Paragrafen

Paragraaf Lokale heffingen

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Inleiding

Lokale heffingen zijn de inkomsten die verkregen worden op grond van publiekrechtelijke regels, voornamelijk belastingen, heffingen en retributies. De heffingen zijn gebaseerd op wettelijke bepalingen. Bij de lokale lasten maken we onderscheid tussen zuivere belastingen, heffingen en retributies:

  • De zuivere belastingen behoren tot de algemene dekkingsmiddelen en zijn voor de uitvoering van collectieve vormen van dienstverlening, maar ook individuele vormen van dienstverlening zonder een duidelijke relatie tussen dienstverlening en belasting. In Vlaardingen onderscheidden we in 2024 de onroerende zaakbelasting (OZB), de precariobelasting en de toeristenbelasting.
  • De heffingen zijn voor de dekking van de kosten voor uitvoering van publiekrechtelijke dienstverlening. Dat houdt in dat de belastingplichtige ook moet betalen als hij de dienst niet wenst. Voorbeelden van heffingen zijn afvalstoffenheffing en rioolheffing.
  • De retributies zijn vergoedingen voor individuele dienstverlening van typische overheidsdiensten van publiekrechtelijke aard. Voorbeelden hiervan zijn leges voor een paspoort en rijbewijs.

Beleid

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Beleid

Uitgangspunten van het gemeentelijk beleid 2024 waren ten aanzien van de belastingen en heffingen: gematigde belastingen en kostendekkende heffingen en retributies.

  • Onroerendezaakbelasting: de OZB-opbrengsten zijn verhoogd met 7,6% conform de CPI inflatie van januari 2023, zoals vastgelegd in het coalitieakkoord 2022-2026 "Groei en Bloei voor Vlaardingen".
  • De tarieven van de overige gemeentelijke belastingen, heffingen en leges zijn geïndexeerd met 7,6%. De uitzondering hierop wordt gevormd door de wettelijk vastgelegde tarieven en het tarief voor de Zeehavengelden en Binnenhavengelden, waarvoor Vlaardingen meelift met Rotterdam.
  • Het tarief voor het rioolrecht, gebaseerd op het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan, was € 177,58.
  • Het tarief voor de afvalstoffenheffing, gebaseerd op de gewenste opbrengst in combinatie met het aantal huishoudens, was € 317,69 voor een éénpersoonshuishouden en € 406,20 voor een meerpersoonshuishouden.
  • De opbrengst van de bedrijven Investeringszone (BIZ) was nihil.
  • De parkeertarieven kennen een eigen regime en zijn bij afzonderlijk raadsbesluit vastgesteld.

Kwijtschelding

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Kwijtschelding

Voor mensen met de laagste inkomens bestaat de mogelijkheid van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de lokale lasten. De regels voor het toekennen worden bepaald door de Rijksoverheid, neergelegd in de Invorderingswet. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen, die een inkomen hebben dat niet hoger ligt dan de bijstandsnorm.
Gemeenten mogen hiervoor een lager inkomen hanteren. De gemeente Vlaardingen hanteert de zogenaamde 100%-norm, dat betekent dat inwoners van Vlaardingen met een inkomen op bijstandsniveau in beginsel voor kwijtschelding in aanmerking komen. Daarnaast heeft Vlaardingen met ingang van 2023 de vermogensnorm met € 2.000 verhoogd.

Voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend, mogen gemeenten zelf bepalen. In Vlaardingen kan kwijtschelding worden aangevraagd voor de afvalstoffenheffing. Er is over 2024 voor een bedrag van € 919.000 aan kwijtschelding verleend. Naar verwachting komt hier nog circa € 95.000 over 2024 bij. Dit is iets meer dan in de begroting geraamd. De voornaamste oorzaak hiervan is de verhoging van het tarief met 7,6% en verhoging van het kwijtscheldingsbudget met enkel 1,5%. Over voorgaande jaren is echter minder kwijtschelding verleend, dan vooraf begroot, dit levert een voordeel op van circa € 98.000. Per saldo is er in 2024 een voordeel op het budget van  circa € 31.000.

Gemeentelijke belastingschulden tot en met 2020 van slachtoffers van de kinderopvangtoeslagaffaire worden kwijtgescholden op basis van een landelijke regeling. De gemeente Vlaardingen wordt hiervoor gecompenseerd door het Rijk. De kwijtschelding in 2024 bedraagt € 6.710.  De te ontvangen compensatie vanuit het Rijk bedraagt € 17.323, waarvan € 10.613 ziet op kwijtschelding van schulden uit voorgaande jaren.

