Paragrafen

Lokale heffingen

Inleiding

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Inleiding

De lokale heffingen zijn de inkomsten die verkregen worden op grond van publiekrechtelijke regels. De heffingen zijn gebaseerd op wettelijke bepalingen. Bij de lokale lasten maken we onderscheid tussen zuivere belastingen, heffingen en retributies:

  • De zuivere belastingen behoren tot de algemene dekkingsmiddelen en zijn voor de uitvoering van collectieve vormen van dienstverlening, maar ook individuele vormen van dienstverlening zonder een duidelijke relatie tussen dienstverlening en belasting. In Vlaardingen onderscheiden we onroerende zaakbelasting (OZB),  precariobelastingen en toeristenbelasting.
  • De heffingen zijn voor de dekking van de kosten voor uitvoering van publiekrechtelijke dienstverlening. Dat houdt in dat de belastingplichtige ook moet betalen als hij de dienst niet wenst. Voorbeelden van heffingen zijn afvalstoffenheffing en rioolheffing.
  • De retributies zijn vergoedingen voor individuele dienstverlening van typische overheidsdiensten van publiekrechtelijke aard. Voorbeelden hiervan zijn leges voor paspoort en rijbewijs.

De tarieven van de lokale heffingen zijn vooralsnog volgens de uitgangspunten onder ‘Beleid’ aangepast.  Deze uitgangspunten worden aan het einde van het jaar in de belastingverordeningen verwerkt zodat zij in werking treden voor het belastingjaar 2022.

Beleid

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Beleid

Uitgangspunten van het gemeentelijk beleid ten aanzien van de belastingen en heffingen zijn:

  • Onroerendezaakbelastingen: de OZB-opbrengsten worden verhoogd met 4,6% bestaande uit de algemene indexering van 1,6% vermeerderd met 3% gedurende 3 jaar zoals is vastgelegd in het Herstelplan “Voor een leefbaar en financieel gezond Vlaardingen” dat in maart 2020 is vastgesteld. Deze stijging van de opbrengst is exclusief de areaaluitbreiding.”
  • De tarieven van de overige gemeentelijke belastingen, heffingen en leges worden geïndexeerd met 1,6%, met uitzondering van de wettelijke tarieven en het tarief voor de Zeehavengelden en Binnenhavengelden, waarvoor Vlaardingen meelift met Rotterdam.
  • Het tarief voor het rioolrecht, gebaseerd op het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan, wordt ca. € 169,17 
  • Het tarief voor de afvalstoffenheffing, gebaseerd op de gewenste opbrengst in combinatie met het aantal huishoudens, wordt € 290,88 voor een éénpersoonshuishouden en € 371,93 voor een meerpersoonshuishouden.
  • De opbrengst van de Bedrijven Investeringszone (BIZ) blijft ongewijzigd.
  • De parkeertarieven kennen een eigen regime en worden bij afzonderlijk raadsbesluit vastgesteld.
  • De hondenbelasting wordt per 2022 afgeschaft.

Woonlasten: lokale lastendruk

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Woonlasten: lokale lastendruk

Onder de woonlasten verstaan we het gemiddelde bedrag dat een huishouden in Vlaardingen betaalt aan OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. De ontwikkeling van de woonlasten van de afgelopen jaren en een raming voor het komende jaar ziet er als volgt uit.

Woonlasten 2018 2019 2020 2021 2022
OZB-eigenaar € 261,60 € 267,85 € 287,94 € 308,00 P.m.
OZB-gebruiker n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Rioolheffing € 157,80 € 157,80 € 161,36 € 159,28 € 169,17
Afvalstoffenheffing € 325,14 € 330,03 € 356,43 € 369,56 € 371,93
Totaal € 744,54 € 755,68 € 805,73 € 836,84 € 541,10

Bij de berekening van de totale woonlasten zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  • We gaan uit van een eigen woning die wordt bewoond door een gezin;
  • De OZB-tarieven zijn gebaseerd op de gemiddelde WOZ-waarde van woningen in Vlaardingen.

De begrote inkomsten van de bovengenoemde gemeentelijke heffingen (OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing) in 2022 bedragen circa € 39  miljoen.

Woonlasten: vergelijking met andere gemeenten en landelijk gemiddelde

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Woonlasten: vergelijking met andere gemeenten en landelijk gemiddelde

Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) geeft sinds 1997 met de ’Atlas van de lokale lasten‘ inzicht in de woonlasten per gemeente en de posities die de gemeenten ten opzichte van elkaar innemen in Nederland. Hierbij geldt dat nummer 1 de goedkoopste gemeente is en nummer 352 de duurste. In de atlas van 2021 neemt Vlaardingen de 200e plaats in op basis van de woonlasten zoals die in de tabel hierboven zijn berekend. In 2021 zat Vlaardingen € 24,00 boven de landelijk gemiddelde woonlasten.
Overigens liggen de woonlasten van 80% van alle gemeenten heel dicht bij elkaar en rond het landelijk gemiddelde. Wat betreft de omringende gemeenten bedragen de woonlasten:

Gemeente Gemiddelde woonlasten Ranglijst Coelo (2021)
Capelle a/d IJssel € 661 22
Nissewaard € 756 85
Rotterdam € 793 134
Vlaardingen € 837 200
Schiedam € 835 195
Westland € 955 328
Delft € 867 242
Maassluis € 908 294

Dit zijn gegevens gebaseerd op het peiljaar 2021. Bij de formele vaststelling van de verordening van de leges en tarieven voor 2022 worden de meest recente gegevens gebruikt als toetsing.

Onroerendezaakbelastingen

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Onroerendezaakbelastingen

De hoogte van de onroerendezaakbelastingen is een combinatie van de waarde in het economische verkeer van een pand en het vastgestelde tarief. De waarde van alle onroerende zaken wordt jaarlijks vastgesteld. De onroerendezaakbelastingen bestaan uit een ‘eigenarenbelasting’ voor woningen en een ‘eigenarenbelasting’ en ‘gebruikersbelasting’ voor niet-woningen. In de belastingen van de niet-woningen is een extra verhoging inbegrepen. De extra opbrengst komt ten goede van het Ondernemersfonds.

De grondslag van de OZB voor het jaar 2022 is de waarde van onroerende zaken op 1 januari van het peiljaar 2021. De ontwikkeling van de OZB-tarieven over de afgelopen jaren is als volgt:

Ontwikkeling tarieven 2017 2018 2019 2020 2021 2022
OZB (eigendom) niet-woningen 0,3142% 0,3025% 0,3470% 0,3631% 0,7190% p.m. ¹
OZB (gebruik) niet-woningen 0,2335% 0,2194% 0,3039% 0,3212% 0,00 0,00
OZB (eigendom) woningen 0,1536% 0,1482% 0,1477% 0,1426% 0,1391% p.m. ¹
¹ Omdat de jaarlijkse herwaardering in het kader van de Wet Waardering onroerende zaken nog niet is afgerond, zijn de definitieve tarieven nog niet bekend. Bij de besluitvorming met betrekking tot de tarieven, in december 2021, worden de tarieven zodanig vastgesteld dat in combinatie met WOZ-waarden een 4,6% (= 1,6% trendmatig + 3,0% extra uit het herstelplan) hogere opbrengst resulteert (exclusief areaaluitbreiding).

Limitering OZB-tarieven

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Limitering OZB-tarieven

Er komt een einde aan het monitoren met de macronorm onroerende zaakbelasting (ozb).
Dat hebben het Rijk en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) afgesproken. Vanaf 2020 is er een benchmark, waarin naast de ozb ook de riool- en afvalstoffenheffing worden vergeleken. Door een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten en de tariefontwikkeling met landelijke en provinciale gemiddelden, moeten de onderlinge verschillen tussen gemeenten nog inzichtelijker worden. Ook moet de benchmark het lokale debat over de keuzes voor ontwikkelingen, zoals stijging van de lasten, bevorderen.

  • Opbrengst niet-woningen: €  9 miljoen
  • Opbrengst woningen: €  11,8 miljoen

Hondenbelasting

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Hondenbelasting

Op basis van het aangenomen amendement ‘Aanvullende Investeringsagenda’ is de hondenbelasting per 2022 afgeschaft. Dit betekent dat de geraamde opbrengsten structureel vervallen.

Ontwikkeling tarieven 2018 2019 2020 2021 2022
Eerste hond € 73,40 € 75,15 € 76,25 € 77,55 € 0,00
Tweede en volgende hond € 146,80 € 150,30 € 152,50 € 155,10 € 0,00

Precariobelasting

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Precariobelasting

De precariobelasting is een belasting op het hebben van voorwerpen op, in of boven gemeentegrond en -water. Bijvoorbeeld terrassen en bouwmaterialen, maar ook de leidingen, kabels en buizen in de grond.

Vooruitlopend op de hervorming van het lokaal belastinggebied heeft het kabinet de precario op nutsleidingen per 1 juli 2017 afgeschaft. Dat betekent dat gemeenten in de toekomst geen precariobelasting meer kunnen heffen van nutsbedrijven over netwerken die ze in, op of boven gemeentegrond exploiteren.

Overgangsrecht

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Overgangsrecht

Er geldt een overgangstermijn tot 1 januari 2022 voor gemeenten die op 10 februari 2016, de datum waarop het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het wetsvoorstel voor afschaffing van de precariobelasting heeft aangekondigd, een verordening met tarief hadden vastgesteld voor precariobelasting op kabels en leidingen. Onder de overgangsregeling kan een gemeente maximaal heffen naar het tarief zoals dat gold op 10 februari 2016.

  • Opbrengst precariobelasting nutsbedrijven: € 0,5 miljoen
  • Opbrengst precariobelasting in totaal: € 0,7 miljoen

Toeristenbelasting

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Toeristenbelasting

De toeristenbelasting is een algemene belasting voor het houden van verblijf met overnachting tegen een vergoeding door niet-ingezetenen.
Het tarief wordt verhoogd met het algemene indexpercentage van 1,6%. De opbrengst van de toeristenbelasting is afhankelijk van het aantal overnachtingen in de gemeente, zodat de opbrengst kan fluctueren. Economische ontwikkelingen kunnen zorgen voor een lagere of hogere opbrengst.

Ontwikkeling tarieven 2018 2019 2020 2021 2022
Toeristenbelasting € 2,16 € 2,48 € 2,52 € 3,00 € 3,05

Bijdrage Bedrijven Investeringszone (BIZ)

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Bijdrage Bedrijven Investeringszone (BIZ)

Industrieterrein de Vergulde Hand is aangewezen als een BIZ waar een BIZ bijdrage wordt geheven. De bijdrage komt van de gebruikers van de op dit terrein gelegen bedrijven. De hoogte van de bijdrage is een vastgesteld percentage van de waarde van het bedrijfsobject.

  • Opbrengst BIZ is een vast bedrag van: € 24.000

Rioolheffing

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Rioolheffing

De rioolheffing is een heffing om het beheer en het onderhoud van het gemeentelijk rioolstelsel te bekostigen.
Uitgangspunt bij deze heffing is dat de tarieven kostendekkend zijn. De stijging van de rioolheffing is dus afhankelijk van de ontwikkeling van de kosten. Voor het beheer en onderhoud op de lange termijn is een gemeentelijk rioleringsplan opgesteld waarin onder andere de kosten zijn opgenomen die door middel van een rioolheffing moeten worden gedekt. Voor 2022 wordt de rioolheffing € 169,17.

Ontwikkeling tarieven 2018 2019 2020 2021 2022
Rioolheffing € 157,80 € 157,80 € 161,36 € 159,28 € 169,17
Rioolheffing 2022
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 3.130.115
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 85.000
Netto kosten taakveld(en) 3.045.115
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente 328.294
BTW 369.673
Totale kosten 3.743.082
Opbrengst heffing 6.460.937
Voorziening -2.717.855
Totale opbrengsten 3.743.082
Dekkingspercentage 100%

Afvalstoffenheffing

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Afvalstoffenheffing

De afvalstoffenheffing is een heffing om het ophalen en verwerken van de huishoudelijke afvalstoffen te bekostigen. Uitgangspunt bij deze heffing is dat de tarieven kostendekkend zijn. De stijging of daling van de afvalstoffenheffing is mede afhankelijk van de ontwikkeling van de kosten. Bij deze heffing wordt een tariefdifferentiatie toegepast ten behoeve van één- en meerpersoonshuishoudens.

De tarieven stijgen in 2022 met ongeveer 0,64% ten opzichte van 2021.
Doordat het aantal huishoudens hoger is dan in de begroting 2021, komen er ook meer inkomsten binnen terwijl de lasten minder hard stijgen. Het effect hiervan is dat het tarief in 2022 nauwelijks hoeft te stijgen om de geraamde kosten te kunnen dekken.

Ontwikkeling tarieven 2018 2019 2020 2021 2022
Afvalstoffenheffing € 325,14 € 330,03 € 351,53 € 369,56 € 371,93
Afvalstoffenheffing 1-pers. € 253,28 € 257,08 € 274,93 € 289,03 € 290,88
Afvalstoffenheffing 2022
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 10.959.839
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 1.244.295
Netto kosten taakveld(en) 9.715.544
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente 74.483
BTW 1.692.911
Totale kosten 11.482.938
Opbrengst heffing 11.482.938
Voorziening 0
Totale opbrengsten 11.482.938
Dekkingspercentage 100%

Reinigingsrecht

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Reinigingsrecht

Onder de naam reinigingsrecht wordt een retributie geheven voor het periodiek verwijderen en verwerken van bedrijfsafvalstoffen. Het reinigingsrecht wordt geheven van degene die van de dienst gebruik maakt afhankelijk van het aangeboden afval. De tarieven worden verhoogd met 1,6%.

Reinigingsrechten 2022
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 180.161
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 0
Netto kosten taakveld(en) 180.161
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente 0
BTW 0
Totale kosten 180.161
Opbrengst heffing 180.161
Voorziening 0
Totale opbrengsten 180.161
Dekkingspercentage 100%

Binnenhavengeld

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Binnenhavengeld

Deze retributie wordt geheven van vaartuigen die gebruik maken van het openbare gemeentewater, openbare werken en inrichtingen, en voor diensten die door de gemeente met betrekking tot een vaartuig verstrekt worden. In de regel wordt het havengeld geheven van de kapitein, de schipper, de reder of de eigenaar van het vaartuig. De tarieven in Vlaardingen sluiten aan bij de tarieven vermeld in de ‘General Terms and Conditions’, including renewed port tariffs, die zijn vastgesteld en bekendgemaakt door het Havenbedrijf Rotterdam N.V.

Binnenhavengeld 2022
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 262.834
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 0
Netto kosten taakveld(en) 262.834
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente 0
BTW 0
Totale kosten 262.834
Opbrengst heffing 155.150
Voorziening 0
Totale opbrengsten 155.150
Dekkingspercentage 59%

Havengeld pleziervaartuigen

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Havengeld pleziervaartuigen

Deze retributie wordt geheven van pleziervaartuigen en andere ter recreatie dienende vaartuigen die gebruik maken van het openbare gemeentewater, openbare werken en inrichtingen, en voor diensten die door de gemeente met betrekking tot een vaartuig verstrekt worden. In de regel wordt het havengeld voor pleziervaartuigen geheven van de schipper of de eigenaar van het vaartuig. De tarieven worden verhoogd met 1,6%.

Havengeld pleziervaartuigen 2022
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 16.889
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 0
Netto kosten taakveld(en) 16.889
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente 0
BTW 0
Totale kosten 16.889
Opbrengst heffing 17.434
Voorziening 0
Totale opbrengsten 17.434
Dekkingspercentage 103%

Havengeld vaste ligplaatsen

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Havengeld vaste ligplaatsen

Deze retributie wordt geheven voor het hebben van een vaste ligplaats aan een kade. Het ligplaatsgeld wordt geheven van degene die vaste ligplaats inneemt. De tarieven worden verhoogd met 1,6%.

Havengeld vaste ligplaatsen 2022
Kosten taakveld (en) inclusief (omslag)rente 5.825
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 0
Netto kosten taakveld(en) 5.825
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente 0
BTW 0
Totale kosten 5.825
Opbrengst heffing 1.083
Voorziening 0
Totale opbrengsten 1.083
Dekkingspercentage 19%

Zeehavengeld

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Zeehavengeld

Deze retributie wordt geheven voor het verblijf met een zeeschip in de haven van Vlaardingen alsmede voor het gebruik van gemeente-eigendommen, havenfaciliteiten en dienstverlening in dat verband. In de regel wordt het zeehavengeld geheven van de kapitein, de schipper, de reder of de eigenaar van het schip, of degene die de handelingen heeft verricht ter voorbereiding van het verblijf van het zeeschip. De tarieven in Vlaardingen sluiten aan bij de tarieven vermeld in de ‘General Terms and Conditions, including renewed port tariffs’, die zijn vastgesteld en bekendgemaakt door het Havenbedrijf Rotterdam N.V.

Zeehavengeld 2022
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 1.747.043
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 0
Netto kosten taakveld(en) 1.747.043
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente 0
BTW 0
Totale kosten 1.747.043
Opbrengst heffing 1.074.762
Voorziening 0
Totale opbrengsten 1.074.762
Dekkingspercentage 62%

Lijkbezorgingsrechten

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Lijkbezorgingsrechten

Deze retributie wordt geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor verleende diensten in verband met de begraafplaats. Lijkbezorgingsrechten worden geheven van de aanvrager van de dienst, dan wel van degene voor wie de dienst wordt verricht. De tarieven worden verhoogd met 1,6%.

Lijkbezorgingsrechten 2022
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 606.359
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 0
Netto kosten taakveld(en) 606.359
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente 135.544
BTW 0
Totale kosten 741.904
Opbrengst heffing 782.043
Voorziening 0
Totale opbrengsten 782.043
Dekkingspercentage 105%

Parkeerbelastingen

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Parkeerbelastingen

Deze belasting wordt geheven voor het gedurende een aaneengesloten periode laten staan van een voertuig binnen de gemeente. De belasting wordt geheven van degene die het voertuig heeft laten staan of de houder van het voertuig. De tarieven worden aan de hand van eigen beleid afzonderlijk vastgesteld.

Parkeerbelasting 2022
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente 1.513.988
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen 21.388
Netto kosten taakveld(en) 1.492.600
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag)rente 149.811
BTW 0
Totale kosten 1.642.411
Opbrengst heffing 2.598.287
Voorziening 0
Totale opbrengsten 2.598.287
Dekkingspercentage 158%

Leges

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Leges

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor een groot aantal taken. Een deel van deze taken wordt in de vorm van een dienst door bewoners of bedrijven individueel afgenomen. Om gemeenten tegemoet te komen in de kosten die zijn gerelateerd aan deze taken, betalen afnemers van gemeentelijke diensten leges. In de regel gaat het hierbij om het verstrekken van documenten of het verlenen van vergunningen. Leges behoren tot de retributies en worden geheven voor het in behandeling nemen van de aanvraag en worden geheven bij de aanvrager. Ook als de aanvraag niet leidt tot een positief resultaat moeten leges worden betaald. De tarieven worden verhoogd met 1,6% met uitzondering van de wettelijke leges.

Kruissubsidiëring leges

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Kruissubsidiëring leges

Net als bij alle andere retributies mogen de baten de lasten niet overstijgen, maar bij de leges gaat het om een groot aantal soorten van dienstverlening gebundeld in één belastingverordening. Omdat breed wordt gevoeld dat kruissubsidiëring tussen dienstverlening van volstrekt verschillende aard onwenselijk is, heeft de VNG de modelverordening onderverdeeld in drie titels: algemene dienstverlening, dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving en dienstverlening vallend onder de Europese Dienstenrichtlijn. De Vlaardingse legesverordening is naar dit model ingedeeld. Kruissubsidie tussen deze titels is ongewenst, maar niet verboden. Kruissubsidie binnen een titel in de legesverordening is toegestaan. Zolang het kruissubsidiëring tussen hoofdstukken betreft, blijkt de mate van kruissubsidiëring al uit de kostenopstelling. Ook hier geldt dat de gemeente de reden van de kruissubsidie moet vermelden. Er is geen sprake van een rechtvaardigingsgrond, omdat kruissubsidiëring toegestaan is.

Kruis subsidie leges Algemene dienstverlening Fysieke leefomgeving Europese Dienstenrichtlijn
Kosten taakvelden 544.181 734.634 18.156
Overhead 282.931 848.104 1.116
Totale kosten 827.112 1.582.738 19.272
Totale opbrengsten 762.742 1.342.228 18.164
Dekkingspercentage 92% 85% 94%

Kwijtschelding

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Kwijtschelding

Voor mensen met de laagste inkomens bestaat de mogelijkheid van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de lokale lasten. De regels voor het toekennen worden bepaald door de rijksoverheid in de Invorderingswet. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen, die een inkomen hebben dat niet hoger ligt dan de bijstandsnorm.
Gemeenten mogen hier in die zin van afwijken dat een lager inkomen wordt gehanteerd. De gemeente Vlaardingen hanteert de zogenaamde 100%-norm, dat betekent dat inwoners van Vlaardingen met een inkomen op bijstandsniveau in beginsel voor kwijtschelding in aanmerking komen.

Voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend, mogen gemeenten zelf bepalen. In Vlaardingen kan kwijtschelding worden aangevraagd voor de afvalstoffenheffing.

