Voor u ligt de 2e voortgangsrapportage (VGR) 2026. Deze voortgangsrapportage maakt onderdeel uit van de rapportagestructuur. Met deze voortgangsrapportage geven wij u inzicht in de begroting van het lopende jaar (2026). In deze rapportage zijn de tot nu toe bekende begrotingsafwijkingen opgenomen. De tabellen worden gepresenteerd op taakveldniveau. Onder de tabellen worden de afwijkingen per taakveld toegelicht. Ook hebben we de gevolgen van de septembercirculaire verwekt in deze rapportage.
Ambities waarmaken binnen onze mogelijkheden
Dit is de eerste voortgangsrapportage van het nieuwe college. We rapporteren over de uitvoering van de begroting 2026, die door het vorige college is opgesteld. Tegelijkertijd zijn we aan de slag met de ambities uit het coalitieakkoord 'Durven Doen – Van Haringkoppen, voor Haringkoppen'. We willen een gemeente zijn die problemen aanpakt, afspraken nakomt en zorgt voor zichtbaar resultaat voor inwoners en ondernemers.
Die ambities vragen om concrete stappen. Veiligheid en leefbaarheid staan daarbij voorop. Zo zetten we in op extra toezicht en handhaving, onder meer met extra boa-capaciteit in de Westwijk en het centrum. Ook investeren we in cameratoezicht en de aanpak van veiligheidsproblemen in de Westwijk. Daarnaast zien we dat de woningbouwopgave vraagt om voldoende capaciteit om vergunningaanvragen tijdig af te handelen. Zo werken we aan een veilige, leefbare stad waarin ruimte is om te wonen en te ondernemen.
Tegelijkertijd moeten we realistisch zijn over wat we kunnen waarmaken. De financiële ruimte en de capaciteit van onze organisatie zijn niet onbeperkt. Daarom moeten we zorgvuldig omgaan met gemeenschapsgeld en scherp kijken naar de ontwikkeling van onze uitgaven. Deze voortgangsrapportage brengt de financiële afwijkingen in beeld en laat zien waar bijsturing nodig is. We werken aan meer grip op de financiën en een realistischer beeld van de verwachte uitgaven, zodat we tijdig kunnen handelen.
Ontwikkelingen
De grootste mutaties in deze voortgangsrapportage worden hieronder weergegeven. Voor uitgebreidere toelichtingen verwijzen we u naar de toelichtingen die per programma en taakveld zijn opgenomen in deze rapportage. In de overzichtstabel vindt u een overzicht van alle financiële afwijkingen.
De grootste positieve bijstellingen betreffen:
- Septembercirculaire 2026: de algemene uitkering uit het gemeentefonds valt hoger uit door bijstellingen vanuit het Rijk, waaronder de actualisatie van de accresontwikkeling en de uitkering op basis van de Miljoenennota 2027. Na aftrek van de middelen die beschikbaar worden gesteld voor specifieke taken, resteert een voordeel van circa € 196.000 in 2026 en € 1,6 miljoen in 2027. Ook voor de jaren daarna is het effect positief.
-
Stroomopwaarts: de jaarrekening 2025 van Stroomopwaarts leidt tot een voordeel van circa € 947.000 in 2026. Dit voordeel hangt samen met de financiële afwikkeling van de begroting van Stroomopwaarts.
-
Kapitaallasten: de kapitaallasten vallen per saldo € 571.000 lager uit dan begroot. Dit komt doordat investeringen worden doorgeschoven, waardoor de bijbehorende kapitaallasten in 2026 nog niet optreden. Een deel van dit voordeel wordt gecompenseerd door een lagere stelpost voor kapitaallasten en stortingen in voorzieningen.
-
Riolering: er valt € 560.000 vrij uit de voorziening riolering. Bij de aanpassing van de voorziening is gebleken dat door lagere uitgaven aan klimaatadaptatie in 2024 en 2025 meer middelen beschikbaar zijn dan nodig. Daarom kan dit bedrag vrijvallen ten gunste van het begrotingssaldo.
-
Onroerendezaakbelasting (OZB): de opbrengsten uit de OZB voor woningen en niet-woningen vallen naar verwachting in totaal € 450.000 hoger uit dan begroot. Bij het bepalen van de tarieven was uitgegaan van lagere WOZ-waarden dan uiteindelijk zijn vastgesteld. De gerealiseerde WOZ-waarden liggen circa 1% hoger dan geraamd. Dit leidt tot € 200.000 extra opbrengsten uit woningen en € 250.000 uit niet-woningen.
De grootste negatieve bijstellingen betreffen:
- Personeelskosten en externe inhuur: we verwachten in 2026 een overschrijding van het personeelsbudget van circa € 5,9 miljoen. Dit komt voornamelijk door hogere kosten voor externe inhuur. Hier staan voordelen tegenover op het salarisbudget, onder meer door vacatures en doorbelastingen aan investeringen en projecten. De verwachte overschrijding is niet hoger dan in voorgaande jaren. Doordat we werken aan meer grip op de personele kosten, kunnen we de verwachte overschrijding nu eerder en realistischer in beeld brengen. We versterken de sturing op de inzet van personeel en externe inhuur, zodat we tijdig kunnen bijsturen en de kosten beter beheersbaar houden. De ambitie is om het aandeel externe inhuur uiterlijk in 2028 terug te brengen naar maximaal 20% en tegelijkertijd meer medewerkers aan de organisatie te binden en te behouden.
