Paragrafen

Lokale heffingen

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

De lokale heffingen zijn de inkomsten die verkregen worden op grond van publiekrechtelijke regels. De heffingen zijn gebaseerd op wettelijke bepalingen. Bij de lokale lasten maken we onderscheid tussen zuivere belastingen, heffingen en retributies:

  • De zuivere belastingen behoren tot de algemene dekkingsmiddelen en zijn voor de uitvoering van collectieve vormen van dienstverlening, maar ook individuele vormen van dienstverlening zonder een duidelijke relatie tussen dienstverlening en belasting. In Vlaardingen onderscheiden we onroerende zaakbelasting (OZB), hondenbelasting, precariobelastingen en toeristenbelasting.
  • De heffingen zijn voor de dekking van de kosten voor uitvoering van publiekrechtelijke dienstverlening. Dat houdt in dat de belastingplichtige ook moet betalen als hij de dienst niet wenst. Voorbeelden van heffingen zijn afvalstoffenheffing en rioolheffing.
  • De retributies zijn vergoedingen voor individuele dienstverlening van typische overheidsdiensten van publiekrechtelijke aard. Voorbeelden hiervan zijn leges voor paspoort en rijbewijs.

De tarieven van de lokale heffingen zijn vooralsnog volgens de uitgangspunten onder ‘Beleid’ aangepast. In 2021 wordt bij de voorjaarsnota de keuzenotitie ‘Lokale Lasten’ met de raad besproken en bepaalt de raad de nieuwe uitgangspunten voor de lokale heffingen. Deze uitgangspunten worden aan het einde van het jaar in de belastingverordeningen verwerkt zodat zij in werking treden voor het belastingjaar 2022.

Beleid

Terug naar navigatie - Beleid

Uitgangspunten van het gemeentelijk beleid ten aanzien van de belastingen en heffingen zijn:

  • Onroerendezaakbelastingen: de OZB-opbrengsten worden verhoogd met 4,7% bestaande uit de algemene indexering van 1,7% vermeerderd met 3% gedurende 3 jaar zoals is vastgelegd in het Herstelplan “Voor een leefbaar en financieel gezond Vlaardingen” dat in maart 2020 is vastgesteld. Deze stijging van de opbrengst is exclusief de areaaluitbreiding.”
  • De tarieven van de overige gemeentelijke belastingen, heffingen en leges worden geïndexeerd met 1,7%, met uitzondering van de wettelijke tarieven en het tarief voor de Zeehavengelden en Binnenhavengelden, waarvoor Vlaardingen meelift met Rotterdam.
  • Het tarief voor het rioolrecht, gebaseerd op het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan, wordt ca. € 159.
  • Het tarief voor de afvalstoffenheffing, gebaseerd op de gewenste opbrengst in combinatie met het aantal huishoudens, wordt verhoogd met ca. 5%.
  • De opbrengst van de Bedrijven Investeringszone (BIZ) blijft ongewijzigd.
  • De parkeertarieven kennen een eigen regime en worden bij afzonderlijk raadsbesluit vastgesteld.

Woonlasten: lokale lastendruk

Terug naar navigatie - Woonlasten: lokale lastendruk

Onder de woonlasten verstaan we het gemiddelde bedrag dat een huishouden in Vlaardingen betaalt aan OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. De ontwikkeling van de woonlasten van de afgelopen jaren en een raming voor het komende jaar ziet er als volgt uit.

Woonlasten 2017 2018 2019 2020 2021
OZB-eigenaar € 255,47 € 261,60 € 267,85 € 287,94 P.m.
OZB-gebruiker n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Rioolheffing € 157,80 € 157,80 € 157,80 € 161,36 € 159,28
Afvalstoffenheffing € 317,21 € 325,14 € 330,03 € 356,43 € 369,56
Totaal € 730,48 € 744,54 € 755,68 € 805,73 € 528,84

Bij de berekening van de totale woonlasten zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  • We gaan uit van een eigen woning die wordt bewoond door een gezin;
  • De OZB-tarieven zijn gebaseerd op de gemiddelde WOZ-waarde van woningen in Vlaardingen.

De begrote inkomsten van de bovengenoemde gemeentelijke heffingen (OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing) in 2021 bedragen € 37,0 miljoen.

Woonlasten: vergelijking met andere gemeenten en landelijk gemiddelde

Terug naar navigatie - Woonlasten: vergelijking met andere gemeenten en landelijk gemiddelde

Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) geeft sinds 1997 met de ’Atlas van de lokale lasten‘ inzicht in de woonlasten per gemeente en de posities die de gemeenten ten opzichte van elkaar innemen in Nederland. Hierbij geldt dat nummer 1 de goedkoopste gemeente is en nummer 377 de duurste. In de atlas van 2020 neemt Vlaardingen de 197e plaats in op basis van de woonlasten zoals die in de tabel hierboven zijn berekend. In 2020 zat Vlaardingen € 30,00 boven de landelijk gemiddelde woonlasten.
Overigens liggen de woonlasten van 80% van alle gemeenten heel dicht bij elkaar en rond het landelijk gemiddelde. Wat betreft de omringende gemeenten bedragen de woonlasten:

Gemeente Gemiddelde woonlasten Ranglijst Coelo (2020)
Capelle a/d IJssel € 634 17
Nissewaard € 722 75
Rotterdam € 776 153
Vlaardingen € 800 197
Schiedam € 803 205
Westland € 849 270
Delft € 861 287
Maassluis € 910 333

Dit zijn gegevens gebaseerd op het peiljaar 2020. Bij de formele vaststelling van de verordening van de leges en tarieven voor 2021 worden de meest recente gegevens gebruikt als toetsing.

Onroerendezaakbelastingen

Terug naar navigatie - Onroerendezaakbelastingen

De hoogte van de onroerendezaakbelastingen is een combinatie van de waarde in het economische verkeer van een pand en het vastgestelde tarief. De waarde van alle onroerende zaken wordt jaarlijks vastgesteld. De onroerendezaakbelastingen bestaan uit een ‘eigenarenbelasting’ voor woningen en een ‘eigenarenbelasting’ en ‘gebruikersbelasting’ voor niet-woningen. In de belastingen van de niet-woningen is een extra verhoging inbegrepen. De extra opbrengst komt ten goede van het Ondernemersfonds.

De grondslag van de OZB voor het jaar 2021 is de waarde van onroerende zaken op 1 januari van het peiljaar 2020. De ontwikkeling van de OZB-tarieven over de afgelopen jaren is als volgt:

Ontwikkeling tarieven 2016 2017 2018 2019 2020 2021
OZB (eigendom) niet-woningen 0,3058% 0,3142% 0,3025% 0,3470% 0,3631% p.m. ¹
OZB (gebruik) niet-woningen 0,2571% 0,2335% 0,2194% 0,3039% 0,3212% p.m. ¹
OZB (eigendom) woningen 0,1602% 0,1536% 0,1482% 0,1477% 0,1426% p.m. ¹
¹ Omdat de jaarlijkse herwaardering in het kader van de Wet Waardering onroerende zaken nog niet is afgerond, zijn de definitieve tarieven nog niet bekend. Bij de besluitvorming met betrekking tot de tarieven, in december 2020, worden de tarieven zodanig vastgesteld dat in combinatie met WOZ-waarden een 4,7% (= 1,7% trendmatig + 3,0% extra uit het herstelplan) hogere opbrengst resulteert (exclusief areaaluitbreiding).

Limitering OZB-tarieven

Terug naar navigatie - Limitering OZB-tarieven

Er komt een einde aan het monitoren met de macronorm onroerende zaakbelasting (ozb).
Dat hebben het Rijk en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) afgesproken. Vanaf 2020 komt er een benchmark, waarin naast de ozb ook de riool- en afvalstoffenheffing worden vergeleken. Door een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten en de tariefontwikkeling met landelijke en provinciale gemiddelden, moeten de onderlinge verschillen tussen gemeenten nog inzichtelijker worden. Ook moet de benchmark het lokale debat over de keuzes voor ontwikkelingen, zoals stijging van de lasten, bevorderen.

  • Opbrengst niet-woningen: € 8,7 miljoen
  • Opbrengst woningen: € 11,0 miljoen

Hondenbelasting

Terug naar navigatie - Hondenbelasting

De hondenbelasting heeft onder andere tot doel het aantal honden in de gemeente te beperken. Vandaar dat het tarief voor een tweede en volgende hond hoger is. De houder van de hond moet de belasting betalen. Regelmatig worden in de gemeente controleacties gehouden om het hondenbestand op peil te houden.

  • Aantal eerste honden: 3.600
  • Aantal tweede en volgende honden: 300
  • Opbrengst: € 0,3 miljoen
Ontwikkeling tarieven 2017 2018 2019 2020 2021
Eerste hond € 71,70 € 73,40 € 75,15 € 76,25 € 77,55
Tweede en volgende hond € 143,40 € 146,80 € 150,30 € 152,50 € 155,10

Precariobelasting

Terug naar navigatie - Precariobelasting

De precariobelasting is een belasting op het hebben van voorwerpen op, in of boven gemeentegrond en -water. Bijvoorbeeld terrassen en bouwmaterialen, maar ook de leidingen, kabels en buizen in de grond.

Vooruitlopend op de hervorming van het lokaal belastinggebied heeft het kabinet de precario op nutsleidingen per 1 juli 2017 afgeschaft. Dat betekent dat gemeenten in de toekomst geen precariobelasting meer kunnen heffen van nutsbedrijven over netwerken die ze in, op of boven gemeentegrond exploiteren.

Overgangsrecht

Terug naar navigatie - Overgangsrecht

Er geldt een overgangstermijn tot 1 januari 2022 voor gemeenten die op 10 februari 2016, de datum waarop minister Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het wetsvoorstel voor afschaffing van de precariobelasting heeft aangekondigd, een verordening met tarief hadden vastgesteld voor precariobelasting op kabels en leidingen. Onder de overgangsregeling kan een gemeente maximaal heffen naar het tarief zoals dat gold op 10 februari 2016.

  • Opbrengst precariobelasting nutsbedrijven: € 0,5 miljoen
  • Opbrengst precariobelasting in totaal: € 0,7 miljoen

Toeristenbelasting

Terug naar navigatie - Toeristenbelasting

De toeristenbelasting is een algemene belasting voor het houden van verblijf met overnachting tegen een vergoeding door niet-ingezetenen.
Het tarief wordt verhoogd met het algemene indexpercentage van 1,7%. De opbrengst van de toeristenbelasting is afhankelijk van het aantal overnachtingen in de gemeente, zodat de opbrengst kan fluctueren. Economische ontwikkelingen kunnen zorgen voor een lagere of hogere opbrengst.

Ontwikkeling tarieven 2017 2018 2019 2020 2021
Toeristenbelasting € 2,12 € 2,16 € 2,48 € 2,52 € 2,56

Bij de aantallen overnachtingen is uitgegaan van hetzelfde aantallen als in de begroting voor 2020. Met eventuele corona-effecten is elders in de begroting rekening gehouden.

Bijdrage Bedrijven Investeringszone (BIZ)

Terug naar navigatie - Bijdrage Bedrijven Investeringszone (BIZ)

Industrieterrein de Vergulde Hand is aangewezen als een BIZ waar een BIZ bijdrage wordt geheven. De bijdrage komt van de gebruikers van de op dit terrein gelegen bedrijven. De hoogte van de bijdrage is een vastgesteld percentage van de waarde van het bedrijfsobject.

  • Opbrengst BIZ is een vast bedrag van: € 24.000

Rioolheffing

Terug naar navigatie - Rioolheffing

De rioolheffing is een heffing om het beheer en het onderhoud van het gemeentelijk rioolstelsel te bekostigen.
Uitgangspunt bij deze heffing is dat de tarieven kostendekkend zijn. De stijging van de rioolheffing is dus afhankelijk van de ontwikkeling van de kosten. Voor het beheer en onderhoud op de lange termijn is een gemeentelijk rioleringsplan opgesteld waarin onder andere de kosten zijn opgenomen die door middel van een rioolheffing moeten worden gedekt. Voor 2021 wordt de rioolheffing € 159,28.

Ontwikkeling tarieven 2017 2018 2019 2020 2021
Rioolheffing € 157,80 € 157,80 € 157,80 € 161,36 € 159,28
Rioolheffing 2021
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 2.926.673
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 85.000
Netto kosten taakveld(en) 2.841.673
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente 320.826
BTW 361.193
Totale kosten 3.523.691
Opbrengst heffing 6.072.549
Voorziening -2.548.857
Totale opbrengsten 3.523.691
Dekkingspercentage 100%

Afvalstoffenheffing

Terug naar navigatie - Afvalstoffenheffing

De afvalstoffenheffing is een heffing om het ophalen en verwerken van de huishoudelijke afvalstoffen te bekostigen. Uitgangspunt bij deze heffing is dat de tarieven kostendekkend zijn. De stijging of daling van de afvalstoffenheffing is mede afhankelijk van de ontwikkeling van de kosten. Bij deze heffing wordt een tariefdifferentiatie toegepast ten behoeve van één- en meerpersoonshuishoudens.

De tarieven stijgen in 2021 met ongeveer 5% ten opzichte van 2020.
Deze stijging heeft een aantal oorzaken. De belangrijkste oorzaak betreft de voorziening afvalstoffenheffing. Deze raakt ultimo 2020 nagenoeg leeg. In 2021 kan er € 465.400 minder aan de voorziening worden onttrokken dan in 2020 omdat de voorziening na de geraamde onttrekking voor 2020 van € 495.763 leeg is. Verder stijgen de kosten in 2021 door de reguliere aanpassingen voor inflatie.

In 2021 kan er maar € 30.315 worden onttrokken aan de voorziening afvalstoffenheffing aangezien deze voorziening daarna leeg is. Dit heeft ook voor 2022 een gering opdrijvend effect op de tarieven.

Ontwikkeling tarieven 2017 2018 2019 2020 2021
Afvalstoffenheffing € 317,21 € 325,14 € 330,03 € 351,53 € 369,56
Afvalstoffenheffing 1-pers. € 247,10 € 253,28 € 257,08 € 274,93 € 289,03
Afvalstoffenheffing 2021
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 10.706.841
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 1.244.295
Netto kosten taakveld(en) 9.462.546
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente 72.789
BTW 1.663.505
Totale kosten 11.198.840
Opbrengst heffing 11.168.525
Voorziening 30.315
Totale opbrengsten 11.198.840
Dekkingspercentage 100%

Reinigingsrecht

Terug naar navigatie - Reinigingsrecht

Onder de naam reinigingsrecht wordt een retributie geheven voor het periodiek verwijderen en verwerken van bedrijfsafvalstoffen. Het reinigingsrecht wordt geheven van degene die van de dienst gebruik maakt afhankelijk van het aangeboden afval. De tarieven worden verhoogd met 1,7%.

Reinigingsrechten 2021
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 177.548
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen -
Netto kosten taakveld(en) 177.548
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente -
BTW -
Totale kosten 177.548
Opbrengst heffing 177.548
Voorziening -
Totale opbrengsten 177.548
Dekkingspercentage 100%

Binnenhavengeld

Terug naar navigatie - Binnenhavengeld

Deze retributie wordt geheven van vaartuigen die gebruik maken van het openbare gemeentewater, openbare werken en inrichtingen, en voor diensten die door de gemeente met betrekking tot een vaartuig verstrekt worden. In de regel wordt het havengeld geheven van de kapitein, de schipper, de reder of de eigenaar van het vaartuig. De tarieven in Vlaardingen sluiten aan bij de tarieven vermeld in de ‘General Terms and Conditions’, including renewed port tariffs, die zijn vastgesteld en bekendgemaakt door het Havenbedrijf Rotterdam N.V.

Binnenhavengeld 2021
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 166.190
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen -
Netto kosten taakveld(en) 166.190
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente -
BTW -
Totale kosten 166.190
Opbrengst heffing 83.231
Voorziening -
Totale opbrengsten 83.231
Dekkingspercentage 50%

Havengeld pleziervaartuigen

Terug naar navigatie - Havengeld pleziervaartuigen

Deze retributie wordt geheven van pleziervaartuigen en andere ter recreatie dienende vaartuigen die gebruik maken van het openbare gemeentewater, openbare werken en inrichtingen, en voor diensten die door de gemeente met betrekking tot een vaartuig verstrekt worden. In de regel wordt het havengeld voor pleziervaartuigen geheven van de schipper of de eigenaar van het vaartuig. De tarieven worden verhoogd met 1,7%.

Havengeld pleziervaartuigen 2021
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 16.643
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen -
Netto kosten taakveld(en) 16.643
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente -
BTW -
Totale kosten 16.643
Opbrengst heffing 14.328
Voorziening -
Totale opbrengsten 14.328
Dekkingspercentage 86%

Havengeld vaste ligplaatsen

Terug naar navigatie - Havengeld vaste ligplaatsen

Deze retributie wordt geheven voor het hebben van een vaste ligplaats aan een kade. Het ligplaatsgeld wordt geheven van degene die vaste ligplaats inneemt. De tarieven worden verhoogd met 1,7%.

Havengeld vaste ligplaatsen 2021
Kosten taakveld (en) inclusief (omslag)rente 5.740
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen -
Netto kosten taakveld(en) 5.740
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente -
BTW -
Totale kosten 5.740
Opbrengst heffing 1.067
Voorziening -
Totale opbrengsten 1.067
Dekkingspercentage 19%

Zeehavengeld

Terug naar navigatie - Zeehavengeld

Deze retributie wordt geheven voor het verblijf met een zeeschip in de haven van Vlaardingen alsmede voor het gebruik van gemeente-eigendommen, havenfaciliteiten en dienstverlening in dat verband. In de regel wordt het zeehavengeld geheven van de kapitein, de schipper, de reder of de eigenaar van het schip, of degene die de handelingen heeft verricht ter voorbereiding van het verblijf van het zeeschip. De tarieven in Vlaardingen sluiten aan bij de tarieven vermeld in de ‘General Terms and Conditions, including renewed port tariffs’, die zijn vastgesteld en bekendgemaakt door het Havenbedrijf Rotterdam N.V.

Zeehavengeld 2021
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 1.692.702
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen -
Netto kosten taakveld(en) 1.692.702
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente -
BTW -
Totale kosten 1.692.702
Opbrengst heffing 1.059.140
Voorziening -
Totale opbrengsten 1.059.140
Dekkingspercentage 63%

Lijkbezorgingsrechten

Terug naar navigatie - Lijkbezorgingsrechten

Deze retributie wordt geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor verleende diensten in verband met de begraafplaats. Lijkbezorgingsrechten worden geheven van de aanvrager van de dienst, dan wel van degene voor wie de dienst wordt verricht. De tarieven worden verhoogd met 1,7%.

Lijkbezorgingsrechten 2021
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 587.102
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen -
Netto kosten taakveld(en) 587.102
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente 132.461
BTW -
Totale kosten 719.563
Opbrengst heffing 811.366
Voorziening -
Totale opbrengsten 811.366
Dekkingspercentage 113%

Parkeerbelastingen

Terug naar navigatie - Parkeerbelastingen

Deze belasting wordt geheven voor het gedurende een aaneengesloten periode laten staan van een voertuig binnen de gemeente. De belasting wordt geheven van degene die het voertuig heeft laten staan of de houder van het voertuig. De tarieven worden aan de hand van eigen beleid afzonderlijk vastgesteld.