Naar verwachting komen, rekening houdend met de ervaringen in voorgaande jaren, zo’n 3.700 huishoudens voor (gedeeltelijke) kwijtschelding in aanmerking. Wij verwachten in 2022 een bedrag van circa € 919.000 te besteden aan kwijtscheldingen. De ontwikkeling van deze post wordt nauwlettend gevolgd.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Inleiding

Aandacht voor voldoende weerstandsvermogen in relatie tot de risico’s van de gemeente is absolute noodzaak. In Vlaardingen heeft dit vorm gekregen in risicomanagement dat structureel onderdeel uitmaakt van de Planning & Control cyclus. Zo vindt op dit moment twee maal per jaar, zowel bij de begroting als bij de jaarrekening, een risico-inventarisatie en een risico-waardering plaats.

Artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) beschrijft het weerstandsvermogen als volgt: “Het weerstandsvermogen geeft de relatie aan tussen de weerstandscapaciteit (middelen om niet begrote kosten op te vangen) en de risico’s van mogelijk materiële financiële betekenis waar geen maatregelen voor zijn getroffen”. Dit weerstandsvermogen wordt weergegeven in een verhoudingsgetal of ratio.

Weerstandsvermogen = aanwezige weerstandscapaciteit /risico's * 100%

De gewenste weerstandscapaciteit is het geldbedrag dat idealiter aanwezig zou moeten zijn om risico’s af te dekken. De hoogte van de gewenste weerstandscapaciteit is volledig afhankelijk van de binnen de gemeente aanwezige risico's en vooral van de ingeschatte risicobedragen (per risico). Het gemeentelijk beleid streeft naar het realiseren van een weerstandsvermogen van 170% (weerstandsratio van 1,7). Dit betekent dat het aanwezige weerstandsvermogen ruimschoots boven het niveau van de ingeschatte risico's moet liggen.

In 2022 gaan wij de methodiek waarop het weerstandsvermogen wordt bepaald evalueren en zo nodig herzien. De wijze waarop het weerstandsvermogen momenteel wordt bepaald is voornamelijk gericht op incidentele risico's van eenmalige onvoorziene gebeurtenissen. De visie hierachter is dat structurele risico's structureel moeten worden opgevangen in de meerjarenbegroting. In de evaluatie van de gehanteerde methodiek zullen wij overwegen in welke mate structurele risico's een plek moeten krijgen in de berekening van het benodigde weerstandsvermogen.

Aanwezige weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Aanwezige weerstandscapaciteit

De aanwezige weerstandscapaciteit bestaat uit het totaal aan middelen dat de gemeente beschikbaar heeft of op korte termijn vrij kan maken om financiële tegenvallers op te vangen. De algemene reserve vormt daarbij het reeds beschikbare deel. De aanwezige weerstandscapaciteit bedraagt bij aanvang van het begrotingsjaar 2022 naar verwachting € 22,5 miljoen.

Gewenste weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Gewenste weerstandscapaciteit

De gewenste weerstandscapaciteit bestaat uit middelen die de gemeente beschikbaar zou moeten hebben of op korte termijn vrij zou moeten kunnen maken om de waargenomen risico's financieel te kunnen dekken indien deze zich voordoen in de geschatte mate (kans x impact).

Om dit bedrag te kunnen bepalen wordt externe deskundigheid ingeschakeld. Er wordt een simulatie uitgevoerd voor het berekenen van de benodigde weerstandscapaciteit op basis van de Monte-Carlomethode. De basis van deze simulatie is het inventariseren en het kwantificeren van de risico’s.

Bij de kadernota 2020 heeft uw raad een amendement aangenomen waarin is opgenomen om de weerstandsratio op 1,0 te stellen en zo spoedig mogelijk toe te werken naar herstel van de ratio naar 1,7.

De voor deze begroting van toepassing zijnde risico-inventarisatie is die overeenkomstig de in de Jaarstukken 2020 opgenomen risico’s.
Gebleken is dat de benodigde weerstandscapaciteit weinig fluctuaties laat zien. Daarom is er voor gekozen om de risico-inventarisatie van maart jl. uit de Jaarstukken 2020 ook in deze begroting op te nemen.

Op basis van de externe analyse betreffende de risico’s moet een totale weerstandscapaciteit van € 2,7 miljoen worden aangehouden. Tegen de omvang van de verwachte weerstandscapaciteit per 1 januari 2022 van € 22,5 miljoen levert dit een weerstandsratio op van:

Weerstandsvermogen = € 22,5 miljoen / € 2,7 miljoen = 8,3

De beleidsdoelstelling van de gemeente om een weerstandsratio van minimaal 1,7 aan te houden is hiermee gehaald.

Risico’s

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Risico’s

De activiteiten van de gemeente gaan over een breed scala aan beleidsterreinen. Dit betekent dat onze gemeente over het algemeen blootgesteld is aan een groot aantal risico’s.
De actualisatie van de risico’s heeft echter geleid tot een verlaging van de benodigde weerstandscapaciteit van € 4,3 per maart 2020 naar € 2,7 per 31 december 2021. De belangrijkste aanpassingen ten opzichte van de vorige inventarisatie, zoals die in de jaarrekening van 2020 is opgenomen, betreffen:

  • Vervallen van risico bij de inkomensvoorzieningen (bijstand);
  • Zowel de specifieke risico’s als het risico van daling grondopbrengsten bij de grondexploitaties zijn afgenomen als gevolg van de voortgang van de projecten én de gunstige ontwikkelingen van economische omstandigheden.

Een risico (p.m.) welke niet in de berekening van de weerstandscapaciteit is opgenomen, betreft de privaatrechtelijke overeenkomst kabels en leidingen . Netwerkbedrijf Stedin betaalt geen precariobelasting maar precariorecht op basis van van een privaatrechtelijke overeenkomst. In lijn met het vervallen van de precariobelasting heeft Stedin eenzijdig aangekondigd de privaatrechtelijke overeenkomst per 1 januari 2022 te willen stoppen. 

De benodigde weerstandscapaciteit van € 2,7 miljoen is gebaseerd op de volgende risico’s en bijbehorende kansverdeling:

Onderwerp Risico Maatregel Impact (most likely) Kans op risico
x € 1.000 (in % )
GEVOLGEN CALAMITEIT/RAMP Als gevolg van calamiteiten / rampen, bestaat de kans dat kosten voor nazorg, tijdelijk onderdak, personele kosten e.d. voor rekening van de gemeente komen. Rampenorganisatie, rampenplannen, coördinator rampenbestrijding, rampenoefeningen. Deelname aan de VRR, toezicht op bedrijven al dan niet via DCMR. 250 25%
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN Afgeleide risico's van gemeenschappelijke regelingen, m.n. afwezigheid van reserves bij de GR'en. Bij overschrijden van de begroting van een GR zal de gemeente als deelnemer een financiele bijdrage moeten leveren. Notitie werkwijze Verbonden Partijen. Controleverklaringen bij de jaarrekeningen én de accountants-verslagen die gericht zijn aan het algemeen bestuur van de verbonden partijen. 500 30%
AFTREDEN WETHOUDERS Als gevolg van het tussentijds (moeten) aftreden van één of meerdere wethouders, bestaat de kans dat wachtgeld en kosten van sollicitatie - en loopbaanbegeleiding betaald moet worden. Geen. Discreet
FOUTEN INKOOPPROCEDURES Als gevolg van (fouten in) de inkoopprocedures/aanbestedingstrajecten, bestaat de kans dat de gemeente aansprakelijk wordt gesteld en mogelijk de leverancier moet compenseren voor de misgelopen winst. De gemeentelijke organisatie heeft een eigen inkoopafdeling, welke bestaat uit inkoopadviseurs, een contractadviseur en contractbeheerders. Daarnaast kent elke lijnafdeling Inkoop-ambassadeurs, die gedegen basiskennis hebben van Inkoop- en aanbestedingsprocedures. 75 10%
LOONSOM Als gevolg van cao wijzigingen (loonsverhogingen) en stijging van werkgeverslasten bestaat het risico dat een overschrijding op de loonsom ontstaat. De salarisbudgetten in de meerjarenbegroting aan de hand van de uitgangspunten in de meicirculaire gemeentefonds bijstellen. 180 50%
GEGARANDEERDE LENINGEN ZORGCENTRA Als gevolg van het eventueel failliet van zorgcentra, bestaat de kans dat de gemeente rente en aflossingen moet betalen voor de gegarandeerde leningen aan deze zorgcentra. Geen. 200 10%
CLAIMS EN NADEELCOMPENSATIE Burgers en private partijen claimen meer en vaker bij de gemeente. Dit vraagt meer juridische inzet, zowel bij het aangaan van contracten en overeenkomsten, verzoeken tot nadeelcompensatie, maar ook bij schadegevallen, aansprakelijkstellingen en dergelijke. Deskundigheid voor de afhandeling verhaalschade. Verzekering voor de aansprakelijkstellingen, met eigen risico. 120 25%
SUBSIDIES Als gevolg van onjuiste interpretatie van subsidievoorwaarden bestaat de kans dat niet aan de voorwaarden wordt voldaan en subsidiegelden lager of op nihil worden gesteld. Het proces inkomende subsidies onderbrengen bij de verbijzonderde interne controle. 190 10%
GARANTIESTELLING WONINGBOUW-CORPORATIES De gemeente heeft voor een totaalbedrag van € 517,4 miljoen aan garanties verstrekt. Van dit bedrag wordt € 497,2 miljoen gegarandeerd door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Pas als het garantievermogen van het WSW daalt tot onder de drempel van 0,25% van het garantievolume, dan treedt de achtervangpositie van het rijk en de gemeente in werking in de vorm van het verstrekken van renteloze leningen. De achtervang of zekerheidsstructuur bestaat uit drie lagen: 1.Primaire zekerheid: de financiele middelen van de corporatie. 2.Secundaire zekerheid: de borgstellingsreserve van het WSW 3.Tertiaire zekerheid: Rijk en gemeenten 1.500 1%
BORGSTELLING POLDERPOORT Bij de verkoop van de Polderpoort in 2010 is in het kader van een voortzetting van de sportactiviteiten een garantstelling verleend. De garantie wordt lineair afgebouwd over een periode van 10 jaar (tot 2020). Geen. Discreet
JEUGDHULP LOKAAL UITGEVOERD DOOR GR ROGPLUS Op grond van de sterk gestegen uitgaven in 2018 zijn de begrote uitgaven 2020 verhoogd tot een realistisch niveau. Naar verwachting zal deze stijgende trend zich voortzetten. De resultaten voor 2019 zijn indicatief voor het uitgavenniveau 2020. Contract-afspraken met zorgaanbieders. Daarnaast inzet van procesregisseur om tarief en inzet van zorg te beïnvloeden. 400 70%
JEUGDHULP REGIONAAL UITGEVOERD DOOR GR JEUGDHULP RIJNMOND Het beroep op specialistische jeugd hulp die via de GRJR wordt ingekocht is in 2018 sterk gestegen. Voor 2020 is het begrote bedrag gebaseerd op het jeugdhulpgebruik in het lopende jaar 2019. Resultaten van onderzoek naar de tarieven van JBRR en een verdere toename van het aantal kinderen dat op deze vormen van jeugdhulp een beroep doet vormen nog wel een risico. Wijkteams inschakelen voor verwijzing naar jeugdhulp. Praktijkondersteuners bij huisartsen. Ondezoek naar processen bij de GRJR. Desondanks wordt een stijging van de kosten verwacht tot 2023 (invoering nieuwe jeugdmodel) 300 80%
WMO LOKAAL Mogelijke toename door verlaging eigen bijdrage van het aantal cliënten individuele begeleiding van het sociaal en persoonlijk functioneren. Er wordt ten aanzien van alle zorgtarieven gewerkt volgende de AMvB. De verkenning naar beheersmaatregelen voor onder andere Wmo-voorzieningen zijn gestart en worden in de eerste helft van 2020 verwacht. 400 15%
VEILIG THUIS 1. Mogelijke noodzaak tot uitbreiding capaciteit Crisisopvang door toenemend aantal slachtoffers uit MVS 2. Door aanscherping van de meldcode huiselijk geweld/kindermishandeling neemt bij Veilig Thuis het aantal meldingen toe. Er wordt ten aanzien van alle zorgtarieven gewerkt volgende de AMvB. Getracht wordt met de nieuwe aanbesteding en de daaruit voortvloeiende transformatie de kosten per persoon omlaag te brengen door meer in te zetten op kwalitatief goede algemene voorzieningen. 30 50%
FORMATIE WIJKTEAMS In 2020 is de integrale beleidsvisie Inwoner Voorop vastgesteld. Het aantal meldingen bij de wijkteams is in het 1e half jaar afgenomen, maar in hert 2e half jaar weer toegenomen. De impact van deze toename en de gevolgen van corona zijn nog onzeker. Wijkteams kampen met een tekort aan FTE's. Onderdeel van het herstelplan en in lijn met Inwoner Voorop zijn maatregelen voorzien die het beroep op (de professionals van) het wijkteam moet terugdringen. Bijvoorbeeld door het meer inzetten van vrijwilligers of door een groter beroep op het wijknetwerk. 190 50%
MINIMABELEID Het beroep op minimavoorzieningen neemt toe door o.m. toename aantal bijstandsgerechtigden. Geen. In beginsel zijn deze regelingen 'open-einde-regelingen' waardoor het gebruik niet stuurbaar is. Het bereik, dus de mate waarin burgers worden gewezen op deze voorzieningen, is wel stuurbaar. 0 0%
VERZEKERINGEN Beperken grote risico's door het afsluiten van verschillende verzekeringen met een zo laag mogelijke premie. De Uitgebreide gevaren verzekering (UGV) en de Aansprakelijkheids+-verzekering (AVG) zijn opnieuw aanbesteed. De eigen risico's zijn verhoogd om een zo laag mogelijke premie te krijgen. Mogelijk is hierdoor een hoger bedrag nodig voor schadeclaims. 250 10%
ACHTERSTALLIG ONDERHOUD De laatste jaren wordt minder onderhoud gepleegd bij eventueel af te stoten panden. Hierdoor ontstaan veiligheidsrisico's. Voor alle panden is een meerjarenonderhoudsplan opgesteld en het onderhoud wordt planmatig bijgehouden. 300 25%
LEEGSTAND Minder inkomsten uit huur door wegvallen commerciele huurders door faillissement/verhuizing. Toename leegstaande panden door terug levering panden vanuit de organisatie (scholen, sportfaciliteiten) Waardevermindering door leegstand. Jaarlijks wordt de lijst af te stoten bezit vastgesteld met als doel de vastgoedportfeuille te beperken tot de kerntaak. Dit leidt tot minder leegstand en een betere inzet van het vastgoed. 100 99%
ASBESTSANERING Wegens aanscherping van de wetgeving bij verkoop van een pand is een asbest-inventarisatie en een kostenraming nodig. Aanwezigheid van asbest leidt tot: a. lagere verkoopopbrengst; b. afzonderlijk scheiden van asbest bij sloop; c. asbestsanering toepassen bij het reguliere of planmatig onderhoud. Bij elke verkoop of sloop wordt standaard een asbestinventarisatie uitgevoerd. Het risico van aanwezigheid van asbest dat niet bij de inventarisatie is geconstateerd wordt zoveel mogelijk overgedragen aan koper. 150 50%
GRONDEXPLOITATIES: VERTRAGING PLANNEN Als gevolg van planvertraging van grondexploitaties, bestaat de kans op nadelig effect op het financiële resultaat. Continue toetsing grondopbrengsten en kosten (2x pj én na elke grondafname), openbare aanbestedingen, goede marketing en communicatie, tijdige onderzoeken e.d. 291 10%
GRONDEXPLOITATIES: DIVERSE SPECIFIEKE RISICO'S Als gevolg van diverse factoren die bij grondexploitaties kunnen optreden bestaat de kans op effecten op het financiële resultaat. Continue toetsing grondopbrengsten en kosten (2x pj én na elke grondafname), openbare aanbestedingen, goede marketing en communicatie, tijdige onderzoeken enzovoorts. 301 33%
SPEELAUTOMATEN-HAL Een beroepszaak tegen een verleende speelautomaten-vergunning heeft geleid tot een gedeeltelijke onverbindendheid van de Verordening Speelautomatenhal Vlaardingen 2008 In maart 2019 is een nieuwe vergunning verleend, die eveneens wordt aangevochten. De procedure daartoe loopt op dit moment. De eiser kan nog steeds een schadeclaim bij de gemeente indienen. Nieuwe procedure doorlopen. 500 50%

Kengetallen weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Kengetallen weerstandsvermogen

De voorgeschreven set van kengetallen geeft in samenhang een goed inzicht in de financiële positie van een gemeente.
Als gevolg van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeente (BBV) worden kengetallen opgenomen voor:

  • De netto schuldquote
  • De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
  • De solvabiliteitsratio
  • De structurele exploitatieruimte
  • De grondexploitatie
  • De belastingcapaciteit

Bij ministeriële regeling zijn regels vastgesteld over de wijze waarop de kengetallen moeten worden vastgesteld en op welke wijze deze in de begroting worden opgenomen. In onderstaande tabel worden de kengetallen weergegeven, waarna elk kengetal nader wordt toegelicht.

 

 

Kengetallen Rek Begr Begr Begr Begr Begr
2020 2021 2022 2023 2024 2025
Netto schuld-quote (excl erfpacht) 70,5% 107,7% 87,0% 76,9% 69,5% 64,0%
Netto schuld-quote gecorrigeerd voor verstrekte leningen (excl erfpacht) 69,7% 106,8% 86,3% 76,2% 68,8% 63,4%
Netto schuld-quote (incl erfpacht) 81,4% 119,3% 97,5% 86,8% 78,7% 73,2%
Netto schuld-quote gecorrigeerd voor verstrekte leningen (incl erfpacht) 80,6% 118,5% 96,7% 86,0% 78,0% 72,6%
Solvabiliteitsratio 12,2% 11,7% 11,6% 12,4% 13,4% 14,2%
Grondexploitatie 4,6% 5,9% 5,9% 4,8% 2,6% 1,9%
Structurele exploitatieruimte 0,7% -3,9% 0,1% 0,1% 0,2% 0,1%
Gemeentelijke belastingcapaciteit 102,0% 106,3% 103,6% 104,7% 104,7% 104,7%

In onderstaand tabel worden de VNG-normen behorende bij de kengetallen weergegeven.

Kengetallen VNG Normen Minst risicovol Neutraal Meest risicovol
Netto schuld-quote < 90% tussen 90% en 130% > 130%
Netto schuld-quote gecorrigeerd voor verstrekte leningen < 90% tussen 90% en 130% > 130%
Solvabiliteitsratio > 50% tussen 20% en 50% < 20%
Grondexploitatie < 20% tussen 20% en 35% > 35%
Structurele exploitatieruimte > 0% 0% < 0%
Gemeentelijke belastingcapaciteit < 95% tussen 95% en 105% > 105%

Netto schuldquote

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Netto schuldquote

De netto schuldquote beoordeelt de schuld als aandeel van de inkomsten. Eenvoudig gezegd betekent een netto-schuldquote van 100% dat de schuldenlast de omvang heeft van een jaaromzet.
Een grote portefeuille uitgeleende gelden aan derden en aan verbonden partijen kan het beeld nuanceren. Daarom is ook een kengetal opgenomen waarin de netto schuldquote gecorrigeerd wordt voor verstrekte leningen. De indicator vertoont ratio’s iets boven de 100 in afnemende lijn en is daarmee redelijk neutraal.

In het coalitieakkoord is een maximale schuldquote afgesproken van 110%. Hier blijven we derhalve ruimschoots binnen.

Netto schuldquote & quote minus verstrekte leningen Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
bedragen x € 1.000 2020 2021 2022 2023 2024 2025
A1. Vaste schulden (leningen o/g) 240.000 235.000 220.000 210.000 210.000 200.000
A2. Vaste schulden (afkoopsommen erfpacht) 32.408 31.301 29.917 28.533 27.149 27.149
B. Netto vlottende schulden 7.701 7.500 7.500 7.500 7.500 7.500
C. Overlopende passiva 26.897 88.355 75.954 66.289 50.605 49.216
D. Financiële vaste activa (> 1 jaar):
D1. - uitzettingen 5.701 5.906 5.906 5.906 5.906 5.906
D2. - verstrekte leningen en uitzettingen 8.144 8.111 8.163 8.063 7.963 7.733
E. Uitzettingen < 1 jaar 50.123 10.000 10.000 10.000 10.000 10.000
F. Liquide middelen 115 500 500 500 500 500
G. Overlopende activa 8.817 24.500 38.789 44.481 47.256 51.601
Netto schuld 242.250 321.250 278.176 251.435 231.592 215.858
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen 239.807 319.045 275.919 249.278 229.535 214.031
H. Baten, excl. onttrekkingen reserves 297.541 269.311 285.193 289.782 294.352 294.766
Vaste schuld exclusief afgekochte erfpachten
Netto schuldquote = (A+B+C-D1-E-F-G)/H x 100% 70,5% 107,7% 87,0% 76,9% 69,5% 64,0%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen = (A+B+C-D2-E-F-G)/H x 100% 69,7% 106,8% 86,3% 76,2% 68,8% 63,4%
Vaste schuld inclusief afgekochte erfpachten
Netto schuldquote = (A+B+C-D1-E-F-G)/H x 100% 81,4% 119,3% 97,5% 86,8% 78,7% 73,2%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen = (A+B+C-D2-E-F-G)/H x 100% 80,6% 118,5% 96,7% 86,0% 78,0% 72,6%

Solvabiliteitsratio

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Solvabiliteitsratio

De solvabiliteitsratio wordt berekend als verhouding tussen de verschillende vermogenscomponenten. Het gaat erom inzicht te krijgen in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Het kengetal geeft weer in hoeverre de in de activa geïnvesteerde vermogen door het eigen vermogen kan worden gefinancierd. Wanneer de helft of meer van het totaal vermogen uit eigen vermogen bestaat, dan is een gemeente voldoende solvabel. Is het kengetal voor solvabiliteit kleiner dan 30%, dan is er veel vreemd vermogen aanwezig en wordt dat als onvoldoende beoordeeld. Versterking van het eigen vermogen, lees de algemene reserve, is al enkele jaren ons streven mede vanwege de ons gestelde norm voor voldoende weerstandscapaciteit.

