Het actuele informatievoorschrift is te vinden onder URL:
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/richtlijnen/2015/10/02/iv3-informatievoorschrift-gemeenten-en-gemeenschappelijke-regelingen
Bij het Verdrag van Maastricht (1992) zijn door de landen van de Europese Unie regels vastgesteld ter verbetering van de begrotingsdiscipline in de eurozone. Een van de afspraken had betrekking op het maximaal toegestane begrotingstekort van individuele landen. Deze afspraak staat bekend als de 3%- norm, inhoudende dat landen slechts incidenteel een begrotingstekort mogen presenteren dat hoger is dan 3% van het bruto binnenlands product (bbp).
Eind 2011 zijn in Europees verband nadere afspraken gemaakt ter verbetering van de begrotingsdiscipline. De uitwerking van deze afspraken heeft in Nederland geleid tot de wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet Hof). De Wet Hof hanteert het EMU-saldo als sturingsinstrument. Het CBS is verantwoordelijk voor het opstellen van het EMU-saldo van Nederland en daarmee ook voor het EMU-saldo van decentrale overheden. Het startpunt vormt het exploitatiesaldo voor bestemming, dat wil zeggen voordat een beroep op c.q. toevoeging aan reserves plaatsvindt. Vervolgens wordt het exploitatiesaldo gecorrigeerd voor posten die wel relevant zijn voor het exploitatiesaldo, maar niet voor het EMU-saldo. Deze posten worden dus verwijderd. Posten die niet relevant zijn voor het exploitatiesaldo, maar wel voor het EMU-saldo worden toegevoegd. Het EMU-saldo is te vergelijken met het begrotings-/rekeningsaldo, dat echter gebaseerd is op het baten en- lasten-stelsel. Het EMU-saldo is gebaseerd op een aangepast transactiestelsel. Volgens de regels van de EMU mag het vorderingentekort niet hoger zijn dan 3% van het bruto binnenlands product. Wanneer het saldo positief is, is er sprake van een vorderingenoverschot. Als het saldo negatief is, spreekt men van een vorderingentekort.
| EMU-saldo (bedragen x € 1.000) | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 |
|---|---|---|---|---|
| 1- Het geraamde totaal saldo van baten en lasten (excl. Toevoeging aan en onttrekking uit reserves) | 23.026 | 12.323 | -8.100 | 2.387 |
| 2- Afschrijvingen ten laste van de exploitatie | 9.169 | 9.084 | 8.940 | 9.501 |
| 3- Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie | 4.713 | 4.298 | 11.390 | 7.492 |
| 4- Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd | -19.822 | -30.198 | -35.849 | -30.458 |
| 5- Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4 | 5.359 | 3.622 | 8.319 | 3.305 |
| 6- Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord | 632 | 5.064 | 1.121 | 203 |
| 7- Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan) | -2.757 | -19.314 | -2.422 | -10.145 |
| 8- Baten bouwgrondexploitaties, voorzover transacties niet op exploitatie verantwoord. | 2.890 | 2.990 | 4.295 | 18.065 |
| 9- Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze transacties met derden betreffen | -49 | -1.522 | -5.229 | -1.166 |
| 10- Lasten i.v.m. transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten. | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Berekend EMU-saldo | 23.161 | -13.653 | -17.535 | -816 |
Het EMU-saldo beoogt het verschil tussen de inkomsten en de uitgaven weer te geven. Wat komt er aan geld ”in de knip” en wat gaat eruit. Het resultaat is dus een vorderingentekort of –overschot. Het rekeningresultaat moet daarom worden gecorrigeerd met:
a. Baten en lasten in het rekeningresultaat die geen feitelijke geldstroom in 2025 met zich meebrengen;
b. Inkomsten en uitgaven in 2025, die niet als bate of last in het rekeningresultaat zijn opgenomen.
De hierna vermelde cijfers 1 tot en met 10 verwijzen naar voorgaand overzicht EMU-saldo:
Conclusie
Het resultaat van deze exercitie is een EMU-saldo van € 0,85 miljoen negatief. Dat betekent in termen van inkomsten en uitgaven dat er een afname is van de liquide middelen, de kas- en banksaldi.
Het actuele informatievoorschrift is te vinden onder URL:
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/richtlijnen/2015/10/02/iv3-informatievoorschrift-gemeenten-en-gemeenschappelijke-regelingen
In het BBV (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten) is vastgelegd dat het gemeentebestuur jaarlijks een begroting vaststelt. De begroting bestaat conform het BBV uit de beleidsbegroting en de financiële begroting. De beleidsbegroting bestaat ten minste uit de programmaplannen (de te realiseren programma’s met doelstellingen en activiteiten) en de paragrafen (waarin beleidslijnen worden vastgelegd met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten (lokale heffingen, weerstandsvermogen, onderhoud kapitaalgoederen, financiering (treasury), bedrijfsvoering, verbonden partijen en grondbeleid). De financiële begroting bestaat uit het overzicht van baten en lasten en de uiteenzetting van de financiële positie.
In Vlaardingen bestaat de begroting 2025 uit de volgende programma’s:
Op al deze onderwerpen heeft het gemeentebestuur doelstellingen geformuleerd en zijn activiteiten benoemd om deze doelstellingen te behalen. Ook zijn er per programma middelen vrijgemaakt om deze doelstellingen te realiseren.
Toelichting op veel voorkomende begrippen
Om deze begroting goed te kunnen lezen worden een aantal veel voorkomende begrippen hieronder opgesomd en toegelicht:
Algemene reserve
De Algemene reserve is dat deel van het Eigen vermogen dat niet bestemd is. In principe is de Algemene reserve bedoeld om calamiteiten op te vangen en dus niet om nieuwe plannen te realiseren.
Baten – lasten
De baten-lasten taal is de taal die bij gemeenten sinds 1985 gebruikt wordt. Baten is alles waar de gemeente ‘rijker’ van wordt. Lasten is alles waar de gemeente ‘armer’ van wordt. Eigenlijk is de baten-lasten taal het toerekenen van de ontvangsten en uitgaven naar de juiste periode.
Bestemmingsreserve
De raad kan besluiten een bestemmingsreserve in te stellen. Bij een bestemmingsreserve wordt een bepaald bedrag gereserveerd, waarbij de raad uitspreekt dat ze dat bedrag in de toekomst aan een bepaald project wil uitgeven. Een bestemmingsreserve is een wens van de raad en nog geen besluit om het geld uit te geven.
Budget
Een budget is een bedrag dat uitgegeven mag worden voor een bepaald doel. Een budget kan komen uit:
Exploitatie
De exploitatie is een overzicht van de baten en lasten in de gemeente in een bepaald jaar.
Kapitaallasten
Wanneer de gemeente een aanschaf doet leent de gemeente geld voor die aanschaf. Daarover wordt rente betaald. Ook geldt voor de aanschaf een afschrijvingstermijn. De rente en de afschrijving vormen samen de kapitaallasten.
Kredieten
Bij een krediet gaat het om de toestemming voor investeringen. Een investering heeft de volgende kernmerken:
Ontvangsten – uitgaven
Iets is een ontvangst op het moment dat het echt binnen komt op de bankrekening. Iets is een uitgave wanneer het verdwijnt van de rekening.
Programmabegroting
De programmabegroting is het afsprakenkader tussen het college en de raad. Bij elk van de bovengenoemde programma’s zijn budgetten vastgesteld.
Reserves / Eigen vermogen
Het eigen vermogen (synoniem: reserves) van een gemeente geeft aan hoe rijk de gemeente is op een bepaald moment.
Toezicht provincie
Jaarlijks moet elke gemeente vóór 15 november de begroting ter beoordeling toezenden aan Gedeputeerde Staten (GS). Op basis van het begrotingsonderzoek en een risicoanalyse bepalen GS voor elk begrotingsjaar het toezichtregime. Repressief toezicht (achteraf) is regel, preventief toezicht vooraf is uitzondering. Bij repressief toezicht wordt de begroting voor kennisgeving aangenomen, bij preventief toezicht behoeft de begroting de goedkeuring van GS. Zolang die goedkeuring nog niet is verleend heeft de gemeente de toestemming van GS nodig tot het aangaan van verplichtingen.
Treasury / Financiering
Onder treasury binnen de gemeente wordt verstaan het feitelijke beheer van de bankrekening(en). De treasury kijkt of er geld over is of geld tekort is. Als er geld over is, probeert de treasury het geld zo goed mogelijk weg te zetten. Als er geld tekort komt leent de treasury het geld bij.
Uitleenquote
Het percentage van de netto schuldquote dat is uitgeleend aan derden.
Voorraadquote (grondexploitatie)
De mate waarin de schuld tijdelijk van aard is omdat deze tijdelijk vast zit in de grondvoorraad.
Voorziening
Een voorziening lijkt op een bestemmingsreserve, maar bij een voorziening zit er ook een verplichting tot besteding aan vast. Er zijn onderhoudsvoorzieningen en voorzieningen voor risico’s.
Weerstandscapaciteit
Dat deel van het eigen vermogen dat beschikbaar is om eventuele risico’s financieel op te kunnen vangen. In Vlaardingen is dat de Algemene Reserve.
| Onderwerp | Bevindingen | Oorsprong | Spoor | Status ultimo 2025 |
|---|---|---|---|---|
| ICT/ nieuwe applicatie | Toetsing van prestatielevering wordt niet zichtbaar vastgelegd. | 2024 | Spoor 3: Grip op de organisatie | Begin 2026 zijn we live gegaan met ERPx. Het systeem dwingt af om de prestatie te verklaren, het is een optie om het prestatiedocument toe te voegen. We zijn met de leverancier in gesprek of dit veld in de applicatie niet verplicht kan worden. We zien dat er steeds meer prestatieverklaringen incl. document in ERPx worden vastgelegd. |
| ICT/ nieuwe applicatie | Ontbreken van een verplichtingenadministratie. | 2024 | Spoor 3: Grip op de organisatie | Wanneer in ERPx een bestelling wordt opgevoerd wordt er ook direct een "zachte" verplichting opgevoerd. Wanneer de budgethouder de bestelling goedkeurd wordt de verplichting hard en is ook te zien in de rapportages als verplichting en wordt gezien als een "uitgave". |
| ICT/ nieuwe applicatie | Ontbreken van een three-way match. | 2024 | Spoor 3: Grip op de organisatie | Bevinding is opgelost in 2026 middels ERPx. |
| ICT/ nieuwe applicatie | Ontbreken van controletechnische functiescheiding. | 2024 | Spoor 3: Grip op de organisatie | Bevinding is opgelost in 2026 middels ERPx. |
| Interne beheersing | Ontbreken van het vierogen-principe bij handmatige betalingen. | 2024 | Spoor 1: Jaarrekening 2025 | Onderzoek naar dubbele betalingen is afgerond. |
| ICT/ nieuwe applicatie | Geen centrale subsidieregister aanwezig. | 2024 | Opgelost | Bevinding is opgelost in 2025 middels Zaaksysteem. |
| Interne beheersing | Geen zichtbare controle op urenregistraties. | 2024 | Opgelost | Bevinding is opgelost in 2025 middels tijdschrijfapplicatie TIM. |
| Interne beheersing | Geen tijdige controle op urenregistraties. | 2025 | Spoor 3: Grip op de organisatie | De genoemde rapportages om te kunnen sturen zijn opgenomen in ERPx. De organisatie leert op dit moment te werken met deze rapportages. |
| ICT/ nieuwe applicatie | Gebruik van Excel bij berekeningen van waardering (MPG) | 2024 | Spoor 3: Grip op de organisatie | De aanbeveling wordt opgevolgd in 2026 door de applicatie Total Link te koppelen aan ERPx. |
| Interne beheersing | Geen zichtbare controle van planeconomen door projectmanagers. | 2024 | Spoor 3: Grip op de organisatie | Dit is geevalueerd en we zijn werkinstructies aan het schrijven en het proces aan het verbeteren incl. naleving hiervan. |
| Interne beheersing | Geen effectieve monitoring van administratie en sub-administraties (Rivierzone). | 2024 | Opgelost | Bevinding is opgelost in 2025 door aanscherping van het controleproces. |
| Interne beheersing | Interne beheersingsmaatregelen zijn niet zichtbaar vastgelegd bij grondexploitaties. | 2025 | Spoor 3: Grip op de organisatie | Dit is geevalueerd en we zijn werkinstructies aan het schrijven en het proces aan het verbeteren incl. naleving hiervan. |
| Interne beheersing | Geen zichtbare toetsing van subsidies. | 2024 | Opgelost | Bevinding is opgelost in 2025 door aanscherping van het controleproces. |
| Interne beheersing | Geen bruto-netto controle door de eerstelijn op salarissen. | 2024 | Spoor 3: Grip op de organisatie | Het controleproces wordt geevalueerd en aangescherpt doormiddel van procesoptimalisatieproject. |
| Interne beheersing | Ontbreken van 4-ogen principe in salarisadministratie. | 2024 | Spoor 3: Grip op de organisatie | Het controleproces wordt geevalueerd en aangescherpt doormiddel van procesoptimalisatieproject. |
| Interne beheersing | Afwezigheid van inkoopstartformulieren in inkoopdossiers. | 2025 | Spoor 3: Grip op de organisatie | In 2025 zijn trainingen geweest om de kennis hierover te vergroten. In 2026 wordt dit gecontinueerd. |
| Interne beheersing | Verouderde of ontbrekende procesbeschrijvingen | 2024 | Opgelost | Bevinding is opgelost in 2025 door de procesbeschrijvingen te actualiseren. |