Parkeerbelasting 2021
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 1.600.592
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 20.725
Netto kosten taakveld(en) 1.579.867
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente 146.403
BTW -
Totale kosten 1.726.270
Opbrengst heffing 2.317.821
Voorziening -
Totale opbrengsten 2.317.821
Dekkingspercentage 134%

Leges

Terug naar navigatie - Leges

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor een groot aantal taken. Een deel van deze taken wordt in de vorm van een dienst door bewoners of bedrijven individueel afgenomen. Om gemeenten tegemoet te komen in de kosten die zijn gerelateerd aan deze taken, betalen afnemers van gemeentelijke diensten leges. In de regel gaat het hierbij om het verstrekken van documenten of het verlenen van vergunningen. Leges behoren tot de retributies en worden geheven voor het in behandeling nemen van de aanvraag en worden geheven bij de aanvrager. Ook als de aanvraag niet leidt tot een positief resultaat moeten leges worden betaald. De tarieven worden verhoogd met 1,7% met uitzondering van de wettelijke leges.

Kruissubsidiëring leges

Terug naar navigatie - Kruissubsidiëring leges

Net als bij alle andere retributies mogen de baten de lasten niet overstijgen, maar bij de leges gaat het om een groot aantal soorten van dienstverlening gebundeld in één belastingverordening. Omdat breed wordt gevoeld dat kruissubsidiëring tussen dienstverlening van volstrekt verschillende aard onwenselijk is, heeft de VNG de modelverordening onderverdeeld in drie titels: algemene dienstverlening, dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving en dienstverlening vallend onder de Europese Dienstenrichtlijn. De Vlaardingse legesverordening is naar dit model ingedeeld. Kruissubsidie tussen deze titels is ongewenst, maar niet verboden. Kruissubsidie binnen een titel in de legesverordening is toegestaan. Zolang het kruissubsidiëring tussen hoofdstukken betreft, blijkt de mate van kruissubsidiëring al uit de kostenopstelling. Ook hier geldt dat de gemeente de reden van de kruissubsidie moet vermelden. Er is geen sprake van een rechtvaardigingsgrond, omdat kruissubsidiëring toegestaan is.

Algemene dienstverlening Fysieke leefomgeving Europese Dienstenrichtlijn
Kosten taakvelden 544.181 734.634 18.156
Overhead 282.931 641.357 853
Totale kosten 827.112 1.375.991 19.009
Totale opbrengsten 762.742 1.135.481 17.900
Dekkingspercentage 92,22% 82,52% 94,17%

Kwijtschelding

Terug naar navigatie - Kwijtschelding

Voor mensen met de laagste inkomens bestaat de mogelijkheid van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de lokale lasten. De regels voor het toekennen worden bepaald door de rijksoverheid in de Invorderingswet. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen, die een inkomen hebben dat niet hoger ligt dan de bijstandsnorm.
Gemeenten mogen hier in die zin van afwijken dat een lager inkomen wordt gehanteerd. De gemeente Vlaardingen hanteert de zogenaamde 100%-norm, dat betekent dat inwoners van Vlaardingen met een inkomen op bijstandsniveau in beginsel voor kwijtschelding in aanmerking komen.

Voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend, mogen gemeenten zelf bepalen. In Vlaardingen kan kwijtschelding worden aangevraagd voor de afvalstoffenheffing.

Naar verwachting komen, rekening houdend met de ervaringen in voorgaande jaren, zo’n 3.700 huishoudens voor (gedeeltelijke) kwijtschelding in aanmerking. Wij verwachten in 2021 een bedrag van circa € 906.000 te besteden aan kwijtscheldingen. De ontwikkeling van deze post wordt nauwlettend gevolgd.

Vaststellen nieuwe tarieven 2021

Terug naar navigatie - Vaststellen nieuwe tarieven 2021

Nadat de begroting is vastgesteld worden de desbetreffende verordeningen hierop aangepast, alsmede aan wets- en beleidswijzigingen. De verordeningen worden daarna in de decembervergadering 2020 ter vaststelling aan de raad aangeboden.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

Aandacht voor voldoende weerstandsvermogen in relatie tot de risico’s van de gemeente is absolute noodzaak. In Vlaardingen heeft die aandacht vorm gekregen in risicomanagement dat structureel onderdeel uitmaakt van de planning-en-control-cyclus. Zo vindt op dit moment twee maal per jaar, zowel bij de begroting als bij de jaarrekening, een risico-inventarisatie en een risico-waardering plaats.

Artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) beschrijft het weerstandsvermogen als volgt: “Het weerstandsvermogen geeft de relatie aan tussen de weerstandscapaciteit (middelen om niet begrote kosten op te vangen) en de risico’s van mogelijk materiële financiële betekenis waar geen maatregelen voor zijn getroffen”. Dit weerstandsvermogen wordt weergegeven in een verhoudingsgetal of ratio.

Weerstandsvermogen = aanwezige weerstandscapaciteit / aanwezige weerstandscapaciteit * 100%

De gewenste weerstandscapaciteit is het geldbedrag dat idealiter aanwezig zou moeten zijn om risico’s af te dekken. De hoogte van de gewenste weerstandscapaciteit is volledig afhankelijk van de binnen de gemeente aanwezige risico's en vooral van de ingeschatte risicobedragen (per risico). Het gemeentelijk beleid streeft naar het realiseren van een weerstandsvermogen van 100%. Dit betekent dat de aanwezige weerstandscapaciteit niet langdurig en niet wezenlijk onder het niveau van de gewenste weerstandscapaciteit kan liggen.

Aanwezige weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Aanwezige weerstandscapaciteit

De aanwezige weerstandscapaciteit bestaat uit het totaal aan middelen dat de gemeente beschikbaar heeft of op korte termijn vrij kan maken om financiële tegenvallers op te vangen. De algemene reserve vormt daarbij het reeds beschikbare deel. De aanwezige weerstandscapaciteit bedraagt bij aanvang van het begrotingsjaar 2021 € 6,85 miljoen.

Gewenste weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Gewenste weerstandscapaciteit

De gewenste weerstandscapaciteit bestaat uit middelen die de gemeente beschikbaar zou moeten hebben of op korte termijn vrij zou moeten kunnen maken om de waargenomen risico's financieel te kunnen dekken indien deze zich voordoen in de geschatte mate (kans x impact).

Om dit bedrag te kunnen bepalen wordt externe deskundigheid ingeschakeld. Er wordt een simulatie uitgevoerd voor het berekenen van de benodigde weerstandscapaciteit op basis van de Monte-Carlomethode. De basis van deze simulatie is het inventariseren en het kwantificeren van de risico’s.

Met de Kadernota 2020 hebben wij u voorgesteld om voor de komende drie jaar een weerstandsratio van 1,0 als absolute ondergrens te hanteren en een ondergrens van € 5 miljoen vast te stellen voor de omvang van de algemene reserve.

In de raadsmemo van 1 september 2020 betreffende uw amendement en motie weerstandsratio zijn een drietal scenario’s gepresenteerd. Alleen door middel van extra ombuigingen is het mogelijk om de weerstandsratio naar 1,7 te brengen. Wij hebben uw raad eind september meer ombuigingsmogelijkheden aangeboden dan de gevraagde € 3,5 miljoen. Uw raad heeft daarmee voldoende mogelijkheden aangereikt gekregen om invulling te kunnen geven aan extra bezuinigingen die de ratio weer naar 1,7 kunnen tillen.
De voor deze begroting van toepassing zijnde risico-inventarisatie is die overeenkomstig de in de Jaarstukken 2019 opgenomen risico’s.
Gebleken is dat de benodigde weerstandscapaciteit weinig fluctuaties laat zien. Daarom is er voor gekozen om de risico-inventarisatie van maart jl. uit de Jaarstukken 2019 ook in deze begroting op te nemen.

Op basis van de externe analyse betreffende de risico’s moet een totale weerstandscapaciteit van € 4,3 miljoen worden aangehouden. Tegen de omvang van de weerstandscapaciteit per 1 januari 2021 van € 6,85 miljoen levert dit een weerstandsratio op van:

Weerstandsvermogen = € 6,85 miljoen / € 4,3 miljoen = 1,6

De beleidsdoelstelling van de gemeente om een weerstandsratio van minimaal 1 aan te houden is hiermee gehaald.

Risico’s

Terug naar navigatie - Risico’s

De activiteiten van de gemeente gaan over een breed scala aan beleidsterreinen. Dit betekent dat onze gemeente blootgesteld is aan een groot aantal risico’s.
De actualisatie van de risico’s heeft geleid tot een verlaging van de benodigde weerstandscapaciteit van € 4,7 miljoen per september 2019 naar € 4,3 per maart 2020. De belangrijkste aanpassingen ten opzichte van de vorige inventarisatie, zoals die in de begroting van 2020 is opgenomen, betreffen:

  • Vervallen van risico bij de inkomensvoorzieningen (bijstand);
  • Zowel de specifieke risico’s als het risico van daling grondopbrengsten bij de grondexploitaties zijn afgenomen als gevolg van de voortgang van de projecten én de gunstige ontwikkelingen van economische omstandigheden.

De gewenste weerstandscapaciteit van € 4,3 miljoen is gebaseerd op de volgende risico’s en bijbehorende kansverdeling:

Onderwerp Risico Maatregel Impact (x € 1.000) Kans op risico
Gevolgen calamiteit/ramp Als gevolg van calamiteiten / rampen, bestaat de kans dat kosten voor nazorg, tijdelijk onderdak, personele kosten e.d. voor rekening van de gemeente komen. Rampenorganisatie, rampenplannen, coördinator rampenbestrijding, rampenoefeningen. Deelname aan de VRR, toezicht op bedrijven al dan niet via DCMR. 250 25%
Gemeenschappelijke regelingen Afgeleide risico's van gemeenschappelijke regelingen, m.n. afwezigheid van reserves bij de GR'en. Bij overschrijden van de begroting van een GR zal de gemeente als deelnemer een financiele bijdrage moeten leveren. Notitie werkwijze Verbonden Partijen. Controleverklaringen bij de jaarrekeningen én de accountantsverslagen die gericht zijn aan het algemeen bestuur van de verbonden partijen. 500 30%
Aftreden wethouders Als gevolg van het tussentijds (moeten) aftreden van één of meerdere wethouders, bestaat de kans dat wachtgeld en kosten van sollicitatie - en loopbaanbegeleiding betaald moet worden. Geen. Discreet
Fouten inkoopprocedures Als gevolg van (fouten in) de inkoopprocedures/aanbestedingstrajecten, bestaat de kans dat de gemeente aansprakelijk wordt gesteld en mogelijk de leverancier moet compenseren voor de misgelopen winst. Er zijn inkoopspecialisten bij de afdelingen, Met specifieke trainingen en cursussen en de samenwerking van deze mensen in een Inkoopadviesteam wordt kennis vergaard en geborgd. 75 10%
Loonsom Als gevolg van cao wijzigingen (loonsverhogingen) en stijging van werkgeverslasten bestaat het risico dat een overschrijding op de loonsom ontstaat. De salarisbudgetten in de meerjarenbegroting aan de hand van de uitgangspunten in de meicirculaire gemeentefonds bijstellen. 180 50%
Gegarandeerde leningen zorgcentra Als gevolg van het eventueel failliet van zorgcentra, bestaat de kans dat de gemeente rente en aflossingen moet betalen voor de gegarandeerde leningen aan deze zorgcentra. Geen. 220 10%
Onderwerp Risico Maatregel Impact (x € 1.000) Kans op risico
Claims en nadeelcompensatie Burgers en private partijen claimen meer en vaker bij de gemeente. Dit vraagt meer juridische inzet, zowel bij het aangaan van contracten en overeenkomsten, verzoeken tot nadeelcompensatie, maar ook bij schadegevallen, aansprakelijkstellingen en dergelijke. Deskundigheid voor de afhandeling verhaalschade. Verzekering voor de aansprakelijkstellingen, met eigen risico. 120 25%
Subsidies Als gevolg van onjuiste interpretatie van subsidievoorwaarden bestaat de kans dat niet aan de voorwaarden wordt voldaan en subsidiegelden lager of op nihil worden gesteld. Het proces inkomende subsidies onderbrengen bij de verbijzonderde interne controle. 100 40%
Garantiestelling woningcorporaties De gemeente heeft voor een totaalbedrag van € 517,4 miljoen aan garanties verstrekt. Van dit bedrag wordt € 497,2 miljoen gegarandeerd door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Pas als het garantievermogen van het WSW daalt tot onder de drempel van 0,25% van het garantievolume, dan treedt de achtervangpositie van het rijk en de gemeente in werking in de vorm van het verstrekken van renteloze leningen. De achtervang of zekerheidsstructuur bestaat uit drie lagen: 1.Primaire zekerheid: de financiele middelen van de corporatie. 2.Secundaire zekerheid: de borgstellingsreserve van het WSW 3.Tertiaire zekerheid: Rijk en gemeenten 1.500 1%
Borgstelling Polderpoort Bij de verkoop van de Polderpoort in 2010 is in het kader van een voortzetting van de sportactiviteiten een garantstelling verleend. De garantie wordt lineair afgebouwd over een periode van 10 jaar (tot 2020). Geen. Discreet
Jeugdhulp lokaal uitgevoerd door ROGplus Op grond van de sterk gestegen uitgaven in 2018 zijn de begrote uitgaven 2020 verhoogd tot een realistisch niveau. De prognose voor 2019 is indicatief voor het uitgavenniveau 2020. Contract-afspraken met zorgaanbieders. 100 75%
Onderwerp Risico Maatregel Impact (x € 1.000) Kans op risico
Jeugdhulp regionaal uitgevoerd door GR Jeugdhulp Rijnmond Het beroep op specialistische jeugd hulp die via de GRJR wordt ingekocht is in 2018 sterk gestegen. Voor 2020 is het begrote bedrag gebaseerd op het jeugdhulpgebruik in het lopende jaar 2019. Resultaten van onderzoek naar de tarieven van JBRR en een verdere toename van het aantal kinderen dat op deze vormen van jeugdhulp een beroep doet vormen nog wel een risico. Wijkteams inschakelen voor verwijzing naar jeugdhulp. Praktijkondersteuners bij huisartsen. Ondezoek naar processen bij de GRJR. 100 50%
Wmo lokaal Mogelijke toename door verlaging eigen bijdrage van het aantal cliënten individuele begeleiding van het sociaal en persoonlijk functioneren. Er wordt ten aanzien van alle zorgtarieven gewerkt volgende de AMvB. De verkenning naar beheersmaatregelen voor onder andere Wmo-voorzieningen zijn gestart en worden in de eerste helft van 2020 verwacht. 100 15%
Veilig thuis 1. Mogelijke noodzaak tot uitbreiding capaciteit Crisisopvang door toenemend aantal slachtoffers uit MVS 2. Door aanscherping van de meldcode huiselijk geweld/kindermishandeling neemt bij Veilig Thuis het aantal meldingen toe. Er wordt ten aanzien van alle zorgtarieven gewerkt volgende de AMvB. Getracht wordt met de nieuwe aanbesteding en de daaruit voortvloeiende transformatie de kosten per persoon omlaag te brengen door meer in te zetten op kwalitatief goede algemene voorzieningen. 491 90%
Formatie wijkteams In 2014 is de integrale beleidsvisie Volle kracht vooruit vastgesteld. In 2019 wordt dit beleid herijkt. Het aantal meldingen bij de wijkteams is in de afgelopen drie jaar met ruim 25% is toegenomen. Wijkteams kampen met een tekort aan FTE's. Uit besparing wegens terugdringen van de inzet van speciailistische voorzieningen kan mogelijk de formatie-uitbreiding van de wijkteams worden bekostigd. 145 25%
Minimabeleid Het beroep op minimavoorzieningen neemt toe door o.m. toename aantal bijstandsgerechtigden. Geen. In beginsel zijn deze regelingen 'open-einde-regelingen' waardoor het gebruik niet stuurbaar is. Het bereik, dus de mate waarin burgers worden gewezen op deze voorzieningen, is wel stuurbaar. 125 10%
Verzekeringen De verzekeringsportefeuille is substantieel verminderd. Een aantal verzekeringen zijn beëindigd en bij een aantal verzekeringen is het eigen risico verhoogd. Geen. 350 10%
Achterstallig onderhoud De laatste jaren wordt minder onderhoud gepleegd bij eventueel af te stoten panden. Hierdoor ontstaan veiligheidsrisico's. Voor alle panden is een meerjarenonderhoudsplan opgesteld en het onderhoud wordt planmatig bijgehouden. 300 25%
Onderwerp Risico Maatregel Impact (x € 1.000) Kans op risico
Leegstand Minder inkomsten uit huur door wegvallen commerciele huurders door faillissement/verhuizing. Toename leegstaande panden door terug levering panden vanuit de organisatie (scholen, sportfaciliteiten). Waardevermindering door leegstand. Jaarlijks wordt de lijst af te stoten bezit vastgesteld met als doel de vastgoedportfeuille te beperken tot de kerntaak. Dit leidt tot minder leegstand en een betere inzet van het vastgoed. 100 99%
Asbestsanering Wegens aanscherping van de wetgeving bij verkoop van een pand is een asbestinventarisatie en een kostenraming nodig. Aanwezigheid van asbest leidt tot: a. lagere verkoopopbrengst; b. afzonderlijk scheiden van asbest bij sloop; c. asbestsanering toepassen bij het reguliere of planmatig onderhoud. Bij elke verkoop of sloop wordt standaard een asbestinventarisatie uitgevoerd. Het risico van aanwezigheid van asbest dat niet bij de inventarisatie is geconstateerd wordt zoveel mogelijk overgedragen aan koper. 150 50%
Grondexploitaties: vertraging plannen Als gevolg van planvertraging van grondexploitaties, bestaat de kans op nadelig effect op het financiële resultaat. Continue toetsing grondopbrengsten en kosten (2x pj én na elke grondafname), openbare aanbestedingen, goede marketing en communicatie, tijdige onderzoeken e.d. 430 10%
Grondexploitaties: diverse specifieke risico's Als gevolg van diverse factoren die bij grondexploitaties kunnen optreden bestaat de kans op effecten op het financiële resultaat. Continue toetsing grondopbrengsten en kosten (2x pj én na elke grondafname), openbare aanbestedingen, goede marketing en communicatie, tijdige onderzoeken enzovoorts. 475 33%
Speelautomatenhal Een beroepszaak tegen een verleende speelautomaten-vergunning heeft geleid tot een gedeeltelijke onverbindendheid van de Verordening Speelautomatenhal Vlaardingen 2008 In maart 2019 is een nieuwe vergunning verleend, die eveneens wordt aangevochten. De procedure daartoe loopt op dit moment. De eiser kan nog steeds een schadeclaim bij de gemeente indienen. Nieuwe procedure doorlopen. 500 50%

Kengetallen weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - Kengetallen weerstandsvermogen

De voorgeschreven set van kengetallen geeft in samenhang een goed inzicht in de financiële positie van een gemeente.
Als gevolg van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeente (BBV) worden kengetallen opgenomen voor:

  • De netto schuldquote
  • De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
  • De solvabiliteitsratio
  • De structurele exploitatieruimte
  • De grondexploitatie
  • De belastingcapaciteit

Bij ministeriële regeling zijn regels vastgesteld over de wijze waarop de kengetallen moeten worden vastgesteld en op welke wijze deze in de begroting worden opgenomen. In onderstaande tabel worden de kengetallen weergegeven, waarna elk kengetal nader wordt toegelicht.