 

 

Woonlasten, lokale lastendruk

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Woonlasten, lokale lastendruk

Onder de woonlasten verstaan we het gemiddelde bedrag dat een huishouden in Vlaardingen betaalt aan OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Bij de berekening van de totale woonlasten hebben we de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  1. We gaan uit van een eigen woning, die wordt bewoond door een gezin;
  2. De OZB-aanslag is gebaseerd op de gemiddelde WOZ-waarde van een woning in Vlaardingen.

De ontwikkeling van de woonlasten van de afgelopen jaren ziet er als volgt uit. 

 

Woonlasten 2020 2021 2022 2023 2024
OZB-eigenaar 287,94 308,00 296,45 314,04 351,64
Rioolheffing 161,36 159,28 169,17 161,43 206,90
Afvalstoffenheffing 351,53 369,56 371,93 377,51 406,20
Totaal 800,83 836,84 837,55 852,98 964,74

Woonlasten, vergelijking met andere gemeenten

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Woonlasten, vergelijking met andere gemeenten

Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) geeft sinds 1997 met de ’Atlas van de lokale lasten‘ inzicht in de woonlasten per gemeente en de posities die de gemeenten ten opzichte van elkaar innemen in Nederland. Hierbij geldt dat nummer 1 de goedkoopste gemeente is en nummer 345 de duurste. In de atlas van 2024 neemt Vlaardingen de 222e plaats in op basis van de woonlasten zoals die in de tabel hierboven zijn berekend. In 2024 zat Vlaardingen € 34,00 boven de landelijke gemiddelde woonlasten.

Overigens liggen de woonlasten van 80% van alle gemeenten , waaronder Vlaardingen, heel dicht bij elkaar en rond het landelijk gemiddelde. Wat betreft de omringende gemeenten bedragen de woonlasten:

Gemeente Gemiddelde woonlasten Ranglijst Coelo (2024)
Capelle a/d IJssel € 740 4
Nissewaard € 935 105
Rotterdam € 1.023 216
Vlaardingen € 1.028 222
Schiedam € 949 127
Westland € 1.057 252
Delft € 1.128 285
Maassluis € 1.064 256

Opbrengsten belastingen, heffingen en retributies

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Opbrengsten belastingen, heffingen en retributies

Bij de begroting 2024 is op basis van de toen bekende informatie een inschatting gemaakt van de te ramen opbrengsten en hun kostendekkendheid. De afwijkingen van de verschillende belastingen, heffingen en retributies zijn toegelicht in het programma waar de producten worden verantwoord.  Onderstaand overzicht geeft inzicht in de realisatie daarvan:

 

Opbrengsten heffingen, retributies en belastingen Realisatie Begroting Begroting na Realisatie Verschil Verschil
bedragen x € 1.000 2023 2024 wijziging 2024 2024 in %
Leges Burgerzaken 1.029 830 1.303 1.719 416 31,93%
Parkeerbelasting 3.161 2.890 3.140 3.067 -73 -2,32%
Zeehaven- en binnenhavengelden 1.095 1.118 1.118 999 -119 -10,64%
Afvalstoffenheffing 12.150 13.311 13.311 12.874 -437 -3,28%
Rioolheffing 6.261 7.025 7.013 7.092 79 1,13%
Begraafrechten 814 866 866 837 -29 -3,35%
Leges bijzondere wetten 30 20 20 43 23 115,00%
Leges bouwvergunningen 2.331 1.480 1.680 2.859 1.179 70,18%
Precariobelasting 179 286 286 179 -107 -37,41%
Hondenbelasting 4 0 0 1 1 0,0%
Onroerendezaakbelasting 22.537 20.030 23.535 24.281 746 3,17%
Toeristenbelasting 552 371 371 565 194 52,29%
Totaal 50.143 48.227 52.643 54.516 1.873 3,56%

Kostendekkendheid

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Kostendekkendheid

Rioolheffing
De rioolheffing is een heffing om het beheer en het onderhoud van het gemeentelijk rioolstelsel te bekostigen. Uitgangspunt bij deze heffing is dat de tarieven kostendekkend zijn. De stijging van de rioolheffing is dus afhankelijk van de ontwikkeling van de kosten. Voor het beheer en onderhoud op de lange termijn is een gemeentelijk rioleringsplan opgesteld waarin onder andere de kosten zijn opgenomen die door middel van een rioolheffing moeten worden gedekt. Voor 2024 was het tarief van de rioolheffing € 177,58.

