Paragrafen

Paragraaf Lokale heffingen

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Inleiding

Lokale heffingen zijn de inkomsten die verkregen worden op grond van publiekrechtelijke regels, voornamelijk belastingen, heffingen en retributies. De heffingen zijn gebaseerd op wettelijke bepalingen. Bij de lokale lasten maken we onderscheid tussen zuivere belastingen, heffingen en retributies:

  • De zuivere belastingen behoren tot de algemene dekkingsmiddelen en zijn voor de uitvoering van collectieve vormen van dienstverlening, maar ook individuele vormen van dienstverlening zonder een duidelijke relatie tussen dienstverlening en belasting. In Vlaardingen onderscheiden we in 2021 onroerende zaakbelasting (OZB), de hondenbelasting, de precariobelasting en de toeristenbelasting.
  • De heffingen zijn voor de dekking van de kosten voor uitvoering van publiekrechtelijke dienstverlening. Dat houdt in dat de belastingplichtige ook moet betalen als hij de dienst niet wenst. Voorbeelden van heffingen zijn afvalstoffenheffing en rioolheffing.
  • De retributies zijn vergoedingen voor individuele dienstverlening van typische overheidsdiensten van publiekrechtelijke aard. Voorbeelden hiervan zijn leges voor een paspoort en rijbewijs.

 

Beleid

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Beleid

Uitgangspunten van het gemeentelijk beleid 2021 waren ten aanzien van de belastingen en heffingen: gematigde belastingen en kostendekkende heffingen en retributies.

  • Onroerendezaakbelasting: de OZB-opbrengsten zijn verhoogd met 4,7% bestaande uit de vastgestelde indexering van 1,7% vermeerdert met 3% zoals is vastgelegd in het Herstelplan april 2020.
  • De tarieven van de overige gemeentelijke belastingen, heffingen en leges zijn geïndexeerd met 1,7%. De uitzondering hierop wordt gevormd door de wettelijk vastgelegde tarieven en het tarief voor de Zeehavengelden en Binnenhavengelden, waarvoor Vlaardingen meelift met Rotterdam.
  • Het tarief voor het rioolrecht, gebaseerd op het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan, was € 159,28.
  • Het tarief voor de afvalstoffenheffing, gebaseerd op de gewenste opbrengst in combinatie met het aantal huishoudens, werd verhoogd met 5,13%.
  • De opbrengst van de bedrijven Investeringszone (BIZ) is ongewijzigd gebleven.
  • De parkeertarieven kennen een eigen regime en zijn bij afzonderlijk raadsbesluit vastgesteld.

 

Kwijtschelding

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Kwijtschelding

Voor mensen met de laagste inkomens bestaat de mogelijkheid van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de lokale lasten. De regels voor het toekennen worden bepaald door de Rijksoverheid, neergelegd in de Invorderingswet. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen, die een inkomen hebben dat niet hoger ligt dan de bijstandsnorm.
Gemeenten mogen hiervoor een lager inkomen hanteren. De gemeente Vlaardingen hanteert de zogenaamde 100%-norm, dat betekent dat inwoners van Vlaardingen met een inkomen op bijstandsniveau in beginsel voor kwijtschelding in aanmerking komen. Voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend, mogen gemeenten zelf bepalen. In Vlaardingen kan kwijtschelding worden aangevraagd voor de afvalstoffenheffing. Er is in 2021 voor een bedrag van € 1.083.500 aan kwijtschelding verleend. Dit is meer dan in de begroting geraamd.  De voornaamste oorzaak hiervan is de coronacrisis.

Gemeentelijke belastingschulden tot en met 2020 van slachtoffers van de kinderopvangtoeslagaffaire worden kwijtgescholden op basis van een landelijke regeling. De gemeente Vlaardingen wordt hiervoor gecompenseerd door het Rijk. De kwijtschelding in 2021 bedraagt € 28.500. De te ontvangen compensatie vanuit het Rijk bedraagt € 52.100, waarvan € 29.074 ziet op kwijtschelding van schulden uit voorgaande jaren.

 

Woonlasten, lokale lastendruk

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Woonlasten, lokale lastendruk

Onder de woonlasten verstaan we het gemiddelde bedrag dat een huishouden in Vlaardingen betaalt aan OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Bij de berekening van de totale woonlasten hebben we de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  1. We gaan uit van een eigen woning, die wordt bewoond door een gezin;
  2. De OZB-aanslag is gebaseerd op de gemiddelde WOZ-waarde van een woning in Vlaardingen.

De ontwikkeling van de woonlasten van de afgelopen jaren ziet er als volgt uit. 

 

Woonlasten 2017 2018 2019 2020 2021
OZB-eigenaar 255,47 261,60 267,85 287,94 € 308,00
OZB-gebruiker n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Rioolheffing 157,80 157,80 157,80 161,36 € 159,28
Afvalstoffenheffing 317,21 325,14 330,03 351,53 € 369,56
Totaal 730,48 744,54 755,68 800,83 € 836,84

Woonlasten, vergelijking met andere gemeenten

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Woonlasten, vergelijking met andere gemeenten

Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) geeft sinds 1997 met de ’Atlas van de lokale lasten‘ inzicht in de woonlasten per gemeente en de posities die de gemeenten ten opzichte van elkaar innemen in Nederland. Hierbij geldt dat nummer 1 de goedkoopste gemeente is en nummer 370 de duurste. In de atlas van 2021 neemt Vlaardingen de 200e plaats in op basis van de woonlasten zoals die in de tabel hierboven zijn berekend. In 2021 zat Vlaardingen € 24,00 boven de landelijk gemiddelde woonlasten.
Overigens liggen de woonlasten van 80% van alle gemeenten rond het landelijk gemiddelde en daarmee heel dicht bij elkaar. Wat betreft de omringende gemeenten bedragen de woonlasten:

 

Gemeente Gemiddelde woonlasten Ranglijst Coelo (2021)
Capelle a/d IJssel € 661 22
Nissewaard € 756 85
Rotterdam € 793 134
Vlaardingen € 837 200
Schiedam € 835 195
Westland € 955 328
Delft € 867 242
Maassluis € 908 294

Opbrengsten belastingen, heffingen en retributies

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Opbrengsten belastingen, heffingen en retributies

Bij de begroting 2021 is op basis van de toen bekende informatie een inschatting gemaakt van de te ramen opbrengsten en hun kostendekkendheid. De afwijkingen van de verschillende belastingen, heffingen en retributies zijn toegelicht in het programma waar de producten worden verantwoord. De afvalstoffenheffing is inclusief de reinigingsrechten bedrijven. Onderstaand overzicht geeft inzicht in de realisatie daarvan:

Opbrengsten heffingen, retributies en belastingen Realisatie Begroting Begroting na Realisatie Verschil Verschil
bedragen x € 1.000 2020 2021 wijziging 2021 2021 in %
Leges Burgerzaken 792 761 761 1.013 252 33,38%
Parkeerbelasting 2.532 2.319 2.561 2.607 46 1,80%
Zeehaven- en binnenhavengelden 1.025 1.149 952 1.022 72 7,56%
Afvalstoffenheffing 10.609 11.169 11.409 11.338 -71 -0,62%
Rioolheffing 6.115 6.073 6.073 6.048 -25 -0,41%
Begraafrechten 808 812 771 825 54 7,00%
Leges bijzondere wetten 28 18 18 13 -5 -27,78%
Leges bouwvergunningen 1.352 1.135 1.135 975 -160 -14,10%
Precariobelasting 612 641 641 599 -42 -6,55%
Hondenbelasting 291 297 357 373 16 4,48%
Onroerendezaakbelasting 18.886 19.750 20.200 20.268 68 0,34%
Toeristenbelasting 277 281 129 232 103 79,84%
Totaal 43.327 44.405 45.007 45.313 308 0,68%

Kostendekkendheid

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Kostendekkendheid

 

 

Rioolheffing
De rioolheffing is een heffing om het beheer en het onderhoud van het gemeentelijk rioolstelsel te bekostigen. Uitgangspunt bij deze heffing is dat de tarieven kostendekkend zijn. De stijging van de rioolheffing is dus afhankelijk van de ontwikkeling van de kosten. Voor het beheer en onderhoud op de lange termijn is een gemeentelijk rioleringsplan opgesteld waarin onder andere de kosten zijn opgenomen die door middel van een rioolheffing moeten worden gedekt. Voor 2021 was het tarief van de rioolheffing € 159,28.

 

Rioolheffing Begroting Begroting na wijziging Realisatie Verschil Verschil
2021 2021 2021 in %
Kosten taakveld inclusief (omslag) rente 2.926.673 2.938.756 2.341.439 597.317 20,33%
Inkomsten taakveld, exclusief heffingen -85.000 -85.000 -120.011 35.011 -41,19%
Netto kosten taakveld 2.841.673 2.853.756 2.221.427 632.329 22,16%
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag) rente 320.826 320.826 320.825 1 0,00%
BTW 361.193 361.193 278.485 82.708 22,90%
Totale kosten 3.523.691 3.535.775 2.820.738 715.037 20,22%
Opbrengst heffing -6.072.549 -6.072.549 -6.047.650 -24.899 0,41%
Toevoeging aan voorziening 2.548.857 2.548.857 3.226.912 -678.055 -26,60%
Totale inkomsten -3.523.691 -3.523.691 -2.820.738 -702.954 19,95%
Dekkingspercentage 100,00% 99,66% 100,00% 0,34%
Bij de riolering is conform het vastgestelde beleid sprake van een zogenaamd gesloten systeem. Om die reden is het voordeel van de lagere lasten, gesaldeerd met de lagere opbrengsten, gestort in de voorziening Rioleringswerken.

Afvalstoffenheffing
De afvalstoffenheffing is een heffing om het ophalen en verwerken van de huishoudelijke afvalstoffen te bekostigen. Uitgangspunt bij deze heffing is dat de tarieven kostendekkend zijn. De stijging of daling van de afvalstoffenheffing is mede afhankelijk van de ontwikkeling van de kosten. Bij deze heffing wordt een tariefdifferentiatie toegepast voor één- en meerpersoonshuishoudens.

De tarieven waren in 2021 5,13% hoger ten opzichte van 2020. Deze stijging had een aantal oorzaken. De belangrijkste oorzaak was de voorziening afvalstoffenheffing. Deze zou ultimo 2020 leeg zijn. In 2021 kon er maar € 30.315 worden onttrokken aan de voorziening afvalstoffenheffing aangezien deze voorziening daarna leeg was.

Verder zijn de kosten in 2021 gestegen door de reguliere aanpassingen voor inflatie.

Afvalstoffenheffing Begroting Begroting na wijziging Realisatie Verschil Verschil
2021 2021 2021 in %
Kosten taakveld inclusief (omslag) rente 10.706.841 10.710.805 10.986.540 -275.735 -2,57%
Inkomsten taakveld, exclusief heffingen -1.244.295 -1.244.295 -1.287.215 42.920 -3,45%
Netto kosten taakveld 9.462.546 9.466.510 9.699.325 -232.815 -2,46%
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag) rente 72.789 72.789 72.788 1 0,00%
BTW 1.663.505 1.663.505 1.655.400 8.105 0,49%
Totale kosten 11.198.840 11.202.804 11.427.514 -224.709 -2,01%
Opbrengst heffing -11.168.525 -11.408.692 -11.337.661 -71.031 0,62%
Onttrekking aan voorziening -30.515 -30.515 -174.410 143.895 -471,55%
Storting aan voorziening 0 460.521 84.557 375.964 81,64%
Totale inkomsten -11.199.040 -10.978.686 -11.427.514 448.828 -4,09%
Dekkingspercentage 100,00% 98,00% 100,00% 2,00%
Bij de afvalstoffenheffing is sprake van een gesloten systeem. Het saldo van de lagere dan geraamde kosten en inkomsten wordt geëgaliseerd door een lagere dan geraamde onttrekking aan de voorziening Afvalverwijdering.

Lijkbezorgingsrechten
Deze retributie wordt geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor verleende diensten in verband met de begraafplaats. Lijkbezorgingsrechten worden geheven bij de aanvrager van de dienst, dan wel van degene voor wie de dienst wordt verricht. De tarieven zijn verhoogd met 1,7%.

Lijkbezorgingsrechten Begroting Begroting na wijziging Realisatie Verschil Verschil
2021 2021 2021 in %
Kosten taakveld inclusief (omslag) rente 587.102 587.104 580.130 6.974 1,19%
Inkomsten taakveld, exclusief heffingen 0 0 0 0
Netto kosten taakveld 587.102 587.104 580.130 6.974 1,19%
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag) rente 132.461 235.307 235.307 0
BTW 0 0 0 0
Totale kosten 719.563 822.411 815.437 6.974 0,85%
Opbrengst heffing -811.366 -770.786 -828.742 57.956 7,52%
Dekkingspercentage 112,76% 93,72% 101,63% 7,91%

Parkeerbelasting
Deze belasting wordt geheven voor het gedurende een aaneengesloten periode laten staan van een voertuig binnen de gemeente. De belasting wordt geheven bij degene die het voertuig heeft laten staan of de houder van het voertuig. De tarieven kennen een eigen beleid en worden afzonderlijk vastgesteld.

Parkeerbelastingen Begroting Begroting na wijziging Realisatie Verschil Verschil
2021 2021 2021 in %
Kosten taakveld inclusief (omslag) rente 1.600.592 1.541.441 1.287.423 254.019 16,48%
Inkomsten taakveld, exclusief heffingen -20.725 -115.522 -149.551 34.028 -29,46%
Netto kosten taakveld 1.579.867 1.425.919 1.137.872 288.047 20,20%
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag) rente 146.403 146.403 146.402 1
BTW 0 0 0 0
Totale kosten 1.726.270 1.572.322 1.284.274 288.048 18,32%
Opbrengst heffing -2.317.821 -2.560.501 -2.606.827 46.326 -1,81%
Onttrekking aan voorziening 0 0 0 0
Totale inkomsten -2.317.821 -2.560.501 -2.606.827 46.326 -1,81%
Dekkingspercentage 134,27% 162,85% 202,98% 40,13%
Het voordeel van de lagere uitgaven en de hogere inkomsten van het taakveld parkeren is toegevoegd aan de algemene middelen.

Legesverordening hoofdstuk 1, algemene dienstverlening

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Legesverordening hoofdstuk 1, algemene dienstverlening

 

 

Legesverordening hoofdstuk 1, algemene dienstverlening 2021
Kosten taakvelden inclusief (omslag) rente 433.123
Inkomsten taakvelden, exclusief heffingen
Netto kosten taakvelden 433.123
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag) rente 668.739
BTW 0
Totale kosten 1.101.862
Opbrengsten heffingen -1.013.713
Dekkingspercentage 92,00%
Het dekkingspercentage in de begroting was 92,22%. In de realisatie is dit uitgekomen op 92%

Legesverordening hoofdstuk 2, fysieke leefomgeving

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Legesverordening hoofdstuk 2, fysieke leefomgeving
Legesverordening hoofdstuk 2, fysieke leefomgeving 2021
Kosten taakvelden inclusief (omslag) rente 63.959
Inkomsten taakvelden, exclusief heffingen -12.250
Netto kosten taakvelden 51.709
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag) rente 1.650.985
BTW 0
Totale kosten 1.702.694
Opbrengsten heffingen -974.207
Dekkingspercentage 57,22%
De lagere opbrengsten bouwleges zorgen voor een lager dekkingspercentage ten opzichte van de raming in de begroting van 68,78%.

Legesverordening hoofdstuk 3, Europese dienstenrichtlijn

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Legesverordening hoofdstuk 3, Europese dienstenrichtlijn
Legesverordening hoofdstuk 3, Europese dienstenrichtlijn 2021
Kosten taakvelden inclusief (omslag) rente 700
Inkomsten taakvelden, exclusief heffingen 0
Netto kosten taakvelden 700
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag) rente 18.151
BTW 0
Totale kosten 18.851
Opbrengsten heffingen -12.991
Dekkingspercentage 68,91%
Het gerealiseerde dekkingspercentage van hoofdstuk 3 ligt i.v.m. lagere opbrengsten vanwege corona lager dan het begrote dekkingspercentage van 94,17%.

Paragraaf Weerstandsvermogen

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Inleiding

Aandacht voor voldoende weerstandsvermogen in relatie tot de risico’s van de gemeente is absolute noodzaak. In Vlaardingen heeft die aandacht vorm gekregen in een risicomanagement dat structureel onderdeel uitmaakt van de planning-en-control-cyclus. Zo vindt op dit moment twee maal per jaar, zowel bij de begroting als bij de jaarrekening, een risico-inventarisatie en een risico-waardering plaats.   Bij de verantwoording 2021 is er gekozen voor een vernieuwde aanpak  risico-inventarisatie, waar de focus niet alleen gericht is op een incidenteel karakter.    Bij die risico's  met een structureel karakter is een risicofactor van 3 toegepast.    Door exogene factoren  is er ook sprake van een stijging van de kans. 

Artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) beschrijft het weerstandsvermogen als volgt: “Het weerstandsvermogen geeft de relatie aan tussen de weerstandscapaciteit (middelen om niet begrote kosten op te vangen) en de risico’s van mogelijk materiële financiële betekenis waar geen maatregelen voor zijn getroffen”. Dit weerstandsvermogen wordt weergegeven in een verhoudingsgetal of ratio.

Weerstandsvermogen = aanwezige weerstandscapaciteit / benodigde weerstandscapaciteit * 100%

De gewenste weerstandscapaciteit is het geldbedrag dat idealiter aanwezig zou moeten zijn om risico’s af te dekken. De hoogte van de gewenste weerstandscapaciteit is volledig afhankelijk van de binnen de gemeente aanwezig risico's en vooral van de ingeschatte risicobedragen (per risico). Het gemeentelijk beleid streeft naar het realiseren van een weerstandsvermogen van minimaal 100%. Dit betekent dat de aanwezige weerstandscapaciteit niet langdurig en niet wezenlijk onder het niveau van de gewenste weerstandscapaciteit kan liggen. 

 

Aanwezige weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Aanwezige weerstandscapaciteit

De aanwezige weerstandscapaciteit bestaat uit het totaal aan middelen dat de gemeente beschikbaar heeft of op korte termijn vrij kan maken om financiële tegenvallers op te vangen. De Algemene Reserve vormt daarbij het reeds beschikbare deel. De aanwezige weerstandscapaciteit bedraagt per ultimo 2021 € 22,3 miljoen.

 

Gewenste weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Gewenste weerstandscapaciteit

De gewenste weerstandscapaciteit bestaat uit middelen die de gemeente beschikbaar zou moeten hebben of op korte termijn vrij zou moeten kunnen maken om de waargenomen risico's financieel te kunnen dekken indien deze zich voordoen in de geschatte mate (kans x impact).

Om dit bedrag te kunnen bepalen wordt externe deskundigheid ingeschakeld. Er wordt een simulatie uitgevoerd voor het berekenen van de benodigde weerstandscapaciteit op basis van de Monte Carlo methode. De basis van deze simulatie is het inventariseren en het kwantificeren van de risico’s. Hierbij is uitgegaan van een risicobereidheid van 1%. Dat wil zeggen dat Vlaardingen een kans van 1% accepteert dat de middelen om de risico's te dekken tekortschieten.

De risico-inventarisatie zoals hierboven weergegeven heeft de organisatie zelf opgesteld en deze is besproken met de externe deskundige. Op basis van de externe analyse (risico simulatie)  betreffende de risico’  moet een totale weerstandscapaciteit van € 37,6  miljoen worden aangehouden. Tegen de omvang van de weerstandscapaciteit per 31 december 2021, zijnde de Algemene Reserve, levert dit een weerstandsratio op van :

Weerstandsvermogen = € 22,3 miljoen / €  37,6 miljoen  =  0,6 

De doelstelling van de gemeente om een weerstandsratio van 1,7 aan te houden wordt hiermee niet  gehaald.  