| Interne beheersing | Vanuit onze IT-analyse hebben wij de volgende observaties: •29% Actieve gebruikers met een wachtwoord dat nooit verloopt. •15% Actieve gebruikers met een oud wachtwoord. Gebruikers die hun wachtwoord in 180 dagen niet hebben gewijzigd. •127 Actieve gebruikers die nooit zijn ingelogd. | 2025 | Spoor 2: Data gedreven werken | De bevinding wordt nader afgestemd met de accountant. |
| ICT/ nieuwe applicatie | Testen inrichting administratie Rivierzone in ERPx. | 2024 | Spoor 3: Grip op de organisatie | De testwerkzaamheden zullen conform actieplan worden uitgevoerd. |
| Interne beheersing | De raad proactief informeren over de voortgang van Rivierzone. | 2025 | Spoor 3: Grip op de organisatie | De raad wordt geïnformeerd via de voortgangsrapportages. |
| Interne beheersing | Formaliseren van werkzaamheden accounthouders en inrichten accounthoudersoverleg waarin financiën ook wordt vertegenwoordigd. | 2025 | Spoor 3: Grip op de organisatie | Accounthoudersoverleg is al ingericht en financiën wordt daarbij aangesloten. |
| Interne beheersing | Zorg voor een brede draagvlak van integriteit en fraude in de organisatie. | 2024 | Spoor 3: Grip op de organisatie | In de reguliere control gesprekscyclus zal met de proces eigenaren integriteit en fraude onderwerp zijn van bespreking. |
| Interne beheersing | Tijdig opleveren van de VIC werkzaamheden. | 2025 | Spoor 1: Jaarrekening 2025 | Bewust gekozen om de capaciteit in te zetten voor ERPx. Daarin zijn grote verwachtingen te verwachten m.b.t. oplossen van bevindingen. Voor de werkzaamheden 2026 zal de aanbeveling worden meegenomen, echter is ook nog een afweging door mogelijk inzet op specifieke projecten. |
| Interne beheersing | Investeren in digitale vaardigheden en cyberawareness. | 2025 | Spoor 2: Data gedreven werken | Dit is een continu proces in samenwerking met HR, CISO en FG. |
| Interne beheersing | Voor een volwassen IT-beheersing is blijvende regie vanuit de afdeling IT nodig, ookbij SaaS-applicaties zoals ERPx en Visma Raet. | 2025 | Spoor 2: Data gedreven werken | Dit wordt ingeregeld via functioneel beheer op alle kritische systemen. |
| Interne beheersing | Formaliseer tijdig beleidsdocumenten. | 2025 | Spoor 2: Data gedreven werken | Formalisatie van deze beleidsdocumenten is onder handen. |
| Interne beheersing | Centrale regie houden op de informatievoorziening. | 2025 | Spoor 2: Data gedreven werken | Afstemming en besluitvorming over centrale regie van en functioneel beheer op de informatievoorziening loopt. |
| Interne beheersing | Tijdig opstellen van werkinstructie voor het werken met ERPx. | 2025 | Spoor 3: Grip op de organisatie | Alle organisatie brede relevante werkinstructies zijn vóór de livegang gereed. |
| Interne beheersing | Voorkom spoedbetalingen, om te voorkomen dat facturen twee keer worden betaald. | 2025 | Spoor 3: Grip op de organisatie | In de eerste maanden tot een half jaar zullen we dit onderdeel wekelijks monitoren. Daarnaast is het niet toegestaan, behalve onder strikte voorwaarden om spoedbetalingen plaats te laten vinden. |
| Onderwerp: | Omschrijving: | Voortgang Q1 2026: |
|---|---|---|
| De Rekenkameronderzoeken | ||
| 1. BOR | ||
| Conclusie: De visie op de openbare ruimte is verouderd | De gemeente Vlaardingen heeft in 2016 een visie op de openbare ruimte vastgesteld. Dat is inmiddels zeven jaar geleden. In de tussentijd zijn de gemeente Vlaardingen, de opgaven waar de gemeente voor staat en de ambities van de gemeente veranderd, wat maakt dat de visie niet meer actueel is. De waarden uit de visie moesten op het moment van vaststelling als uitgangspunten dienen voor het beheer van de openbare ruimte. De visie is destijds bedoeld om te gebruiken als toetsingskader bij het opstellen van de beheerplannen, het maken van keuzes in de openbare ruimte en om de verbinding te maken met andere maatschappelijke uitdagingen in de gemeente. In de praktijk blijkt anders: de beheerplannen grijpen niet of slechts in zeer beperkte mate terug op de waarden en ambities in de visie en worden voornamelijk opgesteld vanuit vraagstukken op deelterreinniveau. De samenhang van de verschillende beleidskaders voor het beheer van de openbare ruimte is dus zeer beperkt. Doelstellingen voor het beheer van de openbare ruimte zijn voornamelijk op het niveau van deelterreinen of individuele projecten geformuleerd, en (bij)sturing door de organisatie vindt dan ook op deze niveaus plaats. Daarnaast zijn ook maatschappelijk andere beelden en ambities in het beheer openbare ruimte actueel geworden, bijvoorbeeld op het gebied van klimaatadaptatie. Dit alles maakt dat het huidige beleidskader aan een update toe is. Binnen de organisatie wordt dit onderkend en heerst de wens om de visie te vernieuwen. | Opgelost |
| Conclusie: Het merendeel van de beheerplannen voor openbare ruimte is niet actueel | De beheerplannen voor de openbare ruimte bepalen de beheerdoelstellingen van de gemeente voor een langere periode. Het beheer kent een pragmatische inslag en wordt doelgericht uitgevoerd. In de beheerplannen wordt op basis van het geconstateerde onderhoudsniveau een vertaling gemaakt naar te nemen maatregelen als inspecties, onderhoud (klein of groot) en nieuwe projecten. Hierbij wordt per jaar een kader gesteld voor het benodigde budget. Daarbij wordt een expliciete koppeling gemaakt met het budget wat in de gemeentebegroting is geraamd. Op basis van de beheerplannen worden weer jaarplannen gemaakt met jaarlijkse doelstellingen. Deze dienen als uitvoeringsagenda voor de openbare ruimte. Net als voor de visie geldt dat een groot aantal van de beheerplannen zijn verouderd. De gemeente Vlaardingen heeft een tiental beheerplannen met betrekking tot het beheer van de openbare ruimte, waarvan slechts drie in de afgelopen raadsperiode zijn vastgesteld. Daarnaast zijn slechts drie van deze beheerplannen ná vaststelling van de visie openbare ruimte vastgesteld. Voorgaande leidt ertoe dat jaarplannen gebaseerd worden op verouderde beheerplannen. Dit draagt het risico met zich mee dat praktijk en uitvoering te veel uiteen gaan lopen. Dit leidt niet alleen tot knelpunten in de uitvoering, maar ook ten aanzien van de sturing en controle door de gemeenteraad. | Opgelost |
| Conclusie: De aansluiting tussen beheer en beleid kan worden versterkt | Het beheer van de openbare ruimte wordt benaderd vanuit de optiek van de noodzaak van onderhoud en vervanging in de openbare ruimte. Maatschappelijke ontwikkelingen, zoals klimaatadaptatie, data en digitalisering worden onderkend, maar de aansluiting met beheer ontbreekt nu in beleidskaders en beleidsdoelen. Tegelijkertijd is in de praktijk wel terug te zien dat de gemeente Vlaardingen werk wil maken van haar ambities op de genoemde onderwerpen. Dat is onder meer te zien door verschillende acties om de openbare ruimte groener in te richten. Binnen de ambtelijke organisatie van de gemeente Vlaardingen is daarnaast veel kennis en kunde ontwikkeld over datagebruik bij de uitvoering van het beheer. In de praktijk is dit op veel plekken terug te zien door bijvoorbeeld straatverlichting die zelf aangeeft wanneer zij vervangen dient te worden, of asfalt dat aangeeft hoeveel zout gestrooid moet worden bij vorst. Wel ontbreekt de duidelijke aansluiting van datagedreven beheer met de beleidskaders en doelen van de gemeente. | Het thematisch omgevingsprogramma openbare ruimte wordt vertaalt naar de verschillende omgevingsplannen. |
| Conclusie: Bijsturing door de raad is momenteel beperkt tot het raadsinstrumentarium | De raad wordt thans via de BOB-cyclus periodiek geïnformeerd over het beheer van de openbare ruimte, onder meer tijdens beeldvormende sessies. Verder wordt de raad via de voortgangsrapportages voornamelijk op financieel niveau geïnformeerd over de voortgang van het beheer. De jaarplannen over het beheer worden momenteel niet met de raad gedeeld. De gemeenteraad heeft momenteel in beperkte mate de mogelijkheid om (bij) te sturen op de overkoepelende uitgangspunten en ambities voor het beheer van de openbare ruimte. De laatste keer dat de raad de gelegenheid kreeg om bij te sturen op de uitgangspunten voor het beheer was bij het vaststellen van de visie in 2016. De beheerplannen, die voor de verschillende deelterreinen ambities en doelstellingen bevatten, zouden voor de raad een middel kunnen zijn om periodiek bij te sturen. Voor slechts drie van deze plannen (uit 2019 en 2021) geldt dat de raad dit relatief recentelijk heeft kunnen doen. De raad kan echter wel gebruik maken van het raadsinstrumentarium om op hoofdlijnen of op projectniveau bij te sturen op het beheer. Dat heeft de raad ook gedaan middels amendementen en moties, waarmee de raad bijvoorbeeld de verhoging van het onderhoudsniveau van de openbare ruimte en onderhoudswerkzaamheden voor een fiets- en wandelburg initieerde. | Het thematisch omgevingsprogramma openbare ruimte wordt vertaalt naar de verschillende omgevingsplannen. |
| Aanbeveling: Actualiseer de visie op de openbare ruimte | Door interne en externe ontwikkelingen is de huidige visie op de openbare ruimte verouderd. In de afgelopen jaren is meer aandacht gekomen voor onderwerpen als klimaatadaptatie en datagedreven beheer van de openbare ruimte. Deze twee onderdelen verdienen gegeven het belang dat de gemeente hieraan hecht een meer prominente plaats in de visie op beheer openbare ruimte. Een nieuwe visie biedt daarnaast de mogelijkheid om de raad opnieuw in de gelegenheid te stellen inhoudelijke kaders mee te geven voor het beheer van de openbare ruimte. Ga als raad met het college in gesprek over de ambities voor de openbare ruimte. Ga niet alleen in gesprek over de wensen op het gebied van inhoud, maar ook over de rol van de raad en de wensen die de raad daarover heeft. Zet daarnaast net als in 2014 inwonersparticipatie in om tot een gedragen visie te komen.4 Dit biedt kansen voor de raad, het college en de gemeente als geheel. | Opgelost |
| Aanbeveling: Update de beheerplannen en introduceer een systeem voor regelmatige revisie | Het merendeel van de beheerplannen is toe aan vernieuwing. Een nieuwe visie is de uitgelezen mogelijkheid om de verouderde beheerplannen te vernieuwen. Daarnaast is het van belang dat de voortgang van deze beheerplannen frequent wordt gemonitord. Zorg ervoor dat de jaarlijkse voortgang van het beheerplannen voor de raad inzichtelijk kan worden gemaakt door met jaarlijkse voortgangsrapportages te gaan werken die worden aangeboden aan de raad. De rekenkamer beveelt daarbij aan om richting de raad met name op strategisch niveau te rapporteren, zodat de raad kan nagaan in hoeverre de uitvoering binnen de door de raad gestelde kaders blijft, en waar nodig op hoofdlijnen kan bijsturen. | Opgelost |
| Aanbeveling: Informeer de raad ook over de maatschappelijke effecten van beheer openbare ruimte. | De raad wordt via de BOB-cyclus geïnformeerd over het beheer van de openbare ruimte. In de voortgangsrapportages wordt voornamelijk gerapporteerd over de financiële afwijkingen. De rekenkamer beveelt aan om in de voortgangsrapportages niet alleen te focussen op de financiële voortgang van het beheer, maar vooral aandacht te besteden aan de maatschappelijke effecten van het beheer. Dat geeft de raad de kans om het debat te voeren over de vraag in hoeverre het beheer van de openbare ruimte bijdraagt aan het bereiken van de doelstellingen die de raad van belang vindt. Daarnaast wordt aanbevolen om de raad niet alleen in de vergaderzaal te informeren, maar haar ook periodiek, bijvoorbeeld middels werkbezoeken of excursies, mee te nemen om de praktijk te laten zien. | Opgelost |
| Aanbeveling: Zet kaders uit voor datagedreven beheer en verdere ambities | Binnen de gemeente Vlaardingen zijn veel data beschikbaar met betrekking tot de openbare ruimte. Deels worden deze ook gebruikt voor het beheer van de openbare ruimte. Er is veel kennis en kunde in de ambtelijke organisatie op het gebied van datagebruik bij het maken en uitvoeren van beleid. Om dit doelmatig en doeltreffend te kunnen is het van belang dat duidelijke kaders aanwezig zijn voor het gebruik van data. Zet daarom in op het maken van een beleidsplan voor datagebruik. Dit is logischerwijs niet alleen van belang voor het beheer van de openbare ruimte. Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat er verschillende ambities leven om het beheer van de openbare ruimte in Vlaardingen verder te verbeteren, op deeltaakniveau, maar ook voor de organisatie als geheel. Aanbevolen wordt om die ambities in de komende periode ook te gaan effectueren en de aanpak hiervoor met de raad te delen. Wat hierbij kan helpen is het formuleren van gerichte doelstellingen met meetbare indicatoren, ook op het gebied van kwaliteit. Op basis daarvan kunnen bestuur en directie ook beter (bij)sturen om de ambities te kunnen behalen. | Opgelost |