 

 

Kengetallen Rek Begr Begr Begr Begr Begr
2019 2020 2021 2022 2023 2024
Netto schuld-quote (excl erfpacht) 85,2% 100,5% 107,7% 107,8% 99,3% 100,5%
Netto schuld-quote gecorrigeerd
voor verstrekte leningen (excl erfpacht) 84,2% 98,3% 106,8% 107,1% 98,5% 99,8%
Netto schuld-quote (incl erfpacht) 98,0% 100,5% 119,3% 118,5% 109,2% 109,8%
Netto schuld-quote gecorrigeerd
voor verstrekte leningen (incl erfpacht) 97,0% 98,3% 118,5% 117,7% 108,5% 109,2%
Solvabiliteitsratio 11,3% 18,1% 7,3% 7,8% 9,8% 11,5%
Grondexploitatie 6,1% 5,7% 6,8% 4,8% 1,0% 0,0%
Structurele exploitatieruimte -2,5% -0,8% -3,9% -1,3% 1,8% 0,9%
Gemeentelijke belastingcapaciteit 103,3% 106,3% 106,3% 106,3% 106,3% 106,3%

In onderstaand tabel worden de VNG-normen behorende bij de kengetallen weergegeven.

Kengetallen VNG Normen
Minst risicovol Neutraal Meest risicovol
Netto schuld-quote < 90% 90% - 130% > 130%
Netto schuld-quote gecorrigeerd voor verstrekte leningen < 90% 90% - 130% > 130%
Solvabiliteitsratio > 50% 20% - 50% < 20%
Grondexploitatie < 20% 20% - 35% > 35%
Structurele exploitatieruimte > 0% 0% < 0%
Gemeentelijke belastingcapaciteit < 95% 95% - 105% > 105%

Netto schuldquote

Terug naar navigatie - Netto schuldquote

De netto schuldquote beoordeelt de schuld als aandeel van de inkomsten. Eenvoudig gezegd betekent een netto-schuldquote van 100% dat de schuldenlast de omvang heeft van een jaaromzet.
Een grote portefeuille uitgeleende gelden aan derden en aan verbonden partijen kan het beeld nuanceren. Daarom is ook een kengetal opgenomen waarin de netto schuldquote gecorrigeerd wordt voor verstrekte leningen. De indicator vertoont ratio’s iets boven de 100 in afnemende lijn en is daarmee redelijk neutraal.

In het coalitieakkoord is een maximale schuldquote afgesproken van 110%. Hier blijven we derhalve ruimschoots binnen.

Netto schuldquote & quote minus verstrekte leningen (x € 1.000) Rek 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023 Begr 2024
A1. Vaste schulden (leningen o/g) 240.000 240.000 235.000 257.500 275.500 305.500
A2. Vaste schulden (afkoopsommen erfpacht) 34.069 0 31.301 29.917 28.533 27.149
B. Netto vlottende schulden 8.554 0 7.500 7.500 7.500 7.500
C. Overlopende passiva 24.150 60.598 88.355 78.154 43.663 19.871
D. Financiële vaste activa (> 1 jaar):
D1. - uitzettingen 5.906 1.575 5.906 5.906 5.906 5.906
D2. - verstrekte leningen en uitzettingen 8.621 7.182 8.111 8.031 7.951 7.871
E. Uitzettingen < 1 jaar 34.968 10.000 10.000 10.000 10.000 10.000
F. Liquide middelen 200 500 500 500 500 500
G. Overlopende activa 3.456 24.500 24.500 24.500 24.500 24.500
Netto schuld 262.243 264.023 321.250 332.165 314.290 319.114
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen 259.528 258.416 319.045 330.040 312.245 317.149
H. Baten, excl. onttrekkingen reserves 267.657 262.761 269.311 280.299 287.890 290.543
Vaste schuld exclusief afgekochte erfpachten
Netto schuldquote = (A+B+C-D1-E-F-G)/H x 100% 85,2% 100,5% 107,7% 107,8% 99,3% 100,5%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen =(A+B+C-D2-E-F-G)/H x 100% 84,2% 98,3% 106,8% 107,1% 98,5% 99,8%
Vaste schuld inclusief afgekochte erfpachten
Netto schuldquote = (A+B+C-D1-E-F-G)/H x 100% 98,0% 100,5% 119,3% 118,5% 109,2% 109,8%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen =(A+B+C-D2-E-F-G)/H x 100% 97,0% 98,3% 118,5% 117,7% 108,5% 109,2%

Solvabiliteitsratio

Terug naar navigatie - Solvabiliteitsratio

De solvabiliteitsratio wordt berekend als verhouding tussen de verschillende vermogenscomponenten. Het gaat erom inzicht te krijgen in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Het kengetal geeft weer in hoeverre de in de activa geïnvesteerde vermogen door het eigen vermogen kan worden gefinancierd. Wanneer de helft of meer van het totaal vermogen uit eigen vermogen bestaat, dan is een gemeente voldoende solvabel. Is het kengetal voor solvabiliteit kleiner dan 30%, dan is er veel vreemd vermogen aanwezig en wordt dat als onvoldoende beoordeeld. Versterking van het eigen vermogen, lees dealgemene reserve, is al enkele jaren ons streven mede vanwege de ons gestelde norm voor voldoende weerstandscapaciteit.

Solvabiliteitsratio (x € 1.000) Rek 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023 Begr 2024
A. Eigen vermogen 41.093 71.945 28.884 31.592 38.529 44.306
B. Totaal activa (totaal vermogen) 364.942 398.586 396.139 404.992 392.312 385.430
Solvabiliteitsratio = A/B x 100% 11,3% 18,1% 7,3% 7,8% 9,8% 11,5%

De indicator neemt af naar 10,0% in 2024. In het coalitieakkoord is afgesproken om als ondergrens een solvabiliteitspercentage te hanteren binnen een bandbreedte van 16% tot 20%, zonder daarbij de daaraan verbonden risico’s uit het oog te verliezen.

Grondexploitatie

Terug naar navigatie - Grondexploitatie

Het financiële kengetal ‘grondexploitatie’ geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Wanneer een gemeente grond tegen de veel lagere prijs van landbouwgrond heeft aangekocht, loopt ze veel minder risico dan wanneer er dure grond is aangekocht en de vraag naar woningen is gestagneerd.
Een norm bepalen voor het kengetal grondexploitatie is lastig. De boekwaarde van de gronden in bezit zegt namelijk nog niets over de relatie tussen de vraag en aanbod van woningbouw dan wel m2-bedrijventerrein. Daarnaast is het van wezenlijk belang wat de te verwachte vraag zal zijn. De paragraaf Grondbeleid en het Meerjarenprogramma Grondzaken (MPG) bieden hierin meer inzicht.

De boekwaarde van de gronden geeft wel weer in welke mate er middelen zijn aangewend in de grondexploitatie. Dit geld dient namelijk ook nog terugverdiend te worden.

Grondexploitatie (x € 1.000) Rek 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023 Begr 2024
A. Boekwaarde grondexploitaties 16.442 14.988 18.362 13.474 2.870 0
B. Baten, excl. onttrekkingen reserves 267.657 262.761 269.311 280.299 287.890 290.543
Grondexploitatie =(A+B)/C x 100% 6,1% 5,7% 6,8% 4,8% 1,0% 0,0%

Hoe kleiner het aandeel van de grondpositie is ten opzichte van de totale geraamde baten, hoe kleiner het risico is op het onvermogen om verliezen te kunnen opvangen. Een percentage kleiner dan 20 wordt als gunstig beschouwd. De ratio geeft een afname weer die het gevolg is van voltooiing van grondexploitaties.

Structurele exploitatieruimte

Terug naar navigatie - Structurele exploitatieruimte

Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt ook het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten.

Het BBV bepaalt dat een overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma wordt opgenomen. Met behulp van deze gegevens en de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves, waarvan op grond van het BBV eveneens een overzicht moet worden opgenomen, wordt de structurele exploitatieruimte bepaald. Uit onderstaande tabel blijkt een negatieve uitkomst, hetgeen betekent dat er geen ruimte is om een stijging van structurele lasten te kunnen opvangen.

Structurele exploitatieruimte (x € 1.000) Rek 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023 Begr 2024
A. Structurele lasten 273.118 266.325 273.564 282.986 285.122 288.673
B. Structurele baten 260.992 262.761 268.766 280.638 288.229 290.882
C. Structurele toev. aan reserves 2.584 1.649 5.171 1.706 -2.344 -853
D. Structurele onttr. aan reserves 7.930 3.033 -545 339 -339 -339
E. Baten, excl. onttrekkingen reserves 267.657 262.761 269.311 280.299 287.890 290.543
Structurele expl. ruimte in % = (((B-A)+(D-C))/(E) x 100% -2,5% -0,8% -3,9% -1,3% 1,8% 0,9%

Belastingcapaciteit

Terug naar navigatie - Belastingcapaciteit

De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De definitie van het kengetal belastingcapaciteit luidt: woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar ten opzichte van het landelijk gemiddelde in jaar t-1 uitgedrukt in een percentage.

Gemeentelijke belastingcapaciteit Rek 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023 Begr 2024
A. OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 268 288 288 288 288 288
B. Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 158 161 161 161 161 161
C. Afvalstoffenheffing voor een gezin 330 356 356 356 356 356
D. Eventuele heffingskorting voor een gezin 0 0 0 0 0 0
E. Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 756 805 805 805 805 805
F. Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1 732 757 757 757 757 757
Gemeentelijke belastingcapaciteit in % = (E/F) x 100% 103,3% 106,3% 106,3% 106,3% 106,3% 106,3%

Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

Deze paragraaf, in combinatie met de onderliggende beleids- en beheerplannen, geeft inzicht in de stand van het onderhoud van wegen, riolering, gebouwen et cetera en de bijbehorende onderhoudskosten.

De gemeente Vlaardingen heeft ruim 7 km² openbare ruimte in beheer. In die ruimte bevindt zich een groot aantal kapitaalgoederen. Deze goederen moeten onderhouden worden. Dit is een taak die continu budgettaire middelen vergt.

In onderstaande tabel worden de kerncijfers voor wegen, riolering, water en groen weergegeven.

Omschrijving Kerncijfers Percentage
Aantal kilometers wegrijbanen* 198 kilometer 100%
waarvan binnen de bebouwde kom 186 kilometer 94%
waarvan buiten de bebouwde kom 12 kilometer 6%
Oppervlakte wegennet rijbanen 1.401.885 m² 100%
waarvan klinkers 974.865 m² 70%
waarvan asfalt 427.020 m² 30%
Aantal kilometers fietspad* 76 kilometer 100%
waarvan binnen de bebouwde kom 66 kilometer 87%
waarvan buiten de bebouwde kom 10 kilometer 13%
Oppervlakte fietspaden 220.440 m² 100%
waarvan klinkers 108.145 m² 49%
waarvan asfalt 112.295 m² 51%
Oppervlakte overig 1.485.525 m² 100%
waarvan klinkers 1.421.247 m² 95%
waarvan asfalt 64.278 m² 5%
Totaal verharding openbare ruimte 3.107.850 m² 100%
waarvan klinkers 2.504.257 m² 80%
waarvan asfalt 603.593 m² 20%
Aantal rioolaansluiting 36.294 stuks (heffingseenheden)
Aantal trottoir- en straatkolken 23.000 stuks
Aantal gemalen en pompputten 51 stuks
Lengte vrijverval riolering 269 kilometer
Lengte persleiding en drukriolering 34,4 kilometer
Aantal bruggen 130 stuks
Aantal lichtmasten 13.312 stuks
Aantal armaturen 14.114 stuks
Aantal lampen 14.576 stuks
Aantal duikers
Lengte watergangen 8 kilometer HHD, 2,4km gemeente
Oppervlakte beplantingen 731.123 m²
Oppervlakte gazon 989.270 m²
Oppervlakte ecologisch gras 1.527.131 m²
Oppervlakte water singels 561.305 m²
Lengte sloten 92.385 m²
Aantal bomen 28.428 stuks
* totaal wegennet (rijbaan/fietspad) 274 kilometer, waarvan 92% binnen de bebouwde kom en 8% buiten de bebouwde kom

In onderstaande tabel worden de kerncijfers voor gebouwen weergegeven.

Functie/doel Aantal
Maatschappelijk
- Dienstgebouw 15
- Wijkcentrum 3
- Overig 10
- Kerktoren 4
- Multifunctioneel 3
- Kinderopvang 1
- Zaalsport 7
- Onderwijs 37
- Veldsport 10
Economisch
- strategisch 2
- overig 30
- rioolgemaal 6
Totaal 128

Beheerplannen en planning

Terug naar navigatie - Beheerplannen en planning

In het BBV wordt gesteld dat voor tenminste de kapitaalgoederen wegen, riolering, water, groen en gebouwen het volgende wordt aangegeven:

  • Het beleidskader
  • De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties
  • De vertaling van de financiële consequenties in de begroting.

Onderstaand volgt een overzicht van de geldende beheerplannen, waarna per beheerplan een nadere toelichting is opgenomen.

Van ieder substantieel kapitaalgoed wordt vervolgens het beleidskader aangegeven, gekoppeld aan het geldende beheerplan. Daarna volgt een verantwoording over de uitvoering in het afgelopen jaar. Op basis van de beheerplannen en actuele ontwikkelingen stelt de gemeente jaarlijks in november een integraal plan op voor het onderhoud van alle kapitaalgoederen.

Beheerplannen Door de raad vastgesteld d.d. Looptijd t/m Programma
Wegen 19 februari 2015 n.v.t. 4. Verkeer en mobiliteit
Civieltechnische kunstwerken 19 februari 2015 n.v.t. 4. Verkeer en mobiliteit
Riolering en grondwater 31 januari 2019 n.v.t. 3. Groen en milieu
Waterbodems (Waterplan) 28 november 2013 n.v.t. 4. Verkeer en mobiliteit
Groenvoorzieningen April 2012 n.v.t. 3. Groen en milieu
Kades en glooiingen 19 februari 2015 n.v.t. 6. Onderwijs, economie en havens
Havens Zie kades en glooiingen n.v.t. 6. Onderwijs, economie en havens
Oppervlaktewater (Waterplan) 28 november 2013 n.v.t. 3. Groen en milieu
Ondergrondse containers - n.v.t. 3. Groen en milieu
Speeltoestellen 2013 n.v.t. 9. Sport en recreatie
Openbare verlichting 18 september 2014 n.v.t. 4. Verkeer en mobiliteit
Verkeersregelinstallaties (Nota verkeerslichten) Ter kennisname raad 18 december 2012 n.v.t. 4. Verkeer en mobiliteit
Gebouwen 8 maart 2014 B&W n.v.t. 1. Bestuur, participatie en dienstverlening
Nota grondbeleid 7 april 2011 Raad n.v.t. 5. Wonen
Nota Vastgoed Niet voorgelegdaan Raad n.v.t. 1. Bestuur, participatie en dienstverlening
Meerjareninvesteringsplan sportterreinen Ter kennisgeving B&W september 2013 n.v.t. 9. Sport en recreatie

Wegen en civieltechnische kunstwerken (CTK)

Terug naar navigatie - Wegen en civieltechnische kunstwerken (CTK)

Beleids- en beheerkaders
Tot de beleidskaders behoren het Beheerplan Wegen en het Plan Civieltechnische kunstwerken. Bepalend voor de wijze en het niveau waarop het wegenbeheer en het beheer civieltechnische kunstwerken worden uitgevoerd, zijn de kaders uit de beleids- en beheerplannen Wegen en Civieltechnische kunstwerken. De actuele areaalgegevens en technische levensduur zijn leidend.

Wegen
Het onderhoudsniveau is C (sober) De wegen worden 1x per 2 jaar geïnspecteerd. Op basis hiervan wordt het moment van vervanging bepaald. Acute maatregelen per direct opgepakt om de veiligheid in de openbare ruimte te waarborgen.

Civieltechnische kunstwerken
Het onderhoudsniveau voor CTK is ’sober ‘. Uitgangspunt hierbij is dat technisch adequaat onderhoud plaatsvindt, waarbij het kapitaalgoed duurzaam in stand gehouden wordt. Voor de civieltechnische kunstwerken geldt dat het basis instandhoudingsniveau (heel, veilig en toegankelijk) wordt gegarandeerd. De civieltechnische kunstwerken worden 1x per 3 jaar gedetailleerd geïnspecteerd.

Financiën
De financiële consequenties van de beleids- en beheerplannen met de daarbij behorende kwaliteitskeuze zijn in deze begroting verwerkt in het programma Verkeer en Mobiliteit. Conform de beleids- en beheerplannen heeft een financiële vertaalslag plaats gevonden.

Omschrijving Rek 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023 Begr 2024 Programma
Klein onderhoud wegen 766.686 678.449 689.983 700.159 710.336 720.513 Verkeer en mobiliteit
Klein onderhoud CTK 114.852 149.965 148.738 152.068 155.397 158.727 Verkeer en mobiliteit
Groot onderhoud wegen 1.213.666 1.482.287 1.497.316 1.519.400 1.541.484 1.563.569 Verkeer en mobiliteit
Groot onderhoud CTK 77.000 77.000 77.000 77.000 77.000 77.000 Verkeer en mobiliteit
Overig onderhoud 365.057 521.776 734.046 744.873 755.699 766.526 Verkeer en mobiliteit
Mutatie voorziening/reserve n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Kapitaallasten CTK 179.838 176.793 168.339 145.704 143.729 125.455 Verkeer en mobiliteit
Totaal 2.717.100 3.086.270 3.315.422 3.339.204 3.383.646 3.411.790
Overig onderhoud heeft o.a. betrekking op onderhoud installatie, onderhoud markeringen, afval gerelateerde zaken, aanschaf materialen, magazijnuitgiftes etc. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren

Riolering en grondwater

Terug naar navigatie - Riolering en grondwater

Beleids- en beheerkaders
Als beleidskader voor het rioolbeheer geldt het op grond van de Wet milieubeheer verplichte verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (Waterplan, deel 1a). In het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2019 beschrijven wij hoe wij invulling geven aan onze zorgplicht voor de inzameling en het transport van afvalwater, inzameling en verwerking van overtollig regenwater en het voorkomen van structurele grondwateroverlast.

Het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan vertaalt de gemeentelijke ambities voor de rioleringszorg naar concrete doelen, een adequate strategie en benodigde activiteiten. Het dient als leidraad bij het water robuust maken van de stad. Nieuwbouwprojecten, herstructureringen en vervangingsopgaven van de riolering grijpen wij aan om vasthoudmaatregelen of extra bergingscapaciteit te realiseren en waar mogelijk verhard oppervlak af te koppelen.

Financiën
De exploitatiekosten van het rioolstelsel worden gedekt uit de opbrengst rioolheffing. Deze lasten en opbrengsten zijn verantwoord in het programma Groen en Milieu. Alle kosten aan het rioolstelsel en de aan de grondwaterzorgplicht gerelateerde activa mogen via de rioolheffing worden doorberekend. De exploitatie van het rioolstelsel is binnen de begroting budgettair neutraal. Eventuele saldi die na afsluiting van een boekjaar ontstaan worden via de spaarvoorziening riolering verrekend.

Omschrijving Rek 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023 Begr 2024 Programma
Klein onderhoud 614.950 989.375 920.894 935.470 950.046 964.621 Groen en milieu
Groot onderhoud IP IP IP IP IP IP Groen en milieu
Overig onderhoud 351.896 549.000 609.183 618.168 627.153 636.138 Groen en milieu
Mutatie voorziening/reserve 1.527.563 2.517.445 2.548.857 2.717.855 2.786.298 2.922.370 Groen en milieu
Kapitaallasten 2.041.058 1.076.754 925.457 933.511 1.032.666 1.090.526 Groen en milieu
Totaal 4.535.467 5.132.574 5.004.391 5.205.003 5.396.163 5.613.655
Overig onderhoud heeft o.a. betrekking op energiekosten en betaalde belastingen. Het groot onderhoud en vervanging van riolering bij integrale ophogingsprojecten wordt gefinancierd vanmuit het IP. Cijfers zijn exclusief ambtelijke uren.