Risico's

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Risico's

De activiteiten van de gemeente Vlaardingen gaan over een breed scala aan beleidsterreinen. Dit betekent dat onze gemeente bloot gesteld is aan een groot aantal risico’s. De aanpak  van de risico-inventarisatie gewijzigd,  er  is bij de impact rekening gehouden met een structureel component.  Er is een risico factor gebruikt van 3,   dit sluit aan bij een gemiddelde transitie periode voor implementeren van beleidswijzigingen. Daarnaast is er ook rekening gehouden met  de huidige exogene factoren zoals een inschatting van de impact  oorlog  Oekraïne/ Rusland. De kans op het risico  is sterk gestegen. Deze aanpak zal aankomende periode verder worden verfijnd, waardoor de uitkomsten in de volgende P&C  instrumenten nog wel zullen afwijken. 

Op basis van de volgende risico’s en bijbehorende kansverdeling is de uitkomst  €  37,6  miljoen.  

Risico-Inventarisatie
Onderwerp Risico Maatregel Impact (most likely) Kans op risico
x € 1.000 (in % )
GEVOLGEN CALAMITEIT/RAMP Als gevolg van calamiteiten / rampen, bestaat de kans dat kosten voor nazorg, tijdelijk onderdak, personele kosten e.d. voor rekening van de gemeente komen. Rampenorganisatie, rampenplannen, coördinator rampenbestrijding, rampenoefeningen. Deelname aan de VRR, toezicht op bedrijven al dan niet via DCMR. 250 25%
VERBONDEN PARTIJEN (WAARONDER GR) Afgeleide risico's van gemeenschappelijke regelingen, m.n. afwezigheid van reserves bij de GR'en. Bij overschrijden van de begroting van een GR zal de gemeente als deelnemer een financiele bijdrage moeten leveren. Notitie werkwijze Verbonden Partijen. Regie op de verbonden partijen, aansluiting P&C cyclus. Controleverklaringen bij de jaarrekeningen én de accountantsverslagen die gericht zijn aan het algemeen bestuur van de verbonden partijen. 750 20%
AFTREDEN WETHOUDERS Als gevolg van het tussentijds (moeten) aftreden van één of meerdere wethouders, bestaat de kans dat wachtgeld en kosten van sollicitatie - en loopbaanbegeleiding betaald moet worden. Geen. Discreet
FOUTEN INKOOPPROCEDURES Als gevolg van (fouten in) de inkoopprocedures/aanbestedingstrajecten, bestaat de kans dat de gemeente aansprakelijk wordt gesteld en mogelijk de leverancier moet compenseren voor de misgelopen winst. De gemeentelijke organisatie heeft een eigen inkoopafdeling, welke bestaat uit inkoopadviseurs, een contractadviseur en contractbeheerders. Daarnaast kent elke lijnafdeling Inkoop-ambassadeurs, die gedegen basiskennis hebben van Inkoop- en aanbestedingsprocedures. 150 10%
LOONSOM Als gevolg van cao wijzigingen (loonsverhogingen) en stijging van werkgeverslasten bestaat het risico dat een overschrijding op de loonsom ontstaat. De salarisbudgetten in de meerjarenbegroting aan de hand van de uitgangspunten in de meicirculaire gemeentefonds bijstellen. 180 50%
GEGARANDEERDE LENINGEN ZORGCENTRA Als gevolg van het eventueel failliet van zorgcentra, bestaat de kans dat de gemeente rente en aflossingen moet betalen voor de gegarandeerde leningen aan deze zorgcentra. Geen. 150 10%
CLAIMS EN NADEELCOMPENSATIE Burgers en private partijen claimen meer en vaker bij de gemeente. Dit vraagt meer juridische inzet, zowel bij het aangaan van contracten en overeenkomsten, verzoeken tot nadeelcompensatie, maar ook bij schadegevallen, aansprakelijkstellingen en dergelijke. Deskundigheid voor de afhandeling verhaalschade. Verzekering voor de aansprakelijkstellingen, met eigen risico. 120 25%
INGEKOMEN SUBSIDIES Als gevolg van onjuiste interpretatie van subsidievoorwaarden bestaat de kans dat niet aan de voorwaarden wordt voldaan en subsidiegelden lager of op nihil worden gesteld. Op basis van een subsidie register is er inzicht op de ontvangen subsidies. Het proces wordt verder ingericht ter verbetering van de beheersing. 190 10%
INKOMENSVOORZIENING / MINIMAVOORZIENING (inkomsten) De gemeente loopt een risico , alvorens in aanmerking te komen voor de "vangnetregeling "van het Rijk. Stroomopwaarts voert beiden regelingen uit lopende de P&C cyclus wordt de ontwikkeling van inkomen en minima voorziening versus BUIG (inkomsten) gemonitord. 3.000 30%
JEUGDHULP (LOKAAL EN REGIONAAL) Het beroep op specialistische jeugd hulp stijgt meer dan het gemiddeld gebruik van afgelopen jaren. Investeren op het voorliggend veld en de vernieuwende aanpak. Aanbesteding inkoopmodel jeugd. Lopende de P&C cyclus wordt het gebruik gemonitord. 3.300 40%
WMO LOKAAL Het beroep op WMO stijgt meer dan het gemiddeld gebruik van afgelopen jaren. Lopende de P&C cyclus wordt het gebruik gemonitord. Op basis van signalen beoordelen welke wijziging mogelijk zijn. 1.500 20%
GARANTIESTELLING WONINGBOUW-CORPORATIES De gemeente heeft voor een totaalbedrag van € 517,4 miljoen aan garanties verstrekt. Van dit bedrag wordt € 497,2 miljoen gegarandeerd door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Pas als het garantievermogen van het WSW daalt tot onder de drempel van 0,25% van het garantievolume, dan treedt de achtervangpositie van het rijk en de gemeente in werking in de vorm van het verstrekken van renteloze leningen. De achtervang of zekerheidsstructuur bestaat uit drie lagen: 1.Primaire zekerheid: de financiele middelen van de corporatie. 2.Secundaire zekerheid: de borgstellingsreserve van het WSW 3.Tertiaire zekerheid: Rijk en gemeenten 1.500 1%
VEILIG THUIS Stijging van het aantal meldingen Er wordt ten aanzien van alle zorgtarieven gewerkt volgende de AMvB. Getracht wordt met de nieuwe aanbesteding en de daaruit voortvloeiende transformatie de kosten per persoon omlaag te brengen door meer in te zetten op kwalitatief goede algemene voorzieningen. 30 50%
VERZEKERINGEN Beperken grote risico's door het afsluiten van verschillende verzekeringen met een zo laag mogelijke premie. De Uitgebreide gevaren verzekering (UGV) en de Aansprakelijkheids+-verzekering (AVG) zijn opnieuw aanbesteed. De eigen risico's zijn verhoogd om een zo laag mogelijke premie te krijgen. Mogelijk is hierdoor een hoger bedrag nodig voor schadeclaims. 250 10%
ACHTERSTALLIG ONDERHOUD De laatste jaren wordt minder onderhoud gepleegd bij eventueel af te stoten panden. Hierdoor ontstaan veiligheidsrisico's. Voor alle panden is een meerjarenonderhoudsplan opgesteld en het onderhoud wordt planmatig bijgehouden. 300 70%
LEEGSTAND Minder inkomsten uit huur door wegvallen commerciele huurders door faillissement/verhuizing. Toename leegstaande panden door terug levering panden vanuit de organisatie (scholen, sportfaciliteiten) Waardevermindering door leegstand. Jaarlijks wordt de lijst af te stoten bezit vastgesteld met als doel de vastgoedportfeuille te beperken tot de kerntaak. Dit leidt tot minder leegstand en een betere inzet van het vastgoed. 100 70%
ASBESTSANERING Wegens aanscherping van de wetgeving bij verkoop van een pand is een asbest-inventarisatie en een kostenraming nodig. Aanwezigheid van asbest leidt tot: a. lagere verkoopopbrengst; b. afzonderlijk scheiden van asbest bij sloop; c. asbestsanering toepassen bij het reguliere of planmatig onderhoud. Bij elke verkoop of sloop wordt standaard een asbestinventarisatie uitgevoerd. Het risico van aanwezigheid van asbest dat niet bij de inventarisatie is geconstateerd wordt zoveel mogelijk overgedragen aan koper. 150 50%
GRONDEXPLOITATIES: VERTRAGING PLANNEN Als gevolg van planvertraging van grondexploitaties, bestaat de kans op nadelig effect op het financiële resultaat. Continue toetsing grondopbrengsten en kosten (2x pj én na elke grondafname), openbare aanbestedingen, goede marketing en communicatie, tijdige onderzoeken e.d. 338 10%
GRONDEXPLOITATIES: DIVERSE SPECIFIEKE RISICO'S Als gevolg van diverse factoren die bij grondexploitaties kunnen optreden bestaat de kans op effecten op het financiële resultaat. Continue toetsing grondopbrengsten en kosten (2x pj én na elke grondafname), openbare aanbestedingen, goede marketing en communicatie, tijdige onderzoeken enzovoorts. 291 33%
INFLATIE Stijging als gevolg van exogene ontwikkeling boven de lopende begrotingsbedragen. Exogene ontwikkelingen volgen 2.500 40%
FACILITEREND GRONDBELEID De afgesloten anterieurovereenkomsten dekken niet de gemaakte kosten Inrichting projectadministratie op de anterieuren overeenkomsten. 850 40%
RENTE Gevolgen van recessie Bewaking lening portefeuille, monitoren rente ontwikkelingen. 1.800 40%
GEMEENTEFONDS Onzekerheid over de inkomsten, en gevolg van trap op trap af principe Monitoren ontwikkeling gemeentefonds, tijdig signaleren van afwijkingen. Gezonde financiele positie om tijdelijke afwijkingen te kunnen opvangen. 5.000 30%
ARBEIDSMARKT Krapte op de arbeidsmarkt waardoor hogere apparaatkosten en vertraging van projecten . P monitor over de volledige capaciteit 500 30%
CYBERCRIME Schade door cyberaanvallen Inrichting informatiebeveiliging inhoud en proces 500 40%
TRANSFORMATIE Ontwikkelen naar een nieuwe aanpak om (nadelige ) ontwikkelingen voor te zijn Investeren in vernieuwing, Data gedreven, sturing 15.000 30%
UITVOERINGSPROGRAMMA SOCIAAAL DOMEIN Doorloop herstelplan 638 25%

Kengetallen weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Kengetallen weerstandsvermogen

De voorgeschreven set van kengetallen geeft in samenhang een goed inzicht in de financiële positie van een gemeente.
Als gevolg van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeente (BBV) worden kengetallen opgenomen voor:

  • de netto schuld quote
  • de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
  • de solvabiliteitsratio
  • de grondexploitatie
  • de structurele exploitatieruimte
  • de gemeentelijke belastingcapaciteit

In onderstaand tabel worden de VNG normen behorende bij de kengetallen weergegeven.

Kengetallen Minst risicovol Neutraal Meest risicovol
Netto schuld-quote < 90% tussen 90% en 130% > 130%
Netto schuld-quote gecorrigeerd voor verstrekte leningen < 90% tussen 90% en 130% > 130%
Solvabiliteitsratio > 50% tussen 20% en 50% < 20%
Grondexploitatie < 20% tussen 20% en 35% > 35%
Structurele exploitatieruimte > 0% 0% < 0%
Gemeentelijke belastingcapaciteit < 95% tussen 95% en 105% > 105%

Bij ministeriële regeling zijn regels gesteld over de wijze waarop de kengetallen moeten worden vastgesteld en op welke wijze deze in de begroting worden opgenomen. In onderstaande tabel worden de kengetallen weergegeven, waarna elk kengetal nader wordt toegelicht.

Kengetallen Rekening Begroting Rekening
2020 2021 2021
Netto schuld-quote 81,4% 119,3% 75,5%
Netto schuld-quote gecorrigeerd voor verstrekte leningen 80,6% 118,5% 74,7%
Solvabiliteitsratio 12,2% 7,3% 16,1%
Grondexploitatie 4,6% 6,8% 6,1%
Structurele exploitatieruimte -0,1% -3,9% 4,3%
Gemeentelijke belastingcapaciteit 102,2% 106,3% 103,0%

Netto schuldquote

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Netto schuldquote

De netto schuldquote beoordeelt de schuld als aandeel van de inkomsten. Eenvoudig gezegd betekent een netto-schuldquote van 100% dat de schuldenlast de omvang heeft van een jaaromzet.
Een grote portefeuille uitgeleende gelden aan derden en aan verbonden partijen kan het beeld nuanceren. Daarom is tevens een kengetal opgenomen waarin de netto schuldquote gecorrigeerd wordt voor verstrekte leningen. De indicator vertoont ratio’s ruim de 100 in afnemende lijn en is daarmee goed.

In het coalitieakkoord is een maximale schuldquote afgesproken van 110%. Hier blijven we derhalve ruimschoots binnen. De netto schuldquote is immers 74,7% per 31-12-2021.

Netto schuldquote & quote minus verstrekte leningen Rekening Begroting Rekening
bedragen x € 1.000 2020 2021 2021
A- Vaste schulden 272.408 235.000 250.921
A2- Vaste schulden (afkoopsommen erfpacht) 0 31.301 0
B- Netto vlottende schulden 7.701 7.500 9.103
C- Overlopende passiva 26.897 88.355 29.490
D-Financiële vaste activa (> 1 jaar):
D1 - overige uitzettingen 5.701 5.906 5.472
D2 - verstrekte leningen en overige uitzettingen 8.144 8.111 7.677
E- Uitzettingen < 1 jaar 50.123 10.000 47.444
F- Liquide middelen 115 500 127
G- Overlopende activa 8.817 24.500 13.114
Netto schuld 242.250 321.250 223.357
Netto schuld-quote gecorrigeerd voor verstrekte leningen 239.807 319.045 221.152
H- Baten, exclusief onttrekkingen reserves 297.541 269.311 295.928
Netto schuld-quote = (A+B+C-D1-E-F-G) / H x 100% 81,4% 119,3% 75,5%
Netto schuld-quote gecorrigeerd voor verstrekte leningen= (A+B+C-D2-E-F-G)/H x 100% 80,6% 118,5% 74,7%

Solvabiliteitsratio

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Solvabiliteitsratio

De solvabiliteitsratio wordt berekend als verhouding tussen de verschillende vermogenscomponenten. Het gaat erom inzicht te krijgen in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Het kengetal geeft weer in hoeverre de in de activa geïnvesteerde vermogen door het eigen vermogen kan worden gefinancierd. Wanneer de helft of meer van het totaal vermogen uit eigen vermogen bestaat, dan is een gemeente voldoende solvabel. Is het kengetal voor solvabiliteit kleiner dan 30%, dan is er veel vreemd vermogen aanwezig en wordt dat als onvoldoende beoordeeld. Versterking het van eigen vermogen, lees Algemene Reserve, is al enkele jaren ons streven, mede vanwege de ons gestelde norm voor voldoende weerstandscapaciteit.

In het coalitie akkoord is afgesproken om als ondergrens een solvabiliteitspercentage te hanteren binnen een bandbreedte van 16% tot 20%, zonder daarbij de daaraan verbonden risico's uit het oog te verliezen. Met een solvabiliteitspercentage van 16,1% geraken we binnen de bandbreedte.

Solvabiliteitsratio Rekening Begroting Rekening
bedragen x € 1.000 2020 2021 2021
A- Eigen vermogen 45.592 28.884 60.193
B- Totaal activa (totaal vermogen) 372.322 396.139 373.877
Solvabiliteitsratio = A/B x 100% 12,2% 7,3% 16,1%

Grondexploitatie

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Grondexploitatie

Het financiële kengetal ‘grondexploitatie’ geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Wanneer een gemeente grond tegen de veel lagere prijs van landbouwgrond heeft aangekocht, loopt ze veel minder risico dan wanneer er dure grond is aangekocht en de vraag naar woningen is gestagneerd.

Een norm bepalen voor het kengetal grondexploitatie is lastig. De boekwaarde van de gronden in bezit zegt namelijk nog niets over de relatie tussen de vraag en aanbod van woningbouw dan wel m²-bedrijventerrein. Daarnaast is het van wezenlijk belang wat de te verwachte vraag is/wordt. De paragraaf Grondbeleid en het Meerjaren-Programma-Grondzaken (MPG) bieden hierin meer inzicht.

De boekwaarde van de gronden geeft wel weer in welke mate er middelen zijn aangewend in de grondexploitatie. Dit geld dient namelijk ook nog terugverdiend te worden.

Hoe kleiner het aandeel van de grondpositie is ten opzichte van de totale geraamde baten, hoe kleiner het risico is op het onvermogen om verliezen te kunnen opvangen. Een percentage kleiner dan 20 wordt als gunstig beschouwd. De ratio geeft een afname weer die het gevolg is van voltooiing van grondexploitaties.

Grondexploitatie Rekening Begroting Rekening
bedragen x € 1.000 2020 2021 2021
Boekwaarden niegg's
A- Boekwaarde grondexploitaties 13.708 18.362 18.153
B- Baten, excl. onttrekkingen reserves 296.776 269.311 295.928
Grondexploitatie = A / B x 100% 4,6% 6,8% 6,1%

Structurele exploitatieruimte

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Structurele exploitatieruimte

Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten.

Het BBV bepaalt dat een overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma wordt opgenomen. Met behulp van deze gegevens en de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves, waarvan op grond van het BBV ook een overzicht moet worden opgenomen, wordt de structurele exploitatieruimte bepaald. 

Structurele exploitatieruimte Rekening Begroting Rekening
bedragen x € 1.000 2020 2021 2021
A- Structurele lasten 282.100 273.564 274.881
B- Structurele baten 281.462 268.766 287.368
C- Structurele toevoegingen aan reserves 0 5.171 24
D- Structurele onttrekkingen aan reserves 0 -545 0
E- Baten, exclusief onttrekkingen reserves 294.827 269.311 295.928
Structurele exploitatie ruimte in % = (((B-A)+(D-C))/(E) x 100% -0,1% -3,9% 4,3%

Belastingcapaciteit

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Belastingcapaciteit

De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De definitie van het kengetal belastingcapaciteit luidt: Woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t ten opzichte van het landelijk gemiddelde in jaar t-1 uitgedrukt in een percentage.

Gemeentelijke belastingcapaciteit Rekening Begroting Rekening
Bedragen x € 1 2020 2021 2021
A- OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 288 288 308
B- Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 161 161 159
C- Afvalstoffenheffing voor een gezin 356 356 370
D- Eventuele heffingskorting voor een gezin 0 0 0
E- Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 806 805 837
F- Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1 789 757 813
Gemeentelijke belastingcapaciteit in % = (E/F) x 100% 102,2% 106,3% 103,0%

Samenvatting en conclusie

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Samenvatting en conclusie

De benodigde weerstandscapaciteit is afgenomen en de ratio bedraagt nu 0,6.   De daling van het ratio  is het gevolg van de wijziging van de aanpak risico's .   De aanpak heeft een doorloop in 2022,  waardoor  het beeld bij de jaarrekening  een eerste  aanzet is, en  in de volgende  P&C instrumenten  verfijnd zal gaan worden.    Het huidige beeld is op de volgende onderdelen bijgesteld :

1.   een geactualiseerd  beeld  van het aantal risico's.

2.   de hoogte van de impact  is rekening gehouden met het structurele karakter.

3.  de stijging van de kans door exogene ontwikkelingen, waar we vooralsnog  de gevolgen nog niet  kunnen overzien. 

 

Ondanks dat de gewenste  ratio  van 1,7  niet wordt behaald,   geeft het geen aanleiding om  financiële maatregelen te nemen.   De algemene reserve  zal nog worden aangevuld met het positief rekeningresultaat 2021,  en  de  invulling van het risicobeheersing zal nog worden verfijnd.    De algemene reserve per 31-12-2021 is voldoende om op korte termijn risico’s op te vangen. De stand van de Algemene reserve is flink gestegen, waardoor ook de solvabiliteit is gestegen naar 16,1%. De solvabiliteit blijft hiermee nog wel onder de gewenste 20%, maar is nipt hoger dan de gestelde ondergrens van 16,0%. De overige kengetallen vertonen een redelijk stabiel beeld.

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Inleiding

Deze paragraaf, in combinatie met de onderliggende beleids- en beheerplannen, geeft inzicht in de stand van het onderhoud van wegen, riolering, gebouwen etc. en de bijbehorende onderhoudskosten.
De gemeente Vlaardingen heeft ruim 7 km² openbare ruimte in beheer. In die ruimte bevindt zich een groot aantal kapitaalgoederen. Deze goederen moeten onderhouden worden. Dit is een taak die continu budgettaire middelen vergt.