Solvabiliteitsratio Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
bedragen x € 1.000 2020 2021 2022 2023 2024 2025
A. Eigen vermogen 45.592 43.281 41.582 42.702 44.914 46.906
B. Totaal activa (totaal vermogen) 372.322 368.734 359.207 344.320 334.559 329.271
Solvabiliteitsratio = A/B x 100% 12,2% 11,7% 11,6% 12,4% 13,4% 14,2%

De indicator stijgt naar 14,2 % in 2025. In het coalitieakkoord is afgesproken om als ondergrens een solvabiliteitspercentage te hanteren binnen een bandbreedte van 16% tot 20%, zonder daarbij de daaraan verbonden risico’s uit het oog te verliezen. Deze ondergrens van 16% wordt dus nog niet gehaald.

Grondexploitatie

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Grondexploitatie

Het financiële kengetal ‘grondexploitatie’ geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Wanneer een gemeente grond tegen de veel lagere prijs van landbouwgrond heeft aangekocht, loopt ze veel minder risico dan wanneer er dure grond is aangekocht en de vraag naar woningen is gestagneerd.
Een norm bepalen voor het kengetal grondexploitatie is lastig. De boekwaarde van de gronden in bezit zegt namelijk nog niets over de relatie tussen de vraag en aanbod van woningbouw dan wel m2-bedrijventerrein. Daarnaast is het van wezenlijk belang wat de te verwachte vraag zal zijn. De paragraaf Grondbeleid en het Meerjarenprogramma Grondzaken (MPG) bieden hierin meer inzicht.

De boekwaarde van de gronden geeft wel weer in welke mate er middelen zijn aangewend in de grondexploitatie. Dit geld dient namelijk ook nog terugverdiend te worden.

Grondexploitatie Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
bedragen x € 1.000 2020 2021 2022 2023 2024 2025
Boekwaarden niegg's:
A. Boekwaarde grondexploitaties 13.708 15.914 16.636 13.837 7.499 5.068
B. Baten, excl. onttrekkingen reserves 296.776 269.311 280.299 287.890 290.543 262.761
Grondexploitatie = A / B x 100% 4,6% 5,9% 5,9% 4,8% 2,6% 1,9%

Hoe kleiner het aandeel van de grondpositie is ten opzichte van de totale geraamde baten, hoe kleiner het risico is op het onvermogen om verliezen te kunnen opvangen. Een percentage kleiner dan 20 wordt als gunstig beschouwd. De ratio geeft een afname weer die het gevolg is van voltooiing van grondexploitaties.

Structurele exploitatieruimte

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Structurele exploitatieruimte

Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt ook het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten.

Het BBV bepaalt dat een overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma wordt opgenomen. Met behulp van deze gegevens en de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves, waarvan op grond van het BBV eveneens een overzicht moet worden opgenomen, wordt de structurele exploitatieruimte bepaald. Uit onderstaande tabel blijkt een negatieve uitkomst, hetgeen betekent dat er geen ruimte is om een stijging van structurele lasten te kunnen opvangen.

Structurele exploitatieruimte Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
bedragen x € 1.000 2020 2021 2022 2023 2024 2025
A. Structurele lasten 287.141 273.564 282.656 287.786 292.346 292.954
B. Structurele baten 288.162 268.766 284.026 289.211 294.012 294.420
C. Structurele toevoegingen aan reserves 2.821 5.171 1.229 910 923 923
D. Structurele onttrekkingen aan reserves 3.966 -545 245 -87 -87 -117
E. Baten, exclusief onttrekkingen reserves 296.776 269.311 284.841 289.436 294.012 294.420
Structurele exploitatie ruimte in % = (((B-A)+(D-C))/(E) x 100% 0,7% -3,9% 0,1% 0,1% 0,2% 0,1%

Belastingcapaciteit

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Belastingcapaciteit

De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De definitie van het kengetal belastingcapaciteit luidt: woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar ten opzichte van het landelijk gemiddelde in jaar t-1 uitgedrukt in een percentage.

Gemeentelijke belastingcapaciteit Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
Bedragen x € 1 2020 2021 2022 2023 2024 2025
A. OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 288 288 301 315 319 324
B. Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 161 161 169 172 174 177
C. Afvalstoffenheffing voor een gezin 356 356 372 378 383 389
D. Eventuele heffingskorting voor een gezin 0 0 0 0 0 0
E. Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 805 805 842 864 877 890
F. Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1 789 757 813 825 837 850
Gemeentelijke belastingcapaciteit in % = (E/F) x 100% 102,0% 106,3% 103,6% 104,7% 104,7% 104,7%

Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Inleiding

Deze paragraaf, in combinatie met de onderliggende beleids- en beheerplannen, geeft inzicht in de stand van het onderhoud van wegen, riolering, gebouwen et cetera en de bijbehorende onderhoudskosten.

De gemeente Vlaardingen heeft ruim 7 km² openbare ruimte in beheer. In die ruimte bevindt zich een groot aantal kapitaalgoederen. Deze goederen moeten onderhouden worden. Dit is een taak die continu budgettaire middelen vergt.

In onderstaande tabel worden de kerncijfers voor wegen, riolering, water en groen weergegeven. Deze data zijn afkomstig uit de gemeentelijke beheersystemen. Het muteren van gegevens vindt plaats na afronding van werkzaamheden. Hierdoor lopen de gepresenteerde kerncijfers enigszins achter op de werkelijke situatie.

Omschrijving Kerncijfers Percentage
Aantal kilometers wegrijbanen* 198 kilometer 100%
waarvan binnen de bebouwde kom 186 kilometer 94%
waarvan buiten de bebouwde kom 12 kilometer 6%
Oppervlakte wegennet rijbanen 1.401.885 m² 100%
waarvan klinkers 974.865 m² 70%
waarvan asfalt 427.020 m² 30%
Aantal kilometers fietspad* 76 kilometer 100%
waarvan binnen de bebouwde kom 66 kilometer 87%
waarvan buiten de bebouwde kom 10 kilometer 13%
Oppervlakte fietspaden 220.440 m² 100%
waarvan klinkers 108.145 m² 49%
waarvan asfalt 112.295 m² 51%
Oppervlakte overig 1.485.525 m² 100%
waarvan klinkers 1.421.247 m² 95%
waarvan asfalt 64.278 m² 5%
Totaal verharding openbare ruimte 3.107.850 m² 100%
waarvan klinkers 2.504.257 m² 80%
waarvan asfalt 603.593 m² 20%
Aantal rioolaansluiting 36.294 stuks (heffingseenheden)
Aantal trottoir- en straatkolken 23.000 stuks
Aantal gemalen en pompputten 51 stuks
Aantal minigemalen drukriolering 55 stuks
Lengte vrijverval riolering 275 kilometer
Lengte persleiding en drukriolering 36 kilometer
Aantal bruggen 130 stuks
Aantal lichtmasten 13.312 stuks
Aantal armaturen 14.114 stuks
Aantal lampen 14.576 stuks
Aantal duikers
Lengte watergangen 8 kilometer HHD, 2,4km gemeente
Oppervlakte beplantingen 731.123 m²
Oppervlakte gazon 989.270 m²
Oppervlakte ecologisch gras 1.527.131 m²
Oppervlakte water singels 561.305 m²
Lengte sloten 92.385 m²
Aantal bomen 28.615 stuks
* totaal wegennet (rijbaan/fietspad) 274 kilometer, waarvan 92% binnen de bebouwde kom en 8% buiten de bebouwde kom

In onderstaande tabel worden de kerncijfers voor gebouwen weergegeven.

Functie/doel Aantal
Maatschappelijk
- Dienstgebouw 15
- Wijkcentrum 3
- Overig 10
- Kerktoren 4
- Multifunctioneel 3
- Kinderopvang 1
- Zaalsport 7
- Onderwijs 37
- Veldsport 10
Economisch
- strategisch 2
- overig 30
- rioolgemaal 6
Totaal 128

Beheerplannen en planning

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Beheerplannen en planning

In het BBV wordt gesteld dat voor tenminste de kapitaalgoederen wegen, riolering, water, groen en gebouwen het volgende wordt aangegeven:

  • Het beleidskader
  • De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties
  • De vertaling van de financiële consequenties in de begroting.

Onderstaand volgt een overzicht van de geldende beheerplannen, waarna per beheerplan een nadere toelichting is opgenomen.

Van ieder substantieel kapitaalgoed wordt vervolgens het beleidskader aangegeven, gekoppeld aan het geldende beheerplan. Daarna volgt een verantwoording over de uitvoering in het afgelopen jaar. Op basis van de beheerplannen en actuele ontwikkelingen stelt de gemeente jaarlijks in november een integraal plan op voor het onderhoud van alle kapitaalgoederen.

Beheerplannen Door de raad vastgesteld d.d. Looptijd t/m Programma
Wegen 17 juni 2021 n.v.t. 4. Verkeer en mobiliteit
Civieltechnische kunstwerken 17 juni 2021 n.v.t. 4. Verkeer en mobiliteit
Riolering en grondwater 31 januari 2019 n.v.t. 3. Groen en milieu
Waterbodems (Waterplan) 28 november 2013 n.v.t. 4. Verkeer en mobiliteit
Groenvoorzieningen April 2012 n.v.t. 3. Groen en milieu
Kades en glooiingen 19 februari 2015 n.v.t. 6. Onderwijs, economie en havens
Havens Zie kades en glooiingen n.v.t. 6. Onderwijs, economie en havens
Oppervlaktewater (Waterplan) 28 november 2013 n.v.t. 3. Groen en milieu
Ondergrondse containers - n.v.t. 3. Groen en milieu
Speeltoestellen 2013 n.v.t. 9. Sport en recreatie
Openbare verlichting 18 september 2014 n.v.t. 4. Verkeer en mobiliteit
Verkeersregelinstallaties (Nota verkeerslichten) Ter kennisname raad 18 december 2012 n.v.t. 4. Verkeer en mobiliteit
Gebouwen 8 maart 2014 B&W n.v.t. 1. Bestuur, participatie en dienstverlening
Nota grondbeleid 7 april 2011 Raad n.v.t. 5. Wonen
Nota Vastgoed Niet voorgelegd aan Raad n.v.t. 1. Bestuur, participatie en dienstverlening

Wegen en civieltechnische kunstwerken (CTK)

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Wegen en civieltechnische kunstwerken (CTK)

Beleids- en beheerkaders
Tot de beleidskaders behoren het Beheerplan Wegen en het Plan Civieltechnische kunstwerken. Bepalend voor de wijze en het niveau waarop het wegenbeheer en het beheer civieltechnische kunstwerken worden uitgevoerd, zijn de kaders uit de beleids- en beheerplannen Wegen en Civieltechnische kunstwerken. De actuele areaal- en inspectiegegevens en technische levensduur zijn leidend.

Wegen
Het onderhoudsniveau is C (sober). De wegen worden 1x per 2 jaar geïnspecteerd. Op basis hiervan wordt het onderhoud en het moment van vervanging bepaald. Acute maatregelen worden per direct opgepakt om de veiligheid in de openbare ruimte te waarborgen.

Civieltechnische kunstwerken
Het onderhoud voor CTK wordt uitgevoerd op niveau C (sober). Uitgangspunt hierbij is dat technisch adequaat onderhoud plaatsvindt, waarbij het kapitaalgoed duurzaam in stand gehouden wordt. Voor de civieltechnische kunstwerken geldt dat het basis instandhoudingsniveau (heel, veilig en toegankelijk) wordt gegarandeerd. De civieltechnische kunstwerken worden 1x per 3 jaar gedetailleerd geïnspecteerd.

Financiën
De financiële consequenties van de beleids- en beheerplannen met de daarbij behorende kwaliteitskeuze zijn in deze begroting verwerkt in het programma Verkeer en Mobiliteit. Conform de beleids- en beheerplannen heeft een financiële vertaalslag plaats gevonden.

Omschrijving Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Programma
2020 2021 2022 2023 2024 2025
Klein onderhoud wegen 775.149 689.983 700.159 710.336 720.513 731.321 Verkeer en mobiliteit
Klein onderhoud CTK 154.262 148.738 227.999 231.328 158.727 162.263 Verkeer en mobiliteit
Groot onderhoud wegen 1.550.474 1.497.316 1.519.400 1.541.484 1.563.569 1.587.022 Verkeer en mobiliteit
Groot onderhoud CTK 77.000 77.000 77.000 77.000 77.000 77.000 Verkeer en mobiliteit
Overig onderhoud 416.455 734.046 500.485 507.698 515.002 522.727 Verkeer en mobiliteit
Kapitaallasten CTK 176.793 168.339 170.150 259.357 300.288 300.288 Verkeer en mobiliteit
Totaal 3.150.133 3.315.422 3.195.193 3.327.204 3.335.099 3.380.621
Overig onderhoud heeft o.a. betrekking op onderhoud installatie, onderhoud markeringen, afval gerelateerde zaken, aanschaf materialen, magazijnuitgiftes etc. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Riolering en grondwater

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Riolering en grondwater

Beleids- en beheerkaders
Als beleidskader voor het rioolbeheer geldt het op grond van de Wet milieubeheer verplichte verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (Waterplan, deel 1a). In het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2019 beschrijven wij hoe wij invulling geven aan onze zorgplicht voor de inzameling en het transport van afvalwater, inzameling en verwerking van overtollig regenwater en het voorkomen van structurele grondwateroverlast.

Het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan vertaalt de gemeentelijke ambities voor de rioleringszorg naar concrete doelen, een adequate strategie en benodigde activiteiten. Het dient als leidraad bij het waterrobuust maken van de stad. Nieuwbouwprojecten, herstructureringen en vervangingsopgaven van de riolering grijpen wij aan om vasthoudmaatregelen of extra bergingscapaciteit te realiseren en waar mogelijk verhard oppervlak af te koppelen.

Financiën
De exploitatiekosten van het rioolstelsel worden gedekt uit de opbrengst rioolheffing. Deze lasten en opbrengsten zijn verantwoord in het programma Groen en Milieu. Alle kosten aan het rioolstelsel en de aan de grondwaterzorgplicht gerelateerde activa mogen via de rioolheffing worden doorberekend. De exploitatie van het rioolstelsel is binnen de begroting budgettair neutraal. Eventuele saldi die na afsluiting van een boekjaar ontstaan worden via de spaarvoorziening riolering verrekend.

Omschrijving Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Programma
2020 2021 2022 2023 2024 2025
Klein onderhoud 813.951 920.894 935.470 950.046 964.621 980.366 Groen en milieu
Groot onderhoud IP IP IP IP IP IP Groen en milieu
Overig onderhoud 422.790 609.183 618.168 627.153 636.138 645.680 Groen en milieu
Mutatie voorziening/reserve 3.054.287 2.548.857 2.717.855 2.786.298 2.922.370 3.465.022 Groen en milieu
Kapitaallasten 844.092 925.457 1.041.656 1.012.214 1.004.180 984.032 Groen en milieu
Totaal 5.135.121 5.004.391 5.313.149 5.375.711 5.527.309 6.075.100
Overig onderhoud heeft o.a. betrekking op energiekosten en betaalde belastingen. Het groot onderhoud en vervanging van riolering bij integrale ophogingsprojecten wordt gefinancierd vanmuit het IP. Cijfers zijn exclusief ambtelijke uren.

Waterbodems

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Waterbodems

Beleids- en beheerkaders
De beleidskaders zijn opgenomen in het Waterplan. Diverse wetten zijn kaderstellend en geven verplichtingen voor de waterbeheerder. Het onderhoud van de waterbodems bestaat uit baggeren, dat door het Hoogheemraadschap van Delfland (HHvD) wordt uitgevoerd op basis van een planning die uitgaat van een achtjarige cyclus.

Financiën

De hoofdwatergangen zijn in beheer bij het Hoogheemraadschap van Delfland en de overige watergangen zijn in beheer bij de gemeente. Voor het uitvoeren van dagelijks en groot onderhoud aan watergangen die de gemeente beheert, zijn in deze begroting in het programma Groen en Milieu de benodigde financiële middelen voorzien.

Omschrijving Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Programma
2020 2021 2022 2023 2024 2025
Klein onderhoud 19.377 45.371 19.864 20.153 20.441 20.748 Verkeer en mobiliteit
Groot onderhoud 134.010 145.101 147.242 149.382 151.522 153.795 Verkeer en mobiliteit
Overig onderhoud 2.518 18.657 18.932 19.207 19.482 19.775 Verkeer en mobiliteit
Kapitaallasten 51.098 42.040 6.602 6.511 2.843 2.843 Verkeer en mobiliteit
Totaal 207.003 251.170 192.640 195.253 194.289 197.160
Overig onderhoud heeft o.a. betrekking op energiekosten en betaalde belastingen. Cijfers zijn exclusief ambtelijke uren.

Groenvoorzieningen

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Groenvoorzieningen

Beleids- en beheerkaders
De beleid- en beheerkaders voor het openbaar groen zijn vastgelegd in het Groenplan Vlaardingen Blijvend Groen, de Bomenverordening Vlaardingen 2021 en bijbehorende beleidsregels. Duurzaamheid in inrichting en beheer zijn belangrijke aspecten van het beleid. Het onderhoudsniveau voor het groen is bepaald op niveau Sober. Voor het adequaat en efficiënt uitvoeren van technisch beheer wordt Boom Veiligheids Onderzoek (BVO) uitgevoerd in een driejarige cyclus. Ambities uit het Groenplan worden zoveel mogelijk gerealiseerd door aan te sluiten bij integrale projecten.

Financiën
Voor het uitvoeren van groenonderhoud zijn in de begroting in het programma Groen en Milieu de benodigde financiële middelen voorzien. De ramingen zijn gebaseerd op regulier (jaarlijks terugkerend) onderhoud.

Omschrijving Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Programma
2020 2021 2022 2023 2024 2025
Klein onderhoud 65.078 65.674 66.201 66.727 67.253 67.812 Groen en milieu
Groot onderhoud 2.232.561 2.423.970 2.558.281 2.596.048 2.633.886 2.656.396 Groen en milieu
Overig onderhoud 225.195 228.851 197.749 200.686 203.416 206.467 Groen en milieu
Mutatie voorziening/reserve 23.425 23.425 24.175 24.526 24.877 24.877 Groen en milieu
Kapitaallasten 124.138 142.301 58.715 57.214 55.638 55.638 Groen en milieu
Totaal 2.670.397 2.884.221 2.905.120 2.945.200 2.985.069 3.011.189
Overig onderhoud heeft o.a. betrekking op verwerkingskosten groenafval, betaalde belastingen, huisvestingskosten, aanschaf materiaal. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Kades en glooiingen

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Kades en glooiingen

Beleids- en beheerkaders
De veiligheid en functionaliteit van de kades en glooiingen zijn van groot belang voor de continuïteit van de havenactiviteiten. Het Plan Kades en glooiingen (2015) is de basis voor het beheer van de gemeentelijke kades en glooiingen. Op basis van de opgenomen uitgangspunten worden veiligheid en functionaliteit gewaarborgd. De nadruk in het plan ligt met name bij de technische kwaliteit en minder op de belevingswaarde. Voorafgaand aan het uitvoeringsjaar laten wij een kwaliteitsonderzoek uitvoeren om de definitieve maatregelen op jaarbasis goed in beeld te krijgen.

Financiën
De uitgaven voor kleinschalig en dagelijks onderhoud zijn conform het beheerplan opgenomen in de begroting bij de producten Zeehavens en Binnenhavens binnen het programma Economie en Haven. Groot onderhoud wordt gefinancierd vanuit het Investeringsplan.

Omschrijving Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Programma
2020 2021 2022 2023 2024 2025
Klein onderhoud kades en glooiingen 141.918 144.331 146.459 148.588 150.717 152.978 Onderwijs, economie en haven
Klein onderhoud havens 163.412 166.190 210.963 214.049 217.146 218.057 Onderwijs, economie en haven
Groot onderhoud havens 60.840 61.874 62.787 63.700 64.612 65.581 Onderwijs, economie en haven
Overig onderhoud havens 55.633 43.133 43.769 44.405 45.042 45.717 Onderwijs, economie en haven
Kapitaallasten K&G 747.079 641.942 679.176 672.388 660.391 660.391 Onderwijs, economie en haven
Totaal 1.168.882 1.057.470 1.143.154 1.143.130 1.137.907 1.142.724
Overig onderhoud heeft o.a. betrekking op schadeuitkeringen en acualiseren plan kades en glooiingen. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Oppervlaktewater

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Oppervlaktewater

Beleids- en beheerkaders
Op grond van de Waterwet dragen de gemeente en het Hoogheemraadschap van Delfland samen zorg voor een doelmatig en samenhangend waterbeheer.

