Paragrafen

Paragraaf Lokale heffingen

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Inleiding

De lokale heffingen zijn de inkomsten die verkregen worden op grond van publiekrechtelijke regels, voornamelijk belastingen, heffingen en retributies. De heffingen zijn gebaseerd op wettelijke bepalingen. Bij de lokale lasten maken we onderscheid tussen zuivere belastingen, heffingen en retributies:

  • De zuivere belastingen behoren tot de algemene dekkingsmiddelen en zijn voor de uitvoering van collectieve vormen van dienstverlening, maar ook individuele vormen van dienstverlening zonder een duidelijke relatie tussen dienstverlening en belasting. In Vlaardingen onderscheiden we onroerende zaakbelasting (OZB), de hondenbelasting, de precariobelasting en de toeristenbelasting.
  • De heffingen zijn voor de dekking van de kosten voor uitvoering van publiekrechtelijke dienstverlening. Dat houdt in dat de belastingplichtige ook moet betalen als hij de dienst niet wenst. Voorbeelden van heffingen zijn afvalstoffenheffing en rioolheffing.
  • De retributies zijn vergoedingen voor individuele dienstverlening van typische overheidsdiensten van publiekrechtelijke aard. Voorbeelden hiervan zijn leges voor paspoort en rijbewijs.

 

Beleid

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Beleid

Uitgangspunten van het gemeentelijk beleid 2020 waren ten aanzien van de belastingen en heffingen gematigde belastingen en kostendekkende heffingen en retributies.

  • Onroerendezaakbelasting: de OZB-opbrengsten worden verhoogd met 7,5% bestaande uit de algemene indexering van 1,5% vermeerdert met 6% zoals is vastgelegd in het coalitieakkoord “handen uit de mouwen” van mei 2019.
  • De tarieven van de overige gemeentelijke belastingen, heffingen en leges worden geïndexeerd met 1,5%. De uitzondering hierop wordt gevormd door de wettelijk vastgelegde tarieven en het tarief voor de Zeehavengelden en Binnenhavengelden, waarvoor Vlaardingen meelift met Rotterdam.
  • Het tarief voor het rioolrecht, gebaseerd op het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan, wordt € 161,36
  • Het tarief voor de afvalstoffenheffing, gebaseerd op de gewenste opbrengst in combinatie met het aantal huishoudens, wordt verhoogd met 8%.
  • De opbrengst van de bedrijven Investeringszone (BIZ) blijft ongewijzigd.
  • De parkeertarieven kennen een eigen regime en worden bij afzonderlijk raadsbesluit vastgesteld.

 

Kwijtschelding

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Kwijtschelding

Voor mensen met de laagste inkomens bestaat de mogelijkheid van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de lokale lasten. De regels voor het toekennen worden bepaald door de rijksoverheid, neergelegd in de Invorderingswet. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen, die een inkomen hebben dat niet hoger ligt dan de bijstandsnorm.
Gemeenten mogen hier in die zin van afwijken dat een lager inkomen wordt gehanteerd. De gemeente Vlaardingen hanteert de zogenaamde 100%-norm, dat betekent dat inwoners van Vlaardingen met een inkomen op bijstandsniveau in beginsel voor kwijtschelding in aanmerking komen. Voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend mogen gemeenten zelf bepalen. In Vlaardingen kan kwijtschelding worden aangevraagd voor de afvalstoffenheffing. Er is in 2020 voor een bedrag van € 1.041.200 aan kwijtschelding verleend. Dit is meer dan in de begroting geraamd. Vooral veroorzaakt door de coronacrisis.

Woonlasten, lokale lastendruk

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Woonlasten, lokale lastendruk

Onder de woonlasten verstaan we het gemiddelde bedrag dat een huishouden in Vlaardingen betaalt aan OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Bij de berekening van de totale woonlasten hebben we de volgende uitgangspunten gehanteerd:

1. we gaan uit van een eigen woning, die wordt bewoond door een gezin;

2. de OZB-aanslag is gebaseerd op de gemiddelde WOZ-waarde van een woning in Vlaardingen.

De ontwikkeling van de woonlasten van de afgelopen jaren ziet er als volgt uit. 

Woonlasten 2016 2017 2018 2019 2020
OZB-eigenaar 253,44 255,47 261,60 267,85 287,94
OZB-gebruiker n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Rioolheffing 157,80 157,80 157,80 157,80 161,36
Afvalstoffenheffing 306,48 317,21 325,14 330,03 351,53
Totaal 717,73 730,48 744,54 755,68 800,83

Woonlasten, vergelijking met andere gemeenten

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Woonlasten, vergelijking met andere gemeenten

Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) geeft sinds 1997 met de ’Atlas van de lokale lasten‘ inzicht in de woonlasten per gemeente en de posities die de gemeenten ten opzichte van elkaar innemen in Nederland. Hierbij geldt dat nummer 1 de goedkoopste gemeente is en nummer 377 de duurste. In de atlas van 2020 neemt Vlaardingen de 197e plaats in op basis van de woonlasten zoals die in de tabel hierboven zijn berekend. In 2020 zat Vlaardingen € 30,00 boven de landelijk gemiddelde woonlasten.
Overigens liggen de woonlasten van 80% van alle gemeenten heel dicht bij elkaar en rond het landelijk gemiddelde. Wat betreft de omringende gemeenten bedragen de woonlasten:

Gemeente Gemiddelde woonlasten Ranglijst Coelo (2020)
Capelle a/d IJssel € 634 17
Nissewaard € 722 75
Rotterdam € 776 153
Vlaardingen € 800 197
Schiedam € 803 205
Westland € 849 270
Delft € 861 287
Maassluis € 910 333

Opbrengsten belastingen, heffingen en retributies

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Opbrengsten belastingen, heffingen en retributies

Bij de begroting 2020 is op basis van de toen bekende informatie een inschatting gemaakt van de te ramen opbrengsten en hun kostendekkendheid. De afwijkingen van de verschillende belastingen, heffingen en retributies zijn toegelicht in het programma waar de producten worden verantwoord. De afvalstoffenheffing is inclusief de reinigingsrechten bedrijven.Onderstaand overzicht geeft inzicht in de realisatie daarvan:

Opbrengsten heffingen, retributies en belastingen Realisatie Begroting Begroting na Realisatie Verschil Verschil
bedragen x € 1.000 2019 2020 wijziging 2020 2020 in %
Leges Burgerzaken 1.036 735 735 792 57 7,76%
Parkeerbelasting 2.489 2.300 2.031 2.532 501 24,67%
Zeehaven- en binnenhavengelden 1.066 1.141 979 1.025 46 4,70%
Afvalstoffenheffing 10.050 10.758 10.706 10.609 -97 -0,91%
Rioolheffing 5.949 6.153 6.153 6.115 -38 -0,62%
Begraafrechten 756 798 758 808 50 6,60%
Leges bijzondere wetten 31 18 18 28 10 55,56%
Leges bouwvergunningen 501 1.117 1.117 1.352 236 21,09%
Precariobelasting 658 631 631 612 -19 -3,01%
Hondenbelasting 268 299 292 291 -1 -0,34%
Onroerendezaakbelasting 17.823 18.310 18.310 18.886 576 3,15%
Toeristenbelasting 278 276 206 277 71 34,47%
Totaal 40.905 42.536 41.936 43.327 1.392

Kostendekkendheid

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Kostendekkendheid

Rioolheffing
De rioolheffing is een heffing om het beheer en het onderhoud van het gemeentelijk rioolstelsel te bekostigen.
Uitgangspunt bij deze heffing is dat de tarieven kostendekkend zijn. De stijging van de rioolheffing is dus afhankelijk van de ontwikkeling van de kosten. Voor het beheer en onderhoud op de lange termijn is een gemeentelijk rioleringsplan opgesteld waarin onder andere de kosten zijn opgenomen die door middel van een rioolheffing moeten worden gedekt. Voor 2020 was het tarief van de rioolheffing € 161,36.

Rioolheffing Begroting Begroting na wijziging Realisatie Verschil Verschil
2020 2020 2020 in %
Kosten taakveld inclusief (omslag) rente 3.236.366 2.806.704 2.556.006 250.698 8,93%
Inkomsten taakveld, exclusief heffingen -85.000 -85.000 -113.283 28.283 33,27%
Netto kosten taakveld 3.151.366 2.721.704 2.442.724 278.981 10,25%
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente 311.179 311.179 311.179 0 0,00%
BTW 368.822 353.649 309.221 44.428 12,56%
Totale kosten 3.831.367 3.386.532 3.063.124 323.408 9,55%
Opbrengst heffing -6.152.812 -6.152.812 -6.115.199 -37.613 -0,61%
Toevoeging aan voorziening 2.321.445 2.750.107 3.054.287 -304.180 11,06%
Totale inkomsten -3.831.367 -3.402.705 -3.060.912 -341.793 10,04%
Dekkingspercentage 100,00% 100,48% 99,93% 105,68%
Bij de riolering is conform het vastgestelde beleid sprake van een zogenaamd gesloten systeem. Om die reden is het voordeel van de lagere lasten, gesaldeerd met de lagere opbrengsten, gestort in de voorziening Rioleringswerken.

Afvalstoffenheffing
De afvalstoffenheffing is een heffing om het ophalen en verwerken van de huishoudelijke afvalstoffen te bekostigen. Uitgangspunt bij deze heffing is dat de tarieven kostendekkend zijn. De stijging of daling van de afvalstoffenheffing is mede afhankelijk van de ontwikkeling van de kosten. Bij deze heffing wordt een tariefdifferentiatie toegepast ten behoeve van één- en meerpersoonshuishoudens.

De tarieven waren in 2020  8%  hoger ten opzichte van 2019. Deze stijging had een aantal oorzaken. De belangrijkste oorzaak was de voorziening afvalstoffenheffing. Deze zou ultimo 2020 leeg zijn. In de begroting van 2020 kon er bijna € 400.000 minder aan de voorziening worden onttrokken dan in 2019 omdat de voorziening na de geraamde onttrekking voor 2020 van € 495.763 leeg was. 

Afvalstoffenheffing Begroting Begroting na Realisatie Verschil Verschil
2020 wijziging 2020 2020 in %
Kosten taakveld inclusief (omslag) rente 10.815.451 10.477.902 10.411.077 66.825 -0,64%
Inkomsten taakveld, exclusief heffingen -1.244.295 -1.354.295 -1.363.649 9.354 -0,69%
Netto kosten taakveld 9.571.156 9.123.607 9.047.428 76.179 -0,83%
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente 70.600 70.600 70.600 0 0,00%
BTW 1.611.536 1.620.658 1.518.736 101.922 6,29%
Totale kosten 11.253.292 10.814.866 10.636.764 178.102 -1,65%
Opbrengst heffing -10.757.529 -10.705.797 -10.608.930 -96.868 -0,90%
Onttrekking aan voorziening -495.763 -183.689 -27.883 -155.806 -84,82%
Totale inkomsten -11.253.292 -10.889.486 -10.636.813 -252.674 -2,32%
Dekkingspercentage 100,00% 100,69% 100,00% 141,87%
Bij de afvalstoffenheffing is sprake van een gesloten systeem. Het saldo van de lagere dan geraamde kosten en inkomsten is geëgaliseerd door een lagere dan geraamde onttrekking aan de voorziening Afvalverwijdering.

Lijkbezorgingsrechten
Deze retributie wordt geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor verleende diensten in verband met de begraafplaats. Lijkbezorgingsrechten worden geheven van de aanvrager van de dienst, dan wel van degene voor wie de dienst wordt verricht. De tarieven zijn verhoogd met 1,5%.

Lijkbezorgingsrechten Begroting Begroting na Realisatie Verschil Verschil
2020 wijziging 2020 2020 in %
Kosten taakveld inclusief (omslag) rente 705.348 868.736 926.298 -57.562 6,63%
Inkomsten taakveld, exclusief heffingen 0 0 0 0
Netto kosten taakveld 705.348 868.736 926.298 -57.562 6,63%
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente 128.478 0 0 0
BTW 0 0 0 0
Totale kosten 833.826 868.736 926.298 -57.562 6,63%
Opbrengst heffing -797.803 -757.803 -808.417 50.614 -6,68%
Dekkingspercentage 95,68% 87,23% 87,27% 87,93%

Parkeerbelasting
Deze belasting wordt geheven voor het gedurende een aaneengesloten periode laten staan van een voertuig binnen de gemeente. De belasting wordt geheven van degene die het voertuig heeft laten staan of de houder van het voertuig. De tarieven kennen een eigen beleid en worden afzonderlijk vastgesteld.

Parkeerbelastingen Begroting Begroting na Realisatie Verschil Verschil
2020 wijziging 2020 2020 in %
Kosten taakveld inclusief (omslag) rente 1.741.559 1.347.066 1.277.272 69.794 5,18%
Inkomsten taakveld, exclusief heffingen -20.725 -20.725 -34.517 13.792 66,55%
Netto kosten taakveld 1.720.834 1.326.341 1.242.756 83.585 6,30%
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente 142.000 142.000 142.000 0
BTW 0 0 0 0
Totale kosten 1.862.834 1.468.341 1.384.756 83.585 5,69%
Opbrengst heffing -2.052.275 -2.031.077 -2.531.981 500.904 24,66%
Onttrekking aan voorziening 0 0 0 0
Totale inkomsten -2.052.275 -2.031.077 -2.531.981 500.904 24,66%
Dekkingspercentage 110,17% 138,32% 182,85% -599,27%
Het voordeel van de lagere uitgaven en de hogere inkomsten van het taakveld parkeren is in 2020 toegevoegd aan de algemene middelen.

Legesverordening hoofdstuk 1, algemene dienstverlening

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Legesverordening hoofdstuk 1, algemene dienstverlening

 

 

Legesverordening hoofdstuk 1, algemene dienstverlening 2020
Kosten taakvelden inclusief (omslag) rente 232.994
Inkomsten taakvelden, exclusief heffingen
Netto kosten taakvelden 232.994
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente 649.469
BTW 0
Totale kosten 882.463
Opbrengsten heffingen -792.107
Dekkingspercentage 89,76%
Het dekkingspercentage in de begroting was 89,53%. In de realisatie is dit uitgekomen op 89,76%.

Legesverordening hoofdstuk 2, fysieke leefomgeving

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Legesverordening hoofdstuk 2, fysieke leefomgeving
Legesverordening hoofdstuk 2, fysieke leefomgeving 2020
Kosten taakvelden inclusief (omslag) rente 58.107
Inkomsten taakvelden, exclusief heffingen -25.000
Netto kosten taakvelden 33.107
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente 1.578.070
BTW 0
Totale kosten 1.611.177
Opbrengsten heffingen -1.352.720
Dekkingspercentage 83,96%
De hogere opbrengsten bouwleges zorgen voor een hoger dekkingspercentage (83,96) ten opzichte van de raming in de begroting van 82,26%.

Legesverordening hoofdstuk 3, Europese dienstenrichtlijn

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Legesverordening hoofdstuk 3, Europese dienstenrichtlijn
Legesverordening hoofdstuk 3, Europese dienstenrichtlijn 2020
Kosten taakvelden inclusief (omslag) rente 2.201
Inkomsten taakvelden, exclusief heffingen -175
Netto kosten taakvelden 2.025
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente 32.964
BTW 0
Totale kosten 34.989
Opbrengsten heffingen -28.017
Dekkingspercentage 80,07%
Het gerealiseerde dekkingspercentage van hoofdstuk 3 ligt i.v.m. lagere opbrengsten lager dan het begrote dekkingspercentage van 93,07%.

Paragraaf Weerstandsvermogen

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Inleiding

Aandacht voor voldoende weerstandsvermogen in relatie tot de risico’s van de gemeente is absolute noodzaak. In Vlaardingen heeft die aandacht vorm gekregen in een risicomanagement dat structureel onderdeel uitmaakt van de planning-en-control-cyclus. Zo vindt op dit moment twee maal per jaar, zowel bij de begroting als bij de jaarrekening, een risico-inventarisatie en een risico-waardering plaats.

Artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) beschrijft het weerstandsvermogen als volgt: “Het weerstandsvermogen geeft de relatie aan tussen de weerstandscapaciteit (middelen om niet begrote kosten op te vangen) en de risico’s van mogelijk materiële financiële betekenis waar geen maatregelen voor zijn getroffen”. Dit weerstandsvermogen wordt weergegeven in een verhoudingsgetal of ratio.

Weerstandsvermogen = aanwezige weerstandscapaciteit / aanwezige weerstandscapaciteit * 100%

De gewenste weerstandscapaciteit is het geldbedrag dat idealiter aanwezig zou moeten zijn om risico’s af te dekken. De hoogte van de gewenste weerstandscapaciteit is volledig afhankelijk van de binnen de gemeente aanwezig risico's en vooral van de ingeschatte risicobedragen (per risico). Het gemeentelijk beleid streeft naar het realiseren van een weerstandsvermogen van minimaal 100%. Dit betekent dat de aanwezige weerstandscapaciteit niet langdurig en niet wezenlijk onder het niveau van de gewenste weerstandscapaciteit kan liggen. 

 

Aanwezige weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Aanwezige weerstandscapaciteit

De aanwezige weerstandscapaciteit bestaat uit het totaal aan middelen dat de gemeente beschikbaar heeft of op korte termijn vrij kan maken om financiële tegenvallers op te vangen. De Algemene Reserve vormt daarbij het reeds beschikbare deel. De aanwezige weerstandscapaciteit bedraagt per ultimo 2020 € 18,2 miljoen.

 

Gewenste weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Gewenste weerstandscapaciteit

De gewenste weerstandscapaciteit bestaat uit middelen die de gemeente beschikbaar zou moeten hebben of op korte termijn vrij zou moeten kunnen maken om de waargenomen risico's financieel te kunnen dekken indien deze zich voordoen in de geschatte mate (kans x impact).

Om dit bedrag te kunnen bepalen wordt externe deskundigheid ingeschakeld. Er wordt een simulatie uitgevoerd voor het berekenen van de benodigde weerstandscapaciteit op basis van de Monte Carlo methode. De basis van deze simulatie is het inventariseren en het kwantificeren van de risico’s. Hierbij is uitgegaan van een risicobereidheid van 1%. Dat wil zeggen dat Vlaardingen een kans van 1% accepteert dat de middelen om de risico's te dekken tekortschieten.

De risico-inventarisatie zoals hierboven weergegeven heeft de organisatie zelf opgesteld en deze is besproken met de externe deskundige. Op basis van de externe analyse betreffende de risico’s, inclusief die in het Sociaal Domein, moet een totale weerstandscapaciteit van € 2,7 miljoen worden aangehouden. Tegen de omvang van de weerstandscapaciteit per 31 december 2020, zijnde de Algemene Reserve, levert dit een weerstandsratio op van :

Weerstandsvermogen = € 18,2 miljoen / € 2,7 miljoen  100% = 674% 

De doelstelling van de gemeente om een weerstandsratio van 1,7 aan te houden wordt hiermee gehaald.