| Aanbeveling: Vraag het college terug te koppelen over de opvolging van de aanbevelingen | Sinds de inwerkingtreding van de Wet versterking decentrale rekenkamers is het college van burgemeester en wethouders verplicht om jaarlijks terug te koppelen aan de raad over de opvolging van aanbevelingen. Hieruit volgend kan de raad met het college afspraken maken over hoe de raad geïnformeerd worden over opvolging van aanbevelingen, bijvoorbeeld in de jaarstukken. In andere gemeenten worden bijvoorbeeld bij raadsbesluiten over rekenkamerrapporten opgenomen dat het college de raad na een bepaalde periode informeert over de opvolging van aanbevelingen, bijvoorbeeld na twee jaar. Een dergelijke afspraak kan ook worden gemaakt in Vlaardingen. | In de bestuurlijke reactie geeft het college aan zich grotendeels te herkennen in de conclusies. Het college neemt alle vijf de gedane aanbevelingen aan hen over en zegt het verbeteren en optimaliseren van in het rapport genoemde bevindingen samen met de gemeenteraad op te pakken. De Omgevingsvisie zal als basis dienen voor het gesprek over nieuw beleid omtrent beheer openbare ruimte. Het college wenst die uit te voeren in de vorm van een Integraal beheerplan (IBOR). |
| 2. Jeugdhulp MVS-model | ||
| 1. Aanbevelingen over de governance: | Herstel een gezamenlijke en heldere rolverdeling Zorg voor een expliciete en bestuurlijk vastgestelde rolverdeling tussen gemeente, Rogplus, Mevis en het MVS-team Jeugd. Het moet voor alle betrokkenen duidelijk zijn wie strategisch opdrachtgever is, wie accounthouder is, wie verantwoordelijk is voor de dagelijkse aansturing en welke taken bij welke bestuurslaag horen. Een stabiele rolverdeling verkleint het risico dat vraagstukken blijven zweven of op het verkeerde niveau worden belegd. De volgende onderdelen vallen daar onder: • Richt een bestuurlijk gesprek in met alle sleutelpartners (Mevis, Rogplus): Organiseer een vast bestuurlijk overleg waarin naast de drie MVS-gemeenten ook Mevis en Rogplus structureel deelnemen. Dit bevordert gezamenlijke koersvorming, tijdige bespreking van knelpunten en gedeelde verantwoordelijkheid voor uitvoering en transformatie. • Leg het strategisch partnerschap opnieuw vast op basis van gezamenlijke doelen: Formuleer gezamenlijk (gemeenten, Rogplus, Mevis) één set doelen, uitgangspunten en werkafspraken. Een gedeelde doelenset vergroot bestuurlijke voorspelbaarheid en maakt het mogelijk om als partners één koers te varen, ook in een veranderende regionale context | Opgelost |
| 2. Aanbevelingen over de uitvoering: | 2.1 Investeer gericht in extra uitvoeringscapaciteit waar de druk het hoogst is De huidige druk in wijkteams, bij POH-Jeugd en in het plusteam maakt dat zij structureel onvoldoende toekomen aan lichte ondersteuning en preventie. Hierdoor schuift problematiek door en verergert deze, wat de druk op specialistische zorg verder verhoogt. Een tijdelijke, gerichte impuls is nodig om deze vicieuze cirkel te doorbreken: het maakt het mogelijk om wachtlijsten actief te reduceren, caseloads te stabiliseren en lichte casuïstiek weer regulier op te pakken. Pas wanneer de basisbelasting omlaag gaat ontstaat er ruimte om duurzaam volgens de bedoelde werkwijze te werken. Richt je daarbij primair op de volgende problemen: • het wegwerken van wachtlijsten • het stabiliseren van caseloads • Het hervatten van lichte ondersteuning De rekenkamer beveelt aan de volgende oplossingen in overweging te nemen: • Richt een ‘doorstroommandaat’ in voor wijkteams en Mevis: Wijkteams en Mevis krijgen dan formeel mandaat om bij stagnatie direct door te verwijzen naar andere aanbieders of aanvullende expertise in te schakelen zonder extra schijven of overleg. Dit voorkomt dat casussen blijven zweven door onenigheid tussen aanbieders of door langdurige afstemming. Doorstroom is op deze manier niet afhankelijk van onderhandelingen in de keten. • Ontwikkel een “lichte toegang” die functioneert, ook bij grote drukte in specialistische zorgvragen: De huidige toegang raakt structureel verstopt doordat alle casuïstiek via dezelfde route binnenkomt en lichte hulp telkens wordt verdrongen door zwaardere problematiek. Daardoor wordt vroege ondersteuning niet ingezet, escaleren problemen sneller, en blijven jeugdigen langer aangewezen op specialistische zorg. Een aparte en robuuste “lichte toegang” is nodig om dit patroon te doorbreken. • Dit kan worden gerealiseerd door een klein, stabiel team te vormen, bijvoorbeeld bestaande uit een combinatie van wijkteamprofessionals, POH-Jeugd en jeugdprofessionals op school, dat uitsluitend lichte en matige problematiek oppakt en snelle interventies kan bieden zonder uitgebreide indicatieprocedures. De werkwijze moet zowel uniform als laagdrempelig zijn, en afgestemd met onderwijs, welzijn en huisartsenzorg. | Het Rekenkamerrapport is in 2026 openbaar geworden. In 2025 waren de wachtlijsten structureel onderwerp in de bestuurlijke gesprekken. Genoemde aanbevelingen zullen met de partners in 2026 verder uitgediept worden in bij voorkeur MVS verband. |
| 2. Aanbevelingen over de uitvoering: | 2.2 Bereid je voor op de toekomst; borg wat goed gaat De keuze om wel of niet een hernieuwde samenwerking aan te gaan met de GRJR is nog niet gemaakt. Mocht er in de toekomst wel toegewerkt worden naar een meer regionale inrichting van de jeugdhulp is het belangrijk om van het huidige systeem te borgen wat werkt. Denk hierbij aan de laagdrempelige ondersteuning en de samenwerking binnen de wijkteams. | De wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg maakt dat Vlaardingen de hoog specialistische jeugdzorg in moet gaan kopen bij de GRJR. Het MVS Jeugdmodel blijft in MVS verband voor de lokale inrichting bestaan. |
| 3. Aanbevelingen over monitoring en evaluatie: | 3.1 Ontwikkel één gedeelde en bestuurlijk vastgestelde monitor en combineer kwantitatieve en kwalitatieve informatie om de informatiepositie te versterken. Stel een gezamenlijke monitor op voor gemeente, Rogplus en Mevis waarin alle partijen werken met dezelfde definities, indicatoren ennverantwoordingsstructuur. De huidige versnippering (met eigen KPI’s en uiteenlopende meetmethoden) belemmert sturing. Voeg aan sturingsinformatie niet alleen cijfers toe over caseload, wachttijden en kosten, maar ook kwalitatieve inzichten over casuïstiek, samenwerking, wachtlijsten en voortgang op de transformatie. Dit maakt trends, risico’s en uitzonderingen beter te duiden en versterkt het bestuurlijk gesprek. Doe dit bijvoorbeeld via de Pilot Klantreis, zoals ook in Maassluis succes heeft gehad. Om de monitoring te verbeteren zijn de volgende zaken randvoorwaardelijk: • Leg verantwoordelijkheid voor datakwaliteit expliciet vast: Zorg dat duidelijk is wie verantwoordelijk is voor de volledigheid, tijdigheid en juistheid van gegevens. Onvolledige caseloadinformatie aan de start van het model heeft de uitvoering langdurig belast; dit mag zich niet herhalen. Afstemming tussen gemeente, Rogplus, Mevis en aanbieders over datakwaliteit is hierbij noodzakelijk. • Evalueer jaarlijks het functioneren van de toegang en ketensturing: Voer jaarlijks een ketenevaluatie uit waarin de toegangsroutes, samenwerking tussen wijkteams, POH-Jeugd en specialistische aanbieders, en doorstroom worden beoordeeld. Gebruik deze evaluatie om het stelsel continu te verbeteren, ook tijdens de overgang naar een meer regionale inrichting. | In 2025 zijn de dashboards van Mevis voortdurend in doorontwikkeling geweest. Ook gaandeweg het Rekenkamerrapport. KPI's komen terug in de P&C cyclus en in kwartaalrapportages. Het verder versterken van kwantitatieve en kwalitatieve informatie zal in 2026 als aanbeveling verder uitgewerkt worden in MVS verband. |
| 4. Toezicht en Handhaving | ||
| Aanbeveling 1 : Vraag het college om jaarlijkse navolgbare resultaatdoelstellingen per prioriteit van het Integraal Veiligheidsplan | De IVP-prioriteiten zijn geformuleerd in termen van het verstevigen van aanpak of het intensiveren van inzet. Hierdoor kan onduidelijkheid ontstaan over de vraag of gestelde doelstellingen zijn behaald. Vraag het college daarom om resultaatdoelstellingen per IVP-prioriteit te formuleren en inzichtelijk te maken of deze jaarlijks worden behaald. Het is hierbij nuttig om een onderscheid te formuleren op doelstellingen op niveau van output (bijv. het aantal boetes voor parkeerovertredingen) en doelstellingen op het niveau van outcome (bijv. het veiligheidsgevoel van burgers en aantallen burgermeldingen rond parkeeroverlast). Hierdoor ontstaat duidelijkheid over de aanpak en over de impact ervan. Vraag het college ook om daarbij helder te maken hoe de inzet per IVP-prioriteit moet bijdragen aan het veiligheidsgevoel van inwoners | Opgelost |
| Aanbeveling 2: Richt het gesprek met het college over Toezicht en Handhaving in op basis van de voortgang van het Integraal Veiligheidsplan | Toezicht en Handhaving is met grote regelmaat een onderwerp van gesprek tussen college en raad. Dit uit zich vooral in vragen die de raad aan het college stelt. In de vragen richt de raad zich meer op actuele onderwerpen en minder op de uitvoering van beleidsprioriteiten. Om het gesprek over behaalde resultaten op een productieve manier te kunnen voeren is het belangrijk om het college periodiek te bevragen over de voortgang van de door de raad gestelde kader in het Integraal Veiligheidsplan. | Opgelost |
| Aanbeveling 3: Vraag het college opnieuw te evalueren of er (kwantitatieve en kwalitatieve) versterking van de handhavingsunit nodig is om aan de beleidsdoelstellingen te werken | De taken van handhavers kunnen worden verdeeld in de inzet op IVP-prioriteiten, het wegwerken van meldingen en het bekend en bereikbaar zijn voor inwoners en ondernemers. Het bekend en bereikbaar zijn kan een preventieve werking hebben. Er is echter te weinig handhavingscapaciteit om dit in de praktijk te brengen omdat handhavers vooral bezig zijn met het wegwerken van burgermeldingen en ook hiervoor soms nog tijd te kort hebben. Daarnaast is het werkniveau in de handhavingsunit nog niet volledig toereikend om de drie aspecten op een efficiënte manier met elkaar te combineren. Het college heeft er in het versterkingsplan voor gekozen om zich vooralsnog vooral te richten op kwalitatieve versterking van de handhavingsunit. Vraag het college daarom te evalueren of er een verdere kwantitatieve en kwalitatieve investering in de handhavingscapaciteit nodig is om aan de beleidsdoelstellingen te kunnen werken. Vraag het college ook om een werkwijze te implementeren waarbij er binnen de handhavingsunit meer tijd wordt gereserveerd om de bekendheid en bereikbaarheid te vergroten. | In opvolging van deze aanbeveling is aanvullend onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van de ambtelijke veiligheidsorganisatie. Op 16 december 2025 is een raadsmemo aangeboden met het rapport van Edward van der Torre en Menno van Duin over de doorontwikkeling van de ambtelijke veiligheidsorganisatie van de gemeente Vlaardingen. Het onderzoek richt zich op de vraag hoe de gemeentelijke veiligheidstaak momenteel is georganiseerd, hoe dit zich verhoudt tot de lokale veiligheidsproblematiek. Uit het onderzoek blijkt dat de ambtelijke veiligheidsorganisatie de afgelopen jaren stappen heeft gezet, maar dat verdere ontwikkeling noodzakelijk is om de groeiende veiligheidsopgaven aan te kunnen. Dit geldt in het bijzonder voor de unit Toezicht & Handhaving en de beschikbare boa-capaciteit. Het rapport is op 15 januari 2025 besproken in de raadscommissie, waarbij een toelichting is gegeven door de onderzoeker. De bevindingen dienen als input voor toekomstige bestuurlijke keuzes over de verdere ontwikkeling en eventuele versterking van de veiligheidsorganisatie. |
| Aanbeveling 4: Vraag het college om met samenwerkingspartners te verkennen of er mogelijkheden zijn om informatiedeling met samenwerkingspartners te verbeteren en sluit indien nodig extra samenwerkingsafspraken. | Samenwerking met lokale samenwerkingspartners (met name de politie en het lokaal jongerenwerk) verloopt op zowel bestuurlijk als ambtelijk niveau goed en laagdrempeling. Op uitvoerend niveau zijn echter niet altijd de bevoegdheden en mogelijkheden om informatie te delen aanwezig. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om situaties waarbij de jongerenwerker zicht heeft op specifieke jeugdproblematiek en informatie op persoonsniveau hierover wil delen met handhavers of met de politie. Hoewel de mogelijkheden tot informatiedeling sterk ingekaderd worden door de AVG en de Wet Politiegegevens is het toch raadzaam om te onderzoeken of deze mogelijkheden binnen de wettelijke kaders verbeterd kunnen worden. Hiervoor kunnen mogelijk modelconvenanten van landelijke organisaties worden toegepast. Dit voorkomt het risico van informele onrechtmatige informatiedeling en zorgt voor een effectievere samenwerking en een verbeterde inzet van de handhavingsunit. | Opgelost |