Financiën
De financiële consequenties van het gemeentelijke waterbeleid zijn in het Uitvoeringsprogramma (Waterplan, deel 7) vastgelegd. Vanwege het samenwerkingsverband met het Hoogheemraadschap van Delfland geldt hierbij voor een aantal onderdelen een gedeelde financiering. Om de waterkwaliteit en -kwantiteit van het oppervlaktewatersysteem te verbeteren streeft de gemeente naar scheiding van afvalwater (riolering) en hemelwater, het vinden van meer ruimte voor waterberging en het ontwikkelen van natuurvriendelijke oevers. Verder treft de gemeente maatregelen in de rioleringssfeer. Door de riolering te ontlasten neemt het aantal overstortgebeurtenissen verder af en daarmee de vuilemissie op het oppervlaktewater. Met de beschikbare middelen die in de begroting in het programma Groen en Milieu zijn opgenomen kunnen de onderhoudskosten worden gedekt.

Omschrijving Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Programma
2020 2021 2022 2023 2024 2025
Klein onderhoud 227.643 227.643 234.928 238.342 241.757 245.383 Groen en milieu
Totaal 227.643 227.643 234.928 238.342 241.757 245.383
Het groot onderhoud wordt door de gemeente voor rekening van Midden-Delfland gedaan. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Ondergrondse containers

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Ondergrondse containers

Beleids- en beheerkaders
De gemeente wil met ondergrondse containers het straatbeeld verbeteren en meer service aan bewoners leveren. In totaal zijn er 1125 ondergrondse restafvalcontainers in heel Vlaardingen. Het grootschalig onderhoud is opgenomen in de begroting van het product Afval van het programma Groen en Milieu.

Financiën
De kosten van nieuw te plaatsen ondergrondse containers worden gedekt uit de beschikbaar gestelde investeringskredieten. Dit staat verantwoord in het programma Groen en Milieu. Alle aan de afvalverwijdering en –verwerking gerelateerde kosten mogen via de afvalstoffenheffing worden doorberekend. Daarom is de exploitatie van de afvalverwijdering en –verwerking binnen de begroting budgettair neutraal. Saldi die na afsluiting van een boekjaar ontstaan worden via de
egalisatievoorziening Afvalverwijdering verrekend. Voor de komende jaren worden er maatregelen voorgesteld om de gewenste kostendekkendheid te handhaven.

Omschrijving Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Programma
2020 2021 2022 2023 2024 2025
Klein onderhoud 258.276 258.276 433.028 433.028 433.028 433.028 Groen en milieu
Groot onderhoud IP IP IP IP IP IP IP Groen en milieu
Groot onderhoud 30.987 245.651 249.274 238.937 242.360 245.995 Groen en milieu
Mutatie voorziening/reserve -27.833 -30.515 0 0 0 0 Groen en milieu
Kapitaallasten Irado 491.882 491.882 789.244 789.244 789.244 789.244 Groen en milieu
Kapitaallasten gemeente 607.631 749.160 700.813 691.313 681.814 672.315 Groen en milieu
Totaal 1.360.942 1.714.454 2.172.358 2.152.521 2.146.446 2.140.582
Het groot onderhoud heeft betrekking op het plaatsen van de ondergrondse containers. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Speeltoestellen

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Speeltoestellen

Beleids- en beheerkaders
De gemeente Vlaardingen streeft naar veilige en uitdagende speelplekken, waarmee de leefbaarheid van buurten en wijken worden verbeterd. Een goed en veilig ingerichte openbare ruimte is een onderdeel van een prettige leefomgeving. Hiertoe behoren ook de speelplaatsen. De gemeente stelt kwaliteit boven kwantiteit. Gestreefd wordt naar voldoende speelplaatsen die zo goed mogelijk over de stad verdeeld zijn, aansluiten bij de wensen en behoeften van de gebruikers en technisch goed worden onderhouden. Tot het beleidskader behoort het Speelruimteplan. De speelvoorzieningen worden ieder jaar geïnspecteerd op veiligheid en de staat van onderhoud.

Financiën
Voor de speelvoorzieningen zijn in de begroting in het programma Sport en Recreatie financiële middelen opgenomen voor vervanging en het dagelijks beheer en onderhoud.

Omschrijving Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Programma
2020 2021 2022 2023 2024 2025
Klein onderhoud 100.002 85.045 87.766 89.042 90.318 91.673 Sport en recreatie
Groot onderhoud 240.095 303.305 313.011 317.560 322.110 326.942 Sport en recreatie
Overig onderhoud 5.561 207 214 217 220 223 Sport en recreatie
Kapitaallasten gemeente 3.356 3.356 3.153 3.110 3.067 3.067 Sport en recreatie
Totaal 349.013 391.913 404.144 409.929 415.715 421.904
Overig onderhoud heeft onder andere betrekking op energiekosten. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Openbare verlichting

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Openbare verlichting

Beleids- en beheerkaders
De openbare verlichting draagt bij aan de sociale veiligheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid. De gemeente Vlaardingen blijft de openbare verlichting verder verduurzamen door bij einde levensduur de conventionele verlichting te vervangen door moderne ledverlichting. De gemeente voert zelf de regie, beleidsmatig en operationeel, en laat zich daarbij ondersteunen door specialisten uit de markt. Het onderhoud en spoedreparaties zijn ondergebracht bij een marktpartij.

Financiën
Voor het uitvoeren van dagelijks en groot onderhoud aan de openbare verlichting zijn in de begroting in het programma Verkeer en Mobiliteit de benodigde financiële middelen opgenomen.

Omschrijving Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Programma
2020 2021 2022 2023 2024 2025
Groot onderhoud 256.017 408.659 414.687 420.714 426.741 433.142 Verkeer en mobiliteit
Overig onderhoud 337.033 315.270 319.920 324.570 329.220 334.158 Verkeer en mobiliteit
Kapitaallasten gemeente 208.521 258.957 280.177 299.058 317.648 317.468 Verkeer en mobiliteit
Totaal 801.570 982.886 1.014.784 1.044.341 1.073.609 1.084.769
Overig onderhoud heeft onder andere betrekking op energiekosten. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Verkeersregelinstallaties

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Verkeersregelinstallaties

Beleids- en beheerkaders
De beleidskaders voor de verkeersregelinstallaties zijn vastgelegd in de Nota Verkeerslichten. In deze nota zijn uitgangspunten voor het niveau van beheer en onderhoud en vervanging van verkeersregelinstallaties opgenomen. Het onderhoud en spoedreparaties van de installaties zijn ondergebracht bij een marktpartij.

Financiën
Voor het uitvoeren van dagelijks en groot onderhoud aan de verkeersregelinstallaties zijn in de begroting in het programma Verkeer en Mobiliteit de benodigde financiële middelen opgenomen.

Omschrijving Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Programma
2020 2021 2022 2023 2024 2025
Groot onderhoud 198.103 331.567 336.458 341.348 346.239 351.432 Verkeer en mobiliteit
Overig onderhoud 4.264 0 0 0 0 0 Verkeer en mobiliteit
Kapitaallasten gemeente 264.382 331.572 342.088 351.263 293.101 293.101 Verkeer en mobiliteit
Totaal 466.748 663.139 678.546 692.611 639.340 644.533
Overig onderhoud heeft betrekking op energiekosten. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Gebouwen

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Gebouwen

Beleids- en beheerkaders

In 2021 is het ‘Beheerplan Gemeentelijke Gebouwen’ vastgesteld. Voorheen werkte de gemeente met jaarplannen. Het beheerplan heeft tot doel de gebouwprestaties gedurende de gebruikersperiode van het pand in stand te houden. Regelmatig onderhoud is niet alleen nodig om gebouwen in stand te houden, het bespaart op de langere termijn ook kosten. Het Meerjaren Onderhouds Programma (MJOP) is een middel om structuur te brengen in het onderhoud. Hierin wordt voor elk onderdeel bekeken met welke cyclus en welk budget onderhoud gepleegd dient te worden om de technische kwaliteit te kunnen garanderen.

Het MJOP geldt als basis voor het beheerplan en geeft inzicht in het te reserveren onderhoudsbudget voor de komende jaren. Niet alleen om de dotatie ermee bepalen, maar het MJOP is ook een basis voor een planning van uit te voeren activiteiten voor de komende jaren.

Verduurzamen gemeentelijke panden

Het MJOP is gebaseerd op instandhouding en vervanging zonder extra duurzaamheidsmaatregelen. In het MJOP is rekening gehouden met de volgende uitgangspunt op gebied van duurzaamheid: gebouwen hebben een energielabel, bij vervanging wordt, indien financieel haalbaar, gekozen voor een duurzame variant. Met een bestaand MJOP kan de stap naar verduurzaming makkelijker gezet worden en kan het dienen als opmaat voor het opstellen van een D (Duurzaam)MJOP welke naast het noodzakelijke onderhoud ook inzage in de mogelijkheden voor energiebesparende maatregelen.

Vastgoedbeleid

Met het beheerplan hebben we één van de bouwstenen voor een te ontwikkelen vastgoedbeleid. Hiermee hebben wij een proces in gang gezet om te komen tot een professioneel en optimaal gemeentelijk vastgoedbeleid en vastgoedbeheer.  Gemeentelijk vastgoed biedt de gemeente de mogelijkheid om in bepaalde gevallen maatschappelijke organisaties te huisvesten als deze op de vrije markt niet slagen in het vinden van huisvesting. Tevens is het nodig voor de eigen huisvesting van de gemeentelijke organisatie. Ook kan gemeentelijk vastgoed nodig zijn voor binnenstedelijke- of gebiedsontwikkelingen.

De vastgoedportefeuille is ingericht op basis van de volgende categorieën:

  • Dienstgebouwen
  • Maatschappelijk en Cultureel vastgoed
  • Onderwijsgebouwen en (veld)sportaccommodaties
  • Strategisch bezit
  • Overig (inclusief af te stoten objecten)

Uitgangspunt bij beheer van onze vastgoedportefeuille is dat het bezitten en beheren van vastgoed geen kerntaak van de gemeente is, maar een instrument om beleidsdoelen te bereiken. De huidige gemeentelijke vastgoedportefeuille telt ca. 130 objecten met een totale omvang van 146.000 m² (peildatum 2021). De portefeuille heeft een totale verzekerde waarde van € 353 miljoen. Eén van de doelstellingen is reductie van het aantal m² bezit. Dit doen wij onder andere door verkoop van panden die niet bijdragen aan de (beleids-)doelstellingen van de gemeente.

Omschrijving Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Programma
2020 2021 2022 2023 2024 2025
Klein en groot onderhoud 2.845.000 4.070.000 3.755.000 3.501.000 4.319.000 3.611.000 Bestuur, dienstverlening en participatie
Mutatie voorziening/reserve 285.000 -576.000 -297.000 -119.000 -913.000 -166.000 Bestuur, dienstverlening en participatie
Kapitaallasten gemeente 2.963.000 2.852.000 2.993.000 3.012.000 2.995.000 2.966.000 Bestuur, dienstverlening en participatie
Totaal 6.093.000 6.346.000 6.451.000 6.394.000 6.401.000 6.411.000

Financiering

Inleiding

Terug naar navigatie - Financiering - Inleiding

De treasuryfunctie maakt deel uit van de bredere financiële functie. De treasuryfunctie houdt zich bezig met financiering, risico- en cashmanagement en de hiermee samenhangende baten en lasten. In onze gemeente worden de treasurytaken overwegend centraal uitgevoerd. De uitvoering vindt plaats binnen de kaders van het treasurystatuut. Dit verplichte document (artikel 212, Gemeentewet) is voor het laatst in september 2013 door de raad vastgesteld.

Uitgangspunt

Terug naar navigatie - Financiering - Uitgangspunt

Het treasurystatuut stelt dat het treasurybeleid in onze gemeente defensief van karakter behoort te zijn. Dit betekent dat financiële risico’s, die betrekking hebben op de uitvoering van de treasuryfunctie, beperkt dienen te blijven. Deze risicohouding vloeit enerzijds voort uit het idee dat prioriteit gegeven moet worden aan een ongehinderde continue uitvoering van de publieke taak, anderzijds uit de gedachte dat met gemeenschapsgeld met de nodige voorzichtigheid dient omgegaan te worden.

Doelstellingen

Terug naar navigatie - Financiering - Doelstellingen

In het statuut zijn de algemene doelstellingen van het treasurybeleid opgenomen. Deze luiden als volgt:

  • Het garanderen van een duurzame toegang tot de financiële markten en het beperken van de kosten die daarmee samenhangen.
  • Het beschermen van de gemeentelijke vermogenspositie middels het beheersen van de financiële risico’s.
  • Het optimaliseren van het extern renteresultaat.

In het vervolg van deze paragraaf worden de onderwerpen die bij deze doelstellingen horen, besproken. Allereerst wordt ingegaan op de wijze waarop Vlaardingen haar bezit financiert, daarna worden de risico’s die aan dit financieren verbonden zijn in beeld gebracht, vervolgens wordt stil gestaan bij het kredietrisico op uitzettingen (gelden bij derden) en komt ook het renteresultaat aan de orde.

Financiering

Terug naar navigatie - Financiering - Financiering

Sinds 2015 is de leenschuld dalende. Op dit moment wordt verwacht dat de leenschuld van onze gemeente aan het einde van 2021 op € 220 miljoen uitkomt.  De verwachting is dat er in 2021 geen nieuwe langlopende geldleningen worden aangetrokken.  De verwachting is dat er in 2022 voor € 20  miljoen nieuwe geldleningen worden aangetrokken. Dit is gelijk aan het af te lossen bedrag, de leenschuld zal dus gelijk blijven. In de jaren 2023 tot en met 2025 zien we de leenschuld verder afnemen naar € 200 miljoen ultimo 2025.

Het is beleid (zie onderdeel Renterisico) om jaarlijks € 20 miljoen op de vaste schuld af te lossen en voor zo ver noodzakelijk her te financieren. Alleen in 2020 is er meer afgelost, namelijk € 55 miljoen.  Voor de in 2022 nieuw af te sluiten geldleningen betekent dit dat de looptijd minimaal 11 jaar is omdat het aflossingsschema van de vaste geldleningen in eerdere jaren geen ruimte biedt.
De vlottende schuld bestaat over het algemeen uit leningen met een looptijd van slechts enkele weken. Door voor een korte looptijd te kiezen is het eenvoudiger om in te spelen op het soms grillige verloop van de gemeentelijke geldstromen.

Opbouw leenschuld per 1 januari 2022 Bedrag (x € 1 miljoen)
Vaste component (langlopende leningen) 220
Vlottende schuld (kortlopende leningen) 76
Totaal 296

Renterisico

Terug naar navigatie - Financiering - Renterisico

Financiering en renterisico zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het renterisico van de gemeente Vlaardingen maakt deel uit van het vastgesteld benodigd weerstandsvermogen. Telkens wanneer een geldlening moet worden afgelost en herfinanciering noodzakelijk is, bestaat immers het gevaar dat de begroting geconfronteerd wordt met hogere rentelasten: de nieuwe lening kan door ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt duurder uitvallen dan de oude. Renterisico is niet uit te sluiten, maar kan wel worden gespreid om het risico per begrotingsjaar te beperken.

De Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido) stelt grenzen aan de mate waarin een gemeente zich bloot kan stellen aan renterisico. Ter beperking van dit risico is zowel voor de vaste schuld (langlopende leningen) als voor de vlottende schuld (kortlopende leningen) een wettelijk maximum vastgesteld. Het te lang niet voldoen aan deze limitering kan voor de Provincie, als toezichthouder van de gemeente, aanleiding zijn om maatregelen te nemen. In laatste instantie behoort preventief toezicht op het afsluiten van geldleningen tot de mogelijkheden.

Renterisiconorm Vaste Schuld

Terug naar navigatie - Financiering - Renterisiconorm Vaste Schuld

De renterisiconorm heeft betrekking op de vaste schuld van de gemeente. Vaste schuld ontstaat wanneer geldleningen worden afgesloten met een rentetypische looptijd van 1 jaar of langer. De renterisiconorm moet gemeenten en andere decentrale overheden aanzetten tot spreiding van dit specifieke risico over toekomstige begrotingsjaren.

De totale schuld in verband met het afsluiten van langlopende geldleningen bedraagt begin 2022 € 220 miljoen. Wij hechten eraan om de omvang van onze schulden beheersbaar te houden. Aan schulden zijn immers rentelasten en renterisico’s verbonden. In ons huidige financiële beleid streven wij naar een schuldquote (omvang schulden gerelateerd aan de omvang van onze begroting) van maximaal 100%. Onze schuldquote zit op dit moment iets onder deze norm. In het coalitieakkoord is afgesproken dat wij deze norm de komende jaren iets moeten verhogen tot een plafond van maximaal 110% om de noodzakelijke investeringen in onze stad mogelijk te maken, uiteraard zonder de omvang van de schulden en het renterisico daarbij uit de hand te laten lopen.

Door bij het afsluiten van nieuwe geldleningen voor verschillende looptijden te kiezen wordt het renterisico gespreid. Het treasurybeleid is erop gericht om jaarlijks € 20 miljoen op de vaste schuld her te financieren. Het jaarlijks bedrag waarover de gemeente renterisico loopt blijft hierdoor tot dit bedrag beperkt. Alleen in het jaar 2020 is er € 55 miljoen afgelost. Over de periode 2022 tot en met 2025 bedraagt het totale risicobedrag € 80 miljoen (zie onderstaande overzicht).

Toekomstig beeld renterisico (x € 1 miljoen) 2022 2023 2024 2025
Aflossingen 20 20 20 20
Renteherzieningen 0 0 0 0
Renterisico 20 20 20 20

Om de mogelijke impact van renterisico (vaste schuld) voor de komende vier jaar te kunnen bepalen zijn verschillende rentescenario’s mogelijk. Voor de eenvoud hebben wij gekozen voor een gemiddelde stijging van de toekomstige marktrente met 1%. Als deze stijging zich daadwerkelijk voordoet de komende jaren, dan stijgen de rentelasten met ingang van 2025 met € 800.000 (1% van € 80 miljoen).

Uiteraard zijn ook andere rentescenario’s mogelijk. Welk scenario het meest waarschijnlijke is, is op voorhand niet te zeggen. De financiële markt is onvoorspelbaar, omdat zij van vele factoren afhankelijk is.
Gemeenten zijn niet vrij in het bepalen van de omvang van de jaarlijks te betalen aflossingen. De renterisiconorm geeft aan welk bedrag maximaal per begrotingsjaar kan worden afgelost en kan worden her gefinancierd.

Met een jaarlijks aflossingsbedrag van circa € 20 miljoen blijft onze gemeente de komende jaren ruimschoots binnen de in de Wet Fido opgenomen norm.

Berekening renterisiconorm 2022
A. Begrotingstotaal (lasten, x € 1 miljoen) 287
B. Percentage (gemeenten) 20%
Renterisiconorm (A*B) 57

Renterisico Vlottende Schuld

Terug naar navigatie - Financiering - Renterisico Vlottende Schuld

Vlottende schuld ontstaat wanneer geldleningen worden afgesloten met een rentetypische looptijd die korter is dan 1 jaar. In Vlaardingen gaat het veelal om leningen met een looptijd van 4 weken.

Het financieren door middel van kortlopende geldleningen kent twee voordelen:

  1. Snel kunnen inspelen op schommelingen in de financieringsbehoefte
  2. Het is bij de huidige rentestructuur een relatief goedkope financieringsvorm (momenteel is de rente op kortlopende geldleningen zelfs negatief).

Het treasurybeleid is erop gericht om zoveel mogelijk van deze voordelen te profiteren. De keerzijde van de medaille is echter de korte rentevastheid (renterisico) van kortlopende leningen. Om te voorkomen dat decentrale overheden zich teveel laten leiden door de voordelen van deze financieringsbron is door de wetgever de kasgeldlimiet ingesteld. Deze kasgeldlimiet stelt een maximum aan de omvang van de vlottende schuld.

Berekening kasgeldlimiet 2022
A. Begrotingstotaal (lasten, x € 1 miljoen) 287
B. Percentage (gemeenten) 8,5%
Kasgeldlimiet (A*B) 24

Door tijdig en in voldoende mate langlopende leningen af te sluiten, voorkomen we dat de kasgeldlimiet te lang, dat wil zeggen meer dan twee achtereenvolgende kwartalen, wordt overschreden.
De rente op de geldmarkt is op dit moment extreem laag. Het is echter niet uit te sluiten dat de Europese Centrale Bank (ECB) haar tarieven gaat verhogen. Uitgaande van een gemiddeld bedrag aan vlottende schuld van € 5 miljoen heeft een stijging van de geldmarktrente met 1% een toename van de rentekosten met
€ 50.000 tot gevolg. Deze mogelijke extra kosten geven een goede indruk van welk risico Vlaardingen komend jaar loopt. Ook nu geldt dat andere rentescenario’s mogelijk zijn. Welk scenario het meest waarschijnlijke is, is echter op voorhand niet te zeggen. De gemeentelijke rentevisie stelt namelijk dat toekomstige rentestanden nauwelijks tot niet voorspelbaar zijn.

Prognose netto vlottende schuld per kwartaal 2022
1 januari 2022 0
31 maart 2022 0
30 juni 2022 0
30 september 2022 € 10 miljoen
31 december 2022 € 10 miljoen

Debiteurenrisico Uitstaande Gelden

Terug naar navigatie - Financiering - Debiteurenrisico Uitstaande Gelden

Aan het voor langere tijd verstrekken van gelden aan derden kleeft het gevaar dat deze derden op een veelal onvoorzien moment niet meer aan hun verplichtingen kunnen voldoen. Dit kan ertoe leiden dat enerzijds een openstaande vordering als oninbaar moet worden afgeboekt (ten laste van de algemene reserve) en, anderzijds een deel van de rente-inkomsten wegvalt. In principe kan door de gemeente om twee redenen geld aan derden worden uitgeleend. Ten eerste wanneer dit in functie van de publieke taak gebeurt, ten tweede wanneer er voor een bepaalde tijd sprake is van een overschot aan liquide middelen. Deze laatste situatie heeft zich de afgelopen jaren niet meer voorgedaan. Het treasurybeleid is er namelijk op gericht om de geldstromen van onze gemeente zo te sturen dat overschotten worden voorkomen, dan wel zo snel als contractueel mogelijk is in te zetten ter verbetering van de schuldpositie en daarmee ter verlaging van het debiteurenrisico.
In onderstaand overzicht is aangegeven bij welke partijen er begin 2022 nog gelden uitstaan.