Financiën algemeen

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Financiën algemeen

De uitgaven voor klein en groot onderhoud, inclusief kapitaallasten zijn verantwoord in de verschillende programma’s die horen bij het betreffende kapitaalgoed. Dit zijn Groen & Milieu (Programma 3), Verkeer en Mobiliteit (Programma 4), Onderwijs, Economie en Haven (Programma 6) en Sport en Recreatie (Programma 9). De uitgaven zijn in overeenstemming met het beleids- en beheerplan en de daarbij behorende kwaliteitskeuze.

Wegen en civieltechnische kunstwerken

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Wegen en civieltechnische kunstwerken

Beleids- en beheerkaders
Tot de beleidskaders behoren het in 2021 vastgestelde Beheerplan Wegen en het Plan Civieltechnische kunstwerken. Bepalend voor de wijze en het niveau waarop het wegenbeheer en het beheer civieltechnische kunstwerken worden uitgevoerd, zijn de kaders uit de beleids- en beheerplannen Wegen en Civieltechnische kunstwerken.

Wegen
Het onderhoudsniveau is ‘sober’. Dit onderhoudsniveau komt overeen met het beeldkwaliteitsniveau C. De wegen worden een keer per twee jaar geïnspecteerd. Verzakkingen door de dalende bodem en opdrukkende verharding door boomwortels is een veel voorkomende schade waardoor ongewenste/gevaarlijke situaties ontstaan. Deze situaties worden zo snel als mogelijk verholpen. 

De gemeente werkt de planopgave voor groot onderhoud en vervanging doorlopend bij met voortschrijdend inzicht op basis van inspecties en meldingen. Periodiek stemt de wegbeheerder de planning af met andere beheerdisciplines, zoals riolering en groen, en met ruimtelijke ontwikkelingen, zoals herontwikkeling, verkeerskundige aanpassingen, klimaatadaptatie (wateroverlast en hittestress) en energietransitie. Vervangingen van de verhardingsconstructies worden als krediet geactiveerd vanuit het investeringsprogramma. 

Civieltechnische kunstwerken
Het onderhoudsniveau voor civieltechnische kunstwerken (CTK) is ’sober'. Uitgangspunt hierbij is dat technisch adequaat onderhoud plaatsvindt, waarbij het kapitaalgoed duurzaam in stand gehouden wordt. Voor de civieltechnische kunstwerken geldt dat het basis instandhoudingsniveau (heel, veilig en toegankelijk) wordt gegarandeerd. De civieltechnische kunstwerken worden 1x per 5 jaar gedetailleerd geïnspecteerd. Werktuigbouwkundige en elektrische installaties worden jaarlijks geïnspecteerd. Vorig jaar is groot onderhoud uitgevoerd aan de brug Lochemhoeve en de brug op de Burg. Heusdenslaan.

Financiën
De financiële consequenties van de beleids- en beheerplannen met de daarbij behorende kwaliteitskeuze zijn in deze jaarrekening verwerkt in het programma Verkeer en Mobiliteit. Conform de beleids- en beheerplannen heeft een financiële vertaalslag plaats gevonden.

Riolering en grondwater

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Riolering en grondwater

Beleidskader
Als beleidskader voor het rioolbeheer geldt het op grond van de Wet milieubeheer verplichte verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (Waterplan, deel 1a). In het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2019 beschrijven wij hoe wij invulling geven aan onze zorgplicht voor de inzameling en het transport van afvalwater, inzameling en verwerking van regenwater en het voorkomen van grondwateroverlast.

Het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan vertaalt de gemeentelijke ambities voor de rioleringszorg naar concrete doelen, een adequate strategie en benodigde activiteiten. Het dient als leidraad bij het waterrobuust maken van de stad. Nieuwbouwprojecten, herstructureringen en vervangingsopgaven van de riolering grijpen wij aan om vasthoudmaatregelen of extra bergingscapaciteit te realiseren en waar mogelijk verhard oppervlak af te koppelen.

Financiën
De exploitatiekosten van het rioolstelsel worden gedekt uit de opbrengst rioolheffing. Deze lasten en opbrengsten zijn verantwoord in het programma Groen en Milieu. Alle kosten aan het rioolstelsel en de aan de grondwaterzorgplicht gerelateerde activa mogen via de rioolheffing worden doorberekend. De exploitatie van het rioolstelsel is binnen de begroting budgettair neutraal. Eventuele saldi die na afsluiting van een boekjaar ontstaan worden via de spaarvoorziening riolering verrekend.

Waterbodems

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Waterbodems

Beleidskader
De beleidskaders zijn opgenomen in het Waterplan. Diverse wetten zijn kaderstellend en geven verplichtingen voor de waterbeheerder. Het onderhoud van de waterbodems bestaat uit baggeren, dat door het Hoogheemraadschap van Delfland (HHvD) wordt uitgevoerd op basis van een planning die uitgaat van een achtjarige cyclus.

Financiën
De hoofdwatergangen zijn in beheer bij het Hoogheemraadschap van Delfland en de overige watergangen zijn in beheer bij de gemeente. Voor het uitvoeren van dagelijks en groot onderhoud aan watergangen die de gemeente beheert, zijn in deze begroting in de programma's Groen & Milieu en  Verkeer en Mobiliteit de benodigde financiële middelen voorzien.

Groenvoorzieningen

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Groenvoorzieningen

Beleid- en beheerkaders 
De beleid- en beheerkaders voor het openbaar groen zijn vastgelegd in het groenplan Vlaardingen Blijvend Groen 2012 en de Bomenverordening Vlaardingen 2010. Het onderhoudsniveau is in dit groenplan opgenomen. Duurzaamheid in inrichting en beheer zijn belangrijke aspecten van het beleid. De geactualiseerde Bomenverordening 2021 en grens bebouwde kom zijn opgesteld en bestuurlijk aangeboden. Besluitvorming door de raad is voorzien in 2022. 

Voor het adequaat en efficiënt uitvoeren van technisch beheer wordt een Boomveiligheidsonderzoek (BVO) uitgevoerd in een driejarige cyclus, naast een aantal zogenaamde ‘attentiebomen’ die jaarlijks worden gecontroleerd. Veiligheid staat voorop. Wanneer nodig huren we extra expertise in om de keuze voor behoud of kap goed te kunnen motiveren. Omdat we steeds meer te maken hebben met toename van boomziekten, zoals de essentaksterfte, iepenziekte en kastanjebloedingsziekte onderzoeken we waar mogelijk nieuwe (innovatieve of bewezen) technieken toegepast kunnen worden om bomen te kunnen behouden. Waardevolle kastanjes in de Julianasingel hebben we laten behandelen tegen kastanjebloedingsziekte. Het effect daarvan hopen we in de komende jaren te zien. Ook blijven we in het bijzonder aandacht houden voor opdrukkende verharding door boomwortels waardoor ongewenste/gevaarlijke situaties kunnen ontstaan. Zo zijn er bijvoorbeeld in enkele straten in de Babberspolder bestaande bomen vervangen voor nieuwe bomen aan de koppen van de straten, waar ze vrij uit kunnen uitgroeien. Vorig jaar is er gestart met de herplant van bomen vanwege compensatie bij de aanleg van de Blankenburgverbinding, naast onze eigen opgave voor herplant vanuit de BVO.

Ambities uit het Groenplan worden zoveel mogelijk gerealiseerd door aan te sluiten bij integrale projecten. Het onderhoud van Ambacht, Oostwijk, centrum, VOP Oost en de Maasboulevard is aanbesteed. De werkzaamheden bestaan onder andere uit snoeien van bomen, verzorgen van beplantingsvakken, maaien van gras en straat reinigen. 

Financiën
Voor het uitvoeren van groenonderhoud zijn in de begroting in het programma Groen en Milieu de benodigde financiële middelen voorzien. De ramingen zijn gebaseerd op regulier (jaarlijks terugkerend) onderhoud.

Kades en glooiingen

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Kades en glooiingen

Beleids- en beheerkaders
De veiligheid en functionaliteit van de kades en glooiingen zijn van groot belang voor de continuïteit van de havenactiviteiten. Het Plan Kades en glooiingen (2015) is de basis voor het beheer van de gemeentelijke kades en glooiingen. Op basis van de opgenomen uitgangspunten worden veiligheid en functionaliteit gewaarborgd. De nadruk in het plan ligt met name bij de technische kwaliteit en functionaliteit. Voorafgaand aan het uitvoeringsjaar laten wij een kwaliteitsonderzoek uitvoeren om de definitieve maatregelen op jaarbasis goed in beeld te krijgen.  De renovatie van de kademuur aan de Oosthavenkade is in voorbereiding. Verder is de kademuur aan de Westhavenkade nabij de Pelmolen hersteld.

Financiën
De uitgaven voor kleinschalig en dagelijks onderhoud zijn conform het beheerplan opgenomen in de begroting bij de producten Zeehavens en Binnenhavens binnen het programma Economie en Haven. Groot onderhoud wordt gefinancierd vanuit het Investeringsplan.

Oppervlaktewater

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Oppervlaktewater

Beleidskaders
Op grond van de Waterwet dragen de gemeente en het Hoogheemraadschap van Delfland samen zorg voor een doelmatig en samenhangend waterbeheer.

Financiën
De financiële consequenties van het gemeentelijke waterbeleid zijn in het Uitvoeringsprogramma (Waterplan, deel 7) vastgelegd. Vanwege het samenwerkingsverband met het Hoogheemraadschap van Delfland geldt hierbij voor een aantal onderdelen een gedeelde financiering. Om de waterkwaliteit en -kwantiteit van het oppervlaktewatersysteem te verbeteren streeft de gemeente naar scheiding van afvalwater (riolering) en hemelwater, het vinden van meer ruimte voor waterberging en het ontwikkelen van natuurvriendelijke oevers. Verder treft de gemeente maatregelen in de rioleringssfeer. Door de riolering te ontlasten neemt het aantal overstortgebeurtenissen (afvoeren van pieken in overtollig rioolwater) verder af en daarmee de vuilemissie op het oppervlaktewater. Met de beschikbare middelen die in de begroting in het programma Groen en Milieu zijn opgenomen kunnen de onderhoudskosten worden gedekt.

Ondergrondse containers

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Ondergrondse containers

Beleidskaders
De gemeente wil met ondergrondse containers het straatbeeld verbeteren en meer service aan bewoners leveren. Eind 2020 zijn alle restafvalcontainers voorzien van vulgraadmeters en paslezers ten behoeve van de afvalpas die per 1 februari 2021 is ingevoerd. In totaal zijn er 1125 ondergrondse restafvalcontainers in heel Vlaardingen. Het grootschalig onderhoud is opgenomen in de begroting van het product Afval van het programma Groen en Milieu.

Financiën
De kosten van nieuw te plaatsen ondergrondse containers worden gedekt uit de beschikbaar gestelde investeringskredieten. Dit staat verantwoord in het programma Groen en Milieu. Alle aan de afvalverwijdering en –verwerking gerelateerde kosten (inclusief de kapitaallasten) mogen via de afvalstoffenheffing worden doorberekend. Daarom is de exploitatie van de afvalverwijdering en –verwerking binnen de begroting budgettair neutraal. Saldi die na afsluiting van een boekjaar ontstaan worden via de egalisatievoorziening Afvalverwijdering verrekend (voor zover de voorziening toereikend is). De tarieven afvalstoffenheffing zijn in 2021 verhoogd met 5%. In 2021 zijn de geplande maatregelen om de gewenste kostendekkendheid te handhaven uitgevoerd.

Speeltoestellen

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Speeltoestellen

Beleidskaders
Goede, veilige en uitdagende speelplaatsen dragen bij aan een fijne leefomgeving. De gemeente Vlaardingen wil de leefbaarheid van buurten en wijken bevorderen. Hierbij is de kwaliteit van de speelplaatsen leidend boven kwantiteit. Gestreefd wordt naar voldoende speelplaatsen die zo goed mogelijk over de stad verdeeld zijn en technisch goed worden onderhouden. Tot het beleidskader behoort het Speelruimteplan. De speelvoorzieningen worden ieder jaar geïnspecteerd op veiligheid en de staat van onderhoud. Vorig jaar zijn diverse speelplekken opgeknapt, waaronder 't Goudhaantje aan de Goudsesingel, speelplek aan het Gouverneurspad, speelplek Zwaluwen Even en de speelplaats Prof. Teldersstraat is ingericht als een centrale speelplaats

Financiën
Voor de speelvoorzieningen zijn in de begroting in het programma Sport en Recreatie financiële middelen opgenomen voor vervanging en het dagelijks beheer en onderhoud.

Openbare verlichting

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Openbare verlichting

Beleidskaders
De openbare verlichting draagt bij aan de sociale veiligheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid. De gemeente Vlaardingen werkt aan het verduurzamen van de openbare verlichting en het verminderen van het aantal storingen door het structureel vervangen van conventionele verlichting door ledverlichting.  De gemeente voert zelf de regie, beleidsmatig en operationeel, en laat zich daarbij ondersteunen door specialisten uit de markt. Het onderhoud en spoedreparaties zijn ondergebracht bij een marktpartij. In 2021 hebben er onderhoudswerkzaamheden c.q. vervangingsopgave naar led verlichting plaatsgevonden in o.a. de Westwijk, Drevenbuurt en de Holysingel.

Financiën
Voor het uitvoeren van dagelijks en groot onderhoud aan de openbare verlichting zijn in de begroting in het programma Verkeer en Mobiliteit de benodigde financiële middelen opgenomen.

Verkeersregelinstallaties

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Verkeersregelinstallaties

Beleids- en beheerkaders
De beleidskaders voor de verkeersregelinstallaties zijn vastgelegd in de Nota Verkeerslichten. In deze nota zijn uitgangspunten voor het niveau van beheer en onderhoud en vervanging van verkeersregelinstallaties opgenomen. Het onderhoud en spoedreparaties van de installaties zijn ondergebracht bij een marktpartij. 

In 2021 hebben we de verkeerslichten op het kruispunt Westlandseweg/Burg. Heusdenslaan/Burg. Pruissingel vervangen. Hierbij hebben we extra maatregelen getroffen om het kruispunt fietsvriendelijker in te richten.

Financiën
Het beheer en onderhoud is uitgevoerd conform de Nota Verkeerslichten. Voor het uitvoeren van dagelijks en groot onderhoud aan de Verkeersregelinstallaties zijn in de begroting in het programma Verkeer en Mobiliteit de benodigde financiële middelen opgenomen.

Gebouwen

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Gebouwen

Beleidskaders
In 2021 is het beheerplan Onderhoud gemeentelijke gebouwen 2021-2030 vastgesteld. Naast dat er een wettelijke noodzakelijkheid is m.b.t. werken met een beheerplan, biedt het ook structuur en leidt tot een nauwkeuriger, gefundeerder raming van de te verwachten onderhoudskosten. Op deze wijze worden de schaarse middelen zo efficiënt mogelijk ingezet en op dit punt regelmaat in de begroting aangebracht.
De vastgoedportefeuille is ingericht op basis van de volgende categorieën:

  • Dienstgebouwen
  • Maatschappelijk vastgoed waaronder welzijns-,  onderwijs-  en (veld)sportaccommodaties
  • Strategisch bezit
  • Overig bezit

De huidige gemeentelijke vastgoedportefeuille telt 110 objecten voor voornamelijk maatschappelijke, sportieve, culturele en educatieve doeleinden. Het aantal is exclusief parkeerplaatsen. De portefeuille heeft een totale verzekerde waarde van € 353 miljoen.

Financiën
Egalisering van de jaarlijkse onderhoudskosten kon tot voor kort via een reserve of via een voorziening. Wij werkten met een reserve. De reserve werd gevoed door via de algemene dekkingsmiddelen een jaarlijks vast bedrag te reserveren. Het totaalbedrag van het onderhoud werd aan de reserve onttrokken. Als dat bedrag hoger was dan de jaarlijkse reservering, daalde de reserve. Was dat bedrag lager, dan steeg de reserve.  
Door een wijziging in het ‘Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten’ moeten onderhoudsreserves worden omgezet naar een voorziening. Een voorziening wordt gevoed door per gebouw een vast, onderbouwd, bedrag aan de voorziening toe te voegen. De werkelijke onderhoudskosten worden vervolgens geboekt ten laste van de voorziening. Een voorziening zorgt op deze manier voor meer regelmaat in de begroting dan een reserve.
Het gemeentelijke vastgoed is divers en vraagt dan ook om afwegingen bij het plegen van regulier en groot onderhoud. Door het werken met een beheerplan is er structuur en is er nauwkeurig in beeld hoeveel middelen ingezet moeten worden voor onderhoud. Omdat er jarenlang op een andere manier gewerkt is, zijn er achterstanden ontstaan, deze worden nu ingelopen. In het verleden is hiervoor structureel een bedrag van € 250.000 gereserveerd voor het projectmatig wegwerken van het uitgesteld onderhoud. Dat uitgestelde onderhoud is grotendeels ingelopen, uitgezonderd het pand Markt 11 (Stadhuis). 

Vastgoed
Vastgoed beheert en exploiteert diverse panden die in bezit zijn van de gemeente Vlaardingen. De exploitatieresultaten van deze Vastgoed objecten zijn verspreid over de diverse programma’s in de jaarrekening. 

In oktober 2021 werd het Beheerplan Vastgoed en Facilitaire Zaken door de gemeenteraad vastgesteld. Daarbij is voor de dekking van de onderhoudskosten van de gemeentelijke gebouwen een onderhoudsvoorziening ingesteld. Op grond van deze voorziening was voor 2021 € 2,734 mln. beschikbaar voor de uitvoering van de diverse meerjarenonderhoudsprogramma’s.

Tijdens de uitvoering van het programma (in 2021 in totaal voor € 2,735 mln.) bleek dat diverse onderhoudswerkzaamheden eerder uitgevoerd moest worden dan gepland. Daardoor is een deel van de werkzaamheden naar voren gehaald en een ander deel naar achteren geschoven

Daarnaast bleek bij controle dat  een aantal brandmeldinstallaties in diverse gemeentelijke panden niet meer voldoen aan de wettelijke eisen. Om deze risico’s te vermijden, is direct gestart  met vervanging / optimalisatie om deze installaties wel aan de wet- en regelgeving te laten voldoen. Deze kosten zijn (tijdelijk) ten laste van de onderhoudsvoorziening gebracht,  in plaats van het aanvragen van een investeringskrediet.  Een raadsvoorstel wordt voorbereid om krediet te verkrijgen voor eerder gemaakte kosten waarmee de voorziening weer gevuld wordt.  Dit is in voorbereiding. 

Naast het onderhoud uit de meerjarenonderhoudsplannen welke in het beheerplan is opgenomen, zijn er de overige beheerkosten die in de exploitatie worden verantwoord. De exploitatie laat een nadelig resultaat zien van in totaal € 30.100. 

Dit saldo kan als volgt worden geanalyseerd. Er is een voordelig saldo van € 103.700 op het onderhoud van het gemeentelijk vastgoed. Dit betreft voornamelijk correctief onderhoud dat niet in het beheerplan is opgenomen. 

Diverse beheerkosten zijn € 80.800 hoger dan begroot. Dit zijn voornamelijk kosten buiten beheerplan zoals kosten voor panden in leegstandsbeheer maar ook onvoorziene maar wel noodzakelijke kosten aan gemeentelijke gebouwen, zoals aanpassingen aan koeling computerruimte.  Daarnaast toont de afrekening € 174.700,- aan voornamelijk lagere energiekosten van de diverse gemeentelijke gebouwen, lagere kapitaallasten door verkoop gebouwen in eerdere jaren ad. € 67.700 en lagere overige diverse beheerkosten ad € 40.900. 
De exploitatiebijdrage aan de Stadsgehoorzaal ad. € 364.100 is echter hoger dan geraamd. 