| 5. Afvalbeleid | ||
| Aanbeveling 1 : Stel nieuw beleid op met ambitieuze doelstellingen voor het verminderen van restafval en zwerfafval. | De doelstellingen uit het huidige beleidskader voor afval zijn gerealiseerd. Er dient nieuw beleid opgesteld te worden met SMART-geformuleerde doelstellingen, onder andere over de verdere vermindering van restafval en de verhoging van het afvalscheidingspercentage. In het coalitieakkoord staat de ambitie om ook beleid te maken voor de vermindering van zwerfafval. Dit kan ook worden opgenomen in dit nieuwe beleidsplan. De landelijke ambitie is maximaal 100 kilogram restafval per inwoner per jaar. In de voor dit onderzoek gevoerde gesprekken geeft men aan dat dit geen haalbare ambitie is voor stedelijke gebieden met hoogbouw. Als dat zo is, is dat geen reden om géén doelstelling te hanteren, maar om te bepalen waar de gemeente Vlaardingen wél naar streeft. | Het is aan de raad om de kaders voor het afvalbeleid te bepalen. Wij zijn in het tweede kwartaal 2025, zoals toegezegd, met de raad in gesprek gegaan over het stellen van nieuwe afvalambities. Dit is gebeurd op 25 juni 2025 via een brainstormsessie in informele setting bij Irado. In een tweede sessie gaan wij graag verder in gesprek met de raad over de nader uitgewerkte input van de eerste sessie die succesvol was. De agendacommissie zal besluiten over het ingediende verzoek voor een tweede sessie en de datum daarvan |
| Aanbeveling 2: Verken de mogelijkheden van het verstrekken van twee passen per huishouden. | De gemeenteraad heeft in 2021 besloten om de afvalpas in te voeren. Dit heeft bijgedragen aan de vermindering van afvaltoerisme. Desondanks is een groot deel van de bevraagde inwoners niet tevreden over de huidige praktijk met de afvalpas. Tegenstanders van de afvalpas benoemen bijvoorbeeld dat ze één pas per huishouden te weinig vinden, vanwege verschillende praktische redenen. In de gemeente Breda en de gemeente Roosendaal hebben inwoners de mogelijkheid om een tweede pas aan te vragen. Verken de mogelijkheden en de wensen binnen de gemeente voor een tweede afvalpas. | Aanbeveling 2. nemen wij niet over. Dit omdat de raad eerder gevraagd heeft om een onderzoek naar de mogelijkheid om de afvalpas beschikbaar te stellen in een app op de mobiele telefoon. Deze mogelijkheid is momenteel in ontwikkeling. Wij willen inzetten op verdere uitwerking en implementatie van deze maatregel. |
| Aanbeveling 3: Communiceer aan inwoners de belangrijkste doelstellingen van het afvalbeleid en de realisatie hiervan. | De gemeente heeft haar communicatie geïntensiveerd en communiceert nu op verschillende manieren en momenten aan de inwoners over afval. Voorbeelden hiervan zijn het verstrekken van een informatiefolder en het geven van voorlichtingen. Uit de inwonersconsultatie blijkt echter dat het merendeel van de bevraagde inwoners niet merkt dat Vlaardingen inzet op het verminderen van restafval. Besteed daarom in de communicatie ook aandacht aan de doelstellingen van het afvalbeleid en de realisatie hiervan. | Wij hebben aanbeveling 3 overgenomen in combinatie met aanbeveling 1. Op het moment dat er nieuwe afvalambities vastgesteld zijn door de raad zullen wij daarover communiceren richting inwoners. Ondertussen draait onze ‘communicatiecarrousel afval’ over diverse afvalonderwerpen inclusief het huidige afvalbeleid, op volle toeren via de diverse communicatiekanalen. |
| 6. Inburgering | ||
| Conclusie 1: De samenwerking tussen maatschappelijk partners in de inburgering functioneert goed. | De gemeente, samenwerkingspartners en inburgeraars zijn tevreden over de samenwerking op het gebied van inburgering. Er zijn in het onderzoek geen blinde vlekken geconstateerd en de relatie tussen de samenwerkingspartners en gemeente is goed. Dit blijkt uit zowel de Monitor Inburgering als de gevoerde gesprekken. | Met de betrokken maatschappelijke partners binnen inburgering zullen wij onderzoeken hoe wij invulling kunnen geven aan uw aanbevelingen. Gezien de personele capaciteit binnen de organisatie van de diverse betrokken maatschappelijke partners kunnen we niet alle aanbevelingen op korte termijn oppakken en moeten we hier een prioritering in maken. Het streven is om eind Q4 2025 de aanbevelingen te hebben opgepakt en geïmplementeerd. |
| Conclusie 2: Statushouders zijn tevreden met het geboden inburgeringstraject maar leunen sterk op maatschappelijke begeleiding. | Uit het onderzoek blijkt dat statushouders over het algemeen tevreden zijn over het inburgeringstraject. Inburgeraars in Vlaardingen voelen zich goed ondersteund en zijn tevreden over de lessen Nederlands en de huisvesting. In het algemeen lukt het Stroomopwaarts om inburgeraars een onbetaalde baan te bieden. Wel wordt aangegeven dat de maatschappelijke begeleiding door Inclusia en de taallessen door Echt Nederlands van groot belang zijn om te landen in de Nederlandse samenleving. Betaald werk vinden is moeilijker doordat statushouders vaak nog onvoldoende Nederlands spreken om kans te maken op werk. | Met de betrokken maatschappelijke partners binnen inburgering zullen wij onderzoeken hoe wij invulling kunnen geven aan uw aanbevelingen. Gezien de personele capaciteit binnen de organisatie van de diverse betrokken maatschappelijke partners kunnen we niet alle aanbevelingen op korte termijn oppakken en moeten we hier een prioritering in maken. Het streven is om eind Q4 2025 de aanbevelingen te hebben opgepakt en geïmplementeerd. |
| Conclusie 3: De maatschappelijke begeleiding bij inburgering in de gemeente Vlaardingen is intensiever dan afgesproken. De vrijwillige extra inzet maakt het stelsel kwetsbaar. | De inzet van betaalde krachten en vrijwilligers is enorm. Regelmatig komt het voor dat vrijwilligers en betaalde krachten in hun eigen tijd statushouders ondersteunen. Ook voor zeer persoonlijke zaken zoals doktersbezoeken. Deze inzet is, hoewel niet overeengekomen, wel cruciaal voor een succesvolle inburgering van statushouders. Het feit dat een belangrijk deel van de maatschappelijke begeleiding afhangt van vrijwillige inzet van medewerkers en vrijwilligers maakt het stelsel van inburgering kwetsbaar. Ondanks de tomeloze inzet van betrokkenen. | Met de betrokken maatschappelijke partners binnen inburgering zullen wij onderzoeken hoe wij invulling kunnen geven aan uw aanbevelingen. Gezien de personele capaciteit binnen de organisatie van de diverse betrokken maatschappelijke partners kunnen we niet alle aanbevelingen op korte termijn oppakken en moeten we hier een prioritering in maken. Het streven is om eind Q4 2025 de aanbevelingen te hebben opgepakt en geïmplementeerd. |
| Conclusie 4: De inburgering van nieuwkomers wordt bemoeilijkt door een tekort aan kinderopvang en huisartsen. | In het hele land is sprake van een tekort aan huisartsen en personeelstekorten in de kinderopvang. Uit ons onderzoek blijkt dat dit ook in Vlaardingen het geval is. Bij statushouders zorgt dat ervoor dat zij niet de juiste zorg kunnen krijgen, ook niet als passant, en delen van hun inburgering (zoals taalles) missen of vertraging oplopen doordat er geen kinderopvang beschikbaar is. Daarnaast zorgt dit ervoor dat het lastiger is om een baan te vinden en daarmee wordt de inburgering bemoeilijkt. | Met de betrokken maatschappelijke partners binnen inburgering zullen wij onderzoeken hoe wij invulling kunnen geven aan uw aanbevelingen. Gezien de personele capaciteit binnen de organisatie van de diverse betrokken maatschappelijke partners kunnen we niet alle aanbevelingen op korte termijn oppakken en moeten we hier een prioritering in maken. Het streven is om eind Q4 2025 de aanbevelingen te hebben opgepakt en geïmplementeerd. |
| Aanbeveling 1: Blijf werken met de Monitor Inburgering om de voortgang en tevredenheid van inburgeraars, het effect van beleid en de doelmatigheid van beleidsinzet te monitoren. | De Monitor Inburgering, die in 2022 voor het eerst werd uitgebracht, is een waardevol instrument. De Monitor geeft een goed beeld van de ervaren kwaliteit van het inburgeringsstelsel in Vlaardingen en biedt daarmee aanknopingspunten voor het college en de gemeenteraad om sturing te geven aan de uitvoering. | Het gebruik van de monitor is voortgezet. Afgelopen jaar werkten we aan het doorontwikkelen ervan, met als doel de monitor niet alleen te blijven hanteren, maar ook verder te verbeteren. Zo behouden we een duidelijk beeld van de kwaliteit van het inburgeringsstelsel in Vlaardingen. We bevinden ons momenteel in een proces om de monitor niet alleen te blijven hanteren, maar ook verder te ontwikkelen. |
| Aanbevelingen 2: Volg de houdbaarheid van de maatschappelijke begeleiding scherp om kwetsbaarheden te voorkomen en waardeer de vrijwillige inzet binnen maatschappelijke begeleiding. | Evalueer met de maatschappelijke organisaties of het bieden van vrijwillige inzet buiten aanbestede uren op de korte en lange termijn houdbaar is. Deze inzet is cruciaal voor het functioneren van het inburgeringssysteem in Vlaardingen. De afhankelijkheid maakt kwetsbaar. En laat tevens de noodzaak zien om voldoende waardering te uiten voor het werk van vrijwilligers binnen de maatschappelijke begeleiding van inburgeraars. | Er vinden periodiek voortgangsgesprekken plaats met betrokken maatschappelijke organisaties waarin wordt gemonitord of de maatschappelijke begeleiding duurzaam genoeg is om kwetsbaarheden te voorkomen. |
| Aanbeveling 3: Neem regie en wend creatieve manieren aan om noodzakelijke huisartsenzorg en kinderopvang te bieden aan statushouders. | Zoek gezamenlijk met de zorgaanbieders en kinderopvangen naar oplossingen om de tekorten in die sectoren voor deze doelgroep te verminderen. Vraag huisartsen bijvoorbeeld om een telefonisch-, digitaal- of videoconsult aan te bieden en stimuleer het vormen van groepspraktijken en het gezamenlijk vinden van huisvesting en/of opvolging. De gemeente kan kinderopvangen stimuleren combinatiebanen op te zetten, en ondersteuning te bieden in het aanbieden van een verzuimcoach. Een andere optie is in gesprek gaan met partners in de inburgering om gedurende inburgeringsactiviteiten een voorziening te treffen waardoor ouders, ondanks onbeschikbaarheid van kinderopvang, wel aan deze activiteiten kunnen deelnemen. | We zijn momenteel bezig met het maken van een plan van aanpak. |
| 7. Participatie | ||
| Conclusie: Participatie is in Vlaardingen volop in ontwikkeling | De Vlaardingse gemeenteraad heeft in de vorige raadsperiode het college gevraagd het participatiebeleid te herijken. Daarom heeft Vlaardingen in 2022 een ‘Uitvoeringsnota Participatie’ opgesteld. Deze nota dient als eerste stap naar nieuw beleid, ter vervanging van het beleid uit 2015. In deze uitvoeringsnota wordt de visie geformuleerd en er wordt stilgestaan bij het hoe en waarom van participatie in Vlaardingen en is er een lokale Quickscan gedaan. Doordat de nota bij zowel de kernvragen over participatie stilstaat als terugblikt op de gedane participatie en de daarbij ingezette vormen en middelen, biedt de nota een uitstekend uitgangspunt om participatie door te ontwikkelen en te komen tot een nieuwe praktijk. Vlaardingen heeft hier al een grote stap in gemaakt, met het ontwikkelen van de participatiewijzer en de participatietoolbox. Participatie ziet er, begrijpelijkerwijs, verschillend uit binnen verschillende domeinen. Hoewel meerdere afdelingen participatietrajecten doorlopen, ligt het initiatief voor het ontwikkelen van instrumenten nu met name bij de afdeling communicatie. Een uitdaging is het breder bekend maken van de participatiewijzer en de participatietoolbox, evenals het creëren van het besef dat participatie iets van (bijna) iedereen vraagt. De rol van de raad ten aanzien van participatie is op dit moment beperkt. Zowel qua beleidsmatige kaderstelling als qua betrokkenheid bij participatietrajecten, is er zelden een expliciete rol voor de raad voorzien. | Na de aanbevelingen van de Rekenkamercommissie in 2023 heeft de gemeente onder begeleiding van de VNG de Quick Scan Lokale Democratie opgestart. Dit uitvoerige proces, samen met de stad, de gemeenteraad, het college en ambtelijke organisatie resulteerde in maart 2024 in de Verbeteragenda Participatie. Op deze manier konden alle betrokkenen laten weten: Hoe vindt u dat het gaat met participatie in Vlaardingen? In 2024 is de Kwartiermaker Participatie gestart met doorvertaling van alle uitkomsten naar een uitvoeringsprogramma, die een leidraad vormt voor hoe we participatie in komende jaren verder willen ontwikkelen en bevorderen. |
