In 2021 is verder gewerkt aan de versterking van het financiële fundament. Hoewel de gemeente Vlaardingen in 2021 niet meer onder preventief toezicht van de Provincie stond, zijn nieuwe beleidsuitgaven steeds getoetst op onvermijdbaarheid en onuistelbaarheid.
Daarnaast is er scherp gestuurd op de budgetten en het realiseren van het aanvullende ombuigingspakket. Voor 2021 stond voor € 5,2 miljoen aan aanvullende ombuigingen begroot. Op dit ombuigingspakket is nauwelijks sprake geweest van negatieve bijstellingen.
Al met al laat de jaarrekening een voordelig resultaat zien van ongeveer € 24,1 miljoen.
Ook in 2021 heeft de coronacrisis invloed gehad op de gemeentelijke financiën. Voor een verdere uitwerking hiervan verwijzen wij u naar de Paragraaf Corona.
Privaatrechtelijke overeenkomst kabels en leidingen
Het geschil met Stedin is ultimo 2021 nog niet opgelost. Wij verwachten in de loop van 2022 duidelijkheid te kunnen verschaffen over de uitkomst van het geschil.
Onroerende zaakbelasting
De verhoging van 3% bovenop de reguliere aanpassing voor inflatie voor de OZB in 2021 is gerealiseerd. Omdat de waardeontwikkeling hoger was dan bij de berekening van de tarieven werd aangenomen, zijn er in 2021 hogere opbrengsten behaald dan primair begroot. Hierover is al gerapporteerd in de 2e Voortgangsrapportage 2021.
Waardering | Ratio weerstandsvermogen | Betekenis |
---|---|---|
A | 2,00 | Uitstekend |
B | 1,5 - 1,9 | Ruim voldoende |
C | 1,0 - 1,4 | Voldoende |
D | 0,8 - 0,9 | Matig |
E | 0,6 - 0,7 | Onvoldoende |
F | < 0,6 | Slecht |
Uw raad heeft via een amendement bij de Kadernota 2020 besloten om de minimale weerstandsratio op 1,0 te stellen en zo snel mogelijk toe te werken naar een ratio van 1,7.
Een weerstandsratio van 1,0 betekent dat het weerstansvermogen, oftewel de Algemene Reserve, gelijk is aan de ingeschatte risico's. De risico-inventarisatie is uitgebreid ten opzichte van voorgaande jaren. Waar de focus eerst lag op risico's met een incidenteel karakter, is nu ook gekeken naar de structurele component. De totale risico's worden ingeschat op € 39,3 miljoen. Deze risico's worden afgezet tegen de kans dat deze zich voordoen en de correlatie tussen deze risico's. Daarnaast hanteren we een factor 3 bij de structurele risico's. Dit heeft geresulteerd tot een benodigde weerstandscapaciteit van € 37,6 miljoen. Bij een minimale weerstandsratio van 1,0 moet het weerstandsvermogen dus minimaal € 37,6 miljoen bedragen.
Bij een weerstandsratio van 1,7 mag de Algemene Reserve dus nooit onder de € 63,9 miljoen dalen. De Algemene Reserve bedraagt momenteel € 22,3 miljoen. We voldoen dus niet aan de doelstelling uit de Kadernota 2020. Wanneer de raad besluit om het positieve rekeningresultaat minus de budgetoverhevelingen via resultaatbestemming van 22,9 miljoen toe te voegen aan de algemene reserve bereiken we een weerstandsratio van 1,2. Dit is dus hoger dan de minimale weerstandsratio van 1,0.