Risico's

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Risico's

De activiteiten van de gemeente Vlaardingen gaan over een breed scala aan beleidsterreinen. Dit betekent dat onze gemeente bloot gesteld is aan een groot aantal risico’s.

Ten opzichte van de vorige inventarisatie in maart van vorig jaar zijn met name bij het sociaal domein de risico's (in geld uitgedrukt)  toegenomen. Maar de kans dat die risico's zich voordoen zijn iets afgenomen. Bij de grondexploitatie is er een behoorlijke afname van het risico's én een afname van de kans dat die zich voordoen. Per saldo is het totale risico gelijk gebleven maar is de kans dat die risico's zich voordoen, afgenomen. 

Op basis van de volgende risico’s en bijbehorende kansverdeling is de gewenste weerstandscapaciteit van € 2,7 miljoen gebaseerd:

Risico-Inventarisatie
Onderwerp Risico Maatregel Impact (most likely) Kans op risico
x € 1.000 (in % )
GEVOLGEN CALAMITEIT/RAMP Als gevolg van calamiteiten / rampen, bestaat de kans dat kosten voor nazorg, tijdelijk onderdak, personele kosten e.d. voor rekening van de gemeente komen. Rampenorganisatie, rampenplannen, coördinator rampenbestrijding, rampenoefeningen. Deelname aan de VRR, toezicht op bedrijven al dan niet via DCMR. 250 25%
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN Afgeleide risico's van gemeenschappelijke regelingen, m.n. afwezigheid van reserves bij de GR'en. Bij overschrijden van de begroting van een GR zal de gemeente als deelnemer een financiele bijdrage moeten leveren. Notitie werkwijze Verbonden Partijen. Controleverklaringen bij de jaarrekeningen én de accountants-verslagen die gericht zijn aan het algemeen bestuur van de verbonden partijen. 500 30%
AFTREDEN WETHOUDERS Als gevolg van het tussentijds (moeten) aftreden van één of meerdere wethouders, bestaat de kans dat wachtgeld en kosten van sollicitatie - en loopbaanbegeleiding betaald moet worden. Geen. Discreet
FOUTEN INKOOPPROCEDURES Als gevolg van (fouten in) de inkoopprocedures/aanbestedingstrajecten, bestaat de kans dat de gemeente aansprakelijk wordt gesteld en mogelijk de leverancier moet compenseren voor de misgelopen winst. De gemeentelijke organisatie heeft een eigen inkoopafdeling, welke bestaat uit inkoopadviseurs, een contractadviseur en contractbeheerders. Daarnaast kent elke lijnafdeling Inkoop-ambassadeurs, die gedegen basiskennis hebben van Inkoop- en aanbestedingsprocedures. 75 10%
LOONSOM Als gevolg van cao wijzigingen (loonsverhogingen) en stijging van werkgeverslasten bestaat het risico dat een overschrijding op de loonsom ontstaat. De salarisbudgetten in de meerjarenbegroting aan de hand van de uitgangspunten in de meicirculaire gemeentefonds bijstellen. 180 50%
GEGARANDEERDE LENINGEN ZORGCENTRA Als gevolg van het eventueel failliet van zorgcentra, bestaat de kans dat de gemeente rente en aflossingen moet betalen voor de gegarandeerde leningen aan deze zorgcentra. Geen. 200 10%
CLAIMS EN NADEELCOMPENSATIE Burgers en private partijen claimen meer en vaker bij de gemeente. Dit vraagt meer juridische inzet, zowel bij het aangaan van contracten en overeenkomsten, verzoeken tot nadeelcompensatie, maar ook bij schadegevallen, aansprakelijkstellingen en dergelijke. Deskundigheid voor de afhandeling verhaalschade. Verzekering voor de aansprakelijkstellingen, met eigen risico. 120 25%
SUBSIDIES Als gevolg van onjuiste interpretatie van subsidievoorwaarden bestaat de kans dat niet aan de voorwaarden wordt voldaan en subsidiegelden lager of op nihil worden gesteld. Het proces inkomende subsidies onderbrengen bij de verbijzonderde interne controle. 190 10%
GARANTIESTELLING WONINGBOUW-CORPORATIES De gemeente heeft voor een totaalbedrag van € 517,4 miljoen aan garanties verstrekt. Van dit bedrag wordt € 497,2 miljoen gegarandeerd door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Pas als het garantievermogen van het WSW daalt tot onder de drempel van 0,25% van het garantievolume, dan treedt de achtervangpositie van het rijk en de gemeente in werking in de vorm van het verstrekken van renteloze leningen. De achtervang of zekerheidsstructuur bestaat uit drie lagen: 1.Primaire zekerheid: de financiele middelen van de corporatie. 2.Secundaire zekerheid: de borgstellingsreserve van het WSW 3.Tertiaire zekerheid: Rijk en gemeenten 1.500 1%
BORGSTELLING POLDERPOORT Bij de verkoop van de Polderpoort in 2010 is in het kader van een voortzetting van de sportactiviteiten een garantstelling verleend. De garantie wordt lineair afgebouwd over een periode van 10 jaar (tot 2020). Geen. Discreet
JEUGDHULP LOKAAL UITGEVOERD DOOR GR ROGPLUS Op grond van de sterk gestegen uitgaven in 2018 zijn de begrote uitgaven 2020 verhoogd tot een realistisch niveau. Naar verwachting zal deze stijgende trend zich voortzetten. De resultaten voor 2019 zijn indicatief voor het uitgavenniveau 2020. Contract-afspraken met zorgaanbieders. Daarnaast inzet van procesregisseur om tarief en inzet van zorg te beïnvloeden. 400 70%
JEUGDHULP REGIONAAL UITGEVOERD DOOR GR JEUGDHULP RIJNMOND Het beroep op specialistische jeugd hulp die via de GRJR wordt ingekocht is in 2018 sterk gestegen. Voor 2020 is het begrote bedrag gebaseerd op het jeugdhulpgebruik in het lopende jaar 2019. Resultaten van onderzoek naar de tarieven van JBRR en een verdere toename van het aantal kinderen dat op deze vormen van jeugdhulp een beroep doet vormen nog wel een risico. Wijkteams inschakelen voor verwijzing naar jeugdhulp. Praktijkondersteuners bij huisartsen. Ondezoek naar processen bij de GRJR. Desondanks wordt een stijging van de kosten verwacht tot 2023 (invoering nieuwe jeugdmodel) 300 80%
WMO LOKAAL Mogelijke toename door verlaging eigen bijdrage van het aantal cliënten individuele begeleiding van het sociaal en persoonlijk functioneren. Er wordt ten aanzien van alle zorgtarieven gewerkt volgende de AMvB. De verkenning naar beheersmaatregelen voor onder andere Wmo-voorzieningen zijn gestart en worden in de eerste helft van 2020 verwacht. 400 15%
VEILIG THUIS 1. Mogelijke noodzaak tot uitbreiding capaciteit Crisisopvang door toenemend aantal slachtoffers uit MVS 2. Door aanscherping van de meldcode huiselijk geweld/kindermishandeling neemt bij Veilig Thuis het aantal meldingen toe. Er wordt ten aanzien van alle zorgtarieven gewerkt volgende de AMvB. Getracht wordt met de nieuwe aanbesteding en de daaruit voortvloeiende transformatie de kosten per persoon omlaag te brengen door meer in te zetten op kwalitatief goede algemene voorzieningen. 30 50%
FORMATIE WIJKTEAMS In 2020 is de integrale beleidsvisie Inwoner Voorop vastgesteld. Het aantal meldingen bij de wijkteams is in het 1e half jaar afgenomen, maar in hert 2e half jaar weer toegenomen. De impact van deze toename en de gevolgen van corona zijn nog onzeker. Wijkteams kampen met een tekort aan FTE's. Onderdeel van het herstelplan en in lijn met Inwoner Voorop zijn maatregelen voorzien die het beroep op (de professionals van) het wijkteam moet terugdringen. Bijvoorbeeld door het meer inzetten van vrijwilligers of door een groter beroep op het wijknetwerk. 190 50%
MINIMABELEID Het beroep op minimavoorzieningen neemt toe door o.m. toename aantal bijstandsgerechtigden. Geen. In beginsel zijn deze regelingen 'open-einde-regelingen' waardoor het gebruik niet stuurbaar is. Het bereik, dus de mate waarin burgers worden gewezen op deze voorzieningen, is wel stuurbaar. 0 0%
VERZEKERINGEN Beperken grote risico's door het afsluiten van verschillende verzekeringen met een zo laag mogelijke premie. De Uitgebreide gevaren verzekering (UGV) en de Aansprakelijkheids+-verzekering (AVG) zijn opnieuw aanbesteed. De eigen risico's zijn verhoogd om een zo laag mogelijke premie te krijgen. Mogelijk is hierdoor een hoger bedrag nodig voor schadeclaims. 250 10%
ACHTERSTALLIG ONDERHOUD De laatste jaren wordt minder onderhoud gepleegd bij eventueel af te stoten panden. Hierdoor ontstaan veiligheidsrisico's. Voor alle panden is een meerjarenonderhoudsplan opgesteld en het onderhoud wordt planmatig bijgehouden. 300 25%
LEEGSTAND Minder inkomsten uit huur door wegvallen commerciele huurders door faillissement/verhuizing. Toename leegstaande panden door terug levering panden vanuit de organisatie (scholen, sportfaciliteiten) Waardevermindering door leegstand. Jaarlijks wordt de lijst af te stoten bezit vastgesteld met als doel de vastgoedportfeuille te beperken tot de kerntaak. Dit leidt tot minder leegstand en een betere inzet van het vastgoed. 100 99%
ASBESTSANERING Wegens aanscherping van de wetgeving bij verkoop van een pand is een asbest-inventarisatie en een kostenraming nodig. Aanwezigheid van asbest leidt tot: a. lagere verkoopopbrengst; b. afzonderlijk scheiden van asbest bij sloop; c. asbestsanering toepassen bij het reguliere of planmatig onderhoud. Bij elke verkoop of sloop wordt standaard een asbestinventarisatie uitgevoerd. Het risico van aanwezigheid van asbest dat niet bij de inventarisatie is geconstateerd wordt zoveel mogelijk overgedragen aan koper. 150 50%
GRONDEXPLOITATIES: VERTRAGING PLANNEN Als gevolg van planvertraging van grondexploitaties, bestaat de kans op nadelig effect op het financiële resultaat. Continue toetsing grondopbrengsten en kosten (2x pj én na elke grondafname), openbare aanbestedingen, goede marketing en communicatie, tijdige onderzoeken e.d. 291 10%
GRONDEXPLOITATIES: DIVERSE SPECIFIEKE RISICO'S Als gevolg van diverse factoren die bij grondexploitaties kunnen optreden bestaat de kans op effecten op het financiële resultaat. Continue toetsing grondopbrengsten en kosten (2x pj én na elke grondafname), openbare aanbestedingen, goede marketing en communicatie, tijdige onderzoeken enzovoorts. 301 33%
SPEELAUTOMATEN-HAL Een beroepszaak tegen een verleende speelautomaten-vergunning heeft geleid tot een gedeeltelijke onverbindendheid van de Verordening Speelautomatenhal Vlaardingen 2008 In maart 2019 is een nieuwe vergunning verleend, die eveneens wordt aangevochten. De procedure daartoe loopt op dit moment. De eiser kan nog steeds een schadeclaim bij de gemeente indienen. Nieuwe procedure doorlopen. 500 50%

Kengetallen weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Kengetallen weerstandsvermogen

De voorgeschreven set van kengetallen geeft in samenhang een goed inzicht in de financiële positie van een gemeente.
Als gevolg van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeente (BBV) worden kengetallen opgenomen voor:

  • de netto schuld quote
  • de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
  • de solvabiliteitsratio
  • de structurele exploitatieruimte
  • de grondexploitatie
  • de belastingcapaciteit.

In onderstaand tabel worden de VNG normen behorende bij de kengetallen weergegeven.

Kengetallen Minst risicovol Neutraal Meest risicovol
Netto schuld-quote < 90% tussen 90% en 130% > 130%
Netto schuld-quote gecorrigeerd voor verstrekte leningen < 90% tussen 90% en 130% > 130%
Solvabiliteitsratio > 50% tussen 20% en 50% < 20%
Grondexploitatie < 20% tussen 20% en 35% > 35%
Structurele exploitatieruimte > 0% 0% < 0%
Gemeentelijke belastingcapaciteit < 95% tussen 95% en 105% > 105%

Bij ministeriële regeling zijn regels gesteld over de wijze waarop de kengetallen moeten worden vastgesteld en op welke wijze deze in de begroting worden opgenomen. In onderstaande tabel worden de kengetallen weergegeven, waarna elk kengetal nader wordt toegelicht.

Kengetallen Rekening Begroting Rekening
2019 2020 2020
Netto schuld-quote 98,0% 100,6% 81,4%
Netto schuld-quote gecorrigeerd voor verstrekte leningen 97,0% 98,4% 80,6%
Solvabiliteitsratio 11,3% 18,1% 12,2%
Grondexploitatie 6,1% 5,7% 4,6%
Structurele exploitatieruimte -2,5% 0,5% 0,1%
Gemeentelijke belastingcapaciteit 102,3% 102,2% 102,2%

Netto schuldquote

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Netto schuldquote

De netto schuldquote beoordeelt de schuld als aandeel van de inkomsten. Eenvoudig gezegd betekent een netto-schuldquote van 100% dat de schuldenlast de omvang heeft van een jaaromzet.
Een grote portefeuille uitgeleende gelden aan derden en aan verbonden partijen kan het beeld nuanceren. Daarom is tevens een kengetal opgenomen waarin de netto schuldquote gecorrigeerd wordt voor verstrekte leningen. De indicator vertoont ratio’s ruim de 100 in afnemende lijn en is daarmee goed.

In het coalitieakkoord is een maximale schuldquote afgesproken van 110%. Hier blijven we derhalve ruimschoots binnen.

Netto schuldquote & quote minus verstrekte leningen Rekening Begroting Rekening
bedragen x € 1.000 2019 2020 2020
A- Vaste schulden 274.069 240.000 272.408
B- Netto vlottende schulden 8.554 0 7.701
C- Overlopende passiva 24.150 60.598 26.897
D-Financiële vaste activa (> 1 jaar):
D1 - overige uitzettingen 5.906 1.575 5.701
D2 - verstrekte leningen en overige uitzettingen 8.621 7.182 8.144
E- Uitzettingen < 1 jaar 34.968 10.000 50.123
F- Liquide middelen 200 500 115
G- Overlopende activa 3.456 24.500 8.817
Netto schuld 262.243 264.023 242.250
Netto schuld-quote gecorrigeerd voor verstrekte leningen 259.528 258.416 239.807
H- Baten, excl. onttrekkingen reserves 267.657 262.534 297.541
Netto schuld-quote = (A+B+C-D1-E-F-G) / H x 100% 98,0% 100,6% 81,4%
Netto schuld-quote gecorrigeerd voor verstrekte leningen= (A+B+C-D2-E-F-G)/H x 100% 97,0% 98,4% 80,6%

Solvabiliteitsratio

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Solvabiliteitsratio

De solvabiliteitsratio wordt berekend als verhouding tussen de verschillende vermogenscomponenten. Het gaat erom inzicht te krijgen in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Het kengetal geeft weer in hoeverre de in de activa geïnvesteerde vermogen door het eigen vermogen kan worden gefinancierd. Wanneer de helft of meer van het totaal vermogen uit eigen vermogen bestaat, dan is een gemeente voldoende solvabel. Is het kengetal voor solvabiliteit kleiner dan 30%, dan is er veel vreemd vermogen aanwezig en wordt dat als onvoldoende beoordeeld. Versterking het van eigen vermogen, lees Algemene Reserve, is al enkele jaren ons streven, mede vanwege de ons gestelde norm voor voldoende weerstandscapaciteit.

In het coalitie akkoord is afgesproken om als ondergrens een solvabiliteitspercentage te hanteren binnen een bandbreedte van 16% tot 20%, zonder daarbij de daaraan verbonden risico's uit het oog te verliezen.

Solvabiliteitsratio Rekening Begroting Rekening
bedragen x € 1.000 2019 2020 2020
A- Eigen vermogen 41.093 71.945 45.592
B- Totaal activa (totaal vermogen) 364.942 398.586 372.322
Solvabiliteitsratio = A/B x 100% 11,3% 18,1% 12,2%

Grondexploitatie

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Grondexploitatie

Het financiële kengetal ‘grondexploitatie’ geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Wanneer een gemeente grond tegen de veel lagere prijs van landbouwgrond heeft aangekocht, loopt ze veel minder risico dan wanneer er dure grond is aangekocht en de vraag naar woningen is gestagneerd.

Een norm bepalen voor het kengetal grondexploitatie is lastig. De boekwaarde van de gronden in bezit zegt namelijk nog niets over de relatie tussen de vraag en aanbod van woningbouw dan wel m²-bedrijventerrein. Daarnaast is het van wezenlijk belang wat de te verwachte vraag is/wordt. De paragraaf Grondbeleid en het Meerjaren-Programma-Grondzaken (MPG) bieden hierin meer inzicht.

De boekwaarde van de gronden geeft wel weer in welke mate er middelen zijn aangewend in de grondexploitatie. Dit geld dient namelijk ook nog terugverdiend te worden.

Hoe kleiner het aandeel van de grondpositie is ten opzichte van de totale geraamde baten, hoe kleiner het risico is op het onvermogen om verliezen te kunnen opvangen. Een percentage kleiner dan 20 wordt als gunstig beschouwd. De ratio geeft een afname weer die het gevolg is van voltooiing van grondexploitaties.

Grondexploitatie Rekening Begroting Rekening
bedragen x € 1.000 2019 2020 2020
Boekwaarden niegg's
A- Boekwaarde grondexploitaties 16.442 14.988 13.708
B- Baten, excl. onttrekkingen reserves 267.657 262.534 296.776
Grondexploitatie =(A+B)/C x 100% 6,1% 5,7% 4,6%

Structurele exploitatieruimte

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Structurele exploitatieruimte

Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten.

Het BBV bepaalt dat een overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma wordt opgenomen. Met behulp van deze gegevens en de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves, waarvan op grond van het BBV ook een overzicht moet worden opgenomen, wordt de structurele exploitatieruimte bepaald. 