| Conclusie: Uniforme aanpak en maatwerk sluiten elkaar niet uit | Binnen de ambtelijke organisatie komen twee geluiden over de manier van uitvoeren van participatie naar voren. Ten eerste de ‘uniforme aanpak’: met de uitvoeringsnota als start wil men naar een meer uniforme aanpak om inwoners op een zo eenduidige manier te benaderen over verschillende trajecten. Tegelijkertijd dient er in die trajecten ruimte te zijn voor maatwerk. Het bieden van maatwerk bij participatietrajecten wordt als cruciaal ervaren om tot goede participatie te komen. Het is belangrijk om te realiseren dat maatwerk en een uniforme aanpak elkaar niet uitsluiten. Ze kunnen elkaar juist goed versterken. Het uitdragen van een eenduidige definitie van participatie en niveau waarop meegedacht of -beslist kan worden, in combinatie met het bieden van maatwerk in de uitvoering, kan leiden tot een traject op maat met heldere kaders. Dat er in Vlaardingen zowel wordt ingezet op een overkoepelende visie en instrumentenkoffer als op het bieden van maatwerk per traject, is dus verstandig te noemen. | Na de aanbevelingen van de Rekenkamercommissie in 2023 heeft de gemeente onder begeleiding van de VNG de Quick Scan Lokale Democratie opgestart. Dit uitvoerige proces, samen met de stad, de gemeenteraad, het college en ambtelijke organisatie resulteerde in maart 2024 in de Verbeteragenda Participatie. Op deze manier konden alle betrokkenen laten weten: Hoe vindt u dat het gaat met participatie in Vlaardingen? In 2024 is de Kwartiermaker Participatie gestart met doorvertaling van alle uitkomsten naar een uitvoeringsprogramma, die een leidraad vormt voor hoe we participatie in komende jaren verder willen ontwikkelen en bevorderen. |
| Conclusie: Participatietrajecten worden wisselend ervaren | In de drie onderzochte casussen is per traject maatwerk geboden. Dit heeft tot wisselende ervaringen bij betrokkenen geleid. Bij de ‘Toekomstvisie’ is gekozen voor een divers palet aan participatiemiddelen. Hierdoor is een breed scala aan belanghebbenden bereikt. De ervaringen van de belanghebbenden waarmee gesproken is voor dit onderzoek zijn overwegend positief. Dat geldt in mindere mate voor de trajecten ‘Minibos’ en ‘Aanpak aandachtsgebieden’. Beide trajecten zijn voortvarend van start gegaan met het organiseren van bijeenkomsten/overleggen met belanghebbenden. In beide trajecten zijn in het vervolg de betrokkenen die in de startfase aanwezig waren, beperkt meegenomen. De verwachtingen van deze betrokkenen waren anders: zij dachten ook in het vervolgtraject betrokken te zijn. | Na de aanbevelingen van de Rekenkamercommissie in 2023 heeft de gemeente onder begeleiding van de VNG de Quick Scan Lokale Democratie opgestart. Dit uitvoerige proces, samen met de stad, de gemeenteraad, het college en ambtelijke organisatie resulteerde in maart 2024 in de Verbeteragenda Participatie. Op deze manier konden alle betrokkenen laten weten: Hoe vindt u dat het gaat met participatie in Vlaardingen? In 2024 is de Kwartiermaker Participatie gestart met doorvertaling van alle uitkomsten naar een uitvoeringsprogramma, die een leidraad vormt voor hoe we participatie in komende jaren verder willen ontwikkelen en bevorderen. |
| Participatie leidt niet altijd tot het waarmaken van verwachtingen– en dat is logisch | In Vlaardingen zijn meerdere keren trajecten geweest waarbij de verwachtingen van inwoners en het daadwerkelijke proces uiteen liepen. De beschreven ervaringen bij de casus ‘Minibos’ en ‘Aanpak aandachtsgebieden’ gaan met name over verschillende verwachtingen ten aanzien van betrokkenheid. Bij het traject ‘Aanpak aandachtsgebieden’ is men tevens niet tevreden over de uitkomsten. Deze dynamiek is één van de lastigste aspecten van participatie. Welke verwachtingen worden er aan het begin van een traject gewekt, hoe vullen de betrokkenen dit zelf verder in en op welk punt ontstaan twee werkelijkheden? Is vooraf duidelijk gemaakt dat ‘participeren’ ook geslaagd kan zijn als er uiteindelijk voor een andere uitkomst wordt gekozen? In het doorontwikkelen van de participatietools in Vlaardingen is ook dit een belangrijk aspect om mee te nemen. | Na de aanbevelingen van de Rekenkamercommissie in 2023 heeft de gemeente onder begeleiding van de VNG de Quick Scan Lokale Democratie opgestart. Dit uitvoerige proces, samen met de stad, de gemeenteraad, het college en ambtelijke organisatie resulteerde in maart 2024 in de Verbeteragenda Participatie. Op deze manier konden alle betrokkenen laten weten: Hoe vindt u dat het gaat met participatie in Vlaardingen? In 2024 is de Kwartiermaker Participatie gestart met doorvertaling van alle uitkomsten naar een uitvoeringsprogramma, die een leidraad vormt voor hoe we participatie in komende jaren verder willen ontwikkelen en bevorderen. |
| Aanbeveling: Betrek inwoners bij ontwikkeling participatiebeleid | Participatie draait om het betrekken van inwoners en andere belanghebbenden. Met de komst van de Omgevingswet wordt participatie nog meer van belang. Bij het opstellen van de ‘Uitvoeringsnota Participatie’ zijn inwoners niet betrokken. Het is aan te bevelen om bij het opstellen van plannen om inwoners te betrekken, juist ook inwoners zelf te betrekken. Iemand kan zelf vaak het best aangeven hoe iemand betrokken wil worden, op welk niveau iemand wil meedenken en waarover. De betrokkenheidsprofielen, in bijlage 1, kunnen als basis worden gebruikt om hiermee aan de slag te gaan. | Na de aanbevelingen van de Rekenkamercommissie in 2023 heeft de gemeente onder begeleiding van de VNG de Quick Scan Lokale Democratie opgestart. Dit uitvoerige proces, samen met de stad, de gemeenteraad, het college en ambtelijke organisatie resulteerde in maart 2024 in de Verbeteragenda Participatie. Op deze manier konden alle betrokkenen laten weten: Hoe vindt u dat het gaat met participatie in Vlaardingen? In 2024 is de Kwartiermaker Participatie gestart met doorvertaling van alle uitkomsten naar een uitvoeringsprogramma, die een leidraad vormt voor hoe we participatie in komende jaren verder willen ontwikkelen en bevorderen. |
| Geef de raad een heldere rol op vaste momenten in grotere of politiek gevoelige participatietrajecten | Een belangrijk aandachtspunt bij de invulling van participatietrajecten is de rol van de gemeenteraad. Deze krijgt wisselende aandacht in de huidige praktijk in Vlaardingen. Het is daarom belangrijk om hier meer expliciet afspraken over te maken naar de toekomst. Zo kan de raad vooraf betere kaders stellen en op een goede manier invulling geven aan de controlerende taak en volksvertegenwoordigende rol verderop in het traject. De uitvoeringsnota en participatiewijzer bieden hiervoor prima handvatten. Een mogelijke afspraak die gemaakt kan worden is het werken door middel van een startnotitie voorafgaand aan een participatietraject. | Na de aanbevelingen van de Rekenkamercommissie in 2023 heeft de gemeente onder begeleiding van de VNG de Quick Scan Lokale Democratie opgestart. Dit uitvoerige proces, samen met de stad, de gemeenteraad, het college en ambtelijke organisatie resulteerde in maart 2024 in de Verbeteragenda Participatie. Op deze manier konden alle betrokkenen laten weten: Hoe vindt u dat het gaat met participatie in Vlaardingen? In 2024 is de Kwartiermaker Participatie gestart met doorvertaling van alle uitkomsten naar een uitvoeringsprogramma, die een leidraad vormt voor hoe we participatie in komende jaren verder willen ontwikkelen en bevorderen. |
| Aanbeveling: Zorg dat het beleid en de tools in de hele organisatie bekend worden middels gestructureerde en uitgebreide communicatie en door het bieden van een aanspreekpunt | Nu het participatiebeleid en de uitvoeringspraktijk in ontwikkeling zijn, ligt er een duidelijke voortrekkersrol voor de medewerkers die zich met die ontwikkeling bezighouden. De aanjagers voor het nieuwe participatiebeleid worden steeds meer gevonden als aanspreekpunt over de mogelijkheden voor participatie. Dat behoort echter nu niet tot hun opdracht. Het is wel waardevol om medewerkers een dergelijk aanspreekpunt te bieden. Om het beleid en de tools breder bekend te maken, adviseren we om de communicatie over de mogelijkheden gestructureerd aan te pakken en een laagdrempelige vraagbaakfunctie in te richten. | Na de aanbevelingen van de Rekenkamercommissie in 2023 heeft de gemeente onder begeleiding van de VNG de Quick Scan Lokale Democratie opgestart. Dit uitvoerige proces, samen met de stad, de gemeenteraad, het college en ambtelijke organisatie resulteerde in maart 2024 in de Verbeteragenda Participatie. Op deze manier konden alle betrokkenen laten weten: Hoe vindt u dat het gaat met participatie in Vlaardingen? In 2024 is de Kwartiermaker Participatie gestart met doorvertaling van alle uitkomsten naar een uitvoeringsprogramma, die een leidraad vormt voor hoe we participatie in komende jaren verder willen ontwikkelen en bevorderen. |
| Aanbeveling: Evalueer het beleid en de ontwikkelde tools na twee jaar | Het Vlaardinger participatiebeleid is in ontwikkeling. Dit heeft al geleid tot concrete resultaten, zoals het maken van de participatiewijzer en -toolbox, maar het domein is nog sterk in ontwikkeling. Ook de nieuwe visie wordt nog opgesteld. Evalueer deze visie en de instrumenten na twee jaar. Mocht het traject tot een nieuwe visie vertraagd raken, dan raden wij aan na twee jaar de participatiewijzer in ieder geval te evalueren. Aangezien de participatiewijzer in september 2022 is geïntroduceerd, is september 2024 een logisch moment voor een evaluatie. Het is belangrijk dat in deze evaluatie de verschillende doelgroepen van het beleid worden meegenomen: ambtelijke organisatie en externe initiatiefnemers, dit betreft zowel commerciële initiatiefnemers als inwoners. | Na de aanbevelingen van de Rekenkamercommissie in 2023 heeft de gemeente onder begeleiding van de VNG de Quick Scan Lokale Democratie opgestart. Dit uitvoerige proces, samen met de stad, de gemeenteraad, het college en ambtelijke organisatie resulteerde in maart 2024 in de Verbeteragenda Participatie. Op deze manier konden alle betrokkenen laten weten: Hoe vindt u dat het gaat met participatie in Vlaardingen? In 2024 is de Kwartiermaker Participatie gestart met doorvertaling van alle uitkomsten naar een uitvoeringsprogramma, die een leidraad vormt voor hoe we participatie in komende jaren verder willen ontwikkelen en bevorderen. |
| Aanbeveling: Stel kaders voorafgaand aan beleidsvorming | Met de komst van de Omgevingswet veranderen de rollen van raad, college en samenleving. De houding van de gemeente dient te ontwikkelen van 'Nee, tenzij' naar 'Ja, mits'. De raad is via een werkgroep geïnformeerd over deze veranderingen. Deze rollen moeten zich nog uitkristalliseren in Vlaardingen. De Vlaardingse raad voelt zich betrokken bij participatie. Daar kan het college iets in betekenen (zie aanbeveling 4), maar dit vraagt ook iets van de raad zelf. Zowel het visiedocument over participatie uit 2015 als het beleid wat in januari 2022 is opgesteld is niet uitvoerig besproken door de raad. Uit de interviews blijkt dat de raad mee wordt genomen in het visiedocument dat momenteel wordt opgesteld. Deze bijeenkomst(en) moet(en) nog plaatsvinden. De aanbeveling aan de raadsleden luidt om bij deze bijeenkomsten een actieve rol te vervullen en zo in ieder geval kaders mee te geven ten aanzien van het nieuwe beleid. | Na de aanbevelingen van de Rekenkamercommissie in 2023 heeft de gemeente onder begeleiding van de VNG de Quick Scan Lokale Democratie opgestart. Dit uitvoerige proces, samen met de stad, de gemeenteraad, het college en ambtelijke organisatie resulteerde in maart 2024 in de Verbeteragenda Participatie. Op deze manier konden alle betrokkenen laten weten: Hoe vindt u dat het gaat met participatie in Vlaardingen? In 2024 is de Kwartiermaker Participatie gestart met doorvertaling van alle uitkomsten naar een uitvoeringsprogramma, die een leidraad vormt voor hoe we participatie in komende jaren verder willen ontwikkelen en bevorderen. |
| 8. Wonen | ||
| Conclusie 1: Vlaardingen loopt op koers om haar doelstelling om te groeien naar 39.000 woningen te behalen, maar is afhankelijk van externe ontwikkelingen om dit voor 2030 te realiseren. | Vlaardingen heeft de woningbouwambitie om te groeien naar 39.000 woningen in 2030. Ten tijde van het opstellen van de woonvisie bestond de woningvoorraad van Vlaardingen uit 35.551 woningen (1 januari 2021). In de periode 2021 – 2023 is de woningbouwvoorraad gegroeid naar 36.478 woningen. Dit betekent dat Vlaardingen tot 2030 nog ruim 2.500 woningen moet realiseren. De verwachte toevoeging tot 2030 bedraagt meer dan 3.500 woningen. Hiermee beschikt de gemeente over ruim voldoende plannen om haar doelstelling te halen. Echter, de helft van de woningbouwplannen zal naar verwachting worden opgeleverd in 2028 of 2029. Daarbij is Vlaardingen afhankelijk van externe factoren, zoals beroepszaken bij de Raad van State, om daadwerkelijk voor 2030 haar doelstelling te behalen. | Op dit moment wordt gewerkt aan een startnotitie Volkshuisvestingsprogramma, die in september door het college zal worden vastgesteld. Als deze is vastgesteld wordt vervolgens het traject gestart om te komen tot een nieuw Volkshuisvestingsprogramma 2027-2032, dat in het kader van de nieuwe Wet versterking regie volkshuivesting, eind 2026 de Woonvisie gaat vervangen |
