Het thema Wonen gaat verder dan alleen bouwen. De woningmarkt vraagt ook meer aandacht voor het geschikt maken van de bestaande voorraad en een toegankelijke woonomgeving. Door het wegnemen van praktische belemmeringen in de bestaande woon- en leefomgeving stimuleren we doorstroming.
Rijksbeleid Volkshuisvesting
Met het vaststellen van de wet versterking regie volkshuisvesting in juni 2026 is deze per 1 juli 2026 in werking getreden. De uitwerking van de wet zal in fases plaatsvinden, waarbij gemeenten diverse werkzaamheden moeten gaan oppakken, die we inmiddels zijn gestart.
De wet introduceert duidelijke kaders voor:
-
betaalbaarheid van woningen (2/3 betaalbaar, waarvan 30% sociaal op regionaal niveau);
-
regionale samenwerking;
-
snellere procedures;
-
betere kansen voor urgent woningzoekenden.
Vanwege de huidige woningvoorraad en de veiligheid- en leefbaarheidsvraagstukken in Vlaardingen, zijn wij momenteel met de provincie Zuid-Holland in gesprek om maatwerkafspraken omtrent woningbouwontwikkelingen te maken. Aan de hand van de maatwerkafspraken kunnen wij mogelijk afwijken van bepaalde kaders, zodat er beter gestuurd kan worden op woningaanbod dat passend is in Vlaardingen.
De wet versterking regie volkshuisvesting introduceert onder andere een verplicht gemeentelijk volkshuisvestingsprogramma. Met het opstellen ervan zijn we concreet in 2026 gestart, met als doel om het, conform wettelijke verplichting, vóór 1 juli 2027 vast te laten stellen door het college van burgemeester en wethouders. Het uitgangspunt is hierbij om inhoudelijk zoveel mogelijk de ingezette koers uit de Woonvisie 2021 voort te zetten. De nieuwe wet zorgt echter voor veel extra eisen aan gemeenten. Dat biedt logischerwijs kansen, maar vraagt wel nadrukkelijk extra inzet en soms ook bijsturing. Zonder extra capaciteit kunnen we onvoldoende uitvoering geven aan de eisen van de nieuwe wet en de opgaven en acties die voortvloeien uit het nieuw te ontwikkelen volkshuisvestingsprogramma.
De nieuwe wettelijke kaders in relatie tot de opgaves in Vlaardingen rondom wonen vragen daarom echt extra inzet vanuit beleid, uitvoering en handhaving. Om dit structureel te organiseren en ook aan de nieuwe wettelijke kaders te voldoen, zullen extra middelen nodig zijn. De wettelijke verplichtingen, de breedte van de volkshuisvestelijke opgave en de intensieve samenwerking met regionale partners, corporaties en verschillende teams binnen de gemeentelijke organisatie, maken dat team Wonen met 3,6 fte moet worden uitgebreid om het programma voor Vlaardingen te blijven (door-)ontwikkelen, de nieuwe wettelijke instrumenten nader uit te werken en uit te voeren, te monitoren en jaarlijks te actualiseren. Alleen dan kunnen we serieus werk blijven maken van de woonopgave.
Dit is nog exclusief 0,5 fte die we hierop aanvullend nog nodig hebben voor specifieke expertise op Spreidingwet en AZC: om de nieuwe coalitieafspraken vorm te geven is structurele inzet nodig in de afstemming met andere bestuurslagen en samenwerkingspartners (maximale ruimte benutten die Spreidingswet biedt om geen asielzoekers op te vangen alsmede stoppen met voorbereidingen reeds gepland AZC voor 100 personen).
Met een robuust team, voldoende financiële middelen en ondersteuning vanuit het Rijk zijn er mogelijkheden om het tempo erin te houden.
Regionale woningmarktafspraken
Vlaardingen levert haar bijdrage aan het geactualiseerde Regioakkoord 2022 en de Regionale Realisatieagenda regio Rotterdam. Deze afspraken vormen, samen met het regionale woningbouwprogramma, het kader voor de woningbouwopgave, de betaalbaarheid, de inzet op sociale huur en het middensegment en de regionale afstemming over woonruimteverdeling. Daarbij sluiten we aan op de landelijke lijn van meer regie op volkshuisvesting en op de regionale doelstellingen voor voldoende betaalbare woningen, waaronder sociale huur, middenhuur en betaalbare koop. Binnen Vlaardingen zorgen wij ervoor dat minimaal 50% van de nieuwe woningen in het (middel-)dure segment wordt gebouwd. Dit sluit aan met afspraken die in het verleden zijn gemaakt met de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.