Structurele exploitatieruimte Rekening Begroting Rekening
bedragen x € 1.000 2019 2020 2020
A- Structurele lasten 273.118 262.362 0
B- Structurele baten 260.992 262.098 0
C- Structurele toevoegingen aan reserves 2.584 0 0
D- Structurele onttrekkingen aan reserves 7.930 1.384 0
E- Baten, exclusief onttrekkingen reserves 267.657 262.534 296.776
Structurele exploitatie ruimte in % = (((B-A)+(D-C))/(E) x 100% -2,5% 0,5% 0,1%

Belastingcapaciteit

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Belastingcapaciteit

De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De definitie van het kengetal belastingcapaciteit luidt: Woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t ten opzichte van het landelijk gemiddelde in jaar t-1 uitgedrukt in een percentage.

Gemeentelijke belastingcapaciteit Rekening Begroting Rekening
Bedragen x € 1 2019 2020 2020
A- OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 268 288 288
B- Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 158 161 161
C- Afvalstoffenheffing voor een gezin 330 330 356
D- Eventuele heffingskorting voor een gezin 0 0 0
E- Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 756 779 806
F- Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1 739 762 789
Gemeentelijke belastingcapaciteit in % = (E/F) x 100% 102,3% 102,2% 102,2%

Samenvatting en conclusie

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Samenvatting en conclusie

De benodigde weerstandscapaciteit is afgenomen en de ratio bedraagt nu 6,74. De algemene reserve per 31-12-2020 is ruim voldoende om risico’s op te vangen De stand van de Algemene reserve is flink gedaald, waardoor ook de solvabiliteit is afgenomen tot 11,9% en blijft daardoor onder de gewenste 20%. Dit komt vooral omdat de afgekochte erfpachtcanons niet meer tot het eigen vermogen worden gerekend. De overige kengetallen vertonen een redelijk stabiel beeld.

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Inleiding

Deze paragraaf, in combinatie met de onderliggende beleids- en beheerplannen, geeft inzicht in de stand van het onderhoud van wegen, riolering, gebouwen etc. en de bijbehorende onderhoudskosten.

De gemeente Vlaardingen heeft ruim 7 km² openbare ruimte in beheer. In die ruimte bevindt zich een groot aantal kapitaalgoederen. Deze goederen moeten onderhouden worden. Dit is een taak die continu budgettaire middelen vergt.

Financiën algemeen

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Financiën algemeen

De uitgaven voor klein en groot onderhoud, inclusief kapitaallasten zijn verantwoord in de verschillende programma’s die horen bij het betreffende kapitaalgoed. Dit zijn Groen & Milieu (Programma 3), Verkeer en Mobiliteit (Programma 4), Onderwijs, Economie en Haven (Programma 6) en Sport en Recreatie (Programma 9). De uitgaven zijn in overeenstemming met het beleids- en beheerplan en de daarbij behorende kwaliteitskeuze.

Wegen en civieltechnische kunstwerken

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Wegen en civieltechnische kunstwerken

Beleids- en beheerkaders
Tot de beleidskaders behoren het Beheerplan Wegen en het Plan Civieltechnische kunstwerken. Bepalend voor de wijze en het niveau waarop het wegenbeheer en het beheer civieltechnische kunstwerken worden uitgevoerd, zijn de kaders uit de beleids- en beheerplannen Wegen en Civieltechnische kunstwerken.

Wegen
Het onderhoudsniveau is ‘sober’. Dit onderhoudsniveau komt overeen met het beeldkwaliteitsniveau C. De wegen worden  een keer per twee jaar geïnspecteerd. Verzakkingen door de dalende bodem en opdrukkende verharding door boomwortels is een veel voorkomende schade waardoor ongewenste/gevaarlijke situaties ontstaan.

Civieltechnische kunstwerken
Het onderhoudsniveau voor civieltechnische kunstwerken (CTK) is ’sober'. Uitgangspunt hierbij is dat technisch adequaat onderhoud plaatsvindt, waarbij het kapitaalgoed duurzaam in stand gehouden wordt. Voor de civieltechnische kunstwerken geldt dat het basis instandhoudingsniveau (heel, veilig en toegankelijk) wordt gegarandeerd. De civieltechnische kunstwerken worden 1x per 5 jaar gedetailleerd geïnspecteerd. Werktuigbouwkundige en elektrische installaties worden jaarlijks geïnspecteerd.

Financiën
De financiële consequenties van de beleids- en beheerplannen met de daarbij behorende kwaliteitskeuze zijn in deze jaarrekening verwerkt in het programma Verkeer en Mobiliteit. Conform de beleids- en beheerplannen heeft een financiële vertaalslag plaats gevonden.

Riolering en grondwater

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Riolering en grondwater

Beleidskader
Als beleidskader voor het rioolbeheer geldt het op grond van de Wet milieubeheer verplichte verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (Waterplan, deel 1a). In het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2019 beschrijven wij hoe wij invulling geven aan onze zorgplicht voor de inzameling en het transport van afvalwater, inzameling en verwerking van regenwater en het voorkomen van grondwateroverlast.

Het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan vertaalt de gemeentelijke ambities voor de rioleringszorg naar concrete doelen, een adequate strategie en benodigde activiteiten. Het dient als leidraad bij het waterrobuust maken van de stad. Nieuwbouwprojecten, herstructureringen en vervangingsopgaven van de riolering grijpen wij aan om vasthoudmaatregelen of extra bergingscapaciteit te realiseren en waar mogelijk verhard oppervlak af te koppelen.

Financiën
De exploitatiekosten van het rioolstelsel worden gedekt uit de opbrengst rioolheffing. Deze lasten en opbrengsten zijn verantwoord in het programma Groen en Milieu. Alle kosten aan het rioolstelsel en de aan de grondwaterzorgplicht gerelateerde activa mogen via de rioolheffing worden doorberekend. De exploitatie van het rioolstelsel is binnen de begroting budgettair neutraal. Eventuele saldi die na afsluiting van een boekjaar ontstaan worden via de spaarvoorziening riolering verrekend.

Waterbodems

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Waterbodems

Beleidskader
De beleidskaders zijn opgenomen in het Waterplan. Diverse wetten zijn kaderstellend en geven verplichtingen voor de waterbeheerder. Het onderhoud van de waterbodems bestaat uit baggeren, dat door het Hoogheemraadschap van Delfland (HHvD) wordt uitgevoerd op basis van een planning die uitgaat van een achtjarige cyclus.

Financiën
De hoofdwatergangen zijn in beheer bij het Hoogheemraadschap van Delfland en de overige watergangen zijn in beheer bij de gemeente. Voor het uitvoeren van dagelijks en groot onderhoud aan watergangen die de gemeente beheert, zijn in deze begroting in het programma Verkeer en Mobiliteit de benodigde financiële middelen voorzien.

Groenvoorzieningen

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Groenvoorzieningen

Beleid- en beheerkaders
De beleid- en beheerkaders voor het openbaar groen zijn vastgelegd in het groenplan Vlaardingen Blijvend Groen en de Bomenverordening Vlaardingen 2010. Het onderhoudsniveau is in dit groenplan opgenomen. Duurzaamheid in inrichting en beheer zijn belangrijke aspecten van het beleid.

Voor het adequaat en efficiënt uitvoeren van technisch beheer wordt Boom Veiligheids Onderzoek (BVO) uitgevoerd in een driejarige cyclus. Hierbij is in het bijzonder aandacht voor opdrukkende verharding door boomwortels waardoor ongewenste/gevaarlijke situaties kunnen ontstaan.  Vorig jaar zijn er in totaal 9180 bomen gecontroleerd op veiligheid. Naast de BVO had de gemeente ook te maken met een enorme stijging van bomen met de iepziekte. De zieke iepen zijn gekapt.  

Ambities uit het Groenplan worden zoveel mogelijk gerealiseerd door aan te sluiten bij integrale projecten. Het onderhoud van de wijken Holy, Westwijk en de Broekpolder is aanbesteed. De werkzaamheden bestaan onder andere uit snoeien van bomen, verzorgen van beplantingsvakken, maaien van gras en straat reinigen.

Financiën
Voor het uitvoeren van groenonderhoud zijn in de begroting in het programma Groen en Milieu de benodigde financiële middelen voorzien. De ramingen zijn gebaseerd op regulier (jaarlijks terugkerend) onderhoud.

Kades en glooiingen

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Kades en glooiingen

Beleids- en beheerkaders

De veiligheid en functionaliteit van de kades en glooiingen zijn van groot belang voor de continuïteit van de havenactiviteiten. Het Plan Kades en glooiingen (2015) is de basis voor het beheer van de gemeentelijke kades en glooiingen. Op basis van de opgenomen uitgangspunten worden veiligheid en functionaliteit gewaarborgd. De nadruk in het plan ligt met name bij de technische kwaliteit en functionaliteit. Voorafgaand aan het uitvoeringsjaar laten wij een kwaliteitsonderzoek uitvoeren om de definitieve maatregelen op jaarbasis goed in beeld te krijgen.

Financiën
De uitgaven voor kleinschalig en dagelijks onderhoud zijn conform het beheerplan opgenomen in de begroting bij de producten Zeehavens en Binnenhavens binnen het programma Economie en Haven. Groot onderhoud wordt gefinancierd vanuit het Investeringsplan.

Oppervlaktewater

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Oppervlaktewater

Beleidskaders
Op grond van de Waterwet dragen de gemeente en het Hoogheemraadschap van Delfland samen zorg voor een doelmatig en samenhangend waterbeheer.

Financiën
De financiële consequenties van het gemeentelijke waterbeleid zijn in het Uitvoeringsprogramma (Waterplan, deel 7) vastgelegd. Vanwege het samenwerkingsverband met het Hoogheemraadschap van Delfland geldt hierbij voor een aantal onderdelen een gedeelde financiering. Om de waterkwaliteit en -kwantiteit van het oppervlaktewatersysteem te verbeteren streeft de gemeente naar scheiding van afvalwater (riolering) en hemelwater, het vinden van meer ruimte voor waterberging en het ontwikkelen van natuurvriendelijke oevers. Verder treft de gemeente maatregelen in de rioleringssfeer. Door de riolering te ontlasten neemt het aantal overstortgebeurtenissen (afvoeren van pieken in overtollig rioolwater) verder af en daarmee de vuilemissie op het oppervlaktewater. Met de beschikbare middelen die in de begroting in het programma Groen en Milieu zijn opgenomen kunnen de onderhoudskosten worden gedekt.

Ondergrondse containers

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Ondergrondse containers

Beleidskaders
De gemeente wil met ondergrondse containers het straatbeeld verbeteren en meer service aan bewoners leveren. In 2020 zijn alle restafvalcontainers voorzien van vulgraadmeters en paslezers ten behoeve van de afvalpas (per 1 februari 2021). In totaal zijn er 1077 ondergrondse containers in heel Vlaardingen. Het grootschalig onderhoud is opgenomen in de begroting van het product Afval van het programma Groen en Milieu.

Financiën
De kosten van nieuw te plaatsen ondergrondse containers worden gedekt uit de beschikbaar gestelde investeringskredieten. Dit staat verantwoord in het programma Groen en Milieu. Alle aan de afvalverwijdering en –verwerking gerelateerde kosten mogen via de afvalstoffenheffing worden doorberekend. Daarom is de exploitatie van de afvalverwijdering en –verwerking binnen de begroting budgettair neutraal. Saldi die na afsluiting van een boekjaar ontstaan worden via de egalisatievoorziening Afvalverwijdering verrekend. De tarieven afvalstoffenheffing worden in 2020 verhoogd met 8%. Voor de jaren na 2020 worden er maatregelen voorgesteld om de gewenste kostendekkendheid te handhaven.

Speeltoestellen

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Speeltoestellen

Beleidskaders
Goede, veilige en uitdagende speelplaatsen dragen bij aan een fijne leefomgeving. De gemeente Vlaardingen wil de leefbaarheid van buurten en wijken bevorderen. Hierbij is de kwaliteit van de speelplaatsen leidend boven kwantiteit. Gestreefd wordt naar voldoende speelplaatsen die zo goed mogelijk over de stad verdeeld zijn en technisch goed worden onderhouden. Tot het beleidskader behoort het Speelruimteplan. De speelvoorzieningen worden ieder jaar geïnspecteerd op veiligheid en de staat van onderhoud.

Financiën
Voor de speelvoorzieningen zijn in de begroting in het programma Sport en Recreatie financiële middelen opgenomen voor vervanging en het dagelijks beheer en onderhoud.

Openbare verlichting

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Openbare verlichting

Beleidskaders
De openbare verlichting draagt bij aan de sociale veiligheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid. De gemeente Vlaardingen gaat de openbare verlichting verduurzamen en het aantal storingen verminderen door het structureel vervangen van conventionele verlichting door ledverlichting. De gemeente voert zelf de regie, beleidsmatig en operationeel, en laat zich daarbij ondersteunen door specialisten uit de markt. Het onderhoud en spoedreparaties zijn ondergebracht bij een marktpartij.

Financiën
Voor het uitvoeren van dagelijks en groot onderhoud aan de openbare verlichting zijn in de begroting in het programma Verkeer en Mobiliteit de benodigde financiële middelen opgenomen.

Verkeersregelinstallaties

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Verkeersregelinstallaties

Beleids- en beheerkaders
De beleidskaders voor de verkeersregelinstallaties zijn vastgelegd in de Nota Verkeerslichten. In deze nota zijn uitgangspunten voor het niveau van beheer en onderhoud en vervanging van verkeersregelinstallaties opgenomen. Het onderhoud en spoedreparaties van de installaties zijn ondergebracht bij een marktpartij.

Financiën
Het beheer en onderhoud is uitgevoerd conform de Nota Verkeerslichten. Voor het uitvoeren van dagelijks en groot onderhoud aan de Verkeersregelinstallaties zijn in de begroting in het programma Verkeer en Mobiliteit de benodigde financiële middelen opgenomen.

Gebouwen

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Gebouwen

Beleidskaders
Gewerkt is aan het opstellen van een Beheerplan voor vastgoedobjecten, waarin behalve het meerjaren onderhoudsprogramma en het meerjaren investeringsprogramma ook de gemeentelijke beleidspunten worden opgenomen.

De vastgoedportefeuille is ingericht op basis van de volgende categorieën:

• Dienstgebouwen
• Maatschappelijk vastgoed waaronder onderwijsgebouwen en (veld)sportaccommodaties
• Strategisch bezit
• Overig bezit

De huidige gemeentelijke vastgoedportefeuille telt 125 objecten voor voornamelijk maatschappelijke, sportieve, culturele en educatieve doeleinden. Het aantal is exclusief parkeerplaatsen. De portefeuille heeft een totale verzekerde waarde van € 353 miljoen.


Financiën
Het gemeentelijke vastgoed is divers en vraagt dan ook om afwegingen bij het plegen van regulier en groot onderhoud. Voor onderhoud werkten we al een langere periode met een jaarplan. In de begroting werd een jaarlijkse toevoeging aan de reserve Onderhoud € 596.000,- verwerkt. De werkzaamheden in het jaarplan vormden de basis voor het beschikbaar te stellen budget. Was het budget niet toereikend dan werden keuzes gemaakt in welk onderhoud wel en welk niet. Hierdoor zijn achterstanden in onderhoud ontstaan. In het verleden zijn middelen vrijgemaakt om een inhaalslag uit te voeren bij achterstallig onderhoud. Naast de jaarlijkse storting in de reserve Onderhoud is er structureel een bedrag van € 250.000 gereserveerd voor het projectmatig wegwerken van het achterstallig onderhoud. Dat achterstallig onderhoud is grotendeels ingelopen, uitgezonderd het pand Markt 11 (Stadhuis). De vastgoedbegroting is met ingang van 2020 opgesteld conform de meerjarenonderhoudsbegrotingen van de verschillende panden.

Vastgoed

Vastgoed beheert en exploiteert diverse panden die in bezit zijn van de gemeente Vlaardingen. De exploitatieresultaten van deze Vastgoed objecten zijn verspreid over de diverse programma’s in de jaarrekening. Het exploitatienadeel van al deze vastgoedobjecten bedraagt in totaal ca. € 500.000 (excl. onttrekking reserve). Na onttrekking van de Reserve Onderhoud gebouwen (voor de hogere reguliere onderhoudskosten) ontstaat een voordeel van € 53.000.

Het saldo van het Vastgoedbeheer kan als volgt worden geanalyseerd.
Er is een overschrijding van € 629.000 op het onderhoud van het gemeentelijk Vastgoed. Dit betreft voornamelijk het onderhoud van de gemeentelijke gebouwen (€ 231.000), onderwijs (€ 131.000) en gebouwen van cultuuractiviteiten (€ 85.000). Die overschrijding is te verklaren door een groot aantal (verplichte) aanpassingen ten gevolge van uitgevoerde NEN-keuringen (periodieke inspectie) en ook een aantal niet voorziene uitgaven aan het vastgoed.
Van deze kosten is een bedrag van € 0.549 mln. ten laste gebracht van de reserve groot onderhoud.

De beheerkosten zijn € 4.000 lager dan begroot. Het betreft voornamelijk de lagere energiekosten en schoonmaakkosten (in- en uitwendig) resp. € 160.000 en € 110.000 en hogere kosten van de verzekeringen € 84.000 en diverse overige beheerkosten in totaal € 124.000.
Daarnaast zijn de OZB-kosten voor onderwijsgebouwen € 47.000 hoger dan verwacht

Aan de inkomstenkant is een negatief saldo ontstaan van € 77.000. Dit wordt enerzijds veroorzaakt door lagere huurinkomsten ad. € 151.000 (voornamelijk sportaccommodaties). Daar tegenover staan inkomsten door hogere precario en overige inkomsten van resp. € 63.000 en € 11.000 (o.a. uit doorberekening kostprijs dekkende huur)

Ook de verkopen zaten in de lift afgelopen jaar, de panden aan de Wiardi Beckmansingel werden verkocht voor een totaal netto bedrag van € 184.000. De kapitaallasten zijn door de verkopen in het afgelopen jaar € 20.000 lager dan geraamd.

Samengevat: (bedragen in miljoenen)
Onderhoud -0,63 Nadeel
Huur- precario opbrengsten -0,08 Nadeel
Verkoopopbrengst 0,19 Voordeel
Kapitaallasten 0,02 Voordeel
Subtotaal -0,50 Nadeel
Onttrekking reserve 0,55 Voordeel
Totaal 0,05 Voordeel

Paragraaf Financiering

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Inleiding

De treasuryfunctie maakt deel uit van de bredere financiële functie. De treasuryfunctie houdt zich bezig met financiering, risico- en cashmanagement en de hiermee samenhangende baten en lasten. In onze gemeente worden de treasury taken overwegend centraal uitgevoerd. De uitvoering vindt plaats binnen de kaders van het treasurystatuut. Dit verplichte document (artikel 212, Gemeentewet) is voor het laatst in september 2013 door uw raad vastgesteld.