| Conclusie 2: Het aandeel corporatiewoningen in Vlaardingen neemt af. Vlaardingen heeft onvoldoende plannen voor nieuwe corporatiewoningen. | De woningvoorraad van Vlaardingen bestaat voor een groot deel (42,2%) uit corporatiewoningen. De doelstelling van Vlaardingen is om dit aandeel te laten zakken naar 38%. Dit aandeel zakt doordat meer dan de helft van de woningbouwplannen bestaat uit middeldure en dure woningen. Wel is de afspraak met de woningcorporaties dat er minimaal 600 sociale huurwoningen worden toegevoegd in de periode 2021 -2030. Hiervoor ontbreekt het nu nog aan plannen voor ongeveer 140 sociale huurwoningen binnen de gemeente. | Dit is in de Prestatieafspraken 2025-2028 reeds geborgd. Aan plannen voor 432 woningen wordt op dit moment concreet gewerkt (144 Kavel 7/8 + 50 Fortunapark + 80 Huishoudschoollocatie + 48 Heijmans One + 60 Parkeerplaats MUWI + 50 Snaaijer), naast de lopende herstructureringsplannen Zuidbuurt en Zeevaardersbuurt. Realisatie 170 Rivierzone en 60 optopwoningen Zuidbuurt staat onder druk door financiële heroverwegingen Waterweg Wonen. |
| Conclusie 3: De focus van de gemeente ligt voornamelijk op woningbouw en in mindere mate op de andere doelen zoals verduurzaming en leefbaarheid. | De afgelopen periode heeft de gemeente Vlaardingen zich voornamelijk gericht op de haar kwantitatieve ambities voor de woningbouwopgave. Dit heeft geresulteerd in voldoende plannen om te groeien naar 39.000 woningen. Hierbij zijn echter nog niet genoeg plannen voor de corporatiewoningen. Naast woningbouw heeft de gemeente ook doelstellingen voor verduurzaming van de huidige woningvoorraad en het vergroten van leefbaarheid. Uit het onderzoek blijkt dat de gemeente wel heeft ingezet op deze duurzaamheid en leefbaarheid. Monitoringsinformatie over de doeltreffendheid van deze maatregelen ontbreekt. | In de bestuurlijke wederhoor is een schets gegeven van de acties en maatregelen die reeds zijn ingezet. In 2025 wordt hieraan verder invulling gegeven, waarbij als concreet resultaat inmiddels gestarte digitale Woon- en Energieloket kan worden genoemd. Ook is in 2025 gestart met het plan van aanpak voor de verduurzamingsaanpak voor de particuliere woningvoorraad in de Westwijk. In het nieuwe Volkshuisvestingsprogramma dat in 2026 wordt opgesteld, wordt de verduurzaming integraal onderdeel van de aanpak op Wonen. |
| Conclusie 4: De samenwerking met woningcorporaties krijgt meer aandacht dan voorheen, maar kan nog verder geprofessionaliseerd worden. | De samenwerking tussen de gemeente Vlaardingen en de woningcorporaties werd niet als optimaal ervaren door beide partijen. De overlegstructuur was onvoldoende samenhangend en vrijblijvend. Inmiddels heeft de gemeente de Taskforce Wonen en het Platform Wonen opgericht. Hiermee is de samenwerking gedeeltelijk verbeterd. De samenwerking kan nog verder geprofessionaliseerd worden, vooral op de gebieden van monitoring van de prestatieafspraken en de rol van woningcorporatie in visieontwikkeling op de stad. | Op 19 maart heeft er een raadswerkgroep Wonen plaatsgevonden bij Waterweg Wonen op kantoor, waar uitgebreid met de raad is gesproken over de Prestatieafspraken. Met de corporaties is vanaf 2025 het Bestuurlijk Overleg Gemeente-Corporaties omgevormd naar een stuurgroep Prestatieafspraken ingericht. Twee maal per jaar sluiten ook de huurdersraden hierbij aan. |
| Conclusie 5: De informatievoorziening over de voortgang van het woonbeleid vindt via veel kanalen plaats, waardoor een overzicht (bijvoorbeeld woningbouwmonitor) ontbreekt. | De gemeenteraad ontvangt, naast de reguliere P&C-cyclus, uitgebreide informatievoorziening over het woonbeleid. Het college informeert de raad ook via raadsmemo’s. Daarnaast heeft de raad een raadswerkgroep wonen ingesteld. De raadswerkgroep wordt wisselend bezocht en niet alle fracties maken hier gebruik van. De Rekenkamer is positief over de uitgebreide informatievoorziening. Wel ziet zij hier een risico, omdat dit het lastig kan maken voor de raad om onderscheid te maken tussen hoofd- en bijzaken. Hoewel de informatievoorziening omtrent wonen uitgebreid is, heeft de raad geen actueel inzicht in het aantal woningbouwplannen. De raad heeft in januari 2024 voor het laatst inzicht gekregen in het aantal woningbouwplannen voor de periode 2024 - 2034 via een raadsmemo. Binnen de ambtelijke organisatie is een woningbouwmonitor beschikbaar. De raad zou ook graag beschikken over een integraal overzicht van woningbouwplannen en de voortgang daarvan. | Met het team Informatiemanagement is gewerkt aan het extern beschikbaar stellen van de woningbouwmonitor. Naar verwachting zal dit in september kunnen worden gefaciliteerd. Tevens is gewerkt aan een publiek/private monitor, door actief de prognose en de voortgang bij marktpartijen op te halen. |
| Aanbeveling 1: Actualiseer elke vijf jaar de woonvisie om te voldoen aan de wettelijke vereisten. | Gemeenten zijn sinds 1 januari 2022 wettelijk verplicht om een gemeentelijke woonvisie te hebben. De looptijd van deze woonvisie mag maximaal vijf jaar zijn. De Vlaardingse woonvisie is voor deze wetswijziging vastgesteld voor de periode 2021 - 2030. Het actualiseren van de woonvisie helpt de gemeenteraad ook bij het toetsen of de prioritering van de woonvisie nog passend is. | College gaat voldoen aan haar wettelijke verplichting. Met de conceptwet Versterking regie volkshuisvesting zal de Woonvisie worden vervangen door het Volkshuisivestingprogramma. Op dit moment wordt gewerkt aan de startnotitie, waarmee in 2026 de Woonvisie zal worden geactualiseerd in een Volkshuisvestingsprogramma. |
| Aanbeveling 2: Breid het aantal plannen voor nieuwe corporatiewoningen uit om te voldoen aan de prestatieafspraken met de woningcorporaties. | In de prestatieafspraken tussen de woningcorporaties en de gemeente Vlaardingen ligt de afspraak vast om aanvullend op de herontwikkeling van woningen ook minimaal 600 nieuwe sociale huurwoningen toe te voegen. Nu zijn er te weinig plannen om te voldoen aan deze afspraak. Maak samen met de woningcorporaties een plan om aan deze afspraak te voldoen. | Dit is in de Prestatieafspraken 2025-2028 reeds geborgd. Aan plannen voor 432 woningen wordt op dit moment concreet gewerkt (144 Kavel 7/8 + 50 Fortunapark + 80 Huishoudschoollocatie + 48 Heijmans One + 60 Parkeerplaats MUWI + 50 Snaaijer), naast de lopende herstructureringsplannen Zuidbuurt en Zeevaardersbuurt. Realisatie 170 Rivierzone en 60 optopwoningen Zuidbuurt staat onder druk door financiële heroverwegingen Waterweg Wonen. |
| Aanbeveling 3: Maak inzichtelijk waar de gemeente nu staat in het bereik van haar doelstellingen op het gebied van duurzaamheid en leefbaarheid. | Vlaardingen heeft kwantitatief gezien voldoende woningbouwplannen voor de komende periode. Ook beschikt de gemeente over plancapaciteit voor de periode hierna. Op het gebied van duurzaamheid heeft de gemeente geld en hulp beschikbaar gesteld voor VvE’s om achterstallig onderhoud in te halen. Aandacht voor particuliere woningvoorraad die niet onder een VvE’s valt is daarnaast ook nodig. Op het gebied van leefbaarheid voert de gemeente onder andere een pilot uit in een aantal aandachtsgebieden, maar nog niet in alle aangewezen aandachtsgebieden. | Er wordt gewerkt aan een dashboard voor het nieuwe Volkshuisvestingsprogramma Wonen, waarin monitoring van de resultaten op het gebied van verduurzaming woningvoorraad en leefbaarheid wordt opgenomen. |
| Aanbeveling 4: Blijf aandacht besteden aan professionalisering van de samenwerking met de woningcorporaties | De gemeente heeft goede stappen gezet in de samenwerking met de woningcorporaties. Het is belangrijk om hier aandacht aan te blijven besteden. Doe dit onder andere door het meer SMART-formuleren van de prestatieafspraken. Maak daarnaast ook gebruik van de expertise van de woningcorporaties en voer ook het gesprek over de bredere stadsontwikkeling. Ga als raad ook in gesprek met de woningcorporaties over hun rol. | Op 19 maart heeft er een raadswerkgroep Wonen plaatsgevonden bij Waterweg Wonen op kantoor, waar uitgebreid met de raad is gesproken over de Prestatieafspraken. Met de corporaties is vanaf 2025 het Bestuurlijk Overleg Gemeente-Corporaties omgevormd naar een stuurgroep Prestatieafspraken ingericht. Twee maal per jaar sluiten ook de huurdersraden hierbij aan. |
| Aanbeveling 5: Stel een variant van de woningbouwmonitor beschikbaar aan de gemeenteraad. | De gemeenteraad wil graag inzicht in de woningbouwplannen van de gemeente. De organisatie beschikt over een woningbouwmonitor. Gekeken wordt naar de mogelijkheden om dit ook met de raad te delen. Een dergelijke woningbouwmonitor zou de raad in ieder geval inzicht moeten geven in het aantal woningbouwplannen, de type woningen en de beoogde planning. Dit kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld een uitgebreide monitor zoals in de gemeente Hilversum1 of een publieksvriendelijke infographic zoals de gemeente Goeree-Overflakkee.2 | In september 2025 komt dit digitaal beschikbaar. |
| 9. Quick Scan Inhuur derden | ||
| Aanbeveling 1 gericht aan het college: Stel duidelijke kaders voor externe inhuur, samen met de raad | Stel duidelijke kaders vast voor externe inhuur. Het is van groot belang om de gemeenteraad te betrekken bij het stellen van deze kaders, omdat vaak wordt overgegaan tot externe inhuur om al dan niet door de raad gestelde inhoudelijke ambities te realiseren. De duurzame ontwikkeling van de organisatie weegt daarin tot nu toe minder zwaar. Leg in ieder geval vast: • Wanneer externe inhuur wel en niet passend is (criteria); • welke bandbreedtes voor externe inhuur per taakveld of domein acceptabel worden geacht; en • welke minimale eisen gelden voor dossiervorming en verantwoording. Koppel deze kaders aan de implementatie van de strategische personeelsplanning. Dat bevordert dat trends in externe inhuur kunnen worden vertaald naar gevolgen voor de vaste formatie. Leg deze kaders vast in beleid en veranker ze in de P&C-cyclus. | Het rapport is medio december opgeleverd. Om die reden is op dit moment nog geen actuele stand van zaken beschikbaar. Tijdens de eerstvolgende P&C-momenten zal hierover worden gerapporteerd. |
| Aanbeveling 2 gericht aan het college: Versterk de sturing en controle op externe inhuur op basis van formatie en strategische personeelsplanning | Versterk de sturing op externe inhuur door de focus te verleggen van het sturen op budget naar een integrale sturing op formatie. Werk hiervoor uit: • Formatieplannen per organisatieonderdeel, die ingaan op vast, tijdelijk en ingehuurd personeel; • een strategische personeelsplanning voor de middellange termijn; en • een structurele rapportage over de verhouding tussen vast, tijdelijk en ingehuurd personeel en vacatureruimte. Geef de afdeling bedrijfsvoering een duidelijke regierol in de monitoring en signalering van deze afspraken. Samen met inhurende managers moet een meer inhoudelijke afweging worden gemaakt wanneer externe inhuur wel en niet mogelijk wordt gemaakt. Het mandaat om te kiezen voor externe inhuur kan hierbij blijven liggen bij de managers, maar bij afwijking van de afspraken kan hierop wel geëscaleerd worden naar de directie. De rekenkamer onderschrijft het voornemen om een capaciteitsdesk in te richten. | Het rapport is medio december opgeleverd. Om die reden is op dit moment nog geen actuele stand van zaken beschikbaar. Tijdens de eerstvolgende P&C-momenten zal hierover worden gerapporteerd. |
| Aanbeveling 3 gericht aan het college: Verbeter de dossiervorming en navolgbaarheid van inhuurtrajecten | Zorg dat bij ieder inhuurtraject minimaal wordt vastgelegd: • De aanleiding en het doel van het inhuurtraject; • de afweging tussen eigen personeel en externe inhuur (inclusief alternatieven); • de gekozen oplossing (duur, omvang, tarief); en • een korte evaluatie van de resultaten Leg deze eisen vast in beleid (aanbeveling 1) en werkprocessen en borg dat de benodigde documenten en beslissingen op een centrale plek digitaal worden opgeslagen. Volledige en zorgvuldige dossiervorming kan bijdragen aan het maken van scherpere keuzes over externe inhuur. | Het rapport is medio december opgeleverd. Om die reden is op dit moment nog geen actuele stand van zaken beschikbaar. Tijdens de eerstvolgende P&C-momenten zal hierover worden gerapporteerd. |
