Paragraaf Bedrijfsvoering

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Inleiding

In het organisatieplan Vlaardingen Voortvarend staat beschreven hoe we als organisatie werken aan onze maatschappelijke opgaven. We zijn in een fase waarin de ingezette ontwikkelingen verder worden geïmplementeerd en geborgd. Het ontwikkelen van de organisatie wordt hiermee steeds meer onderdeel van het reguliere werk. Daarbij zoeken we een goede balans tussen het uitvoeren van onze taken en de ruimte die nodig is om te ontwikkelen en daarmee de organisatie verder te versterken.

We volgen de voortgang van de ontwikkeling van de organisatie via de jaarplannen die per team worden opgesteld en voeren hierover het goede gesprek. Hierdoor hebben we beter inzicht in de behaalde resultaten en de punten die verdere aandacht vragen, zodat we tijdig kunnen bijsturen waar nodig.

In deze tweede voortgangsrapportage actualiseren we de ontwikkelingen binnen onze bedrijfsvoering. We gaan in op de voortgang bij onder andere de ontwikkeling van onze medewerkers en organisatie, het terugdringen van externe inhuur en de verdere verbetering van onze financiële processen. Met de invoering van ERPx is een belangrijke technische en functionele basis gelegd. De komende periode richten we ons op het verder inrichten van onze processen en instrumenten en het borgen van de nieuwe werkwijze in de organisatie. Zo vergroten we de grip op onze bedrijfsvoering en versterken we de basis voor een efficiënte en betrouwbare uitvoering van onze taken.

Medewerker

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Medewerker

Voortgang terugdringen externe inhuur
De gemeente werkt aan het terugdringen van externe inhuur en het structureel versterken van de eigen organisatie. De ambitie is om het aandeel externe inhuur uiterlijk in 2028 terug te brengen naar maximaal 20% en tegelijkertijd meer medewerkers aan de organisatie te binden en te behouden. Dit sluit aan bij de aanbevelingen uit het rekenkameronderzoek naar externe inhuur en de op 29 januari 2026 aangenomen motie ‘Ambtenaren in loondienst’. 

De eerste resultaten zijn zichtbaar in de ontwikkeling van het aandeel externe inhuur. Per 1 oktober 2026 bedraagt dit 23,9% (189 externen op 790 medewerkers), tegenover 25,4% op 30 juni 2026. De daling hangt onder meer samen met het beëindigen van externe inzet bij afronding van projecten, maar vooral  het waar mogelijk structureel invullen van functies met medewerkers in vaste dienst.

Om deze ontwikkeling voort te zetten, wordt gestuurd op het terugdringen van langdurige externe inhuur. Nieuwe inhuurverzoeken worden vooraf getoetst via de capaciteitendesk, waarbij eerst wordt gekeken naar interne oplossingen of vaste werving. Daarnaast wordt gewerkt aan structureel beleid voor externe inhuur en een betere sturing op formatie en personeelscapaciteit.

Op basis van de huidige ontwikkeling wordt rond de jaarwisseling een inhuurpercentage tussen 18% en 21% verwacht. De belangrijkste uitdaging blijft de krapte op de arbeidsmarkt voor specialistische functies, zoals binnen toezicht, financiën, juridische zaken en ICT. De komende periode ligt de nadruk op het vasthouden van de dalende trend en het verder versterken van de structurele personele bezetting.

Inclusief werkklimaat
Eind vorig jaar heeft een aantal leidinggevenden deelgenomen aan een pilot met de Tiny Habits-methodiek. Het doel was om met kleine, dagelijkse gedragingen een meer inclusieve werkcultuur te versterken. Uit de meting van 2026 blijkt dat de factoren die in 2023 als meest bepalend voor inclusie werden aangemerkt, binnen de deelnemende teams zijn verbeterd. Medewerkers ervaren vaker inclusief gedrag, waarderen onderlinge verschillen meer en ervaren minder vriendjespolitiek.  

De onderzoekers van The Better Company constateren dat de interventie een positieve bijdrage heeft geleverd aan de inclusiebeleving binnen de deelnemende teams. Dat biedt aanknopingspunten voor hoe we ook in de toekomst kunnen blijven werken aan een inclusieve en sociaal veilige organisatie. Deze positieve resultaten komen uit de pilotteams, terwijl de organisatiebrede MTO-uitkomsten op dit thema ook nog volgen.

HR21
De implementatie van HR21 bevindt zich in de afrondende fase. Op dit moment beoordeelt een onafhankelijke externe commissie de ingediende zienswijzen van medewerkers, waarna een advies wordt uitgebracht ten behoeve van de definitieve vaststelling van het functieboek. De verwachting is dat het functieboek eind 2026 definitief kan worden vastgesteld en medewerkers hun definitieve indelingsbrief ontvangen. Op basis van de huidige inzichten blijven de structurele extra loonkosten van HR21 binnen het hiervoor begrootte budget. 

Financiën

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Financiën

Met de invoering van het nieuwe financiële systeem ERPx is een belangrijke technische basis gelegd om onze financiële processen te verbeteren en meer grip en control te krijgen. Het systeem geeft beter inzicht in de financiële gegevens en biedt mogelijkheden om eerder bij te sturen. Tegelijkertijd brengt het gebruik van het systeem verbeterpunten in onze bestaande processen aan het licht. Deze pakken we aan door onze werkwijzen verder te verbeteren en te borgen. De voordelen van het systeem zullen daarom pas op langere termijn echt goed zichtbaar worden.  

Een belangrijk onderdeel hiervan is het realistischer ramen en faseren van investeringen. Hiermee zijn we in 2026 gestart. Door investeringen realistischer over de jaren te verdelen, ontstaat een beter beeld van de verwachte uitgaven en de planning van projecten. Ook kunnen hierdoor verschuivingen ontstaan in de bedragen die aan afzonderlijke jaren worden toegerekend. In deze voortgangsrapportage vindt u een overzicht van alle investeringen en de wijzigingen daarin. 

De invoering van ERPx is geen eindpunt, maar een basis voor verdere verbetering van onze bedrijfsvoering. De accountant ziet inmiddels eerste verbeteringen, maar constateert in de Boardletter ook dat verdere ontwikkeling nodig blijft. Dit geldt niet alleen voor de investeringsplanning, maar ook voor andere onderdelen van onze bedrijfsvoering, waaronder het inzicht in en de beheersing van de personeelskosten. Doordat het systeem meer inzicht geeft in de financiële gegevens, komen ook afwijkingen aan het licht die eerder minder goed zichtbaar waren. Dit maakt het mogelijk om eerder bij te sturen.

We richten onze financiële processen en instrumenten verder in en werken aan het borgen van de nieuwe werkwijze in de organisatie. Daarbij pakken we de verbeterpunten op en benutten we de inzichten uit het systeem om onze financiële sturing verder te verbeteren. Zo werken we stap voor stap aan meer grip en control, betere managementinformatie en meer mogelijkheden om tijdig bij te sturen.