Binnen het Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam werkt Vlaardingen met tien andere regiogemeenten samen aan een evenwichtige regionale woningmarkt en een transparante verdeling van schaarse woonruimte. Per 1 januari 2025 is de nieuwe bestuursovereenkomst voor het samenwerkingsverband in werking getreden en is de Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2025 vastgesteld. Deze verordening biedt ruimte voor regionaal afgestemde regels en lokaal maatwerk. Vlaardingen benut deze ruimte onder meer om de kansen van lokale woningzoekenden en de doorstroming binnen de stad te verbeteren, met behoud van een evenwichtige regionale woningmarkt.
De regionale samenwerking staat bestuurlijk en juridisch onder druk door het besluit van Ridderkerk om de bestuursovereenkomst niet te ondertekenen en een eigen woonruimtebemiddelingssysteem te ontwikkelen. De elf andere gemeenten hebben de provincie Zuid-Holland verzocht om de regionale samenwerking te herstellen en versnippering van regels voor urgentie en sociale huur te voorkomen. De Raad van State heeft in juni 2026 bepaald dat de provincie voorlopig geen gemeenschappelijke regeling op grond van artikel 100 Wgr mag opleggen totdat op het beroep is beslist. Als de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak RvS er is zal Vlaardingen zich beraden op het vervolg.
Opgave Aandachtsgebieden
Vlaardingen heeft meerdere gebieden, waardoor gestapelde problematiek de woon- en leefomgeving zowel sociaal als fysiek niet optimaal is. Zo is er het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid in de Westwijk en er zijn verschillende bijzondere vlekken aangewezen in de gemeente. Hierbinnen wordt intensiever ingezet op structurele verandering in deze kwetsbare gebieden met als doel ontwikkelen van draagkrachtige, veilige woon- en leefomgevingen. Dit door onder andere te zorgen voor goede kwalitatieve woningen in een divers aanbod en te zorgen voor een groene, toegankelijke, veilige buitenruimte. Het aandeel sociale huur in deze buurten brengen we in overleg met de corporaties beter in balans. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan het versterken van (buurt)netwerken, mede door ontmoeten en verbinden te stimuleren en te faciliteren. Ook investeren we in het ontwikkelen van methodieken voor sociale interventies.
De recent geactualiseerde veerkrachtkaarten in combinatie met wettelijke taken uit de wet versterking regie volkshuisvesting zorgen ervoor dat wij in 2027 zullen onderzoeken hoe we als gemeente in samenwerking met onze partners de opgave rondom de aandachtsgebieden optimaler kunnen aanpakken, dan wel vernieuwen om zo het tij te kunnen keren in deze gebieden.
Op basis van data zoals de Leefbaarometer en overlastmeldingen monitoren we de leefbaarheid in VOP, Muwi en de Hoofdstedenbuurt en onderzoeken we of een uitbreiding van het gebied dat valt onder de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp) wenselijk en haalbaar is.
Arbeidsmigranten
Met de huidige grote tekorten aan personeel op de arbeidsmarkt zijn arbeidsmigranten onmisbaar in diverse maatschappelijke en economische sectoren. Om de druk op de leefbaarheid in de toch al kwetsbare wijken te verminderen, dringen we het aantal arbeidsmigranten in woonwijken terug. Arbeidsmigranten worden zoveel mogelijk gehuisvest op grootschalige locaties aan de randen van de stad. Woningen die door deze aanpak vrijkomen moeten opnieuw beschikbaar komen voor Vlaardingers.
We pakken misstanden rondom arbeidsmigratie en huisvesting stevig aan met inzet van beschikbare instrumenten zoals het omgevingsplan, de zelfbewoningsplicht, de toeristenbelasting (verblijfsbelasting) en de Wet goed verhuurderschap/Wet betaalbare huur.
