Voldoende weerstandsvermogen om risico's op te kunnen vangen is voor een gemeente absolute noodzaak. In Vlaardingen maakt risicomanagement structureel onderdeel uit van de Planning & Control-cyclus. Zo vindt tweemaal per jaar, zowel bij de begroting als bij de jaarrekening, een risico-inventarisatie en een risicowaardering plaats. Naast onzekerheden als gevolg van landelijke politiek, spelen in Vlaardingen ontwikkelingen waarvan de risico’s nog onzeker zijn en die extra aandacht vragen bij het opstellen van de begroting.
Artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) beschrijft het weerstandsvermogen als volgt: “Het weerstandsvermogen geeft de relatie aan tussen de weerstandscapaciteit (de beschikbare middelen om niet begrote kosten te dekken) en de risico’s van mogelijk materiële financiële betekenis waarvoor geen maatregelen zijn getroffen”. Dit weerstandsvermogen wordt weergegeven in een verhoudingsgetal of ratio.
Weerstandsvermogen = aanwezige weerstandscapaciteit /risico's
De gewenste weerstandscapaciteit is het geldbedrag dat idealiter aanwezig is om de risico’s af te dekken. De hoogte van de gewenste weerstandscapaciteit is afhankelijk van de binnen de gemeente aanwezige risico's en van de ingeschatte risicobedragen (per risico). Het gemeentelijk beleid streeft naar het realiseren van een weerstandsratio van minimaal 1,0.
Aanwezige weerstandscapaciteit
De aanwezige weerstandscapaciteit bestaat uit het totaal aan middelen dat de gemeente beschikbaar heeft of op korte termijn vrij kan maken om financiële tegenvallers op te vangen. De algemene reserve vormt daarbij het al beschikbare deel. De weerstandscapaciteit per 1 januari 2026 is € 56,9 miljoen.
Gewenste weerstandscapaciteit
De gewenste weerstandscapaciteit bestaat uit middelen die de gemeente beschikbaar zou moeten hebben of op korte termijn vrij zou moeten kunnen maken om de waargenomen risico's financieel te kunnen dekken als deze zich voordoen in de geschatte mate (kans x impact).
Om dit bedrag te kunnen bepalen, wordt er een simulatie uitgevoerd voor het berekenen van de benodigde weerstandscapaciteit op basis van de Monte Carlo methode. De basis van deze simulatie is het inventariseren en het inschatten van de risico’s.
Op basis van de interne analyse van risico’s (zie hiervoor de risicomatrix verderop) voor de ontwerp begroting 2027 is de gewenste weerstandscapaciteit nu ingeschat op € 25,2 miljoen.
Ratio weerstandsvermogen
De ratio op basis van de huidige inzichten is 2,26.
In de risico inventarisatie zijn onderstaande risico's nog niet opgenomen of geactualiseerd omdat de impact nog niet gekwantificeerd kan worden.
Inzicht in veerkracht
Veerkracht is niet alleen van belang voor de leefbaarheid van wijken, maar heeft ook invloed op het weerstandsvermogen van de gemeente. In buurten met een hoge mate van veerkracht kunnen inwoners, maatschappelijke organisaties en netwerken beter omgaan met sociale en economische uitdagingen. Daardoor leidt een toename van het aandeel bewoners in een kwetsbare positie in buurten met een hoge mate van veerkracht minder snel tot overlast, onveiligheid of een grotere vraag naar gemeentelijke ondersteuning. In buurten met een lagere veerkracht kunnen dergelijke ontwikkelingen juist sneller leiden tot maatschappelijke problemen en een grotere druk op voorzieningen en gemeentelijke middelen. Investeren in individueel, collectief en fysiek veerkrachtkapitaal draagt daarom niet alleen bij aan sterke wijken, maar versterkt ook het vermogen van de gemeente om maatschappelijke risico's op te vangen en daarmee haar weerstandsvermogen op langere termijn. De veerkracht van de stad vormt daarmee een belangrijke basis voor een gemeente die ook in de toekomst in staat is maatschappelijke opgaven het hoofd te bieden en kansen te benutten.
Integraal Huisvestingsplan Onderwijs
In de meerjarenbegroting zijn voor de projecten onderwijshuisvesting uit het Integraal Huisvestingsplan (IHP) investeringsbedragen opgenomen. Bij het opstellen van deze ramingen is uitgegaan van normbedragen voor nieuwbouw en renovatie, in combinatie met het normatieve aantal vierkante meters waarop de betreffende school ten tijde van de vaststelling van het IHP-aanspraak had. Naarmate er meer projecten uit het eerste uitvoeringsprogramma verder worden uitgewerkt en gerealiseerd, ontstaat een beter inzicht in de daadwerkelijke kosten. Daarbij is gebleken dat de beschikbare normatieve budgetten al een aantal keer ontoereikend waren voor de realisatie van de projecten in de huidige marktomstandigheden.
We analyseren de kosten van de in uitvoering zijnde projecten, landelijke (markt)ontwikkelingen en mogelijke beheersmaatregelen. In Q1 2027 geeft het college terugkoppeling aan de raad.
Broekpolder
Het project Sanering Broekpolder is in januari 2026 gestart na een voorbereiding van 3 jaar. De financiële raming is opgesteld naar de toen geldende financiële normen. Na de start blijkt dat het aantrekken van grond ingewikkelder blijkt dan ingeschat. Dit kan leiden tot minder opbrengsten dan geraamd. Ook de situatie in de wereld(economie) kan er toe leiden dat prijsstijgingen zich voordoen. Er is een post onvoorzien opgenomen in de raming, Indien deze onvoldoende blijkt zal de gemeenteraad hier over geïnformeerd worden. Provincie Zuid Holland betaalt 70% van het totaal aan projectkosten. Ook Staatsbosbeheer en Hoogheemraadschap dragen bij. Ook met hen wordt het gesprek inzake de gewijzigde financiële situatie worden gevoerd.
Opvangplekken
Vlaardingen staat voor de opgave om binnen de kaders van de Spreidingswet een bijdrage te leveren aan de opvang van asielzoekers. Tegelijkertijd wordt de gemeente geconfronteerd met een samenloop van maatschappelijke opgaven die een aanzienlijk beroep doen op de beschikbare voorzieningen, capaciteit en uitvoeringskracht. Hierbij kan onder meer worden gewezen op de opvang van ontheemden uit Oekraïne, de verantwoordelijkheid voor maatschappelijke opvang, de aanwezigheid van arbeidsmigranten, de druk op de woningmarkt en de opgaven die voortvloeien uit het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid Westwijk. Deze opgaven kunnen niet los van elkaar worden bezien. De draagkracht van wijken en buurten staat op verschillende plekken onder druk en de sociaaleconomische positie van Vlaardingen vraagt blijvend om aandacht.