Waterbodems

Terug naar navigatie - Waterbodems

Beleids- en beheerkaders
De beleidskaders zijn opgenomen in het Waterplan. Diverse wetten zijn kaderstellend en geven verplichtingen voor de waterbeheerder. Het onderhoud van de waterbodems bestaat uit baggeren, dat door het Hoogheemraadschap van Delfland (HHvD) wordt uitgevoerd op basis van een planning die uitgaat van een achtjarige cyclus.

Financiën
De hoofdwatergangen zijn in beheer bij het Hoogheemraadschap van Delfland en de overige watergangen zijn in beheer bij de gemeente. Voor het uitvoeren van dagelijks en groot onderhoud aan watergangen die de gemeente beheert, zijn in deze begroting in het programma Groen en Milieu de benodigde financiële middelen voorzien.

Omschrijving Rek 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023 Begr 2024 Programma
Klein onderhoud 18.951 44.613 45.371 46.041 46.710 47.379 Verkeer en mobiliteit
Groot onderhoud 106.690 142.676 145.101 147.242 149.382 151.522 Verkeer en mobiliteit
Overig onderhoud 3.378 18.345 18.657 18.932 19.207 19.482 Verkeer en mobiliteit
Mutatie voorziening/reserve n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Kapitaallasten 52.067 51.098 42.040 6.602 6.511 2.843 Verkeer en mobiliteit
Totaal 181.086 256.732 251.170 218.816 221.810 221.226
Overig onderhoud heeft o.a. betrekking op energiekosten en betaalde belastingen. Cijfers zijn exclusief ambtelijke uren.

Groenvoorzieningen

Terug naar navigatie - Groenvoorzieningen

Beleids- en beheerkaders
De beleid- en beheerkaders voor het openbaar groen zijn vastgelegd in het Groenplan Vlaardingen Blijvend Groen en de Bomenverordening Vlaardingen 2010. Duurzaamheid in inrichting en beheer zijn belangrijke aspecten van het beleid. Het onderhoudsniveau voor het groen is bepaald op niveau Sober. Voor het adequaat en efficiënt uitvoeren van technisch beheer wordt Boom Veiligheids Onderzoek (BVO) uitgevoerd in een driejarige cyclus. Ambities uit het Groenplan worden zoveel mogelijk gerealiseerd door aan te sluiten bij integrale projecten.

Financiën
Voor het uitvoeren van groenonderhoud zijn in de begroting in het programma Groen en Milieu de benodigde financiële middelen voorzien. De ramingen zijn gebaseerd op regulier (jaarlijks terugkerend) onderhoud.

Omschrijving Rek 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023 Begr 2024 Programma
Klein onderhoud 72.726 65.078 65.674 66.201 66.727 67.253 Groen en milieu
Groot onderhoud 2.410.645 2.232.561 2.423.970 2.460.164 2.496.359 2.532.553 Groen en milieu
Overig onderhoud 168.206 225.195 228.851 232.077 235.303 238.528 Groen en milieu
Mutatie voorziening/reserve 23.425 23.425 23.425 23.425 23.425 23.425 Groen en milieu
Kapitaallasten 112.410 124.138 142.301 148.850 142.288 126.556 Groen en milieu
Totaal 2.787.411 2.670.397 2.884.221 2.930.716 2.964.101 2.988.315
Overig onderhoud heeft o.a. betrekking op verwerkingskosten groenafval, betaalde belastingen, huisvestingskosten, kantoorartikelen, aanschaf materiaal. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Kades en glooiingen

Terug naar navigatie - Kades en glooiingen

Beleids- en beheerkaders
De veiligheid en functionaliteit van de kades en glooiingen zijn van groot belang voor de continuïteit van de havenactiviteiten. Het Plan Kades en glooiingen (2015) is de basis voor het beheer van de gemeentelijke kades en glooiingen. Op basis van de opgenomen uitgangspunten worden veiligheid en functionaliteit gewaarborgd. De nadruk in het plan ligt met name bij de technische kwaliteit en minder op de belevingswaarde. Voorafgaand aan het uitvoeringsjaar laten wij een kwaliteitsonderzoek uitvoeren om de definitieve maatregelen op jaarbasis goed in beeld te krijgen.

Financiën
De uitgaven voor kleinschalig en dagelijks onderhoud zijn conform het beheerplan opgenomen in de begroting bij de producten Zeehavens en Binnenhavens binnen het programma Economie en Haven. Groot onderhoud wordt gefinancierd vanuit het Investeringsplan.

Omschrijving Rek 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023 Begr 2024 Programma
Klein onderhoud kades en glooiingen 85.004 141.918 144.331 146.459 148.588 150.717 Onderwijs, economie en haven
Klein onderhoud havens 246.704 163.412 166.190 168.641 171.092 173.544 Onderwijs, economie en haven
Groot onderhoud kades en glooiingen 0 0 0 0 0 0 Onderwijs, economie en haven
Groot onderhoud havens 60.000 60.840 61.874 62.787 63.699 64.612 Onderwijs, economie en haven
Overig onderhoud kades en glooiingen 0 0 0 0 0 0 Onderwijs, economie en haven
Overig onderhoud havens 95.888 55.633 43.133 43.769 44.405 45.042 Onderwijs, economie en haven
Mutatie voorziening / reserve K&G n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Kapitaallasten K&G 641.769 747.079 641.942 679.176 672.388 660.391 Onderwijs, economie en haven
Totaal 1.129.364 1.168.882 1.057.470 1.100.832 1.100.173 1.094.305
Overig onderhoud heeft o.a. betrekking op schadeuitkeringen en acualiseren plan kades en glooiingen. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Oppervlaktewater

Terug naar navigatie - Oppervlaktewater

Beleids- en beheerkaders
Op grond van de Waterwet dragen de gemeente en het Hoogheemraadschap van Delfland samen zorg voor een doelmatig en samenhangend waterbeheer.

Financiën
De financiële consequenties van het gemeentelijke waterbeleid zijn in het Uitvoeringsprogramma (Waterplan, deel 7) vastgelegd. Vanwege het samenwerkingsverband met het Hoogheemraadschap van Delfland geldt hierbij voor een aantal onderdelen een gedeelde financiering. Om de waterkwaliteit en -kwantiteit van het oppervlaktewatersysteem te verbeteren streeft de gemeente naar scheiding van afvalwater (riolering) en hemelwater, het vinden van meer ruimte voor waterberging en het ontwikkelen van natuurvriendelijke oevers. Verder treft de gemeente maatregelen in de rioleringssfeer. Door de riolering te ontlasten neemt het aantal overstortgebeurtenissen verder af en daarmee de vuilemissie op het oppervlaktewater. Met de beschikbare middelen die in de begroting in het programma Groen en Milieu zijn opgenomen kunnen de onderhoudskosten worden gedekt.

Omschrijving Rek 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023 Begr 2024 Programma
Klein onderhoud 206.992 227.643 231.513 234.928 238.342 241.757 Groen en milieu
Groot onderhoud n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Overig onderhoud n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Mutatie voorziening/reserve n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Kapitaallasten n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Totaal 206.992 227.643 231.513 234.928 238.342 241.757
Het groot onderhoud wordt door de gemeente voor rekening van Midden-Delfland gedaan. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Ondergrondse containers

Terug naar navigatie - Ondergrondse containers

Beleids- en beheerkaders
De gemeente wil met ondergrondse containers het straatbeeld verbeteren en meer service aan bewoners leveren. Nieuwe ondergrondse containers zijn op grote schaal geplaatst. In 2019 is gestart met het vervangen en uitbreiden van het aantal Afval Apart Punten hetgeen is afgerond. In totaal zijn er 1090 ondergrondse restafvalcontainers in heel Vlaardingen. Het grootschalig onderhoud is opgenomen in de begroting van het product Afval van het programma Groen en Milieu.

Financiën
De kosten van de nieuw te plaatsen ondergrondse containers worden gedekt uit de beschikbaar gestelde investeringskredieten. Dit staat verantwoord in het programma Groen en Milieu. Alle aan de afvalverwijdering en –verwerking gerelateerde kosten mogen via de afvalstoffenheffing worden doorberekend. Daarom is de exploitatie van de afvalverwijdering en –verwerking binnen de begroting budgettair neutraal. Saldi die na afsluiting van een boekjaar ontstaan worden via de
egalisatievoorziening Afvalverwijdering verrekend. Voor de komende jaren worden er maatregelen voorgesteld om de gewenste kostendekkendheid te handhaven.

Omschrijving Rek 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023 Begr 2024 Programma
Klein onderhoud 220.005 258.351 258.276 258.276 258.276 258.276 Groen en milieu
Groot onderhoud IP IP IP IP IP IP IP Groen en milieu
Groot onderhoud 118.879 135.000 245.651 249.274 238.937 242.360 Groen en milieu
Overig onderhoud - - - - - - Groen en milieu
Mutatie voorziening/reserve -1.059.738 -495.763 -30.515 - - - Groen en milieu
Kapitaallasten Irado 473.464 492.024 491.882 491.882 491.882 491.882 Groen en milieu
Kapitaallasten gemeente 606.642 769.986 749.160 739.660 730.162 720.661 Groen en milieu
Totaal 359.251 1.159.598 1.714.454 1.739.091 1.719.257 1.713.179
Het groot onderhoud heeft betrekking op het plaatsen van de ondergrondse containers. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Speeltoestellen

Terug naar navigatie - Speeltoestellen

Beleids- en beheerkaders
De gemeente Vlaardingen wil de leefbaarheid van buurten en wijken bevorderen. Een goed en veilig ingerichte openbare ruimte is een onderdeel van een prettige leefomgeving. Hiertoe behoren ook de speelplaatsen. De gemeente stelt kwaliteit boven kwantiteit. Gestreefd wordt naar voldoende speelplaatsen die zo goed mogelijk over de stad verdeeld zijn, aansluiten bij de wensen en behoeften van de gebruikers en technisch goed worden onderhouden. Tot het beleidskader behoort het Speelruimteplan. De speelvoorzieningen worden ieder jaar geïnspecteerd op veiligheid en de staat van onderhoud.

Financiën
Voor de speelvoorzieningen zijn in de begroting in het programma Sport en Recreatie financiële middelen opgenomen voor vervanging en het dagelijks beheer en onderhoud.

Omschrijving Rek 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023 Begr 2024 Programma
Klein onderhoud 120.880 85.045 86.491 87.766 89.042 90.318 Sport en recreatie
Groot onderhoud 281.503 303.305 308.461 313.011 317.560 322.110 Sport en recreatie
Overig onderhoud 3.374 207 211 214 217 220 Sport en recreatie
Mutatie voorziening/reserve n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Kapitaallasten gemeente 5.160 3.356 3.197 3.153 3.110 3.067 Sport en recreatie
Totaal 410.917 391.913 398.359 404.144 409.929 415.715
Overig onderhoud heeft onder andere betrekking op energiekosten. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Openbare verlichting

Terug naar navigatie - Openbare verlichting

Beleids- en beheerkaders
De openbare verlichting draagt bij aan de sociale veiligheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid. De gemeente Vlaardingen gaat de openbare verlichting verder verduurzamen door bij einde levensduur de conventionele verlichting te vervangen door moderne ledverlichting. De gemeente voert zelf de regie, beleidsmatig en operationeel, en laat zich daarbij ondersteunen door specialisten uit de markt. Het onderhoud en spoedreparaties zijn ondergebracht bij een marktpartij.

Financiën
Voor het uitvoeren van dagelijks en groot onderhoud aan de openbare verlichting zijn in de begroting in het programma Verkeer en Mobiliteit de benodigde financiële middelen opgenomen.

Omschrijving Rek 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023 Begr 2024 Programma
Klein onderhoud n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Groot onderhoud 357.211 401.828 408.659 414.687 420.714 426.741 Verkeer en mobiliteit
Overig onderhoud 379.090 310.000 315.270 319.920 324.570 329.220 Verkeer en mobiliteit
Mutatie voorziening/reserve n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Kapitaallasten gemeente 211.940 255.103 258.957 276.889 295.721 314.261 Verkeer en mobiliteit
Totaal 948.241 966.931 982.886 1.011.496 1.041.004 1.070.222
Overig onderhoud heeft onder andere betrekking op energiekosten. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Verkeersregelinstallaties

Terug naar navigatie - Verkeersregelinstallaties

Beleids- en beheerkaders
De beleidskaders voor de verkeersregelinstallaties zijn vastgelegd in de Nota Verkeerslichten. In deze nota zijn uitgangspunten voor het niveau van beheer en onderhoud en vervanging van verkeersregelinstallaties opgenomen. Het onderhoud en spoedreparaties van de installaties zijn ondergebracht bij een marktpartij.

Financiën
Voor het uitvoeren van dagelijks en groot onderhoud aan de Verkeersregelinstallaties zijn in de begroting in het programma Verkeer en Mobiliteit de benodigde financiële middelen opgenomen.

Omschrijving Rek 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023 Begr 2024 Programma
Klein onderhoud n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Groot onderhoud 130.657 326.025 331.567 336.458 341.348 346.239 Verkeer en mobiliteit
Overig onderhoud 6.672 - - - - - Verkeer en mobiliteit
Mutatie voorziening/reserve n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Kapitaallasten gemeente 268.752 293.617 331.572 342.088 351.263 293.101 Verkeer en mobiliteit
Totaal 406.080 619.642 663.139 678.546 692.611 639.340
Overig onderhoud heeft betrekking op energiekosten. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Gebouwen

Terug naar navigatie - Gebouwen

Beleids- en beheerkaders
In 2020 wordt het ‘Beheerplan Vastgoedobjecten’ vastgesteld. Tot voor kort was het gebruikelijk om te werken met een jaarplan, daarna is de overstap gemaakt naar een meerjaren onderhoudsplan (hierna MJOP).

Een MJOP is een rapport dat per object aangeeft wanneer onderhoud moet plaatsvinden en wat de kosten zullen zijn. Met een MJOP is het mogelijk om aan de hand van conditiemetingen te sturen op planmatig onderhoud op basis van de staat van onderhoud van gebouwen.

De herziene werkwijze voor beheer van de gemeentelijke gebouwen vormt één van de beleidsuitgangspunten van het vernieuwde Vastgoedbeleid dat in 2021 zijn beslag krijgt.
De vastgoedportefeuille is ingericht op basis van de volgende categorieën:

  • Dienstgebouwen
  • Maatschappelijk vastgoed
  • Onderwijsgebouwen en (veld)sportaccommodaties
  • Strategisch bezit
  • Overig (incl. af te stoten objecten)

De huidige gemeentelijke vastgoedportefeuille telt ca. 134 objecten met een totale omvang van 164.000 m² (peildatum 2020). De portefeuille heeft een totale verzekerde waarde van € 353 miljoen.

Financiën
Het gemeentelijk vastgoed is divers en vraagt dan ook om afwegingen bij het plegen van regulier en groot onderhoud.

Het werken met normbedragen per kostensoort die geactualiseerd zijn naar het huidige prijsniveau en meerjarig worden doorvertaald, resulteert in meer overzicht bij de jaarlijkse onderhoudslast. Het MJOP vormt daarmee de basis en onderbouwing voor de jaarlijkse dotatie in de voorziening onderhoud gemeentelijke gebouwen Met deze jaarlijkse dotatie worden de kosten van het onderhoud van gemeentelijke gebouwen gelijkmatig verdeeld over meerdere jaren.

In de begroting is een jaarlijkse toevoeging aan de reserve Onderhoud van
€ 596.000 verwerkt. In het verleden zijn middelen vrijgemaakt om achterstallig onderhoud weg te werken.

Naast de jaarlijkse storting in de reserve Onderhoud is er structureel een bedrag van € 250.000 gereserveerd voor het projectmatig wegwerken van het achterstallig onderhoud. Dat achterstallig onderhoud is grotendeels ingelopen, uitgezonderd het pand Markt 11 (Stadhuis).

Omschrijving Rek 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023 Begr 2024 Programma
Klein en groot onderhoud 3.008.000 1.824.000 1.780.000 1.806.000 1.833.000 1.859.000 Bestuur, dienstverlening en participatie
Mutatie voorziening/reserve 124.000 846.000 860.000 873.000 885.000 898.000 Bestuur, dienstverlening en participatie
Kapitaallasten gemeente 5.712.000 3.288.000 2.852.000 2.789.000 2.738.000 2.701.000 Bestuur, dienstverlening en participatie
Totaal 8.844.000 5.958.000 5.492.000 5.468.000 5.456.000 5.458.000

Financiering

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

De treasuryfunctie maakt deel uit van de bredere financiële functie. De treasuryfunctie houdt zich bezig met financiering, risico- en cashmanagement en de hiermee samenhangende baten en lasten. In onze gemeente worden de treasurytaken overwegend centraal uitgevoerd. De uitvoering vindt plaats binnen de kaders van het treasurystatuut. Dit verplichte document (artikel 212, Gemeentewet) is voor het laatst in september 2013 door uw raad vastgesteld.

Uitgangspunt

Terug naar navigatie - Uitgangspunt

Het treasurystatuut stelt dat het treasurybeleid in onze gemeente defensief van karakter behoort te zijn. Dit betekent dat financiële risico’s, die betrekking hebben op de uitvoering van de treasuryfunctie, beperkt dienen te blijven. Deze risicohouding vloeit enerzijds voort uit het idee dat prioriteit gegeven moet worden aan een ongehinderde continue uitvoering van de publieke taak, anderzijds uit de gedachte dat met gemeenschapsgeld met de nodige voorzichtigheid dient te worden omgegaan.

Doelstellingen

Terug naar navigatie - Doelstellingen

In het statuut zijn de algemene doelstellingen van het treasurybeleid opgenomen. Deze luiden:

  • Het garanderen van een duurzame toegang tot de financiële markten en het beperken van de kosten die daarmee samenhangen.
  • Het beschermen van de gemeentelijke vermogenspositie middels het beheersen van de financiële risico’s.
  • Het optimaliseren van het extern renteresultaat.

In het vervolg van deze paragraaf worden de onderwerpen die bij deze doelstellingen horen, besproken. Allereerst wordt ingegaan op de wijze waarop Vlaardingen haar bezit financiert, daarna worden de risico’s die aan dit financieren verbonden zijn in beeld gebracht, vervolgens wordt stil gestaan bij het kredietrisico op uitzettingen (gelden bij derden) en komt ook het renteresultaat aan de orde.

Financiering

Terug naar navigatie - Financiering

Eind 2014 bereikte de leenschuld zijn hoogste punt van € 298 miljoen. Sinds 2015 is de leenschuld dalende. Op dit moment wordt verwacht dat de leenschuld van onze gemeente aan het einde van 2020 op € 235 miljoen uitkomt.


Het is beleid (zie onderdeel Renterisico) om jaarlijks € 20 miljoen op de vaste schuld af te lossen en voor zo ver noodzakelijk her te financieren. Alleen in 2020 is er meer afgelost, namelijk € 55 miljoen. Voor de in 2021 nieuw af te sluiten geldleningen betekent dit dat de looptijd minimaal 12 jaar is omdat het aflossingsschema van de vaste geldleningen in eerdere jaren geen ruimte biedt.
De vlottende schuld bestaat over het algemeen uit leningen met een looptijd van slechts enkele weken. Door voor een korte looptijd te kiezen is het eenvoudiger om in te spelen op het soms grillige verloop van de gemeentelijke geldstromen.