Debiteur/geldnemer (x € 1 miljoen) Restantbedrag 1 januari 2022 Ontstaansgrond
Stimuleringsfonds Volkshuisvesting 5,5 Volkshuisvesting
Ambtenarenhypotheken 0,5 Arbeidsvoorwaarde
Dierentehuis Nieuwe Waterweg 0,1 Nieuwbouw
Totaal 6,1

Bovenstaand overzicht vermeldt dus uitsluitend geldleningen die verstrekt zijn in het kader van de publieke taak. Bij deze categorie van geldleningen speelt het debiteurenrisico een betrekkelijk ondergeschikte rol. Aan het maatschappelijk belang, dat verbonden is aan het verstrekken van een dergelijke lening, is tijdens de besluitvorming immers een hogere prioriteit toegekend dan aan het bijbehorende financiële risico.

Renteresultaat 2022

Terug naar navigatie - Financiering - Renteresultaat 2022

Aan het afsluiten van geldleningsovereenkomsten zijn uiteraard rentelasten verbonden. Naast renteverrekeningen met derden vinden ook interne verrekeningen plaats, bijvoorbeeld ten laste van begrotingsprogramma’s waarvoor in het verleden investeringen zijn gedaan. De interne rekenrente voor het begrotingsjaar 2022  is voor deze investeringen op 1,0 % bepaald.

Hieronder ziet u het renteschema van de gemeente Vlaardingen.

Renteschema, x € 1.000 Begroting
A. De externe rentelasten over de korte en lange financiering + 2.686
B. De externe rentebaten -/- -32
Totaal door te rekenen externe rente 0 2.654
C1. De rente die aan de grondexploitaties moet worden doorberekend -/- -332
C2. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend -/- 0
C3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (=projectfinanciering) die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend -/- 0
Saldo door te rekenen externe rente 0 2.322
D1. Rente over eigen vermogen + 0
D2. Rente over voorzieningen (gewaardeerd tegen contante waarde) + 0
De aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toe te rekenen rente 0 2.322
E. De werkelijk aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag) -/- -2.022
F. Renteresultaat op het taakveld Treasury 0 300

Het totaal door te rekenen externe rente van € 2,7 miljoen wordt omgeslagen op het totaalbedrag van de verwachte boekwaarde van de materiële vaste activa per 1 januari 2022 van € 288 miljoen. Hieruit volgt een percentage van 1,4% dat wij afronden op 1,5%. Het BBV staat een afwijking toe van maximaal 0,5%. De afronding met 0,1% geeft een renteresultaat van ongeveer € 0,3 miljoen. 
Het renteresultaat maakt net als de algemene uitkering, de gemeentelijke heffingen en de dividendinkomsten, deel uit van de algemene dekkingsmiddelen. Het renteresultaat is volgens het bovenstaande schema van de commissie BBV berekend. Hiermee wordt inzicht gegeven in de rentelasten externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening. Het toerekenen van rente aan de andere taakvelden vindt plaats via het taakveld treasury.

Bedrijfsvoering

Sturingsfilosofie

Terug naar navigatie - Bedrijfsvoering - Sturingsfilosofie

We willen een organisatie zijn, waarin de focus ligt op de stad. De maatschappelijke vragen en opgaven in onze stad zijn complex en veelzijdig. De aanpak daarvan vraagt om een daarbij passende manier van werken en soms andere vaardigheden van management en medewerkers. Om op nieuwe manieren te gaan werken, dient er een gemeenschappelijk kader en taal ontwikkeld te worden en dient er een sturingsfilosofie te zijn die zorgt voor duidelijkheid en die richting geeft aan de organisatie. De nieuwe sturingsfilosofie is op de stad gericht. Alles draait om onze dienstverlening naar inwoners en bedrijven en het bevorderen van de leefbaarheid. Onze (werk)processen zijn hierop gericht en ondersteunen dit. Daarmee willen we zoveel mogelijk van waarde zijn voor de stad. Dat vraagt om een organisatie die wendbaar is en slagkracht kan tonen, maar ook betrouwbaar en zorgvuldig werkt aan het realiseren van gezamenlijke opgaven en ambities.

Personeel en organisatie

Terug naar navigatie - Bedrijfsvoering - Personeel en organisatie

Organisatieontwikkeling
We hebben begin 2021 een nieuwe sturingsfilosofie vastgesteld, waarin een aantal leidende (sturings)principes zijn verankerd: het (kunnen) nemen van verantwoordelijkheid, samenwerken, opgavegerichtheid, de blik naar buiten richten (omgevingsgerichtheid) en lerende mensen. Lerende mensen (medewerkers), omdat een organisatie verandert wanneer mensen veranderen. Tegelijk met de nieuwe sturingsfilosofie zijn de kernwaarden opnieuw bepaald: samen, professioneel, leren en trots. Daarnaast is de structuur van de organisatie aangepast in een proces-opgavenmodel. De nieuwe directie, die vanaf september 2021 aan de slag is gegaan, gaat verder vormgeven aan de gewenste ontwikkelingen.

Voor zowel 2021 als in 2022 is het cruciaal dat wij als organisatie leren omgaan met de nieuwe realiteit van het toekomstgericht werken en structureel de focus hebben op de ontwikkeling van onze medewerkers met het oog op goed werkgeverschap en ervoor zorgen dat medewerkers vanuit een online werkomgeving toch de verbinding blijven behouden met de organisatie. Het management dient gefaciliteerd te worden hoe maatwerk te leveren qua sturing en hoe we op afstand zo goed en veilig mogelijk dienen samen te werken, met elkaar en met de stad. We blijven inzetten om pro- actieve maatregelen uit te zetten om de fysieke en mentale gezondheid van onze medewerkers, oftewel duurzame inzetbaarheid te stimuleren.

Investering in medewerkers
Onze medewerkers bepalen het succes van onze organisatie. Daarom brengen we jaarlijks in het kader van strategische personeelsplanning in kaart of we voldoende, goed gekwalificeerde medewerkers hebben, helder hebben waar we als organisatie heen willen, welke talenten en competenties daarbij belangrijk zijn, wat je als organisatie ‘in huis hebt’ en of je die voldoende benut, waar het aan ontbreekt en wat op termijn nodig is.
De richting die wij de afgelopen jaren zijn ingeslagen met betrekking tot het investeren in onze medewerkers sluit aan bij de nieuwe sturingsfilosofie. We zetten deze koers daarom ook de komende jaren voort: wij vragen van onze medewerkers dat zij ontwikkeling, zowel als op inhoudelijk als persoonlijk vlak, zien als een continu proces waarbij zij zelf hun pad daarin kiezen en de regie nemen, zich professioneel inzetten en bovenal verantwoordelijkheid nemen voor de bijdrage die ze leveren aan de organisatie en aan de stad.

Wij faciliteren onze medewerkers door trainingen en ontwikkeltrajecten aan te bieden. Het vele thuiswerken van de afgelopen periode heeft duidelijk gemaakt dat we dienen te investeren in onze digitale vaardigheden, ook met het oog op het hybride werken. De pandemie (en de introductie van het hybride werken) heeft het proces van digitaal werken versneld. Vanaf 2022 wordt het opleidings-en cursusaanbod uitgebreid zodat medewerkers de digitale vaardigheden verder kunnen (door)ontwikkelen en verbeteren. Ook worden er expliciete trainingen aangeboden om digitaal te kunnen samenwerken, zodat medewerkers in staat zijn om op een zo efficiënt en veilig mogelijke manier digitaal samen te werken en informatie te vinden en te delen. Ook om aan te sluiten op de digitaal steeds sneller veranderende omgeving om de verbinding met de samenleving en ketenpartners te behouden. Aan de hand van de businesscase welke in december 2021 is opgeleverd, wordt in 2022 de implementatie uitgevoerd.

De leergang "Zo werkt Vlaardingen samen', is vorig jaar ingezet om medewerkers te leren omgaan met de verschillende kanten van het samenwerken in een complexe omgeving. In 2022 wordt hieraan verder vervolg gegeven. Deze leergang ondersteunt in belangrijke mate de Vlaardingse manier van (opgave en omgevingsgericht) werken.
De ontwikkeling van de organisatie naar een proces-opgavenmodel vanuit vernieuwde sturingsprincipes betekent ook een andere rol voor de (team)managers. Om hen hierop voor te bereiden en te ondersteunen is in het 4e kwartaal van 2021 een leiderschapstraject gestart dat bestaat uit een meerdaags opleidingsprogramma. Dit leiderschapstraject wordt in 2022 gecontinueerd en jaarlijks geborgd. Daarnaast worden er sessies rondom de sturingsprincipes en opleidingsactiviteiten in 2022 beschikbaar gesteld voor medewerkers, die passen bij de kernwaarden en sturingsprincipes.

Beheersing kosten van extern ingehuurd personeel
Met strategische personeelsplanning verwachten we daarnaast nog beter invulling te kunnen geven aan de wens (zoals verwoord in de motie ‘grip op externe inhuur’) om meer inzicht te krijgen in de achtergrond, de beweegredenen en in de kosten met betrekking tot het inhuren van extern personeel.

Bij de bespreking van de kadernota 2020 heeft de raad een motie aangenomen waarin onder meer is gevraagd om in deze paragraaf aan te geven op welke wijze de kosten van externe inhuur worden beheerst en hoe hiermee wordt voorkomen dat in de toekomst negatieve resultaten ontstaan. Managers binnen de ambtelijke organisatie hebben de mogelijkheid om binnen de financiële kaders van de begroting externe medewerkers in te huren wanneer hiertoe de noodzaak bestaat. Deze noodzaak kan ontstaan wanneer vacatures moeilijk vervuld kunnen worden of wanneer slechts tijdelijk inzet van een bepaalde specialisme benodigd is. Tijdelijke externe inhuur kan dan uitkomst bieden. De financiële ruimte die hiervoor beschikbaar is, kan bestaan uit specifieke inhuurbudgetten, niet bestede loonkostenbudgetten door onvervulde vacatures of projectbudgetten. Managers kunnen niet extern ingehuurd worden wanneer de financiële ruimte ontoereikend is. Iedere maand wordt daarop gestuurd door het Centraal Directie team (CDT). Zij bespreken iedere maand een rapportage met de stand van zaken.

Aantrekken en behouden van het juiste talent
De coronacrisis heeft tot nu toe weinig zichtbaar effect op de krapte op de (gemeentelijke) arbeidsmarkt. We blijven ons de komende periode dan ook niet alleen richten op het vinden van nieuwe talenten, maar zeker ook op het binden en boeien van alle talenten die wij in huis hebben. Dat doen we door met medewerkers in gesprek te blijven over hun ontwikkeling en ambities en samen met hen te bekijken welke mogelijkheden er in de organisatie zijn (functieroulatie, deelname projectteams, mentor voor nieuwe collega’s etc.) Het management speelt hierin een belangrijke rol; zij (her)kennen de kwaliteiten van hun medewerkers en weten de wensen en de ambities. Deze kennis is waardevol bij het bepalen van een effectieve manier om ons zo goed mogelijk te profileren op de arbeidsmarkt. In 2022 ligt de focus nog meer op competenties, werk- en denkniveau en ontwikkelbaarheid (voor zowel onze huidige collega’s als nieuw talent). In de communicatie (onze vacaturesite en in de vacatureteksten) worden ontwikkelingsmogelijkheden en de diversiteit aan projecten en vraagstukken nog meer benadrukt. Zo verbeteren we ook ons imago. In 2022 bouwen we een netwerk met vergelijkbare gemeentes om samen op te trekken als het gaat om moeilijk vervulbare (landelijke) vacatures.

Stages en trainees
Om zoveel mogelijk jongeren te enthousiasmeren voor het werken bij een gemeente en tegelijkertijd hun (nieuwe) kennis en inzichten te kunnen benutten, gaan we in 2022 inzetten op het aanbieden van meer stageplaatsen (MBO, HBO en WO), afstudeerstages en traineeships. Vlaardingen wil MBO-stad zijn. Onze organisatie heeft een voorbeeldfunctie en draagt deze doelstelling uit. We gaan de samenwerking intensiveren met de scholen in Vlaardingen en we doen mee aan stagemarkten en speeddates rondom stages. We hernieuwen het contact met de Hogescholen in onze regio en bieden nog meer stageplekken aan, we bieden de mogelijkheid aan tot het bezoeken van onze organisatie en we geven van gastlessen. In 2022 ontwikkelen we een uniforme werkwijze met betrekking tot stages ter ondersteuning van onze interne stagebegeleiders en ter bevordering van onze instroom.

Diversiteit en inclusiviteit
Vlaardingen heeft begin 2021 het Charter Diversiteit ondertekend en een onderzoek onder medewerkers uitgevoerd met betrekking tot deze thema's. De uitkomsten hiervan gaan onderdeel uitmaken van het plan van aanpak voor 2022 en dienen ertoe te leiden dat de organisatie niet alleen diverser van samenstelling wordt en beter aansluit bij de behoeften en ambities van onze stad, maar vooral ook dat iedereen gezien wordt, gelijke kansen heeft en zichzelf kan zijn. We gaan deze thema's vaker en prominenter voor het voetlicht brengen in onze (arbeidsmarkt)communicatie.
Wij maken onze vacatureteksten (nog) inclusiever en breiden de wervingskanalen uit. In 2022 zetten we een intern ambassadeursnetwerk op. Daarnaast worden er periodiek lezingen georganiseerd, waarin een inspirerende spreker het onderwerp diversiteit en inclusiviteit van meerdere kanten belicht. Deze activiteiten zijn erop gericht om bewustzijn en draagvlak te creëren in de gehele organisatie.

Ziekteverzuim
Duurzame inzetbaarheid van medewerkers en gezond werken is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van medewerker en manager. Ook hierbij is strategische personeelsplanning een belangrijke pijler. De motivatie van de medewerker voor een gezonde en duurzame inzetbaarheid is van groot belang. Duurzame inzetbaarheid betekent, naast vitaliteit en competent zijn voor de functie, ook het hebben van werkvermogen (dat wil zeggen: lichamelijk en geestelijk in staat zijn om het werk uit te voeren, nu en in de nabije toekomst). Dit is de reden dat de belastbaarheid van de medewerker in de strategische personeelsplanning is opgenomen. Uiteraard blijven we ook in het jaar 2022 streven naar reductie van het verzuim (en de verzuimkosten).
Voor het jaar 2022 is te verwachten dat het hybride werken invloed gaat hebben op (kort) verzuim, verzuimduur en -frequentie in 2022. Het fysiek aanwezig kunnen zijn op kantoor, waardoor sociale – fysieke interactie mogelijk is naast het thuiswerken, zal het welbevinden van medewerkers naar verwachting verbeteren. In de onderhandelingspartijen van de CAO gemeenten wordt er ingezet op het vergroten van vitaliteit in het kader van preventie van ziekteverzuim. De uitwerking van de nieuwe cao zal er toe leiden dat de leidinggevenden met de medewerkers specifieke gesprekken voeren inzake de inzetbaarheid. Naast het hebben van een gezonde werk en privé balans gaat dit ook over de fysieke en mentale gezondheid (binnen de kaders van de privacy wet) en het geschikt zijn en blijven voor het werk. Het doel is het nemen van een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor zowel leidinggevende als medewerker in het kader van inzetbaarheid. Iedere medewerker verschilt in diens inzetbaarheid in voornoemde drie elementen ervan, daarom is het hebben van gezamenlijke verantwoordelijkheid, eigenaarschap cruciaal. In 2022 worden leidinggevenden verder geïnstrueerd hoe de expertise op het gebied van gespreksvoering te verbreden in het kader van inzetbaarheid. Ook wordt in 2022 voor alle medewerkers een preventief medisch onderzoek beschikbaar gesteld.

Personeelsbegroting
Elk jaar zijn er wijzigingen in (de omvang van) gemeentelijke taken. Soms omdat er nieuwe taken bij komen, soms vervallen taken. Vaker betreft het prioriteitstelling of accentverschuivingen. Binnen de personeelsbegroting sturen wij daarom op de totale loonsom, maar wel met oog voor de formatie. De opgaven waarvoor wij gesteld staan en de beschikbare capaciteit in de organisatie maken het noodzakelijk dat er keuzes gemaakt worden. Dit leidt tot herallocatie van budgetten en personeel (middelen). Het Herstelplan en de ombuigingen zijn hierbij leidend. In 2022 bedraagt de geraamde totale (bruto) loonsom 38,5 miljoen euro. Zoals bepaald in het ombuigingsvoorstel wordt vanaf 2021 tot en met 2024 een ombuiging van 1% van de loonsom bezuinigd oplopend tot 4% van de totale loonsom in 2024. Door het hanteren van kwalitatieve en kwantitatieve data en SPP analyses kunnen we sturen op 1% besparing op de loonkosten. Deze taakstelling is volledig in de meerjarenbegroting verwerkt.

Informatie- en facilitaire voorzieningen

Terug naar navigatie - Bedrijfsvoering - Informatie- en facilitaire voorzieningen

Informatie en data
De informatiesamenleving is een wezenlijk onderdeel van ons bestaan. Inwoners, ondernemers, gemeenten en organisaties werken steeds intensiever digitaal samen. In de participatiesamenleving vragen en krijgen inwoners meer regie op hun eigen omgeving, gezondheid, veiligheid etc. Gemeenten faciliteren dit en zetten in op een duurzame, veilige digitale infrastructuur, die de huidige en toekomstige dienstverlening ondersteunt en mogelijk maakt. In 2021 is gewerkt aan de implementatie van het informatielandschap dat in 2020 is voorbereid. De focus lag daarbij op de implementatie van de Omgevingswet en de start van zaakgericht werken. In 2022 gaan we zaakgericht werken verder uitbouwen in onze organisatie. 

Inclusie en transparantie dragen bij aan een betrouwbare overheid en ondersteunen participatie. Onze dienstverlening willen wij zo inrichten dat iedereen kan meedoen in de (digitale) samenleving. Het besluit op Digitale Toegankelijkheid vraagt ons om onze apps en website breed toegankelijk te maken en de Wet Open overheid draagt bij aan het beter vindbaar maken en eenvoudig ontsluiten van informatie. In 2022 gaan we onderzoeken wat de impact van deze wetgeving op ons informatielandschap is en een vertaling maken naar het projectenportfolio.

Digitalisering en data-geïnformeerd werken bieden enorme kansen voor overheid en samenleving. Bijvoorbeeld bij het bestrijden van ondermijning, het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving en het proactief helpen van multi-probleemgezinnen. Het is van belang deze kansen te benutten door vanuit verschillende beleidsterreinen verbinding te leggen met thema’s als data en smart society. Met de introductie van de Chief Information Officer (CIO) worden vanaf 2022 digitalisering en data geïnformeerd werken integraal aangestuurd.

In het kader van deze thema's worden in de Digitale Agenda 2024 een aantal ambities benoemd. Zo zijn gemeenten in 2024 in staat om de mogelijkheden van digitalisering maximaal te benutten in het realiseren van maatschappelijke opgaven over domeinen heen. In Vlaardingen is een centraal datawarehouse beschikbaar om het data geïnformeerd werken mogelijk te maken en te ondersteunen. Deze voorziening maakt het mogelijk om integrale- en beleidsterrein overschrijdende data analyses te maken. Deze voorziening wordt ook ingezet ter ondersteuning van het Herstelplan. Datamogelijkheden zijn geen sluitstuk, maar vertrekpunt van beleid. Daarbij dient een integrale afweging plaats te vinden tussen waarden als privacy en informatieveiligheid enerzijds en het oplossen van maatschappelijke opgaven anderzijds. In 2021 zijn we gestart met de voorbereiding om data-geïnformeerd werken in te zetten ter ondersteuning van het behalen van de doelen uit het Herstelplan. In 2022 gaan wij de eerste informatieproducten opleveren ten behoeve van de sturing op het herstelplan. 

Toekomstgericht  werken
Het CMT heeft gekozen voor het uitgangspunt dat er 40/60 hybride gewerkt wordt. Dat houdt in dat de medewerkers van de gemeente Vlaardingen na de coronacrisis hybride werken, waarbij er 60% van huis gewerkt wordt. De verwachting is dat zij na de zomer 2021, als de coronamaatregelen dat toelaten, weer terug kunnen keren naar de kantooromgeving. Begin 2021 is het project Toekomst Werken gestart om onder andere te zorgen voor  thuiswerkmiddelen (persoonlijke standaarduitrusting ICT en ergonomische thuiswerkplek) en een advies te geven over optimaal digitale samenwerking. Binnen de scope van het project Toekomstgericht Werken valt ook het opleveren van een huisvestingsscenario voor Westnieuwland 6 en Markt 11 op de korte termijn en  een pilot hybrideproof kantooromgeving.

