groepen).

Koningin Wilhelminahaven Noordzijde 3-6
Nu sloop van het bestaande pakhuis is uitgevoerd kan in 2027 de aanvraag omgevingsvergunning worden ingediend.

Koningin Wilhelminahaven Noordzijde 8-10
Na ondertekening van de anterieure overeenkomst voor de ontwikkeling zal aansluitend de definitieve planvorming plaatsvinden en de aanvraag omgevingsvergunning worden ingediend.

Oosthavenkade 87-88a
De anterieure overeenkomst (88-88a) en herbestemmingsovereenkomst (87) is afgerond en ondertekend waarna  in 2027 de aanvraag omgevingsvergunning worden ingediend.

Nieuw Sluis en Parallelweg 2
In het eerste kwartaal zullen de bouwaanvragen worden ingediend met het streven in het eerste kwartaal 2028 te starten met de bouw.

TAM-IMRO
Naar verwachting zal begin 2027 de TAM-IMRO (Tijdelijke Alternatieve Maatregel Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) KW-Haven onherroepelijk worden. De TAM-IMRO voor de KW-Haven maakt het mogelijk om de ruimtelijke ontwikkelingen binnen dit deel van Rivierzone vooruitlopend op het definitieve omgevingsplan juridisch te regelen. Hiermee wordt de voortgang van woningbouw en gebiedsontwikkeling geborgd.

Ambities

Openbare ruimte en infrastructuur
Door het water van de kades te houden zorgen we voor droog gebied met een goede bereikbaarheid voor bewoners en ondernemers tijdens hoogwater. We beschermen ook het cultureel erfgoed en maken het daarmee ook mogelijk dat hier nieuwe functies in kunnen komen.

Niet alleen op de kades maar ook in de rest van de Rivierzone krijgen de voetgangers en fietsers meer ruimte door een grotendeels autoluwe omgeving met gebouwde parkeervoorzieningen.

We zetten in op een toegankelijke openbare ruimte waarin de behoeften van alle Vlaardingers waar mogelijk zijn meegenomen. We ontwerpen dus een inclusieve buitenruimte met daarin aandacht voor een dementievriendelijk omgeving en een 'vergevingsgezinde infrastructuur' (dit is een inrichting van de infrastructuur met maatregelen om de nadelige gevolgen van menselijke fouten in het verkeer te minimaliseren ). 

Het verbinden van de stad met het water gaan we vormgeven door fietsers en wandelaars indien mogelijk te scheiden van autoverkeer, de oversteek over spoor, dijk en weg beter inrichten, maar ook door aansluitingen vanuit de Rivierzone op de Deltaweg en de Vulcaanweg goed vorm te geven.

Acties

Hoogwateroplossing: ontwerp en realisatie
Na afronding van de technische uitwerking en aanbesteding van de hoogwateroplossing buitenhaven zal gedurende 2027 en 2028 de hoogwateroplossing worden gerealiseerd en opgeleverd. Na realisatie is het gebied beschermd tegen overstroming en het kan worden ingericht als verblijfsgebied waarin gewoond en gewerkt kan worden.

Deelprojecten openbare ruimte en infrastructuur
In 2026 zijn drie projecten in de openbare ruimte opgestart en worden naar verwachting in 2027 gerealiseerd.

  1. Herinrichting en afwaardering van de Deltaweg naar 30km/uur, een herinrichting vanaf de kruising van Beethovensingel tot de Galgkade.
  2. Herinrichting Westhavenkade naar een fietsstraat tussen de Parallelweg en Vettoordskade.
  3. Herinrichting Vettoordskade.

Gebiedsmarketing, communicatie en participatie Rivierzone
Jaarlijks wordt er vanuit het programma, in samenwerking met de ontwikkelaars, een informatiebijeenkomt in het Deltahotel georganiseerd over de (woningbouw)ontwikkelingen in de Rivierzone en brengen we twee keer het Magazine Rivierzone uit met informatie en ontwikkelingen uit het gebied. Daarnaast beschikt het programma onder meer over een eigen website en (mobiele) digitale maquette. De website actualiseren we elk kwartaal en de maquette elk halfjaar.

Ambities

Zorg voor voorzieningen
In de Rivierzone bouwen we aan een toekomstbestendige stad waar onderwijs, zorg, werk en mobiliteit samenkomen. Vanuit een stimulerende en faciliterende rol maken we ruimte voor een moderne mbo-campus met sporthal, een nieuwe basisschool en een gezondheidscentrum, zodat Vlaardingen uitgroeit tot een echte onderwijs- en zorgstad. We stimuleren schone bedrijvigheid, creatieve werkplekken en passende horeca, en zorgen voor goede verbindingen met de metro, het centrum en de waterkant volgens het STOMP-principe (van Stappen naar Trappen, OV, (moderne) mobiliteitsoplossingen en dan pas privéauto's) . Zo wordt de Rivierzone een levendige, gezonde en goed bereikbare stadswijk voor iedereen.

Acties

Om van Vlaardingen een echte MBO-stad te maken, maken we het in de Rivierzone mogelijk om een mbo-campus te realiseren
Om diverse vormen van voorzieningen te realiseren heeft het stadsprogramma Rivierzone vooral een stimulerende en facilitaire rol. Om van Vlaardingen een echte MBO-stad te maken, maken we het in de Rivierzone mogelijk om een mbo-campus te realiseren. Een plek waar studenten van nu klaargestoomd worden voor de toekomst. In 2026 wordt gestart met de realisatie van het nieuwe gebouw voor vmbo en mbo in District U. 