Rioolheffing Begroting Begroting na wijziging Realisatie Verschil Verschil
2024 2024 2024 in %
Kosten taakveld inclusief (omslag) rente 2.981 3.622 2.920 701 19,36%
Inkomsten taakveld, exclusief heffingen -85 -85 -146 61 -71,75%
Netto kosten taakveld 2.896 3.537 2.774 762 21,55%
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag) rente 342 369 369 1 0,14%
BTW 378 378 351 27 7,05%
Totale kosten 3.616 4.284 3.494 789 18,43%
Opbrengst heffing -6.838 -7.013 -7.092 79 -1,13%
Toevoeging aan voorziening 3.222 2.730 3.596 -866 -31,73%
Totale inkomsten -3.616 -4.284 -3.497 -787 18,37%
Dekkingspercentage 100,00% 100,00% 100,07% 0,07%
Bij de riolering is conform het vastgestelde beleid sprake van een zogenaamd gesloten systeem. Om die reden is het voordeel van de lagere lasten, gesaldeerd met de lagere opbrengsten, gestort in de voorziening Rioleringswerken.

Afvalstoffenheffing
De afvalstoffenheffing is een heffing om het ophalen en verwerken van de huishoudelijke afvalstoffen te bekostigen. Uitgangspunt bij deze heffing is dat de tarieven kostendekkend zijn. De stijging of daling van de afvalstoffenheffing is mede afhankelijk van de ontwikkeling van de kosten. Bij deze heffing wordt een tariefdifferentiatie toegepast voor één- en meerpersoonshuishoudens.

De tarieven waren in 2024 door inflatiecorrectie 7,6% hoger ten opzichte van 2023. 

 

Afvalstoffenheffing Begroting Begroting na wijziging Realisatie Verschil Verschil
2024 2024 2024 in %
Kosten taakveld inclusief (omslag) rente 10.785 10.785 10.529 256 2,37%
Inkomsten taakveld, exclusief heffingen -310 -310 -399 89 -28,73%
Netto kosten taakveld 10.475 10.475 10.130 345 3,29%
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag) rente 78 78 78 0 0,15%
BTW 1.850 1.850 1.857 -7 -0,40%
Totale kosten 12.402 12.402 12.065 337 2,72%
Opbrengst heffing -12.863 -12.863 -12.869 6 -0,05%
Onttrekking aan voorziening 0 0 0 0,00%
Storting aan voorziening 461 461 805 -343
Totale inkomsten -12.402 -12.402 -12.065 -337 2,72%
Dekkingspercentage 100,00% 100,00% 100,00% 0,00%
Bij de afvalstoffenheffing is sprake van een gesloten systeem. Het saldo van de lagere dan geraamde kosten en inkomsten wordt geëgaliseerd door een lagere dan geraamde onttrekking aan de voorziening Afvalverwijdering.

Lijkbezorgingsrechten
Deze retributie wordt geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor verleende diensten in verband met de begraafplaats. Lijkbezorgingsrechten worden geheven bij de aanvrager van de dienst, dan wel van degene voor wie de dienst wordt verricht. De tarieven zijn verhoogd met 7,6%.

Lijkbezorgingsrechten Begroting Begroting na wijziging Realisatie Verschil Verschil
2024 2024 2024 in %
Kosten taakveld inclusief (omslag) rente 870 870 963 -93 -10,69%
Inkomsten taakveld, exclusief heffingen 0 0 0
Netto kosten taakveld 870 870 963 -93 -10,69%
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag) rente 0 0 0 0
BTW 0
Totale kosten 870 870 963 -93 -10,69%
Opbrengst heffing -866 -866 -837 -29 -3,35%
Dekkingspercentage 99,49% 99,49% 86,88% -12,61%

Parkeerbelasting
Deze belasting wordt geheven voor het gedurende een aaneengesloten periode laten staan van een voertuig binnen de gemeente. De belasting wordt geheven bij degene die het voertuig heeft laten staan of de houder van het voertuig. De tarieven kennen een eigen beleid en worden afzonderlijk vastgesteld.

Parkeerbelastingen Begroting Begroting na wijziging Realisatie Verschil Verschil
2024 2024 2024 in %
Kosten taakveld inclusief (omslag) rente 1.505 1.438 1.101 337 23,44%
Inkomsten taakveld, exclusief heffingen -22 -22 -6 -16 72,48%
Netto kosten taakveld 1.483 1.416 1.095 321 22,67%
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag) rente 156 156 156 0
BTW 0
Totale kosten 1.639 1.571 1.251 321 20,42%
Opbrengst heffing -2.890 -3.140 -3.067 -73 2,31%
Onttrekking aan voorziening 0
Totale inkomsten -2.890 -3.140 -3.067 -73 2,31%
Dekkingspercentage 176,29% 199,83% 245,30% 45,47%
Het voordeel van de lagere uitgaven en de hogere inkomsten van het taakveld parkeren is toegevoegd aan de algemene middelen.