Aan de inkomstenkant is een negatief saldo ontstaan van in totaal € 36.500. Dit wordt enerzijds veroorzaakt door de tegenvallende verkoopopbrengsten. Ondanks de verkoop van o.m. de parkeergarage aan de Dwarsstraat en een pand aan de Wiardi Beckmansingel werd de geraamde opbrengst (ombuigingen) niet gehaald. Het te kort bedraagt € 85.000. 
Daar tegenover staan hogere vergoedingen voor het gebruik van schoollokalen ad. € 69.000 en huur Jachthaven ad. € 22.400, maar ook een lagere opbrengst voor overige verhuringen ad. € 42.900 door de coronacrisis.

Samengevat afwijkingen op vastgoed: (bedragen x € 1.000)
Onderhoudskosten 104 Voordeel
Exploitatiebijdrage -364 Nadeel
Energielasten 175 Voordeel
Kapitaallasten 68 Voordeel
Beheerkosten 40 Voordeel
Verkoopopbrengsten -85 Nadeel
Huur- / gebruiksvergoeding 49 Voordeel
Overige verschillen -17 Nadeel
Totaal -30 Nadeel

Paragraaf Financiering

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Inleiding

De treasuryfunctie maakt deel uit van de bredere financiële functie. De treasuryfunctie houdt zich bezig met financiering, risico- en cashmanagement en de hiermee samenhangende baten en lasten. In onze gemeente worden de treasury taken overwegend centraal uitgevoerd. De uitvoering vindt plaats binnen de kaders van het treasurystatuut. Dit verplichte document (artikel 212, Gemeentewet) is voor het laatst in september 2013 door uw raad vastgesteld. De planning is dat het treasurystatuut in 2022 opnieuw wordt vastgesteld.

 

Uitgangspunt

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Uitgangspunt

Het treasurystatuut stelt dat het treasurybeleid in onze gemeente defensief van karakter behoort te zijn. Dit betekent dat financiële risico’s, die betrekking hebben op de uitvoering van de treasuryfunctie, beperkt dienen te blijven. Deze risicohouding vloeit enerzijds voort uit het idee dat aan een ongehinderde continue uitvoering van de publieke taak prioriteit dient te worden gegeven, anderzijds uit de gedachte dat met gemeenschapsgeld met de nodige voorzichtigheid omgegaan dient te worden.

 

Doelstellingen

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Doelstellingen

In het statuut zijn de algemene doelstellingen van het treasurybeleid opgenomen. Deze luiden:

  • het garanderen van een duurzame toegang tot de financiële markten en het beperken van de kosten die daarmee samenhangen.
  • het beschermen van de gemeentelijke vermogenspositie middels het beheersen van de financiële risico’s.
  • het optimaliseren van het extern renteresultaat.

In het vervolg van deze paragraaf worden de onderwerpen die bij deze doelstellingen horen, besproken. Als eerste wordt ingegaan op de wijze waarop Vlaardingen haar bezit financiert, daarna worden de risico’s die aan dit financieren verbonden zijn in beeld gebracht, vervolgens wordt stil gestaan bij het kredietrisico op uitzettingen (gelden bij derden) en komt ook het renteresultaat aan de orde.

 

Financiering

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Financiering

Volgens de verwachting is de leenschuld in 2021 gedaald met € 20 miljoen.  In onderstaand overzicht is de leenschuld
opgesplitst in een vlottend en een vast deel. Waar het vlottende deel betrekking heeft op leningen met
een oorspronkelijke, rentetypische looptijd tot één jaar, daar verwijst het vaste deel naar leningen met
een looptijd van één jaar en langer. Per 31 december 2021 stonden er geen kortlopende leningen
open.

Leenschuld Bedrag (x € 1 miljoen)
Vaste component (langlopende leningen) 240
Vlottende component (kortlopende leningen) 0
Totale leenschuld (per 31 december 2020) 240
Vaste component (langlopende leningen) 220
Vlottende component (kortlopende leningen) 0
Totale leenschuld (per 31 december 2021) 220

Het is beleid (zie onderdeel Renterisico) om jaarlijks € 20 miljoen op de vaste schuld af te lossen en voor zo ver noodzakelijk her te financieren.  In 2021 is er voor een bedrag van € 20 miljoen aan vaste geldleningen afgelost en zijn er geen nieuwe vaste geldleningen aangetrokken. Zodoende is de leenschuld met € 20 miljoen gedaald.

De financiers van de gemeente Vlaardingen zijn per 31 december 2021:
Geldgever Bedrag (x € 1 miljoen) %
Bank Nederlandse Gemeenten 210 95%
Provincie Noord-Brabant 10 5%
Totaal 220 100%

Het jaar 2021 was evenals 2020 een bijzonder jaar voor wat de financiering betrof. Er zijn 2 langlopende geldleningen van in totaal  € 20 miljoen afgelost.  Op 1 januari 2021 was het saldo bij Rijks Schatkist € 35 miljoen. Op 31 december 2021 was het saldo € 30 miljoen.  Mede door de diverse lockdowns  in 2021 is ons verwachte investeringsvolume van circa € 19 miljoen met circa € 12 miljoen achtergebleven en is ons exploitatieresultaat ook € 9,2 miljoen positiever dan verwacht. 

Financiers
De Bank Nederlandse Gemeenten, huisbankier van onze gemeente, is al jarenlang marktleider op het gebied van financiering van decentrale overheden. Financier Provincie Noord-Brabant kwam in 2017 eenmalig als voordeligste aanbieder uit de bus. In 2021 zijn er geen nieuwe langlopende geldleningen aangetrokken.

Renterisico's

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Renterisico's

Financiering en renterisico zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het renterisico van de Gemeente Vlaardingen maakt deel uit van het, met behulp van de Monte Carlo Methode, vastgesteld benodigd weerstandsvermogen. Telkens wanneer een geldlening moet worden afgelost en herfinanciering noodzakelijk is, bestaat immers het gevaar dat de begroting geconfronteerd wordt met hogere rentelasten: de nieuwe lening kan door ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt duurder uitvallen dan de oude. Renterisico is niet uit te sluiten, maar kan wel worden gespreid om het risico per begrotingsjaar te beperken.

De Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido) stelt grenzen aan de mate waarin een gemeente zich bloot kan stellen aan renterisico. Ter beperking van dit risico is zowel voor de vaste schuld (langlopende leningen) als voor de vlottende schuld (kortlopende leningen) een wettelijk maximum vastgesteld. Het te lang niet voldoen aan deze limitering kan voor de Provincie, als toezichthouder van de gemeente, aanleiding zijn om maatregelen te nemen. In laatste instantie behoort preventief toezicht op het afsluiten van geldleningen tot de mogelijkheden.

Renterisiconorm vaste schuld

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Renterisiconorm vaste schuld

De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. Hoe meer de 
aflossing van de schuld in de tijd wordt gespreid, hoe minder gevoelig de begroting wordt voor
renteschokken bij de herfinanciering. Het is een wettelijke norm die betrekking heeft op de vaste
schuld van de gemeente. De renterisiconorm stelt dat de jaarlijkse verplichte aflossing en
renteherziening niet meer mag bedragen dan 20% van de begroting. De renterisiconorm zet
gemeenten en andere decentrale overheden aan tot spreiding en daarmee verlaging van het jaarlijks
renterisico. Dit gebeurt in de praktijk door aflossingen op leningen en momenten van renteherziening
over toekomstige begrotingsjaren te verdelen. Het is aan de besturen van de decentrale overheden
zelf om binnen de grens van de renterisiconorm voor de gewenste mate van spreiding te kiezen.

Berekening Renterisiconorm
Begrotingstotaal 2021 € 275 miljoen
Rekenpercentage renterisiconorm (gemeenten) 20%
Renterisiconorm € 55 miljoen

De risiconorm geeft aan dat de verplichte aflossing of renteherziening maximaal € 55 miljoen mag
bedragen. Deze norm is in 2021 niet overschreden. Er is voor een bedrag van € 20 miljoen aan
langlopende leningen afgelost.
Risicobeheersing is een continu proces om risico’s te identificeren en beoordelen. Onderstaande
tabel is een weergave van het maximale renterisico (vaste schuld) tot en met 2025.

Toekomstig beeld renterisico (bedragen x €1 miljoen) 2021 2022 2023 2024 2025
Aflossingen 20 20 20 20 20
Renteherzieningen 0 0 0 0 0
Renterisico 20 20 20 20 20

Wat betekent dit voor de komende jaren?

Zoals uit bovenstaande tabel blijkt, lossen we in de periode 2022 tot en met 2025 voor € 80 miljoen af op het vaste deel van de leenschuld. 
Er wordt in 2022 ruimschoots aan de renterisiconorm van 2022 van € 57 miljoen voldaan.

Het af te lossen bedrag van € 80 miljoen (2022 – 2025) kent een gemiddelde rentevoet van 2,97%. Stel dat eind 2025 blijkt dat de gemiddelde rente waartegen herfinancieringsmiddelen zijn aangetrokken 1,00% hoger is, dan heeft dit tot gevolg dat de rentelasten met ingang van het begrotingsjaar 2026 structureel met € 0,8 miljoen zijn gestegen. Dit scenario maakt duidelijk waarom er via de renterisiconorm een maximum is gesteld aan de verplichte aflossingen en renteherzieningen.

Renterisico vlottende schuld

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Renterisico vlottende schuld

We financieren ons bezit niet alleen met langlopende geldleningen, maar ook met kortlopende geldleningen. Kortlopende geldleningen hebben een rentetypische looptijd tot één jaar. Bij een normale rentestructuur, waarbij kortlopende leningen goedkoper zijn dan langlopende, is het financieren van activa door middel van korte-termijn financieringsmiddelen een aantrekkelijke -want goedkope- optie. De keerzijde is echter, dat deze vorm van financieren niet zonder risico is. Door de korte rentevastheid van dit soort leningen wordt de begroting gevoeliger voor renteschommelingen. De wetgever heeft de zogenaamde kasgeldlimiet ingesteld om dit risico te beperken.
De kasgeldlimiet begrenst de omvang van de netto vlottende schuld. Deze schuld bestaat uit de eerder genoemde kortlopende geldleningen, verminderd met de aanwezige bank- en kassaldi. De netto vlottende schuld heeft in onze gemeente door haar flexibele karakter een bufferfunctie, dat wil zeggen dat alle mutaties in de financieringsbehoefte in eerste instantie binnen deze schuldvorm worden opgevangen. Dit voorkomt dat te snel lange-termijn verplichtingen worden aangegaan. In 2021 zijn er geen kortlopende geldleningen aangetrokken omdat het tegoed bij Rijks Schatkist steeds voldoende was.

Berekening kasgeldlimiet
Begrotingstotaal 2021 € 275 miljoen
Rekenpercentage kasgeldlimiet (gemeenten) 8,50%
Maximale netto vlottende schuld € 23,0 miljoen

De Wet Financiering Decentrale Overheden staat het overheden toe om de kasgeldlimiet gedurende twee achtereenvolgende kwartalen te overschrijden. In onderstaande tabel is voor de vier kwartalen van 2021 aangegeven wat de omvang van de netto vlottende schuld is geweest.

Uit het overzicht hieronder blijkt dat er in alle kwartalen ruim aan de kasgeldlimiet van € 23,0 miljoen werd voldaan.

Periode (bedragen x € 1 miljoen) Vlottende schuld Vlottende middelen Netto vlottende schuld
1e kwartaal 2021 0 35,1 35,1 (bezit)
2e kwartaal 2021 0 40,2 40,2 (bezit)
3e kwartaal 2021 0 44,7 44,7 (bezit)
4e kwartaal 2021 0 34,9 34,9 (bezit)

Debiteurenrisico uitstaande gelden

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Debiteurenrisico uitstaande gelden

Aan het voor langere tijd verstrekken van gelden aan derden kleeft het gevaar dat deze derden op een veelal onvoorzien moment niet meer aan hun verplichtingen kunnen voldoen. Dit kan ertoe leiden dat enerzijds een openstaande vordering als oninbaar moet worden afgeboekt (ten laste van de algemene reserve) en, anderzijds een deel van de rente-inkomsten wegvalt.

In principe kan door de gemeente om twee redenen geld aan derden worden uitgeleend. Ten eerste wanneer dit in functie van de publieke taak gebeurt en ten tweede wanneer er voor een bepaalde tijd sprake is van een overschot aan liquide middelen. Deze laatste situatie heeft zich de afgelopen jaren niet meer voorgedaan. Het treasurybeleid is er namelijk op gericht om de geldstromen van onze gemeente zo te sturen dat overschotten worden voorkomen, dan wel zo snel als contractueel mogelijk in te zetten ter verbetering van de schuldpositie en daarmee ter verlaging van het debiteurenrisico.

In onderstaand overzicht is aangegeven bij welke partijen er ultimo 2021 nog gelden uitstaan.

Verstrekte geldleningen (bedragen x € 1 miljoen)
Restant verstrekte geldleningen (per 31 december 2020) 6,6
Nieuw verstrekte geldleningen 0
Ontvangen aflossingsbedragen 0,5
Restant verstrekte geldleningen (per 31 december 2021) 6,1

Onderstaand overzicht vermeldt dus uitsluitend geldleningen die verstrekt zijn in het kader van de publieke taak. Bij deze categorie van geldleningen speelt het debiteurenrisico een betrekkelijk ondergeschikte rol. Aan het maatschappelijk belang, dat verbonden is aan het verstrekken van een dergelijke lening, is tijdens de besluitvorming immers een hogere prioriteit toegekend dan aan het bijbehorende financiële risico. 

Debiteur/geldnemer (x € 1 miljoen) Restantbedrag Ontstaansgrond
Stimuleringsfonds Volkshuisvesting 5,5 Volkshuisvesting
Ambtenarenhypotheken 0,5 Arbeidsvoorwaarde
Dierentehuis Nieuwe Waterweg 0,1 Nieuwbouw
Totaal 6,1

Renteresultaat 2021

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Renteresultaat 2021

Aan het afsluiten van geldleningsovereenkomsten zijn uiteraard renteverrekeningen verbonden. Naast renteverrekeningen met derden vinden ook interne verrekeningen plaats, bijvoorbeeld ten laste van begrotingsprogramma’s waarvoor in het verleden investeringen zijn gedaan. De interne rekenrente voor het begrotingsjaar 2021 is voor deze investeringen op 1,50% bepaald. Het renteresultaat is € 0,5 miljoen negatiever uitgekomen dan in de begroting geraamd. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt doordat er € 0,6 miljoen minder rente aan de diverse programma's kon worden doorberekend en de werkelijke betaalde  en ontvangen rente  € 0,1 miljoen lager is dan in de begroting voorzien.

Hieronder ziet u het renteschema van de gemeente Vlaardingen:

Renteschema: (x € 1.000) Begroting Begroting na wijziging Rekening
a. De externe rentelasten over de korte en lange financiering + 4.174 3.836 3.676
b. De externe rentebaten -/- 71 61 37
Totaal door te rekenen externe rente = 4.103 3.776 3.639
c1. De rente die aan de grondexploitatie wordt doorberekend -/- 333 333 298
c2. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden gerekend -/- 0 0 0
c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (=projectfinanciering) die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend -/- 0 0 0
Saldo door te rekenen externe rente = 3.770 3.443 3.341
d1. Rente over eigen vermogen + 0 0 0
d2. Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde) + 0 0 0
De aan taakvelden tie te rekenen rente = 3.770 3.443 3.341
e. De werkelijk aan taakvelden (programma’s inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag) -/- 4.491 4.491 3.883
f. Renteresultaat op het taakveld treasury = -721 -1.048 -542

Paragraaf Bedrijfsvoering

Missie en kernwaarden

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Missie en kernwaarden

Als gemeente werken wij voor onze stad. We streven ernaar om een leefbare stad te creëren en zo betrouwbaar mogelijk te zijn voor onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Dit doen wij op basis van een missie en een visie die al eerder zijn vastgesteld en nog steeds van toepassing is. 

Onze missie luidt: Vlaardingen wérkt. Samen. 
Onze visie luidt: De gemeentelijke organisatie wil werken vanuit de Vlaardingse essentie, op resultaatgerichte en open wijze, met oog voor toekomstige ontwikkelingen.

In de Toekomstvisie 2020 – 2040 is beschreven waar we naartoe willen als stad: Vlaardingen als woonstad, met een levende binnenstad, een sociale gemeente waarin inwoners veilig zijn en die zich ontwikkelt tot een innovatieve opleider voor het MBO. Om dit waar te maken, moet de organisatie flexibel en daadkrachtig zijn om de uitdagingen die dit met zich meebrengt aan te pakken. Een organisatie die kan inspelen op de behoeften van onze stad. Aan de glimlach van de Vlaardinger én de glimlach van de medewerkers! Die glimlach is vertaald in een concrete ambitie: In 2024 een 7,5 te scoren op zowel tevredenheid van inwoners en ondernemers als op medewerkerstevredenheid.

Onze sturingsprincipes en kernwaarden bieden houvast tijdens deze organisatieontwikkeling. Ze zijn de basis van waaruit de organisatie handelt. Ze zijn als het ware het DNA van onze organisatie. Ons DNA bepaalt hoe wij als organisatie met elkaar, zowel binnen als buiten de organisatie, werken.

Onze sturingsprincipes zijn:

  • Verantwoordelijkheid kunnen nemen
  • Opgavegericht
  • Omgevingsgericht
  • Samenwerken
  • Lerende mensen

Onze kernwaarden zijn:

  • Samen
  • Leren
  • Professioneel
  • Trots

Om ervoor te zorgen dat de gemeente zo efficiënt mogelijk de belangrijkste uitdagingen van de Vlaardingse samenleving aanpakt, moet de organisatie signaleren welke zaken in de Vlaardingse samenleving onze aandacht vragen (omgevingsgericht). Daar moeten de raad en het college het over eens worden en samen, met de organisatie en de Vlaardingse samenleving, aan werken (opgavegericht). Onze medewerkers moeten daarin meer verantwoordelijkheid (kunnen) nemen. Vanuit hun professionaliteit bepalen wat er nodig is en die ruimte, waar mogelijk, ook pakken. Daarin zoeken we ook de samenwerking met de Vlaardingse samenleving en andere collega’s om er op deze manier voor te zorgen dat alle aspecten van het probleem worden aangepakt. We gaan vooral doen! Al doende leert men. Allemaal met als doel om de glimlach tevoorschijn te toveren op de gezichten van de Vlaardingse inwoners en ondernemers en de Vlaardingse collega’s.

Personeel en organisatie

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Personeel en organisatie

Organisatieontwikkeling
We hebben begin 2021 een nieuwe sturingsfilosofie vastgesteld waarin de sturingsprincipes en kernwaarden zijn verankerd. Daarnaast is de structuur van de organisatie aangepast in een proces-opgavenmodel. De nieuwe directie, die in september 2021 is gestart, heeft verder gebouwd aan het vormgeven van de gewenste ontwikkelingen. Hiervoor is eind 2021 gestart met het opstellen van een organisatieplan waarin de directie de ambitie voor de komende periode beschrijft en hoe de organisatie dat gaat bereiken. Daarin is zowel aandacht voor de menselijke kant (het hart), als de rationele kant (het hoofd) van de organisatieontwikkeling. 

In 2022 wordt het organisatieplan definitief gemaakt. Daarmee heeft de organisatie houvast om zich stap voor stap te ontwikkelen in een wendbare organisatie die kan inspelen op de behoeften  van de stad. 

Investeren in medewerkers en beheersing kosten van extern ingehuurd personeel
De keuze voor externe inhuur wordt gemaakt als een geschikte kandidaat uitblijft na een wervingsperiode, wanneer er op zeer korte termijn inzet noodzakelijk is, of wanneer nog onvoldoende duidelijk is hoe de functie op langere termijn het best kan worden ingevuld. De grip op de inzet van externe inhuurkrachten en het reduceren van de kosten met betrekking tot deze inzet is voortdurend een punt van aandacht. Als er externe inzet op een vaste functie nodig is, dan worden de beweegredenen en/of noodzaak vooraf in kaart gebracht en wordt bepaald welke vervolgacties/scenario's er nodig zijn.  De continue focus heeft er aan bijgedragen dat de externe inzet in de loop van 2021 is gedaald met 27% (peildatum 1 januari 2022). Dat komt onder andere doordat er is geïnvesteerd in ontwikkelingstrajecten waarbij medewerkers in de gelegenheid zijn gesteld om zich klaar te stomen voor moeilijk vervulbare functies. Deze investering levert voor de medewerker een nieuwe uitdaging op en voor de organisatie een geschikte kandidaat voor de functie. Bij vacatures wordt bij de functie-eisen kenbaar gemaakt dat kennis en ervaring niet altijd noodzakelijk zijn om in te stromen in het vakgebied. De focus wordt met name gelegd op ambities, talent en ontwikkelpotentieel met hierbij ruimte voor ontwikkeling. Deze manier van werven heeft geleid tot meerdere interne vervullingen van moeilijk vervulbare functies. 