We creëren ruimte voor de uitbreiding van zorg in onze stad door o.a. een gezondheidscentrum
Ook creëren we ruimte voor de uitbreiding van zorg in onze stad. Er wordt onderzocht om een gezondheidscentrum met huisartsen, fysiotherapie en apotheek in het voormalige hoofdgebouw op District U mogelijk te maken. Detailhandel blijft geconcentreerd in de binnenstad en zal slechts beperkt in de Rivierzone een plek vinden. Over enkele jaren staat een basisschool gepland op de huidige Deltahout locatie. De geplande brug over de Buitenhaven is mede voor een veilige schoolroute vanuit de KW-haven.

We zorgen voor mogelijkheden om kantoren, ateliers, horeca en bedrijven te realiseren
We zorgen voor mogelijkheden om kantoren, ateliers, horeca en bedrijven te realiseren in de levendige plinten en/of in het overgangsgebied naar de omliggende bedrijfsterreinen Hierbij richten we ons primair op ‘schone bedrijvigheid’ met veel werkgelegenheid. De onderwijslocaties zullen daar ook aan bijdragen. Op prominente plekken in de Rivierzone creëren we mogelijkheden voor passende horecavoorzieningen. 

We maken het mogelijk om van diverse vormen van mobiliteit gebruik te maken
We maken het mogelijk om van diverse vormen van mobiliteit gebruik te maken. Hierbij speelt de metroverbinding naar Rotterdam en Hoek van Holland een belangrijke rol. Vanaf het metrostation is Rotterdam maar ook het strand goed bereikbaar. Verder zorgen we ervoor dat de verbinding tussen het centrum en de Rivierzone goed en aantrekkelijk is.

We zorgen ervoor dat deze verbinding tussen het centrum en de Rivierzone goed en aantrekkelijk is
Vanaf het metrostation is Rotterdam, maar ook het strand, goed bereikbaar, evenals het centrum en de waterkant. We zorgen ervoor dat deze verbinding tussen het centrum en de Rivierzone goed en aantrekkelijk is.

Binnenstad
We tonen, samen met vastgoedeigenaren en projectontwikkelaars, lef om te werken aan een binnenstad die voelt als een huiskamer voor elke inwoner. De binnenstad moet ons visitekaartje zijn. Het moet een plek zijn waar je wilt zijn en wilt (ver)blijven. Samen maken we van de binnenstad het hart van de gemeente vol groen en gezelligheid waar iedere inwoner en bezoeker zich thuis voelt. Nu en in de toekomst.

De binnenstad heeft een impuls nodig. We hebben nu te maken met een gedateerde binnenstad, met een sterk verouderde woningvoorraad, te veel leegstand in het kernwinkelgebied en criminaliteit. Dat moet anders; beter en mooier. We gaan daarom de binnenstad rigoureus aanpakken. We maken plannen om te gaan verbouwen, slopen en nieuwbouwen. 

De komende jaren zetten we onomkeerbare stappen om dit te bereiken. Met de vaststelling van het deelomgevingsprogramma Integrale Gebiedsontwikkeling Nieuwe Binnenstad in 2026 is een belangrijke stap gezet richting het Omgevingsprogramma Nieuwe Binnenstad. Op basis van de uitgangspunten vanuit het coalitieakkoord Durven Doen, wordt er een alternatief scenario voor het Liesveldviaduct uitgewerkt. De verwachting is dat hierdoor het Omgevingsprogramma in 2027 verder wordt uitgewerkt en vastgesteld.

Voor de lange termijn maken we een ambitieus plan waarin we gezamenlijk met vastgoedeigenaren en ontwikkelaars investeren in de binnenstad. Door samen te werken met ondernemers en bewoners, maken we van onze binnenstad weer een levendig centrum. Als gemeente investeren we ook op de lange termijn in de openbare ruimte en voegen we voorzieningen en cultuur toe, zodat de binnenstad ook buiten kantoortijden gaat leven. We transformeren het Liesveldviaduct tot een aantrekkelijk en toekomstbestendig gebied. Op basis van de in 2026 onderzochte ontwikkelvarianten werken we in 2027 verder aan de planvorming. Daarbij streven we naar een variant waarbij het viaduct openblijft voor openbaar vervoer en hulpdiensten. Het uitgangspunt is om minimaal 800 woningen aan de binnenstad toe te voegen, met behoud van subsidies en een goede bereikbaarheid. We zetten voor 2027 in op een verdere samenwerking met de centrummanager. Daarnaast blijven we evenementen faciliteren om meer bezoekers naar de binnenstad te trekken.

Ambities 2027
De ambitie voor het programma Nieuwe Binnenstad hangt nauw samen met de uitkomsten en kaders van het nieuwe coalitieakkoord. Inmiddels is hierover meer duidelijkheid ontstaan, maar verdere uitwerking en besluitvorming zijn nodig om de effecten op en ambities voor het programma vast te leggen. De ambitie voor 2027, inclusief eventuele bijstellingen van planning en activiteiten, wordt daarom in de voortgangsrapportage aangescherpt zodra hierover meer duidelijkheid bestaat.

Zie voormeer informatie het Programma Onderwijs, Economie en haven (ambitie 15b).

Financiële middelen
De businesscase wordt momenteel verder uitgewerkt en financieel gevalideerd. Hierdoor zijn de financiële inzichten nog in ontwikkeling en is het op dit moment te prematuur om een betrouwbaar financieel meerjarenoverzicht op te nemen. De businesscase wordt de komende periode verder aangescherpt en, waar nodig, op basis van de meest actuele inzichten geactualiseerd.

De programmakosten voor 2027 worden gedekt binnen de beschikbare financiële middelen. De wijze van financiering voor de jaren daarna is afhankelijk van de definitieve uitwerking van de businesscase, de voortgang van het programma en de bestuurlijke besluitvorming over de benodigde financiële dekking.