 

Uitgangspunt

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Uitgangspunt

Het treasurystatuut stelt dat het treasurybeleid in onze gemeente defensief van karakter behoort te zijn. Dit betekent dat financiële risico’s, die betrekking hebben op de uitvoering van de treasuryfunctie, beperkt dienen te blijven. Deze risicohouding vloeit enerzijds voort uit het idee dat aan een ongehinderde continue uitvoering van de publieke taak prioriteit dient te worden gegeven, anderzijds uit de gedachte dat met gemeenschapsgeld met de nodige voorzichtigheid dient te worden omgegaan.

 

Doelstellingen

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Doelstellingen

In het statuut zijn de algemene doelstellingen van het treasurybeleid opgenomen. Deze luiden:
• het garanderen van een duurzame toegang tot de financiële markten en het beperken van de kosten die daarmee samenhangen.
• het beschermen van de gemeentelijke vermogenspositie middels het beheersen van de financiële risico’s.
• het optimaliseren van het extern renteresultaat.

In het vervolg van deze paragraaf worden de onderwerpen die bij deze doelstellingen horen, besproken. Allereerst wordt ingegaan op de wijze waarop Vlaardingen haar bezit financiert, daarna worden de risico’s die aan dit financieren verbonden zijn in beeld gebracht, vervolgens wordt stil gestaan bij het kredietrisico op uitzettingen (gelden bij derden) en komt ook het renteresultaat aan de orde.

 

Financiering

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Financiering

Volgens de verwachting is de leenschuld in 2020 gelijk gebleven.  In onderstaand overzicht is de leenschuld
opgesplitst in een vlottend en een vast deel. Waar het vlottende deel betrekking heeft op leningen met
een oorspronkelijke, rentetypische looptijd tot één jaar, daar verwijst het vaste deel naar leningen met
een looptijd van één jaar en langer. Per 31 december 2020 stonden er geen kortlopende leningen
open.

Leenschuld Bedrag (x € 1 miljoen)
Vaste component (langlopende leningen) 240
Vlottende component (kortlopende leningen) 0
Totale leenschuld (per 31 december 2019) 240
Vaste component (langlopende leningen) 240
Vlottende component (kortlopende leningen) 0
Totale leenschuld (per 31 december 2020) 240

Het is beleid (zie onderdeel Renterisico) om jaarlijks € 20 miljoen op de vaste schuld af te lossen en voor zo ver noodzakelijk her te financieren.  Alleen in 2020 is er meer afgelost, namelijk € 55 miljoen.  Deze € 55 miljoen is volledig geherfinancierd. Zodat de leenschuld in 2020 gelijk is gebleven.

De financiers van de gemeente Vlaardingen zijn (per 31 december 2020):
Geldgever Bedrag (x € 1 miljoen) %
Bank Nederlandse Gemeenten 230 96%
Provincie Noord-Brabant 10 4%
Totaal 240 100%

Het jaar 2020 was een bijzonder jaar voor wat de financiering betrof. In mei en begin augustus zijn 2 langlopende leningen aangetrokken van € 15 miljoen en € 20 miljoen. Eind augustus was ons tegoed bij Rijks Schatkist rond de € 29 miljoen, waarvan nog een kasgeldlening van € 20 miljoen terugbetaald moest worden. De verwachting was dat nog een lening van € 20 miljoen benodigd was om de geplande investeringsuitgaven uit het meerjariginvesteringsprogramma van circa € 17 miljoen en de reguliere exploitatieuitgaven te kunnen voldoen en er een inhaalrace zou komen vanwege door de coronacrisis uitgestelde plannen/projecten. In september is dan ook nog een lening van € 20 miljoen aangetrokken. Hiermee was het volledig afgeloste bedrag van € 55 miljoen geherfinancierd. Mede door de nieuwe lockdown in het najaar is ons verwachte investeringsvolume van circa € 17 miljoen met circa € 10 miljoen achtergebleven en is ons exploitatieresultaat ook € 14 miljoen positiever dan verwacht. Beide fenomenen zijn de oorzaak dat ons tegoed bij Rijks Schatkist ultimo 2020 veel hoger was dan verwacht namelijk € 35 miljoen. Achteraf kan gesteld worden dat de laatste lening (nog niet) benodigd was. De verwachting is dat in 2021 geen of zeer beperkt nieuwe langlopende geldleningen benodigd zijn.

Financiers

De Bank Nederlandse Gemeenten, huisbankier van onze gemeente, is al jarenlang marktleider op het gebied van financiering van decentrale overheden. Financier Provincie Noord-Brabant kwam in 2017 eenmalig als voordeligste aanbieder uit de bus. In 2020 zijn er 3 nieuwe vaste geldleningen aangetrokken. Driemaal kwam de BNG als de voordeligste aanbieder uit de bus. De leningen zijn tegen zeer gunstige rentetarieven aangetrokken

Renterisico's

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Renterisico's

Financiering en renterisico zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het renterisico van de Gemeente Vlaardingen maakt deel uit van het, met behulp van de Monte Carlo Methode, vastgesteld benodigd weerstandsvermogen. Telkens wanneer een geldlening moet worden afgelost en herfinanciering noodzakelijk is, bestaat immers het gevaar dat de begroting geconfronteerd wordt met hogere rentelasten: de nieuwe lening kan door ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt duurder uitvallen dan de oude. Renterisico is niet uit te sluiten, maar kan wel worden gespreid om het risico per begrotingsjaar te beperken.

De Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido) stelt grenzen aan de mate waarin een gemeente zich bloot kan stellen aan renterisico. Ter beperking van dit risico is zowel voor de vaste schuld (langlopende leningen) als voor de vlottende schuld (kortlopende leningen) een wettelijk maximum vastgesteld. Het te lang niet voldoen aan deze limitering kan voor de Provincie, als toezichthouder van de gemeente, aanleiding zijn om maatregelen te nemen. In laatste instantie behoort preventief toezicht op het afsluiten van geldleningen tot de mogelijkheden.

Renterisiconorm vaste schuld

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Renterisiconorm vaste schuld

De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. Hoe meer de
aflossing van de schuld in de tijd wordt gespreid, hoe minder gevoelig de begroting wordt voor
renteschokken bij de herfinanciering. Het is een wettelijke norm die betrekking heeft op de vaste
schuld van de gemeente. De renterisiconorm stelt dat de jaarlijkse verplichte aflossing en
renteherziening niet meer mag bedragen dan 20% van de begroting. De renterisiconorm zet
gemeenten en andere decentrale overheden aan tot spreiding en daarmee verlaging van het jaarlijks
renterisico. Dit gebeurt in de praktijk door aflossingen op leningen en momenten van renteherziening
over toekomstige begrotingsjaren te verdelen. Het is aan de besturen van de decentrale overheden
zelf om binnen de grens van de renterisiconorm voor de gewenste mate van spreiding te kiezen.

Berekening Renterisiconorm
Begrotingstotaal 2020 € 271 miljoen
Rekenpercentage renterisiconorm (gemeenten) 20%
Renterisiconorm € 54 miljoen

De risiconorm geeft aan dat de verplichte aflossing of renteherziening maximaal € 54 miljoen mag
bedragen. Deze norm is in 2020 met 1 miljoen overschreden. Er is voor een bedrag van € 55 miljoen aan
langlopende leningen afgelost.
Risicobeheersing is een continu proces om risico’s te identificeren en beoordelen. Onderstaande
tabel is een weergave van het maximale renterisico (vaste schuld) tot en met 2024.

Toekomstig beeld renterisico (bedragen x €1 miljoen) 2020 2021 2022 2023 2024
Aflossingen 55 20 20 20 20
Renteherzieningen 0 0 0 0 0
Renterisico 55 20 20 20 20

Wat betekent dit voor de komende jaren?

Zoals uit bovenstaande tabel blijkt, lossen we in de periode 2021 tot en met 2024 voor € 80 miljoen af op het vaste deel van de leenschuld. 

Er wordt in 2021 ruimschoots aan de renterisiconorm van 2021 van € 55 miljoen voldaan.

Het af te lossen bedrag van € 80 miljoen (2021 – 2024) kent een gemiddelde rentevoet van 3,23%. Stel dat eind 2024 blijkt dat de gemiddelde rente waartegen herfinancieringsmiddelen zijn aangetrokken 1,00% hoger is, dan heeft dit tot gevolg dat de rentelasten met ingang van het begrotingsjaar 2025 structureel met € 0,8 miljoen zijn gestegen. Dit scenario maakt duidelijk waarom er via de renterisiconorm een maximum is gesteld aan de verplichte aflossingen en renteherzieningen.

Renterisico vlottende schuld

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Renterisico vlottende schuld

We financieren ons bezit niet alleen met langlopende geldleningen, maar ook met kortlopende geldleningen. Kortlopende geldleningen hebben een rentetypische looptijd tot één jaar. Bij een normale rentestructuur, waarbij kortlopende leningen goedkoper zijn dan langlopende, is het financieren van activa door middel van korte-termijn financieringsmiddelen een aantrekkelijke -want goedkope- optie. De keerzijde is echter, dat deze vorm van financieren niet zonder risico is. Door de korte rentevastheid van dit soort leningen wordt de begroting gevoeliger voor renteschommelingen. De wetgever heeft de zogenaamde kasgeldlimiet ingesteld om dit risico te beperken.
De kasgeldlimiet begrenst de omvang van de netto vlottende schuld. Deze schuld bestaat uit de eerder genoemde kortlopende geldleningen, verminderd met de aanwezige bank- en kassaldi. De netto vlottende schuld heeft in onze gemeente door haar flexibele karakter een bufferfunctie, dat wil zeggen dat alle mutaties in de financieringsbehoefte in eerste instantie binnen deze schuldvorm worden opgevangen. Dit voorkomt dat te snel lange-termijn verplichtingen worden aangegaan.

Berekening kasgeldlimiet
Begrotingstotaal 2020 € 271 miljoen
Rekenpercentage kasgeldlimiet (gemeenten) 8,50%
Maximale netto vlottende schuld € 23,0 miljoen

De Wet Financiering Decentrale Overheden staat het overheden toe om de kasgeldlimiet gedurende twee achtereenvolgende kwartalen te overschrijden. In onderstaande tabel is voor de vier kwartalen aangegeven wat de omvang van de netto vlottende schuld is geweest.

Uit het overzicht hieronder blijkt dat er in alle kwartalen ruim aan de kasgeldlimiet van € 23,0 miljoen werd voldaan.

Periode (bedragen x € 1 miljoen) Vlottende schuld Vlottende middelen Netto vlottende schuld
1e kwartaal 2020 0 7,7 7,7 (bezit)
2e kwartaal 2020 0 17,4 17,4 (bezit)
3e kwartaal 2020 0 24,3 24,3 (bezit)
4e kwartaal 2020 5 34,0 34,0 (bezit)

Debiteurenrisico uitstaande gelden

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Debiteurenrisico uitstaande gelden

Aan het voor langere tijd verstrekken van gelden aan derden kleeft het gevaar dat deze derden op een veelal onvoorzien moment niet meer aan hun verplichtingen kunnen voldoen. Dit kan ertoe leiden dat enerzijds een openstaande vordering als oninbaar moet worden afgeboekt (ten laste van de algemene reserve) en, anderzijds een deel van de rente-inkomsten wegvalt.

In principe kan door de gemeente om 2 redenen geld aan derden worden uitgeleend. Ten eerste wanneer dit in functie van de publieke taak gebeurt, ten tweede wanneer er voor een bepaalde tijd sprake is van een overschot aan liquide middelen. Deze laatste situatie heeft zich de afgelopen jaren niet meer voorgedaan. Het treasurybeleid is er namelijk op gericht om de geldstromen van onze gemeente zo te sturen dat overschotten worden voorkomen, dan wel zo snel als contractueel mogelijk in te zetten ter verbetering van de schuldpositie en daarmee ter verlaging van het debiteurenrisico.

In onderstaand overzicht is aangegeven bij welke partijen er begin 2021 nog gelden uitstaan.

Verstrekte geldleningen (bedragen x € 1 miljoen)
Restant verstrekte geldleningen (per 31 december 2020) 7,1
Nieuw verstrekte geldleningen 0
Ontvangen aflossingsbedragen 0,5
Restant verstrekte geldleningen (per 31 december 2020) 6,6

Onderstaand overzicht vermeldt dus uitsluitend geldleningen die verstrekt zijn in het kader van de publieke taak. Bij deze categorie van geldleningen speelt het debiteurenrisico een betrekkelijk ondergeschikte rol. Aan het maatschappelijk belang, dat verbonden is aan het verstrekken van een dergelijke lening, is tijdens de besluitvorming immers een hogere prioriteit toegekend dan aan het bijbehorende financiële risico. 

Debiteur/geldnemer Restantbedrag Ontstaansgrond
(x € 1 miljoen)
Stimuleringsfonds Volkshuisvesting 5,7 Volkshuisvesting
Ambtenarenhypotheken 0,7 Arbeidsvoorwaarde
Dierentehuis Nieuwe Waterweg 0,2 Nieuwbouw
Totaal 6,6

Renteresultaat 2020

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Renteresultaat 2020

Aan het afsluiten van geldleningsovereenkomsten zijn uiteraard renteverrekeningen verbonden. Naast renteverrekeningen met derden vinden ook interne verrekeningen plaats, bijvoorbeeld ten laste van begrotingsprogramma’s waarvoor in het verleden investeringen zijn gedaan. De interne rekenrente voor het begrotingsjaar 2021 is voor deze investeringen op 1,50% bepaald.

Hieronder ziet u het renteschema van de gemeente Vlaardingen:

Renteschema: (x € 1.000) Begroting Begroting na wijziging Rekening
a. De externe rentelasten over de korte en lange financiering + 5.485 5.029 5.022
b. De externe rentebaten -/- 71 71 74
Totaal door te rekenen externe rente = 5.414 4.958 4.948
c1. De rente die aan de grondexploitatie wordt doorberekend -/- 388 453 417
c2. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden gerekend -/- - - -
c3.De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (=projectfinanciering) die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend -/- - - -
Saldo door te rekenen externe rente = 5.026 4.505 4.531
d1. Rente over eigen vermogen + - - -
d2. Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde) + - - -
De aan taakvelden tie te rekenen rente = 5.026 4.505 4.531
e. De werkelijk aan taakvelden (programma’s inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag) -/- 6.115 5.514 5.514
f. Renteresultaat op het taakveld treasury = 1.089 1.009 983

Paragraaf Bedrijfsvoering

Missie en kernwaarden

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Missie en kernwaarden

Wij opereren als gemeente steeds meer als onderdeel van een netwerk met partners in de stad. De rol die wij binnen dat netwerk vervullen, verschilt iedere keer. Voor de organisatie betekent dat flexibiliteit, het ontwikkelen van vaardigheden om te kunnen schakelen tussen verschillende rollen en meebewegen. Wisselende samenwerkingsverbanden en rollen vragen om duidelijke sturing en om maatwerk.  Het afgelopen jaar is geïnvesteerd in procesoptimalisatie en het op orde krijgen  van de basis om van daaruit verder te kunnen bouwen aan de flexibele en wendbare organisatie die Vlaardingen voor ogen heeft.

Personeel en organisatie

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Personeel en organisatie

Organisatieontwikkeling
Wij willen als organisatie van toegevoegde waarde zijn voor de stad en onze opgaven zo goed mogelijk vervullen. De rol die we daarbij innemen verschilt, omdat dat afhankelijk is van wat de opgave van ons vraagt. Het afgelopen jaar hebben we regelmatig in de rol van procesregisseur met verschillende partijen in de Vlaardingse samenleving samengewerkt en ervaring opgedaan met deze rol en manier van werken.

Maar welke sturingsfilosofie past nu bij deze ambitie om van toegevoegde waarde te zijn? En welke inrichting van de organisatie kan daarbij ondersteunen? Deze vragen hebben wij in de loop van 2020 gesteld en onderzocht. De resultaten van deze zoektocht worden in de loop van 2021 geïmplementeerd.

Investeren in onze medewerkers
We vinden het belangrijk om te investeren in onze medewerkers en ervoor te zorgen dat ze flexibel zijn, nieuwe vaardigheden ontwikkelen en om te kunnen meebewegen met wat de stad van de gemeente vraagt. Ruim twee jaar geleden zijn we daarom gestart met het project 'Energie voor je toekomst'.  Een ontwikkeltraject voor alle medewerkers, gebaseerd op het profiel van de Vlaardingse Professional. Hiervoor zijn verschillende leeractiviteiten uitgevoerd. De afsluiting vond in 2020 plaats met de leergang 'Zo werkt Vlaardingen samen'. Met deze laatste activiteit is dit project in 2020 geëindigd en zijn de drie verschillende fases van het project (zo werk ik, zo werken wij en zo werkt Vlaardingen) doorlopen.

Om het leren en ontwikkelen voor alle medewerkers voortdurend zo toegankelijk mogelijk te maken, is geïnvesteerd in een digitale opleidingsmodule, waarin - naast klassikale trainingen - een breed aanbod van e-learnings en webinars beschikbaar zijn voor alle medewerkers. Deze module maakt onderdeel uit van ons personeelsinformatiesysteem en is eind 2020 in de organisatie geïntroduceerd. Een aantal klassikale trainingen die voor 2020 op het programma stonden, konden vanwege de beperkende maatregelen in verband met corona niet in de oorspronkelijke opzet doorgaan. Een aantal daarvan is tot nader order uitgesteld, maar het merendeel kon, met aanpassingen in programma en werkvormen, worden omgevormd naar een digitale training. Met deze opleidingsmodule sluiten we aan bij de voortdurend veranderende voorkeuren, vormen en methoden van leren en ontwikkelen.

Aantrekken en behouden van het juiste talent
Het afgelopen jaar was op veel fronten een jaar vol onzekerheden. Wat is de invloed van de pandemie op (de krapte op) de arbeidsmarkt? Zijn we ook digitaal in staat om de juiste talenten aan te trekken? Wanneer we nu terugkijken kunnen we concluderen dat de gevolgen zijn meegevallen. Digitaal werven, selecteren en onboarden (het introduceren en inwerken van nieuwe medewerkers) was onwennig, maar heeft ons tot dusver niet beperkt.

Naast aantrekken van nieuwe medewerkers is investeren in talent en bieden van kansen aan onze huidige medewerkers minstens zo belangrijk. Naast ons vast opleidingsaanbod, stimuleren wij talentontwikkeling door het als vast onderdeel in onze gesprekscyclus op te nemen. Zo hebben we het afgelopen jaar regelmatig een match kunnen maken tussen (interne) projecten/opgaven en de ambities van medewerkers om hun grenzen te verkennen of verleggen.