-
Bijstandsuitgaven (BUIG): door lagere baten en hogere lasten als gevolg van extra kosten voor bijstandsgerechtigden ontstaat een nadeel van circa € 1,7 miljoen.
-
Nazorgkosten ERPx: de kosten voor ondersteuning en beheer tijdens de nazorgfase van het nieuwe financiële systeem vallen € 555.000 hoger uit dan geraamd. Extra begeleiding en ondersteuning zijn nodig om de nieuwe werkprocessen goed in te richten en de continuïteit van de financiële administratie te borgen.
-
Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR): de begrotingswijziging leidt tot een nadeel van circa € 591.000 in 2026.
-
Bouwleges en uitvoeringscapaciteit: tegenover hogere inkomsten uit bouwleges staan extra kosten voor de afhandeling van vergunningaanvragen. Per saldo leidt dit tot een nadeel van circa € 240.000.
Per saldo heeft deze voortgangsrapportage, inclusief de mutaties in de reserves, een negatief effect van circa € 3,2 miljoen op het begrotingssaldo van 2026. Vanaf 2027 levert de 2e voortgangsrapportage een voordeel op van € 2,4 miljoen in 2027, € 1,2 miljoen in 2028, € 1,0 miljoen in 2029 en € 0,9 miljoen in 2030. Inmiddels is ook het door uw raad vastgestelde Meerjarenprogramma Grondzaken 2026 verwerkt in de begrotingscijfers. Dit levert een nadeel op van € 5,4 miljoen in 2026, € 2,9 miljoen in 2027, € 2,6 miljoen in 2028 en € 0,9 miljoen in 2029.
Het begrotingssaldo voor 2026 komt daarmee uit op circa € 1,6 miljoen positief. Dit geldt ook voor het resultaat in 2027 (circa € 0,1 miljoen). Voor de jaren 2028 (circa € 3,2 miljoen), 2029 (circa € 3,3 miljoen) en 2030 (circa € 3,0 miljoen) is het resultaat negatief.
In de tabel aan het eind van deze inleiding vindt u de gevolgen voor de begrotingssaldi voor de jaren 2026 tot en met 2030. Daarnaast is ook het structurele begrotingssaldo in beeld gebracht. Dat saldo laat zien dat de begroting voor 2026 en 2027 structureel sluitend is. Voor de jaren 2028 tot en met 2030 zijn er echter structurele tekorten. Dit onderstreept dat we ook op de langere termijn keuzes moeten maken om onze ambities en taken in balans te brengen met de beschikbare middelen.
In de begroting 2027-2030 hebben we voor 2027 een begrotingssaldo gepresenteerd van € 0,6 miljoen. Dat is met deze 2e voortgangsrapportage gedaald naar € 0,1 miljoen. Het structurele begrotingssaldo voor 2027 is juist gestegen van € 0,4 miljoen in de begroting 2027 naar € 1,5 miljoen in deze voortgangsrapportage. De provincie toetst in het kader van haar toezicht op de gemeente of de begroting structureel sluitend is. Wanneer sprake is van een niet sluitende meerjarenbegroting, dan moet het 1e begrotingsjaar ook incidenteel sluitend zijn. Voor de gemeente Vlaardingen betekent dit dat het structurele saldo in 2027 € 1,5 miljoen bedraagt, maar dat op het incidentele begrotingssaldo slechts ruimte is van € 0,1 miljoen. Dit houdt in dat er geen of weinig ruimte is voor nieuwe financiële voorstellen, zonder dat daar concrete en gefundeerde dekking tegenover staat.
Risico’s
In deze voortgangsrapportage is een aparte paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing opgenomen. Hierin wordt de ontwikkeling van de risico’s en het weerstandsvermogen toegelicht. Ook worden de beschikbare en gewenste weerstandscapaciteit en de belangrijkste financiële risico’s beschreven. Daarbij is aandacht voor onder meer ontwikkelingen rond onderwijshuisvesting, de Broekpolder, opvangplekken, het sociaal domein, investeringen en cybercrime. De paragraaf geeft inzicht in de risico’s die van invloed kunnen zijn op de financiële positie van de gemeente en de maatregelen die worden ingezet om deze risico’s te beheersen.
Leeswijzer
Deze voortgangsrapportage bestaat uit een toelichting per programma, een overzicht van de investeringen en de paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing, Bedrijfsvoering en Stadsprogramma’s. Per programma worden de financiële afwijkingen toegelicht, inclusief de gevolgen voor de begroting. Ook worden relevante ontwikkelingen in investeringen, reserves en verbonden partijen beschreven. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing leest u over de actualisatie van de risico’s en het weerstandsvermogen.
In het overzicht aan het eind van deze inleiding staan de financiële mutaties die gevolgen hebben voor het begrotingssaldo.
De bijlagen bevatten de begrotingswijziging die voortvloeit uit deze voortgangsrapportage, het overzicht van budgetoverhevelingen en het overzicht van subsidieontvangsten.