Westwijk 
De Westwijk staat de komende jaren voor een grote ontwikkeling. We werken aan een toekomstbestendige, aantrekkelijke en sociaal veerkrachtige wijk, waarin ruimte is voor nieuwe woningen, een goede openbare ruimte, voorzieningen en een veilige en bereikbare leefomgeving. De verschillende ontwikkelingen in de wijk hangen nauw met elkaar samen. Daarom pakken we de ontwikkeling van de Westwijk integraal aan en kijken we niet alleen naar afzonderlijke projecten, maar naar de wijk als geheel.

De komende jaren worden op verschillende locaties nieuwe woningen gerealiseerd en voorbereid. Het gaat onder meer om de ontwikkeling van het Erasmusplein, de Heemtuinen, het Fortunapark, de locatie van het Albeda College en de locaties aan de Marnixlaan en in de Zuidbuurt. Voor een deel van deze ontwikkelingen is een bijdrage vanuit de Woningbouwimpuls (WBI) ontvangen. Daarbij geldt als belangrijke voorwaarde dat de helft van de nieuwe woningen in de betaalbare categorie wordt gerealiseerd.

Woningbouw gaat daarbij hand in hand met investeringen in de wijk. Zo worden verschillende infrastructurele maatregelen voorbereid die nodig zijn om de nieuwe woningen bereikbaar te maken en de openbare ruimte toekomstbestendig in te richten. Ook klimaatadaptatie, vergroening, biodiversiteit en natuurinclusief bouwen krijgen een plek in de verdere ontwikkeling van de Westwijk. Bewoners worden hierbij actief betrokken. Via co-creatie met de klankbordgroep Westwijk werken we samen aan plannen die aansluiten bij de wensen en behoeften van huidige en toekomstige bewoners en gebruikers van de wijk.

Ambities 2027
In 2027 zetten we verdere stappen in de gebiedsontwikkeling van de Westwijk. Met de vaststelling van de gebiedsexploitatie ontstaat één financieel kader voor de samenhangende woningbouwontwikkelingen en infrastructurele maatregelen. Daarmee kunnen we de ontwikkeling van de wijk integraal sturen, financiële risico's beter beheersen en de beschikbare middelen binnen het gebied gericht inzetten. De gemeenteraad krijgt hiermee ook beter inzicht in de voortgang, de risico's en de financiële ontwikkeling van de Westwijk.

Acties

  • We werken verder aan de realisatie van nieuwe woningen in de Westwijk.
    We zetten de lopende ontwikkelingen voort en werken de plannen voor onder meer de Zuidbuurt, Marnixlaan, Albeda en het Fortunapark verder uit. Voor de Zuidbuurt wordt toegewerkt naar een gefaseerde grondexploitatie, waarbij deelgebieden aan de gemeenteraad worden voorgelegd zodra deze voldoende zijn uitgewerkt.
  • We zorgen voor de bereikbaarheid en inrichting van de Westwijk.
    De benodigde infrastructurele maatregelen worden in samenhang met de woningbouwontwikkelingen uitgewerkt. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de ontsluiting van het Fortunapark en de herinrichting van de Buys Ballotlaan en Spinozastraat. De omvang en planning van deze maatregelen worden afgestemd op de verdere ontwikkeling van de woningbouwlocaties.
  • We betrekken bewoners bij de verdere ontwikkeling van de Westwijk.
    Via het participatietraject en de klankbordgroep Westwijk werken we samen met bewoners aan de verdere uitwerking van de plannen. De uitkomsten hiervan worden betrokken bij de verdere programmering, planning en inrichting van de verschillende projecten.
  • We werken toe naar een integrale financiële aanpak van de gebiedsontwikkeling.
    De verschillende woningbouwlocaties, infrastructurele maatregelen en de WBI-bijdrage hangen financieel met elkaar samen. Daarom wordt gewerkt aan een gebiedsexploitatie voor de Westwijk. Hiermee kunnen de financiële gevolgen van de verschillende ontwikkelingen in samenhang worden beschouwd en kan gedurende de looptijd integraal worden gestuurd op kosten, opbrengsten en risico's. De vaststelling van de gebiedsexploitatie wordt afzonderlijk aan de gemeenteraad voorgelegd.
  • We blijven werken aan een duurzame en toekomstbestendige Westwijk.
    Bij de verdere uitwerking van de gebiedsontwikkeling benutten we de kansen voor vergroening, biodiversiteit, klimaatbestendigheid en natuurinclusief bouwen. Waar opgaven meerdere projecten raken, verbinden we deze zoveel mogelijk op gebiedsniveau.

Verbonden partijen

Inleiding

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Inleiding

Beleidsdoelen zijn er om gerealiseerd te worden. Om dit te kunnen doen wordt, wanneer dat wenselijk is, een belang genomen in een organisatie die aan deze doelverwezenlijking bijdraagt. De geldende wet- en regelgeving (BBV) verplicht gemeenten om in de begroting en jaarstukken inzicht te geven in alle privaatrechtelijke en publiekrechtelijke organisaties waarin zij een bestuurlijk en/of financieel belang hebben.

Van een bestuurlijk belang is sprake wanneer de gemeente een zetel heeft in het bestuur van een organisatie of stemrecht heeft in een vergadering van belanghebbenden. Van een financieel belang is sprake wanneer de gemeente financiële middelen beschikbaar heeft gesteld die verloren kunnen gaan bij een faillissement, of wanneer financiële problemen van de organisatie op de gemeente kunnen worden verhaald.