Externe inzet is binnen de organisatie niet onontkoombaar, de continuïteit moet immers gewaarborgd worden. Daarbij blijft de krapte op de arbeidsmarkt toenemen. Inmiddels staan er tegenover 100 werkzoekenden 126 vacatures (CBS).  Het blijft belangrijk dat wordt geanticipeerd op de ontwikkelingen en de verwachtte toenemende spanningen op de arbeidsmarkt. Strategische personeelsplanning (SPP) levert een belangrijke bijdrage om de huidige knelpunten in kaart te brengen en deze op termijn te ontdekken zodat hier op het juiste moment op kan worden geanticipeerd.  In 2021 is het huidige personeelsbestand in kaart gebracht. In 2022 wordt hier vervolg aan gegeven en geacteerd op de bevindingen. 

Op proactieve wijze wordt met behulp van SPP focus gelegd op ontwikkel-/doorgroeipotentieel van (intern) talent. Hierbij wordt ingespeeld op verwachte ontwikkelingen in de verschillende vakgebieden. Investeren in medewerkers en het ontwikkelen van talenten is van groot belang om zo aansluiting te houden bij de (veranderende) verwachtingen. Om op een laagdrempelige manier ruimte voor ontwikkeling te bieden, wordt onder andere het aanbod aan (interne) scholing/training nog verder uitgebreid in de Vlaardingse School en bestaat er voor medewerkers de mogelijkheid om een individueel opleidingsplan op te stellen dat aansluit bij de ontwikkelmogelijkheden van de medewerkers en de (toekomstige) opgaven van de organisatie. De teammanagers spelen hierbij een belangrijke rol: zij herkennen het ontwikkelpotentieel en ambities van de medewerkers en kunnen een goede inschatting maken van de opgaven die de organisatie te wachten staan.

Aantrekken en behouden van het juiste talent
Met de toenemende krapte op de arbeidsmarkt is het vinden en behouden van het juiste talent een steeds grotere uitdaging. Het is daarom van groot belang dat de organisatie als werkgever interessant is om voor te werken en minstens net zo belangrijk, om voor te blijven werken. 

Managers hebben in 2021 geregeld gesprekken gevoerd met medewerkers om hun ambities en ontwikkelingswensen te bespreken. Het inzicht met betrekking tot het ontwikkelpotentieel wat is verkregen vanuit de eerste fase van SPP heeft hierbij geholpen. Medewerkers en managers waren zo goed in staat om tijdens de gesprekken te achterhalen of de ambities en mogelijkheden op elkaar aansluiten en welke ontwikkeling eventueel nog nodig is. De uitbreiding van het aanbod in de Vlaardingse School heeft geholpen om snel aan de slag te kunnen gaan met het verrijken van kennis en het ontwikkelen van de benodigde vaardigheden. 

De gemeentelijke wervingsstrategie en het aanmeerproces (onboarding) wordt verder geoptimaliseerd in het voorjaar van 2022. Net als in 2021 staat ook in 2022 het stimuleren van interne doorstroom op de agenda.
De interne doorstroom versterkt onze werkgeversmerk (employer branding); we investeren in ontwikkeling en groei met personeelsbehoud, snellere invulling van vacatures en met minder verloop als resultaat. Met het structureel investeren in ontwikkeling en groeikansen kunnen we flexibel blijven inspelen op de omgeving. Dit komt ten goede aan de betrokkenheid en tevredenheid van werknemers. In 2022 wordt er aan alle medewerkers een medewerkerstevredenheidsonderzoek (MTO) aangeboden om bovengenoemde criteria te meten. Met de resultaten kan de aanpak zo nodig worden bijgesteld. 

Met alle medewerkers blijven we in gesprek over ambities, carrièrewensen en ontwikkelingskansen. Dit maakt de organisatie toekomstbestendiger en zo blijven we voor medewerkers een interessante werkgever.  

 

Instroom verdeeld naar leeftijdscategorie
Leeftijdscategorie Aantal medewerkers Aandeel in %
18 - 35 jaar 21 43,75%
35 - 40 jaar 6 12,50%
40 - 45 jaar 4 8,33%
45 - 50 jaar 7 14,58%
50 - 55 jaar 5 10,42%
55 - 60 jaar 3 6,25%
60 - 65 jaar 2 4,17%
Totaal 48 100,00%
Personeelsbestand verdeeld naar leeftijdscategorie
Leeftijdscategorie Aantal medewerkers Aandeel in %
18 - 35 jaar 71 15,33%
35 - 55 jaar 220 47,52%
55 - 67 jaar 172 37,15%
Totaal 463 100,00%

Ziekteverzuim
Het jaar 2021 is afgesloten met een verzuimpercentage van 4,82%. Dit percentage blijkt ten opzichte van het jaar 2020 gedaald (5,21%). De sectornorm (het gemiddelde bij gemeentes) is 5,5% (A&O fonds). 
Ondanks dat iedere manager binnen zijn of haar bereik de regie houdt op het ziekteverzuimproces met de medewerkers, is het niet bij alle typen verzuim mogelijk om mogelijkheden te vinden om werkzaamheden op te pakken.  Dit is bijvoorbeeld het geval bij het coronavirus dat sinds 2020 een behoorlijke medische en sociaal maatschappelijke impact heeft gehad op de medewerkers van de organisatie. Met name voor medewerkers die geen regelruimte hebben in de uitoefening van hun functie is verzuim meerdere malen het gevolg. 
Om gezond en duurzaam aan het werk te blijven en zo verzuim te voorkomen, is de vitaliteit van medewerkers belangrijk. In het jaar 2021 is onder alle medewerkers een onderzoek gedaan naar vitaliteit in de situatie van thuiswerken in relatie tot het welbevinden. Een belangrijk onderdeel is het persoonlijk eigenaarschap bij de medewerker in zijn of haar welbevinden. Het tonen van betrokkenheid en leiderschap door leidinggevenden is hierbij een belangrijke factor en stimuleert de medewerker om zijn of haar welbevinden bespreekbaar te maken.  Het realiseren van condities als voorlichting (amplitie) en mogelijkheden tot gerichte interventies (preventie) als het toepassen van arbo-voorzieningen (curatie) worden toegepast om verzuim te voorkomen en om re-integratie en inzetbaarheid te bevorderen. 

Elke 2 maanden worden de resultaten van de verzuimanalyse voorgelegd aan het Concern directieteam (CDT). Naast een overzicht van het gemeentelijk verzuim per maand in percentages, wordt er in deze analyse ook een duiding gegeven per team op de verzuimidentificatie en verzuimbeïnvloeding. Bij frequent verzuim wordt onderzocht wat hiervan de oorzaak is. Wanneer er aanleiding is tot het nemen van (aanvullende) maatregelen, worden deze doorgevoerd en opgenomen in het document ‘Eigen regie op inzetbaarheid’.  

Landelijk is vanuit de VNG een werkgroep ingezet ter voorbereiding op de CAO gemeenten waarin beleidsafspraken gemaakt moeten worden met betrekking tot verlof en vitaliteit. Voor het vormen van vitaliteitsbeleid is er naast ruimte voor maatwerk per gemeente ook gelijke criteria voor alle gemeenten opgenomen. De gezamenlijke afspraken voor een concrete invulling betreffen afspraken over curatie (gericht op de minder vitale medewerker), preventie (gericht op risicogroepen) en amplitie (gericht op alle medewerkers). 

 

Ziekteverzuim
Leeftijdscategorie 2018 2019 2020 2021
Ziekteverzuimpercentage 7,31% 6,81% 5,21% 4,76%
Meldingsfrequentie 1,46 1,09 0,63 0,63
Kort verzuim (1-7 dagen) 1,02% 0,70% 0,40% 0,32%
Middellang verzuim (8-42 dagen) 1,16% 0,88% 0,67% 0,74%
Lang verzuim (42-365 dagen) 3,80% 3,27% 3,11% 3,28%
Extra lang verzuim (>365 dagen) 1,33% 1,96% 1,03% 0,42%

Personeelsbegroting
Aan budgetten voor loonkosten en inhuur was € 42,16 miljoen begroot. De nettolasten kwam in totaal uit op € 41,47 miljoen. Op de budgetten voor intern en extern personeel is in 2021 dus sprake van een voordeel van € 690.000.
Zoals in de analyse op het taakveld overhead aangegeven, zijn de belangrijkste redenen voor dit voordeel:

  • Extra dekking die is gegenereerd vanuit anterieure overeenkomsten, grondexploitaties en investeringsprojecten;
  • Terughoudend beleid in het inhuren van extern personeel;
  • Het nog niet ingevuld kunnen krijgen van een aantal vacatures.

Privacy en Informatieveiligheid

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Privacy en Informatieveiligheid

Als gemeentelijke organisatie zijn wij verplicht om op een verantwoorde wijze met de persoonsgegevens van onze inwoners en organisaties om te gaan.  Privacy en informatieveiligheid hebben daarom doorlopend de aandacht nodig. Jaarlijks wordt de gemeentelijke informatieveiligheid getoetst door middel van zelfevaluaties en IT-audits die samengevoegd zijn in ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit). De audits worden getoetst aan het normenkader voor de gehele overheid: de Baseline Informatieveiligheid Overheid (BIO). Daarbovenop laat de gemeente Vlaardingen zowel externe als interne tests uitvoeren door ethische hackers om kwetsbaarheden boven tafel te krijgen en de technische veiligheid borgen.  
Naast de jaarlijks terugkerende ENSIA audit is in 2021 ook voor de eerste keer een self-assessment uitgevoerd in het kader van der audit op de Wet Politie Gegevens om de inrichting en aanpak structureel te bepalen voor jaarlijks terugkerende WPG audit.

In 2021 zijn er kwaliteitslagen met de DigiD-aansluiting gemaakt. Hierdoor voldoet de gemeente in de nieuwe ICT-omgeving  aan het normenkader.  De dienstverlening wordt nu nog beter en veiliger ontsloten en sluit beter aan bij het zaakgericht werken.   

In 2021 heeft de marktoriëntatie en gunning plaatsgevonden voor een ondersteunend Information Security Management Systeem (ISMS).  Met een ISMS wordt informatiebeveiliging en privacy efficiënter en effectiever georganiseerd en uitgevoerd. Dit zorgt voor meer regie op de naleving van de maatregelen uit de Baseline Informatiebeveiliging Overheden (BIO) en Privacywetgeving. 

Afgelopen jaar was er ook sprake van cyberdreigingen. Over heel 2021 zijn 42 securityincidenten/-meldingen afgehandeld. Daarnaast heeft de gemeente de noodzakelijke acties genomen om kwetsbaarheden, zoals het recente LOG4J probleem, proactief het hoofd te kunnen bieden. Naast landelijke signalen wordt ook periodiek technische onderzoeken, zoals penetratietests, werkplekonderzoek en beschouwingen van de infrastructuur uitgevoerd. De bevindingen leiden tot verbeteracties voor de inrichting en aanpak. Met dit periodiek monitoren en verbeteren, stijgt het volwassenheidsniveau op informatiebeveiliging.
Er zijn in 2021 twaalf datalekken gemeld dit intern zijn geregistreerd. In twee gevallen is ook een melding gemaakt bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Dit is hetzelfde aantal datalekken en meldingen dat in 2020 plaatsvond. Bij alle datalekken zijn maatregelen getroffen om te voorkomen dat soortgelijke datalekken nogmaals voorkomen. Ook zijn alle betrokkenen geïnformeerd over de datalekken.

In 2021 zijn er 21  verwerkersovereenkomsten herzien/verlengd en veertien Data Protection Impact Assessments (DPIA) uitgevoerd om te zorgen voor adequate beveiliging van de verwerkingen van persoonsgegevens binnen de gemeente en bij de externe verwerkers. Dit is in lijn met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).

Omdat de overstap naar de Cloud is gemaakt, is de infrastructuur en digitale (werk-)omgeving erg veranderd. Dit heeft een (positieve) impact op het proces van Bedrijfscontinuïteit. In 2022 wordt dit aangepast, herzien en weer getest op de nieuw ontstane situatie.

Tot slot is, om dreigingen in breder verband het hoofd te kunnen bieden, aansluiting gezocht bij het periodiek overleg van de VeiligheidsAlliantie regio Rotterdam (VAR).

Informatie en data

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Informatie en data

De gemeente wil de mogelijkheden van digitalisering maximaal benutten om maatschappelijke opgaven, dienstverlening en bedrijfsvoering dwars door de organisatie heen mogelijk te maken. Datagedreven werken is daarom een van de ambities van onze organisatie. We zetten in op het op orde brengen van de basis door procesoptimalisatie en meerjarige monitoring. Die kan bijdragen aan inzichten en beleidsontwikkeling. Daarnaast draagt de aanstelling van de Chief Informatie Officier (CIO) afgelopen jaar bij aan deze ambitie. De CIO geeft sturing aan de verdere ontwikkeling van deze ambitie. 

In 2021 is gewerkt aan het voorbereiden van de cloudmigratie. De cloudmigratie is de basis van veilige digitale dienstverlening en digitaal samenwerken. Ook draagt het bij aan moderne integrale informatievoorziening. Met onze reactie op de wereldwijde LOG4J problematiek aan het einde van 2021 is gebleken dat onze digitale omgeving slagvaardig is, maar dat alertheid geboden is en dat een veilige basis noodzakelijk is. 

Naast deze veilige basis is de overstap naar een nieuw zaaksysteem met nieuw DigiD- en E-herkenningsplatform belangrijk. Het maakt een betere ontsluiting van de dienstverlening mogelijk. Onderdeel van de optimalisatie van onze dienstverlening is het aanpassen van onze  digitale formulieren, brieven  en website. Dit alles gebeurt volgens de eisen van digitale toegankelijkheid. Hiermee maken we een belangrijke verbeterslag in digitale toegankelijkheid. Ook met onze website gaan we aan de slag om de digitale toegankelijkheid te verbeteren. Uit onderzoek blijkt dat deze nog niet aan alle succescriteria voldoet van de internationaal geaccepteerde richtlijnen voor digitale toegankelijkheid. De aanbevelingen uit dit rapport worden geïmplementeerd.

Aan de hand van een gewogen sturing op de informatieprojectenportfolio  wordt gewerkt aan  de verdere noodzakelijke digitalisering.

 

Inkoop

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Inkoop

Met ingang van 1 januari 2021 is Bureau Inkoop MVS (BI-MVS) daadwerkelijk ontvlochten en is in de plaats daarvan binnen Vlaardingen een nieuw team Inkoop gevormd. Naast de ondersteuning bij Europese en nationale aanbestedingen biedt dit nieuwe team Inkoop ook ondersteuning bij (een deel van) de meervoudig onderhandse aanbestedingen en moet ook binnen dit team centraal contractbeheer en contractmanagement geborgd zijn. Om dit goed te kunnen inrichten heeft team Inkoop in de afgelopen periode een inkoopactieplan opgesteld dat momenteel binnen de organisatie verder wordt uitgerold. In dit inkoopactieplan worden onder meer de verschillende inkoopprocessen opnieuw beschreven en de hierin te onderscheiden rollen en verantwoordelijkheden binnen de organisatie vastgelegd. Daarnaast is beschreven op welke wijze contractbeheer en contractmanagement wordt ingevoerd in de organisatie. Om te komen tot een adequate borging van de (inkoop)contracten zijn in de afgelopen maanden de lopende contracten geïnventariseerd en is ook een aanbesteding van een inkoop- en contractmanagementsysteem in voorbereiding. Ook voor contractbeheer en contractmanagement worden momenteel de processen beschreven. De uitvoering van het inkoopactieplan wordt in 2022 verder vorm gegeven.

Financiën en Control

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Financiën en Control

In 2021 is wederom hard gewerkt aan het versterken van de financiële basis. Zo zijn er maandelijkse budgetgesprekken met de managers gehouden, hebben er tweemaandelijkse voortgangsgesprekken met de directie plaatsgevonden en is er strak gestuurd op de beheersing van de bedrijfsvoeringkosten. Hoewel Vlaardingen in 2021 niet meer onder preventief toezicht van de Provincie stond,  zijn alle nieuwe beleidsuitgaven steevast getoetst op onvermijdbaarheid en onuitstelbaarheid. 

Ook hebben wij de raad door middel van de voortgangsrapportages en separate raadsmemo's geïnformeerd over de voortgang van de aanvullende ombuigingen en het Herstelplan.

Interne controle en rechtmatigheid 
De wetgeving op de rechtmatigheidsverantwoording is uitgesteld naar 2022. In 2021 is ter voorbereiding op deze wetgeving de visie op de rechtmatigheid opgesteld. Ook is het proces “subsidie verstrekking” als pilot  aangewezen om over 2021 een rechtmatigheidsverantwoording op te stellen.  Deze pilot maakt het mogelijk om te oefenen en ervaringen op te doen met de nieuwe manier van rechtmatigheidsverantwoording. 

Eind 2021 heeft een eerste marktoriëntatie plaatsgevonden om te komen tot een Governance, Risk and Compliance (GRC) tool. Deze tool ondersteunt de uitvoering van de controles vanuit het three lines model., het beheren van de algemene governance van de organisatie, het beheer van risico's en het naleven van regelgeving.

De (Verbijzonderde) Interne Controle wordt half jaarlijks achteraf uitgevoerd. De uitkomsten zijn ondersteunend voor de accountantscontrole gericht op getrouw beleid en rechtmatigheid.  Op basis van de huidige inrichting worden er nu gegevensgerichte controles uitgevoerd. Met de opvolging van de verbeteracties benoemd in de managementletter, de accountantsverslag van Deloitte en bevindingen uit de (Verbijzonderde) Interne Controle en de verdere invoering van procesgericht werken komt er een verschuiving naar procesgerichte controles.

Pilot rechtmatigheidsverantwoording
In 2021  is  toegezegd aan de raad om te starten met een pilot  in het opstellen van een rechtmatigheidsverantwoording.   Het proces subsidies  is aangewezen als pilot,  gezien de materialiteit van dit proces. Uit de pilot zijn geen financiële onrechtmatigheden of onduidelijkheden geconstateerd, maar wel bevindingen gedaan, die de formele rechtmatigheid raken. Hieronder wordt verstaan afwijkingen van de wet- en regelgeving, die geen financiële gevolgen hebben.  Het gaat hier om afwijking van  afhandeltermijnen,.

Huidige stand van zaken voorgaande verbeteractie afhandeltermijnen
Op dit moment is gestart met een pilot   interne beheersing proces subsidieverstrekkingen. In de pilot wordt met een brede groep in verschillende sessies de procesbeschrijving opgesteld, de risico’s en beheersmaatregelen geïdentificeerd, waarbij ook de gewenste situatie wordt bekeken en ingeregeld om risico’s te mitigeren. Deze beheersmaatregelen krijgen een implementatiedatum mee, zodat duidelijk is wanneer hierop getoetst kan worden. Het doel is om door verbeteringen in de interne beheersing (en IT omgeving) procesgericht controleren mogelijk te maken en het risico op bovenstaande problemen te mitigeren.

Frauderisicoanalyse
Voor zover bekend zijn er geen fraudemeldingen geweest in 2021.
Over 2020 is een eerste frauderisicoanalyse uitgevoerd. Voor 2021 zou deze geactualiseerd worden inclusief een check op de werking van de frauderisico-beheersmaatregelen en de toezicht op naleving ervan (governance). Vanwege capaciteitstekort is dit beperkt tot een update door de teammanagers.
Bij een aantal onderwerpen waar hoge risico’s worden gelopen en die laag scoren komt bij controles en projecten vaker een indicatie naar voren dat de beheersing van de administraties, processen, rapportages en governance (nog) niet op orde is. In het lopende boekjaar wordt de check op werking en governance van de frauderisico- beheersmaatregelen daarom meegenomen tijdens de VIC’s.