Op bedrijventerreinen zijn drie locaties ontwikkeld met circa 200 wooneenheden voor tijdelijke arbeidsmigranten. Twee locaties (Nijverheidsstraat en Deltaweg) zijn gereed. De locatie James Wattweg opent eind 2026.
Starterslening
De starterslening blijkt een belangrijke aanjager waarmee starters worden geholpen een (nieuwbouw-)woning te kopen. Voor zowel 2025 als 2026 was een bedrag van 1,4 miljoen gereserveerd om starters te kunnen helpen. De budgetten zijn nog niet op, en daarnaast vloeit het geld terug, aangezien het een lening is. In 2027 kunnen daardoor nog steeds startersleningen worden verstrekt. Daarnaast is per 1 juli 2025 het Nationale Fonds Betaalbare Koopwoningen opgestart. Dit fonds is bedoeld voor nieuwbouwwoningen tot de betaalbaarheidsgrens en kan een korting op de koopprijs van maximaal € 70.000,- betekenen. Ontwikkelaars en woningcorporaties kunnen een aanvraag doen om via het fonds betaalbare woningen met een koperskorting te verkopen. Nieuwbouwprojecten die gebruik maken van de Nationale Fonds Betaalbare Koopwoningen komen niet meer in aanmerking voor de starterslening.
Omgevingsvisie
De omgevingsvisie Vlaardingen 2040 is op 12 juni 2025 vastgesteld. De omgevingsvisie is een dynamisch document waarin is opgenomen hoe we omgaan met de beperkte fysieke ruimte in de stad, wat daarbij belangrijk is en wat de ambities en doelen van de stad zijn. Alle belangrijke ontwikkelingen en uitdagingen in onze leefomgeving zijn op een rij gezet. Het gaat om zaken zoals wonen, werken, natuur, klimaat en energie. Wij blijven kijken naar de ontwikkelingen op deze gebieden. In de omgevingsvisie zijn drie overkoepelende kernambities voor Vlaardingen benoemd:
Vlaardingen is sociaal, aantrekkelijk en gezond:
Vlaardingen streeft naar een inclusieve woonstad waar iedereen zich thuis en veilig voelt. De focus ligt op het verbeteren van leefbaarheid en gezondheid, met bijzondere aandacht voor gebieden zoals de Binnenstad, Rivierzone en Westwijk. Hierbij wordt ingezet op het creëren van groene, toegankelijke en veilige buitenruimtes en het versterken van sociale netwerken.
Vlaardingen is toekomstbestendig:
Vlaardingen wil voorbereid zijn op toekomstige uitdagingen zoals klimaatverandering en de energietransitie. Dit wordt nagestreefd door het verbinden van groene en blauwe structuren (natuur en water), het stimuleren van duurzame mobiliteit en het creëren van ruimte voor schone energieopwekking. Ook worden er hoge ambities gesteld aan het aantal te bouwen woningen en de kwaliteit ervan.
Vlaardingen is innovatief:
Vlaardingen zet in op een vitale economie met goed opgeleide inwoners die aansluiten bij de behoeften van de lokale arbeidsmarkt. Er wordt geïnvesteerd in sterk onderwijsaanbod, met een focus op mbo-opleidingen in sectoren zoals food, zorg en techniek, om zo de innovatiekracht van de stad te versterken.
In 2027 zal een aanvang worden gemaakt met het actualiseren van de Omgevingsvisie. Dit zal leiden tot andere accenten in bovenstaande kernambities, met name als het gaat om de weging van het belang van verschillende aspecten zoals, wonen, woningbouw, veiligheid en groen.