Goed inzicht in de gang van zaken bij verbonden partijen is noodzakelijk vanwege de bestuurlijke, beleidsmatige en financiële belangen die ermee samenhangen. Daarom wordt op basis van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) per verbonden partij een aantal financiële kengetallen weergegeven, waaronder de omvang van het eigen vermogen, het vreemd vermogen en het resultaat.

Visie verbonden partijen

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Visie verbonden partijen

De gemeenteraad heeft op 6 april 2023 de Nota Implementatie Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen vastgesteld. Deze nota geeft inzicht in de aanvullende sturingsmogelijkheden die de wetswijziging per 1 juli 2022 biedt en beschrijft hoe hier in Vlaardingen invulling aan wordt gegeven.

De vaststelling van de nota betekende ook een doorstart van het onderzoek naar de mate en mogelijkheden voor sturing en controle op andere verbonden partijen dan de gemeenschappelijke regelingen. Vlaardingen heeft gekozen voor de zogenaamde risicoprofielen. Daar wordt nu twee jaar mee gewerkt en het product is nu ‘volwassen’ geworden. Om sturing te geven aan de voorkant worden dit jaar de prestatie indicatoren geïntroduceerd. Hiermee kan de gemeente zelf een kaderbrief sturen, op basis van deze indicatoren, om vooraf te sturen op gemeenschappelijke regelingen. Deze werkwijze sluit aan bij de coalitiekoers om scherper te sturen op regionale samenwerking en resultaten.

Financiële risico’s verbonden partijen

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Financiële risico’s verbonden partijen

De financiële risico’s van vennootschappen zijn beperkt tot het aandelenbezit van de gemeente. Bij een faillissement daalt de waarde van dit bezit tot nihil. De financiële risico’s van gemeenschappelijke regelingen kennen geen beperking: bij een faillissement worden de deelnemers volgens de verdeelsleutel aangeslagen voor eventuele resterende schulden na verkoop van de bezittingen.

Gezien de aard van de werkzaamheden van de verbonden partijen is de kans op een faillissement klein, maar niet uitgesloten.

Vennootschapsbelasting (VPB)

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Vennootschapsbelasting (VPB)

Sinds 2016 vallen uitsluitend door de gemeente beheerste entiteiten (verbonden partijen) onder de vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen. Dit betekent dat zij moeten voldoen aan diverse fiscale verplichtingen, wat kan resulteren in een jaarlijkse vpb-afdracht.

In de jaarrekeningen van de verbonden partijen is opgenomen wat de stand van zaken is ten aanzien van deze vpb-plicht.

Overzicht verbonden partijen

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Overzicht verbonden partijen

Op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) zijn gemeenten verplicht in de paragraaf verbonden partijen een overzicht op te nemen, onderverdeeld naar:

  • gemeenschappelijke regelingen
  • vennootschappen en coöperaties
  • stichtingen en verenigingen
  • overige verbonden partijen

In de tabel met de financiële positie van verbonden partijen zijn het eigen vermogen, het vreemd vermogen per 31-12-2025 en het gerealiseerde resultaat over 2025 opgenomen. Op de volgende pagina’s is het volledige overzicht met de voorgeschreven informatie weergegeven.