Instroom verdeeld naar leeftijdscategorie
Leeftijdscategorie Aantal medewerkers Aandeel in %
18 - 35 jaar 22 40,74%
35 - 40 jaar 6 11,11%
40 - 45 jaar 6 11,11%
45 - 50 jaar 6 11,11%
50 - 55 jaar 9 16,67%
55 - 60 jaar 5 9,26
Totaal 54 100,00%
Personeelsbestand verdeeld naar leeftijdscategorie
Leeftijdscategorie Aantal medewerkers Aandeel in %
18 - 35 jaar 66 14,38%
35 - 55 jaar 214 46,62%
55 - 67 jaar 179 39,00%
Totaal 459 100,00%

Formatie, bezetting en inhuur gelden
Aan budgetten voor loonkosten en inhuur was 41,95 miljoen begroot. De nettolasten kwamen in totaal uit op 40,28 miljoen. Op de budgetten voor intern en extern personeel resulteert dit in een voordeel van 1,67 miljoen.  
Zoals in de analyse bij taakveld overhead aangegeven, zijn de belangrijkste redenen voor dit voordeel:

  • de extra dekking uit grondexploitaties, investeringsprojecten, anterieure overeenkomsten en het herstelplan, die gedurende het boekjaar is gegenereerd;
  • bezuinigingen in de bedrijfsvoering, meer specifiek op loonkosten en het inhuurbudget (die conform de ombuigingslijst pas per 2021 in de begroting zijn verwerkt), die we  wel al in 2020 hebben gerealiseerd;
  • het voorzichtige inhuurbeleid dat eind 2019 is ingezet om te voorkomen dat zich weer forse overschrijdingen  zoals voorgaande jaren zouden voordoen. We kunnen nu vaststellen dat we daarbij voorzichtiger zijn geweest dan strikt noodzakelijk. 

Ziekteverzuim
Het jaar 2020 was ook wat betreft de ontwikkelingen in het verzuimpercentage een bijzonder jaar. De pandemie had voor een hoger verzuimpercentage kunnen zorgen. We zien echter dat ondanks de pandemie we toch grip hebben kunnen houden op het ziekteverzuim. Dat komt met name doorat thuiswerken de norm is geworden. Hierdoor hebben medewerkers meer regelruimte om hun werkdag in te delen. Dit heeft ertoe geleid dat de inzetbaarheid bij ziekte op maat kon worden aangepast.

Het jaar 2020 kent een gemiddeld ziekteverzuimpercentage van 5,21%. Dit is ten opzichte van het jaar 2019 een forse daling van 1,6%. De landelijke verzuimcijfers voor het jaar 2020 zijn nog niet bekend gemaakt vanuit de brancheorganisatie A&O fonds. In het jaar 2019 bleek het ziekteverzuim bij gemeenten van vergelijkbare gemeentegrootteklasse 5,8%. De ambitie die wij voor het jaar 2019 hadden - een gemiddeld verzuimpercentage van 5,5% - is daarmee behaald.

Ziekteverzuim
Leeftijdscategorie 2017 2018 2019 2020
Ziekteverzuimpercentage 5,81% 7,31% 6,81% 5,21%
Meldingsfrequentie 1,38 1,46 1,09 0,63
Kort verzuim (1-7 dagen) 1,04% 1,02% 0,70% 0,40%
Middellang verzuim (8-42 dagen) 1,02% 1,16% 0,88% 0,67%
Lang verzuim (42-365 dagen) 2,79% 3,80% 3,27% 3,11%
Extra lang verzuim (>365 dagen) 0,95% 1,33% 1,96% 1,03%

Inkoop

De gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam werken sinds 2010 voor de nationale en Europees openbare aanbestedingen samen in Bureau Inkoop MVS (BI-MVS). Dit bureau verleent ook inkoopdiensten aan Stroomopwaarts. De enkel- en meervoudige aanbestedingen worden binnen Vlaardingen door de organisatieonderdelen zelf uitgevoerd, hierbij ondersteund door het in 2017 opgerichte inkoopadviesteam. Dit team heeft als taak om te adviseren over de te volgen procedure voor inkopen vanaf € 40.000, met als doel om de inkooprechtmatigheid te borgen.

Deze werkwijze is per 1 januari 2021 veranderd. Door de drie gemeenten is in 2019 besloten drie samenwerkingsverbanden, waaronder BI-MVS, te ontvlechten. Deze formele ontvlechting heeft plaatsgevonden op 31 december 2020. Praktisch is er overeengekomen dat BI-MVS vanaf 1 november 2020 geen nieuwe aanbestedingen meer oppakt. Daar tegenover staat dat lopende aanbestedingen tot 1 maart 2021 worden afgerond. Waar dat niet mogelijk is, worden deze overgedragen.
Team Inkoop Vlaardingen krijgt een uitgebreider takenpakket. Het zal zich ook gaan richten op het beheren van alle contracten van de organisatie.  Dit houdt in dat contracten centraal worden opgeslagen waardoor meer zicht komt op de inkopen organisatiebreed en de contracten die er zijn. Daarnaast wordt er een contractadviseur aangesteld om afdelingen te adviseren op het gebied van contractbeheer en contractmanagement en het analyseren van de bestaande contractportfolio. Naast de Europese en nationale aanbestedingen wordt het nu ook mogelijk om advies te vragen voor meervoudig onderhandse aanbestedingen. Daarmee is de taak van het inkoopadviesteam per 31 december 2020 komt te vervallen en is het team opgeheven.

Informatie- en facilitaire voorzieningen

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Informatie- en facilitaire voorzieningen

In de begroting 2020 is geen informatie opgenomen over Informatie en Facilitaire voorzieningen 

Privacy en informatieveiligheid
Privacy en informatieveiligheid zijn onderwerpen die doorlopend aandacht behoeven. Als gemeentelijke organisatie verwerkt de gemeente Vlaardingen namelijk veel (persoons)gegevens. Deze gegevens moeten voldoende beschermd worden.
Om te toetsen of onze gemeentelijke informatieveiligheid op orde is, voeren wij jaarlijks zelfevaluaties en IT-audits uit die samengevoegd zijn in ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit). In 2020 is deze audit ook positief afgerond. Verder is er in 2020 bij deze audits een omschakeling gemaakt van het BIG (Baseline Informatieveiligheid Gemeenten) normenkader naar een nieuw normenkader voor de gehele overheid de BIO (Baseline Informatieveiligheid Overheid). Het voordeel daarvan is dat de focus in de BIO meer toekomstgericht op specifieke lokale risico’s komt te liggen in plaats van de nu gehanteerde vaste checklist. De maatregelen uit de BIO worden naar aanleiding daarvan in 2021 verder aangescherpt.
Ook zijn naar aanleiding van het in 2019 uitgevoerde onderzoek van de Rekenkamer acties uitgevoerd om verbeteringen door te voeren. Denk hierbij aan het verbeteren van fysieke veiligheid en optimaliseren van digitale toegang. Hiertoe is ook het strategisch beleid opgesteld. Van hieruit wordt het informatie- en privacyplan voor 2021 en 2022 verder uitgewerkt om de organisatie van informatiebeveiliging te stroomlijnen en op de kaart te zetten.

Voor zowel informatiebeveiliging als privacy is in 2020 een onderzoek gestart om gebruik te gaan maken van tooling (GRC/ISMS) ter ondersteuning van het informatiebeveiligingsproces, het register van verwerkingen en het digitaal uitvoeren van risicoanalyses. Met behulp van deze tooling kan worden bewerkstelligd dat door middel van de PDCA-cyclus (Plan-Do-Check-Act) het doorlopende proces van informatiebeveiliging en privacy voor de komende jaren beter geborgd is.
Door de coronacrisis zijn noodzakelijke zaken rondom flexwerken, video-vergaderen en andere manieren van toegang versneld uitgewerkt en geïmplementeerd. Bij de vele zaken die door heel de organisatie de aandacht vroegen, is het belang van privacy en informatiebeveiliging niet vergeten en zijn waar nodig prioriteiten verlegd en maatregelen belegd om zo veilig mogelijk te kunnen werken en de veiligheid van de informatie in bijzondere omstandigheden te borgen.
Voor ons als gemeentelijke organisatie is het essentieel om op een verantwoorde wijze met de persoonsgegevens van onze inwoners en organisaties om te gaan. Daarom is er doorlopend aandacht voor privacy om te voldoen aan de eisen die de AVG aan het verwerken van persoonsgegevens stelt.

Informatie en data
De informatiesamenleving is een wezenlijk onderdeel van ons bestaan. Inwoners, ondernemers, gemeenten en organisaties werken steeds intensiever digitaal samen. In de participatiesamenleving vragen en krijgen inwoners meer regie op hun eigen omgeving, gezondheid, veiligheid etc. Gemeenten faciliteren dit en zetten in op een duurzame, veilige digitale infrastructuur die de huidige en toekomstige dienstverlening ondersteunt en mogelijk maakt. De Digitale Agenda 2024 zet in op een drietal pijlers te weten

  1. Kansen benutten
  2. Mogelijk maken
  3. Duiden en reflecteren.

De gemeente Vlaardingen sluit in haar dienstverlening aan op deze drie pijlers.

Kansen benutten
Landelijk zien wij een aantal trends die kansen bieden voor onze gemeente. Zo is er vraag naar inclusie en transparantie. bij de overheid. Dit draagt bij aan het beeld van een betrouwbare overheid en ondersteunt participatie. Onze dienstverlening willen wij daarom zo inrichten dat iedereen kan meedoen in de ( digitale) samenleving. Met de introductie van zaakgericht werken en een nieuw zaaksysteem werken wij aan transparantie en dragen wij bij aan het operationaliseren van het besluit op Digitale toegankelijkheid  en de Wet Open overheid.

De coronapandemie heeft de noodzaak voor digitaal samenwerken en dienstverlening versterkt. We spelen in p[ deze behoefte door, binnen de financiële kaders van de gemeente, diensten en producten verder te digitaliseren. Zo faciliteert de gemeente een veilige digitale vergaderdienst.

Tenslotte bieden digitalisering en data geïnformeerd werken bieden enorme kansen voor overheid en samenleving. In Vlaardingen wordt data geïnformeerd werken onder meer ingezet op de dossiers Ondermijning, Sociaal domein, dienstverlening en efficiënte bedrijfsvoering

Mogelijk maken
Er is in 2020 besloten tot een volledige cloudmigratie van ons ICT-landschap waarmee wij een fundamentele vernieuwing van onze ICT-landschap bewerkstelligen. De transitie vindt in 2021 plaats. Deze moderne integrale informatievoorziening ondersteunt de realisatie van de Omgevingswet, zaakgericht werken en zorgt ervoor dat we voldoen aan de gestelde eisen vanuit wet en regelgeving. Daarnaast sluit de gemeente Vlaardingen hiermee aan op de landelijke ontwikkelingen op het gebied van informatie en digitalisering.

Duiden en Reflecteren
Er liggen kansen als we vanuit verschillende beleidsterreinen verbinding leggen met thema's als data en smart society. In Vlaardingen is hiervoor een centraal datawarehouse beschikbaar om het data geïnformeerd werken  te ondersteunen. Deze voorziening maakt het mogelijk om integrale- en beleidsterrein overschrijdende data analyses te maken. Wij werken aan het ontsluiten van data van gemeenschappelijke regelingen door het actualiseren van samenwerkings- en gegevensleveringsovereenkomsten.  Als gevolg van capaciteit problemen is het niet mogelijk gebleken op alle aanvragen de gewenste inzet te plegen.

 

Financiën en control

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Financiën en control

Afgelopen jaar is hard gewerkt om de financiële basis op orde te krijgen. Zo zijn de budgetgesprekken met de managers geïntensiveerd en is veel strakker gestuurd op de beheersing van de bedrijfsvoeringskosten. Daarnaast heeft Vlaardingen onder preventief toezicht van de Provincie gestaan. Hierbij zijn telkens alle nieuwe beleidsuitgaven getoetst op onvermijdbaarheid en onuitstelbaarheid. In het voorjaar is een herstelplan opgemaakt om onder het toezicht vandaan te komen. Alhoewel de Provincie het eens was met de ingezette koers in het herstelplan, vonden zij de financiële gevolgen van enkele maatregelen nog te onzeker. Daarom was dit herstelplan nog niet voldoende voor de Provincie om het preventief toezicht op te heffen. In het najaar is een aanvullend ombuigingspakket samengesteld en door de raad vastgesteld. Dit aanvullende pakket gaf de Provincie voldoende vertrouwen om het preventief toezicht per 1 januari 2021 op te heffen. 

Digitalisering Planning & Controlcyclus
In het najaar van 2019 is gestart met het digitaliseren van het proces van de planning & controldocumenten (programmabegroting, jaarstukken etc.). Vanaf 2020 worden de planning & controldocumenten volledig digitaal aangeboden. Daarmee is de leesbaarheid en toegankelijkheid van deze documenten vergroot.

Interne controle en rechtmatigheid 
Invoering “In control statement”
In 2021 wordt de rechtmatigheidsverantwoording ingevoerd. Dit is een eerste stap om in de toekomst te gaan naar een in control statement. Tot en met 2020 verstrekt de gemeentelijke accountant bij de jaarstukken en controleverklaring met een oordeel inzake getrouwheid en rechtmatigheid van de gepresenteerde cijfers. Dat gaat veranderen vanaf het boekjaar 2021. De externe accountant geeft dan alleen nog een controleverklaring af met een oordeel inzake de getrouwheid van de jaarrekening. Het college van B en W stelt dan een rechtmatigheidsverantwoording op over het voorgaande jaar en neemt deze op in de jaarstukken.  De gemeentelijke accountant oordeelt of de verantwoording een getrouwe en rechtmatig beeld heeft.  In 2020 heeft de organisatie de eerste voorbereidingsstappen gezet voor de invoering van deze nieuwe wetgeving.  Ook in 2021 gaan wij daarmee door, waarbij de verantwoordelijkheid voor de controle en Verbijzonderde Interne Controle (VIC) meer in de organisatie wordt belegd. Concerncontrol richt zich meer en meer op procesanalyses en - optimalisatie en het opstellen van de rechtmatigheidsverantwoording. 

Inkooprechtmatigheid
Wij gaan het komende jaar onderzoeken hoe het centraliseren van de inkoopfunctie (de ontvlechting van Bureau Inkoop MVS) kan bijdragen aan het waarborgen en verbeteren van de inkooprechtmatigheid. Deze rechtmatigheid beoordelen wij zowel op de wettelijke als de lokale beleidsregels. Hierbij hebben wij specifiek ook aandacht voor lokaal inkopen en Maatschappelijk Verantwoord Inkopen, omdat wij dit net zo belangrijk vinden als het juist handelen binnen het kader van de (Europese) wetgeving.

Betaaltermijnen
Wij willen een betrouwbare partner zijn, met name naar de vele lokale partijen en partijen uit het midden- en kleinbedrijf. Daarom zorgen wij dat wij alle facturen zo snel als mogelijk, maar uiterlijk binnen 30 dagen hebben betaald. Een gemiddelde betaaltermijn van 12 dagen is ons streven. Op dit moment zitten we hier iets onder.

Administratieve organisatie en interne controle
Met interne controle wordt gedoeld op de controle-activiteiten die in de administratieve organisatie (AO) zijn ingebouwd als aanvullende waarborg voor het juiste, rechtmatige verloop van ingerichte processen binnen de afdelingen. Voor de uitvoering van de Verbijzonderde Interne Controle (VIC) voert Concerncontrol vanuit de onafhankelijke rol (op concernniveau) een steekproef uit op de uitgevoerde controles door de organisatie.  Met deze activiteiten verschaft Concerncontrol extra zekerheden (assurance) over de effectiviteit van de opzet en werking van de beheersmaatregelen. De accountant op zijn beurt steunt op de bevindingen uit de interne controles en van de VIC. Op basis van de bevindingen zijn verbeteracties geformuleerd. Deze zijn onderdeel van de verbeteragenda bedrijfsvoering om de kwaliteit te verbeteren.

Paragraaf Grondbeleid

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Inleiding

De uitvoering van het grondbeleid vindt plaats op basis van de nota Grondbeleid, die in 2011 is vastgesteld door de Raad. Grondbeleid is een gemeentelijk instrument in de ruimtelijke ordening waarmee de gemeente gewenste ontwikkelingen kan bevorderen en ongewenste ontwikkelingen kan beperken. Het kan hierbij gaan om ontwikkelingen met betrekking tot volkshuisvesting (waaronder woningdifferentiatie), economie (groei werkgelegenheid, ontwikkeling van bedrijventerreinen) en natuur en milieu (duurzame natuurontwikkelingen en herstructurering van stedelijk gebied). Een herziene Nota Grondbeleid is in voorbereiding en zal aan de Raad worden voorgelegd.

 

Taak van de gemeente

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Taak van de gemeente

De gemeente hanteert twee hoofdlijnen ten aanzien van het grondbeleid:
• Actief grondbeleid: De gemeente koopt zelf grond aan en is actief betrokken bij het bouwrijp maken van de grond. Daarna kan de gemeente de kavels verkopen of in erfpacht uitgeven. Het kan gaan om individuele bouwkavels of bedrijfsterreinen, maar ook om complete woningbouwprojecten.
• Faciliterend grondbeleid: De gemeente maakt het mogelijk dat private partijen, die een grondpositie hebben een gebied geheel zelf ontwikkelen; de gemeente beperkt zich hierbij voornamelijk tot het maken van een bestemmingsplan (publiekrechtelijk kader) en bij mogelijke grondeigendom van de gemeente in het betreffende gebied, het inbrengen van deze gronden. De kosten die samenhangen met het faciliteren van particuliere ontwikkelingen (op grond die niet van de gemeente is) worden op de exploitanten verhaald door middel van anterieure overeenkomsten.

Uiteraard zijn er vele tussenvormen mogelijk waaronder het veel gebruikte PPS model (Publiek Private Samenwerking). De uiteindelijke vorm is steeds afhankelijk van het specifieke project en de taak- en risicoverdeling tussen partijen. Als basis vanuit de nota grondbeleid hanteert de gemeente het faciliterende grondbeleidsmodel tenzij er redenen om als overheid zich actief als grond ontwikkelende partij op te stellen.