Het lange termijnplan ten aanzien van huisvesting van de ambtelijke organisatie moet nog opgeleverd worden. Zowel de oplevering van dit plan als de uitvoering hiervan zitten niet in de scope van het huidige project Toekomst gericht Werken. Op dit moment kan het lange termijnplan nog niet worden gemaakt, omdat we te maken hebben met afhankelijkheden zoals de mogelijke herhuisvesting van Stroomopwaarts en het eventueel afstoten van een aantal gemeentelijke dienstpanden.  In 2022 gaan wij aan de slag met het opstellen van dit plan. Hiervoor is vanaf 2022 de inzet van 1 fulltime projectleider voor 1 jaar nodig.

Digitaal samenwerken en participatie
Het afgelopen jaar waarin onze medewerkers gedwongen op afstand met elkaar moesten werken, heeft geleerd dat digitaal samenwerken meer is dan vaardig zijn met een digitale vergadertool. Het gaat daarbij ook om digitaal vaardig worden in en met software, beveiligingsbewustzijn, informatiebewustzijn en kennis van  hoe, waar en wanneer je informatie terugvindbaar opslaat. Hierin hebben we in Vlaardingen nog een slag te slaan. Er zijn twee belangrijke ontwikkelingen die aantonen waarom het belangrijk is om te investeren in de ontwikkeling van digitaal samenwerken:

  1. Interne ontwikkelingen
    Binnen onze organisatie gaan wij zaakgericht werken en wordt tijd-, plaats- en apparaat onafhankelijk werken, ofwel toekomstgericht  werken, een vaste waarde. Goed digitaal kunnen samenwerken, wordt daarmee cruciaal. Door de cloud migratie wordt een deel van de ICT dienstverlening straks door een externe dienstverlener aangeboden. Om te voorkomen dat veel basale gebruikersvragen door de externe dienstverlener moeten worden opgepakt, en daarmee een groot deel van het budget gebruikt, is het van belang om medewerkers te scholen in digitale vaardigheden. Om dezelfde reden behouden we onze Servicedesk en organiseren zo ondersteuning dicht bij de medewerkers. 
  2. Digitaal samenwerken met ketenpartners
    De invoering van de Omgevingswet en het steeds groter wordende belang van participatie met de stad en onze maatschappelijke partners, maken het noodzakelijk om de digitale werkplek door te ontwikkelen om zo beter te kunnen samenwerken. In deze doorontwikkeling willen wij de samenwerkingsomgeving functioneel inrichten (Office 365 omgeving).  Zo werken wij als raad, bestuur en organisatie optimaal samen en komen we tegemoet aan de eisen van de samenleving. Eind 2021 wordt een adviesrapport opgeleverd met daarin de uitwerking van de veranderopgave voor de digitale vaardigheden van onze organisatie en benodigde tools en functionaliteiten. In 2022 worden deze veranderopgaves uit gewerkt naar projecten.  Om dit in goede banen te leiden is in de kadernota incidenteel ruimte gevraagd voor een projectleider functioneel en digitaal samenwerken. De kosten voor de projectleider worden geschat op 90.000 euro. Met de uitvoering van de veranderopgave zal de  doorontwikkeling van digitaal samenwerken  in 2022  zijn beslag krijgen.

Optimalisatie dienstverlening
Met het programma optimalisatie dienstverlening zijn we medio 2020 is gestart met het invoeren van procesmatig werken binnen onze organisatie. Zaakgericht werken is een methodiek om voorspelbare processen op een procesmatige manier af te handelen.  Doel van dit programma is het optimaliseren van de dienstverlening van Vlaardingen.  De technische kant, het beschrijven van processen en het vastleggen van deze processen in een informatiesysteem (zaaksysteem ) van procesmatig werken  is in dit programma geregeld. De veranderkant die gericht is op houding en gedrag en die medewerkers meeneemt in deze andere manier van werken, valt buiten de scope van het programma optimalisatie dienstverlening.  Vanuit het programma optimalisatie dienstverlening zijn de eerste instrumenten voor de invulling van procesmanagement beschreven, namelijk de aanpak volgens het procesplein, beschrijving van rollen en een handreiking voor de interne organisatie.  In de komende jaren worden alle processen, dienstverlening en bedrijfsvoering, opgepakt in dit programma.  Om programma te borgen zetten wij  vanaf 2022 één fulltime projectleider en één informatiemanager in  gedurende twee jaar in om sturing en invulling  te geven aan project procesplein, implementatie zaaksysteem met documentcreatie en elektronische documenten ondertekening. De hiermee gemoeide middelen zijn in de kadernota 2021 opgenomen. 

Met de implementatie van procesmatig werken krijgen informatiemanagement een nieuwe rol waarbij ze de teams ondersteunen bij het optimaliseren van de processen. Hierbij hebben zij de rol om beleidsuitgangspunten, zoals de visie op dienstverlening, informatiebeleid, veiligheid en andere KPI’s, te integreren in de procesoptimalisatie. Dit vraagt structureel om extra inzet van de informatiemanagers. In 2022 zal inzichtelijk worden gemaakt in welke mate dit een  formatie-uitzetting leidt.  Met de keuze voor een proces-opgavegericht sturingsmodel borduren wij hierop voort.

In 2021 hebben wij een belangrijke stap gezet door onze ICT infrastructuur en het bijbehorende beheer onder te brengen bij een externe leverancier, de cloud migratie. Daarmee is de technische infrastructuur vernieuwd en  kan de digitale basis verder op orde worden gebracht. Het vertrekpunt hiervan is het  programma optimalisatie dienstverlening. De beschreven en vastgelegde processen vormen, samen met de nieuwe digitale infrastructuur ,de basis voor het digitaal kunnen aanbieden van al onze producten en diensten aan de stad. Het stelt ons in staat om beter aan te sluiten bij nieuwe wet- en regelgeving en digitale ontwikkelingen zoals  aangegeven in de VNG Digitale Agenda 2024. Het gaat hier om wet- en regelgeving en digitale ontwikkelingen die kaders geven en dwingende gevolgen hebben voor de inrichting van onze gehele informatievoorziening.  De impact hiervan is groot en reikt verder dan alleen ICT.  De komende jaren zijn dit de volgende wetten en opgaven: 

  • Wet digitale overheid
  • Besluit digitale toegankelijke overheid
  • Eis identificatie en authenticatie
  • Wet hergebruik overheidsinformatie
  • Wet Open Overheid
  • Ondersteuning participatie met digitalisering
  • Regionale samenwerking Sociaal Domein

 Met de introductie van de Chief Information Officer (CIO) worden vanaf 2022  wet- en regelgeving op het gebied van digitalisering en data geïnformeerd werken integraal aangestuurd. Met de afronding van de cloud migratie in 2022 kunnen wij ons gaan  richten op het maken van een impactanalyse van de hierboven genoemde ontwikkelingen en welke  inzet van middelen en capaciteit dit vraagt.  

 

Inkoop

Terug naar navigatie - Bedrijfsvoering - Inkoop

Vanaf 1 januari 2021 is het samenwerkingsverband op het gebied van inkoop met gemeenten Schiedam en Maassluis (Bureau Inkoop MVS) ontvlochten. De gemeente Vlaardingen is daarom vanaf dan met een eigen team Inkoop begonnen. Dit team heeft zich in 2021 vooral gericht op het vormgeven van het nieuwe team en samenwerking binnen de organisatie. Voor 2022 zijn de speerpunten het opzetten van contractmanagement en ter ondersteuning hiervan starten met een nieuw inkoop en contractmanagementsysteem.

Contractmanagement is noodzakelijk om als organisatie meer grip te hebben op kosten, risico’s en om het maximale uit leverancierscontracten (leveranciersmanagement) te halen. De administratieve last neemt af, er is meer transparantie en de rechtmatigheid wordt bewaakt. Met de doorontwikkeling van inkoop en contractmanagement willen wij samen met onze klanten het volgende bereiken:

  • Benutten van kwaliteiten en capaciteiten van de leverancier;
  • Meer inzicht in prestaties van een leverancier in zijn geheel in plaats van per contract waardoor er ook meer inzicht is in de toegevoegde waarde van deze leverancier voor de organisatie;
  • Meer gestroomlijnde samenwerking, harmonie en tevredenheid tussen leverancier en organisatie (beide partijen kennen een eenduidige aanpak, inhoud en resultaten);
  • Kostenbesparingen (efficiënter werken, minder nazorg/herstelwerk, tijdig zicht op eventueel meerwerk, contractbesparingen);
  • Voorkomen van commerciële en juridische risico’s;
  • Het verkrijgen van betere meet- en sturingsmogelijkheden;
  • Het hebben van kennis en deskundigheid (kennismacht) over o.a. ingekochte producten en diensten, kostenopbouw en de organisatie van de leverancier versterkt de eigen onderhandelingspositie van de gemeente beduidend.
  • Betere interne verdeling van tijd en capaciteit naar belang contract en leverancier.

Begin 2022 wordt het inkoopbeleid aangepast naar aanleiding van nieuwe regelgeving, relevante ontwikkelingen zowel in de samenleving, (bijvoorbeeld duurzaamheid) als in de organisatie.(bijvoorbeeld veranderende rollen).

Financiën en control

Terug naar navigatie - Bedrijfsvoering - Financiën en control

Privacy en informatieveiligheid
Ook in 2022 zijn privacy en informatieveiligheid onderwerpen die doorlopend aandacht nodig hebben. De maatschappelijke ontwikkelingen op het gebied van digitale veiligheid en steeds agressievere aanvallen op organisaties vraagt de nodige weerbaarheid om de grote hoeveelheden persoonsgegevens die de gemeente Vlaardingen verwerkt te beschermen. 

De jaarlijkse toetsing van onze informatieveiligheid door middel van ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit) wordt wederom uitgevoerd. De toetsing vindt plaats aan het normenkader voor de gehele overheid de BIO (Baseline Informatieveiligheid Overheid).   In 2022 willen wij grip krijgen en verbeteringen doorvoeren in de effectiviteit van informatiebeveiliging en privacy door ene procesmatige aanpak.  Om dit  mogelijk te maken  willen wij inzetten op een Information Security Management Systeem (ISMS).   Het doel  van het ISMS  is het continue beoordelen of beveilingsmaatregelen passend en effectief zijn, en of deze bijgesteld moet worden.    De verantwoording  via ENSIA zal met een ISMS een stuk soepeler verlopen. 

De focus in 2022 ligt op het doorvoeren van maatregelen die de gemeente nog beter beschermen tegen ransomware. Dit zal gebeuren door het aanscherpen van infrastructurele maatregelen zoals het verder segmenteren van de netwerkomgevingen, de cloudmigratie en het beveiligen van back-ups tegen ransomware-versleuteling (Back-up freeze).
Om adequaat te kunnen handelen ten tijde van een cybercrisis wordt in 2022 een Cybersecurity Expert Team in het leven geroepen die verregaande maatregelen gaat nemen op bedrijfscontinuïteit. Hybride werken vergt inspanning om onze medewerkers te faciliteren met apparatuur en kennis om veilig op kantoor en thuis te kunnen werken.

Als gemeentelijke organisatie zijn wij verplicht om op een verantwoorde wijze met de persoonsgegevens van onze inwoners en organisaties om te gaan. Daarom is er doorlopend aandacht voor privacy. Ook in 2022 voeren wij bij nieuwe of aangepaste verwerkingen van persoonsgegevens risicoanalyses uit, zodat deze persoonsgegevens afdoende beschermd worden volgens de richtlijnen van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Aanscherping van gegevensleveringsovereenkomsten en het opzetten van vergaande data-minimalisatie heeft prioriteit. Daarbij stellen wij alleen de gegevens beschikbaar die nodig zijn voor de betreffende diensten. 

Uit landelijk onderzoek is gebleken dat veel inbreuken op de beveiliging veroorzaakt worden door vergissingen van medewerkers. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het aanklikken van een phishingmail. Om medewerkers bewust te maken en houden van dergelijke risico’s wordt er doorlopend aandacht gevraagd voor informatieveilig werken. Hiervoor worden phishingsimulaties, informatiebijeenkomsten en publicaties op intranet verzorgd om medewerkers bewust te maken van de risico’s binnen hun werkomgeving.
Met dat alles wordt beoogd om gefaseerd het volwassenheidsniveau van informatiebeveiliging binnen de organisatie te verhogen.

(Verbijzonderde) interne controle en rechtmatigheid
Vanaf het verslagjaar 2022 is het college van B&W verantwoordelijk voor de rechtmatigheid van de jaarrekening. Het college van B&W moet dan een rechtmatigheidsverantwoording van het voorgaande jaar vaststellen en in de jaarstukken opnemen. De ontwikkelfases om te komen tot deze rechtmatigheidsverantwoording zijn in 2021 vastgelegd in een visie.

Dit is een eerste stap op weg naar een in control statement. In 2022 richt de Verbijzonderde Interne Controle (VIC) zich op de (financiële) rechtmatigheidsverantwoording en getrouw beeld.  Ook wordt gestart met het beleggen van de verantwoording van beheersing (control) in de organisatie. De controle werkzaamheden worden ondersteund door een systeem die na aanbesteding in 2022 wordt geïmplementeerd.

Procesgericht werken
De noodzakelijke beheersmaatregelen voor risico's op rechtmatigheid, getrouw beeld en informatieveiligheid worden geborgd in processen. Het vastleggen van onze processen wordt opgepakt in het programma optimalisatie dienstverlening. Daarnaast gaan we aan de slag met verbeteracties uit interne en externe onderzoeken. Deze werkzaamheden zorgen ervoor dat we, in lijn met de organisatieontwikkeling, steeds meer procesgericht gaan werken. 

Een van de doelen van procesgericht werken is het continu verbeteren van processen om verspilling te voorkomen en de kwaliteit te verbeteren.
• Toename van effectiviteit en efficiëntie in een proces.
• Hogere overdraagbaarheid.
• Betere beheersbaarheid.
• Groter lerend vermogen en bewustwording.

In 2022 worden de randvoorwaarden voor procesgericht werken geïmplementeerd.   

Verbeteragenda bedrijfsvoering
Op basis van de bevindingen uit interne en externe onderzoeken (waaronder het rekenkamer rapport "zicht op inzicht" en de boardletter van de accountant)  zijn er verbeteracties geformuleerd, wat gezamenlijk de basis is voor de verbeteragenda bedrijfsvoering.    In 2022  wordt het kader voor het uitvoeren van doelmatigheid en doeltreffendheid onderzoeken geactualiseerd. 

Informatievoorziening P&C cyclus

De betrokkenheid en informatiewaarde voor de raad   van de P&C instrumenten wordt periodiek besproken in de auditcommissie.   De focus voor 2022 zal zich richten op de aanscherping van het volgen van de drie W vragen.  

Begrotingsrechtmatigheid
Het afgelopen jaar heeft de ambtelijke organisatie gewerkt aan meer grip op het proces financiële beheersing. De organisatie bewaakt, via het interne signaleringsproces, de budgetten. Een kwaliteitscirkel voor de Planning & Control cyclus is ingericht, waardoor periodiek verbeteren wordt geborgd.
De aanbevelingen van de Rekenkamercommissie over de formulering van effecten en indicatoren, aanscherping van de 3-W vragen, een kleine aanvulling om te voldoen aan BBV voorschriften, de leesbaarheid en de eisen aan het spoorboekje worden overgenomen. De betrokkenheid van en informatiewaarde voor de raad is recent besproken in de auditcommissie.

Grondexploitatie
Net als voorgaande jaren hebben wij het afgelopen jaar met verhoogde prioriteit gewerkt aan een verbeterslag van de processen rondom de grondexploitaties. Dat blijven we ook de komende periode doen door vastlegging van afwegingen en controles bij het opstellen en actualiseren van grondexploitatieberekeningen. Er is daarbij specifieke aandacht voor contractmanagement en centrale archivering. In de jaarplanning voor de gemeentelijke jaarrekening zal de MPG specifiek worden opgenomen. Het proces wordt tijdig gestart, zodat de MPG tijdig beschikbaar is.

Sociaal Domein
In 2022 wordt de regionale governance van het sociaal domein aangepast. Zowel voor de uitvoeringsorganisaties als de gemeente vraagt dit om een transformatie.

Verhuur en erfpacht
In 2022 wordt er verdere invulling gegeven aan het onderzoek naar automatisering om de benodigde beheersmaatregelen en archivering te gaan borgen in systemen. Deze kwaliteitsverbetering zal bijdragen aan de dienstverlening en de grip op volledigheid en juistheid.

Subsidieverstrekkingen
Wij gaan het proces subsidieverstrekking herzien om de kwaliteit te verbeteren. De verkenning start in 2021.

Treasury
Wij zetten in op een kwaliteitsverbetering van een concernbrede liquiditeitsplanning dat zorgt voor een tijdig inzicht om te kunnen handelen.

Activamodule

In 2022 richten wij een geautomatiseerde activamodule in. Met behulp van de module worden de rente- en afschrijvingslasten berekend ten behoeve van de begroting en de jaarrekening. Deze activamodule wordt gekoppeld aan het financiele systeem. 

IT audit
In 2022 is de I-regieorganisatie (naar aanleiding van de cloudmigratie) ingericht. Daarbij wordt ook security, identity- en accessmanagement ingericht. Binnen de regieorganisatie wordt het beleid op logische toegangsbeveiliging, autorisatie en changemanagement professioneel opgepakt en geïmplementeerd.

Risicomanagement
In 2022 wordt het risicomanagement verbreed zodat het aansluit bij de dynamiek van interne en externe ontwikkelingen. De nota risicobeleid wordt o.a.  geactualiseerd. De governance rondom o.a.  frauderisico wordt verder vormgegeven.

Capaciteitsuitbreiding

In de kadernota is voor 2022 een capaciteitsuitbreiding opgenomen ten behoeve van de verbetering van de bedrijfsvoering. Deze capaciteitsuitbreiding zal ingezet worden voor de hierboven genoemde verbeterpunten.

Grondbeleid

Inleiding

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Inleiding

Uitvoering van het grondbeleid vindt plaats op basis van de Nota Grondbeleid (2011). Grondbeleid is een instrument in de ruimtelijke ordening waarmee de gemeente gewenste ontwikkelingen kan bevorderen en ongewenste ontwikkelingen kan beperken. Het kan hierbij gaan om ontwikkelingen van volkshuisvesting, economie en natuur en milieu. Een herziene Nota Grondbeleid is in voorbereiding en wordt in het vierde kwartaal van 2021 aan de raad voorgelegd voor besluitvorming. Vanaf 2022 gaan wij werken met dit nieuwe beleid.

Taak van de gemeente

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Taak van de gemeente

In het algemeen worden twee vormen van grondbeleid onderscheiden: actief grondbeleid en faciliterend (passief) grondbeleid. Het staat gemeenten vrij om hierin een keuze te maken.

Actief grondbeleid: De gemeente koopt zelf grond aan en is actief betrokken bij het bouwrijp maken van de grond. Daarna kan de gemeente de kavels verkopen of in erfpacht uitgeven. Het kan gaan om individuele bouwkavels of bedrijfsterreinen, maar ook om complete woningbouwprojecten.

Faciliterend grondbeleid: De gemeente maakt het mogelijk dat private partijen met een grondpositie een gebied zelf ontwikkelen. De gemeente beperkt zich vooral tot het maken van een bestemmingsplan (publiekrechtelijk kader) en bij grondeigendom in het betreffende gebied, tot het inbrengen van gronden. De kosten die samenhangen met het faciliteren van particuliere ontwikkelingen (op grond die niet van de gemeente is) worden op de exploitanten verhaald met anterieure overeenkomsten.

Er zijn ook tussenvormen, waaronder het veelgebruikte PPS (Publiek Private Samenwerking). De uiteindelijke vorm is steeds afhankelijk van het specifieke project en de taak- en risicoverdeling tussen partijen. Op basis van de Nota Grondbeleid hanteren wij faciliterend grondbeleid, tenzij er redenen zijn om ons actief als ontwikkelende partij op te stellen.

De grondprijsbenadering

Terug naar navigatie - Grondbeleid - De grondprijsbenadering

Bij uitgifte van gemeentelijke grond geldt als uitgangspunt een marktconforme grondprijs. De berekening gebeurt op basis van relevante marktprijzen voor het betreffende type vastgoedobject en rekening houdende met de methode van residuele grondwaardebenadering. Als hier aanleiding toe is, kan de residuele grondprijsberekening worden gecheckt met een comparatieve berekening. Hierbij worden grondopbrengsten van soortgelijke ontwikkelingen als vergelijk gebruikt. In voorkomende gevallen kan een andere methode van grondprijsbepaling worden toegepast. Gedacht kan worden aan een grondquote. Volgens de huidige Nota Grondbeleid kan dit niet, omdat daarin de residuele benadering wordt voorgeschreven. In de nieuwe Nota Grondbeleid wordt een afwijking van de residuele methode mogelijk gemaakt. Voordat daadwerkelijk tot koop of verkoop wordt overgegaan, vindt er een onafhankelijke taxatie plaats om de marktconformiteit te toetsen en zo ongeoorloofde staatsteun te voorkomen.

Vormen van exploitatie

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Vormen van exploitatie

1. Grondexploitaties
Grondexploitaties zijn meerjarige toekomstberekeningen. Daardoor kunnen de financiële resultaten door vele, externe en interne, factoren in de loop der jaren veranderen. Grondexploitaties hebben tot doel om bouwrijpe gronden die door de gemeente zijn ontwikkeld uit te geven.