Gemeenschappelijke regelingen

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Gemeenschappelijke regelingen
Metropoolregio Rotterdam Den Haag
Vestigingsplaats Den Haag
Relatie met programma Bestuur, Dienstverlening en Participatie. Vervoersautoriteit met programma verkeer en mobiliteit. Economisch vestigingsklimaat met programma onderwijs, economie en haven.
Openbaar belang en visie De gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) is in december 2014 in werking getreden. De missie van de MRDH is: Om de huidige en toekomstige generaties een plek te bieden waar welvaart en welzijn goed samenvloeien, is samenwerking noodzakelijk. Digitalisering, wonen, werken, verkeer en duurzaamheid zijn immers uitdagingen die verder gaan dan de gemeentegrens. Het succes van een stedelijke regio bepaalt de economische kracht van dat gebied en zelfs van het land. ‘Samenwerken maakt sterker’ is dan ook het motto. De metropoolregio werkt aan een betere bereikbaarheid en het vernieuwen van de economie. Dat is de missie van de 21 gemeenten die daarvoor hun kennis en krachten bundelen in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Dit voor de groei van de welvaart en het welzijn van de bijna 2,4 miljoen inwoners. Zij houdt zich daartoe bezig met: a. Het vaststellen van doelstellingen op het gebied van verkeer en vervoer en de verbetering van het economisch vestigingsklimaat; b. Het uitvoeren van de, met betrekking tot het onder a. genoemde beleid, aan de MRDH opgedragen taken en bevoegdheden. De inhoudelijke agenda’s van de Vervoersautoriteit en Economisch Vestigingsklimaat zijn hierbij leidend en de basis voor de MRDH-brede strategie.
Betrokken partijen De volgende gemeenten maken deel uit van de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag: Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Delft, Den Haag, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, Midden-Delfland, Nissewaard, Pijnacker-Nootdorp, Ridderkerk, Rotterdam, Rijswijk, Schiedam, Vlaardingen, Voorne aan Zee, Wassenaar, Westland en Zoetermeer. Overige betrokken overheden en/of marktpartijen: Naast het bundelen van de krachten van de 21 gemeenten is samenwerking met onder meer bedrijfsleven, kennisinstellingen, omliggende regio’s zoals Drechtsteden en Leiden, de provincie en het Rijk noodzakelijk om de ambities te realiseren. De MRDH werkt daarnaast nauw samen met onder andere de Economic Board Zuid-Holland en Zuid- Holland Bereikbaar. Samenwerking met omliggende regio’s en de andere partners vindt zowel plaats bij de strategische trajecten als bij de uitvoering van concrete activiteiten.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door burgemeester E.F.A. Zevenbergen. Wethouder Verkeer en Vervoer H.E de Ron, maakt deel uit van de Vervoersautoriteit. Wethouder Economische Zaken H.E. de Ron maakt deel uit van de Bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat. In de Adviescommissie Vervoersautoriteit hebben zitting de raadsleden van Vugt en van Lange. In de Adviescommissie Economisch Vestigingsklimaat hebben zitting de raadsleden van de Merwe-Groeneveld en Fürdem.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2027 € 240.907 Het programma Vervoersautoriteit wordt geheel financieel gedekt uit de BDU-gelden.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2025 Per 31-12-2025
Eigen vermogen 45.551 49.673
Vreemdvermogen 1.075.544 1.060.225
Resultaat 604 0
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij. Als uitwerking van de Nota Implementatie Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen, die de raad op 6 april 2023 heeft vastgesteld, heeft het college voor alle regelingen een zogenoemd risicoprofiel opgesteld. Voor de MRDH betreft dit een laag risicoprofiel, met het bijbehorende sturingspakket ‘Basis’. Dit pakket brengt geen aanvullende maatregelen met zich mee voor overleg intensivering of informatieverstrekking aan de raad.
Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond
Vestigingsplaats Rotterdam
Relatie met programma Veiligheid en Handhaving
Openbaar belang en visie Op grond van de Wet op de Veiligheidsregio’s heeft de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond de volgende taken: a. Het inventariseren van risico’s van branden, rampen en crises; b. Het adviseren van het bevoegd gezag over risico’s van branden, rampen en crises in de bij of krachtens de wet aangewezen gevallen evenals in de gevallen die in het beleidsplan zijn bepaald; c. Het adviseren van het college van burgemeester en wethouders over de taal, bedoeld in artikel 3, eerste lid; d. het voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing; e. Het instellen en in stand houden van een brandweer; f. Het instellen en in stand houden van een GHOR; g. Het voorzien in de meldkamerfunctie; h. Het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel; i. Het inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de diensten van de veiligheidsregio en tussen deze diensten en de andere diensten en organisaties die betrokken zijn bij de onder d, e, f, en g genoemde taken.
Betrokken partijen De volgende gemeenten maken deel uit van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond: Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Goeree Overflakkee, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Voorne aan Zee.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door burgemeester E.F.A. Zevenbergen. Wethouder H.E de Ron is plaatsvervangend lid.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2026 € 7.177.077, voor 2027 is dit overeenkomstig de ontwerpbegroting € 7.420.998.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2025 Per 31-12-2025
Eigen vermogen 7.303 10.398
Vreemdvermogen 99.080 89.099
Resultaat 2.361 1.347
Risico’s Als uitwerking van de Nota Implementatie Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen, vastgesteld op 6 april 2023, heeft het college op 18 maart 2025 voor alle regelingen een zgn. Risicoprofiel opgesteld. Voor de VRR betreft dit een laag risicoprofiel met het bijbehorende Sturingspakket ’Basis’, hetgeen geen extra maatregelen met zich meebrengt voor overlegintensivering of informatieverstrekking aan de raad.
DCMR Milieudienst Rijnmond
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Groen en Milieu
Openbaar belang en visie Het bevorderen van een duurzame ontwikkeling van de stad. Via de vergunningverlening Wet Milieubeheer, de afhandeling van meldingen in het kader van het Activiteitenbesluit, het uitvoeren van toezicht en handhaving en de advisering aan gemeenten op het gebied van de verschillende milieuthema’s en ruimtelijke ontwikkelingen, draagt de DCMR er mede zorg voor dat de milieubeleidsdoelen in de gemeente Vlaardingen worden behaald.
Betrokken partijen De provincie Zuid Holland en de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard , Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Voorne aan Zee.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door wethouder I.M. Somers-Gardenier.
Financieel belang Voor de uitvoering van de werkzaamheden van de DCMR voor Vlaardingen wordt jaarlijks een werkplan gemaakt. Voor 2027 wordt de bijdrage overeenkomstig de ontwerpbegroting geraamd op € 2.426.036.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2025 Per 31-12-2025
Eigen vermogen 7.341 7.305
Vreemd vermogen 16.565 14.705