Wijze waarop het grondbeleid gestalte krijgt

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Wijze waarop het grondbeleid gestalte krijgt

In het verleden heeft de gemeente, uit strategische overwegingen, percelen grond met of zonder bebouwing aangekocht. De vastgoedmarkt en de financiële positie van de gemeente zijn dermate veranderd dat zulke strategische verwervingen niet meer voor de hand liggen. Verkoop van bezit is een mogelijkheid om deze portefeuille juist te beperken. Dit zorgt tevens voor een verlaging van de (financiële) risico’s. De gemeente voert, zoals gezegd, bij voorkeur een faciliterend grondbeleid.
Grondexploitaties hebben meestal een doorlooptijd van jaren. Bij de start van een project of gebiedsontwikkeling wordt op basis van een aantal uitgangspunten – in ieder geval (schets)plan, beoogd programma en een planning – een meerjarige grondexploitatieberekening (de vorm is een haalbaarheidsstudie waarbij veelal gebruik wordt gemaakt van globale cijfers) gemaakt om te bepalen in hoeverre er sprake is van een financiële verantwoorde ontwikkeling. In de loop der tijd kunnen zich positieve of negatieve ontwikkelingen voordoen, die bij de start van de exploitatie niet konden worden voorzien maar wel een effect kunnen hebben op het resultaat, dat uiteindelijk minimaal kostendekkend zal moeten zijn. Veranderende wetgeving, economische ontwikkelingen, procedurele zaken, wijzigingen van, bij of door de ontwikkelaar, evenals rente-, opbrengst- en kostenontwikkelingen kunnen als oorzaken worden genoemd, waardoor het resultaat van een exploitatie wijzigt.

De grondprijsbenadering

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - De grondprijsbenadering

Voor de door de gemeente uit te geven bouwrijpe grond geldt als uitgangspunt een marktconforme grondprijs. De berekening daarvan gebeurt op basis van relevante marktprijzen voor het betreffende type vastgoedobject en gebruik makend van de methode van de residuele grondwaardebenadering. Als hier aanleiding toe is kan de residuele grondprijsberekening worden gecheckt door een comparatieve benadering. Hierbij worden grondopbrengsten van soortgelijke ontwikkelingen als vergelijking gebruikt. In voorkomende gevallen kan een andere methode van grondprijsbepaling worden toegepast. Gedacht kan worden aan een grondquote. Volgens de huidige Nota Grondbeleid kan dit niet omdat daarin de residuele benadering wordt voorgeschreven als de wijze waarop de gemeente grondwaarden bepaalt. In de nieuwe Nota Grondbeleid wordt een afwijking van de residuele methode mogelijk gemaakt. Voordat daadwerkelijk tot gronduitgifte wordt overgegaan vindt er een onafhankelijke taxatie plaats om de marktconformiteit van de berekende grondwaarde te toetsen en ongeoorloofde staatssteun te voorkomen.

 

Vormen van exploitatie

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Vormen van exploitatie

1. Grondexploitaties
Grondexploitaties zijn meerjarige toekomstberekeningen. Daardoor kunnen de financiële resultaten door vele, externe en interne factoren in de loop der jaren veranderen. Grondexploitaties hebben tot doel om bouwrijpe gronden die door de gemeente zijn ontwikkeld uit te geven. Marktomstandigheden en langdurige ruimtelijke procedures kunnen aanleiding zijn tot (grote) afwijkingen ten opzichte van de oorspronkelijke ramingen. Elke grondexploitatie wordt door de gemeenteraad vastgesteld. Elk jaar wordt de raad geïnformeerd over de (grond)exploitaties, via het Meerjaren Programma Grondzaken (MPG). Hierin wordt de stand van zaken en de verschillen t.o.v. voorgaande perioden en de voorziene of verwachte ontwikkelingen, zoals de risico-ontwikkeling, weergegeven. Het MPG is gekoppeld aan de jaarrekening en betreft een actualisering van alle exploitatieresultaten. De resultaten worden direct meegenomen in de betreffende jaarrekening.

In het onderdeel ‘stand van zaken grond- en bouwexploitaties’ is per grondexploitatie een stand van zaken weergegeven.

2. Erfpachtexploitaties
In 2013 heeft de raad de thans geldende Nota Erfpacht vastgesteld. Daarin is het beleid bepaald voor nieuwe uitgiften in erfpacht van tot ontwikkeling te brengen bouwgrond (eeuwigdurend in plaats van tijdelijk), de verkoop van bloot-eigendom van reeds in erfpacht uitgegeven gronden en het omzetten van tijdelijke erfpachtrechten in nieuwe eeuwigdurende erfpachten (heruitgifte). In 2021 zal, samen met een nieuwe Nota Grondbeleid, ook een nieuwe Nota Erfpacht worden vastgesteld.
Tijdelijke erfpachtrechten zijn voor een bepaalde tijd (99 of 50 jaar) uitgegeven en eindigen, een keer. De erfpachter kan aan het einde van de looptijd kiezen voor een nieuwe erfpachtuitgifte, maar dan in eeuwigdurende erfpacht of het kopen van de grond waar zijn pand op staat. Alle erfpachtrechten kunnen ook voor de einddatum (tussentijds) omgezet worden in (volle) eigendom of in eeuwigdurende erfpacht (heruitgifte). Ieder jaar eindigen er tijdelijke erfpachtrechten. In de periode van 2020 tot en met 2027 zijn dat er ruim 400. Daarvan liggen de meeste in Holy Noord.

Erfpachtexploitatie Park Hoog Lede
De ontwikkeling van Park Hoog Lede is geen reguliere grondexploitatie, maar de gemeente heeft hier in 2010 wel een belangrijke grondpositie verworven met een hoge boekwaarde. De gronden zijn vervolgens in erfpacht uitgegeven aan de ontwikkelaar. Dit is in de economische crisis van 2009 met de ontwikkelaar afgesproken als financieringsconstructie om dit plan van de grond te krijgen. Daarmee is het ook geen reguliere erfpacht. De grondwaarde is als een lening aan de ontwikkelaar te beschouwen. Over die lening betaalt de ontwikkelaar ieder jaar rente, dat is in dit geval de erfpachtcanon. Per verkochte nieuwbouwwoning betaalt de ontwikkelaar de koopsom voor de bloot-eigendom van die woning aan de gemeente, waardoor de nieuwbouwwoning op eigen grond verkocht wordt aan de kopers. Die koopsom bloot-eigendom is de aflossing van de lening. Uiteindelijk is de lening bij de verkoop van de laatste woning helemaal afgelost en de boekwaarde terug naar nul.
Door de crisis bleken de woningen niet snel genoeg te kunnen worden verkocht, waardoor de boekwaarde hoog bleef en daarmee de door de ontwikkelaar te betalen erfpachtcanon ook. Dat leverde grote liquiditeitsproblemen op bij de ontwikkelaar, waardoor de voortgang van het plan in gevaar kwam. In 2015 zijn dan ook aanvullende afspraken gemaakt om de voortgang van deze ontwikkeling te waarborgen en de risico’s voor de gemeente te beperken. Deze zijn vastgelegd in een addendum op de koop-/erfpachtovereenkomst uit 2009. De raad is over het addendum geïnformeerd met een raadsmemo van 14 juli 2015. Van de door de ontwikkelaar te betalen erfpachtcanon is een bedrag van maximaal € 2,5 miljoen achtergesteld. Hiertoe is in 2015 een verliesvoorziening getroffen.

Door de aanhoudende crisis bleek het afzettempo minder snel dan volgens de planning van in het addendum was gedacht. Dit betekende dat het maximale bedrag van de achtergestelde canon eerder werd bereikt (1 januari 2018) en dat de canon boven de € 2,5 miljoen vanaf dat moment weer door de ontwikkelaar moest worden betaald. Tussen 2018 en 2020 is de verkoop sterk aangetrokken. Met de bouw van de laatste woningbouwfase van Park Hoog Lede is in 2020 gestart en de 27 woningen zullen in 2021 opgeleverd worden. Door de grondtransactie voor de laatste fase is de boekwaarde inmiddels geheel afgelost. De eindafrekening van het addendum zal in 2021 plaats hebben.

Actualisatie en herziening

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Actualisatie en herziening

Aan het eind van ieder jaar stelt de raad de Grondbrief vast, geldend voor het daarop volgende jaar, waarin afspraken over de parameters met betrekking tot de rente, de opbrengsten- en kostenstijgingen, maar ook over de (niet commerciële) grondprijzen staan. De parameters voor 2021 zijn vastgesteld op 3% voor de opbrengststijging en 3% voor de kostenstijging. Voor 2022 wordt van dezelfde percentages uitgegaan. Vanaf 2023 wordt voor beide een parameter van 2,0% gehanteerd.
De rekenrente over 2021 bedraagt 1,5%.
Op basis hiervan worden alle grondexploitaties ten behoeve van de jaarrekening geactualiseerd. Ook de daadwerkelijke uitgaven en inkomsten in 2020 zijn in de grondexploitaties verdisconteerd om deze weer zo goed en actueel mogelijk te kunnen borgen. Zodra er besluiten worden genomen over (forse) wijzigingen in het programma, de planning of de parameters zal deze aanleiding zijn om de grondexploitatie(s) te herzien.

 

Positieve vooruitzichten

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Positieve vooruitzichten

De cijfers over 2020 lieten zien dat het aantal woningverkopen hoger was dan de jaren ervoor. Ook de woningprijzen zijn (fors) gestegen. De consumenten hebben volgens de statistieken meer vertrouwen in de economie, als gevolg hiervan laat de woningmarkt positieve signalen zien. In de door de raad vastgestelde Grondbrief 2021 is rekening gehouden met de positieve vooruitzichten.

Erfpachtexploitatie

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Erfpachtexploitatie

De boekwaarde van de erfpachtgronden bedraagt per 31-12-2020 € 112,9 miljoen. In 2020 is voor € 4,7 miljoen de bloot eigendom van erfpachtrechten verkocht. Dit heeft geleid tot een afwaardering van de boekwaarde van de erfpachtgronden van € 3,4 miljoen. De Reserve Afgekochte Erfpachtcanons bedraagt per 31-12-2020 € 32,4 miljoen. Financieel is dat in deze jaarrekening verwerkt.

 

Kostenverhaal

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Kostenverhaal

Op basis van de door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu ontwikkelde systematiek, zijn de gemeentelijke plankosten van de plannen in beeld gebracht, die door derden worden uitgevoerd (particuliere grondexploitatie). Belangrijk uitgangspunt van deze systematiek is de principe verdeling tussen de kosten die bij de ontwikkelende partij en bij de gemeente thuishoren. Deze verdeling is gebaseerd op het feit dat de gemeente faciliterend, begeleidend en toetsend is en de ontwikkelaar bijvoorbeeld het stedenbouwkundig plan, de ruimtelijke onderbouwing en het buitenruimteplan opstelt. In 2021 zal dit verder ontwikkeld worden met het voornemen om naast de plankosten ook kosten voor bovenwijkse voorzieningen – waar mogelijk – te verhalen.

 

Winstneming en voorziening

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Winstneming en voorziening

De belangrijkste aspecten uit de voorschriften BBV in het kader van grondontwikkeling worden hieronder toegelicht:

Winstneming
Sinds 2017 moet conform de BBV winst worden genomen naar rato van de voortgang van een project. Voor winstneming geldt het percentage of ‘completion methode’: voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd kan tussentijds naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst worden genomen.

Rente op grondexploitaties
Vanaf 2016 wordt voorgeschreven dat de toe te rekenen rente aan grondexploitaties de werkelijke rente moet zijn. Voor 2020 was de rente 1,7% voor de grondexploitaties overeenkomstig de voorcalculatorische rente uit de grondbrief 2020.

Stand van zaken grondexploitaties

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Stand van zaken grondexploitaties

Voor grondexploitaties geldt dat er sprake is van generieke en/of specifieke financiële risico’s. Deze risico’s worden betrokken bij de bepaling van de hoogte van het noodzakelijke weerstandsvermogen. Verwezen wordt naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.
De stand van zaken van de te onderscheiden grondexploitaties is als volgt:

1. Marathonweg Noord (zuidelijk deel)
Aan de hand van het huidige programma wordt de grondexploitatie naar verwachting op 31 december 2030 met een negatief eindresultaat van € -726.000 in totaal afgesloten. Op 21 juli 2020 heeft het college van B&W besloten om het zuidelijk deel en het noordelijk deel van tot één plangebied samen te voegen en middels een aanbiedingsprocedure integraal tot ontwikkeling te brengen. Het zuidelijk deel maakt deel uit van de grondexploitatie en het noordelijk deel betreft een materiële vast activa (MVA). Voor de integrale ontwikkeling van het zuidelijk deel en het noordelijk deel is in de tweede helft van kalenderjaar 2020 een aanvang gemaakt met het opstellen van een integraal programma van eisen (IPvE), welk naar verwachting in het tweede kwartaal wordt opgeleverd. Op basis van dit programma zal aan uw raad voorgesteld worden om beide delen samen te voegen tot één grondexploitatie.

2. Stationsgebied Centrum (Nieuw Sluis)
Deze ontwikkeling behoort samen met de ontwikkeling in Eiland van Speyk tot de uitvraag voor het Kerngebied Rivierzone, waarin een ontwikkelaar is geselecteerd. De ontwikkeling betreft de realisatie van in totaal circa 218 eengezinswoningen en 62 appartementen. Het deelgebied ‘Galgkade’ met 141 gezinswoningen zijn inmiddels geheel opgeleverd.
Van de NS Vastgoed B.V. is in 2020 grond aan de Parallelweg (Stationsplein) door de gemeente aangekocht. Deze grond is vervolgens (met uitzondering van het toekomstige Stationsplein) direct doorgeleverd aan de ontwikkelaar.
Het gebied rond het station (o.a. ter plaats van de tijdelijke supermarkt) wordt omgevormd van beoogde grondgebonden woningen, naar gestapelde bouw. Bijgestelde plannen zullen, zodra beschikbaar, aan de raad worden voorgelegd. Dit zal daarna tot positieve aanpassing van de grondexploitatie leiden.
De deelgebieden ‘Spoor & Sluis’ en ‘Parallelweg’ worden nu verder uitgewerkt tot een concreet bouwplan, waarna de ruimtelijke procedures kunnen worden doorlopen voor het realiseren van de hier geplande woningen. Naar verwachting wordt de grondexploitatie op 31 december 2025 afgesloten met een negatief resultaat van € -506.000 in totaal.

3. Schiereiland(Eiland van Speyk)
Ook deze ontwikkeling behoort tot het Kerngebied Rivierzone. De huidige grondexploitatie heeft op basis van de huidige stand van de besluitvorming een negatief resultaat van € -2.947.000 in totaal per 31 december 2029. In 2020 heeft de ruimtelijke onderbouwing voor het bestemmingsplan geleid tot een nieuw stedenbouwkundigplan met een groter bouwprogramma. Na vaststelling van dit stedenbouwkundig plan kan de grondexploitatie daarop positief aangepast worden. De verwachting is dat het ontwerp bestemmingsplan vervolgens in 2021 ter visie gaat en in kalenderjaar 2023 een aanvang kan worden gemaakt met de bouw van de eerste woningen.

4. De Buitenplaats van Ruytenburch
In kalenderjaar 2020 is het voormalig poortgebouw (Hoflaan 1-3) verkocht en resteert uitsluitend nog de verkoop van de voormalige brandweerkazerne (Hoflaan 5-13). Eerder was de bouwgrond binnen het plangebied van de grondexploitatie al verkocht en zijn alle bouwkavels bebouwd en zijn deze woningen opgeleverd. Naast de verkoop van de voormalige brandweerkazerne dienen de laatste werkzaamheden aan het woonrijp maken van het plangebied plaats te vinden. Naar verwachting vinden deze werkzaamheden in de eerste helft van kalenderjaar 2021 plaats waardoor de openbare ruimte binnen het plangebied wordt opgeleverd. Vooruitlopend hierop wordt / is de grondexploitatie op 31 december 2020 met een negatief resultaat van € 1.224.000 in totaal afgesloten. Voor de laatste werkzaamheden aan de openbare ruimte is een budget ‘resterende werken’ van € 246.820 in totaal aan de grondexploitatie onttrokken en dit budget is reeds in het negatief resultaat van € 1.224.000 in totaal verwerkt. Daarnaast is de voormalige brandweerkazerne tegen een waarde van € 150.000 in totaal aan de grondexploitatie onttrokken, waarbij de verwachting is dat de voormalige brandweerkazerne in kalenderjaar 2021 wordt verkocht.

5. Babberspolder Oost
Alle werkzaamheden binnen het plangebied van de grondexploitatie zijn grotendeels uitgevoerd en alle grondtransacties binnen het plangebied hebben plaatsgevonden. Dit betekent dat - behoudens de afrondende werkzaamheden in de openbare ruimte en het tijdelijk beheer van het voormalige “spaarbankje” - geen kosten meer worden gemaakt of opbrengsten worden gegenereerd. De grondexploitatie kan zodoende per 31 december 2020 worden afgesloten. Het afsluiten van de grondexploitatie resulteert in een negatief resultaat van € 3.490.000 in totaal.

6. De Nieuwe Vogelbuurt (voorheen Holy Zuid-Oost)
De woningen in fase 1, fase 2 en fase 3A zijn opgeleverd en de openbare ruimte is, met uitzondering van nazorg, gerealiseerd. In kalenderjaar 2020 is een aanvang gemaakt om fase 4 en fase 5 bouwrijp te maken, waardoor de ontwikkelende partij in tweede helft van kalenderjaar 2020 met de bouw van woningen in fase 5 heeft opgestart. Naar verwachting worden de eerste woningen binnen fase 5 medio kalenderjaar 2021 opgeleverd en aansluitend hierop wordt een aanvang gemaakt met het woonrijp maken van fase 5. Gelijktijdig wordt de Spechtlaan, één van de hoofdontsluitingen voor fase 1, fase 2 en fase 3A, woonrijp gemaakt. De bouw van de woningen in fase 4 vangt naar verwachting in de tweede helft van kalenderjaar 2021 aan. Voor fase 6, én fase 3B, worden in samenwerking met Stichting Waterweg Wonen en de ontwikkelende partij voorbereidingen getroffen om aansluitend op fase 4 deze laatste fase mogelijk te maken. Aan de hand van de huidige uitgangspunten wordt de grondexploitatie naar verwachting op 31 december 2028 met een negatief resultaat van € -2.050.000 in totaal afgesloten.

7. Vrije Kavels Hollandiaan
Tot en met 2020 zijn er vijf kavels verkocht. Over de laatste kavel worden nog onderhandelingen gevoerd met een derde partij. Naar verwachting wordt deze grondexploitatie in 2022 afgerond.
Per 31 december 2020 is er een totale winstneming van € 21.800. Het verwachte resultaat op eindwaarde (31-12-2022) bedraagt € 544.000.

8. Parc Drieën-Huysen
De ontwikkelende partij verricht de laatste werkzaamheden aan het woonrijp maken van plangebied van de grondexploitatie waarmee de openbare ruimte naar verwachting in de eerste helft van kalenderjaar 2021 wordt opgeleverd. Vooruitlopend hierop wordt / is de grondexploitatie op 31 december 2020 met een positief resultaat van € 569.000 in totaal afgesloten. Voor de laatste werkzaamheden aan de openbare ruimte is een budget ‘resterende werken’ van € 46.744 in totaal aan de grondexploitatie onttrokken en dit budget is reeds in het positief resultaat van € 569.000 in totaal verwerkt. Eerder is een tussentijdse winstneming van € 366.396 in totaal (kalenderjaar 2018: € 266.396 in totaal en kalenderjaar 2019: € 100.000 in totaal) aan de grondexploitatie onttrokken.