Legesverordening hoofdstuk 1, algemene dienstverlening

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Legesverordening hoofdstuk 1, algemene dienstverlening

 

 

Legesverordening hoofdstuk 1, algemene dienstverlening 2024
Kosten taakvelden inclusief (omslag) rente 697
Inkomsten taakvelden, exclusief heffingen 0
Netto kosten taakvelden 697
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag) rente 2.549
BTW 0
Totale kosten 3.246
Opbrengsten heffingen 1.723
Dekkingspercentage -53,08%
Het dekkingspercentage in de begroting was 92%. In de realisatie is dit uitgekomen op 53%.

Legesverordening hoofdstuk 2, fysieke leefomgeving

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Legesverordening hoofdstuk 2, fysieke leefomgeving
Legesverordening hoofdstuk 2, fysieke leefomgeving 2024
Kosten taakvelden inclusief (omslag) rente 164
Inkomsten taakvelden, exclusief heffingen 0
Netto kosten taakvelden 164
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag) rente 2.461
BTW 0
Totale kosten 2.625
Opbrengsten heffingen 2.861
Dekkingspercentage -108,99%
De opbrengsten bouwleges zorgen voor een dekkingspercentage van 109%.

Legesverordening hoofdstuk 3, Europese dienstenrichtlijn

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Legesverordening hoofdstuk 3, Europese dienstenrichtlijn
Legesverordening hoofdstuk 3, Europese dienstenrichtlijn 2024
Kosten taakvelden inclusief (omslag) rente
Inkomsten taakvelden, exclusief heffingen 0
Netto kosten taakvelden 0
Toe te rekenen kosten:
Overhead inclusief (omslag) rente 36
BTW 0
Totale kosten 36
Opbrengsten heffingen -43
Dekkingspercentage 119,44%
Het gerealiseerde dekkingspercentage van 119,44% van hoofdstuk 3 ligt lager dan het begrote dekkingspercentage van 99%.

Paragraaf Weerstandsvermogen

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Inleiding

Voldoende weerstandsvermogen om risico's op te kunnen vangen is voor een gemeente absolute noodzaak. In Vlaardingen maakt risicomanagement dan ook structureel onderdeel uit van de Planning & Control-cyclus. Zo vindt op dit moment twee maal per jaar, zowel bij de begroting als bij de jaarrekening, een risico-inventarisatie en een risico-waardering plaats.

Artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) beschrijft het weerstandsvermogen als volgt: “Het weerstandsvermogen geeft de relatie aan tussen de weerstandscapaciteit (middelen om niet begrote kosten op te vangen) en de risico’s van mogelijk materiële financiële betekenis waar geen maatregelen voor zijn getroffen”. Dit weerstandsvermogen wordt weergegeven in een verhoudingsgetal of ratio.

Weerstandsvermogen = aanwezige weerstandscapaciteit /risico's * 100%

De gewenste weerstandscapaciteit is het geldbedrag dat idealiter aanwezig zou moeten zijn om risico’s af te dekken. De hoogte van de gewenste weerstandscapaciteit is volledig afhankelijk van de binnen de gemeente aanwezige risico's en vooral van de ingeschatte risicobedragen (per risico). Het gemeentelijk beleid streeft naar het realiseren van een weerstandsvermogen van 100% (weerstandsratio van 1,0).

Aanwezige weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Aanwezige weerstandscapaciteit

De aanwezige weerstandscapaciteit bestaat uit het totaal aan middelen dat de gemeente beschikbaar heeft of op korte termijn vrij kan maken om financiële tegenvallers op te vangen. De Algemene Reserve vormt daarbij het reeds beschikbare deel. De aanwezige weerstandscapaciteit bedraagt per ultimo 2024 € 60,6 miljoen. Deze capaciteit is voor resultaatbestemming 2024. Bij de begroting 2024 was het verwachte  capaciteit 68,8 miljoen.   Mede met ook de verwacht resultaatbestemming 2024 is dit een verslechtering van de financiële positie.

Gewenste weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Gewenste weerstandscapaciteit

De gewenste weerstandscapaciteit bestaat uit middelen die de gemeente beschikbaar zou moeten hebben of op korte termijn vrij zou moeten kunnen maken om de waargenomen risico's financieel te kunnen dekken indien deze zich voordoen in de geschatte mate (kans x impact).

Ingaande dit document wordt de weerstandberekening zelfstandig uitgevoerd. Er wordt een simulatie uitgevoerd voor het berekenen van de benodigde weerstandscapaciteit op basis van de Monte- Carlomethode. De basis van deze simulatie is het inventariseren en het kwantificeren van de risico’s.