Resultaat 3.517 3.187
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij. Als uitwerking van de Nota Implementatie Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen, vastgesteld op 6 april 2023, heeft het college op 18 maart 2025 voor alle regelingen een zgn. Risicoprofiel opgesteld. Voor de DCMR betreft dit een laag risicoprofiel met het bijbehorende Sturingspakket ’Basis’, hetgeen geen extra maatregelen met zich meebrengt voor overlegintensivering of informatieverstrekking aan de raad.
GGD Rotterdam- Rijnmond
Vestigingsplaats Rotterdam
Relatie met programma Sociaal Domein
Openbaar belang en visie Het op een proactieve wijze beschermen, bewaken en bevorderen van de gezondheid van inwoners in het bedieningsgebied van de GR GGD-RR. Gezondheid wordt gedefinieerd als een toestand van compleet fysiek, mentaal en sociaal welbevinden en is niet alleen van toepassing op de afwezigheid van ziekte of een handicap. De GR GGD Rotterdam-Rijnmond is primair verantwoordelijk voor de uitvoering van de wettelijk basistaken volgens de Wet Publieke Gezondheid. Operationeel uitvoerder is de GGD Rotterdam-Rijnmond (onderdeel van het concern Rotterdam).
Betrokken partijen De GR GGD Rotterdam-Rijnmond is een samenwerkingsverband van de volgende gemeenten: Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Goeree Overflakkee, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Voorne aan Zee.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Bestuur vertegenwoordigd door wethouder W.C. van der Struis. Wethouder F.G.C. Hoogendijk is plaatsvervangend lid.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2027: € 726.035.
Financiële positie De GGD-RR heeft geen eigen of vreemd vermogen. De gemeenschappelijke regeling van de GGD-RR heeft geen balans en andere financiële staten om in de begroting (en jaarverslag) op te nemen aangezien de GGD-RR onderdeel uitmaakt van de gemeente Rotterdam.
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij. Als uitwerking van de Nota Implementatie Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen, vastgesteld op 6 april 2023, heeft het college op 3 maart 2026 voor alle regelingen een zgn. risicoprofiel opgesteld. Voor de GGD RR betreft dit een laag risicoprofiel met het bijbehorende Sturingspakket ’Basis’, hetgeen geen extra maatregelen met zich meebrengt voor overlegintensivering of informatieverstrekking aan de raad.
ROG Plus
Vestigingsplaats Maassluis
Relatie met programma Sociaal Domein
Openbaar belang en visie Rogplus heeft als hoofddoelstelling de inkoop van ondersteuning voor inwoners die dit (tijdelijk) nodig hebben en het uitvoeren van het contractbeheer en- management in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Jeugdwet. In 2027 gaat de grootste aandacht voor Vlaardingen uit naar de voorbereiding op de nieuwe aanbesteding van onderdelen Wmo en de inkoop van de Jeugdhulp. Daarnaast blijven wij met Rogplus ons inzetten voor beheersmaatregelen en vernieuwingen om de ondersteuning aan inwoners via Wmo en jeugdhulp beschikbaar en betaalbaar te houden met behoud van goede kwaliteit van de zorg. Dit willen we bereiken met de transformatie van de zorg door het (eerder) inzetten van lichtere ondersteuning dichtbij in de wijk. Ook zetten we samen met Rogplus in op innovatie door pilots te starten die het mogelijk maakt om inwoners langer zelfstandig te laten participeren. Via Rogplus zetten wij ons in op stevig contractmanagement bij de uitvoering van jeugdhulp door Mevis om de zorg tijdig aan jeugdigen te kunnen bieden. Als laatste richten wij ons op het tegengaan van zorgfraude. Rogplus ziet toe op de rechtmatigheid van geleverde zorg. Aan de hand van een toezichtskader en controleplan dat in 2026 opgeleverd is, heeft Rogplus nog betere handvatten voor handhaving.
Betrokken partijen De gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door wethouder F.G.C. Hoogendijk en wethouder W.C. van der Struijs Wethouder Hoogendijk is ook lid van het Dagelijks Bestuur.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2026 € 71.464.800, voor 2027 is dit overeenkomstig de ontwerpbegroting € 79.647.400.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2025 Per 31-12-2025
Eigen vermogen 0 0
Vreemdvermogen 21.587 15.838
Resultaat 0 0
Risico’s De financiële ontwikkeling van de gemeentelijke bijdrage blijft een aandachtspunt. Als uitwerking van de Nota Implementatie Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen, vastgesteld op 6 april 2023, heeft het college op 18 maart 2025 voor alle regelingen een zgn. Risicoprofiel opgesteld. Voor Rogplus betreft dit een middel risicoprofiel met het bijbehorende Sturingspakket ’Versterkt’, waardoor extra maatregelen zijn getroffen voor overlegintensivering of informatieverstrekking aan de raad.
Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond
Vestigingsplaats Rotterdam
Relatie met programma Sociaal Domein
Openbaar belang en visie De GRJR heeft als taak de gemeenschappelijke inkoop zodanig vorm te geven dat gemeenten hun lokale ambities kunnen realiseren. De visie en doelen van de GRJR zijn een optelsom van de beleidsvoornemens van de deelnemende gemeenten. In 2027 gaat de grootste aandacht voor Vlaardingen uit naar de ontwikkelingen rond Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond en de Gecertificeerde instellingen. Voor wat betreft Veilig Thuis is de aandacht vanuit de gemeente Vlaardingen groot omdat wij hierin de rol van centrumgemeente vervullen. De aandacht voor de Gecertificeerde Instellingen is groot omdat wij in de afgelopen periode zijn geconfronteerd met de gevolgen als de veiligheidsketen rond jeugdigen niet naar behoren functioneert. De gemeente Vlaardingen werkt sinds 2024 met zogenaamde. Risicoprofielen om de raad beter in positie te brengen om vooraf te kunnen sturen op de uitvoering van taken door de gemeenschappelijke regelingen. Aan de GRJR werd een Versterkt Sturingspakket toegekend. Dat betekent dat aan GRJR, onder andere via de zienswijze op de begroting 2026 en de ontwerpbegroting 2027, gevraagd wordt om meer grip te hebben op de inzet van LTA-zorg en te streven naar beter inzicht in de bezwaren die binnenkomen bij de partijen die via de GRJR voor Vlaardingen worden gesubsidieerd. Daarnaast is de GRJR gevraagd om met voorstellen voor mogelijke besparingen te komen.
Betrokken partijen De gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Nissewaard, Vlaardingen en Voorne aan Zee.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door wethouder F.G.C. Hoogendijk.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2026: € 7.081.120, voor 2027 is dit overeenkomstig de ontwerpbegroting € 7.891.228.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2025 Per 31-12-2025
Eigen vermogen 0
Vreemdvermogen 94.025 63.459
Resultaat 0
Risico’s De financiële ontwikkeling als gevolg van de resultaatgerichte financiering blijft een aandachtspunt. Als uitwerking van de Nota Implementatie Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen, vastgesteld op 6 april 2023, heeft het college op 18 maart 2025 voor alle regelingen een zgn. Risicoprofiel opgesteld. Voor de GRJR betreft dit een middel risicoprofiel met het bijbehorende Sturingspakket ’Versterkt’, waardoor extra maatregelen zijn getroffen voor overlegintensivering of informatieverstrekking aan de raad.

