Voor u ligt de 2e voortgangsrapportage 2024. Deze voortgangsrapportage maakt onderdeel uit van de rapportagestructuur. Deze rapportagestructuur bestaat uit twee voortgangsrapportages per begrotingsjaar. De in de voortgangsrapportages gemelde begrotingsafwijkingen worden, door middel van een begrotingswijziging, verwerkt in de lopende begroting.
In deze rapportage zijn de tot nu toe bekende begrotingsafwijkingen opgenomen. De tabellen worden gepresenteerd op taakveldniveau. Onder de tabellen worden de afwijkingen per taakveld toegelicht.
Ontwikkelingen
De belangrijkste afwijkingen worden deels veroorzaakt door externe factoren. Ook is een aantal afwijkingen van financieel-technische aard. De verwachte afwijkingen, zowel positief als negatief, leiden na de begrotingswijziging, tot een nieuw begrotingssaldo van € 7.843.000 negatief.
Het gewijzigde begrotingssaldo over 2024 kent een aantal hoofdoorzaken:
- De meicirculaire heeft een positief effect van € 2,7 miljoen. Een uitgebreide toelichting vindt u in het raadsmemo gevolgen meicirculaire 2024.
- De septembercirculaire compenseert gemeenten voor de hogere lasten voor de nieuwe cao gemeenteambtenaren en indexatie van de verbonden partijen. Daarmee heeft het een positief effect van € 4,5 miljoen. Een uitgebreide toelichting vindt u in het raadsmemo gevolgen septembercirculaire 2024.
- Verbonden partijen:
- SOW: de primaire begroting van SOW stond niet goed verwerkt in de begroting van de gemeente. Dat leidt tot een voordelig effect van €3,2 miljoen. Daarnaast laat de 1e begrotingswijziging van SOW een toename zien. Dit heeft een negatief effect van € €2 miljoen. Per saldo levert het een voordeel op van € 1,2 miljoen.
- ROGplus: de gestegen kosten voor jeugdzorg zorgen voor een verhoging van de bijdrage van de gemeente aan ROGplus. Dit heeft een negatief effect van €3,8 miljoen.
- Er is een verwachte overschrijding van €3,7 miljoen op de personeelskosten. Om de ambities voor de stad te kunnen realiseren, zijn we de omslag aan het maken van een beheer- naar een ontwikkelgemeente. Dit kost tijd en extra menskracht. Het is gebleken dat er meer vast personeel nodig is dan voorheen begroot om zo de ambities waar te kunnen maken. Daarnaast zorgt de krappe arbeidsmarkt ervoor dat we soms genoodzaakt zijn om expertise in te huren. Op dit moment werken wij aan een verbetering van ons financieel inzicht op dit vlak, zodat we volgend jaar nog beter kunnen sturen op inhuur.
- We hebben onze bestemmingsreserves deels opgeruimd en terug laten vloeien in de algemene reserve. Dit heeft in 2024 geleid tot een positief effect van € 0,4 miljoen. Daartegenover hebben we een aantal dotaties aan verschillende bestemmingsreserves moeten doen ten laste van het saldo, om aan toekomstige verplichtingen te kunnen voldoen. In totaal betreft dit meer dan € 11,6 miljoen en er is een correctie op een geraamde onttrekking doorgevoerd met betrekking tot de Blankenburgverbinding van bijna € 1,7 miljoen nadelig.
- Het actualiseren van de Meerjaren Investeringsplanning (MIP) naar aanleiding van het 213A onderzoek naar onze investeringen heeft een positief effect op het begrotingssaldo. De actualisatie heeft ertoe geleid dat waar mogelijk investeringen beter zijn weggezet in de tijd, waardoor de kapitaallasten pas op een later moment ingaan. Dit heeft een positief effect van € 2,9 miljoen.
Het saldo voor 2024 was na de 1e voortgangsrapportage € 12.377.000 negatief. Dit saldo wordt bijgesteld naar € 7.843.000 negatief. De structurele effecten uit deze voortgangsrapportage worden verwerkt in de meerjarenbegroting 2025 – 2028.
In de tabel aan het eind van deze inleiding kunt u de gevolgen voor de begrotingssaldi voor de jaren 2024 tot en met 2028 zien. We zijn structureel sluitend in de jaren 2024, 2027 en 2028.
Risico’s
In deze voortgangsrapportage zijn per programma ook risico’s (en onzekerheden) benoemd. Het risico met betrekking tot extra kosten jeugdhulp er bovenuit springt met een mogelijke extra bijdrage van € 4,2 miljoen.
Meer investeren in de stad mogelijk
De 2e voortgangsrapportage laat een positiever financieel beeld zien dan de 1e voortgangsrapportage. Daarmee is het beeld positiever dan waarmee rekening is gehouden in de concept-begroting 2025. De positievere financiële cijfers maken dat we dit jaar minder aan de algemene reserve moeten onttrekken dan wij hadden verwacht. Ook voor de komende jaren zien we meer ruimte in de algemene reserve. Dit betekent dat er eventueel meer middelen beschikbaar zijn om de investeringen in de stad te kunnen doen, zoals voorgesteld in de concept-begroting 2025. We kunnen deze extra middelen inzetten om de ontwikkelfondsen voor de gebiedsontwikkelingen in de Binnenstad, Rivierzone en de Westwijk te vullen. Dat doen we natuurlijk alleen als er daadwerkelijk geld voor is en we voldoende in onze algemene reserve overhouden. We houden daarbij het weerstandsratio van minimaal 1,0 aan. De keuze of we middelen uit de algemene reserve naar de ontwikkelfondsen storten, zullen we, als er voldoende middelen zijn, bij de Voorjaarsnota 2025 aan u voorstellen. Dat is ruim op tijd, omdat we mogelijk pas onttrekkingen uit de algemene reserve vanaf 2026 gaan doen ten behoeve van de gebiedsontwikkelingen 2026.
Leeswijzer
Hieronder vindt u in de overzichtstabel een overzicht van de wijzigingen per begrotingsprogramma (bedragen x € 1.000). Alle begrotingsafwijkingen worden in de programma’s toegelicht. De afwijkingen zijn verwerkt in de begrotingswijziging 2024 die u aan het einde van deze voortgangsrapportage vindt. Na het vaststellen van de begrotingswijziging door uw raad worden de afwijkingen verwerkt in
de meerjarenbegroting 2025 – 2028.
In deze voortgangsrapportage zijn de risico’s (en onzekerheden) benoemd waar er sprake is van een afwijking van de benoemde risico’s in de begroting 2024.
In een apart hoofdstuk in deze 2e Voortgangsrapportage vindt u de rapportage over de stadsprogramma's en overige programma's.
In de bijlage vindt u een overzicht van de voortgang van onze investeringen in 2023 en 2024 zoals toegezegd aan uw raad. Hiermee beschouwen wij de toezegging als afgedaan.