De totale omvang van risico’s is met ongeveer € 17 mln. toegenomen. We spreken dan over de impact van de risico’s. Daarentegen zijn de kansen over het gehele weerstandsvermogen afgenomen. Mede door beheersmaatregelen en exogene ontwikkelingen zijn voorname risico’s lager ingeschaald op kans. Hierdoor is, ondanks de verhoogde totale impact van risico’s, het benodigde weerstandsvermogen niet exponentieel meegestegen.  

Op basis van de interne analyse betreffende de risico’s moet een totale weerstandscapaciteit van € 28,6 miljoen worden aangehouden..  De interne analyse  is gebaseerd op de Monte Carlo berekening,   een statistische berekening die rekening houdt met omvang, kans en kansverdeling  voor het bepalen van de weerstandscapaciteit. Ten opzichte van het verwachte risico bij de begroting zijn de risico’s met ongeveer € 17 miljoen gestegen. Tegen de omvang van de weerstandscapaciteit per ultimo 2024 van € 60,6 miljoen levert dit een weerstandsratio op van:

Weerstandsratio = € 60,6 miljoen / € 28,6 miljoen = 2,1

De beleidsdoelstelling van de gemeente om een weerstandsratio van minimaal 1,0   aan te houden is hiermee gehaald. 

Risico's

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Risico's

De activiteiten van de gemeente Vlaardingen gaan over een breed scala aan beleidsterreinen. Dit betekent dat onze gemeente blootgesteld is aan een groot aantal risico’s. In de aanpak van de risico- inventarisatie is bij het bepalen van de impact rekening gehouden met een structureel component.
Voor structurele risico's is een factor 3 gebruikt om aan te sluiten bij een gemiddelde transitieperiode van 3 jaar voor het implementeren van beleidswijzigingen.

De benodigde weerstandscapaciteit daalt substantieel ten opzichte van de eerdere berekening bij de programmabegroting 2024. Dit wordt veroorzaakt door een afname van de impact van risico’s en een verbeterde benadering voor de afweging van impact en risico’s en de berekening van het benodigde weerstandsvermogen. Het aantal risico’s en de impact neemt af vanwege het wegvallen van het risico of daadwerkelijk plaatsvinden van het risico. In de volgende paragraaf worden de meer omvangrijke aanpassingen in het weerstandsvermogen toegelicht. 

 Toelichting wijzigingen op de risico’s

Inflatie en stijgende prijzen
De aanpassing van de begroting aan de prijsontwikkeling, de zogenoemde indexering, is gekoppeld aan het CBS percentage. Sinds 2019, stijgen de prijzen voor materialen, energie e.d. sterker dan de gemiddelde prijs van de overheidsconsumptie (CBS-indexeringspercentage) hiervoor blijft een risico opgenomen.

Jeugdhulp, participatie, WMO en armoedebestrijding
De uitvoering van jeugdhulp, participatie, WMO en armoedebestrijding (minimabeleid) is via delegatie ondergebracht bij gemeenschappelijke regelingen. De risico’s hebben vooral betrekking op de uitvoering van lokale jeugdtaken (Mevis).

Grondexploitaties
De risico’s uit de MPG nemen in de komende jaren toe en gaan naar gelang de voortgang van de realisatie steeds nauwkeuriger worden bepaald. De eerste indicaties van risico’s zijn verdeeld over vier bandbreedtes om de impact en kans meer in lijn van elkaar te laten lopen. Hiermee is de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit nauwkeuriger.    De totale omvang  risico's  voor 2025 is 5,6 miljoen met een kans  tussen 4% en 40%. 

Duurzaamheid, wonen en inkomende subsidies
De gemeente ontwikkelt zich van een beheergemeente naar een ontwikkelgemeente. Hierdoor stijgen de risico's op de grote opgaven zoals duurzaamheid en wonen. De kans op risico's wordt beperkt door inkomende subsidies. De omvang van de inkomende subsidies stijgt.

Gebiedsontwikkeling Rivierzone
Voor het gebied Rivierzone zijn al de nodige stappen gezet om de risico’s in kaart te brengen. Doordat de plannen nog in een voorbereidende fase zitten, kunnen de risico’s nog niet nader worden gespecificeerd. Er wordt een bestemmingsreserve gevormd voor deze risico's en uitvoering. Dat veranderd als de diverse woningbouwontwikkelingen en herinrichtingen van de openbare ruimten daadwerkelijk van start gaan.

Cybercrime
Risico’s rondom cybercrime blijven sterk aanwezig. De gemeente heeft veel ingezet op preventie en een verbeterde infrastructuur. We stellen daarom de kans bij, tegelijkertijd is de impact fors hoger ingeschaald. Recentelijke gebeurtenissen in gemeenten en andere organisaties hebben indicaties gegeven van de kosten, dit heeft reden gegeven voor een opschaling van de impact. 