Procesmanagement
Met het vaststellen van de nieuwe sturingsfilosofie en de bijbehorende aanpassing in de organisatiestructuur is een eerste stap gezet om te komen tot een proces- en opgavengerichte organisatie. Procesgericht werken draagt bij aan de ambitie om een 7,5 te scoren in 2024 op tevredenheid van inwoners, ondernemers en medewerkers. Ook sluit de inrichting van procesgericht werken aan bij de visie op rechtmatigheid, waar de verantwoordelijkheid in de organisatie wordt belegd (three lines model). 

De afgelopen periode zijn al diverse ontwikkelingen en initiatieven gestart die een bijdrage leveren aan de inrichting van procesmanagement. 

  • Procesmanagement
    In samenspraak met de organisatie is er een startnotitie vastgesteld over de definitie van procesgericht werken.  Dit vormt de basis om verder invulling te geven aan de aspecten mens en cultuur, besturing, informatiesysteem en organisatie. Dit sluit aan bij de sturingsprincipes en kernwaarden van de organisatie.  In 2021 is een onderzoek uitgevoerd naar een ketenproces in de organisatie. Deze aanpak wordt ook in het volgende jaar doorgezet.  Uit de bevindingen van dit onderzoek over de huidige manier van werken in relatie tot de gewenste situatie komt informatie die wordt meegenomen in de verdere uitwerking.
  • Optimalisatie dienstverlening 
    In 2021 is gestart met het inrichten van een nieuw zaaksysteem. In 2022 wordt deze  implementatie afgerond. De basis van de inrichting is een proces. Deze processen worden in kaart gebracht door middel van het procesplein. Het procesplein is erop gericht de bestaande processen en onderlinge samenhang te beschrijven en vast te stellen. Het beschrijft de wijze waarop wij met elkaar in processen samenwerken. Het is met name gericht op kwaliteitsverbetering en is niet op risicomanagement.
    Betrokkenen worden  getraind in het gebruik van het nieuwe zaaksysteem en in de besturing van het proces. Na oplevering is het aan de proceseigenaar om te blijven vernieuwen en verbeteren gericht op onze ambities. 

Betaaltermijnen
De werkelijke gemiddelde betaaltermijn bedroeg in 2021 13,4 dagen en verliep daarmee nagenoeg volgens de gestelde norm van 12 dagen.

Sturing Verbonden Partijen
In 2021 hebben de volgende ontwikkelingen zich voorgedaan in het proces van sturing op verbonden partijen.

In april en mei jongstleden zijn de begrotingen van de verbonden partijen ontvangen. Door het college zijn deze geclusterd aan de gemeenteraad aangeboden. Door middel van een oplegnotitie in de vorm van een raadsmemo is een samenvatting aangeboden van de verschillende begrotingen. Eveneens is op hoofdlijnen aangegeven welke effecten van corona we zien bij de diverse verbonden partijen. Op deze manier proberen we de behandeling van de zienswijzen op de verbonden partijen te verbeteren en zowel college als raad meer in positie te brengen.

Daarnaast zijn na het vaststellen van de gemeentelijke begroting aan het eind van 2021 de verbonden partijen geïnformeerd over het te gebruiken indexatiecijfer voor hun aankomende kaderbrieven en begrotingen. Hierdoor wordt de (financiële) voorspelbaarheid van zowel de gemeente als de verbonden partij versterkt.

Ten derde is in de auditcommissie nagedacht over een nieuwe vorm van sturing op verbonden partijen. Enerzijds wordt gedacht aan meer samenwerking tussen de raden van Vlaardingen, Schiedam en Maasluis. Anderzijds is in 2021 nagedacht over een vorm van risicosturing op verbonden partijen. Concreet betekent dit: verbonden partijen met hogere bestuurlijke of financiële risico’s krijgen meer aandacht dan partijen met een lager risico. In 2021 is besloten deze richting van sturing mee te geven in de overdracht naar de nieuwe raadsperiode.

In breder perspectief is te melden dat de nieuwe Wet Gemeenschappelijke Regelingen door de Tweede en Eerste Kamer is goedgekeurd. Op het moment van schrijven is bekend dat delen van de wet per 1 juli 2022 in zullen gaan. De wet geeft de gemeenteraad meer instrumenten om sturing te geven op verbonden partijen.

Monitoren Verbeteracties
Er is en wordt verder opvolging gegeven aan de signalen en adviezen uit de (verbijzonderde) interne controle, management letter en accountantsverslag. De aanbevelingen zijn vertaald in een verbeteragenda bedrijfsvoering. De opvolging hiervan komt terug in een monitor verbeteracties. In het vervolg van deze paragraaf wordt verder ingegaan op de stand van zaken van de  verschillende verbeteracties. Onderstaande verbeteracties per onderwerp.

Begrotingsrechtmatigheid
In 2021 is door de ambtelijke organisatie verder gewerkt aan het versterken van de financiële beheersing. Hierdoor worden de voortgangsrapportages en prognoses vollediger. Door middel van maandelijkse budgetgesprekken en interne voortgangsgesprekken worden de budgetten bewaakt. 

Grondexploitatie
In de inrichting van een grondexploitatie worden controles op de berekening uitgevoerd ter borging van de kwaliteit op juistheid, volledigheid en tijdigheid.  De kwaliteitsimpulsen hiervan lopen vertraging op door druk op de capaciteit als gevolg van ziekte en onderbezetting door de krapte op de arbeidsmarkt. Naast het bijhouden van een logboek  wordt er ook nauw samengewerkt met Financiën en de externe accountant in met name de waardering in de verantwoording. In 2021 is er gewerkt aan een herziening van de kaders gericht op grondbeleid, erfpacht en kostenverhaal. Op basis van besluitvorming in 2022 zal de inrichting  van processen worden aangepast.  

Inkoop en aanbesteding
Voor wat betreft de ontwikkelingen en verbeteringen met betrekking tot Inkoop en aanbesteding verwijzen wij u naar de eerdere informatie in deze paragraaf.

Beheer vastgoed
In 2021  zijn de Meerjaren Onderhoudsplannen vastgesteld. Regulier onderhoud en achterstallig onderhoud moeten apart worden geregistreerd. Dit vraagt om een verandering in de inrichting. Deze verbeteractie loopt door naar 2022.

Verhuur
In 2021 is nog geen opvolging gegeven aan een control technische functiescheiding op het gebied van verhuur.  Dit risico wordt opgevangen door uitvoering van de interne controle achteraf.  Een eerste oriëntatie op een wijziging van het proces is gestart. Dit moet vervolgens ondersteund worden door een applicatie. 

Erfpacht
De signaalfunctie is handmatig ingericht. Er is een eerste oriëntatie geweest om deze in de bestaande applicatie in te richten.  In 2022 wordt de nota grondbeleid en erfpacht herzien. De inrichting wordt hierop aangepast. 

Subsidieverstrekkingen
Dit proces wordt ondersteund door een zaaksysteem. In 2021 zijn de autorisaties aangepast. Op basis van de signalen over de overschrijding van termijnen, wordt  het proces herzien.  In 2022 wordt het nieuwe zaaksysteem ingericht dat voldoet aan de gewenste kwaliteitseisen. 

Subsidiebaten
Er is een subsidieregister over de subsidiebaten opgesteld. In 2022 wordt verder gewerkt aan een eenduidig proces voor het registreren van de subsidiebaten.      

Liquiditeitsplanning
In 2021 is de liquiditeitsplanning opgesteld met beperkte diepgang . De planning wordt aangescherpt en er komt meer aandacht voor de risico’s 

Risicomanagement
Bij deze jaarrekening is een eerste kwaliteitsslag gemaakt in het beoordelen van de financiële risico’s. In 2022 wordt de aanpak van risicomanagement verder herzien.

IT en Audit
Zoals hierboven al beschreven, wordt de gemeentelijke informatieveiligheid jaarlijks getoetst door middel van zelfevaluaties en IT-audits die samengevoegd zijn in ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit). De audits worden getoetst aan het normenkader voor de gehele overheid: de BIO (Baseline Informatieveiligheid Overheid). In 2021 is gestart met de inrichting van de kwaliteitsmonitor. Dit wordt in 2022 verder vormgegeven. 

Paragraaf Grondbeleid

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Inleiding

De uitvoering van het grondbeleid vindt plaats op basis van de nota Grondbeleid, die in 2011 is vastgesteld door de Raad. Grondbeleid is een gemeentelijk instrument in de ruimtelijke ordening waarmee de gemeente gewenste ontwikkelingen kan bevorderen en ongewenste ontwikkelingen kan beperken. Het kan hierbij gaan om ontwikkelingen met betrekking tot volkshuisvesting (waaronder woningdifferentiatie), economie (groei werkgelegenheid, ontwikkeling van bedrijventerreinen), maatschappelijke voorzieningen (buurthuis, sportterrein) en natuur en milieu (duurzame natuurontwikkelingen en herstructurering van stedelijk gebied). Een herziene Nota Grondbeleid is in voorbereiding en zal aan de Raad medio 2022 worden voorgelegd.

 

Taak van de gemeente

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Taak van de gemeente

De gemeente hanteert twee hoofdlijnen ten aanzien van het grondbeleid:

  • Actief grondbeleid: De gemeente koopt zelf grond aan en is actief betrokken bij het bouwrijp maken van de grond. Daarna kan de gemeente de kavels verkopen of in erfpacht uitgeven. Het kan gaan om individuele bouwkavels of bedrijfsterreinen, maar ook om complete woningbouwprojecten.
  • Faciliterend grondbeleid: De gemeente maakt het mogelijk dat private partijen, die een grondpositie hebben een gebied geheel zelf ontwikkelen; de gemeente beperkt zich hierbij voornamelijk tot het maken van een bestemmingsplan (publiekrechtelijk kader) en bij mogelijke grondeigendom van de gemeente in het betreffende gebied, het inbrengen van deze gronden. De kosten die samenhangen met het faciliteren van particuliere ontwikkelingen (op grond die niet van de gemeente is) worden op de exploitanten verhaald door middel van anterieure overeenkomsten.

Uiteraard zijn er vele tussenvormen mogelijk waaronder het veel gebruikte PPS model (Publiek Private Samenwerking). De uiteindelijke vorm is steeds afhankelijk van het specifieke project en de taak- en risicoverdeling tussen partijen. Als basis vanuit de nota grondbeleid hanteert de gemeente het faciliterende grondbeleidsmodel tenzij er redenen zijn om als overheid zich actief als grond ontwikkelende partij op te stellen.

Wijze waarop het grondbeleid gestalte krijgt

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Wijze waarop het grondbeleid gestalte krijgt

In het verleden heeft de gemeente, uit strategische overwegingen, percelen grond met of zonder bebouwing aangekocht. De vastgoedmarkt en de financiële positie van de gemeente zijn dermate veranderd dat zulke strategische verwervingen niet meer voor de hand liggen. Verkoop van bezit is een mogelijkheid om deze portefeuille juist te beperken. Dit zorgt tevens voor een verlaging van de (financiële) risico’s. De gemeente voert, zoals gezegd, bij voorkeur een faciliterend grondbeleid.
Grondexploitaties hebben meestal een doorlooptijd van jaren. Bij de start van een project of gebiedsontwikkeling wordt op basis van een aantal uitgangspunten – in ieder geval (schets)plan, beoogd programma en een planning – een meerjarige grondexploitatieberekening (de vorm is een haalbaarheidsstudie waarbij veelal gebruik wordt gemaakt van kengetallen en globale cijfers) gemaakt om te bepalen in hoeverre er sprake is van een financieel verantwoorde ontwikkeling. In de loop der tijd kunnen zich positieve of negatieve ontwikkelingen voordoen, die bij de start van de exploitatie niet konden worden voorzien maar wel een effect kunnen hebben op het resultaat, dat uiteindelijk minimaal kostendekkend zal moeten zijn. Veranderende wetgeving, economische ontwikkelingen, procedurele zaken, wijzigingen van, bij of door de ontwikkelaar, evenals rente-, opbrengst- en kostenontwikkelingen kunnen als oorzaken worden genoemd, waardoor het resultaat van een exploitatie wijzigt.

De grondprijsbenadering

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - De grondprijsbenadering

Voor de door de gemeente uit te geven bouwrijpe grond geldt als uitgangspunt een marktconforme grondprijs. De berekening daarvan gebeurt op basis van relevante marktprijzen voor het betreffende type vastgoedobject en gebruik makend van de methode van de residuele grondwaardebenadering. Als hier aanleiding toe is kan de residuele grondprijsberekening worden gecheckt door een comparatieve benadering. Hierbij worden grondopbrengsten van soortgelijke ontwikkelingen als vergelijking gebruikt. In voorkomende gevallen kan een andere methode van grondprijsbepaling worden toegepast. Gedacht kan worden aan een grondquote. Volgens de huidige Nota Grondbeleid kan dit niet omdat daarin de residuele benadering wordt voorgeschreven als de wijze waarop de gemeente grondwaarden bepaalt. In de nieuwe Nota Grondbeleid wordt een afwijking van de residuele methode mogelijk gemaakt. Voordat daadwerkelijk tot gronduitgifte wordt overgegaan vindt er een onafhankelijke taxatie plaats om de marktconformiteit van de berekende grondwaarde te toetsen en ongeoorloofde staatssteun te voorkomen.

 

Vormen van exploitatie

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Vormen van exploitatie

1. Grondexploitaties
Grondexploitaties zijn meerjarige toekomstberekeningen. Daardoor kunnen de financiële resultaten door vele externe en interne factoren in de loop der jaren veranderen. Grondexploitaties hebben tot doel om bouwrijpe gronden die door de gemeente zijn ontwikkeld uit te geven. Marktomstandigheden en langdurige ruimtelijke procedures kunnen aanleiding zijn tot (grote) afwijkingen ten opzichte van de oorspronkelijke ramingen. Elke grondexploitatie wordt door de gemeenteraad vastgesteld. Elk jaar wordt de raad geïnformeerd over de (grond)exploitaties, via het Meerjaren Programma Grondzaken (MPG). Hierin wordt de stand van zaken en de verschillen t.o.v. voorgaande perioden en de voorziene of verwachte ontwikkelingen, zoals de risico-ontwikkeling, weergegeven. Het MPG is gekoppeld aan de jaarrekening en betreft een actualisering van alle exploitatieresultaten. De resultaten worden direct meegenomen in de betreffende jaarrekening.

In het onderdeel ‘stand van zaken grond- en bouwexploitaties’ is per grondexploitatie een stand van zaken weergegeven.

2. Erfpachtexploitaties
In 2013 heeft de raad de thans geldende Nota Erfpacht vastgesteld. Daarin is het beleid bepaald voor nieuwe uitgiften in erfpacht van tot ontwikkeling te brengen bouwgrond (eeuwigdurend in plaats van tijdelijk), de verkoop van bloot-eigendom van reeds in erfpacht uitgegeven gronden en het omzetten van tijdelijke erfpachtrechten in nieuwe eeuwigdurende erfpachten (heruitgifte). In 2022 zal naast een nieuwe Nota Grondbeleid, ook een nieuwe Nota Erfpacht als uitvoeringsnota worden vastgesteld.
Tijdelijke erfpachtrechten zijn voor een bepaalde tijd uitgegeven en eindigen na 50 of 99 jaar. De erfpachter kan aan het einde van de looptijd kiezen voor een nieuwe erfpachtuitgifte, maar dan in eeuwigdurende erfpacht of het kopen van de grond waar zijn pand op staat. Alle erfpachtrechten kunnen ook voor de einddatum (tussentijds) omgezet worden in (volle) eigendom of in eeuwigdurende erfpacht (heruitgifte). Ieder jaar eindigen er tijdelijke erfpachtrechten. In de periode van 2020 tot en met 2027 zijn dat er ruim 400. Daarvan liggen de meeste in Holy Noord.

Erfpachtexploitatie Park Hoog Lede
De ontwikkeling van Park Hoog Lede is geen reguliere grondexploitatie, maar de gemeente heeft hier in 2010 wel een belangrijke grondpositie verworven met een hoge boekwaarde. De gronden zijn vervolgens in erfpacht uitgegeven aan de ontwikkelaar. De laatste 27 woningen van Park Hoog Lede zijn eind 2021 opgeleverd. De bloot-eigendom van de erfpachtgrond onder deze woningen is in 2020 verkocht aan PHL, zodat er geen erfpachtgronden meer zijn in Park Hoog Lede. De eindafrekening van het addendum Park Hoog Lede is in de collegevergadering van 30 november 2021, nr. 1878124, vastgesteld. De conclusie van deze eindafrekening is dat de achtergestelde canon niet door PHL behoeft te worden terugbetaald en derhalve wordt kwijtgescholden. Partijen hebben daardoor niets meer van elkaar te vorderen of aan elkaar te betalen.

3. Resterende werken  afgesloten grondexploitaties
In 2021 zijn er een 3-tal grondexploitaties door de gemeenteraad afgesloten. Bij raadsbesluiten van 17 juni 2021 zijn de grondexploitaties Babberspolder-Oost (verseonnr.1842363), De Buitenplaats Van Ruytenburch (verseonnr. 1842389) en Parc Drieën-Huysen (verseonnr. 1842374) afgesloten. Bij deze afsluiting zijn er voor de bovengenoemde projecten nog resterende kredieten beschikbaar gesteld door de gemeenteraad om het openbare ruimte binnen de plangebieden te vervolmaken.  In totaal gaat het om een bedrag van € 799.000, waarvan in 2021 € 501.000 is uitgegeven. Het is de bedoeling dat de werkzaamheden gereed zijn in het jaar 2022, zodat deze resterende budgetten per 31 december 2022 kunnen worden worden afgesloten. 

Actualisatie en herziening

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Actualisatie en herziening

Aan het eind van ieder jaar stelt de raad de Grondbrief vast, geldend voor het daarop volgende jaar, waarin afspraken over de parameters met betrekking tot de rente, de opbrengsten- en kostenstijgingen, maar ook over de (niet commerciële) grondprijzen staan. De parameters voor 2021 zijn vastgesteld op 3% voor de opbrengststijging en 3% voor de kostenstijging. Voor 2022 wordt van dezelfde percentages uitgegaan. Vanaf 2023 wordt voor beide een parameter van 2,0% gehanteerd. De rekenrente over 2021 en verdere jaren bedraagt 1,5%.
Op basis hiervan zijn alle grondexploitaties ten behoeve van de jaarrekening geactualiseerd. Ook de daadwerkelijke uitgaven en inkomsten in 2021 zijn in de grondexploitaties verdisconteerd om deze weer zo goed en actueel mogelijk te kunnen borgen. Zodra er besluiten worden genomen over (forse) wijzigingen in het programma, de planning of de parameters zal deze aanleiding zijn om de grondexploitatie(s) te herzien.

 

Positieve vooruitzichten

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Positieve vooruitzichten

De cijfers over 2021 lieten wederom zien dat het aantal woningverkopen hoger was dan de jaren ervoor. Ook de woningprijzen zijn (fors) gestegen. De consumenten hebben volgens de statistieken meer vertrouwen in de economie, als gevolg hiervan laat de woningmarkt positieve signalen zien, mede door de lage rentestand. In de door de raad vastgestelde Grondbrief 2022 is rekening gehouden met de positieve vooruitzichten, waarbij inmiddels ook duidelijk is dat rekening gehouden moet worden met rentestijgingen. Eventuele effecten daarvan zullen in de tussentijdse rapportages verantwoord worden. 

Erfpachtexploitatie

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Erfpachtexploitatie

De boekwaarde van de erfpachtgronden bedraagt per 31-12-2021 € 112,2 miljoen. In 2021 is voor € 1,5 miljoen de bloot eigendom van erfpachtrechten verkocht. Dit heeft geleid tot een afwaardering van de boekwaarde van de erfpachtgronden van € 0,4 miljoen. Het saldo van de afgekochte erfpachtcanons bedraagt per 31-12-2021 € 30,9 miljoen en is op de balans onder de langlopende schulden in deze jaarrekening verantwoordt.