Omgevingsprogramma’s
Het omgevingsprogramma is een nieuw beleidsinstrument binnen de Omgevingswet bedoeld om ambities uit de omgevingsvisie te realiseren middels concrete acties. Het programma richt zich op de korte termijn (meestal vier jaar) en is uitvoeringsgericht. De wet stelt dat gemeenten verplicht bepaalde programma’s moeten opstellen, zoals op het gebied van geluid, warmte of volkshuisvesting. Daarnaast mag de gemeente ook vrijwillig programma’s opstellen over specifieke thema’s of gebieden. Het college is verantwoordelijk voor het vaststellen van deze programma’s, waarbij participatie met inwoners, ondernemers en andere bestuursorganen belangrijk is. Om de voortgang te bewaken, moeten de maatregelen meetbaar zijn en gemonitord worden. Vlaardingen werkt met een standaard werkwijze en format, zodat alle programma’s overzichtelijk en vergelijkbaar worden uitgewerkt. Er wordt zoveel mogelijk aangesloten op de bestaande beleidscyclus en participatiestructuur. In 2027 wordt gewerkt aan de volgende programma’s:
-
het gebiedsgerichte omgevingsprogramma Westwijk
-
Daarnaast willen we de volgende omgevingsprogramma’s vaststellen:
-
-
het verplichte Volkshuisvestingsprogramma
-
-
-
het omgevingsprogramma Binnenstad
-
Omgevingsplan
Vlaardingen heeft tot 1 januari 2032 de tijd om te komen tot een gemeentedekkend definitief omgevingsplan. In dat omgevingsplan moeten niet alleen de oude bestemmingsplannen omgezet worden in de nieuwe systematiek van de Omgevingswet, maar ook gedeeltes van gemeentelijke verordeningen en de zogenaamde 'Bruidsschat' (landelijke regelgeving die bij inwerkingtreding van de Omgevingswet is overgedragen aan de gemeenten). In 2025 is Vlaardingen gestart met een gebiedsgerichte en gefaseerde transitie, beginnend met een testgebied in Holy Zuidwest, waarna stapsgewijs bestemmingsplannen en de Bruidsschat worden omgezet. De transitie verloopt in beginsel beleidsneutraal, maar in de praktijk zijn inhoudelijke aanpassingen soms noodzakelijk vanwege o.a. landelijke instructieregels en technische vereisten. De verwachting is dat in 2027 de eerste wijziging van het omgevingsplan kan worden vastgesteld. In 2027 ligt de focus verder op het opstellen van de Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL). De VFL regelt de aspecten van de fysieke leefomgeving binnen de context van de Omgevingswet en is gericht op duurzame ontwikkeling en het beschermen van het milieu. Tegelijk wordt gewerkt aan de uitrol van het omgevingsplan, waarbij – als resultante van de wetgeving- de focus ligt op het de toegankelijkheid van het omgevingsplan binnen het nieuwe digitale stelsel. Daarnaast wordt aandacht besteed aan het ontwikkelen van toepasbare regels en het versterken van de interne organisatie en samenwerking met bestuurlijke partners.
Extra capaciteit
Voor de uitvoering van het in 2025 vastgestelde Plan van Aanpak Omgevingsplan is aanvullende structurele formatie noodzakelijk. Het betreft de functies regisseur omgevingsplan, jurist omgevingsplan, regisseur toepasbare regels/regelanalist, projectleider en technisch beheerder omgevingsplan, met een geraamde inzet van in totaal circa 5.730 tot 6.350 uur per jaar. Deze functies zijn nodig om wijzigingen van het omgevingsplan integraal te coördineren, beleid te vertalen naar juridisch houdbare en digitaal toepasbare regels, de projectmatige uitvoering en bestuurlijke besluitvorming te organiseren en het plan technisch correct te beheren, valideren en publiceren via het Digitaal Stelsel Omgevingswet. De werkzaamheden zijn onderling sterk verweven en essentieel voor een actueel, samenhangend, uitvoerbaar en raadpleegbaar omgevingsplan. De huidige situatie, waarin taken van technisch beheer en regelanalyse deels binnen één functie worden gecombineerd, is kwetsbaar en brengt risico’s mee voor continuïteit, kwaliteit en tijdige publicatie. Het opstellen van het omgevingsplan is een forse uitdaging, zowel technisch als juridisch-inhoudelijk. Daarnaast zijn er doorlopende ontwikkelingen in provinciaal en landelijk beleid en regelgeving die nopen tot nader onderzoek en nadere beschouwing inzake mogelijke doorwerking in het omgevingsplan. Dit, in combinatie met de beperkte ambtelijke capaciteit om deze werkzaamheden op te pakken, kan ertoe leiden dat de planning van het omgevingsplan tussentijds aanpassing vraag
Particuliere woningverbetering
Particuliere woningverbetering in Vlaardingen wordt op een integrale manier benaderd omdat het zoveel meer omvat dan alleen woningen. Het vergroten van het woongenot van Vlaardingers is een gezamenlijke opgave waaraan meerdere teams en beleidsprogramma’s bijdragen. Dit kan niet los worden gekoppeld worden van onderwerpen als verduurzaming, energietransitie, natuurinclusief, klimaatadaptief, levensloopbestendig maar ook sociale cohesie. Daarom zal de aanpak van de bestaande woningvoorraad een belangrijk onderdeel worden in het verplichte volkshuisvestelijkprogramma onder de Wet versterking regie volkshuisvesting.