Opbouw leenschuld per 1 januari 2021 Bedrag (x € 1 miljoen)
Vaste component (langlopende leningen) 235
Vlottende schuld (kortlopende leningen) 10
Totaal 245

Renterisico

Terug naar navigatie - Renterisico

Financiering en renterisico zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het renterisico van de gemeente Vlaardingen maakt deel uit van het, met behulp van de Monte-Carlomethode, vastgesteld benodigd weerstandsvermogen. Telkens wanneer een geldlening moet worden afgelost en herfinanciering noodzakelijk is, bestaat immers het gevaar dat de begroting geconfronteerd wordt met hogere rentelasten: de nieuwe lening kan door ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt duurder uitvallen dan de oude. Renterisico is niet uit te sluiten, maar kan wel worden gespreid om het risico per begrotingsjaar te beperken.

De Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido) stelt grenzen aan de mate waarin een gemeente zich bloot kan stellen aan renterisico. Ter beperking van dit risico is zowel voor de vaste schuld (langlopende leningen) als voor de vlottende schuld (kortlopende leningen) een wettelijk maximum vastgesteld. Het te lang niet voldoen aan deze limitering kan voor de Provincie, als toezichthouder van de gemeente, aanleiding zijn om maatregelen te nemen. In laatste instantie behoort preventief toezicht op het afsluiten van geldleningen tot de mogelijkheden.

Renterisiconorm Vaste Schuld

Terug naar navigatie - Renterisiconorm Vaste Schuld

De renterisiconorm heeft betrekking op de vaste schuld van de gemeente. Vaste schuld ontstaat wanneer geldleningen worden afgesloten met een rentetypische looptijd van 1 jaar of langer. De renterisiconorm moet gemeenten en andere decentrale overheden aanzetten tot spreiding van dit specifieke risico over toekomstige begrotingsjaren.

De totale schuld in verband met het afsluiten van langlopende geldleningen bedraagt begin 2020 € 240 miljoen. Wij hechten eraan om de omvang van onze schulden beheersbaar te houden. Aan schulden zijn immers rentelasten en renterisico’s verbonden. In ons huidige financiële beleid streven wij naar een schuldquote (omvang schulden gerelateerd aan de omvang van onze begroting) van maximaal 100%. Onze schuldquote zit op dit moment iets onder deze norm. In het coalitieakkoord is afgesproken dat wij deze norm de komende jaren iets moeten verhogen tot een plafond van maximaal 110% om de noodzakelijke investeringen in onze stad mogelijk te maken, uiteraard zonder de omvang van de schulden en het renterisico daarbij uit de hand te laten lopen.

Door bij het afsluiten van nieuwe geldleningen voor verschillende looptijden te kiezen wordt het renterisico gespreid. Het treasurybeleid is erop gericht om jaarlijks € 20 miljoen op de vaste schuld her te financieren. Het jaarlijks bedrag waarover de gemeente renterisico loopt blijft hierdoor tot dit bedrag beperkt. Alleen in het jaar 2020 is er € 55 miljoen afgelost. Over de periode 2021 tot en met 2024 bedraagt het totale risicobedrag € 80 miljoen (zie onderstaande overzicht).

Toekomstig beeld renterisico (x € 1 miljoen) 2021 2022 2023 2024
Aflossingen 20 20 20 20
Renteherzieningen 0 0 0 0
Renterisico 20 20 20 20

Om de mogelijke impact van renterisico (vaste schuld) voor de komende vier jaar te kunnen bepalen zijn verschillende rentescenario’s mogelijk. Voor de eenvoud hebben wij gekozen voor een gemiddelde stijging van de toekomstige marktrente met 1%. Als deze stijging zich daadwerkelijk voordoet de komende jaren, dan stijgen de rentelasten met ingang van 2024 met € 800.000 (1% van € 80 miljoen).

Uiteraard zijn ook andere rentescenario’s mogelijk. Welk scenario het meest waarschijnlijke is, is op voorhand niet te zeggen. De financiële markt is onvoorspelbaar, omdat zij van vele factoren afhankelijk is.
Gemeenten zijn niet vrij in het bepalen van de omvang van de jaarlijks te betalen aflossingen. De renterisiconorm geeft aan welk bedrag maximaal per begrotingsjaar kan worden afgelost en kan worden her gefinancierd.

Met een jaarlijks aflossingsbedrag van circa € 20 miljoen blijft onze gemeente de komende jaren ruimschoots binnen de in de Wet Fido opgenomen norm.

Berekening renterisiconorm 2021
A. Begrotingstotaal (lasten, x € 1 miljoen) 275
B. Percentage (gemeenten) 20%
Renterisiconorm (A*B) 55

Renterisico Vlottende Schuld

Terug naar navigatie - Renterisico Vlottende Schuld

Vlottende schuld ontstaat wanneer geldleningen worden afgesloten met een rentetypische looptijd die korter is dan 1 jaar. In Vlaardingen gaat het veelal om leningen met een looptijd van 4 weken.

Het financieren door middel van kortlopende geldleningen kent twee voordelen:
1. Snel kunnen inspelen op schommelingen in de financieringsbehoefte
2. Het is bij de huidige rentestructuur een relatief goedkope financieringsvorm (momenteel is de rente op kortlopende geldleningen zelfs negatief).

Het treasurybeleid is erop gericht om zoveel mogelijk van deze voordelen te profiteren. De keerzijde van de medaille is echter de korte rentevastheid (renterisico) van kortlopende leningen. Om te voorkomen dat decentrale overheden zich teveel laten leiden door de voordelen van deze financieringsbron is door de wetgever de kasgeldlimiet ingesteld. Deze limiet stelt een maximum aan de omvang van de vlottende schuld.

Berekening kasgeldlimiet 2021
A. Begrotingstotaal (lasten, x € 1 miljoen) 275
B. Percentage (gemeenten) 8,5%
Kasgeldlimiet (A*B) 23

Door tijdig en in voldoende mate langlopende leningen af te sluiten, voorkomen we dat de kasgeldlimiet te lang, dat wil zeggen meer dan twee achtereenvolgende kwartalen, wordt overschreden.
De rente op de geldmarkt is op dit moment extreem laag. Het is echter niet uit te sluiten dat de Europese Centrale Bank (ECB) haar tarieven gaat verhogen. Uitgaande van een gemiddeld bedrag aan vlottende schuld van € 10 miljoen heeft een stijging van de geldmarktrente met 1% een toename van de rentekosten met
€ 100.000 tot gevolg. Deze mogelijke extra kosten geven een goede indruk van welk risico Vlaardingen komend jaar loopt. Ook nu geldt dat andere rentescenario’s mogelijk zijn. Welk scenario het meest waarschijnlijke is, is echter op voorhand niet te zeggen. De gemeentelijke rentevisie stelt namelijk dat toekomstige rentestanden nauwelijks tot niet voorspelbaar zijn.

Prognose netto vlottende schuld per kwartaal 2021
1 januari 2021 € 10 miljoen
31 maart 2021 € 10 miljoen
30 juni 2021 € 10 miljoen
30 september 2021 € 10 miljoen
31 december 2021 € 10 miljoen

Debiteurenrisico Uitstaande Gelden

Terug naar navigatie - Debiteurenrisico Uitstaande Gelden

Aan het voor langere tijd verstrekken van gelden aan derden kleeft het gevaar dat deze derden op een veelal onvoorzien moment niet meer aan hun verplichtingen kunnen voldoen. Dit kan ertoe leiden dat enerzijds een openstaande vordering als oninbaar moet worden afgeboekt (ten laste van de algemene reserve) en, anderzijds een deel van de rente-inkomsten wegvalt. In principe kan door de gemeente om twee redenen geld aan derden worden uitgeleend. Ten eerste wanneer dit in functie van de publieke taak gebeurt, ten tweede wanneer er voor een bepaalde tijd sprake is van een overschot aan liquide middelen. Deze laatste situatie heeft zich de afgelopen jaren niet meer voorgedaan. Het treasurybeleid is er namelijk op gericht om de geldstromen van onze gemeente zo te sturen dat overschotten worden voorkomen, dan wel zo snel als contractueel mogelijk is in te zetten ter verbetering van de schuldpositie en daarmee ter verlaging van het debiteurenrisico.
In onderstaand overzicht is aangegeven bij welke partijen er begin 2021 nog gelden uitstaan.

Debiteur/geldnemer Restantbedrag 1 januari 2021 (x € 1 miljoen) Ontstaansgrond
Stimuleringsfonds Volkshuisvesting 5,7 Volkshuisvesting
Ambtenarenhypotheken 0,9 Arbeidsvoorwaarde
Dierentehuis Nieuwe Waterweg 0,2 Nieuwbouw
Totaal

Bovenstaand overzicht vermeldt dus uitsluitend geldleningen die verstrekt zijn in het kader van de publieke taak. Bij deze categorie van geldleningen speelt het debiteurenrisico een betrekkelijk ondergeschikte rol. Aan het maatschappelijk belang, dat verbonden is aan het verstrekken van een dergelijke lening, is tijdens de besluitvorming immers een hogere prioriteit toegekend dan aan het bijbehorende financiële risico.

Renteresultaat 2021

Terug naar navigatie - Renteresultaat 2021

Aan het afsluiten van geldleningsovereenkomsten zijn uiteraard renteverrekeningen verbonden. Naast renteverrekeningen met derden vinden ook interne verrekeningen plaats, bijvoorbeeld ten laste van begrotingsprogramma’s waarvoor in het verleden investeringen zijn gedaan. De interne rekenrente voor het begrotingsjaar 2020 is voor deze investeringen op 1,50% bepaald.

Hieronder ziet u het renteschema van de gemeente Vlaardingen.

Renteschema, x € 1.000 Begroting
A. De externe rentelasten over de korte en lange financiering + 4.174 MJB 2020:
B. De externe rentebaten -/- -71
Totaal door te rekenen externe rente 0 4.103
C1. De rente die aan de grondexploitaties moet worden doorberekend -/- -333
C2. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend -/- -
C3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (=projectfinanciering) die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend -/- -
Saldo door te rekenen externe rente 0 3.769
D1. Rente over eigen vermogen + -
D2. Rente over voorzieningen (gewaardeerd tegen contante waarde) + -
De aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toe te rekenen rente 0 3.769
E. De werkelijk aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag) -/- -4.491
F. Renteresultaat op het taakveld Treasury 0 -722
Uit bestand:
MJB 2021-2024 MASTERBESTAND tbv vaststelling college tabblad BRON 2021
4510001 Rente langlopende leningen 3.948.810 60501010 Renteresultaat
4510002 Additionele leningen 225.000 60501010 Renteresultaat
8510001 Rente kortlopende leningen -5.000 60501010 Renteresultaat
8510002 Rente langlopende leningen -16.200 60502011 Verstrekte geldleningen
8510003 Rente regeling huisvesting personeel -50.000 60502010 Hypotheekverstrekking
8740001 Kapitaallasten, verrekende rente -4.491.122 60501010 Renteresultaat
8740002 Kapitaallasten, verrekende rente -333.225 60501010 Renteresultaat
-721.737

Het totaal door te rekenen externe rente van € 4,2 miljoen wordt omgeslagen op het totaalbedrag van de verwachte boekwaarde van de materiële vaste activa per 1 januari 2021 van € 300 miljoen. Hieruit volgt een percentage van 1,4% dat wij afronden op 1,5%. Het BBV staat een afwijking toe van maximaal 0,5%. De afronding met 0,1% geeft een renteresultaat van ongeveer € 0,3 miljoen. Daarnaast wordt ook ruim € 0,3 miljoen toegerekend aan de grondexploitaties bedragen de externe rentebaten bijna € 0,1 miljoen zodat het totale renteresultaat € 0,7 miljoen bedraagt.
Het renteresultaat maakt net als de algemene uitkering, de gemeentelijke heffingen en de dividendinkomsten, deel uit van de algemene dekkingsmiddelen. Het renteresultaat is volgens het bovenstaande schema van de commissie BBV berekend. Hiermee wordt inzicht gegeven in de rentelasten externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening. Het toerekenen van rente aan de andere taakvelden vindt plaats via het taakveld treasury.

Bedrijfsvoering

Missie en kernwaarden

Terug naar navigatie - Missie en kernwaarden

De veranderende rol van de overheid vraagt om een gemeente die als een eenheid opereert in een netwerk van partners. Om in dat netwerk een positie in te nemen moeten politiek, bestuur en organisatie als eenheid optreden. Voor de organisatie houdt dat in dat deze ‘in controle’ is. Dit ‘in controle’ zijn is een steeds grotere opgave. Het politieke veld waarin de organisatie opereert is niet altijd stabiel, samenwerkingsverbanden vragen om een bijzondere sturing bij beleidsontwikkeling en -uitvoering, terwijl de steeds digitaler wordende wereld om een nieuwe relatie vraagt met de samenleving. Daarbij vragen medewerkers een grotere zelfstandige positie.
Steeds meer samenwerkingsverbanden, extra taken vanuit het Rijk, de Omgevingswet, digitalisering, zaakgericht werken, opgaven gestuurd werken en andere ontwikkelingen vragen om adequaat procesmanagement. Om de basis op orde te hebben zijn eenduidige, geoptimaliseerde en vastgelegde processen een vereiste. Processen zijn het hart van elke organisatie.

Het rapport van de interim gemeentesecretaris geeft aan dat er stappen moeten worden gezet om ‘in control’ te komen en een situatie te creëren waarin de kwaliteiten van medewerkers optimaal tot hun recht komen.

Personeel en organisatie

Terug naar navigatie - Personeel en organisatie

Organisatieontwikkeling
De wereld om ons heen is het afgelopen jaar ingrijpend veranderd en is ook nu nog volop in beweging. Onze gemeentelijke organisatie wordt voortdurend uitgedaagd om te kunnen omgaan met de veranderingen die dit met zich meebrengt. Tegelijkertijd moet het onverminderd in staat zijn om de opgaven waar Vlaardingen voor staat het hoofd te bieden: het uitvoeren van het Herstelplan, het implementeren van de Omgevingswet, het vormgeven van duurzaamheidsopgaven, een forse woningbouwopgave voor de komende jaren etc.. Stuk voor stuk opgaven die vragen om slagkracht en veerkracht, vooral van onze medewerkers. Het vraagt ook soms om anders te gaan werken, meer in wisselende verbanden, gericht op de gezamenlijke opgave en met onze maatschappelijke partners in de stad.

Het is belangrijk dat wij als organisatie kunnen omgaan met veranderingen, met de nieuwe realiteit van op grote schaal op afstand werken en nadenken over wat belangrijk is als het om de doorontwikkeling van de organisatie en goed werkgeverschap gaat. Hoe gaan we ervoor zorgen dat medewerkers vanuit een online werkomgeving toch de verbinding met de organisatie blijven ervaren? Hoe werken we ook op afstand zo goed mogelijk samen, met elkaar en met de stad?

Als er iets is dat wij als les kunnen meenemen uit de huidige situatie is het dat we met elkaar in staat zijn snel en veel te leren en dat de organisatie de uitdagingen op het gebied van flexibiliteit, wendbaarheid, samenwerking en meer innovatie goed aankan.

Investering in medewerkers en beheersing kosten van extern ingehuurd personeel
Onze medewerkers zijn ons belangrijkste kapitaal en een cruciale factor voor succes. Altijd voldoende, goed gekwalificeerde medewerkers hebben, helder hebben waar je als organisatie heen wilt, welke talenten en competenties daarbij belangrijk zijn, wat je als organisatie ‘in huis hebt’ en of je die voldoende benut, waar het aan ontbreekt, wat op termijn nodig is of juist overbodig? Dat gaan we de komende periode, samen met het management, onderzoeken en in kaart brengen.

Op deze wijze verwachten we ook goed invulling te kunnen geven aan uw wens (zoals verwoord in de motie ‘grip op externe inhuur’) om meer inzicht te krijgen in de achtergrond, de beweegredenen en dus ook in de kosten met betrekking tot het inhuren van extern personeel. Bij de bespreking van de kadernota heeft uw raad een motie aangenomen waarin u onder meer heeft gevraagd om in de paragraaf Bedrijfsvoering in de komende begroting aan te geven op welke wijze de kosten van externe inhuur worden beheerst en hoe hiermee wordt voorkomen dat in de toekomst weer negatieve resultaten ontstaan. Managers binnen de ambtelijke organisatie hebben de mogelijkheid om binnen de financiële kaders van de begroting extern medewerkers in te huren wanneer hiertoe de noodzaak bestaat. Deze noodzaak kan bijvoorbeeld worden veroorzaakt doordat vacatures moeilijk vervuld kunnen worden of wanneer bijvoorbeeld slechts tijdelijk van een bepaald specialisme gebruik moet worden gemaakt. Tijdelijke externe inhuur kan dan uitkomst bieden. De financiële ruimte die hiervoor beschikbaar is, kan bestaan uit specifieke inhuurbudgetten, niet bestede loonkostenbudgetten door onvervulde vacatures, projectbudgetten of bijdragen van derden. Managers mogen niet extern inhuren wanneer de financiële ruimte ontoereikend is. Om hier op te kunnen monitoren wordt iedere maand een rapportage opgesteld met de stand van zaken. Deze rapportage wordt besproken in het Centraal Managementteam (CMT).

Door middel van ‘strategische personeelsplanning’, een methodiek om knelpunten op het gebied van personele bezetting en inzet inzichtelijk te maken op de korte en lange termijn, geven we inzicht in de huidige situatie met betrekking tot ons personeelsbestand (vergrijzing, ontgroening, de krapte op de arbeidsmarkt) en de oplossingen die daarbij passen, zoals onder meer het inhuren van extern personeel. Wanneer we vervolgens een koppeling maken met de langere termijn, de investering in medewerkers, beheersing van de kosten van extern ingehuurd personeel, missie en visie en de gewenste ontwikkelingsrichting van de organisatie, kunnen we van daaruit onderbouwen waar we ons op moeten richten. Denk aan wat het bijvoorbeeld betekent voor beleidsontwikkeling op het gebied van instroom en uitstroom, training en ontwikkeling etc.
Wanneer we daar in hoofdlijnen zicht op hebben, kunnen we de toekomst met meer vertrouwen tegemoet treden. We starten in het vierde kwartaal van 2020 met de voorbereiding (o.a. een intake met het Centraal Managementteam), waarna we begin 2021 met elkaar, aan de hand van onze strategie en ambitie en met oog voor externe en interne ontwikkelingen, het gewenste personeelsbestand in kaart brengen om vervolgens te kunnen vaststellen wat er nodig is om daar te komen.

De richting die wij de afgelopen jaren zijn ingeslagen met betrekking tot het investeren in onze medewerkers zetten wij onverminderd voort: wij vragen van onze medewerkers dat zij zich ontwikkelen tot ‘Vlaardingse professionals’, zelf hun pad daarin kiezen en de regie nemen, zich professioneel gedragen en bovenal verantwoordelijkheid nemen voor de bijdrage die ze leveren aan de organisatie en aan de stad. We hebben de afgelopen jaren vanuit onze visie en missie twee competentieprofielen opgesteld: voor medewerkers (de Vlaardingse professional) en voor managers (de Vlaardingse manager). Deze profielen vormen de rode draad in ons HRM beleid. Vanzelfsprekend faciliteren wij hierbij op het gebied van trainingen en ontwikkeltrajecten. Onlangs is een eerste versie van een organisatie brede leergang “Zo werkt Vlaardingen: Samen! afgerond. We evalueren eerst de bevindingen hieruit, samen met de deelnemers aan deze training, om vervolgens te onderzoeken of en hoe we deze leergang de komende periode verder uitrollen. Daarnaast wordt een vernieuwd leermanagementsysteem geïmplementeerd, waarin – naast klassikale trainingen – een ruim aanbod aan e-learnings en webinars is opgenomen.