9. Vergulde Hand West Fase 1
De grondexploitatie ‘De Vergulde Hand West, fase 1’ maakt deel uit van een beoogd bedrijventerrein dat ook nog een tweede en derde fase kent. Uitgangspunt is dat fase 1, en eventueel aangevuld met fase 2 en/of fase 3, door één marktpartij (ontwikkelende partij) wordt gerealiseerd en wordt gezocht naar een potentiële marktpartij voor de realisatie van het beoogd bedrijventerrein. Voor de tussenliggende periode is een deel van het plangebied als gronddepot voor de Blankenburgverbinding beschikbaar (verhuur) gesteld. Vermeld dient te worden dat naast de gemeente ook een derde over een grondpositie binnen het plangebied van de grondexploitatie beschikt. De verwachting is dat de grondexploitatie op 31 december 2026 met een positief resultaat van € 1.067.000 in totaal kan worden afgesloten.

10. Westwijk Centrum Nieuw
De bouw van de sporthal met daarbovenop appartementen in de sociale sector is op 5 juli 2018 gestart en is inmiddels gereed. De planontwikkeling voor de overige te verkopen gronden van het Erasmusplein zal opnieuw worden aanbesteed. Voor de ontwikkeling aan de locatie Frank van Borselenstraat heeft de aanbesteding plaatsgevonden en is de gunning inmiddels verleend.
Het eindresultaat van de grondexploitatie komt bij de actualisatie neer op € 2,16 miljoen (op eindwaarde 31-12-2028).

Strategische gronden, materiële vaste activa

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Strategische gronden, materiële vaste activa

Onder de categorie MVA / Strategische gronden, voorheen Niegg’s, zijn de volgende gronden met hun boekwaarden opgenomen:

A. Vergulde Hand West fase 2 en 3
Dit gebied betreft het resterende gedeelte van het gebied de Vergulde Hand West wat in de toekomst wordt ontwikkeld als bedrijventerrein. Ook deze terreinen (net als een deel van fase 1) wordt tot eind 2022 verhuurd ten behoeve van een gronddepot voor de Blankenburgverbinding, waarmee deze tevens worden voorbelast. Na besluitvorming over wanneer en voor welke bestemming de grond na 2022 uitgegeven gaat worden zal een grondexploitatie voor deze gronden opgesteld gaan worden. Al dan niet gekoppeld aan fase 1. De planning is om van fase 1 na 2022 te (laten) ontwikkelen.

B. VOP Oost (Noord en Zuid)
In de VOP zijn er diverse gemeentelijke eigendommen, verspreid over het hele gebied.
Het pand aan de Parallelweg 6a-b is verkocht voor de realisering van de uitbreiding van de naastgelegen supermarkt. Voor de voormalige panden van Warmelo & Van der Drift aan de Westhavenkade en de Vetteoordskade is voorgesteld die onder te brengen bij de grotere ontwikkeling van het Museumkwartier. De locaties Parallelweg 2 en Touwbaankwartier worden samen met de locatie Westhavenkade tegenover de Pelmolen in Maaswijk verkocht aan de ontwikkelaar van Nieuw Sluis en het Eiland van Speyk. Daartoe is een addendum op de Koop-, Ontwikkel- en Realisatieovereenkomst Kerngebied Rivierzone gesloten.

C. Maaswijk
De grond in Maaswijk bestaat uit de onder B al aangeduide locatie Westhavenkade tegenover de Pelmolen. Deze locatie wordt ter uitvoering van het addendum op de Koop-, Ontwikkel- en Realisatieovereenkomst Kerngebied Rivierzone aan de ontwikkelaar van Nieuw Sluis en het Eiland van Speyk verkocht

D. Marathonweg Noord (noordelijk deel)
Het noordelijk deel van het voormalig sportpark nabij de openbare weg Marathonweg betreft een materiële vast activa (MVA). Op 21 juli 2020 heeft het college van B&W besloten om het zuidelijk deel en het noordelijk deel van tot één plangebied samen te voegen en middels een aanbiedingsprocedure integraal tot ontwikkeling te brengen.

E. Vijfsluizen
Dit in 2019 aan de raad gepresenteerde plan van grondgebonden woningen in een groene setting met appartementen nabij het metrostation Vlaardingen Oost zijn uitgewerkt. De anterieure overeenkomst voor Park Vijfsluizen met daarin onder andere het verkavelingsplan, is in het voorjaar van 2020 met de ontwikkelaar getekend.
Het bestemmingsplan is ter visie gelegd en de verkoop van de woningen wordt gestart.

Paragraaf Verbonden partijen

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Inleiding

Om de beleidsdoelen van de gemeente Vlaardingen te kunnen realiseren, wordt, indien dit wenselijk wordt geacht, een belang genomen in een organisatie die aan de doelverwezenlijking kan bijdragen. De huidige wet- en regelgeving (BBV) verplicht onze gemeente om in de begroting en de jaarstukken aan te geven in welke privaatrechtelijke en publiekrechtelijke organisaties zij een bestuurlijk en/of financieel belang heeft.
Van een bestuurlijk belang is sprake als de gemeente een zetel in het bestuur van een organisatie bekleedt en/of stemrecht heeft in een vergadering van belanghebbenden. Van een financieel belang is sprake als er door de gemeente aan een organisatie financiële middelen beschikbaar zijn gesteld die verloren kunnen gaan in geval van een faillissement of als financiële problemen van een organisatie kunnen worden verhaald op de gemeente.

Inzicht in de gang van zaken bij verbonden partijen is nodig uit hoofde van bestuurlijke, beleidsmatige en/of financiële belangen. Op basis van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is een aantal financiële kengetallen weergeven per verbonden partij: de omvang van het eigen vermogen, het vreemd vermogen en het resultaat.

 

Financiële risico's verbonden partijen

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Financiële risico's verbonden partijen

De financiële risico’s van de vennootschappen zijn beperkt tot het aandelenbezit van de gemeente. Bij een faillissement van een vennootschap daalt de waarde van dit bezit tot nihil. De financiële risico’s van de gemeenschappelijke regelingen hebben geen beperking. Bij een faillissement worden de deelnemers van de gemeenschappelijke regeling volgens de verdeelsleutel aangeslagen voor eventueel resterende schulden na verkoop van de bezittingen. Gezien de aard van de werkzaamheden van de verbonden partijen is de kans op een faillissement van zowel de vennootschappen als de gemeenschappelijke regelingen klein. Echter uitgesloten is het niet.

 

Vennootschapsbelasting (Vpb)

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Vennootschapsbelasting (Vpb)

Per 2016 vallen de uitsluitend door de gemeente beheerste entiteiten (verbonden partijen) ook onder de Vennootschapsbelastingplicht (Vpb-plicht) voor overheidsondernemingen. Dit betekent dat ze aan diverse extra fiscale verplichtingen moeten voldoen, wat mogelijk resulteert in een jaarlijkse Vpb-afdracht. In de jaarrekeningen van de verbonden partijen is opgenomen wat de stand van zaken is ten aanzien van de Vpb-plicht.

Overzicht verbonden partijen

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Overzicht verbonden partijen

Op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) zijn we verplicht om in de paragraaf verbonden partijen een overzicht van de verbonden partijen op te nemen onderverdeeld naar gemeenschappelijke regelingen, vennootschappen en coöperaties, stichtingen en verenigingen en overige verbonden partijen. In de tabel met financiële positie verbonden partij is het eigen vermogen en het vreemd vermogen per 31-12-2020 en het gerealiseerde resultaat over 2020 opgenomen. Op de volgende pagina’s vindt u het overzicht waarin de voorgeschreven informatie is opgenomen.

Metropoolregio Rotterdam Den Haag
Vestigingsplaats Den Haag
Relatie met programma Bestuur, Dienstverlening en Participatie. Vervoersautoriteit met programma verkeer en mobiliteit. Economisch vestigingsklimaat met programma onderwijs, economie en haven.
Openbaar belang en visie De gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) is in december 2014 in werking getreden. De missie van de MRDH is: De Metropoolregio Rotterdam Den Haag werkt aan een Europese topregio. De MRDH heeft tot doel het bevorderen van de samenwerking tussen de gemeenten met het oog op een voorspoedige ontwikkeling van het gebied en het beheer van de aan de regio toevertrouwde voorzieningen. Zij houdt zich daartoe bezig met: a. Het vaststellen van doelstellingen op het gebied van verkeer en vervoer en de verbetering van het economisch vestigingsklimaat; b. Het uitvoeren van de, met betrekking tot het onder a. genoemde beleid, aan de MRDH opgedragen taken en bevoegdheden. De inhoudelijke agenda’s van de Vervoersautoriteit en Economisch Vestigingsklimaat zijn hierbij leidend en de basis voor de MRDH-brede strategie.
Betrokken partijen De volgende gemeenten maken deel uit van de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag: Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Delft, Den Haag, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, Midden-Delfland, Nissewaard, Pijnacker-Nootdorp, Ridderkerk, Rotterdam, Rijswijk, Schiedam, Vlaardingen, Wassenaar, Westland, Westvoorne en Zoetermeer.  Overige betrokken overheden en/of marktpartijen: Naast het bundelen van de krachten van de 23 gemeenten is samenwerking met onder meer bedrijfsleven, kennisinstellingen, omliggende regio’s zoals Drechtsteden en Leiden, de provincie en het Rijk noodzakelijk om de ambities te realiseren. De MRDH werkt daarnaast nauw samen met de Economische Programmaraad Zuidvleugel (EPZ), het triple helix orgaan van vertegenwoordigers van bedrijfsleven, overheden en kennisinstellingen. Samenwerking met omliggende regio’s en de andere partners vindt zowel plaats bij de strategische trajecten als bij de uitvoering van concrete activiteiten.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door burgemeester drs. H.B. Eenhoorn. Wethouder Verkeer en Vervoer B.T. Bikkers, maakt deel uit van de Vervoersautoriteit. Wethouder Economische Zaken B.T. Bikkers maakt deel uit van de Bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat. In de Adviescommissie Vervoersautoriteit hebben zitting de raadsleden L.W.M. Claessen en S. Akca. In de Adviescommissie Economisch Vestigingsklimaat hebben zitting de raadsleden G. Pappers en A. Kloosterman. Als lid van de Rekeningcommissie MRDH heeft zitting het raadslid L.W.M. Claessen.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2020: € 194.179 (begroot: € 194.179). Het programma Vervoersautoriteit wordt geheel financieel gedekt uit de BDU-gelden.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 1-1-2020 Per 31-12-2020
Eigen vermogen 22.023 30.206
Vreemdvermogen 1.555.687 1.472.507
Resultaat 646 777
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond
Vestigingsplaats Rotterdam
Relatie met programma Veiligheid en Handhaving
Openbaar belang en visie Op grond van de Wet op de Veiligheidsregio’s heeft de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond de volgende taken: a. Het inventariseren van risico’s van branden, rampen en crises; b. Het adviseren van het bevoegd gezag over risico’s van branden, rampen en crises in de bij of krachtens de wet aangewezen gevallen evenals in de gevallen die in het beleidsplan zijn bepaald; c. Het adviseren van het college van burgemeester en wethouders over de taal, bedoeld in artikel 3, eerste lid; d. het voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing; e. Het instellen en in stand houden van een brandweer; f. Het instellen en in stand houden van een GHOR; g. Het voorzien in de meldkamerfunctie; h. Het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel; i. Het inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de diensten van de veiligheidsregio en tussen deze diensten en de andere diensten en organisaties die betrokken zijn bij de onder d, e, f, en g genoemde taken.
Betrokken partijen De volgende gemeenten maken deel uit van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond: Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door burgemeester drs. H.B. Eenhoorn.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2020: € 5.298.038 (begroot: € 5.256.269).
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 1-1-2020 Per 31-12-2020
Eigen vermogen 10.676 13.067
Vreemdvermogen 59.725 70.887
Resultaat -1.482 1.958
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
DCMR Milieudienst Rijnmond
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Groen en Milieu
Openbaar belang en visie Het bevorderen van een duurzame ontwikkeling van de stad. Via de vergunningverlening Wet Milieubeheer, de afhandeling van meldingen in het kader van het Activiteitenbesluit, het uitvoeren van toezicht en handhaving en de advisering aan gemeenten op het gebied van de verschillende milieuthema’s en ruimtelijke ontwikkelingen, draagt de DCMR er mede zorg voor dat de milieubeleidsdoelen in de gemeente Vlaardingen worden behaald.
Betrokken partijen De provincie Zuid Holland en de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard (voormalig Spijkenisse en Bernisse), Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door wethouder B.T. Bikkers. Wethouder I.M. Somers-Gardenier is plaatsvervangend lid.
Financieel belang Voor de uitvoering van de werkzaamheden van de DCMR voor Vlaardingen wordt jaarlijks een werkplan gemaakt. De kosten bedragen in 2020 € 1.699.807 (begroot € 1.692.893).
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 1-1-2020 Per 31-12-2020
Eigen vermogen 4.545 6.038
Vreemdvermogen 10.224 9.969
Resultaat 1.446 1.964
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
GGD Rotterdam- Rijnmond
Vestigingsplaats Rotterdam
Relatie met programma Sociaal Domein
Openbaar belang en visie Het op een proactieve wijze beschermen, bewaken en bevorderen van de gezondheid van inwoners in het bedieningsgebied van de GR GGD-RR. Gezondheid wordt gedefinieerd als een toestand van compleet fysiek, mentaal en sociaal welbevinden en is niet alleen van toepassing op de afwezigheid van ziekte of een handicap. De GR GGD Rotterdam-Rijnmond is primair verantwoordelijk voor de uitvoering van de wettelijk basistaken volgens de Wet Publieke Gezondheid. Operationeel uitvoerder is de GGD Rotterdam-Rijnmond (onderdeel van het concern Rotterdam).
Betrokken partijen De GR GGD Rotterdam-Rijnmond is een samenwerkingsverband van 15 gemeenten in de stadsregio Rotterdam en een deel van de Zuid-Hollandse eilanden. De GR GGD Rotterdam-Rijnmond is congruent met de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Bestuur vertegenwoordigd door wethouder J.J. Silos – Knaap. Wethouder A.F. de Leede is plaatsvervangend lid.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2020: € 506.476 (begroot € 503.874).
Financiële positie De GGD-RR heeft geen eigen of vreemd vermogen. De gemeenschappelijke regeling van de GGD-RR heeft geen balans en andere financiële staten om in de begroting (en jaarverslag) op te nemen aangezien de GGD-RR onderdeel uitmaakt van de gemeente Rotterdam.
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
ROG Plus NWN
Vestigingsplaats Maassluis
Relatie met programma Sociaal Domein
Openbaar belang en visie Het bieden van maatwerkvoorzieningen ter bevordering, behoud of compensatie van zelfredzaamheid en ter ondersteuning van participatie aan ingezetenen van de gemeente die daartoe op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit hun sociale netwerk niet of onvoldoende in staat zijn. De maatwerkvoorzieningen richten zich ook op de ondersteuning van mantelzorgers. Artikel 2.3.5, lid 3 van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 legt het college daarbij de plicht op om, na onderzoek, een maatwerkvoorziening te bieden die een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid en participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven.
Betrokken partijen De gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Bestuur vertegenwoordigd door wethouder J.J. Silos – Knaap. Wethouder A.F. de Leede is plaatsvervangend lid.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2020: € 37.782.887 (begroot 39.467.600).
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 1-1-2020 Per 31-12-2020
Eigen vermogen 0 0
Vreemdvermogen 7.711.390 7.361.314
Resultaat -2.607.766 4.459.485
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond
Vestigingsplaats Rotterdam
Relatie met programma Sociaal Domein
Openbaar belang en visie Het uitvoeren van de bovenlokale taken door middel van: a. Het contracteren en/of subsidiëren van aanbieders van jeugdhulp en uitvoerders jeugdreclassering en jeugdbeschermingsmaatregelen in het kader van de Jeugdwet; b. Het organiseren van een advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling; c. Het bevorderen van gezamenlijk overleg van de gemeenten voor de uitvoering van de jeugdhulptaken, die in de Jeugdwet aan de gemeenten zijn opgedragen. Deze taken zijn bovenlokaal, dat wil zeggen aanvullend en in aansluiting op het lokale aanbod.
Betrokken partijen De gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Nissewaard, Vlaardingen en Westvoorne.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Bestuur vertegenwoordigd door wethouder J.J. Silos – Knaap.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2020: € 16.875.605  (begroot € 16.377.017).
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 1-1-2020 Per 31-12-2020
Eigen vermogen 0 0
Vreemdvermogen 50.849 124.879
Resultaat 0 0
Risico’s De financiële ontwikkeling als gevolg van de resultaatgerichte financiering blijft een aandachtspunt.
Stroomopwaarts MVS
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Sociaal Domein
Openbaar belang en visie De gemeenschappelijke regeling is ingesteld ter behartiging van het belang van een kwalitatief hoogwaardige en doelmatige uitvoering van de taken en bevoegdheden van de deelnemers op het gebied van het sociaal domein. Meer in bijzonder de uitvoering van de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening (werkloze werknemers en gewezen zelfstandigen), de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (art. 1.13).
Betrokken partijen De gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door wethouders A.F. de Leede en B.T. Bikkers en in het Dagelijks Bestuur door wethouder A.F. de Leede.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2020: € 35.550.000 BUIG (begroot 36.650.000) € 2.660.000 Minimabeleid (begroot 3.804.000) € 20.579.000 Algemene dienstverlening (begroot € 20.607.000).
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 1-1-2020 Per 31-12-2020
Eigen vermogen -467 4.455
Vreemdvermogen 12.690 19.385
Resultaat 211 1.693
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
Regionale Belasting Groep
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Financiën
Openbaar belang en visie Het heffen en invorderen van de gemeentelijke belastingen en heffingen en het uitvoeren van de werkzaamheden in het kader van de Wet Waardering onroerende zaken.
Betrokken partijen Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard, Hoogheemraadschap Delfland, gemeente Delft, gemeente Schiedam, gemeente Vlaardingen.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door wethouder J.G. Bijl. Wethouder B.T. Bikkers is plaatsvervangend lid.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2020: € 1.368.000 (begroot € 1.368.000).
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 1-1-2020 Per 31-12-2020
Eigen vermogen 2.246 2.439
Vreemdvermogen 890 718
Resultaat 117 313
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
Intergemeentelijke Reiniging-, Afvalinzameling- en Dienstverlening Organisatie (IRADO)
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Groen en Miilieu
Openbaar belang en visie Het in opdracht van de gemeente Vlaardingen uitvoeren van het inzamelen en afvoeren van huishoudelijk afval en op basis hiervan adviseren en rapporteren.
Betrokken partijen Gemeenten Vlaardingen, Schiedam en Capelle a/d IJssel zijn ieder voor 1/3 aandeelhouder.
Bestuurlijk belang De Raad van Commissarissen bestaat uit externe commissarissen: de heer A.T.T. Doppenberg (voorzitter), mw. M. Schoenmakers en de heer B.K.A. Rijsbergen. Wethouder A.F. de Leede bekleedt namens de gemeente Vlaardingen de rol van opdrachtgever. Wethouder J.G. Bijl bekleedt namens de gemeente Vlaardingen de rol van aandeelhouder.
Financieel belang De deelneming staat voor € 300.000,- op de balans van de gemeente Vlaardingen.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 1-1-2020 Per 31-12-2020
Eigen vermogen 17.824 N.n.b.
Vreemdvermogen 35.221 N.n.b.
Resultaat 1.385 N.n.b.
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
Waterbedrijf Evides
Vestigingsplaats Rotterdam
Relatie met programma Groen en Miilieu
Openbaar belang en visie Met de deelneming wordt beoogd invloed uit te oefenen op het beleid van watervoorziening en tariefstelling. Door een aantal fusies is de invloed van de gemeente de afgelopen jaren sterk afgenomen. De gemeente heeft op dit moment nog 1,8% van het totale aandelenpakket in bezit.
Betrokken partijen De aandelen van Waterbedrijf Evides zijn voor 50% in handen van de vroegere aandeelhouders van Delta Waterbedrijf en voor de andere 50% in handen van de vroegere aandeelhouders van Waterbedrijf Europoort. De laatste groep bestaat uit 24 gemeenten uit deze regio, waaronder de gemeente Vlaardingen.
Bestuurlijk belang De gemeente heeft stemrecht in de algemene vergadering van aandeelhouders. De gemeente Vlaardingen wordt hierin vertegenwoordigd door wethouderJ.G. Bijl.
Financieel belang De deelneming staat voor € 245.041,- op de balans van de gemeente Vlaardingen.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 1-1-2020 Per 31-12-2020
Eigen vermogen 518.500 N.n.b.
Vreemdvermogen 649.100 N.n.b.
Resultaat 43.900 N.n.b.
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
Werkbedrijf Vlaardingen
Vestigingsplaats Vlaardingen
Relatie met programma Sociaal Domein
Openbaar belang en visie Het in opdracht van de Gemeente Vlaardingen uitoefenen van (delen) van de Wet Sociale Werkvoorziening en de Wet Werk en Bijstand. Het uitoefenen van het formeel werkgeverschap voortvloeiende uit het voorgaande. De BV wordt vereffend.
Betrokken partijen Gemeente Vlaardingen
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen houdt 100% van de aandelen. De gemeente Vlaardingen wordt in de aandeelhoudersvergadering vertegenwoordigd door wethouders A.F. de Leede en B.T. Bikkers. De gemeentecontroller fungeert als statutair bestuurder ten behoeve van de vereffening van de BV.
Financieel belang Er zijn aandelen (gewaardeerd op € 18.000) in bezit bij de gemeente Vlaardingen. Deze verbonden partij is in liquidatie.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 1-1-2020 Per 31-12-2020
Eigen vermogen N.n.b. N.n.b.
Vreemdvermogen N.n.b. N.n.b.
Resultaat N.n.b. N.n.b.
Risico’s Geen
Bank Nederlandse Gemeenten
Vestigingsplaats Den Haag
Relatie met programma Financiën
Openbaar belang en visie De Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) stelt zich ten doel gemeenten en andere decentrale overheden te ondersteunen bij hun maatschappelijke activiteiten middels het aanbieden van tal van bancaire diensten. Onze gemeente levert door haar deelneming een bijdrage hieraan.
Betrokken partijen De aandelen van de Bank Nederlandse Gemeenten zijn voor 50% in handen van het Rijk en voor de resterende 50% in handen van gemeenten. Onze gemeente heeft een belang van 0,36% in de bank.
Bestuurlijk belang De gemeente heeft stemrecht in de algemene vergadering van aandeelhouders. De gemeente Vlaardingen wordt hierin vertegenwoordigd door wethouder J.G. Bijl
Financieel belang De deelneming staat voor € 33.807 op de balans van de gemeente Vlaardingen.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 1-1-2020 Per 31-12-2020
Eigen vermogen 4.887.000 5.097.000
Vreemdvermogen 144.802.000 155.262.000
Resultaat 221.000 163.000
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
Stadsherstel Maassteden
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Financiën
Openbaar belang en visie Opknappen en behouden van gebouwd erfgoed in Vlaardingen, Maassluis en Schiedam.
Betrokken partijen Het Fonds Schiedam Vlaardingen e.o., de gemeenten Schiedam, Vlaardingen en Maassluis zijn sinds januari 2018 aandeelhouders.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt hierin vertegenwoordigd door wethouder J.G. Bijl.
Financieel belang De deelneming staat voor € 100.000 op de balans van de gemeente Vlaardingen.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 1-1-2020 Per 31-12-2020
Eigen vermogen 229 1.533
Vreemdvermogen 360 970
Resultaat -92 -64
Risico’s Geen
Coöperatief beheer groengebieden Midden-Delfland
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Sport en recreatie
Openbaar belang en visie De coöperatie stelt zich ten doel de leden te faciliteren in de doelmatige en rechtmatige uitvoering van beheer- en onderhoudstaken ter zake van groengebieden in Midden-Delfland en al hetgeen met het vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.
Betrokken partijen De gemeenten Delft , Midden-Delfland, Maassluis, Schiedam, Vlaardingen en Westland.
Bestuurlijk belang Wethouder A.F. de Leede is door het college van B&W benoemd als lid van de algemene deelnemersvergadering.
Financieel belang De bijdrage van de gemeente Vlaardingen aan het CBG bedraagt € 573.453.- per jaar.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 1-1-2020 Per 31-12-2020
Eigen vermogen 5.025 4.779
Vreemdvermogen 2.780 4.100
Resultaat -245 -75
Risico’s Door de economische voorspoed stijgen de prijzen voor materialen en onderhoud. De begrote bedragen zijn gebaseerd op gerealiseerde aanbestedingen in het verleden. Voor de aanpak essentaksterfte is een voorziening ingesteld. De aantasting gaat sneller dan voorzien en geeft veiligheidsrisico’s met de noodzaak voor meer incidentele aanpak met meer kosten. De van baten economisch beheer zijn de afgelopen jaren toegenomen; het is onzeker of dit zal doorzetten.