Claims & Nadeel compensatie
Het risico op claims blijft aanwezig, daarom blijft dit onderwerp opgenomen in het weerstandsvermogen. De claim rond OZB is afgerond en in het resultaat opgenomen daarom is de kans naar beneden bijgesteld. 

Risico’s die zijn vervallen

Onderhoud en verduurzaming gemeentelijk vastgoed
De onderhoudswerkzaamheden zijn volledig verdisconteerd met meerjarenonderhoudsplannen (MJP) waardoor er geen risico’s meer buiten deze planning opgenomen dient te worden. 

Verzekeringen
Ingaande 2025 worden de verzekeringskosten reëel geraamd. 

De benodigde weerstandscapaciteit van €  28.6 miljoen is gebaseerd op de volgende risico’s en bijbehorende kansverdeling:

Risico-Inventarisatie
Onderwerp Risico Maatregel Impact (most likely) x € 1.000 Kans op risico
begroting jaarrekening (in % )
GEVOLGEN CALAMITEIT/RAMP Als gevolg van calamiteiten / rampen, bestaat de kans dat er kosten voor rekening van de gemeente komen. Veelal gaat het hier om kosten voor nazorg, tijdelijk onderdak en personele kosten. Rampenorganisatie opgezet inclusief rampenplannen, coördinator rampenbestrijding aangesteld, rampenoefeningen, deelname aan de VRR, toezicht op bedrijven al dan niet via DCMR. 250 275 25%
VERBONDEN PARTIJEN (WAARONDER GR) Afgeleide risico's van gemeenschappelijke regelingen, m.n. afwezigheid van reserves om bijv. de gevolgen van calamiteiten of fouten op te vangen. Als gevolg van het overschrijden van de begroting van een gemeenschappelijke regeling, bestaat de kans dat de gemeente als deelnemer een financiele bijdrage moet doen. Met de Implementatie Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen wordt op basis van beschikbare informatie en ervaringen aan een gemeenschappelijke regeling (GR) een specifiek risicoprofiel toegekend van Laag tot Hoog. Op basis daarvan wordt een sturingspakket toegekend, met elk een eigen zwaarte van betrokkenheid van de raad. 555 235 20%
INKOMENSVOORZIENING / MINIMAVOORZIENING (inkomsten) Inkomensregelingen (BUIG); een inschatting van het maximale risico dat de gemeente loopt, alvorens in aanmerking te komen voor de 'vangnetregeling' van het Rijk. Stroomopwaarts voert beiden regelingen uit. Lopende de P&C cyclus wordt de ontwikkeling van inkomens- en minimavoorziening versus BUIG (inkomsten) gemonitord. De invulling van de opdrachtgever / nemer rol en de regie op de GR is in de loop van de tijd verder ontwikkeld. Met ingang van 2024 zal Stroomopwaarts dit in mandaat gaan doen. 3.000 3.675 20%
JEUGDHULP (LOKAAL EN REGIONAAL) Het beroep op specialistische jeugd hulp die via de GRJR wordt ingekocht is sterk gestegen. Het Vlaardings aandeel daarin is in de begroting opgenomen. Toch blijft het risico op overschrijdingen aanwezig: Resultaten van onderzoek naar de tarieven van JBRR en een verdere toename van het aantal kinderen dat op deze vormen van jeugdhulp een beroep doet, zouden daartoe kunnen leiden. Investeren op het voorliggend veld en de vernieuwende aanpak. Jeugdhulp is m.i.v. 2024 gedelegeerd aan Roggplus en er zijn budgetafspraken gemaakt. Lopende de P&C cyclus wordt het gebruik gemonitord. 3.750 6.705 35% (was 30%)
WMO LOKAAL Het beroep op WMO stijgt meer dan het gemiddelde gebruik van afgelopen jaren. In het algemeen blijk het voor gemeenten lastig om de gestelde doelen in het sociaal domein te realiseren binnen het beschikbare rijksbudget. Lopende de P&C cyclus wordt het gebruik gemonitord. Op basis van signalen beoordelen welke wijzigingen mogelijk zijn. 1.725 1.830 18%
AFTREDEN WETHOUDERS Als gevolg van het tussentijds (moeten) aftreden van één of meerdere wethouders, bestaat de kans dat wachtgeld en kosten van sollicitatie - en loopbaanbegeleiding betaald moet worden. Geen. Discreet