Aantrekken en behouden van het juiste talent
De crisis als gevolg van het coronavirus heeft naar verwachting gevolgen voor de (gemeentelijke) arbeidsmarkt. Welke gevolgen dit precies zijn (wordt de arbeidsmarkt voor overheidspersoneel nog krapper of kiezen juist nu meer mensen voor een functie in het publieke domein?) en in welke hoedanigheid die zich in Vlaardingen gaan openbaren is op dit moment nog niet te voorspellen.
Daarom blijven we ons de komende periode niet alleen richten op het vinden van jonge talenten, maar zeker ook op het binden en boeien van alle talenten die wij in huis hebben. Dat doen we door met medewerkers in gesprek te blijven over hun ontwikkeling en ambities en samen met hen te bekijken welke mogelijkheden er in de organisatie zijn (functieroulatie, deelname projectteams, mentor voor nieuwe collega’s etc.)
Het management speelt hierin een belangrijke rol; zij (her)kennen de kwaliteiten van hun medewerkers en weten de wensen en de ambities. Deze kennis is waardevol bij het bepalen van een effectieve manier om ons zo goed mogelijk te profileren op de arbeidsmarkt.

Ziekteverzuim
Duurzame inzetbaarheid van medewerkers en gezond werken is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van een medewerker en de manager. Ook hierbij is strategische personeelsplanning een belangrijke pijler. De motivatie van de medewerker voor een gezonde en duurzame inzetbaarheid is van groot belang. Iedere medewerker is zelf verantwoordelijk voor en aanspreekbaar op zijn of haar vitaliteit. De manager is verantwoordelijk als het gaat om het realiseren van de condities die nodig zijn om verzuim te voorkomen en om re-integratie en inzetbaarheid te bevorderen.

Het document “Eigen regie op inzetbaarheid” is een belangrijk handvat om deze gezamenlijke verantwoordelijkheid zo concreet mogelijk te maken voor zowel de medewerker als de manager.

Het afgelopen jaar heeft Vlaardingen deelgenomen aan een VNG-pilot ‘Grip op verzuim”, waardoor er meer inzicht is verkregen in de (achterliggende) oorzaken van verzuim om daarmee aanknopingspunten voor verzuimreductie te vinden en duurzame inzet te verhogen.
Wij analyseren (vanaf 2020) het verzuim op drie aspecten:

  1. Risicobereidheid: wat zijn de verzuimdoelen, de ambitie en het verzuimbeleid;
  2. Risico-identificatie: wat zijn de invloeden op het verzuim in relatie tot de verzuimpopulatie, doelgroepen en oorzaken en totale kosten;
  3. Risicomanagement: monitoring, arbodienst, aandacht voor preventie en het herkennen van signalen bij (dreigend) verzuim. Zodra we de resultaten van deze analyse beschikbaar hebben, worden deze voorgelegd aan het Centraal Managementteam. Wanneer deze analyse voor het CMT aanleiding geeft tot het nemen van (aanvullende) maatregelen, worden deze opgenomen in het document ‘Eigen regie op inzetbaarheid’.

We beogen hiermee in de komende jaren tot een reductie van het verzuim (en de verzuimkosten) te komen. We hebben het jaar 2019 afgesloten met een verzuimpercentage van 6,81%. Op de peildatum 30 juni 2020 was het verzuim
5,46% terwijl de sectornorm (A&O fonds) op 5,8% staat. De doelstelling voor Vlaardingen is om voor 2021 uit te komen op een maximum verzuimpercentage van 5,5%.

Personeelsbegroting
Elk jaar zijn er wijzigingen in (de omvang van) gemeentelijke taken. Soms omdat er nieuwe taken bijkomen, soms vervallen taken. Vaker betreft het prioriteitstelling of accentverschuivingen. Binnen de personeelsbegroting sturen wij op de totale loonsom en niet op formatie. Medewerkers zijn in algemene dienst van de gemeente en kunnen worden ingezet op de plekken waar hun competenties en talenten op dat moment het meest noodzakelijk zijn en tot hun recht komen. Hiermee wordt een grotere flexibiliteit bereikt bij de invulling van de ambtelijke organisatie. De opgaven waarvoor wij gesteld staan en de beschikbare capaciteit in de organisatie maken het noodzakelijk dat er keuzes gemaakt worden. Dit kan leiden tot herallocatie van budgetten en personeel (middelen). Het coalitieakkoord is hierbij leidend.
In 2021 bedraagt de geraamde totale (bruto) loonsom € 36,9 miljoen.

Informatie- en facilitaire voorzieningen

Terug naar navigatie - Informatie- en facilitaire voorzieningen

Privacy en informatieveiligheid
Privacy en informatieveiligheid zijn onderwerpen die doorlopend de aandacht nodig hebben. De gemeente Vlaardingen verwerkt veel (persoons)gegevens. Deze gegevens moeten beschermd worden.
Jaarlijks wordt de gemeentelijke informatieveiligheid getoetst door middel van zelfevaluaties en IT-audits die samengevoegd zijn in ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit). De audits worden getoetst aan het normenkader voor de gehele overheid de BIO (Baseline Informatieveiligheid Overheid). De bevindingen uit het Rekenkamercomissierapport en intern onderzoek worden gekoppeld aan BIO-maatregelen. De focus in 2021 ligt op het bijwerken van het informatiebeveiligingsbeleid, het documenteren van beveiligingsmaatregelen en procedures, het controleren van toegangsrechten op kritieke systemen en het aanscherpen van de fysieke beveiliging. Informatiebeveiliging blijft een doorlopend proces waarbij wij als gemeente periodiek de getroffen maatregelen evalueren en bijstellen indien nodig.

Vanaf 2021 sluit Vlaardingen zich aan op het gebied van informatiebeveiliging bij waarstaatjegemeenten.nl. Hiermee kan ook de ingezette kwaliteitsontwikkeling worden gevolgd.

Als gemeentelijke organisatie zijn wij verplicht om op een verantwoorde wijze met de persoonsgegevens van onze inwoners en organisaties om te gaan. Daarom is er doorlopend aandacht voor privacy. Ook in 2021 voeren wij bij eventuele nieuwe of aangepaste verwerkingen van persoonsgegevens risicoanalyses uit, zodat deze persoonsgegevens afdoende beschermd worden volgens de richtlijnen van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).
Uit landelijk onderzoek is gebleken dat veel inbreuken op de beveiliging veroorzaakt worden door vergissingen van medewerkers. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het aanklikken van een phishingmail. Om medewerkers bewust te maken en te houden van dergelijke risico’s wordt er doorlopend aandacht gevraagd voor informatieveilig werken. Hiervoor worden phishingtests, informatiebijeenkomsten en publicaties op het intranet verzorgd.

Informatie en data
De informatiesamenleving is een wezenlijk onderdeel van ons bestaan. Inwoners, ondernemers, gemeenten en organisaties werken steeds intensiever digitaal samen. In de participatiesamenleving vragen en krijgen inwoners meer regie op hun eigen omgeving, gezondheid, veiligheid etc. Gemeenten faciliteren dit en zetten in op een duurzame, veilige digitale infrastructuur, die de huidige en toekomstige dienstverlening ondersteunt en mogelijk maakt. Er is in 2020 gewerkt aan een nieuw ontwerp van het informatielandschap voor gemeente Vlaardingen dat in 2021 geïmplementeerd wordt. Deze moderne integrale informatievoorziening ondersteunt de realisatie van de Omgevingswet, zaakgericht werken en zorgt ervoor dat we voldoen aan de gestelde eisen vanuit wet- en regelgeving. Ook kan gemeente Vlaardingen aansluiten op de landelijke ontwikkelingen op het gebied van informatie en digitalisering.
Inclusie en transparantie dragen bij aan een betrouwbare overheid en ondersteunen participatie. Onze dienstverlening willen wij zo in richten dat iedereen kan meedoen in de (digitale) samenleving. Het besluit op Digitale Toegankelijkheid vraagt ons om onze apps en website breed toegankelijk te maken en de Wet Open overheid draagt bij aan het beter vindbaar maken en eenvoudig ontsluiten van informatie.

Digitalisering en data geïnformeerd werken bieden enorme kansen voor overheid en samenleving. Bijvoorbeeld bij het bestrijden van ondermijning, het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving en het proactief helpen van multi-probleemgezinnen. Het is van belang deze kansen te benutten door vanuit verschillende beleidsterreinen verbinding te leggen met thema’s als data en smart society. In het kader hiervan worden in de Digitale Agenda 2024 een aantal ambities benoemd. Zo zijn gemeenten in 2024 in staat om de mogelijkheden van digitalisering maximaal te benutten in het realiseren van maatschappelijke opgaven over domeinen heen. In Vlaardingen is een centraal datawarehouse beschikbaar om het data geïnformeerd werken mogelijk te maken en te ondersteunen. Deze voorziening maakt het mogelijk om integrale- en beleidsterreinoverschrijdende data analyses te maken. Deze voorziening wordt ook ingezet ter ondersteuning van het Herstelplan. Datamogelijkheden zijn geen sluitstuk, maar vertrekpunt van beleid. Daarbij dient een integrale afweging plaats te vinden tussen waarden als privacy en informatieveiligheid enerzijds en het oplossen van maatschappelijke opgaven anderzijds.

Inkoop

Terug naar navigatie - Inkoop

De gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam werken sinds 2010 voor de Nationaal en Europees openbare aanbestedingen samen in Bureau Inkoop MVS (BI-MVS). BI-MVS verleent ook inkoopdiensten aan Stroomopwaarts. De enkel- en meervoudige aanbestedingen worden binnen Vlaardingen door de organisatieonderdelen zelf uitgevoerd. Door de drie gemeenten is in 2019 besloten om drie samenwerkingsverbanden, waaronder BI-MVS, te ontvlechten. De definitieve datum waarop BI-MVS ontbonden wordt, is 31 december 2020. De gemeente Vlaardingen start op 1 januari 2021 met een eigen afdeling inkoop. Net als BI-MVS brengt de afdeling inkoop op de Europese en Nationale aanbestedingenstrajecten advies uit en begeleidt de inkoopprocessen. Ook gaat de afdeling inkoop een deel van de Meervoudig onderhandse aanbestedingen begeleiden en kan er advies gevraagd worden over Meervoudig Onderhandse Aanbestedingen. De organisatieonderdelen blijven verantwoordelijk voor de vakinhoudelijke inbreng en een projectmanager.

Vanaf 1 januari 2021 wordt binnen de afdeling inkoop contractbeheer en contractmanagement geborgd . Er komt één centrale database waar alle contracten gemeente breed in verzameld worden. De contractmanager adviseert en ondersteunt de afdelingen gedurende de looptijd van de contracten. Het doel van het centraliseren van de contractregistratie is rechtmatigheid en doelmatigheid. M.a.w. alleen inkopen als er een contract of opdracht aan ten grondslag ligt en de bestaande contracten beter uitnutten. Door op één centraal punt inzicht in de MVO, Nationaal en Europese aanbestedingen te hebben wordt de stap naar opgaven gestuurd werken vanuit inkoop ondersteund.

Financiën en control

Terug naar navigatie - Financiën en control

Interne controle en rechtmatigheid
Vanaf het verslagjaar 2021 is het college van B&W verantwoordelijk voor de rechtmatigheid van de jaarrekening Het college van B&W moet een rechtmatigheidsverantwoording van het voorgaande jaar vaststellen en in de jaarstukken opnemen. Het uitgangspunt van de gemeente is om in eerste instantie te voldoen aan de nieuwe wetgeving omtrent (financiële) rechtmatigheidsverantwoording. In de jaren daarna zal de gemeentelijke organisatie zich verder ontwikkelen om te komen tot een ‘In Control Statement’. De 'In Control Statement' is een opvolger van de rechtmatigheidsverantwoording. In dat geval verklaart de 'In Control Statement' dat bedrijfsvoering op alle niveaus dusdanig op orde is dat met redelijke mate van zekerheid kan worden gesteld dat de doelstellingen (strategisch, operationeel, rapportage, compliance) worden gerealiseerd.

In 2021 richt de Verbijzonderde Interne Controle (VIC) zich op de (financiële) rechtmatigheidsverantwoording. Daarnaast worden de ontwikkelingen in gang gezet die zich met name richt op procesmanagement. Minimaal de rechtmatigheid en informatie beveiliging borgen in de processen.

Procesmanagement
Een van de doelen van procesmanagement is het continu verbeteren van processen om verspilling te voorkomen en de kwaliteit te verbeteren.

  • Toename van effectiviteit en efficiëntie in een proces.
  • Hogere overdraagbaarheid.
  • Betere beheersbaarheid.
  • Groter lerend vermogen en bewustwording.

In de prioritering van processen wordt in 2021 aangehaakt bij de opgaven en de verbeteracties uit interne en externe onderzoeken.

Betaaltermijnen
Wij blijven sturen op onze betaaltermijnen. Wij willen een betrouwbare partner zijn, met name naar de vele lokale partijen en partijen uit het midden- en kleinbedrijf. Daarom zorgen wij dat wij alle facturen zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen 30 dagen hebben betaald. Een gemiddelde betaaltermijn van 12 dagen is ons streven. Op dit moment zitten we hier iets onder.

Sturing verbonden partijen
Het college houdt zicht op de taakuitvoering bij verbonden partijen en stuurt zo nodig bij en zorgt ervoor dat de beleidsmatige en financiële belangen voor de gemeente goed zijn geborgd. De raad controleert of de verbonden partij de gemeentelijke taak conform de gestelde kaders uitvoert en of het college dit bewaakt en zo nodig bijstuurt. De gemeentelijke begroting en het gemeentelijke jaarverslag zijn hiervoor het geëigende middel. Daarnaast worden actuele ontwikkelingen in de voortgangsrapportages meegenomen.

Wanneer de participatie in een verbonden partij voor de gemeente mogelijk tot ingrijpende gevolgen leidt of er zich aanzienlijke risico’s voordoen, wordt de raad hiervan door het college tijdig in kennis gesteld en krijgt de raad de gelegenheid zich hierover uit te spreken.

Monitoren verbeteracties
Zowel de externe als interne controle leiden tot constateringen. Hierover wordt advies gegeven. Deze adviezen dienen ter verbetering van de bedrijfsvoering binnen de gemeente. De opvolging en uitwerking van deze adviezen zijn van belang voor de ontwikkeling van de processen. Door verbeteringsacties in te zetten, kunnen onrechtmatigheden worden voorkomen. In 2021 ligt de focus op onderstaande verbeteracties.

Begrotingsrechtmatigheid
Het afgelopen jaar heeft de ambtelijke organisatie gewerkt aan meer grip op het proces financiële beheersing. De kwaliteit van de voortgangsrapportage en begrotingswijziging is daardoor verbeterd. De organisatie bewaakt, via het interne signaleringsproces, de budgetten.

Grondexploitatie
Het afgelopen jaar hebben wij met verhoogde prioriteit gewerkt aan een verbeterslag op de processen rondom de grondexploitaties. Ook de komende periode blijven we dat doen door vastlegging van afwegingen en controles bij het opstellen en actualiseren van grondexploitatieberekeningen. De Nota Grondbeleid, waarvan de besluitvorming in het najaar 2020 staat gepland, wordt geïmplementeerd.
Sociaal Domein
De evaluatie van de juridische structuur en de overige gemaakte afspraken van ROGplus maakt onderdeel uit van de regionale governance van het sociaal domein.

Inkoop en aanbesteding
Ter verbetering van de interne processen inkoop en aanbesteding is besloten om een centrale inkoopfunctie te gaan inrichten. Vanaf 1 januari 2021 wordt contractbeheer en contractmanagement gemeentebreed geborgd.

Verhuur en erfpacht
Wij gaan een control technische functiescheiding inrichten en we laten de controles op de berekeningen vastleggen. Het nieuwe erfpachtbeleid wordt geïmplementeerd.

Subsidieverstrekkingen
De organisatie past autorisatie aan de rollen binnen het proces van subsidieverstrekking.

IT audit
We werken aan een nieuwe I-regieorganisatie. Security, Identity- en accessmanagement maken hier onderdeel van uit. Binnen de regieorganisatie wordt het beleid op logische toegangsbeveiliging, autorisatie en changemanagement professioneel opgepakt en geïmplementeerd.

Grondbeleid

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

De uitvoering van het grondbeleid vindt plaats op basis van de nota Grondbeleid, die in 2011 is vastgesteld door de raad. Grondbeleid is een gemeentelijk instrument in de ruimtelijke ordening waarmee de gemeente gewenste ontwikkelingen kan bevorderen en ongewenste ontwikkelingen kan beperken. Het kan hierbij gaan om ontwikkelingen met betrekking tot volkshuisvesting (waaronder woningdifferentiatie), economie (groei werkgelegenheid, ontwikkeling van bedrijventerreinen) en natuur en milieu (duurzame natuurontwikkelingen en herstructurering van stedelijk gebied). Een herziene Nota Grondbeleid is in voorbereiding en zal aan de raad worden voorgelegd.

Taak van de gemeente

Terug naar navigatie - Taak van de gemeente

In het algemeen zijn er twee hoofdlijnen ten aanzien van het grondbeleid:
Actief grondbeleid: De gemeente koopt zelf grond aan en is actief betrokken bij het bouwrijp maken van de grond. Daarna kan de gemeente de kavels verkopen of in erfpacht uitgeven. Het kan gaan om individuele bouwkavels of bedrijfsterreinen, maar ook om complete woningbouwprojecten.

Faciliterend grondbeleid: De gemeente maakt het mogelijk dat private partijen, die een grondpositie hebben een gebied geheel zelf ontwikkelen, de gemeente beperkt zich hierbij voornamelijk tot het maken van een bestemmingsplan (publiekrechtelijk kader) en bij mogelijke grondeigendom van de gemeente in het betreffende gebied, het inbrengen van deze gronden. De kosten die samenhangen met het faciliteren van particuliere ontwikkelingen (op grond die niet van de gemeente is) worden op de exploitanten verhaald door middel van anterieure overeenkomsten.

Uiteraard zijn er vele tussenvormen mogelijk, waaronder het veel gebruikte PPS model (Publiek Private Samenwerking).
De uiteindelijke vorm is steeds afhankelijk van het specifieke project en de taak- en risicoverdeling tussen partijen. Als basis vanuit de nota grondbeleid hanteert de gemeente het faciliterende grondbeleidsmodel, tenzij er redenen zijn om als overheid zich actief als grond ontwikkelende partij op te stellen.

De grondprijsbenadering

Terug naar navigatie - De grondprijsbenadering

Voor de grond die door de gemeente wordt uitgegeven geldt als uitgangspunt een marktconforme grondprijs. De berekening daarvan gebeurt op basis van relevante marktprijzen voor het betreffende type vastgoedobject en rekening houdende met de methode van residuele grondwaardebenadering . Als hier aanleiding toe is, kan de residuele grondprijsberekening worden gecheckt door een comparatieve berekening. Hierbij worden grondopbrengsten van soortgelijke ontwikkelingen als vergelijk gebruikt. In voorkomende gevallen kan een andere methode van grondprijsbepaling worden toegepast. Gedacht kan worden aan een grondquote. Volgens de huidige Nota Grondbeleid kan dit niet, omdat daarin de residuele benadering wordt voorgeschreven als de wijze waarop de gemeente grondwaarden bepaalt. In de nieuwe Nota Grondbeleid (welke aan uw raad wordt voorgelegd ter besluitvorming) wordt een afwijking van de residuele methode mogelijk gemaakt. Voordat daadwerkelijk tot koop of verkoop wordt overgegaan, vindt er een onafhankelijke taxatie plaats om de marktconformiteit van de berekende grondwaarde te toetsen en ongeoorloofde staatsteun te voorkomen.