 

Kostenverhaal

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Kostenverhaal

Op basis van de door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu ontwikkelde systematiek, zijn de gemeentelijke plankosten van de plannen in beeld gebracht, die door derden worden uitgevoerd (particuliere grondexploitatie). Belangrijk uitgangspunt van deze systematiek is de principe verdeling tussen de kosten die bij de ontwikkelende partij en bij de gemeente thuishoren. Deze verdeling is gebaseerd op het belang dat de gemeente aan de ontwikkeling hecht en op het feit dat de gemeente faciliterend, begeleidend en toetsend is en de ontwikkelaar bijvoorbeeld het stedenbouwkundig plan, de ruimtelijke onderbouwing en het buitenruimteplan opstelt. Als kostenverhaal langs privaatrechtelijke weg niet lukt dan biedt de wet nog de mogelijkheid kosten te verhalen via de publiekrechtelijke weg met behulp van een exploitatieplan. Deze laatste mogelijkheid heeft niet de voorkeur. In 2022 zal de Nota Kosterverhaal als uitvoeringsnota vastgesteld worden, waarin verder ontwikkeld wordt met het voornemen om naast de plankosten ook kosten voor bovenwijkse voorzieningen – waar mogelijk – te verhalen.

Winstneming en voorziening

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Winstneming en voorziening

De belangrijkste aspecten uit de voorschriften BBV in het kader van grondontwikkeling worden hieronder toegelicht:

Winstneming
Sinds 2017 moet conform de BBV winst worden genomen naar rato van de voortgang van een project. Voor winstneming geldt het "percentage of completion" methode (POC).  Voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd kan tussentijds naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst worden genomen.

Voorziening
Bij een negatieve geprognosticeerde eindwaarde dient een voorziening opgenomen te worden ter waarde van de berekende negatieve eindwaarde.  Is er sprake van negatieve boekwaarde dan wordt er een verliesvoorziening aan de activazijde van de balans opgenomen, bij een positieve boekwaarde wordt een voorziening aan de passivazijde van de balans opgenomen. 

Stand van zaken grondexploitaties

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Stand van zaken grondexploitaties

Voor grondexploitaties geldt dat er sprake is van generieke en/of specifieke financiële risico’s. Deze risico’s worden betrokken bij de bepaling van de hoogte van het noodzakelijke weerstandsvermogen. Verwezen wordt naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.
De stand van zaken van de te onderscheiden grondexploitaties is als volgt:

1. Marathonweg Noord (zuidelijk deel)
Aan de hand van het huidige programma wordt de grondexploitatie naar verwachting op 31 december 2030 met een positief eindresultaat van € 1.913.000 afgesloten. Het positieve resultaat is het gevolg van actualisatie van de opbrengsten. Op 21 juli 2020 heeft het college van B&W besloten om het zuidelijk deel en het noordelijk deel van tot één plangebied samen te voegen en middels een aanbiedingsprocedure integraal tot ontwikkeling te brengen. Het zuidelijk deel maakt deel uit van de grondexploitatie en het noordelijk deel betreft een materiële vast activa (MVA). Op 22 februari 2022 heeft het college van B&W besloten ‘Het Integraal Programma van Eisen van Marathonweg Noord’ vast te stellen, welke betrekking heeft op het gebied de huidige grondexploitatie en het MVA-gebied Marathonweg Noord (n). Op basis van dit programma zal aan uw raad voorgesteld worden om beide delen samen te voegen tot één grondexploitatie.

2. Stationsgebied Centrum (Nieuw Sluis)
Deze ontwikkeling behoort samen met de ontwikkeling in Eiland van Speyk tot de uitvraag voor het Kerngebied Rivierzone, waarin een ontwikkelaar is geselecteerd. De ontwikkeling betreft de realisatie van in totaal circa 218 eengezinswoningen en 62 appartementen. Het deelgebied ‘Galgkade’ met 141 gezinswoningen zijn inmiddels geheel opgeleverd. Het gebied rond het station (o.a. ter plaats van de tijdelijke supermarkt) wordt omgevormd van beoogde grondgebonden woningen, naar gestapelde bouw. Bijgestelde plannen zullen, zodra beschikbaar, aan de raad worden voorgelegd. Dit zal daarna tot positieve aanpassing van de grondexploitatie leiden. De deelgebieden ‘Spoor & Sluis’ en ‘Parallelweg’ worden nu verder uitgewerkt tot een concreet bouwplan, waarna de ruimtelijke procedures kunnen worden doorlopen voor het realiseren van de hier geplande woningen. Naar verwachting wordt de grondexploitatie op 31 december 2026 afgesloten met een negatief resultaat van € -1.035.000 in totaal.

3. Schiereiland (Eiland van Speyk)
Ook deze ontwikkeling behoort tot het Kerngebied Rivierzone. De huidige grondexploitatie heeft op basis van de huidige stand van de besluitvorming een negatief resultaat van € -3.129.000 in totaal per 31 december 2029. In 2020 heeft de ruimtelijke onderbouwing voor het bestemmingsplan geleid tot een nieuw stedenbouwkundigplan met een groter bouwprogramma. Na vaststelling van dit stedenbouwkundig plan kan de grondexploitatie daarop positief aangepast worden. De verwachting is dat het ontwerp bestemmingsplan in 2022 ter visie gaat en in 2024 wordt een aanvang gemaakt met de bouw van de eerste woningen.

4. De Nieuwe Vogelbuurt (voorheen Holy Zuid-Oost)
De woningen in fase 1, fase 2 en fase 3A zijn opgeleverd en de openbare ruimte is, met uitzondering van nazorg, gerealiseerd. In kalenderjaar 2020 is een aanvang gemaakt om fase 4 en fase 5 bouwrijp te maken, waardoor de ontwikkelende partij in tweede helft van kalenderjaar 2020 met de bouw van woningen in fase 5 heeft opgestart. De eerste woningen binnen fase 5 zijn in jaar 2021 opgeleverd en aansluitend hierop wordt een aanvang gemaakt met het woonrijp maken van fase 5. Gelijktijdig wordt de Spechtlaan, één van de hoofdontsluitingen voor fase 1, fase 2 en fase 3A, woonrijp gemaakt. De bouw van de woningen in fase 4 vangt naar verwachting in de tweede helft van kalenderjaar 2021 aan. Voor fase 6, én fase 3B, worden in samenwerking met Stichting Waterweg Wonen en de ontwikkelende partij voorbereidingen getroffen om aansluitend op fase 4 deze laatste fase mogelijk te maken. In december 2021 heeft een actualisatie van de kosten van bouw- en woonrijpmaken plaatsgevonden. Aan de hand van de huidige uitgangspunten wordt de grondexploitatie naar verwachting op 31 december 2028 met een negatief resultaat van € -3.782.000 in totaal afgesloten.

5. Vrije Kavels Hollandiaan
Tot en met 2020 zijn er vijf kavels verkocht. Over de laatste kavel worden tot eind december 2021 onderhandelingen gevoerd met een derde partij. Inmiddels hebben deze onderhandelingen geleid tot een verkoop, die in januari 2022 is geëffectueerd. Hierdoor zal deze grondexploitatie in 2022 worden afgerond. Het verwachte resultaat op eindwaarde (31-12-2023) bedraagt € 538.000 positief.

6. Vergulde Hand West Fase 1
De grondexploitatie ‘De Vergulde Hand West, fase 1’ maakt deel uit van een beoogd bedrijventerrein dat ook nog een tweede en derde fase kent. Uitgangspunt is dat fase 1, en eventueel aangevuld met fase 2 en/of fase 3, door één marktpartij (ontwikkelende partij) wordt gerealiseerd en wordt gezocht naar een potentiële marktpartij voor de realisatie van het beoogd bedrijventerrein. Voor de tussenliggende periode is een deel van het plangebied als gronddepot voor de Blankenburgverbinding beschikbaar (verhuur) gesteld. Vermeld dient te worden dat naast de gemeente ook een derde over een grondpositie binnen het plangebied van de grondexploitatie beschikt. De verwachting is dat de grondexploitatie op 31 december 2026 met een positief resultaat van € 1.006.000 in totaal kan worden afgesloten.

7. Westwijk Centrum Nieuw
De bouw van de sporthal met daarbovenop appartementen in de sociale sector is op 5 juli 2018 gestart en is inmiddels gereed. De planontwikkeling voor de overige te verkopen gronden van het Erasmusplein zal opnieuw worden aanbesteed. Voor de ontwikkeling aan de locatie Frank van Borselenstraat heeft de aanbesteding plaatsgevonden en is de gunning inmiddels verleend. Het eindresultaat van de grondexploitatie komt bij de actualisatie neer op € 2,23 miljoen positief per eindwaarde 31-12-2029.

8. Het Nieuwe Thuis
De grondexploitatie Het Nieuwe Thuis is op 5 juli 2021 door de raad vastgesteld. De exploitatie omvat de bouw van 8 woningen. De woningen zullen in het jaar 2022 opgeleverd worden.  Naar verwachting zal de grondexploitatie per 31-12-2024 met een positief resultaat van € 40.000 afgesloten worden.

Strategische gronden, materiële vaste activa

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Strategische gronden, materiële vaste activa

Onder de categorie MVA / Strategische gronden, voorheen Niegg’s, zijn de volgende gronden met hun boekwaarden opgenomen:

A. Vergulde Hand West fase 2 en 3
Dit gebied betreft het resterende gedeelte van het gebied de Vergulde Hand West wat in de toekomst wordt ontwikkeld als bedrijventerrein. Ook deze terreinen (net als een deel van fase 1) wordt tot eind 2022 verhuurd ten behoeve van een gronddepot voor de Blankenburgverbinding, waarmee deze tevens worden voorbelast. Na besluitvorming over wanneer en voor welke bestemming de grond na 2022 uitgegeven gaat worden zal een grondexploitatie voor deze gronden opgesteld gaan worden, al dan niet gekoppeld aan fase 1. De planning is om fase 1 na 2022 te (laten) ontwikkelen.

B. VOP Oost (Noord en Zuid)
In de VOP zijn er diverse gemeentelijke eigendommen, verspreid over het hele gebied. Het pand aan de Parallelweg 6a-b is verkocht voor de realisering van de uitbreiding van de naastgelegen supermarkt. Voor de voormalige panden van Warmelo & Van der Drift aan de Westhavenkade en de Vetteoordskade zijn ondergebracht bij de grotere ontwikkeling van het Museumkwartier, waarvoor in 2022 een anterieure overeenkomst gesloten wordt. De locaties Parallelweg 2 en Touwbaankwartier worden samen met de locatie Westhavenkade tegenover de Pelmolen in Maaswijk verkocht aan de ontwikkelaar van Nieuw Sluis en het Eiland van Speyk. Daartoe is een addendum op de Koop-, Ontwikkel- en Realisatieovereenkomst Kerngebied Rivierzone gesloten.

C. Maaswijk
De grond in Maaswijk bestaat uit de onder B al aangeduide locatie Westhavenkade tegenover de Pelmolen. Deze locatie wordt ter uitvoering van het addendum op de Koop-, Ontwikkel- en Realisatieovereenkomst Kerngebied Rivierzone aan de ontwikkelaar van Nieuw Sluis en het Eiland van Speyk verkocht.

D. Marathonweg Noord (noordelijk deel)
Het noordelijk deel van het voormalig sportpark nabij de openbare weg Marathonweg betreft een materiële vast activa (MVA). Op 21 juli 2020 heeft het college van B&W besloten om het zuidelijk deel en het noordelijk deel van tot één plangebied samen te voegen en middels een aanbiedingsprocedure integraal tot ontwikkeling te brengen. Op 22 februari 2022 heeft het college van B&W besloten ‘Het Integraal Programma van Eisen van Marathonweg Noord’ vast te stellen en de selectieprocedure te starten, welke betrekking heeft op het gebied de huidige grondexploitatie en het MVA -gebied Marathonweg Noord(n). Voor deze genoemde gebieden zal er een nieuwe grondexploitatie worden opgezet in 2022 en aan de raad worden voorgesteld.

Paragraaf Verbonden partijen

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Inleiding

Om de beleidsdoelen van de gemeente Vlaardingen te kunnen realiseren, wordt, indien dit wenselijk wordt geacht, een belang genomen in een organisatie die aan de doelverwezenlijking kan bijdragen. De huidige wet- en regelgeving (BBV) verplicht onze gemeente om in de begroting en de jaarstukken aan te geven in welke privaatrechtelijke en publiekrechtelijke organisaties zij een bestuurlijk en/of financieel belang heeft.
Van een bestuurlijk belang is sprake als de gemeente een zetel in het bestuur van een organisatie bekleedt en/of stemrecht heeft in een vergadering van belanghebbenden. Van een financieel belang is sprake als er door de gemeente aan een organisatie financiële middelen beschikbaar zijn gesteld die verloren kunnen gaan in geval van een faillissement of als financiële problemen van een organisatie kunnen worden verhaald op de gemeente.

Inzicht in de gang van zaken bij verbonden partijen is nodig uit hoofde van bestuurlijke, beleidsmatige en/of financiële belangen. Op basis van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is een aantal financiële kengetallen weergeven per verbonden partij: de omvang van het eigen vermogen, het vreemd vermogen en het resultaat.

 

Visie verbonden partijen

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Visie verbonden partijen

In april en mei jl. zijn de begrotingen van de verbonden partijen ontvangen. Door het college zijn deze geclusterd aan de gemeenteraad aangeboden. Door middel van een oplegnotitie in de vorm van een raadsmemo is een samenvatting aangeboden van de verschillende begrotingen. Eveneens is op hoofdlijnen aangegeven welke effecten van corona we zien bij de diverse verbonden partijen. Op deze manier proberen we de behandeling van de zienswijzen op de verbonden partijen te verbeteren en zowel college als raad meer in positie te brengen.

Daarnaast zijn na het vaststellen van de gemeentelijke begroting aan het eind van 2021, de verbonden partijen geïnformeerd over het te gebruiken indexatiecijfer voor hun aankomende kaderbrieven en begrotingen. Hierdoor wordt de (financiële) voorspelbaarheid van zowel de gemeente als de verbonden partij versterkt.

Ten derde is in de auditcommissie nagedacht over een nieuwe vorm van sturing op verbonden partijen. Enerzijds wordt gedacht aan meer samenwerking tussen de raden van Vlaardingen, Schiedam en Maasluis. Anderzijds is in 2021 nagedacht over een vorm van risicosturing op verbonden partijen. Concreet: verbonden partijen met hogere bestuurlijke of financiële risico’s krijgen meer aandacht dan partijen met een lager risico. In 2021 is besloten deze richting van sturing mee te geven in de overdracht naar de nieuwe raadsperiode.

In breder perspectief is te melden dat de nieuwe Wet Gemeenschappelijke Regelingen door de Tweede en Eerste Kamer is goedgekeurd. Op het moment van schrijven is bekend dat delen van de wet per 1 juli 2022 in zullen gaan. De wet geeft de gemeenteraad meer instrumenten om sturing te geven op verbonden partijen.

 

Financiële risico's verbonden partijen

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Financiële risico's verbonden partijen

De financiële risico’s van de vennootschappen zijn beperkt tot het aandelenbezit van de gemeente. Bij een faillissement van een vennootschap daalt de waarde van dit bezit tot nihil. De financiële risico’s van de gemeenschappelijke regelingen hebben geen beperking. Bij een faillissement worden de deelnemers van de gemeenschappelijke regeling volgens de verdeelsleutel aangeslagen voor eventueel resterende schulden na verkoop van de bezittingen. Gezien de aard van de werkzaamheden van de verbonden partijen is de kans op een faillissement van zowel de vennootschappen als de gemeenschappelijke regelingen klein. Echter uitgesloten is het niet.

 

Vennootschapsbelasting (Vpb)

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Vennootschapsbelasting (Vpb)

Per 2016 vallen de uitsluitend door de gemeente beheerste entiteiten (verbonden partijen) ook onder de Vennootschapsbelastingplicht (Vpb-plicht) voor overheidsondernemingen. Dit betekent dat ze aan diverse extra fiscale verplichtingen moeten voldoen, wat mogelijk resulteert in een jaarlijkse Vpb-afdracht. In de jaarrekeningen van de verbonden partijen is opgenomen wat de stand van zaken is ten aanzien van de Vpb-plicht.

Overzicht verbonden partijen

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Overzicht verbonden partijen

Op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) zijn we verplicht om in de paragraaf verbonden partijen een overzicht van de verbonden partijen op te nemen onderverdeeld naar gemeenschappelijke regelingen, vennootschappen en coöperaties, stichtingen en verenigingen en overige verbonden partijen. In de tabel met financiële positie verbonden partij is het eigen vermogen en het vreemd vermogen per 31-12-2021 en het gerealiseerde resultaat over 2021 opgenomen. Op de volgende pagina’s vindt u het overzicht waarin de voorgeschreven informatie is opgenomen.