| Aanbeveling 4 gericht aan het college: Richt een helder informatiepakket voor de raad in | Richt een vast informatiepakket in waarmee de raad periodiek inzicht krijgt in: • De verhouding tussen ambities, formatie en externe inhuur per domein; • de ontwikkeling van externe inhuur (omvang in fte’s, kosten en redenen van inhuur); • een verantwoording over het begrote en het gerealiseerde personeelsbudget; en • de belangrijkste risico’s en beheersmaatregelen. Veranker dit pakket in de P&C-cyclus en voorzie de cijfers van bestuurlijke duiding. | Het rapport is medio december opgeleverd. Om die reden is op dit moment nog geen actuele stand van zaken beschikbaar. Tijdens de eerstvolgende P&C-momenten zal hierover worden gerapporteerd. |
| Aanbeveling 5 gericht aan het college: Maak de personeelsbegroting realistischer en zorg voor naleving | Stel een personeelsbegroting op die realistischer aansluit bij de feitelijke ambities en de te verwachten personele inzet (vast en externe inhuur). Maak daarin aannames over vacatures, ziektevervanging, structurele inhuur en grote projecten expliciet en onderbouwd. Bewaak de realisatie van de begroting en monitor gedurende het jaar actief op afwijkingen en leg tijdig aan de raad voor welke keuzes nodig zijn als ambities, capaciteiten en middelen niet meer met elkaar in balans zijn. Betere beheersing is daarvoor een randvoorwaarde (aanbeveling 2). | Het rapport is medio december opgeleverd. Om die reden is op dit moment nog geen actuele stand van zaken beschikbaar. Tijdens de eerstvolgende P&C-momenten zal hierover worden gerapporteerd. |
| Aanbeveling 1 gericht aan de gemeenteraad: Neem als raad het voortouw in het gesprek met het college over kaders en informatie over externe inhuur | Dit rekenkameronderzoek laat zien dat externe inhuur in Vlaardingen niet los kan worden gezien van de manier waarop de gemeente de afgelopen jaren heeft gefocust op de realisatie van ambities, en minder op duurzame organisatieontwikkeling. Ga daarom als raad actief het gesprek aan met het college over: • De gewenste kaders voor externe inhuur in relatie tot ambities en capaciteit, binnen het personeelsbeleid; • de bijdrage van externe inhuur bij de ontwikkeling van de organisatie en de gevallen waarin dit kan leiden tot het temporiseren van ambities; en • het minimale informatiepakket dat nodig is om hierop te kunnen sturen. Maak hierover expliciete afspraken (bijvoorbeeld in de financiële verordening, het personeelsbeleid of een raadsbreed kaderstellend besluit) en evalueer deze afspraken periodiek op basis van de aangeleverde informatie en de feitelijke ontwikkelingen wat betreft externe inhuur. | Het rapport is medio december opgeleverd. Om die reden is op dit moment nog geen actuele stand van zaken beschikbaar. Tijdens de eerstvolgende P&C-momenten zal hierover worden gerapporteerd. |
| 10. Toegankelijkheid stemlocaties | ||
| Aanbeveling 1: Investeer in het beter toegankelijk maken van stemlokalen volgens de geldende wet- en regelgeving. | In het onderzoek zijn verschillende knelpunten gesignaleerd die met beperkte investering zijn op te lossen. De volgende knelpunten kwamen meermaals terug en dienen met grote urgentie te worden opgelost: • Zorg dat de overbruggingen verankerd zijn en voldoen aan de minimale breedte van 90cm. • Neem in de instructie op dat er in het stembureau minimaal één stoel met armleuningen aanwezig moet zijn. • Controleer dat de ledverlichting van de geleverde stemhokjes volledig opgeladen is. • Voorzie in een gehandicaptenparkeerplaats dicht bij de ingang van het stembureau als parkeren binnen 100 meter niet mogelijk is. • Hang de kandidatenlijst aan een vrije wand. Leg de lijst niet op een tafel en zorg ervoor dat er geen obstakels voor de vrije wand staan. De volgende knelpunten kwamen op één of enkele locaties terug en leiden in enkele gevallen ertoe dat een locatie niet toegankelijk kan worden gemaakt: • Maak alle stembureaus zichtbaar vanaf de openbare weg. • Vermeld in de instructies dat wanneer er schoonloopmatten worden toegepast, dit geen kokosmatten, rubber(ring)matten of hoogpolige matten mogen zijn. Voorzie hierin bij het klaarzetten van de stemlocaties. • Zorg dat mensen met een mobiliteitsbeperking zelfstandig de entreedeur kunnen openen. • Houd een doorgangsbreedte van 1,2 meter aan, zowel voor de route naar als binnen het stembureau (toegangsdeuren, tussendeuren). | |
| Aanbeveling 2: Informeer de gehele gemeenteraad, conform de wettelijke vereisten, over de toegankelijkheid van stemlocaties. | De gemeenteraad moet worden geïnformeerd over de toegankelijkheid van stemlokalen. In Vlaardingen wordt alleen het presidium hierover geïnformeerd. De informatie is echter wel ambtelijk beschikbaar. De rekenkamer beveelt aan om deze informatie voorafgaand aan de verkiezingen per raadsmemo aan de gemeenteraad te verstrekken. | |
| 11. Subsidiebeleid | ||
| Conclusie: Subsidies worden eenjarig ingezet voor lange termijn beleidsambities | De gemeente Vlaardingen wil subsidies doelgericht inzetten als sturingsmiddel voor beleidsambities. De Subsidieverordening (ASV) van 2011 geeft de kaders aan. Elke beleidssector heeft specifieke doelen, met veelal meerjarige aanpak. Dit terwijl de gemeente voornamelijk eenjarige subsidies verstrekt. Dit maakt het lastig om lange termijn doelstellingen effectief te realiseren. Er is behoefte aan een meer flexibele aanpak bij subsidietoekenning, zodat deze beter aansluit bij de langetermijnvisie en daadwerkelijk bijdraagt aan het behalen van beleidsdoelen. | Opgelost |
| Conclusie: Het openbare online subsidieregister vraagt om koppeling met beleid. | De gemeente Vlaardingen heeft een online interactief openbaar subsidieregister (bijgehouden in Power BI) om de subsidieverstrekkingen inzichtelijk te maken. In dit subsidieregister is kwantitatieve en kwalitatieve informatie te vinden over bijvoorbeeld de hoogte van de verstrekte subsidies en waarvoor de subsidie wordt ingezet. Hoewel de hoogte van de subsidies en hun bestemming duidelijk zijn, blijft de link naar beleidsdoelen in het register onbenoemd. | Opgelost |
| Conclusie: Niet alle beleidsdoelen laten zich vertalen naar concrete prestatieafspraken. | De gemeentelijke doelen worden gebruikt als uitgangspunt bij het opstellen van prestatieafspraken met de subsidieontvangers. Deze afspraken hebben betrekking op het doel waarvoor de subsidies worden ingezet. Subsidieverstrekking vindt per beleidsdomein plaats. In de beleidsdomeinen Kunst, Cultuur en Erfgoed (KCE), Sport en Sociaal Domein worden niet alle beleidsdoelen vertaald naar concrete prestatieafspraken. Dit heeft met name betrekking op maatschappelijk doelstellingen, zoals bijvoorbeeld een doelstelling op het gebied van diversiteit en inclusie. Maatschappelijke doelstellingen laten zich lastig vertalen naar concrete prestatieafspraken | Dit is onder de aandacht en tevens onderdeel van het programma Transformatie Sociaal Domein. |
| Conclusie: Monitoring van prestatieafspraken vindt tussentijds en achteraf plaats, maar is slecht navolgbaar. | Monitoring van de prestatieafspraken vindt tussentijds en achteraf plaats. De subsidieontvanger heeft op reguliere basis contact met de gemeente en bespreekt dan de voortgang van de prestatieafspraken. Aan het eind van de periode dient de subsidieontvanger een aantal documenten in aan de hand waarvan de gemeente de subsidie kan vaststellen. In de praktijk blijkt dat niet altijd alle gevraagde documenten worden ingediend, maar dat de subsidies dan wel op basis van de wel aangeleverde documentatie (deels) worden vastgesteld. Er zijn ook situaties waarin organisaties juist meer aanleveren dan wat de gemeente vraagt. Sturing op welke informatie wordt gevraagd is dus van belang. De huidige werkwijze maakt dat het voor personen die niet betrokken zijn bij de organisaties of het toezicht op de organisaties het op papier slecht navolgbaar is op basis waarvan subsidies worden vastgesteld. Dit geldt ook voor de rekenkamer. | Momenteel wordt gewerkt aan een interne werkinstructie, mede vanwege de overgang naar een nieuw verwerkingssysteem, over het subsidieproces. Hoe om te gaan met monitoring en beoordeling is hier onderdeel van. De werkinstructie is inmiddels gedeeld in de teams van Sociaal Domein en er wordt sinds het najaar van 2025 mee gewerkt. De subsidiecoördinator draagt zorg de instructie actueel te houden. |
| Conclusie: Subsidieaanvragers zijn tevreden over het contact met de gemeente, maar zien ook aandachtspunten. | Het interne proces voor een subsidieaanvraag is vastgelegd in de subsidiemodule van Verseon. De verantwoordelijke ambtenaar toetst of de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd een bijdrage leveren aan het realiseren van beleidsdoelen. Subsidieaanvragers zijn tevreden over het contact met de gemeente. Het contact vindt veelvuldig en organisch plaats en er zijn korte lijntjes met de accounthouders. Toch zien de subsidieaanvragers ook enkele aandachtspunten. Het is soms onduidelijk welke verantwoordingsinformatie aangeleverd dient te worden en sommige prestatieafspraken zijn nog gebaseerd op verouderd beleid. | Opgelost |
| Aanbeveling: Verleg de focus bij subsidieverstrekking naar de lange termijn. | In de praktijk blijkt dat voornamelijk eenjarige subsidies worden verstrekt door de gemeente Vlaardingen. Dit terwijl de beleidsdoelstellingen vaak betrekking hebben op de lange termijn. Veelal wordt er al meerdere jaren aan verschillende ontvangers subsidie verstrekt. De rekenkamer beveelt aan om waar mogelijk te kiezen voor meerjarensubsidies, zodat de subsidie makkelijker ingezet kan worden voor het behalen van de gemeentelijke doelstellingen. Daarnaast is het bijeffect hiervan dat niet elk jaar het proces van een subsidieaanvraag en -verlening doorlopen hoeft te worden | Opgelost |
| Aanbeveling: Formuleer beleidsdoelstellingen die te vertalen zijn naar prestatieafspraken. | Voor de beleidsdomeinen Kunst, Cultuur en Erfgoed (KCE), Sport en Sociaal Domein lukt het niet altijd om prestatieafspraken te relateren aan de beleidsdoelstellingen. Eén manier om dit mogelijk te maken is om beleidsdoelstellingen zo te formuleren dat ze te vertalen zijn naar meetbare prestatieafspraken. Meetbare prestatieafspraken zijn goed te monitoren en dragen ook bij aan een heldere verantwoording. Aanbevolen wordt aan de raad om meer oog te hebben voor concrete beleidsdoelstellingen bij het vaststellen van nieuwe beleidskaders. Tevens is het wenslijk prestatieafspraken te maken die rechtstreeks te relateren zijn aan de inzet van de subsidieontvanger. | Momenteel wordt gewerkt aan een interne werkinstructie, mede vanwege de overgang naar een nieuw verwerkingssysteem, over het subsidieproces. Hoe om te gaan met monitoring en beoordeling is hier onderdeel van. De werkinstructie is inmiddels gedeeld in de teams van Sociaal Domein en er wordt sinds het najaar van 2025 mee gewerkt. De subsidiecoördinator draagt zorg de instructie actueel te houden. |
| Aanbeveling: Actualiseer de subsidieverordening uit 2011. | De ASV van de gemeente Vlaardingen komt uit 2011. In dit onderzoek is niet gekeken naar rechtmatigheid van de subsidieverlening in de gemeente. Wel adviseert de rekenkamer om te kijken naar de actualiteit van de subsidieverordening, omdat er in de afgelopen periode nieuwe wetgeving inwerking is getreden. Bijvoorbeeld kan gekeken worden naar de model algemene subsidieverordening (VNG) van 2013. Deze is in 2019 voor het laatst geactualiseerd. In de ASV (2011) is vastgelegd dat de raad besluit over subsidies voor een langere periode dan één jaar. Wanneer gekozen wordt om de focus bij subsidieverstrekking naar de lange termijn te verleggen, is het goed om de verordening daarop aan te passen. | Opgelost |
| Aanbeveling: Stuur steviger op verantwoording door subsidieontvangers | In de onderzochte dossiers komt naar voren dat niet alle verantwoordingsinformatie wordt aangeleverd door subsidieontvangers en dat er wel (deels) een vaststelling plaatsvindt van de subsidies. Stuur als gemeente op welke verantwoordingsinformatie je wil ontvangen en zorg voor complete verantwoordingsdossiers van de subsidieontvangers. Hiervoor is het van belang om aan de voorafgaand aan de subsidieverstrekking duidelijk te maken wat verwacht wordt van de subsidieontvanger. Ook in de tussentijdse gesprekken kan aandacht worden gegeven aan de voortgang van de subsidie en benodigde documentatie. De aanbeveling van de rekenkamer is om de subsidieontvangers de 'output' en waar mogelijk de 'outcome' te laten rapporteren. Vervolgens is het de verantwoordelijkheid van de gemeente om een oordeel te geven over deze 'outcome', gerelateerd aan de eigen beleidsdoelstellingen van de gemeente. | Opgelost |