Vormen van exploitatie

Terug naar navigatie - Vormen van exploitatie

1. Grondexploitaties
Grondexploitaties betreffen meerjarige toekomstberekeningen. Daardoor kunnen de financiële resultaten door vele, externe en interne factoren in de loop der jaren veranderen. Grondexploitaties hebben tot doel om bouwrijpe gronden die door de gemeente zijn ontwikkeld uit te geven. Marktomstandigheden en langdurige ruimtelijke procedures kunnen aanleiding zijn tot (grote) afwijkingen ten opzichte van de oorspronkelijke ramingen. Elke grondexploitatie wordt door de gemeenteraad vastgesteld. Elk jaar wordt de raad geïnformeerd over de (grond)exploitaties, via het Meerjaren Programma Grondzaken (MPG). Hierin wordt de stand van zaken en de verschillen t.o.v. voorgaande perioden en de voorziene of verwachte ontwikkelingen, zoals de risico-ontwikkeling, weergegeven. Het MPG is gekoppeld aan de jaarrekening en betreft een actualisering van alle resultaten. De resultaten worden direct meegenomen in de betreffende jaarrekening.
In het onderdeel ‘stand van zaken grond- en bouwexploitaties’ is per grondexploitatie een stand van zaken weergegeven.

2. Erfpachtexploitaties
In 2013 heeft de raad de Nota Erfpacht vastgesteld. Dit heeft geresulteerd in een eenvoudige benadering, gebaseerd op onafhankelijke taxaties. Het gaat hierbij om nieuwe uitgiften in erfpacht van tot ontwikkeling te brengen bouwgrond, de verkoop van bloot-eigendom van reeds in erfpacht uitgegeven gronden en het omzetten van tijdelijke erfpachtrechten in eeuwigdurende erfpachten (heruitgifte). In 2020 wordt, ter uitvoering van de nieuwe Nota Grondbeleid, ook een nieuwe Nota Erfpacht aan de raad voorgelegd.
Tijdelijke erfpachtrechten zijn voor een bepaalde tijd (99 of 50 jaar) uitgegeven en eindigen een keer. De erfpachter kan aan het einde van de looptijd kiezen voor een nieuwe erfpachtuitgifte, maar dan in eeuwigdurende erfpacht of het kopen van de grond waar zijn pand op staat. Alle erfpachtrechten kunnen ook voor de einddatum (tussentijds) omgezet worden in (volle) eigendom of in eeuwigdurende erfpacht (heruitgifte). Ieder jaar eindigen er tijdelijke erfpachtrechten. In de periode van 2020 tot en met 2027 zijn dat er ruim 400. Daarvan liggen de meeste in Holy Noord.

Erfpachtexploitatie Park Hoog Lede
De ontwikkeling van Park Hoog Lede is geen reguliere grondexploitatie, maar de gemeente heeft hier in 2010 wel een belangrijke grondpositie verworven met een hoge boekwaarde. De gronden zijn vervolgens in erfpacht uitgegeven aan de ontwikkelaar. Dit is in de economische crisis van 2009 met de ontwikkelaar afgesproken als financieringsconstructie om dit plan van de grond te krijgen. Daarmee is het ook geen reguliere erfpacht. De grondwaarde is als een lening aan de ontwikkelaar te beschouwen. Over die lening betaalt de ontwikkelaar ieder jaar rente, dat is in dit geval de erfpachtcanon. Per verkochte nieuwbouwwoning betaalt de ontwikkelaar de koopsom voor de bloot-eigendom van die woning aan de gemeente, waardoor de nieuwbouwwoning op eigen grond verkocht wordt aan de kopers. Die koopsom bloot-eigendom is de aflossing van de lening. Uiteindelijk is de lening bij de verkoop van de laatste woning helemaal afgelost en de boekwaarde terug naar nul.
Door de crisis bleken de woningen niet snel genoeg te kunnen worden verkocht, waardoor de boekwaarde hoog bleef en daarmee de door de ontwikkelaar te betalen erfpachtcanon ook. Dat leverde grote liquiditeitsproblemen op bij de ontwikkelaar, waardoor de voortgang van het plan in gevaar kwam. In 2015 zijn dan ook aanvullende afspraken gemaakt om de voortgang van deze ontwikkeling te waarborgen en de risico’s voor de gemeente te beperken. Deze zijn vastgelegd in een addendum op de koop-/erfpachtovereenkomst uit 2009. De raad is over het addendum geïnformeerd met een raadsmemo van 14 juli 2015. Van de door de ontwikkelaar te betalen erfpachtcanon is een bedrag van maximaal € 2,5 miljoen achtergesteld. Hiertoe is in 2015 een verliesvoorziening getroffen.

Door de aanhoudende crisis bleek het afzettempo minder snel dan volgens de planning van in het addendum was gedacht. Dit betekende dat het maximale bedrag van de achtergestelde canon eerder werd bereikt (1 januari 2018) en dat de canon boven de € 2,5 miljoen vanaf dat moment weer door de ontwikkelaar moest worden betaald. In 2018 en 2019 is de verkoop sterk aangetrokken en over 2019 is een bedrag aan koopsom bloot-eigendom ontvangen van ca. € 6,1 miljoen. Hiermee is de boekwaarde per 31 december 2019 gedaald tot € 2.328.327,-. De laatste woningbouwfase van Park Hoog Lede is in 2020 gestart en wordt in 2021 opgeleverd. De eindafrekening van het addendum en de laatste fase van het hele plan vindt in 2020 plaats.

Actualisatie en herziening

Terug naar navigatie - Actualisatie en herziening

Op basis van een grondbrief worden de grondexploitaties aan het begin van ieder jaar geactualiseerd. Met de uitgangspunten uit deze grondbrief worden de daadwerkelijke inkomsten en uitgaven verdisconteerd in die zin dat daarbij de parameters worden gebruikt zoals weergegeven. Dit geactualiseerd beeld van de eindwaarden van de grondexploitaties wordt via het MPG aan de raad voorgelegd. De grondexploitaties worden hierbij niet opnieuw vastgesteld.
Zodra er besluiten zijn genomen over (wezenlijke) wijzigingen in het plan, programma of planning en/of een (wezenlijke) verandering van het resultaat, is dit aanleiding om een herziene grondexploitatie voor te leggen aan de raad. Herzieningen kunnen het gehele jaar door plaatsvinden.

Winstneming en voorziening

Terug naar navigatie - Winstneming en voorziening

De regels ten aanzien van winstneming op grondexploitaties zijn in 2016 gewijzigd en in 2017 door de commissie BBV verder verduidelijkt. De wijziging betekent dat winst moet worden genomen naar rato van de voortgang van een project. Voor winstneming geldt de percentage of completion methode: voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd kan tussentijds naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst worden genomen. In de praktijk komt het
erop neer dat eerder dan in het verleden winst moet worden genomen.
Als de prognose van het eindresultaat van een grondexploitatie negatief is, wordt direct, bij vaststelling van de (herziene) grondexploitatie, een voorziening getroffen ter dekking van dit negatieve resultaat.

Kostenverhaal

Terug naar navigatie - Kostenverhaal

Op basis van de door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu ontwikkelde systematiek zijn de gemeentelijke plankosten van de plannen in beeld gebracht die door derden worden uitgevoerd (particuliere grondexploitatie). Belangrijk uitgangspunt van deze systematiek is de principeverdeling tussen de kosten die bij de ontwikkelende partij en bij de gemeente thuishoren. Deze verdeling is gebaseerd op het feit dat de gemeente faciliterend, begeleidend en toetsend is en de ontwikkelaar bijvoorbeeld het stedenbouwkundig plan, de ruimtelijke onderbouwing en het buitenruimteplan opstelt. In 2021 wordt dit verder ontwikkeld met het voornemen om de plankosten – waar mogelijk – te verhalen.

Besluit Begroting Verantwoording

Terug naar navigatie - Besluit Begroting Verantwoording

De belangrijkste aspecten uit de voorschriften BBV in het kader van grondontwikkeling worden hieronder toegelicht.

Vennootschapsbelasting (Vpb)
Onderzoek heeft geleid tot het standpunt om geen activiteiten uit te voeren die leiden tot Vpb-plicht. Jaarlijks bij het MPG wordt opnieuw getoetst of de gemeente wel/niet valt onder de Vpb-plicht.

Rente op grondexploitaties
Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat vanaf 2016 de toe te rekenen rente aan grondexploitaties de werkelijke rente moet zijn. Voor 2020 is de rente geraamd op 1,7% en vanaf 2021 op 1,5%. Voor de doorrekening van de grondexploitaties wordt standaard de gehanteerde interne rekenrente gebruikt die vervolgens aan het eind van het jaar eventueel gecorrigeerd moet worden op de werkelijke rente van dat afgelopen jaar. Hierdoor kan een verschil in de geraamde rente en de werkelijke geboekte rente ontstaan. De gevolgen hiervan worden meegenomen bij de actualisaties van de grondexploitaties.

Stand van zaken grondexploitaties
Hieronder volgt een korte stand van zaken met betrekking tot elke grondexploitatie.

1. Marathonweg Noord (zuidelijk deel)
Aan de hand van de huidige programma wordt de grondexploitatie naar verwachting op 31 december 2028 met een negatief eindresultaat van -/- € 882.000 in totaal afgesloten. Op dit moment worden echter vraagtekens geplaatst bij het huidige programma en dus of het voornoemd eindresultaat wordt behaald. Om hier inzicht in te verkrijgen, wordt in kalenderjaar 2020 onderzocht of het bestaande programma een passende invulling is voor deze locatie, dan wel het programma en/of de grondexploitatie kan worden geoptimaliseerd. Hierbij wordt ook het noordelijk deel van de locatie betrokken, welke thans een materieel vast actief (MVA) betreft. In het collegebesluit van 21 juli 2020 zijn de uitgangspunten vastgesteld.

2. Stationsgebied Centrum (Nieuw Sluis)
De ontwikkeling betreft in eerste instantie de realisatie van in totaal circa 218 eengezinswoningen en 62 appartementen. In het kader van de taakstelling woningbouw wordt dit programma op dit moment tegen het licht gehouden. Het gehele deelgebied ‘Galgkade’ met 141 woningen is inmiddels opgeleverd. De van NS Vastgoed B.V. aangekochte grond aan de Parallelweg (Stationsplein) is inmiddels doorgeleverd aan de ontwikkelaar.

3. Schiereiland (Eiland van Speyk)
Deze ontwikkeling behoort samen met de ontwikkeling in Nieuw Sluis tot de uitvraag voor het Kerngebied Rivierzone, waarin een ontwikkelaar is geselecteerd. De ontwikkeling betreft circa 160 appartementen, verdeeld over vier gebouwen en ongeveer 100 eengezinswoningen. Ook dit programma wordt in het kader van de taakstelling woningbouw tegen het licht gehouden. De verwachting is dat het ontwerp bestemmingsplan eind 2020 ter visie gaat en in kalenderjaar 2023 een aanvang kan worden gemaakt met de bouw van de eerste woningen.

4. De Buitenplaats Van Ruytenburch
Inmiddels zijn alle gronden verkocht en wordt het openbaar gebied afgebouwd. Naar verwachting kan deze grondexploitatie eind 2020 worden afgesloten en verwerkt in het MPG 2021.

5. Babberspolder Oost
Het laatste woningbouwplan van de herstructurering van Babberspolder Oost (Deelplan 6, Vlaardings Geluk III) is inmiddels opgeleverd evenals de openbare ruimte rondom deze woningen. In 2020 wordt de verdere inrichting van de Wiggen afgerond. In 2020 wordt duidelijk of de aanbouw van het Spaarbankje door de gemeente wordt gesloopt, waarna het pand in zijn oorspronkelijke uitstraling in de markt kan worden gezet of dat het pand op een andere wijze wordt afgestoten. Deze grondexploitatie zal eind 2020 aan uw raad worden aangeboden ter afsluiting.

6. De Nieuwe Vogelbuurt (voorheen Holy Zuidoost)
De woningen in fase 1, fase 2 en fase 3A zijn gerealiseerd en opgeleverd. Op dit moment wordt de openbare ruimte in de voornoemde fasen woonrijp gemaakt. Eén van de hoofdontsluitingen voor fase 1, fase 2 en fase 3A, zijnde de Spechtlaan, wordt gelijktijdig met de openbare ruimte in fase 4 en fase 5 woonrijp gemaakt. De verwachting is dat in kalenderjaar 2020 een aanvang met fase 5 wordt gemaakt. Fase 4 volgt daarna. Fase 3B wordt gelijktijdig met fase 6 gerealiseerd. Hierover vindt overleg met Stichting Waterweg Wonen plaats. Aan de hand van de huidige uitgangspunten wordt de grondexploitatie naar verwachting in 2027 afgesloten.

7. Vrije Kavels Hollandiaan
Tot en met 2019 zijn er vijf kavels verkocht. Voor één kavel worden onderhandelingen gevoerd met een derde partij. Naar verwachting wordt deze grondexploitatie in 2021 afgerond.

8. Parc Drieën-Huysen
In 2018 heeft de gronduitgifte aan de ontwikkelaar plaatsgevonden. Daardoor zijn deze inkomsten in 2018 ontvangen. De kosten van het woonrijpmaken volgen in 2020 waarna naar verwachting deze grondexploitatie in 2021 kan worden afgesloten. De bouw van de 44 appartementen is gereed. De aanleg van het openbaar gebied zal in 2020 plaatsvinden.

9. Vergulde Hand West fase 1
Op de Vergulde Hand West wordt een bedrijventerrein gerealiseerd. In deze ontwikkeling is naast de gemeente één andere eigenaar van de te ontwikkelen percelen. De gronden worden in de huidige staat verkocht. Er wordt blijvend gezocht naar potentiële ontwikkelaars voor de gronden. De ontsluiting van het gebied op de Maassluissedijk, die tevens de calamiteitenontsluiting van het bestaande bedrijventerrein Vergulde Hand wordt, is aangelegd. In 2021 zal een deel van het gebied uitgegeven worden voor de huisvesting van tijdelijke arbeidsmigranten, zoals besloten door de raad in januari 2020.
10. Westwijk Centrum Nieuw
De sporthal met daarbovenop appartementen in de sociale sector is op 24 januari 2019 geopend. De planontwikkeling voor de overige te verkopen gronden van het Erasmusplein zal opnieuw worden aanbesteed. De onderhandelingen met Ahold over uitbreiding van hun winkel zijn gestart. Voor de ontwikkeling aan de locatie Frank van Borselenstraat is een aanbesteding gestart. De sloop van de Valkenhof zal eind 2020 gereed zijn.

Prognose resultaten grondexploitaties

Voor de verwachte eindwaarde is in 2019 een voorziening opgenomen.

Materiële vaste activa (MVA)-Strategische gronden

Terug naar navigatie - Materiële vaste activa (MVA)-Strategische gronden

Onder de categorie MVA – Strategische gronden (voorheen Niegg’s) zijn de volgende gronden opgenomen:

A. Vergulde Hand West fase 2 en 3
Dit gebied betreft het resterende gedeelte van het gebied de Vergulde Hand West dat in de toekomst wordt ontwikkeld als bedrijventerrein. Ook deze terreinen (net als een deel van fase 1) wordt tot eind 2022 verhuurd ten behoeve van een gronddepot voor de Blankenburgverbinding, waarmee deze ook worden voorbelast. De planning is om deze na 2022 als vervolg van fase 1 te ontwikkelen.

B. VOP Oost (Noord en Zuid)
In de VOP zijn er diverse gemeentelijke eigendommen, verspreid over het hele gebied. Het pand aan de Parallelweg 6a-b wordt betrokken bij de realisering van de uitbreiding van de naastgelegen supermarkt. Het verkoopproces voor de voormalige panden van Warmelo & Van der Drift aan de Westhavenkade en de Vetteoordsekade is voorlopig on hold gezet. De locaties Parallelweg 2 (voormalige belastingkantoor en voormalig Prikkewater) en Touwbaankwartier worden samen met locatie Westhavenkade tegenover de Pelmolen in Maaswijk verkocht aan de ontwikkelaar van Nieuw Sluis en Eiland van Speyk. Een verkoopvoorstel voor deze drie locaties in de vorm van een addendum op de Koop-, Ontwikkel- en Realisatieovereenkomst Kerngebied Rivierzone is in 2019 aan de raad voorgelegd en besloten.

C. Maaswijk
De grond in Maaswijk bestaat uit de onder B al aangeduide locatie Westhavenkade tegenover de Pelmolen. Een verkoopvoorstel voor deze locatie en de locaties Parallelweg 2 en Touwbaankwartier in de vorm van een addendum op de Koop-, Ontwikkel- en Realisatieovereenkomst Kerngebied Rivierzone is in 2019 aan de raad voorgelegd en besloten.

D. Marathonweg Noord (noordelijk deel)
De ontwikkeling is gericht op woningbouw, gecombineerd met het zuidelijk deel van Marathonweg Noord. Een ontwikkelvoorstel is in voorbereiding.

Verbonden partijen

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

Om de beleidsdoelen van de gemeente Vlaardingen te kunnen realiseren, wordt, indien dit wenselijk wordt geacht, een belang genomen in een organisatie die aan de doelverwezenlijking kan bijdragen. De huidige wet- en regelgeving (BBV) verplicht onze gemeente om in de begroting en de jaarstukken aan te geven in welke privaatrechtelijke en publiekrechtelijke organisaties zij een bestuurlijk en/of financieel belang heeft.
Van een bestuurlijk belang is sprake als de gemeente een zetel in het bestuur van een organisatie bekleedt en/of stemrecht heeft in een vergadering van belanghebbenden. Van een financieel belang is sprake als er door de gemeente aan een organisatie financiële middelen beschikbaar zijn gesteld die verloren kunnen gaan in geval van een faillissement of als financiële problemen van een organisatie kunnen worden verhaald op de gemeente.

Inzicht in de gang van zaken bij verbonden partijen is nodig uit hoofde van bestuurlijke, beleidsmatige en/of financiële belangen. Op basis van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is een aantal financiële kengetallen weergeven per verbonden partij: de omvang van het eigen vermogen, het vreemd vermogen en het resultaat.

Visie verbonden partijen

Terug naar navigatie - Visie verbonden partijen

Gemeente Vlaardingen heeft in 2016 de werkwijze verbonden partijen vastgesteld. Hierin is onder andere het aangaan van samenwerkingsverbanden opgenomen en de wijze van toezicht en sturing op de verbonden partijen.

Financiële risico’s verbonden partijen

Terug naar navigatie - Financiële risico’s verbonden partijen

De financiële risico’s van de vennootschappen zijn beperkt tot het aandelenbezit van de gemeente. Bij een faillissement van een vennootschap daalt de waarde van dit bezit tot nihil. De financiële risico’s van de gemeenschappelijke regelingen hebben geen beperking. Bij een faillissement worden de deelnemers van de gemeenschappelijke regeling volgens de verdeelsleutel aangeslagen voor eventueel resterende schulden na verkoop van de bezittingen. Gezien de aard van de werkzaamheden van de verbonden partijen is de kans op een faillissement van zowel de vennootschappen als de gemeenschappelijke regelingen klein. Uitgesloten is het niet.