FOUTEN INKOOPPROCEDURES Als gevolg van (fouten in) de inkoopprocedures / aanbestedingstrajecten, bestaat de kans dat de gemeente aansprakelijk wordt gesteld en mogelijk de leverancier moet compenseren voor de misgelopen winst. De gemeentelijke organisatie heeft een eigen inkoopafdeling, welke bestaat uit inkoopadviseurs, een contractadviseur en contractbeheerders. Daarnaast kent elke lijnafdeling Inkoop-ambassadeurs, die gedegen basiskennis hebben van Inkoop- en aanbestedingsprocedures. Aan de hand van een aanbestedingskalender wordt bijgehouden welke aanbesteding zijn gepland, lopen en afgerond. 450 450 10%
CLAIMS EN NADEELCOMPENSATIE Burgers en private partijen claimen meer en vaker bij de gemeente. Dit vraagt meer juridische inzet, zowel bij het aangaan van contracten en overeenkomsten, verzoeken tot nadeelcompensatie, maar ook bij schadegevallen, aansprakelijkstellingen en dergelijke. Vanwege invoering van de nieuwe omgevingswet stijgt het risico op dwangsommen. Deskundigheid voor de afhandeling van verhaalschade. Verzekering voor de aansprakelijkstellingen, met eigen risico. 120 100 10% (was 28%)
LOONSOM Als gevolg van cao wijzigingen (loonsverhogingen, verlofsparen) en stijging van werkgeverslasten bestaat het risico dat een overschrijding op de loonsom ontstaat. In 2024 wordt het functie-waarderingssysteem HR21 ingevoerd wat een ophogende werking zal hebben op de loonsom. Met verlofsparen moet voor de komende jaren rekening worden gehouden, anders leidt dit tot een stuwmeer. Van de invoering van het HR21 wordt in najaar 2024 duidelijk welke gevolgen dit heeft voor de loomsom. 180 500 20% (was 25%)
GEGARANDEERDE LENINGEN ZORGCENTRA Als gevolg van het eventueel failliet van zorgcentra of sportvereniging, bestaat er een kans dat de gemeente rente en aflossingen moet betalen voor de gegarandeerde leningen aan deze zorgcentra en sportverenigingen. Geen. 115 100 10%
INKOMENDE SUBSIDIES Of de doelen echt worden bereikt, staat niet onomstotelijk vast. Als het niet lukt, is het denkbaar dat we subsidie terug moeten betalen of omdat we niet juist/volledig/tijdig aan de voorwaarden, waaronder de verantwoording, voor deze subsidies voldoen Het proces voor de beheersing van inkomende subsidies is ondergebracht bij het Subsidie Serviceput met ondersteunig van een financieel adviseur subsidies. 450 1.300 25% (was 20%)
WARMTETRANSITIE Verwacht wordt dat tussen de 60 en 70% van de woningeigenaren willen aansluiten op deze collectieve voorziening. Dit vraagt een budget van afgerond € 4,7 miljoen. In het geval dat het collectieve aanbod zo gunstig wordt dat meer dan de 60 tot 70% woningeigenaren willen aansluiten dan is het maximale risico € 2,3 miljoen als 100% van de woningeigenaren gaan deelnemen. geen. 0 1.150 40%
MIP De onderhoudsinvesteringen om de accommodaties (sport en zwembad) nog 4 á 5 jaar in stand te houden, de financiële haalbaarheid van 3 varianten te onderzoeken en een definitieve locatiekeuze z.s.m. voorleggen kunnen mogelijke extra kosten met zicht brengen. Geen. 0 500 15%
WOONVISIE Uitgaande van € 5.400 per woning en 2.000 woningen tot 2030 om op de gewenste 39.000 woningen in 2030 uit te komen. Dat leidt dan tot maximaal € 10,8 mln als risico en 5,4 waarschijnlijk met een kans van 1% gebaseerd op de inschatting welk deel projectontwikkelaars en corporaties willen cq kunnen bijdragen, dan wel dat wij vinden dat ze moeten bijdragen. Geen. 0 5.400 1%
VERZEKERINGEN Vervallen 250 0 0%
GARANTIESTELLING WONINGBOUW-CORPORATIES De gemeente heeft per einde 2022 voor een totaalbedrag van € 462 miljoen aan garanties verstrekt. Van dit bedrag wordt € 462 miljoen gegarandeerd door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Pas als het garantievermogen van het WSW daalt tot onder de drempel van 0,25% van het garantievolume, dan treedt de achtervangpositie van het rijk en de gemeente in werking in de vorm van verstrekken van renteloze leningen. Het risico voor de gemeente bij achtervang is zeer gering. De achtervang of zekerheidsstructuur bestaat uit drie lagen: 1.Primaire zekerheid: de financiele middelen van de corporatie. 2.Secundaire zekerheid: de borgstellingsreserve van het WSW. 3.Tertiaire zekerheid: Rijk en gemeenten. 1.500 1.500 1%