 

 

Stroomopwaarts
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Sociaal Domein
Openbaar belang en visie De gemeenschappelijke regeling is ingesteld ter behartiging van het belang van een kwalitatief hoogwaardige en doelmatige uitvoering van de taken en bevoegdheden van de deelnemers op het gebied van het sociaal domein. Meer in bijzonder de uitvoering van de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening (werkloze werknemers en gewezen zelfstandigen), de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (art. 1.13). Vanaf 1 januari 2022 voert Stroomopwaarts eveneens de Nieuwe Wet Inburgering uit.
Betrokken partijen De gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het bestuur vertegenwoordigd door wethouders H.E. de Ron en S. Solleveld. Wethouder de Ron is ook lid van het Dagelijks Bestuur.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2026 bedraagt na de 1e begrotingswijziging € 86.524.000, voor 2027 is dit overeenkomstig de ontwerpbegroting € 90.029.000.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2025 Per 31-12-2025
Eigen vermogen 6.331 7.810
Vreemdvermogen 12.366 16.379
Resultaat 2.051 2.116
Risico’s De financiële ontwikkeling van de gemeentelijke bijdrage en kosten huisvesting van Stroomopwaarts blijven aandachtspunten. Als uitwerking van de Nota Implementatie Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen, vastgesteld op 6 april 2023 heeft het college op 3 maart.2026 voor alle regelingen een zgn. risicoprofiel opgesteld. Voor Stroomopwaarts betreft dit een middel risicoprofiel met het bijbehorende Sturingspakket Versterkt.
Regionale Belasting Groep
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Financiën
Openbaar belang en visie Het heffen en invorderen van de gemeentelijke belastingen en heffingen en het uitvoeren van de werkzaamheden in het kader van de Wet Waardering onroerende zaken.
Betrokken partijen Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard, Hoogheemraadschap Delfland, gemeente Delft, gemeente Schiedam, gemeente Zuidplas en gemeente Vlaardingen.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door wethouder S.D. Solleveld.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2026 € 1.419.000, voor 2027 is dit overeenkomstig de ontwerpbegroting € 1.410.000.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2025 Per 31-12-2025
Eigen vermogen 2.307 2.487
Vreemd vermogen 2.140 1.909
Resultaat 1.002 1.925
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij. Als uitwerking van de Nota Implementatie Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen, vastgesteld op 6 april 2023, wordt er jaarlijks een zgn. Risicoprofiel opgesteld. Voor de RBG betreft dit een laag risicoprofiel met het bijbehorende Sturingspakket ’Basis’, hetgeen geen extra maatregelen met zich meebrengt voor overlegintensivering of informatieverstrekking aan de raad.