Vennootschapsbelasting (VPB)

Terug naar navigatie - Vennootschapsbelasting (VPB)

Per 2016 vallen uitsluitend door de gemeente beheerste entiteiten (verbonden partijen) ook onder de vennootschapsbelastingplicht (vpb-plicht) voor overheidsondernemingen. Dit betekent dat ze aan diverse extra fiscale verplichtingen moeten voldoen, wat mogelijk resulteert in een jaarlijkse vpb-afdracht.

In de jaarrekeningen van de verbonden partijen is opgenomen wat de stand van zaken is ten aanzien van de vpb-plicht.

Overzicht verbonden partijen

Terug naar navigatie - Overzicht verbonden partijen

Op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) zijn we verplicht om in de paragraaf verbonden partijen een overzicht van de verbonden partijen op te nemen onderverdeeld naar gemeenschappelijke regelingen, vennootschappen en coöperaties, stichtingen en verenigingen en overige verbonden partijen. In de tabel met financiële positie verbonden partij is het eigen vermogen en het vreemd vermogen per 31-12-2019 en het gerealiseerde resultaat over 2019 opgenomen. Op de volgende pagina’s vindt u het overzicht waarin de voorgeschreven informatie is opgenomen.

Gemeenschappelijke regelingen

Terug naar navigatie - Gemeenschappelijke regelingen
Metropoolregio Rotterdam Den Haag
Vestigingsplaats Den Haag
Relatie met programma Bestuur, Dienstverlening en Participatie Vervoersautoriteit met programma verkeer en mobiliteit Economisch vestigingsklimaat met programma onderwijs, economie en haven.
Openbaar belang en visie De gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) is in december 2014 in werking getreden. De missie van de MRDH is: De Metropoolregio Rotterdam Den Haag werkt aan een Europese topregio. De MRDH heeft tot doel het bevorderen van de samenwerking tussen de gemeenten met het oog op een voorspoedige ontwikkeling van het gebied en het beheer van de aan de regio toevertrouwde voorzieningen. Zij houdt zich daartoe bezig met: a. Het vaststellen van doelstellingen op het gebied van verkeer en vervoer en de verbetering van het economisch vestigingsklimaat; b. Het uitvoeren van de, met betrekking tot het onder a. genoemde beleid, aan de MRDH opgedragen taken en bevoegdheden. De inhoudelijke agenda’s van de Vervoersautoriteit en Economisch Vestigingsklimaat zijn hierbij leidend en de basis voor de MRDHbrede strategie.
Betrokken partijen De volgende gemeenten maken deel uit van de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag: Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Delft, Den Haag, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, Midden-Delfland, Nissewaard, Pijnacker-Nootdorp, Ridderkerk, Rotterdam, Rijswijk, Schiedam, Vlaardingen, Wassenaar, Westland, Westvoorne en Zoetermeer. Overige betrokken overheden en/of marktpartijen: Naast het bundelen van de krachten van de 23 gemeenten is samenwerking met onder meer bedrijfsleven, kennisinstellingen, omliggende regio’s zoals Drechtsteden en Leiden, de provincie en het Rijk noodzakelijk om de ambities te realiseren. De MRDH werkt daarnaast nauw samen met de Economische Programmaraad Zuidvleugel (EPZ), het triple helix orgaan van vertegenwoordigers van bedrijfsleven, overheden en kennisinstellingen. Samenwerking met omliggende regio’s en de andere partners vindt zowel plaats bij de strategische trajecten als bij de uitvoering van concrete activiteiten.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door burgemeester mw. A.M.M. Jetten. Wethouder Verkeer en Vervoer B.T. Bikkers, maakt deel uit van de Vervoersautoriteit. Wethouder Economische Zaken B.T. Bikkers maakt deel uit van de Bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat. In de Adviescommissie Vervoersautoriteit hebben zitting de raadsleden L.W.M. Claessen en S. Akca. In de Adviescommissie Economisch Vestigingsklimaat hebben zitting de raadsleden G. Pappers en A. Kloosterman. Als lid van de Rekeningcommissie MRDH heeft zitting het raadslid L.W.M. Claessen.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2020: € 194.179 (2019: € 185.892). Het programma Vervoersautoriteit wordt geheel financieel gedekt uit de BDU-gelden.
Financiële positie bedragen x € 1.000 Per 1-1-2019 Per 31-12-2019
Eigen vermogen 5.260 1.262
Vreemdvermogen N.v.t. N.v.t.
Resultaat
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond
Vestigingsplaats Rotterdam
Relatie met programma Veiligheid en Handhaving
Openbaar belang en visie Op grond van de Wet op de Veiligheidsregio’s heeft de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond de volgende taken: a. Het inventariseren van risico’s van branden, rampen en crises; b. Het adviseren van het bevoegd gezag over risico’s van branden, rampen en crises in de bij of krachtens de wet aangewezen gevallen evenals in de gevallen die in het beleidsplan zijn bepaald; c. Het adviseren van het college van burgemeester en wethouders over de taal, bedoeld in artikel 3, eerste lid; d. het voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing; e. Het instellen en in stand houden van een brandweer; f. Het instellen en in stand houden van een GHOR; g. Het voorzien in de meldkamerfunctie; h. Het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel; i. Het inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de diensten van de veiligheidsregio en tussen deze diensten en de andere diensten en organisaties die betrokken zijn bij de onder d, e, f, en g genoemde taken.
Betrokken partijen De volgende gemeenten maken deel uit van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond: Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door burgemeester mw. A.M.M. Jetten.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2020: € 5.256.269 (2019:€ 4.937.263).
Financiële positie bedragen x € 1.000 Per 1-1-2019 Per 31-12-2020
Eigen vermogen 10.903 12.781
Vreemdvermogen 49.660 47.055
Resultaat 2.262 -1.421
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
DCMR Milieudienst Rijnmond
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Groen en Milieu
Openbaar belang en visie Het bevorderen van een duurzame ontwikkeling van de stad. Via de vergunningverlening Wet Milieubeheer, de afhandeling van meldingen in het kader van het Activiteitenbesluit, het uitvoeren van toezicht en handhaving en de advisering aan gemeenten op het gebied van de verschillende milieuthema’s en ruimtelijke ontwikkelingen, draagt de DCMR er mede zorg voor dat de milieubeleidsdoelen in de gemeente Vlaardingen worden behaald.
Betrokken partijen De provincie Zuid Holland en de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard (voormalig Spijkenisse en Bernisse), Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door wethouder B.T. Bikkers. Wethouder I.M. Somers-Gardenier is plaatsvervangend lid.
Financieel belang Voor de uitvoering van de werkzaamheden van de DCMR voor Vlaardingen wordt jaarlijks een werkplan gemaakt. De kosten bedragen in 2020 € 1.692.839 (2019: 1.633.855).
Financiële positie bedragen x € 1.000 Per 1-1-2020 Per 31-12-2020
Eigen vermogen 7.948 5.681
Vreemdvermogen 11.839 9.669
Resultaat 2.640 -839
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
GGD Rotterdam- Rijnmond
Vestigingsplaats Rotterdam
Relatie met programma Sociaal Domein
Openbaar belang en visie Het op een proactieve wijze beschermen, bewaken en bevorderen van de gezondheid van inwoners in het bedieningsgebied van de GR GGD-RR. Gezondheid wordt gedefinieerd als een toestand van compleet fysiek, mentaal en sociaal welbevinden en is niet alleen van toepassing op de afwezigheid van ziekte of een handicap. De GR GGD Rotterdam-Rijnmond is primair verantwoordelijk voor de uitvoering van de wettelijk basistaken volgens de Wet Publieke Gezondheid. Operationeel uitvoerder is de GGD Rotterdam- Rijnmond (onderdeel van het concern Rotterdam).
Betrokken partijen De GR GGD Rotterdam-Rijnmond is een samenwerkingsverband van 15 gemeenten in de stadsregio Rotterdam en een deel van de Zuid-Hollandse eilanden. De GR GGD Rotterdam-Rijnmond is congruent met de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Bestuur vertegenwoordigd door wethouder J.J. Silos – Knaap. Wethouder A.F. de Leede is plaatsvervangend lid.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2020: € 503.874 (2019: € 485.326).
Financiële positie De GGD-RR heeft geen eigen of vreemd vermogen. De gemeenschappelijke regeling van de GGD-RR heeft geen balans en andere financiële staten om in de begroting (en jaarverslag) op te nemen aangezien de GGD-RR onderdeel uitmaakt van de gemeente Rotterdam.
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
ROG Plus NWN
Vestigingsplaats Maassluis
Relatie met programma Sociaal Domein
Openbaar belang en visie Het bieden van maatwerkvoorzieningen ter bevordering, behoud of compensatie van zelfredzaamheid en ter ondersteuning van participatie aan ingezetenen van de gemeente die daartoe op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit hun sociale netwerk niet of onvoldoende in staat zijn. De maatwerkvoorzieningen richten zich ook op de ondersteuning van mantelzorgers. Artikel 2.3.5, lid 3 van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 legt het college daarbij de plicht op om, na onderzoek, een maatwerkvoorziening te bieden die een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid en participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven.
Betrokken partijen De gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Bestuur vertegenwoordigd door wethouder J.J. Silos – Knaap. Wethouder A.F. de Leede is plaatsvervangend lid.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2020: € 42.398.187 (2019: € 35.981.561).
Financiële positie bedragen x € 1.000 Per 1-1-2020 Per 31-12-2020
Eigen vermogen 5.260 1.262
Vreemdvermogen N.v.t. N.v.t.
Resultaat
Risico’s De financiële ontwikkeling als gevolg van de resultaatgerichte financiering blijft een aandachtspunt.
Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond
Vestigingsplaats Rotterdam
Relatie met programma Sociaal Domein
Openbaar belang en visie Het uitvoeren van de bovenlokale taken door middel van: a. Het contracteren en/of subsidiëren van aanbieders van jeugdhulp en uitvoerders jeugdreclassering en jeugdbeschermingsmaatregelen in het kader van de Jeugdwet; b. Het organiseren van een advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling; c. Het bevorderen van gezamenlijk overleg van de gemeenten voor de uitvoering van de jeugdhulptaken, die in de Jeugdwet aan de gemeenten zijn opgedragen. Deze taken zijn bovenlokaal, dat wil zeggen aanvullend en in aansluiting op het lokale aanbod.
Betrokken partijen De gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Nissewaard, Vlaardingen en Westvoorne.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Bestuur vertegenwoordigd door wethouder J.J. Silos – Knaap.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2020: € 15.200.490 (2019: € 13.374.136).
Financiële positie bedragen x € 1.000 Per 1-1-2020 Per 31-12-2020
Eigen vermogen 2.249 0
Vreemdvermogen 0 2.747
Resultaat 0 0
Risico’s De financiële ontwikkeling als gevolg van de resultaatgerichte financiering blijft een aandachtspunt.
Stroomopwaarts MVS
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Sociaal Domein
Openbaar belang en visie De gemeenschappelijke regeling is ingesteld ter behartiging van het belang van een kwalitatief hoogwaardige en doelmatige uitvoering van de taken en bevoegdheden van de deelnemers op het gebied van het sociaal domein. Meer in bijzonder de uitvoering van de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening (werkloze werknemers en gewezen zelfstandigen), de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (art. 1.13).
Betrokken partijen De gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door wethouders A.F. de Leede en B.T. Bikkers en in het Dagelijks Bestuur door wethouder A.F. de Leede.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2020: € 57.092.000 (2019: € 55.598.000).
Financiële positie bedragen x € 1.000 Per 1-1-2020 Per 31-12-2020
Eigen vermogen -7.806 -4.264
Vreemdvermogen -23.696 16.024
Resultaat -1.258 -116
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
Regionale Belasting Groep
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Financiën
Openbaar belang en visie Het heffen en invorderen van de gemeentelijke belastingen en heffingen en het uitvoeren van de werkzaamheden in het kader van de Wet Waardering onroerende zaken.
Betrokken partijen Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard, Hoogheemraadschap Delfland, gemeente Delft, gemeente Schiedam, gemeente Vlaardingen.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door wethouder S.M. Nieuwland. Wethouder B.T. Bikkers is plaatsvervangend lid.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2020: € 1.275.000 (2019: € 1.256.000).
Financiële positie bedragen x € 1.000 Per 1-1-2020 Per 31-12-2020
Eigen vermogen 3.232 2.324
Vreemdvermogen 1.223 1.058
Resultaat 1.202 345
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.

Vennootschappen en coöperaties

Intergemeentelijke Reiniging-, Afvalinzameling- en Dienstverlening Organisatie (IRADO)
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Groen en Miilieu
Openbaar belang en visie Het in opdracht van de gemeente Vlaardingen uitvoeren van het inzamelen en afvoeren van huishoudelijk afval en op basis hiervan adviseren en rapporteren.
Betrokken partijen Gemeenten Vlaardingen, Schiedam en Capelle a/d IJssel zijn ieder voor 1/3 aandeelhouder.
Bestuurlijk belang De Raad van Commissarissen bestaat uit externe commissarissen: de heer A.T.T. Doppenberg (voorzitter), mw. M. Schoenmakers en de heer B.K.A. Rijsbergen. Wethouder A.F. de Leede bekleedt namens de gemeente Vlaardingen de rol van opdrachtgever. Wethouders S.M. Nieuwland en B.T. Bikkers bekleden namens de gemeente Vlaardingen de rol van aandeelhouder.
Financieel belang De bijdrage van de gemeente Vlaardingen aan Irado in 2020 voor het inzamelen en afvoeren van huishoudelijk afval is circa € 8,4 miljoen.
Financiële positie bedragen x € 1.000 Per 1-1-2020 Per 31-12-2020
Eigen vermogen 15.398 15.899
Vreemdvermogen 16.794 15.279
Resultaat 1.600 1.609
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
Waterbedrijf Evides
Vestigingsplaats Rotterdam
Relatie met programma Groen en Miilieu
Openbaar belang en visie Met de deelneming wordt beoogd invloed uit te oefenen op het beleid van watervoorziening en tariefstelling. Door een aantal fusies is de invloed van de gemeente de afgelopen jaren sterk afgenomen. De gemeente heeft op dit moment nog 1,8% van het totale aandelenpakket in bezit.
Betrokken partijen De aandelen van Waterbedrijf Evides zijn voor 50% in handen van de vroegere aandeelhouders van Delta Waterbedrijf en voor de andere 50% in handen van de vroegere aandeelhouders van Waterbedrijf Europoort. De laatste groep bestaat uit 24 gemeenten uit deze regio, waaronder de gemeente Vlaardingen.
Bestuurlijk belang De gemeente heeft stemrecht in de algemene vergadering van aandeelhouders. De gemeente Vlaardingen wordt hierin vertegenwoordigd door wethouders S.M. Nieuwland en B.T. Bikkers.
Financieel belang De deelneming staat voor € 245.041,- op de balans van de gemeente Vlaardingen.
Financiële positie bedragen x € 1.000 Per 1-1-2020 Per 31-12-2020
Eigen vermogen 503.000 510.000
Vreemdvermogen 650.600 659.600
Resultaat 47.300 42.400
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
Werkbedrijf Vlaardingen BV
Vestigingsplaats Vlaardingen
Relatie met programma Sociaal Domein
Openbaar belang en visie Het in opdracht van de Gemeente Vlaardingen uitoefenen van (delen) van de Wet Sociale Werkvoorziening en de Wet Werk en Bijstand. Het uitoefenen van het formeel werkgeverschap voortvloeiende uit het voorgaande. De BV wordt vereffend.
Betrokken partijen Gemeente Vlaardingen
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen houdt 100% van de aandelen. De gemeente Vlaardingen wordt in de aandeelhoudersvergadering vertegenwoordigd door wethouders A.F. de Leede en B.T. Bikkers. De gemeentecontroller fungeert als statutair bestuurder ten behoeve van de vereffening van de BV.
Financieel belang Er zijn aandelen (gewaardeerd op € 18.000) in bezit bij de gemeente Vlaardingen. Deze verbonden partij is in liquidatie.
Financiële positie bedragen x € 1.000 Per 1-1-2020 Per 31-12-2020
Eigen vermogen 99 63
Vreemdvermogen 22 23
Resultaat -10 -36
Risico’s Geen
Bank Nederlandse Gemeenten
Vestigingsplaats Den Haag
Relatie met programma Financiën
Openbaar belang en visie De Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) stelt zich ten doel gemeenten en andere decentrale overheden te ondersteunen bij hun maatschappelijke activiteiten middels het aanbieden van tal van bancaire diensten. Onze gemeente levert door haar deelneming een bijdrage hieraan.
Betrokken partijen De aandelen van de Bank Nederlandse Gemeenten zijn voor 50% in handen van het Rijk en voor de resterende 50% in handen van gemeenten. Onze gemeente heeft een belang van 0,36% in de bank.
Bestuurlijk belang De gemeente heeft stemrecht in de algemene vergadering van aandeelhouders. De gemeente Vlaardingen wordt hierin vertegenwoordigd door wethouder S.M. Nieuwland.
Financieel belang De deelneming staat voor € 33.807 op de balans van de gemeente Vlaardingen.
Financiële positie bedragen x € 1.000 Per 1-1-2020 Per 31-12-2020
Eigen vermogen 4.687.000 4.991.000
Vreemdvermogen 135.041.000 132.518.000
Resultaat 393.000 337.000
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
Stadsherstel Maassteden
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Financiën
Openbaar belang en visie Opknappen en behouden van gebouwd erfgoed in Vlaardingen, Maassluis en Schiedam.
Betrokken partijen Het Fonds Schiedam Vlaardingen e.o., de gemeenten Schiedam, Vlaardingen en Maassluis zijn sinds januari 2018 aandeelhouders.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt hierin vertegenwoordigd door wethouder S.M. Nieuwland.
Financieel belang De deelneming staat voor € 100.000 op de balans van de gemeente Vlaardingen.
Financiële positie bedragen x € 1.000 Per 1-1-2020 Per 31-12-2020
Eigen vermogen -102 321
Vreemdvermogen -109 411
Resultaat -112 -77
Risico’s De planning was om, naast overname van een bestaande portefeuille in Schiedam, per gemeente één pand per jaar aan te kopen. In 2018 is dit laatste niet gebeurd, waardoor de B.V. achterloopt op haar planning.
Coöperatie “Coöperatief beheer groengebieden MD UA” (CBG)
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Sport en recreatie
Openbaar belang en visie De coöperatie stelt zich ten doel de leden te faciliteren in de doelmatige en rechtmatige uitvoering van beheer- en onderhoudstaken ter zake van groengebieden in Midden-Delfland en al hetgeen met het vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.
Betrokken partijen De gemeenten Delft , Midden-Delfland, Maassluis, Schiedam, Vlaardingen en Westland.
Bestuurlijk belang Wethouder A.F. de Leede is door het college van B&W benoemd als lid van de algemene deelnemersvergadering.
Financieel belang De bijdrage van de gemeente Vlaardingen aan het CBG bedraagt € 573.453.- per jaar.
Financiële positie bedragen x € 1.000 Per 1-1-2020 Per 31-12-2020
Eigen vermogen N.v.t. N.v.t.
Vreemdvermogen N.v.t. N.v.t.
Resultaat N.v.t. N.v.t.
Risico’s Door de economische voorspoed stijgen de prijzen voor materialen en onderhoud. De begrootte bedragen zijn gebaseerd zijn op gerealiseerde aanbestedingen in het verleden. Voor de aanpak essentaksterfte is een voorziening ingesteld. De aantasting gaat sneller dan voorzien en geeft veiligheidsrisico’s met de noodzaak voor meer incidentele aanpak met meer kosten. De van baten economisch beheer zijn de afgelopen jaren toegenomen; het is onzeker of dit zal doorzetten.