Paragraaf Corona

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Corona - Inleiding

Inleiding
We blikken terug op een bijzonder en bewogen jaar. We werden overvallen door de coronapandemie. Een unieke situatie die niemand eerder heeft meegemaakt. De uitdagingen van deze pandemie kwamen bovenop die van onze financiële positie. De financiële onzekerheden van de coronapandemie waren lange tijd groot. We wisten zeker in de eerste maanden niet wat ons te wachten stond. We verkeerden in onzekerheid over de kosten die we voor de bestrijding van de pandemie zouden moeten maken en met welke inkomstendervingen we te maken zouden krijgen. Ook vroegen wij ons af of en hoe wij de partijen in de stad zoals ondernemers, culturele instellingen en sportverenigingen zouden ondersteunen om deze moeilijke periode door te komen. Daarbij moesten wij de afweging maken tussen het verstevigen van onze financiële positie aan de ene kant en het behouden van de leefbaarheid van de stad aan de andere kant. Daarnaast was in het begin van het jaar onduidelijk in hoeverre compensatie door het Rijk afdoende zou zijn. In de loop van het jaar kregen we hier langzaamaan meer zicht op. Middels een raadsmemo d.d. 29 september 2020 (kenmerk 1812856) en de 2e voortgangsrapportage hebben wij u geïnformeerd over de verwachte financiële impact. Op dat moment waren veel effecten nog in hoge mate onzeker, maar leek het er op dat het Rijk voldoende compensatie bood om de effecten op te vangen. We gingen er op dat moment daarom vanuit dat er per saldo geen effect op onze begroting zou zijn. Nu we de jaarrekening hebben opgemaakt, zien we echter dat op diverse beleidsterreinen uitgaven achter zijn gebleven bij de ramingen doordat werkzaamheden geen doorgang hebben kunnen vinden of doordat er juist minder beroep op voorzieningen is gedaan door de pandemie. Ook de verwachte derving van inkomsten van bijvoorbeeld parkeren en toeristenbelasting heeft zich in de praktijk tegen de verwachting in niet voorgedaan. Veel van deze onderbestedingen hebben zich afgespeeld bij onze verbonden partijen waardoor ons zicht hierop in de loop van het jaar extra werd bemoeilijkt. Ook de verbonden partijen hadden te maken met grote onzekerheden waardoor zij zeker in de eerste maanden niet in staat waren ons van een juiste inschatting te voorzien.

Op 31 augustus 2020 heeft het kabinet het eerste compensatiepakket coronacrisis medeoverheden bekend gemaakt welke via de septembercirculaire aan de gemeenten is uitgekeerd. Op dat moment werd ook duidelijk dat het Rijk de extra kosten die de Veiligheidsregio’s en GGD ’s maken rechtstreeks aan hen zou compenseren. In de decembercirculaire volgde een tweede steunpakket.

In de tabel op de volgende pagina zijn alle financiële effecten opgenomen van de ontvangen steunpakketten, directe uitgaven ten laste van deze pakketten en de overige financiële effecten van genoemde onderbestedingen. Het totale voordelige effect op het saldo van de jaarrekening 2020 bedraagt € 5 miljoen. Dit bedrag bevat een schattingselement. De corona effecten zijn niet altijd strikt te onderscheiden van andere oorzaken.

Voor 2021 zijn de vooruitzichten nog ongewis. Op het moment van schrijven van deze coronaparagraaf zit Nederland nog steeds in lockdown, zijn de dagelijkse besmettingsaantallen en ziekenhuisopnamen nog steeds hoog en vordert het vaccinatieprogramma gestaag. Hoe lang deze situatie nog voort duurt kan niet met zekerheid worden voorspeld. Hoe lang het Rijk door zal gaan met financiële ondersteuning is ook nog niet bekend. Veel zal hierbij van een nieuw kabinet afhangen. Om deze onzekerheden het hoofd te bieden hebben wij in de begroting 2021 een bedrag van € 1 miljoen opgenomen. Wij achten het verstandig om dit bedrag vooralsnog achter de hand te houden.

Op de langere termijn zijn de onzekerheden eveneens groot. Met name de kracht van het economisch herstel en de ontwikkeling van de werkgelegenheid zijn onzeker. Als gevolg hiervan is ook de ontwikkeling van het aantal bijstandsuitkeringen moeilijk voorspelbaar. Dit kan in potentie een stevige impact hebben op onze meerjarenbegroting. Voorzichtig financieel beleid blijft dus geboden.

Financieel overzicht Corona (bedragen x € 1.000)
Inkomsten corona steunpakketten
Corona steunpakketten septembercirculaire (1e en 2e pakket) *1 3.566
TOZO steunpakket uitvoerings- en uitkeringskosten 9.310
Totaal inkomsten coronasteunpakket 12.876
Uitgaven ten laste van corona steunpakketten
TOZO verstrekkingen (SOW) -9.310
Aanvullend pakket re-integratie (SOW) -265
Gemeentelijk schuldenbeleid (SOW) -71
Integratie uitkeringen participatie (SOW) -746
Decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang (ROGplus) -611
Decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang (ROGplus) -95
ICT en facilitaire kosten -111
Verwerkingskosten extra huishoudelijk afval -1.056
Jeugd- en jongerenwerk, maatschappelijke opvang en wijkcentra -142
Integraal veiligheidsbeleid -248
Totaal uitgaven ten laste van corona steunpakketten -12.655
Overige lagere uitgaven ten gevolge van corona
Diverse kosten griffie 133
Opleidingsbudget 242
Vertraging digitaliseringstrajecten 115
Facilitaire diensten 350
Preventiebeleid Veiligheid & handhaving 109
Leerlingenvervoer 198
Bureau leerrecht 110
Onderwijsachterstanden beleid 170
Minimabeleid 1.144
Wet Maatschappelijke ondersteuning *2 1.318
Beschermd wonen 674
Vrouwenopvang 215
Totaal uitgaven ten laste van corona steunpakketten 4.778
Totaal financieel effect corona op jaarrekeningsaldo 4.999
*1 Middels de decembercirculaire is een derde coronasteunpakket ontvangen van € 473.000. Deze baten zijn in overleg met de accountant in boekjaar 2021 verwerkt omdat de besteding ook pas in 2021 aanvangt.
*2 Van de onderbesteding op de WMO ad. € 1.648.000 is naar schatting 80% veroorzaakt door corona.

De via de septembercirculaire ontvangen steunpakketten ad € 3.566.000 zijn door middel van een begrotingswijziging bij de 2e voortgangsrapportage in de begroting verwerkt. Het via de decembercirculaire ontvangen steunpakket af € 473.000 is in overleg met de accountant in boekjaar 2021 verwerkt. Van de ontvangen TOZO middelen ad € 9.310.000 is € 7.508.000 bij de 2e voortgangsrapportage als begrotingswijziging verwerkt. Het restant van de toegekende TOZO middelen is te laat toegekend om nog via een wijziging in de begroting te kunnen verwerken.

De totale uitgaven ten laste van de steunpakketten ad € 12.655.000 zijn lager dan de ontvangen middelen ad € 12.876.000. De steunpakketten van het Rijk waren mede bedoeld om de derving van inkomsten van met name parkeren en toeristenbelasting op te vangen. Deze derving van inkomsten heeft zich in de praktijk tegen de verwachting in afgelopen jaar echter niet voorgedaan.

Enkele ontvangen coronasteunpakketten hebben wij één op één doorbetaald aan de verbonden partijen zoals StroomOpwaarts en ROGplus. In bovenstaande tabel is aangegeven welke bedragen wij aan deze verbonden partijen hebben doorbetaald. De eindafrekening TOZO zal in 2021 opgesteld worden waarbij een eventueel resultaat via de gemeente met het Rijk verrekend zal worden. De resultaten op de overige doorbetaalde steunpakketten zullen in 2021 met StroomOpwaarts en ROGplus verrekend worden. Deze resultaten worden naar verwachting in de 2e voortgangsrapportage 2021 opgenomen. Behoudens de TOZO-regeling vindt er geen afrekening met of verantwoording aan het Rijk plaats over de ontvangen steunpakketten.

Toelichting

Terug naar navigatie - Paragraaf Corona - Toelichting

Toelichting
Hierna volgt een toelichting op de gepresenteerde onderbestedingen.

Diverse kosten griffie
Vanwege de maatregelen ter beheersing van de coronapandemie zijn de fysieke raadbijeenkomsten in 2020 veelal niet doorgegaan. Daardoor zijn minder kosten gemaakt aan fysieke vergaderingen, cursussen en overige kosten. Dit levert een voordeel op van € 133.000.

Opleidingsbudget
Vanwege de coronamaatregelen zijn veel opleidingen geannuleerd of uitgesteld. Per saldo levert dit een voordeel op van € 242.000.

Vertraging digitaliseringsprojecten
Vanaf maart 2020 is voornamelijk ingezet op het versneld mogelijk maken van digitaal samenwerken als gevolg van de maatregelen omtrent thuiswerken in het kader van de coronapandemie. Hierdoor is vertraging ontstaan in de realisatie van andere digitaliseringsprojecten. Per saldo levert dit een voordeel op van € 115.000.

Facilitaire diensten
Vanwege corona is een aantal facilitaire diensten aanzienlijk afgeschaald. Voorbeelden hiervan zijn de vermindering van de catering, beveiliging en het gebruik van transportmiddelen. Daarnaast zijn er, met oog op de mogelijke toekomstige hybride werkvorm, nauwelijks kosten gemaakt voor de vernieuwing van het meubilair. Per saldo is hierdoor een voordeel van € 350.000 ontstaan.

Preventiebeleid Veiligheid & Handhaving
Er zijn minder kosten gemaakt voor integraal veiligheidsbeleid, voornamelijk op preventiebeleid. Door de coronapandemie is er minder ingezet op bijvoorbeeld de aanschaf en plaatsing van mobiele camera's. Hierdoor is € 109.000 minder uitgegeven dan begroot.

Leerlingvervoer
Door uitval van ritten als gevolg van coronamaatregelen tijdens de 1e en 2e lockdown is € 198.000 minder uitgegeven dan begroot. In de tussenliggende periode is alleen gereden bij (gedeeltelijke) openstelling van de scholen.

Bureau leerrecht
Door de coronapandemie is voor € 110.000 minder aan kosten gemaakt dan begroot.

Onderwijsachterstandenbeleid
Op het gemeentelijk deel van het budget voor onderwijsachterstandenbeleid is door corona € 170.000 minder besteed dan geraamd.

Minimabeleid
Uit de 2e bestuursrapportage van StroomOpwaarts blijkt een onderbesteding van € 1.144.000 op het minimabeleid. Dit heeft in hoofdlijn de volgende oorzaken:

  • In 2020 waren er minder aanvragen individuele inkomenstoeslag en bijzondere bijstand. Dit was voornamelijk het gevolg van de coronamaatregelen. Daarnaast lagen door de coronamaatregelen (maart tot en met mei, november en december) sport- en cultuurverenigingen stil. Het voordeel op armoedevoorzieningen bedraagt ongeveer € 500.000.
  • Op de extra beschikbaar gestelde middelen ad € 700.000 voor armoede en schulden (regionale visie armoede en schulden Maassluis, Vlaardingen en Schiedam 2020-2023) is als gevolg van corona geen beroep gedaan.

Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO)
Grotendeels als gevolg van corona heeft op de WMO een onderbesteding plaats gevonden van € 1.648.000. Dit zijn de voornaamste afwijkingen:

  • Minder taxikosten door minder gebruik € 200.000
  • Minder verstrekte scootmobielen en rolvoorzieningen € 300.000
  • Minder gebruik algemene voorziening schoon huis (€ 300.000) en Meedoen in de stad (€ 600.000).

We schatten dat ongeveer 80% van deze onderbestedingen door corona veroorzaakt worden.

Beschermd wonen
De kosten van beschermd wonen zijn € 674.000 lager dan begroot. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door corona. Hierdoor is minder vaak een beroep gedaan op deze voorziening. Het ontvangen coronasteunpakket van € 611.000 is niet nodig gebleken.

Vrouwenopvang
De kosten van vrouwenopvang (Veilig thuis) zijn € 215.000 lager dan begroot. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door corona. Hierdoor is minder vaak een beroep gedaan op deze voorziening. Het ontvangen coronasteunpakket van € 95.000 is niet nodig gebleken.