De uitvoering van particulier woningverbetering ligt bij het Woon- en Energieloket (voorheen het Servicepunt woningverbetering). Wij werken onder andere aan het project om VvE’s in de VOP en Centrum Noord te ondersteunen bij de aanpak van achterstallig onderhoud en verduurzaming. Hiervoor is een SVN-stimuleringslening beschikbaar gesteld door de gemeente, waaruit VvE’s tegen een lage rente kunnen lenen om aan de slag te gaan met het verbeteren van hun VvE. Voor het gebied van VOP en Centrum is in totaal € 3,7 miljoen beschikbaar via het fonds en die verloopt kostenneutraal. Inmiddels zijn er elf leningen verstrekt aan VvE’s in Vlaardingen. In 2027 wordt ingezet om meer stimuleringsleningen te verstrekken aan VvE’s. Ook wordt ondersteuning geboden bij het doorlopen van de verschillende fasen van het opstellen van een meerjarenonderhoudplan naar uitvoering. Het Woon- en Energieloket doet nog veel meer, zoals het organiseren van verschillende informatie-, en cursusavonden voor VvE’s, een uitleenservice met producten voor meer inzicht in bijvoorbeeld warmteverlies en energieverbruik, inloopuren draaien en het bijhouden van de website met informatie op het gebied van onderhoud en verduurzaming.
Leegstandsbelasting
Bij woningen die langer dan 12 maanden leegstaan kan de gemeente leegstandsbelasting heffen. Sinds 20 maart 2026 is dit wettelijk mogelijk. Belastingplichtig is degene die aan het begin van het kalenderjaar het genot van de woning heeft krachtens eigendom, bezit, of beperkt recht.
De gemeenteraad moet eerst een lokale belastingverordening Leegstandsbelasting vaststellen. De VNG werkt aan een modelverordening voor gemeenten, maar is nog in afwachting van de wijziging van de leegstandswet. Tevens dient onderzocht te worden welke woningen leegstaan om potentiële belastinginkomsten in te schatten, welke ambtelijke capaciteit nodig is voor de uitvoering en moeten afspraken gemaakt worden met de Regionale Belasting Groep (RBG). Omdat er onvoldoende capaciteit is voor het invoeren en de implementatie van verblijfsbelasting dient een projectleider te worden ingehuurd en is extra onderzoek nodig. Op basis van een goede businesscase is in 2027 een goed onderbouwde financiële aanvraag mogelijk voor 2028 en verder.
Toeristenbelasting (verblijfsbelasting)
Verblijfsbelasting is hetzelfde als toeristenbelasting enkel onder een andere benaming. Op basis van de Vlaardingse Verordening toeristenbelasting kan toeristenbelasting nu al worden geheven voor betaald verblijf van personen die niet als ingezetene met een adres in het BRP staat. De bestaande toeristenbelasting wordt ook toegepast op het verblijf van arbeidsmigranten die aan het belastbare feit voldoen. Dit moet de gemeente dan wel kunnen aantonen.
Volgens artikel 2 van de verordening is in beginsel degene die het verblijf aanbiedt belastingplichtig. Die aanbieder mag de belasting vervolgens verhalen op de arbeidsmigrant. Alleen als geen aanbieder kan worden aangewezen, kan de verblijfhouder zelf belastingplichtig zijn.
Omdat er onvoldoende capaciteit is voor implementatie en uitvoering van toeristenbelasting voor arbeidsmigranten dient een projectleider te worden ingehuurd en is extra onderzoek nodig naar woningen waar sprake is van verhuur zonder BRP-inschrijving. Op basis van een goede businesscase is in 2027 een goed onderbouwde financiële aanvraag mogelijk voor 2028 en verder.