Marktomstandigheden en ruimtelijke procedures kunnen aanleiding zijn tot afwijkingen ten opzichte van de oorspronkelijke ramingen. Elke grondexploitatie wordt door de gemeenteraad vastgesteld. Elk jaar wordt de raad geïnformeerd over de (grond)exploitaties via het Meerjaren Programma Grondzaken (MPG). Hierin wordt de stand van zaken en de verschillen t.o.v. voorgaande perioden en de voorziene of verwachte ontwikkelingen, zoals de risico-ontwikkeling, weergegeven. Het MPG is gekoppeld aan de jaarrekening en bevat een actualisatie van alle resultaten. De resultaten worden meegenomen in de betreffende jaarrekening. Het MPG vormt de basis voor de (meerjaren)begroting. In het onderdeel ‘stand van zaken grond- en bouwexploitaties’ is per grondexploitatie een stand van zaken weergegeven en een (financiële) doorkijk gegeven naar de komende jaren.

2. Erfpachtexploitaties
In 2013 heeft de raad de Nota Erfpacht vastgesteld. Dit heeft geresulteerd in een eenvoudige benadering, gebaseerd op onafhankelijke taxaties. Het gaat hierbij om nieuwe uitgiften in erfpacht van te ontwikkelen bouwgrond, de verkoop van bloot-eigendom van in erfpacht uitgegeven gronden en het omzetten van tijdelijke erfpachtrechten in eeuwigdurende erfpachten (heruitgifte). In 2021 wordt, ter uitvoering van de nieuwe Nota Grondbeleid, ook een nieuwe Nota Erfpacht in het vierde kwartaal 2021 aan uw raad voorgelegd ter besluitvorming. Vanaf 2022 gaan wij werken met dit nieuwe beleid.

Erfpachtexploitatie Park Hoog Lede
De ontwikkeling van Park Hoog Lede is geen reguliere grondexploitatie, maar de gemeente heeft hier in 2010 wel een belangrijke grondpositie verworven met een hoge boekwaarde. De gronden zijn vervolgens in erfpacht uitgegeven aan de ontwikkelaar. Dit is in de economische crisis van 2009 met de ontwikkelaar afgesproken als financieringsconstructie om dit plan van de grond te krijgen. Daarmee is het ook geen reguliere erfpacht. De grondwaarde is als een lening aan de ontwikkelaar te beschouwen. Over die lening betaalt de ontwikkelaar jaarlijks rente, in dit geval de erfpachtcanon. Per verkochte woning betaalt de ontwikkelaar de koopsom voor de bloot-eigendom van die woning aan de gemeente, waardoor de nieuwbouwwoning op eigen grond verkocht wordt aan de kopers. Die koopsom bloot-eigendom is de aflossing van de lening. Uiteindelijk is de lening bij de verkoop van de laatste woning helemaal afgelost en de boekwaarde nihil. Door de crisis bleken de woningen niet snel genoeg te kunnen worden verkocht, waardoor de boekwaarde hoog bleef en daarmee ook de door de ontwikkelaar te betalen erfpachtcanon. Dat leverde liquiditeitsproblemen op bij de ontwikkelaar, waardoor de voortgang van het plan in gevaar kwam. In 2015 zijn dan ook aanvullende afspraken gemaakt om de voortgang van deze ontwikkeling te waarborgen en de risico’s voor de gemeente te beperken. Deze zijn vastgelegd in een addendum op de koop-/erfpachtovereenkomst uit 2009. De raad is over het addendum geïnformeerd met een raadsmemo van 14 juli 2015. Van de door de ontwikkelaar te betalen erfpachtcanon is een bedrag van maximaal € 2,5 miljoen achtergesteld. Hiertoe is in 2015 een verliesvoorziening getroffen.

Door de aanhoudende recessie bleek het afzettempo lager dan volgens de planning in het addendum was gedacht. Dit betekende dat het maximale bedrag van de achtergestelde canon eerder werd bereikt (1 januari 2018) en dat de canon boven de € 2,5 miljoen vanaf dat moment weer door de ontwikkelaar moest worden betaald. In 2018 en 2019 is de verkoop sterk aangetrokken en over 2019 is een bedrag aan koopsom bloot-eigendom ontvangen van circa € 6,1 miljoen. Hiermee is de boekwaarde per 31 december 2019 gedaald tot € 2.328.327,-. De laatste woningbouwfase van Park Hoog Lede is in 2020 gestart en wordt in 2021 opgeleverd. De eindafrekening van het addendum en de laatste fase van het hele plan heeft in 2021 plaatsgevonden en hiermee is de boekwaarde nihil.

Actualisatie en herziening

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Actualisatie en herziening

Op basis van een grondbrief worden de grondexploitaties aan het begin van ieder jaar geactualiseerd. Met de uitgangspunten uit deze grondbrief (nieuwe parameters) worden de daadwerkelijke inkomsten en uitgaven verdisconteerd. Dit geactualiseerd beeld van de eindwaarden van de grondexploitaties wordt via het MPG aan de raad voorgelegd.

Zodra er besluiten zijn genomen over (wezenlijke) wijzigingen in plan, programma of planning en/of een (wezenlijke) verandering van het resultaat, is dit aanleiding om een herziene grondexploitatie aan uw raad voor te leggen. Dit kan het gehele jaar door plaatsvinden.

Winstneming en voorziening

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Winstneming en voorziening

De regels ten aanzien van winstneming op grondexploitaties zijn vastgelegd in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Winst moet worden genomen naar rato van de voortgang van een project. Daarbij geldt de percentage of completion methode: voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd kan tussentijds naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst worden genomen. In de praktijk komt het erop neer dat eerder dan in het verleden winst moet worden genomen. Als de prognose van het eindresultaat van een grondexploitatie negatief is, wordt direct, bij vaststelling van de (herziene) grondexploitatie, een voorziening getroffen ter dekking van dit negatieve resultaat.

Kostenverhaal

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Kostenverhaal

Op basis van de door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu ontwikkelde systematiek zijn de gemeentelijke plankosten van de plannen in beeld gebracht die door derden worden uitgevoerd (particuliere grondexploitatie). Belangrijk uitgangspunt van deze systematiek is de principeverdeling tussen de kosten voor de ontwikkelende partij en de gemeente. Die verdeling is gebaseerd op het feit dat de gemeente faciliterend, begeleidend en toetsend is en de ontwikkelaar bijvoorbeeld het stedenbouwkundig plan, de ruimtelijke onderbouwing en het buitenruimteplan opstelt. Momenteel wordt gewerkt aan een Nota Kostenverhaal als uitvoeringsnota van de nieuwe Nota Grondbeleid. Hierbij wordt naast het verhalen van plankosten ook aandacht besteed aan het verhalen van kosten voor bovenwijkse voorzieningen, bijdragen in ruimtelijke ontwikkeling en bovenplanse kosten. Deze kosten worden per project bepaald en betrokken in anterieure overeenkomsten.

Besluit Begroting Verantwoording

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Besluit Begroting Verantwoording

De belangrijkste aspecten uit de voorschriften BBV in het kader van grondontwikkeling worden hieronder toegelicht.

Vennootschapsbelasting (Vpb)
Onderzoek heeft geleid tot het standpunt om geen activiteiten uit te voeren die leiden tot Vpb-plicht. Jaarlijks wordt bij het MPG getoetst of de gemeente wel/niet valt onder de Vpb-plicht.

Rente op grondexploitaties
Het BBV schrijft voor dat toe te rekenen rente aan grondexploitaties de werkelijke rente moet zijn. Voor de gehele looptijd van de grondexploitaties is de rente geraamd op 1,5%, conform de Kadernota 2021 en de Grondbrief 2021. Voor de doorrekening van de grondexploitaties wordt standaard de gehanteerde interne rekenrente gebruikt die vervolgens aan het eind van het jaar eventueel gecorrigeerd moet worden op de werkelijke rente van dat jaar. Hierdoor kan een verschil in de geraamde rente en de werkelijke geboekte rente ontstaan. De gevolgen hiervan worden meegenomen bij de actualisaties van de grondexploitaties.

Stand van zaken grondexploitaties
Hieronder volgt een korte stand van zaken met betrekking tot de grondexploitaties.

G100999 DBVR (resterende werken)
Op 17 juni 2021 heeft uw raad de grondexploitatie ‘De Buitenplaats Van Ruytenburch’ (G100000) met een negatief resultaat van € 1.223.936 afgesloten. Daarbij heeft u een budget van € 246.821 uit deze grondexploitatie beschikbaar gesteld om de laatste werkzaamheden aan de openbare ruimte binnen het plangebied uit te voeren. Eén van de laatste werkzaamheden is het aanbrengen van beplanting. Daarvoor is men afhankelijk van het plantseizoen (oktober t/m april). De verwachting is dat de laatste werkzaamheden in het vierde kwartaal zijn uitgevoerd en zodoende de grondexploitatie voor de resterende werken op 31 december 2021 kan worden afgesloten.

G110000 Stationsgebied Centrum (Nieuw Sluis)
Het woningbouwplan ‘Stationsgebied Centrum’ behoort samen met het beoogd woningbouwplan ‘Eiland van Speyk’ tot de uitvraag voor het Kerngebied Rivierzone, waarvoor een ontwikkelende partij is geselecteerd waarmee een koop-, ontwikkel- en realisatieovereenkomst Kerngebied Rivierzone is afgesloten. Het woningbouwplan ‘Stationsgebied Centrum’ voorziet in de realisatie van in totaal 218 eengezinswoningen en 62 meergezinswoningen (appartementen). Het deelgebied ‘Galgkade’ met 141 eengezinswoningen is inmiddels geheel opgeleverd. De verwachting is dat de grondexploitatie op 31 december 2025 met een negatief resultaat van € 506.000 in totaal kan worden afgesloten.

Wij verwachten dat de bestaande programmering voor het gebied rond het (metro)station wordt omgevormd van eengezinswoningen naar meergezinswoningen. Deze bijgestelde programmering wordt aan de gemeenteraad voorgelegd en leidt tot een herziening van de grondexploitatie tot een positiever eindresultaat. Momenteel wordt voor deelgebied ‘Spoor & Sluis’ en deelgebied ‘Parallelweg’ een concreet bouwplan opgemaakt, waarna de planologische procedures kunnen worden opgestart.

G120999 Babberspolder-Oost (resterende werken)
Op 17 juni 2021 heeft uw raad de grondexploitatie ‘Babberspolder-Oost’ met een negatief resultaat van € 3.490.000 afgesloten. Bij het afsluiten heeft u een budget van € 487.321 van deze grondexploitatie beschikbaar gesteld om de laatste werkzaamheden aan de openbare ruimte binnen het plangebied uit te voeren. Dit betreft het woonrijp maken van de openbare weg Sneeuwbalstraat, het realiseren van een doorsteek bij de wiggen, het aanbrengen van een verkeerssluis bij de openbare weg Speenkruidstraat en het plaatsen van openbare verlichting in de wiggen. Hiervoor is opdracht verleend en enkele werkzaamheden zijn al uitgevoerd. Voor het aanbrengen van beplanting is men afhankelijk van het plantseizoen (oktober t/m april). De verwachting is dat de laatste werkzaamheden in het vierde kwartaal zijn uitgevoerd en de grondexploitatie voor de resterende werken op 31 december 2021 kan worden afgesloten.

G130999 Parc Drieën-Huysen (resterende werken)
Op 17 juni 2021 heeft uw raad de grondexploitatie ‘Parc Drieën-Huysen’ met een positief resultaat van € 568.724 afgesloten. Bij het afsluiten heeft u een budget van € 46.743 uit deze grondexploitatie beschikbaar gesteld om de laatste werkzaamheden aan de openbare ruimte binnen het plangebied uit te voeren. Eén van de laatste werkzaamheden is het aanbrengen van beplanting. Voor het aanbrengen van beplanting is men afhankelijk van het plantseizoen (oktober t/m april). De verwachting is dat de laatste werkzaamheden in het vierde kwartaal van 2021 zijn afgerond en de grondexploitatie voor de resterende werken op 31 december 2021 kan worden afgesloten.

G140000 De Vergulde Hand West, fase 1
De grondexploitatie ‘De Vergulde Hand West, fase 1’ maakt deel uit van een beoogd bedrijventerrein dat ook een tweede en derde fase kent. Uitgangspunt is dat fase 1, eventueel aangevuld met fase 2 en/of fase 3, door één marktpartij wordt gerealiseerd. Voor de tussenliggende periode is een deel van het plangebied als gronddepot voor de Blankenburgverbinding verhuurd. Ingevolge het raadsbesluit van 30 januari 2020 is de verwachting dat een deel van het plangebied voor de huisvesting van arbeidsmigranten wordt ingezet. Hierover vindt overleg met de initiatiefnemers plaats. De verwachting is dat de grondexploitatie op 31 december 2026 met een positief resultaat van € 1.067.000 in totaal kan worden afgesloten.

G150000. Marathonweg Noord (zuidelijk deel)
Op 21 juli 2020 hebben wij besloten om het zuidelijk deel en het noordelijk deel van het voormalig sportpark tot één plangebied samen te voegen en middels een aanbiedingsprocedure integraal tot ontwikkeling te brengen. Het zuidelijk deel maakt deel uit van de grondexploitatie en het noordelijk deel betreft een materiële vaste activa (MVA). Voor de integrale ontwikkeling van het zuidelijk deel en het noordelijk deel is in de tweede helft van 2020 gestart met het opstellen van een integraal programma van eisen (IPvE) voor zowel het zuidelijk als het noordelijk deel van het voormalig sportpark, dat naar verwachting in het derde kwartaal van 2021 wordt opgeleverd. De bedoeling is om uw raad voor te stellen beide delen samen te voegen tot één grondexploitatie dat naar alle waarschijnlijkheid tot een positiever resultaat leidt. Op basis van de bestaande programmering wordt de grondexploitatie naar verwachting op 31 december 2030 afgesloten met een negatief resultaat van € 726.000 in totaal (afgerond).

G160000 Schiereiland (Eiland van Speyk)
De huidige programmering van deze grondexploitatie voorziet in ongeveer 160 meergezinswoningen en ongeveer 100 eengezinswoningen. In het kader van de woningbouwtaakstelling (regionale woningbouwafspraken) is de huidige programmering in 2020 tegen het licht gehouden. Dit heeft tot een nieuw stedenbouwkundig plan geleid, waarbij sprake is van verdichting. Hiertoe wordt de grondexploitatie gewijzigd en dit levert naar verwachting een positiever resultaat op. Het ontwerp bestemmingsplan zal in 2022 ter visie gaat en in kalenderjaar 2023 kan dan een aanvang kan worden gemaakt met de bouw van de eerste woningen. Op basis van de bestaande programmering wordt de grondexploitatie naar verwachting op 31 december 2025 afgesloten met een negatief resultaat van € 2.944.000 in totaal (afgerond).

G180000 De Nieuwe Vogelbuurt (Holy Zuidoost)
De woningen in fase 1, fase 2 en fase 3A zijn opgeleverd en de openbare ruimte is, met uitzondering van nazorg, gerealiseerd. In 2020 is gestart om fase 4 en fase 5 bouwrijp te maken, waardoor de ontwikkelende partij in tweede helft van kalenderjaar 2020 met de bouw van woningen in fase 5 is gestart. De eerste woningen in fase 5 zijn opgeleverd. De verwachting is dat in de tweede helft van 2021 wordt begonnen met de bouw van de woningen in fase 4 en in de eerste van 2022 op te leveren. Voor fase 6, én fase 3B, worden in samenwerking met Waterweg Wonen en de ontwikkelende partij voorbereidingen getroffen om aansluitend op fase 4 deze laatste fase mogelijk te maken. Op basis van het voornoemde is de verwachting dat de grondexploitatie op 31 december 2028 met een negatief resultaat van € 2.050.000 in totaal (afgerond) wordt afgesloten.

G170000 Hollandiaan
Tot op heden zijn vijf van de zes kavels binnen het plangebied van deze grondexploitatie verkocht en bestaat voor de laatste kavel een koopovereenkomst. De verwachting is dat deze laatste kavel in 2021 daadwerkelijk wordt verkocht en overgedragen. Afhankelijk van de voortgang waarop de laatste kavel wordt bebouwd, wordt het plangebied woonrijp gemaakt en kan de grondexploitatie worden afgesloten. De verwachting is dat de grondexploitatie op 31 december 2022 met een positief resultaat van € 543.000 in totaal (afgerond) wordt afgesloten.

G20000 Westwijk Centrum Nieuw
Op 24 januari 2019 zijn de sporthal en de daarboven gesitueerde meergezinswoningen in de sociale huursector aan het Erasmusplein opgeleverd. Voor het resterende deel van de (bouw)grond aan het Erasmusplein (bouwlocatie B4) hebben wij op 15 juni 2021 besloten de onderhandelingen te starten met Stichting Ipse de Bruggen, waarbij de inzet is het realiseren van een kinderdienstencentrum, zorgwoningen en koopappartementen. De voorbereiding hiervan wordt nog in 2021 opgestart. Voor de locatie van de voormalige sporthallen nabij de Frank van Borselenstraat en het appartementencomplex ‘Valkenhof’ is een tender uitgeschreven die door combinatie Timpaan B.V. uit Hoofddorp en Heembouw B.V. uit Roelofarendsveen is gewonnen. Deze ontwikkeling omvat 179 woningen en wordt verwezenlijkt onder de naam ‘De Heemtuinen’.

Ondanks de nog niet definitieve invulling van de resterende (bouw)grond aan het Erasmusplein, is de verwachting dat op basis van de huidige uitgangspunten de grondexploitatie op 31 december 2028 met een positief resultaat van € 2.158.000 in totaal (afgerond) wordt afgesloten.

G210000 Het Nieuwe Thuis
Op 14 juli 2021 heeft uw raad de grondexploitatie ‘Het Nieuwe Thuis’ vastgesteld dat de bouw van acht eengezinswoningen nabij de Willem Beukelszoonstraat mogelijk maakt. Voordat een aanvang met de bouw van deze eengezinswoningen kan worden gemaakt, dient nog een (bodem)sanering te worden uitgevoerd, die naar verwachting in het derde kwartaal van 2021 wordt uitgevoerd. Aansluitend hierop start de bouw. De verwachting is dat de grondexploitatie op 31 december 2023 met een positief resultaat van € 105.000 in totaal (afgerond) wordt afgesloten.

Prognose resultaten grondexploitaties
Voor de resultaten van de verlieslatende grondexploitaties is een voorziening getroffen waaruit de negatieve resultaten kunnen worden gedekt.

Materiële vaste activa (MVA)-Strategische gronden

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Materiële vaste activa (MVA)-Strategische gronden

Onder de categorie MVA – Strategische gronden zijn de volgende gronden opgenomen:

A. Vergulde Hand West fase 2 en 3
Dit gebied betreft het resterende gedeelte van het gebied de Vergulde Hand West dat in de toekomst wordt ontwikkeld als bedrijventerrein. Ook deze terreinen (net als een deel van fase 1) worden tot eind 2022 verhuurd ten behoeve van een gronddepot voor de Blankenburgverbinding, waarmee deze ook worden voorbelast. De planning is om deze na 2022 als vervolg van fase 1 te ontwikkelen.

B. VOP Oost (Noord en Zuid)
In de VOP zijn er diverse gemeentelijke eigendommen, verspreid over het hele gebied. De verkoop voor de objecten aan het adres Westhavenkade 55 t/m 60 en Vetteoordsekade 5 (voorheen de productielocatie van haring-verwerkend bedrijf Warmelo & Van der Drift) is met de beoogde (her)ontwikkeling/renovatie van de objecten aan het adres Westhavenkade 62 t/m 74 (in de volksmond bekend als Kwakkelstein en de Sprij-panden) weer actueel en hervat. De verwachting is dat de verkoop van Westhavenkade 55 t/m 60 en Vetteoordsekade 5 in een stroomversnelling terecht komt en binnen afzienbare tijd de verkoop kan plaatsvinden. Een concrete planning hiervoor is helaas nog niet te geven.

De locatie Parallelweg 2 (voormalig Prikkewater) en de locatie Touwbaankwartier worden samen met locatie nabij de Westhavenkade, tegenover de Pelmolen in Maaswijk, verkocht aan de ontwikkelende partij van de locatie ‘Nieuw Sluis’ en de locatie ‘Schiereiland (Eiland van Speyk)’. De verkoopwijze van deze drie locaties zijn in een addendum op de koop-, ontwikkel- en realisatieovereenkomst Kerngebied Rivierzone die de raad op 7 november heeft bekrachtigd. In het addendum is vastgelegd dat voor het bepalen van de grondwaarde een grondquote wordt gehanteerd, waarvan het percentage in het addendum is bepaald.

C. Maaswijk
De grond in Maaswijk bestaat uit de onder B al aangeduide locatie Westhavenkade tegenover de Pelmolen. Een verkoopvoorstel voor deze locatie en de locaties Parallelweg 2 en Touwbaankwartier in de vorm van een addendum op de Koop-, Ontwikkel- en Realisatieovereenkomst Kerngebied Rivierzone is in 2019 aan de raad voorgelegd en besloten.

D. Marathonweg Noord (noordelijk deel)
Voor de Marathonweg Noord (zuidelijk deel) is in de tweede helft van 2020 gestart met het opstellen van een integraal programma van eisen (IPvE) voor zowel het zuidelijk deel als het noordelijk deel van het voormalig sportpark., wel Verwachte oplevering is in het derde kwartaal 2021. Voor deze ontwikkeling is het de bedoeling uw raad voor te stellen om beide delen samen te voegen tot één grondexploitatie.