| Aanbeveling: Bespreek met elkaar de wensen voor het openbaar online subsidieregister | De gemeente Vlaardingen is transparant in de informatie over de verstrekte subsidies middels het openbare online register. Er staat veel informatie in dit register. Bespreek met de raad wat haar wensen zijn voor de verantwoordingsinformatie over beleidsdoelstellingen en prestatieafspraken van subsidies. Een wens zou kunnen zijn om inzichtelijk te maken welke subsidies aan welke beleidsdoelen bijdragen. | De verwachting is dat dit in 2026/2027 zal worden opgepakt i.v.m. de wijzigingen in het verwerkingssysteem, het publiceren van het subsidieregister op een andere locatie en wijze, en de uitkomst van de eerste pilots transformatie Sociaal Domein en de gemeenteraadsverkiezingen. |
| Onderwerp: | Bevindingen: | Voortgang 2025 |
|---|---|---|
| 213a onderzoeken | ||
| 1. Investeringen | ||
| Conclusie: Ambitie versus haalbaarheid en vergroten realisatiegraad | De grote bestuurlijke investeringsambitie kan door de organisatie momenteel niet worden waargemaakt. Er wordt beperkt tot niet gestuurd op de realisatiegraad en deze is aan de lage kant. | De aanbeveling onder aandacht gebracht bij de proceseigenaren en het gesprek aangegaan om de opvolging van de aanbeveling te bespreken. |
| Conclusie: Onvoldoende beschikbaarheid van informatie voor sturing en beheersing | Managementinformatie over de voortgang van investeringsprojecten en de uitputting van de kredieten is onvoldoende. Hierdoor is beperkte (bij)sturing en beheersing op investeringsprojecten mogelijk. | Binnen de begrotingsscyclus en bij de opstelling van de jaarrekening zijn vaste momenten waarop de voortgang en de uitputting van kredieten worden geevalueerd. Daarnaast vinden gedurende het jaar periodieke budgetoverleggen plaats. |
| Conclusie: Organisatorische slagkracht is momenteel niet toereikend om de voorgenomen investeringen te kunnen realiseren | Aan de versterking van de ambtelijke organisatie wordt hard gewerkt, maar dit vereist meer inzet en middelen om op het gewenste niveau te komen. | De aanbeveling onder aandacht gebracht bij de proceseigenaren en het gesprek aangegaan om de opvolging van de aanbeveling te bespreken. |
| Aanbeveling: Meer zicht op en inzicht krijgen in investeringskredieten (1) | 1. Werk het proces rondom investeringen en investeringskredieten op een duidelijke wijze uit met als basis de nieuwe financiële verordening, als eerste stap om te borgen dat medewerkers op een consistente wijze omgaan met investeringen en investeringskredieten. In het proces ook borgen dat er -zolang gegevens handmatig verwerkt worden – er voldoende controle wordt uitgeoefend op de juistheid van deze verwerking. | In 2025 wordt een nieuwe beleid voor het proces investeringen geschreven. De financiele verordening en nota waardering en afwaardering worden ook herzien en aangepast. Verwachting oplevering Q4 2025. |
| Aanbeveling: Meer zicht op en inzicht krijgen in investeringskredieten (2) | 2. Verhoog de transparantie op tussentijdse wijzigingen op bestaande investeringen of nieuwe aanvragen door deze goed te registreren en te verwerken in de financiële administratie en ook te rapporteren in de P&C documentatie. | In 2025 wordt een nieuwe beleid voor het proces investeringen geschreven. De financiele verordening en nota waardering en afwaardering worden ook herzien en aangepast. Verwachting oplevering Q4 2025. |
| Aanbeveling: Meer zicht op en inzicht krijgen in investeringskredieten (3) | 3. Borg dat aansluitingen tussen de P&C stukken goed te maken zijn om het niveau van individuele investeringen en maak hierbij ook specifiek de uitputting van bulkkredieten inzichtelijk. | Aanbeveling reeds in werking, na het vaststellen nieuw beleid proces investeringen zal nog meer aanscherping binnen het proces plaats vinden. |
| Aanbeveling: Meer zicht op en inzicht krijgen in investeringskredieten (4) | 4. Intensiveer de rol van de financieel adviseur om beter (in)zicht te krijgen op de investeringen. Organiseer meer en betere toetsing door Financieel adviseur op totstandkoming investeringsbudgetten, meer kritische houding aan de voorkant bij opstart projecten. Borg parallel hieraan dat aan de voorkant bij grote projecten (bijvoorbeeld vanaf EUR 2 mln.) er verplicht een toets op het budget / business case wordt uitgevoerd door financiën. | Aanbeveling aangenomen en getracht het op te nemen in nieuwe beleid. Verwachting procesoptimalisatie voordat ERPx 2026 van start is. |
| Aanbeveling: Verhogen van de realisatiegraad (1) | 1. Realisatiegraad is de afgelopen jaren (te) laag en kan en moet omhoog door het investeringsvolume en de daarvoor beschikbare capaciteit, kennis en kunde beter in evenwicht te brengen. Dit kan onder andere door in te zetten op realistischer plannen en meer grip krijgen op de uitvoering van projecten conform afgesproken planning, scope, budget en kwaliteit. | De aanbeveling onder aandacht gebracht bij de proceseigenaren en het gesprek aangegaan om de opvolging van de aanbeveling te bespreken. |
| Aanbeveling: Verhogen van de realisatiegraad (2) | 2. Bepaal welke realisatiegraad (% van de geplande investeringen in enig boekjaar dat daadwerkelijk in dat jaar gerealiseerd wordt) nagestreefd wordt (op basis van wat haalbaar is) en stuur hierop. | De aanbeveling onder aandacht gebracht bij de proceseigenaren en het gesprek aangegaan om de opvolging van de aanbeveling te bespreken. |
| Aanbeveling: Verhogen van de realisatiegraad (3) | 3. Neem in de jaarstukken een totaaloverzicht op van alle investeringskredieten en de mate van uitputting daarvan in betreffend boekjaar (realisatie). | Aanbeveling sluit aan bij huidige werkwijze. Er wordt per programma een overzicht gepubliceerd over de mate van uitputting en vrije ruimte (restant krediet) in betreffend boekjaar. |
| Aanbeveling: Verbetering van sturing, beheersing en informatievoorziening op investeringsprojecten en -programma’s (1) | 1. Het verdient aanbeveling een projectenrapportage op te stellen, bijvoorbeeld op kwartaalbasis, waarin voor de grotere (materieel gezien (bijvoorbeeld projecten > 1 of 2 mln. euro, dan wel met een hoog politiek risico) inzicht wordt gegeven in de stand van zaken en hoe de voortgang van het project verloopt ten opzichte van de planning, budget en scope en welke risico’s er zijn. In bijlage 4 is een voorbeeld opgenomen waar bij een dergelijke grote projectenrapportage aan gedacht kan worden. | Aanbeveling aangenomen en getracht het op te nemen in nieuwe beleid. |
| Aanbeveling: Verbetering van sturing, beheersing en informatievoorziening op investeringsprojecten en -programma’s (2) | 2. Neem de reeds aangegane verplichtingen altijd op in de financiële administratie, dit is immers geen vrij beschikbaar budget meer. Op deze wijze wordt een accurater beeld verkregen van de financiële uitputting van investeringsbudgetten. | Gezien de beperkte capaciteit is een tussentijdse oplossing niet realiseerbaar. De aandacht richt zich daarom op de testfase van het ERPx, waarin de borging van de verplichtingenadministratie is voorzien. |
| Aanbeveling: Verbetering van sturing, beheersing en informatievoorziening op investeringsprojecten en -programma’s (3) | 3. Neem in de jaarrekening conform nieuwe financiële verordening een integraal investeringsoverzicht op, waardoor de vergelijkbaarheid met de programmabegroting en MIP duidelijker wordt. | Aanbeveling sluit aan bij huidige werkwijze. Er wordt per programma een overzicht gepubliceerd over de mate van uitputting en vrije ruimte (restant krediet) in betreffend boekjaar. |
| Aanbeveling: Verbetering van sturing, beheersing en informatievoorziening op investeringsprojecten en -programma’s (4) | 4. Creëer duidelijkheid over de wijze en het momentum waarom kapitaallasten toegerekend moeten worden en herijk de bestaande kaders op dit onderdeel. | Geen opvolging aan de aanbeveling, momentum waarop kapitaallasten toegerekend moeten worden staat vermeld in de nota afwaardering. En wordt 1 keer per jaar verricht over boekjaar. |
| Aanbeveling: Verbetering van sturing, beheersing en informatievoorziening op investeringsprojecten en -programma’s (5) | 5. Creëer naast de beoogde uitbreiding van capaciteit (o.a. projectcontrollers) ruimte en middelen binnen de bestaande capaciteit om de reeds in gang gezette verbeteracties daadwerkelijk te kunnen realiseren. | De aanbeveling onder aandacht gebracht bij de proceseigenaren en het gesprek aangegaan om de opvolging van de aanbeveling te bespreken. |
| Aanbeveling: Verbetering van sturing, beheersing en informatievoorziening op investeringsprojecten en -programma’s (6) | 6. Wijs vanuit procesgericht werken een proceseigenaar aan te wijzen op MIP, investeringen en laat deze nauw samenwerken met de eigenaar van projectmatig werken. | Senior financiële administratie is reeds proceseigenaar van de MIP. De huidige samenwerking bestaat uit financieel adviseurs en teams. Aanbeveling wordt opgenomen na het opstellen van nieuw beleid waar vervolgens het proces zal geoptimaliseerd worden. |
| Aanbeveling: Verbetering van sturing, beheersing en informatievoorziening op investeringsprojecten en -programma’s (7) | 7. Met betrekking tot de rol van projectcontroller verdient het aanbeveling om de geworven of nog te werven van de projectcontrollers naast het organiseren van control op het niveau van de (grote) projecten ook een expliciete taak te geven in het opstellen van een portfoliorapportage als bedoeld in de vorige aanbeveling. Daarnaast zal ook geïnvesteerd moeten worden in capaciteit om de projectbeheersing op projectniveau beter op orde te krijgen (als onderdeel van de projectteams). | De aanbeveling onder aandacht gebracht bij de proceseigenaren en het gesprek aangegaan om de opvolging van de aanbeveling te bespreken. |
| 2. Klachtenafhandeling | ||
| Sturen op resultaten | In 2024 is het klachtenafhandelingsproces geactualiseerd en dit nieuwe proces is geïmplementeerd in het nieuwe zaaksysteem. Met ingang van 2025 is dit proces volledig overgezet vanuit het bestaand systeem (KCS) in het zaaksysteem. Er wordt gewerkt aan een aanvullende tool om met ingang van 2025 de afhandeling van klachten (maandelijks) te kunnen volgen. Het doel hierbij is een overzicht periodiek te rapporteren aan de directie om de voortgang van afhandeling te monitoren en aan de hand van analyses te kunnen (bij)sturen. | Opgelost |
| Invoerproces | In het nieuwe zaaksysteem is ingebouwd dat inwoners en bedrijven een klacht registreren door middel van een inlog via DigiD c.q. E-herkenning. Dit sluit aan bij de vormvereisten voor het indienen van een klacht waarin is aangegeven dat digitale ondertekening via DigiD en E-herkenning voldoet. In het zaaksysteem is ingeregeld dat inwoners via de PIP (persoonlijke internet pagina) te allen tijde de actuele status van de ingediende klacht kunnen volgen. De gemeente heeft een medewerker klachten coördinator. Deze medewerker ziet o.a. toe op het proces van de klachtenafhandeling, maar biedt ook (praktische) ondersteuning aan collega's en klagers als er onduidelijkheden zijn. Op het moment dat klachten bij de gemeente binnen komen, maar bedoeld zijn voor andere organisaties - bijvoorbeeld een van de gemeenschappelijke regelingen - dan stuurt de klachten coördinator namens het bestuursorgaan de klacht door naar het juiste bevoegde gezag. Bij de inrichting van dit proces in het zaaksysteem is hier specifiek rekening mee gehouden. | Opgelost |
| Betrokkenheid | Een soepele afhandeling van klachten gaat zeker niet alleen over het goed inregelen van systemen. Uiteraard moet dat fundament goed zijn, maar bewustwording en betrokkenheid van management en medewerkers is hierbij van essentieel belang. Dit sluit aan bij onze visie op Dienstverlening. Er zijn o.a. (digitale) vragenuurtjes en (online) trainingen beschikbaar voor de medewerkers waarmee uitleg en praktische ondersteuning beschikbaar is. Het ontwikkelen van een monitoringstool geeft informatie om periodiek te bespreken in de directie en om te agenderen voor de verschillende domein MT's. Deze tool moet zicht geven op de doorlooptijden, maar heeft ook als doel het gesprek te voeren om bestaande werkafspraken te optimaliseren. Bij binnenkomst van een klacht wordt er actief gebeld met de klager om de achtergrond van de klacht te horen. Op basis van deze telefoongesprekken en het geven van aanvullende uitleg blijken klachten veelal 'meldingen' te zijn en worden overgedragen aan het betreffende team voor behandeling. Door deze actieve benadering en nadere uitleg is het proces voor inwoners verduidelijkt. Bij een mogelijk volgende melding maken inwoners eerder gebruik van de juiste kanalen. | Opgelost |