Vennootschappen en coöperaties

Intergemeentelijke Reiniging-, Afvalinzameling- en Dienstverlening Organisatie (IRADO)
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Groen en Miilieu
Openbaar belang en visie Het in opdracht van de gemeente Vlaardingen uitvoeren van het inzamelen en afvoeren van huishoudelijk afval en op basis hiervan adviseren en rapporteren.
Betrokken partijen Gemeenten Vlaardingen, Schiedam en Capelle a/d IJssel zijn ieder voor 1/3 aandeelhouder.
Bestuurlijk belang De Raad van Commissarissen bestaat uit externe commissarissen: de heer B.K.A van Rijsbergen (voorzitter), mw. M.M.C. Lansbergen-Kerklaan (plv vooorzitter) en de heer H.G.M. Mogezomp. Wethouder W.C. van der Struis bekleedt namens de gemeente Vlaardingen de rol van opdrachtgever. Wethouder S. Solleveld vervult namens de gemeente Vlaardingen de rol van aandeelhouder.
Financieel belang De deelneming staat voor € 1.196.000,- op de balans van de gemeente Vlaardingen.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2025 Per 31-12-2025
Eigen vermogen 18.940 18.957
Vreemdvermogen 26.478 26.603
Resultaat 489 350
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
Waterbedrijf Evides
Vestigingsplaats Rotterdam
Relatie met programma Groen en Miilieu
Openbaar belang en visie Met de deelneming wordt beoogd invloed uit te oefenen op het beleid van watervoorziening en tariefstelling. Door een aantal fusies is de invloed van de gemeente de afgelopen jaren sterk afgenomen. De gemeente heeft op dit moment nog 1,8% van het totale aandelenpakket in bezit.
Betrokken partijen De aandelen van Waterbedrijf Evides zijn voor 50% in handen van de vroegere aandeelhouders van Delta Waterbedrijf en voor de andere 50% in handen van de vroegere aandeelhouders van Waterbedrijf Europoort. De laatste groep bestaat uit 24 gemeenten uit deze regio, waaronder de gemeente Vlaardingen.
Bestuurlijk belang De gemeente heeft stemrecht in de algemene vergadering van aandeelhouders. De gemeente Vlaardingen wordt hierin vertegenwoordigd door wethouder H.E. de Ron.
Financieel belang De deelneming staat voor € 245.041,- op de balans van de gemeente Vlaardingen.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2025 Per 31-12-2025
Eigen vermogen 631.500 675.700
Vreemdvermogen 878.600 875.800
Resultaat 53.300 62.200
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
Werkbedrijf Vlaardingen
Vestigingsplaats Vlaardingen
Relatie met programma Sociaal Domein
Openbaar belang en visie Het in opdracht van de Gemeente Vlaardingen uitoefenen van (delen) van de Wet Sociale Werkvoorziening en de Wet Werk en Bijstand. Het uitoefenen van het formeel werkgeverschap voortvloeiende uit het voorgaande. De BV wordt vereffend.
Betrokken partijen Gemeente Vlaardingen
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen houdt 100% van de aandelen.
Financieel belang Er zijn aandelen (gewaardeerd op € 18.000) in bezit bij de gemeente Vlaardingen. Deze verbonden partij is in liquidatie.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 per 01-01-2025 per 31-12-2025
Eigen vermogen 53.899 N.n.b.
Vreemdvermogen 0 N.n.b.
Resultaat -295 N.n.b.
Risico’s Geen
Bank Nederlandse Gemeenten
Vestigingsplaats Den Haag
Relatie met programma Financiën
Openbaar belang en visie De Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) stelt zich ten doel gemeenten en andere decentrale overheden te ondersteunen bij hun maatschappelijke activiteiten middels het aanbieden van tal van bancaire diensten. Onze gemeente levert door haar deelneming een bijdrage hieraan.
Betrokken partijen De aandelen van de Bank Nederlandse Gemeenten zijn voor 50% in handen van het Rijk en voor de resterende 50% in handen van gemeenten. Onze gemeente heeft een belang van 0,36% in de bank.
Bestuurlijk belang De gemeente heeft stemrecht in de algemene vergadering van aandeelhouders. De gemeente Vlaardingen werd hierin vertegenwoordigd door wethouder S. Solleveld.
Financieel belang De deelneming staat voor € 33.807 op de balans van de gemeente Vlaardingen.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2025 Per 31-12-2025
Eigen vermogen 4.777 4.863
Vreemdvermogen 123.614 110.701
Resultaat 294 172
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
Stadsherstel Maassteden
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Financiën
Openbaar belang en visie Opknappen en behouden van gebouwd erfgoed in Vlaardingen, Maassluis en Schiedam.
Betrokken partijen Het Fonds Schiedam Vlaardingen e.o., de gemeenten Schiedam, Vlaardingen en Maassluis zijn sinds januari 2018 aandeelhouders.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen werd hierin vertegenwoordigd door wethouder H.E de Ron.
Financieel belang De deelneming staat voor € 100.000 op de balans van de gemeente Vlaardingen.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2025 Per 31-12-2025
Eigen vermogen 5.939 5.931
Vreemdvermogen 1.245 1.946
Resultaat ‑227 ‑108
Risico’s Geen
Coöperatief beheer groengebieden Midden-Delfland
Vestigingsplaats Midden-Delfland
Relatie met programma Sport en recreatie
Openbaar belang en visie De coöperatie stelt zich ten doel de leden te faciliteren in de doelmatige en rechtmatige uitvoering van beheer- en onderhoudstaken ter zake van groengebieden in Midden-Delfland en omgeving en al hetgeen met het vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.
Betrokken partijen De gemeenten Delft , Midden-Delfland, Maassluis, Schiedam, Vlaardingen en Westland.
Bestuurlijk belang Wethouder W.C. van der Struis is door het college van B&W benoemd als lid van de algemene deelnemersvergadering.
Financieel belang De bijdrage van de gemeente Vlaardingen aan het CBG bedraagt € 621.516 per jaar.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2025 Per 31-12-2025
Eigen vermogen 6.678 n.n.b.
Vreemdvermogen 1.759 n.n.b.
Resultaat 238 n.n.b.
Risico’s Geen

Wet open Overheid

Inleiding

Terug naar navigatie - Wet open Overheid - Inleiding

Aanleiding 
Per 1 mei 2022 is de nieuwe Wet open overheid (Woo) in werking getreden, die de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) vervangt. Het grote verschil tussen de Woo en de Wob betreft de actieve openbaarmaking van documenten behorende tot 11 informatiecategorieën. Deze verplichting zal de komende jaren stapsgewijs worden ingevoerd. Hiervoor is een landelijke planning opgesteld die aangeeft wanneer welke categorie bij Koninklijk Besluit verplicht zal worden gesteld. In 2025 is vertraging in de landelijke voorzieningen ontstaan waardoor de verplichtstellingsplanning herbezien wordt. Naar verwachting worden ook in 2027 bepaalde informatiecategorieën verplicht gesteld. Deze verplichting kan verschillen per type bestuursorgaan. 

Acties 2027
Het afhandelen van Woo-verzoeken (de zogenaamde passieve openbaarmaking) verloopt via ingeregelde werkprocessen.
Voor de verplichte publicatie van overheidsinformatie (de zogenaamde actieve openbaarmaking) hebben we in 2025 en 2026 het categoriseren van Woo-plichtige documenten voorbereid in het Zaaksysteem (voor gestructureerde processen) en Office365 (voor de meer vrije processen). In 2026 is de applicatie geïmplementeerd die het anonimiseren van te publiceren documenten ondersteunt. Ook is een publicatie-applicatie verworven voor publieke openbaarmaking van verplichte documenten. Daarmee is de gemeente in 2027 klaar voor de verdere uitrol van de dan verplicht geworden informatiecategorieën. De volgorde waarin dat gebeurt, wordt landelijk bepaald en is nu nog niet bekend. 

In 2027 zullen de activiteiten rondom de Woo dan ook bestaan uit: 

  • het verwerken van binnenkomende Woo-verzoeken (passieve openbaarmaking) 

  • het proactief publiceren van documenten waarbij de prioriteit ligt bij, maar niet beperkt hoeft te blijven tot, de verplichte informatiecategorieën (actieve openbaarmaking) 

  • het analyseren en eventueel bijstellen van de systemen en processen als gevolg van de in 2027 verplicht gestelde informatiecategorieën (welke dat zijn, is nu nog niet bekend) 

  • het verder verbeteren van bewustwording rondom verplichte openbaarmaking