Verbonden partijen

Inleiding

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Inleiding

Om de beleidsdoelen van de gemeente Vlaardingen te kunnen realiseren, wordt, indien dit wenselijk wordt geacht, een belang genomen in een organisatie die aan de doelverwezenlijking kan bijdragen. De huidige wet- en regelgeving (BBV) verplicht onze gemeente om in de begroting en de jaarstukken aan te geven in welke privaatrechtelijke en publiekrechtelijke organisaties zij een bestuurlijk en/of financieel belang heeft.
Van een bestuurlijk belang is sprake als de gemeente een zetel in het bestuur van een organisatie bekleedt en/of stemrecht heeft in een vergadering van belanghebbenden. Van een financieel belang is sprake als er door de gemeente aan een organisatie financiële middelen beschikbaar zijn gesteld die verloren kunnen gaan in geval van een faillissement of als financiële problemen van een organisatie kunnen worden verhaald op de gemeente.

Inzicht in de gang van zaken bij verbonden partijen is nodig uit hoofde van bestuurlijke, beleidsmatige en/of financiële belangen. Op basis van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is een aantal financiële kengetallen weergeven per verbonden partij: de omvang van het eigen vermogen, het vreemd vermogen en het resultaat.

Financiële risico’s verbonden partijen

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Financiële risico’s verbonden partijen

De financiële risico’s van de vennootschappen zijn beperkt tot het aandelenbezit van de gemeente. Bij een faillissement van een vennootschap daalt de waarde van dit bezit tot nihil. De financiële risico’s van de gemeenschappelijke regelingen hebben geen beperking. Bij een faillissement worden de deelnemers van de gemeenschappelijke regeling volgens de verdeelsleutel aangeslagen voor eventueel resterende schulden na verkoop van de bezittingen. Gezien de aard van de werkzaamheden van de verbonden partijen is de kans op een faillissement van zowel de vennootschappen als de gemeenschappelijke regelingen klein. Uitgesloten is het niet.

Vennootschapsbelasting (VPB)

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Vennootschapsbelasting (VPB)

Per 2016 vallen uitsluitend door de gemeente beheerste entiteiten (verbonden partijen) ook onder de vennootschapsbelastingplicht (vpb-plicht) voor overheidsondernemingen. Dit betekent dat ze aan diverse extra fiscale verplichtingen moeten voldoen, wat mogelijk resulteert in een jaarlijkse vpb-afdracht.

In de jaarrekeningen van de verbonden partijen is opgenomen wat de stand van zaken is ten aanzien van de vpb-plicht.

Overzicht verbonden partijen

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Overzicht verbonden partijen

Op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) zijn we verplicht om in de paragraaf verbonden partijen een overzicht van de verbonden partijen op te nemen onderverdeeld naar gemeenschappelijke regelingen, vennootschappen en coöperaties, stichtingen en verenigingen en overige verbonden partijen. In de tabel met financiële positie verbonden partij is het eigen vermogen en het vreemd vermogen per 31-12-2020 en het gerealiseerde resultaat over 2020 opgenomen. Op de volgende pagina’s vindt u het overzicht waarin de voorgeschreven informatie is opgenomen.

Gemeenschappelijke regelingen

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Gemeenschappelijke regelingen
Metropoolregio Rotterdam Den Haag
Vestigingsplaats Den Haag
Relatie met programma Bestuur, Dienstverlening en Participatie. Vervoersautoriteit met programma verkeer en mobiliteit. Economisch vestigingsklimaat met programma onderwijs, economie en haven.
Openbaar belang en visie De gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) is in december 2014 in werking getreden. De missie van de MRDH is: De Metropoolregio Rotterdam Den Haag werkt aan een Europese topregio. De MRDH heeft tot doel het bevorderen van de samenwerking tussen de gemeenten met het oog op een voorspoedige ontwikkeling van het gebied en het beheer van de aan de regio toevertrouwde voorzieningen. Zij houdt zich daartoe bezig met: a. Het vaststellen van doelstellingen op het gebied van verkeer en vervoer en de verbetering van het economisch vestigingsklimaat; b. Het uitvoeren van de, met betrekking tot het onder a. genoemde beleid, aan de MRDH opgedragen taken en bevoegdheden. De inhoudelijke agenda’s van de Vervoersautoriteit en Economisch Vestigingsklimaat zijn hierbij leidend en de basis voor de MRDH-brede strategie.
Betrokken partijen De volgende gemeenten maken deel uit van de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag: Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Delft, Den Haag, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, Midden-Delfland, Nissewaard, Pijnacker-Nootdorp, Ridderkerk, Rotterdam, Rijswijk, Schiedam, Vlaardingen, Wassenaar, Westland, Westvoorne en Zoetermeer.  Overige betrokken overheden en/of marktpartijen: Naast het bundelen van de krachten van de 23 gemeenten is samenwerking met onder meer bedrijfsleven, kennisinstellingen, omliggende regio’s zoals Drechtsteden en Leiden, de provincie en het Rijk noodzakelijk om de ambities te realiseren. De MRDH werkt daarnaast nauw samen met de Economische Programmaraad Zuidvleugel (EPZ), het triple helix orgaan van vertegenwoordigers van bedrijfsleven, overheden en kennisinstellingen. Samenwerking met omliggende regio’s en de andere partners vindt zowel plaats bij de strategische trajecten als bij de uitvoering van concrete activiteiten.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door burgemeester B. Wijbenga- van Nieuwenhuizen. Wethouder Verkeer en Vervoer B.T. Bikkers, maakt deel uit van de Vervoersautoriteit. Wethouder Economische Zaken B.T. Bikkers maakt deel uit van de Bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat. In de Adviescommissie Vervoersautoriteit hebben zitting de raadsleden L.W.M. Claessen en S. Akca. In de Adviescommissie Economisch Vestigingsklimaat hebben zitting de raadsleden G. Pappers en A. Kloosterman. Als lid van de Rekeningcommissie MRDH heeft zitting het raadslid L.W.M. Claessen.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2022: € 204.772 (2021 € 199.770). Het programma Vervoersautoriteit wordt geheel financieel gedekt uit de BDU-gelden.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2020 Per 31-12-2020
Eigen vermogen 22.023 30.206
Vreemdvermogen 1.555.687 1.472.507
Resultaat 646 777
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond
Vestigingsplaats Rotterdam
Relatie met programma Veiligheid en Handhaving
Openbaar belang en visie Op grond van de Wet op de Veiligheidsregio’s heeft de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond de volgende taken: a. Het inventariseren van risico’s van branden, rampen en crises; b. Het adviseren van het bevoegd gezag over risico’s van branden, rampen en crises in de bij of krachtens de wet aangewezen gevallen evenals in de gevallen die in het beleidsplan zijn bepaald; c. Het adviseren van het college van burgemeester en wethouders over de taal, bedoeld in artikel 3, eerste lid; d. het voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing; e. Het instellen en in stand houden van een brandweer; f. Het instellen en in stand houden van een GHOR; g. Het voorzien in de meldkamerfunctie; h. Het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel; i. Het inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de diensten van de veiligheidsregio en tussen deze diensten en de andere diensten en organisaties die betrokken zijn bij de onder d, e, f, en g genoemde taken.
Betrokken partijen De volgende gemeenten maken deel uit van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond: Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door burgemeester B. Wijbenga- van Nieuwenhuizen. Wethouder B. T. Bikkers is plaatsvervangend lid.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2022: € 5.602.084 (2021: € 5.269.955).
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2020 Per 31-12-2020
Eigen vermogen 10.676 13.067
Vreemdvermogen 59.725 70.887
Resultaat -1.482 1.958
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
DCMR Milieudienst Rijnmond
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Groen en Milieu
Openbaar belang en visie Het bevorderen van een duurzame ontwikkeling van de stad. Via de vergunningverlening Wet Milieubeheer, de afhandeling van meldingen in het kader van het Activiteitenbesluit, het uitvoeren van toezicht en handhaving en de advisering aan gemeenten op het gebied van de verschillende milieuthema’s en ruimtelijke ontwikkelingen, draagt de DCMR er mede zorg voor dat de milieubeleidsdoelen in de gemeente Vlaardingen worden behaald.
Betrokken partijen De provincie Zuid Holland en de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard (voormalig Spijkenisse en Bernisse), Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door wethouder B.T. Bikkers. Wethouder I.M. Somers-Gardenier is plaatsvervangend lid.
Financieel belang Voor de uitvoering van de werkzaamheden van de DCMR voor Vlaardingen wordt jaarlijks een werkplan gemaakt. De kosten bedragen in 2022 € 1.779.120 (2021: € 1.742.515).
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2020 Per 31-12-2020
Eigen vermogen 4.545 6.038
Vreemdvermogen 10.224 9.969
Resultaat 1.446 1.964
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
GGD Rotterdam- Rijnmond
Vestigingsplaats Rotterdam
Relatie met programma Sociaal Domein
Openbaar belang en visie Het op een proactieve wijze beschermen, bewaken en bevorderen van de gezondheid van inwoners in het bedieningsgebied van de GR GGD-RR. Gezondheid wordt gedefinieerd als een toestand van compleet fysiek, mentaal en sociaal welbevinden en is niet alleen van toepassing op de afwezigheid van ziekte of een handicap. De GR GGD Rotterdam-Rijnmond is primair verantwoordelijk voor de uitvoering van de wettelijk basistaken volgens de Wet Publieke Gezondheid. Operationeel uitvoerder is de GGD Rotterdam-Rijnmond (onderdeel van het concern Rotterdam).
Betrokken partijen De GR GGD Rotterdam-Rijnmond is een samenwerkingsverband van 15 gemeenten in de stadsregio Rotterdam en een deel van de Zuid-Hollandse eilanden. De GR GGD Rotterdam-Rijnmond is congruent met de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Bestuur vertegenwoordigd door wethouder J.J. Silos – Knaap. Wethouder A.F. de Leede is plaatsvervangend lid.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2022: € 544.093 (2021: € 534.097).
Financiële positie De GGD-RR heeft geen eigen of vreemd vermogen. De gemeenschappelijke regeling van de GGD-RR heeft geen balans en andere financiële staten om in de begroting (en jaarverslag) op te nemen aangezien de GGD-RR onderdeel uitmaakt van de gemeente Rotterdam.
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
ROG Plus NWN
Vestigingsplaats Maassluis
Relatie met programma Sociaal Domein
Openbaar belang en visie Het bieden van maatwerkvoorzieningen ter bevordering, behoud of compensatie van zelfredzaamheid en ter ondersteuning van participatie aan ingezetenen van de gemeente die daartoe op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit hun sociale netwerk niet of onvoldoende in staat zijn. De maatwerkvoorzieningen richten zich ook op de ondersteuning van mantelzorgers. Artikel 2.3.5, lid 3 van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 legt het college daarbij de plicht op om, na onderzoek, een maatwerkvoorziening te bieden die een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid en participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven.
Betrokken partijen De gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Bestuur vertegenwoordigd door wethouder J.J. Silos – Knaap. Wethouder A.F. de Leede is plaatsvervangend lid.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2022: € 35.458.800 (2021 gewijzigd € 33.483.800).
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2020 Per 31-12-2020
Eigen vermogen 0 0
Vreemdvermogen 7.711.390 7.361.314
Resultaat -2.607.766 4.459.485
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond
Vestigingsplaats Rotterdam
Relatie met programma Sociaal Domein
Openbaar belang en visie Het uitvoeren van de bovenlokale taken door middel van: a. Het contracteren en/of subsidiëren van aanbieders van jeugdhulp en uitvoerders jeugdreclassering en jeugdbeschermingsmaatregelen in het kader van de Jeugdwet; b. Het organiseren van een advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling; c. Het bevorderen van gezamenlijk overleg van de gemeenten voor de uitvoering van de jeugdhulptaken, die in de Jeugdwet aan de gemeenten zijn opgedragen. Deze taken zijn bovenlokaal, dat wil zeggen aanvullend en in aansluiting op het lokale aanbod.
Betrokken partijen De gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Nissewaard, Vlaardingen en Westvoorne.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Bestuur vertegenwoordigd door wethouder J.J. Silos – Knaap.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2022: € 15.391.014 (2021 € 15.616.351).
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2020 Per 31-12-2020
Eigen vermogen 0 0
Vreemdvermogen 50.849 124.879
Resultaat 0 0
Risico’s De financiële ontwikkeling als gevolg van de resultaatgerichte financiering blijft een aandachtspunt.
Stroomopwaarts MVS
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Sociaal Domein
Openbaar belang en visie De gemeenschappelijke regeling is ingesteld ter behartiging van het belang van een kwalitatief hoogwaardige en doelmatige uitvoering van de taken en bevoegdheden van de deelnemers op het gebied van het sociaal domein. Meer in bijzonder de uitvoering van de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening (werkloze werknemers en gewezen zelfstandigen), de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (art. 1.13).
Betrokken partijen De gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door wethouders A.F. de Leede en B.T. Bikkers en in het Dagelijks Bestuur door wethouder A.F. de Leede.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2022: € 39.834.000 BUIG (2021 € 34.262.000) € 2.904.000 Minimabeleid (2021 € 2.957.000) € 19.972.000 Algemene dienstverlening (2021 € 18.418.000).
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2020 Per 31-12-2020
Eigen vermogen -467 4.455
Vreemdvermogen 12.690 19.385
Resultaat 211 1.693
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
Regionale Belasting Groep
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Financiën
Openbaar belang en visie Het heffen en invorderen van de gemeentelijke belastingen en heffingen en het uitvoeren van de werkzaamheden in het kader van de Wet Waardering onroerende zaken.
Betrokken partijen Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard, Hoogheemraadschap Delfland, gemeente Delft, gemeente Schiedam, gemeente Vlaardingen.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door wethouder B.T. Bikkers.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2022: € 1.409.000 (2021 € 1.382.000).
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2020 Per 31-12-2020
Eigen vermogen 2.246 2.439
Vreemdvermogen 890 718
Resultaat 117 313
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.

Vennootschappen en coöperaties

Intergemeentelijke Reiniging-, Afvalinzameling- en Dienstverlening Organisatie (IRADO)
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Groen en Miilieu
Openbaar belang en visie Het in opdracht van de gemeente Vlaardingen uitvoeren van het inzamelen en afvoeren van huishoudelijk afval en op basis hiervan adviseren en rapporteren.
Betrokken partijen Gemeenten Vlaardingen, Schiedam en Capelle a/d IJssel zijn ieder voor 1/3 aandeelhouder.
Bestuurlijk belang De Raad van Commissarissen bestaat uit externe commissarissen: de heer B.K.A van Rijsbergen (voorzitter), mw. M.M.C. Lansbergen-Kerklaan (plv vooorzitter) en de heer H.G.M. Mogezomp. Wethouder A.F. de Leede bekleedt namens de gemeente Vlaardingen de rol van opdrachtgever. Wethouder B. T. Bikkers bekleedt namens de gemeente Vlaardingen de rol van aandeelhouder.
Financieel belang De deelneming staat voor € 300.000,- op de balans van de gemeente Vlaardingen.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2020 Per 31-12-2020
Eigen vermogen 17.824 18.881
Vreemdvermogen 35.221 41.998
Resultaat 1.385 1.387
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
Waterbedrijf Evides
Vestigingsplaats Rotterdam
Relatie met programma Groen en Miilieu
Openbaar belang en visie Met de deelneming wordt beoogd invloed uit te oefenen op het beleid van watervoorziening en tariefstelling. Door een aantal fusies is de invloed van de gemeente de afgelopen jaren sterk afgenomen. De gemeente heeft op dit moment nog 1,8% van het totale aandelenpakket in bezit.
Betrokken partijen De aandelen van Waterbedrijf Evides zijn voor 50% in handen van de vroegere aandeelhouders van Delta Waterbedrijf en voor de andere 50% in handen van de vroegere aandeelhouders van Waterbedrijf Europoort. De laatste groep bestaat uit 24 gemeenten uit deze regio, waaronder de gemeente Vlaardingen.
Bestuurlijk belang De gemeente heeft stemrecht in de algemene vergadering van aandeelhouders. De gemeente Vlaardingen wordt hierin vertegenwoordigd door wethouder B. T. Bikkers.
Financieel belang De deelneming staat voor € 245.041,- op de balans van de gemeente Vlaardingen.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2020 Per 31-12-2020
Eigen vermogen 518.500 535.200
Vreemdvermogen 649.100 713.000
Resultaat 43.900 46.700
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
Werkbedrijf Vlaardingen
Vestigingsplaats Vlaardingen
Relatie met programma Sociaal Domein
Openbaar belang en visie Het in opdracht van de Gemeente Vlaardingen uitoefenen van (delen) van de Wet Sociale Werkvoorziening en de Wet Werk en Bijstand. Het uitoefenen van het formeel werkgeverschap voortvloeiende uit het voorgaande. De BV wordt vereffend.
Betrokken partijen Gemeente Vlaardingen
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen houdt 100% van de aandelen. De gemeente Vlaardingen wordt in de aandeelhoudersvergadering vertegenwoordigd door wethouders A.F. de Leede en B.T. Bikkers. De gemeentecontroller fungeert als statutair bestuurder ten behoeve van de vereffening van de BV.
Financieel belang Er zijn aandelen (gewaardeerd op € 18.000) in bezit bij de gemeente Vlaardingen. Deze verbonden partij is in liquidatie.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2020 Per 31-12-2020
Eigen vermogen N.n.b. N.n.b.
Vreemdvermogen N.n.b. N.n.b.
Resultaat N.n.b. N.n.b.
Risico’s Geen
Bank Nederlandse Gemeenten
Vestigingsplaats Den Haag
Relatie met programma Financiën
Openbaar belang en visie De Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) stelt zich ten doel gemeenten en andere decentrale overheden te ondersteunen bij hun maatschappelijke activiteiten middels het aanbieden van tal van bancaire diensten. Onze gemeente levert door haar deelneming een bijdrage hieraan.
Betrokken partijen De aandelen van de Bank Nederlandse Gemeenten zijn voor 50% in handen van het Rijk en voor de resterende 50% in handen van gemeenten. Onze gemeente heeft een belang van 0,36% in de bank.
Bestuurlijk belang De gemeente heeft stemrecht in de algemene vergadering van aandeelhouders. De gemeente Vlaardingen wordt hierin vertegenwoordigd door wethouder B. T. Bikkers.
Financieel belang De deelneming staat voor € 33.807 op de balans van de gemeente Vlaardingen.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2020 Per 31-12-2020
Eigen vermogen 4.887.000 5.097.000
Vreemdvermogen 144.802.000 155.262.000
Resultaat 221.000 163.000
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
Stadsherstel Maassteden
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Financiën
Openbaar belang en visie Opknappen en behouden van gebouwd erfgoed in Vlaardingen, Maassluis en Schiedam.
Betrokken partijen Het Fonds Schiedam Vlaardingen e.o., de gemeenten Schiedam, Vlaardingen en Maassluis zijn sinds januari 2018 aandeelhouders.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt hierin vertegenwoordigd door wethouder B. T. Bikkers.
Financieel belang De deelneming staat voor € 100.000 op de balans van de gemeente Vlaardingen.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2020 Per 31-12-2020
Eigen vermogen 229 1.533
Vreemdvermogen 360 970
Resultaat -92 -64
Risico’s Geen
Coöperatief beheer groengebieden Midden-Delfland
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Sport en recreatie
Openbaar belang en visie De coöperatie stelt zich ten doel de leden te faciliteren in de doelmatige en rechtmatige uitvoering van beheer- en onderhoudstaken ter zake van groengebieden in Midden-Delfland en al hetgeen met het vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.
Betrokken partijen De gemeenten Delft , Midden-Delfland, Maassluis, Schiedam, Vlaardingen en Westland.
Bestuurlijk belang Wethouder A.F. de Leede is door het college van B&W benoemd als lid van de algemene deelnemersvergadering.
Financieel belang De bijdrage van de gemeente Vlaardingen aan het CBG bedraagt € 573.354 per jaar.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2020 Per 31-12-2020
Eigen vermogen 5.025 4.779
Vreemdvermogen 2.780 4.100
Resultaat -245 -75
Risico’s Uit de begroting van het CBG 2022 blijkt dat voor de exploitatie 2022 een tekort wordt verwacht van € 259.780. Ook in de opvolgende jaren wordt een tekort verwacht. Er wordt gestart met een multidisciplinaire werkgroep om de door het bestuur gewenst risico/scenario analyse uit te voeren teneinde tot een structureel sluitende begroting te komen. Hierbij worden maatregelen onderzocht om enerzijds de lasten te reduceren als anderzijds de baten te verhogen. Er ligt een risico door een mismatch tussen het beheerbudget met de langjarige beheeropgave. Het streven is het tekort via mitigerende maatregelen in enkele jaren om te buigen tot een sluitende begroting. Hiertoe zal een werkgroep worden geformeerd. Voorts zijn er risico’s door een verlaging van de bijdrage van de Provincie Zuid-Holland van € 37.200 . Dit is 2 % op het totaal aan deelnemersbijdragen van de 6 gemeenten en PZH (€ 1.803.420). Andere risico’s zijn: Toenemend recreatief gebruik (meer beheerkosten); marktontwikkeling: prijsstijgingen materialen en arbeid en fluctuerende baten uit Economisch beheer (dit laatste mede door de corona-pandemie). onderhoud. De begrote bedragen zijn gebaseerd op gerealiseerde aanbestedingen in het verleden. Voor de aanpak essentaksterfte is een voorziening ingesteld. De aantasting gaat sneller dan voorzien en geeft veiligheidsrisico’s met de noodzaak voor meer incidentele aanpak met meer kosten. De van baten economisch beheer zijn de afgelopen jaren toegenomen; het is onzeker of dit zal doorzetten.