Metropoolregio Rotterdam Den Haag
Vestigingsplaats Den Haag
Relatie met programma Bestuur, Dienstverlening en Participatie. Vervoersautoriteit met programma verkeer en mobiliteit. Economisch vestigingsklimaat met programma onderwijs, economie en haven.
Openbaar belang en visie De gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) is in december 2014 in werking getreden. De missie van de MRDH is: De Metropoolregio Rotterdam Den Haag werkt aan een Europese topregio. De MRDH heeft tot doel het bevorderen van de samenwerking tussen de gemeenten met het oog op een voorspoedige ontwikkeling van het gebied en het beheer van de aan de regio toevertrouwde voorzieningen. Zij houdt zich daartoe bezig met: a. Het vaststellen van doelstellingen op het gebied van verkeer en vervoer en de verbetering van het economisch vestigingsklimaat; b. Het uitvoeren van de, met betrekking tot het onder a. genoemde beleid, aan de MRDH opgedragen taken en bevoegdheden. De inhoudelijke agenda’s van de Vervoersautoriteit en Economisch Vestigingsklimaat zijn hierbij leidend en de basis voor de MRDH-brede strategie.
Betrokken partijen De volgende gemeenten maken deel uit van de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag: Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Delft, Den Haag, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, Midden-Delfland, Nissewaard, Pijnacker-Nootdorp, Ridderkerk, Rotterdam, Rijswijk, Schiedam, Vlaardingen, Wassenaar, Westland, Westvoorne en Zoetermeer.  Overige betrokken overheden en/of marktpartijen: Naast het bundelen van de krachten van de 23 gemeenten is samenwerking met onder meer bedrijfsleven, kennisinstellingen, omliggende regio’s zoals Drechtsteden en Leiden, de provincie en het Rijk noodzakelijk om de ambities te realiseren. De MRDH werkt daarnaast nauw samen met de Economische Programmaraad Zuidvleugel (EPZ), het triple helix orgaan van vertegenwoordigers van bedrijfsleven, overheden en kennisinstellingen. Samenwerking met omliggende regio’s en de andere partners vindt zowel plaats bij de strategische trajecten als bij de uitvoering van concrete activiteiten.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door burgemeester B. Wijbenga- van Nieuwenhuizen. Wethouder Verkeer en Vervoer B.T. Bikkers, maakt deel uit van de Vervoersautoriteit. Wethouder Economische Zaken B.T. Bikkers maakt deel uit van de Bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat. In de Adviescommissie Vervoersautoriteit hebben zitting de raadsleden L.W.M. Claessen en S. Akca. In de Adviescommissie Economisch Vestigingsklimaat hebben zitting de raadsleden G. Pappers en A. Kloosterman. Als lid van de Rekeningcommissie MRDH heeft zitting het raadslid L.W.M. Claessen.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2021 € 199.770 (begroot € 199.770). Het programma Vervoersautoriteit wordt geheel financieel gedekt uit de BDU-gelden.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2021 Per 31-12-2021
Eigen vermogen 30.206 32.508
Vreemdvermogen 1.472.507 1.435.141
Resultaat 777 1.460
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond
Vestigingsplaats Rotterdam
Relatie met programma Veiligheid en Handhaving
Openbaar belang en visie Op grond van de Wet op de Veiligheidsregio’s heeft de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond de volgende taken: a. Het inventariseren van risico’s van branden, rampen en crises; b. Het adviseren van het bevoegd gezag over risico’s van branden, rampen en crises in de bij of krachtens de wet aangewezen gevallen evenals in de gevallen die in het beleidsplan zijn bepaald; c. Het adviseren van het college van burgemeester en wethouders over de taal, bedoeld in artikel 3, eerste lid; d. het voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing; e. Het instellen en in stand houden van een brandweer; f. Het instellen en in stand houden van een GHOR; g. Het voorzien in de meldkamerfunctie; h. Het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel; i. Het inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de diensten van de veiligheidsregio en tussen deze diensten en de andere diensten en organisaties die betrokken zijn bij de onder d, e, f, en g genoemde taken.
Betrokken partijen De volgende gemeenten maken deel uit van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond: Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door burgemeester B. Wijbenga- van Nieuwenhuizen. Wethouder B. T. Bikkers is plaatsvervangend lid.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2021: € 5.501.955 (begroot € 5.501.955)
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2021 Per 31-12-2021
Eigen vermogen 13.067 5.085
Vreemdvermogen 70.887 96.225
Resultaat 1.958 -196
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
DCMR Milieudienst Rijnmond
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Groen en Milieu
Openbaar belang en visie Het bevorderen van een duurzame ontwikkeling van de stad. Via de vergunningverlening Wet Milieubeheer, de afhandeling van meldingen in het kader van het Activiteitenbesluit, het uitvoeren van toezicht en handhaving en de advisering aan gemeenten op het gebied van de verschillende milieuthema’s en ruimtelijke ontwikkelingen, draagt de DCMR er mede zorg voor dat de milieubeleidsdoelen in de gemeente Vlaardingen worden behaald.
Betrokken partijen De provincie Zuid Holland en de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard (voormalig Spijkenisse en Bernisse), Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door wethouder B.T. Bikkers. Wethouder I.M. Somers-Gardenier is plaatsvervangend lid.
Financieel belang Voor de uitvoering van de werkzaamheden van de DCMR voor Vlaardingen wordt jaarlijks een werkplan gemaakt. De kosten bedragen in 2021: € 1.742.515. (begroot € 1.719.515)
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2021 Per 31-12-2021
Eigen vermogen 6.038 4.866
Vreemdvermogen 9.969 12.724
Resultaat 1.964 -954
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
GGD Rotterdam- Rijnmond
Vestigingsplaats Rotterdam
Relatie met programma Sociaal Domein
Openbaar belang en visie Het op een proactieve wijze beschermen, bewaken en bevorderen van de gezondheid van inwoners in het bedieningsgebied van de GR GGD-RR. Gezondheid wordt gedefinieerd als een toestand van compleet fysiek, mentaal en sociaal welbevinden en is niet alleen van toepassing op de afwezigheid van ziekte of een handicap. De GR GGD Rotterdam-Rijnmond is primair verantwoordelijk voor de uitvoering van de wettelijk basistaken volgens de Wet Publieke Gezondheid. Operationeel uitvoerder is de GGD Rotterdam-Rijnmond (onderdeel van het concern Rotterdam).
Betrokken partijen De GR GGD Rotterdam-Rijnmond is een samenwerkingsverband van 15 gemeenten in de stadsregio Rotterdam en een deel van de Zuid-Hollandse eilanden. De GR GGD Rotterdam-Rijnmond is congruent met de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Bestuur vertegenwoordigd door wethouder J.J. Silos – Knaap. Wethouder A.F. de Leede is plaatsvervangend lid.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2021: € 534.097. (begroot € 530.635)
Financiële positie De GGD-RR heeft geen eigen of vreemd vermogen. De gemeenschappelijke regeling van de GGD-RR heeft geen balans en andere financiële staten om in de begroting (en jaarverslag) op te nemen aangezien de GGD-RR onderdeel uitmaakt van de gemeente Rotterdam.
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
ROG Plus NWN
Vestigingsplaats Maassluis
Relatie met programma Sociaal Domein
Openbaar belang en visie Het bieden van maatwerkvoorzieningen ter bevordering, behoud of compensatie van zelfredzaamheid en ter ondersteuning van participatie aan ingezetenen van de gemeente die daartoe op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit hun sociale netwerk niet of onvoldoende in staat zijn. De maatwerkvoorzieningen richten zich ook op de ondersteuning van mantelzorgers. Artikel 2.3.5, lid 3 van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 legt het college daarbij de plicht op om, na onderzoek, een maatwerkvoorziening te bieden die een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid en participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven.
Betrokken partijen De gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Bestuur vertegenwoordigd door wethouder J.J. Silos – Knaap. Wethouder A.F. de Leede is plaatsvervangend lid.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2021 € 27.380.014 (begroot € 33.634.500).
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2021 Per 31-12-2021
Eigen vermogen 0 0
Vreemdvermogen 7.361.314 14.121.559
Resultaat 4.459.485 10.931.475
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond
Vestigingsplaats Rotterdam
Relatie met programma Sociaal Domein
Openbaar belang en visie Het uitvoeren van de bovenlokale taken door middel van: a. Het contracteren en/of subsidiëren van aanbieders van jeugdhulp en uitvoerders jeugdreclassering en jeugdbeschermingsmaatregelen in het kader van de Jeugdwet; b. Het organiseren van een advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling; c. Het bevorderen van gezamenlijk overleg van de gemeenten voor de uitvoering van de jeugdhulptaken, die in de Jeugdwet aan de gemeenten zijn opgedragen. Deze taken zijn bovenlokaal, dat wil zeggen aanvullend en in aansluiting op het lokale aanbod.
Betrokken partijen De gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Nissewaard, Vlaardingen en Westvoorne.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Bestuur vertegenwoordigd door wethouder J.J. Silos – Knaap.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2021: € 16.113.655 (begroot € 15.428.646)
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2021 Per 31-12-2021
Eigen vermogen 0 0
Vreemdvermogen 124.879 73.010
Resultaat 0 0
Risico’s De financiële ontwikkeling als gevolg van de resultaatgerichte financiering blijft een aandachtspunt.
Stroomopwaarts MVS
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Sociaal Domein
Openbaar belang en visie De gemeenschappelijke regeling is ingesteld ter behartiging van het belang van een kwalitatief hoogwaardige en doelmatige uitvoering van de taken en bevoegdheden van de deelnemers op het gebied van het sociaal domein. Meer in bijzonder de uitvoering van de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening (werkloze werknemers en gewezen zelfstandigen), de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (art. 1.13). Vanaf 1 januari 2022 voert Stroomopwaarts eveneens de Nieuwe Wet Inburgering uit.
Betrokken partijen De gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door wethouders A.F. de Leede en B.T. Bikkers en in het Dagelijks Bestuur door wethouder A.F. de Leede.
Financieel belang Deelnemersbijdrage: BUIG 2021 € 36.499.973 (begroot € 36.383.000) Minimabeleid 2021 € 2.742.585 (begroot € 2.916.000) Algemene dienstverlening 2021 € 18.835.181 (begroot € 19.059.000)
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2021 Per 31-12-2021
Eigen vermogen 4.455 4.109
Vreemdvermogen 19.385 13.107
Resultaat 1.693 1.450
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
Regionale Belasting Groep
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Financiën
Openbaar belang en visie Het heffen en invorderen van de gemeentelijke belastingen en heffingen en het uitvoeren van de werkzaamheden in het kader van de Wet Waardering onroerende zaken.
Betrokken partijen Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard, Hoogheemraadschap Delfland, gemeente Delft, gemeente Schiedam, gemeente Vlaardingen.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door wethouder B.T. Bikkers.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2021 € 1.382.000 (begroot € 1.382.000)
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2021 Per 31-12-2021
Eigen vermogen 2.439 2.909
Vreemdvermogen 718 544
Resultaat 313 553
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
Intergemeentelijke Reiniging-, Afvalinzameling- en Dienstverlening Organisatie (IRADO)
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Groen en Miilieu
Openbaar belang en visie Het in opdracht van de gemeente Vlaardingen uitvoeren van het inzamelen en afvoeren van huishoudelijk afval en op basis hiervan adviseren en rapporteren.
Betrokken partijen Gemeenten Vlaardingen, Schiedam en Capelle a/d IJssel zijn ieder voor 1/3 aandeelhouder.
Bestuurlijk belang De Raad van Commissarissen bestaat uit externe commissarissen: de heer B.K.A van Rijsbergen (voorzitter), mw. M.M.C. Lansbergen-Kerklaan (plv vooorzitter) en de heer H.G.M. Mogezomp. Wethouder A.F. de Leede bekleedt namens de gemeente Vlaardingen de rol van opdrachtgever. Wethouder B. T. Bikkers bekleedt namens de gemeente Vlaardingen de rol van aandeelhouder.
Financieel belang De deelneming staat voor € 300.000,- op de balans van de gemeente Vlaardingen.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2021 Per 31-12-2021
Eigen vermogen 18.881 18.289
Vreemdvermogen 41.998 40.682
Resultaat 1.387 1.279
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
Waterbedrijf Evides
Vestigingsplaats Rotterdam
Relatie met programma Groen en Miilieu
Openbaar belang en visie Met de deelneming wordt beoogd invloed uit te oefenen op het beleid van watervoorziening en tariefstelling. Door een aantal fusies is de invloed van de gemeente de afgelopen jaren sterk afgenomen. De gemeente heeft op dit moment nog 1,8% van het totale aandelenpakket in bezit.
Betrokken partijen De aandelen van Waterbedrijf Evides zijn voor 50% in handen van de vroegere aandeelhouders van Delta Waterbedrijf en voor de andere 50% in handen van de vroegere aandeelhouders van Waterbedrijf Europoort. De laatste groep bestaat uit 24 gemeenten uit deze regio, waaronder de gemeente Vlaardingen.
Bestuurlijk belang De gemeente heeft stemrecht in de algemene vergadering van aandeelhouders. De gemeente Vlaardingen wordt hierin vertegenwoordigd door wethouder B. T. Bikkers.
Financieel belang De deelneming staat voor € 245.041,- op de balans van de gemeente Vlaardingen.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2021 Per 31-12-2021
Eigen vermogen 535.200 558.200
Vreemdvermogen 713.000 754.500
Resultaat 46.700 47.900
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
Werkbedrijf Vlaardingen
Vestigingsplaats Vlaardingen
Relatie met programma Sociaal Domein
Openbaar belang en visie Het in opdracht van de Gemeente Vlaardingen uitoefenen van (delen) van de Wet Sociale Werkvoorziening en de Wet Werk en Bijstand. Het uitoefenen van het formeel werkgeverschap voortvloeiende uit het voorgaande. De BV wordt vereffend.
Betrokken partijen Gemeente Vlaardingen
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen houdt 100% van de aandelen. De gemeente Vlaardingen wordt in de aandeelhoudersvergadering vertegenwoordigd door wethouders A.F. de Leede en B.T. Bikkers. De gemeentecontroller fungeert als statutair bestuurder ten behoeve van de vereffening van de BV.
Financieel belang Er zijn aandelen (gewaardeerd op € 18.000) in bezit bij de gemeente Vlaardingen. Deze verbonden partij is in liquidatie.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2021 Per 31-12-2021
Eigen vermogen N.n.b. N.n.b.
Vreemdvermogen N.n.b. N.n.b.
Resultaat N.n.b. N.n.b.
Risico’s Geen
Bank Nederlandse Gemeenten
Vestigingsplaats Den Haag
Relatie met programma Financiën
Openbaar belang en visie De Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) stelt zich ten doel gemeenten en andere decentrale overheden te ondersteunen bij hun maatschappelijke activiteiten middels het aanbieden van tal van bancaire diensten. Onze gemeente levert door haar deelneming een bijdrage hieraan.
Betrokken partijen De aandelen van de Bank Nederlandse Gemeenten zijn voor 50% in handen van het Rijk en voor de resterende 50% in handen van gemeenten. Onze gemeente heeft een belang van 0,36% in de bank.
Bestuurlijk belang De gemeente heeft stemrecht in de algemene vergadering van aandeelhouders. De gemeente Vlaardingen wordt hierin vertegenwoordigd door wethouder B. T. Bikkers.
Financieel belang De deelneming staat voor € 33.807 op de balans van de gemeente Vlaardingen.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2021 Per 31-12-2021
Eigen vermogen 5.097.000 5.062.000
Vreemdvermogen 155.262.000 143.995.000
Resultaat 163.000 236.000
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
Stadsherstel Maassteden
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Financiën
Openbaar belang en visie Opknappen en behouden van gebouwd erfgoed in Vlaardingen, Maassluis en Schiedam.
Betrokken partijen Het Fonds Schiedam Vlaardingen e.o., de gemeenten Schiedam, Vlaardingen en Maassluis zijn sinds januari 2018 aandeelhouders.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt hierin vertegenwoordigd door wethouder B. T. Bikkers.
Financieel belang De deelneming staat voor € 100.000 op de balans van de gemeente Vlaardingen.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2021 Per 31-12-2021
Eigen vermogen 1.533 1.421
Vreemdvermogen 970 1.230
Resultaat -64 -112
Risico’s Geen
Coöperatief beheer groengebieden Midden-Delfland
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Sport en recreatie
Openbaar belang en visie De coöperatie stelt zich ten doel de leden te faciliteren in de doelmatige en rechtmatige uitvoering van beheer- en onderhoudstaken ter zake van groengebieden in Midden-Delfland en al hetgeen met het vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.
Betrokken partijen De gemeenten Delft , Midden-Delfland, Maassluis, Schiedam, Vlaardingen en Westland.
Bestuurlijk belang Wethouder A.F. de Leede is door het college van B&W benoemd als lid van de algemene deelnemersvergadering.
Financieel belang De bijdrage van de gemeente Vlaardingen aan het CBG bedraagt € 573.354 per jaar.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2021 Per 31-12-2021
Eigen vermogen 4.779 4.551
Vreemdvermogen 4.100 4.409
Resultaat -131 175
Risico’s Geen

Paragraaf Corona

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Corona - Inleiding

Net als nagenoeg heel het jaar 2020, stond 2021 in het teken van de coronapandemie. Deze crisis heeft sociale, maatschappelijke, economische en financiële gevolgen met zich meegebracht. De toelichting op zowel de beleidsmatige als de financiële gevolgen zijn verantwoord in de diverse programma’s. In deze paragraaf gaan we alleen in op de financiële stand van zaken rond de coronacrisis per 31 december 2021.

Financiële stand van zaken

Terug naar navigatie - Paragraaf Corona - Financiële stand van zaken

In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de coronasteunpakketten, specifieke uitkeringen en de claims die hierop zijn gedaan in 2021. Daarnaast wordt inzicht gegeven in andere posten met afwijkende kosten of opbrengsten vanwege de coronacrisis.

Financieel overzicht Corona (bedragen x € 1.000)
Inkomsten corona steunpakketten en specifieke uitkeringen
Coronasteunpakket septembercirculaire 2020 734
Coronasteunpakket decembercirculaire 2020 2.302
Coronasteunpakket maartbrief 2021 1.226
Coronasteunpakket meicirculaire 2021 29
Coronasteunpakket septembercirculaire 2021 1.194
Coronasteunpakket decembercircculaire 2021 398
Totaal inkomsten corona steunpakket 5.883
Specifieke uitkering ijsbanen en zwembaden 94
TOZO steunpakket uitvoerings- en uitkeringskosten 3.328
Specifieke uitkering Tijdelijke ondersteuning Toezicht & Handhaving 239
Totaal inkomsten specifieke uitkeringen 3.661
Totaal inkomsten corona steunpakket en specifieke uitkeringen 9.544
Uitgaven ten laste van corona steunpakketten en specifieke uitkeringen
TOZO verstrekkingen (SOW) -3.328
Specifieke uitkering ijsbanen en zwembaden -94
Specifieke uitkering Tijdelijke ondersteuning Toezicht & Handhaving -239
Totaal specifieke uitkeringen -3.661
Extra inzet reguliere dienstverlening en aanvullende inzet armoede en schulden 41
Decentralisatie-uitkering culturele sector -602
Decentralisatie-uitkering maatschappelijke opvang -67
Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke kosten (TONK) -1.159
Perspectief jeugd en jongeren -390
Extra kosten afvalverwerking -120
Bestrijden eenzaamheid ouderen -164
Aanvullende inzet sociaal pakket re-integratie -1.201
Lokale cultuur-, buurt- en dorpshuizen -265
Continuiteit van zorg - meerkosten jeugd -115
Lokaal cultuuraanbod (budgetoverheveling naar 2022) -178
Totaal uitgaven corona steunpakket -4.220
Totaal uitgaven ten laste van corona steunpakketten -7.881
Afwijkende uitgaven / opbrengsten ten gevolge van corona
Diverse kosten griffie 74
Onderbesteding wijkbudgetten 128
Onderbesteding coordinatie Rivierzone, toekomstvisie en omgevingstafel 66
Minder rioleringswerkzaamheden 80
Overige extra kosten afvalverwerking -341
Onderbesteding budget economisch herstel en ontwikkeling 104
Middelen binnenstad 97
Onderbesteding leerlingenvervoer 122
Hogere kosten jeugdhulpvervoer -155
Onderbesteding Onderwijsachterstandenbeleid 439
Lagere lasten bureau Leerrecht 74
Minder precario-inkomsten -49
Totaal uitgaven ten laste van corona steunpakketten 639
Totaal financieel effect corona op jaarrekeningsaldo 2.302

Coronasteunpakketten
De totale uitgaven ten laste van de steunpakketten en de specifieke uitkeringen ad € 4.220.000 zijn lager dan de ontvangen middelen ad € 5.883.000. Het verschil is € 1.663.000. Er is namelijk steeds gekeken of meerkosten en/of minderopbrengsten binnen de reguliere middelen op te vangen waren. Op programma 10 treft u namelijk nog een stelpost van € 929.000 betreffende middelen coronasteunpakket uit de septembercirculaire, die wij ter besteding hebben gehouden. Daarnaast is bij de 2e Voortgangsrapportage 2021 al € 734.000 vrijgevallen vanuit de coronasteunpakketten. 

Specifieke uitkeringen
Het Rijk heeft naast middelen via het gemeentefonds ook een aantal specifieke uitkeringen beschikbaar gesteld in 2021. Over de specifieke uitkering moet verantwoording aan het Rijk worden afgelegd. Op basis van de werkelijke kosten volgt een afrekening. Het betreft de volgende regelingen:

  • Tozo (Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandige Ondernemers): de Tozo ondersteunt zelfstandige ondernemers, zodat zij een betere kans hebben om hun bedrijf te kunnen voortzetten.
  • Compensatie IJsbanen en Zwembaden: het rijk heeft middelen beschikbaar gesteld ter compensatie van exploitatieverliezen van zwembaden en ijsbanen.
  • Tijdelijke ondersteuning toezicht en handhaving: betreft een eenmalige specifieke uitkering voor gemeenten in verband met ondersteuning van de toezichts- en handhavingstaak door tijdelijke arbeidskrachten.  

Budgetten gemeentelijke begroting
Op andere, de meer reguliere, budgetten houden wij vanwege corona ca € 639.000 over. Meer gedetailleerde analyses zijn opgenomen in de programmaverantwoording.

Gemeentelijke stelpost corona
Daarnaast was er in 2021 een gemeentelijke stelpost beschikbaar gesteld ten behoeve van dekking van eventuele meerkosten en/of minderopbrengsten vanwege de coronapandemie. Deze stelpost bedroeg € 1 miljoen. Bij de 2e Voortgangsrapportage 2021 is deze stelpost afgeraamd, omdat het inzetten van deze stelpost niet nodig bleek.

Resume

Terug naar navigatie - Paragraaf Corona - Resume

In 2021 heeft het Rijk wederom middelen beschikbaar gesteld ter compensatie van extra kosten en inkomstenderving. Over 2021 is deze compensatie ruim voldoende gebleken, sterker nog het heeft een voordeel opgeleverd van ca € 1,6 miljoen. 
Ook op de gemeentelijke budgetten hebben we geld overgehouden. In onderstaande tabel wordt dit inzichtelijk gemaakt.

Financieel effect (bedragen x € 1.000)
Effect coronasteunpakketten 1.663
Effect specifieke uitkeringen 0
Effect onder-/overschrijdingen budgetten 639
Vrijval stelpost coronamaatregelen 2021 1.000
Totaal 3.302