GRONDEXPLOITATIES: DIVERSE SPECIFIEKE RISICO'S 0-5% kans Als gevolg van diverse factoren die bij grondexploitaties kunnen optreden bestaat de kans op effecten op het financiële resultaat. Gebaeeerd op MPG 2025 Continue toetsing grondopbrengsten en kosten, openbare aanbestedingen, goede marketing en communicatie, tijdige onderzoeken e.d. 0 1.580 4%
GRONDEXPLOITATIES: DIVERSE SPECIFIEKE RISICO'S 5-10% kans Als gevolg van diverse factoren die bij grondexploitaties kunnen optreden bestaat de kans op effecten op het financiële resultaat. Gebaeeerd op MPG 2025 Continue toetsing grondopbrengsten en kosten, openbare aanbestedingen, goede marketing en communicatie, tijdige onderzoeken e.d. 0 290 10%
GRONDEXPLOITATIES: DIVERSE SPECIFIEKE RISICO'S 10-20% kans Als gevolg van diverse factoren die bij grondexploitaties kunnen optreden bestaat de kans op effecten op het financiële resultaat. Gebaeeerd op MPG 2025 Continue toetsing grondopbrengsten en kosten, openbare aanbestedingen, goede marketing en communicatie, tijdige onderzoeken e.d. 0 286 15%
GRONDEXPLOITATIES: DIVERSE SPECIFIEKE RISICO'S 20% en hoger kans Als gevolg van diverse factoren die bij grondexploitaties kunnen optreden bestaat de kans op effecten op het financiële resultaat. Gebaeeerd op MPG 2025 Continue toetsing grondopbrengsten en kosten, openbare aanbestedingen, goede marketing en communicatie, tijdige onderzoeken e.d. 0 3.537 40%
GRONDEXPLOITATIES ingaande MPG 2025 verdeeld 296 33%
FACILITEREND GRONDBELEID ingaande MPG 2025 verdeeld 850 40%
GRONDEXPLOITATIES: VERTRAGING PLANNEN Als gevolg van planvertraging van grondexploitaties, bestaat de kans op nadelig effect op het financiële resultaat. Gebaseerd op MPG 2025 Continue toetsing grondopbrengsten en kosten (2x per jaar én na elke grondafname), openbare aanbestedingen, goede marketing en communicatie, tijdige onderzoeken e.d. 230 273 10%
SCHADE DOOR WEER Gevolgen van uitzonderlijke weersomstandigheden als gevolg van klimaatverandering, waarbij extreme situaties kunnen optreden in: - waterspiegelniveau (overstroming) - regenbuien (wateroverlast) - hoge temperaturen (hittestress) - langdurige droogte - hevige stormen Ontwikkelingen volgen, analyseren en opstellen klimaatscenario’s aan de hand van landelijk beschikbare informatie op kennisportalen. Daarnaast kan in het beleid c.q. de begroting hiermee rekening worden gehouden. 375 375 30%
INFLATIE Stijging als gevolg van exogene ontwikkeling boven de lopende begrotingsbedragen. Exogene ontwikkelingen volgen 2.500 3.920 20%
RENTESTIJGING Gevolgen van recessie Bewaking lening portefeuille, monitoren rente ontwikkelingen. Bij de Begroting 2024 is de impact aangepast en de kans naar beneden bijgesteld van 30% naar 10% omdat het risico op extreme rentestijgingen is afgenomen. 2.062 2.220 10%
GEMEENTEFONDS Onzekerheid over de inkomsten, het gevolg van trap op trap af principe en de compensatie van het Rijk voor jeugd en het verwachte "Ravijn". Monitoren ontwikkeling gemeentefonds. Tijdig signaleren van afwijkingen. Gezonde financiele positie om tijdelijke afwijkingen te kunnen opvangen. Impact aangepast aan uitkering Gemeentefond in de Begroting 2024. 8.250 6.500 20% (was 30%)
ARBEIDSMARKT Krapte op de arbeidsmarkt waardoor hogere apparaatkosten en vertraging van projecten . P monitor over de volledige capaciteit Kans gewijzigd van 30% naar 10%. Arbeidsmarktcommunicatie ingezet, verbetere positie op de markt. 500 500 10%
CYBERCRIME Schade door cyberaanvallen. De dreiging is groter geworden vanwege de aandacht van Russen voor overheidsinstanties. (DDoS aanvallen van het afgelopen jaar en recent nog). Impact aangepast op basis van ervaringscijfers andere gemeenten. Inrichting informatiebeveiliging inhoud en proces. 1.750 7.500 25% (was 45%)
GEBIEDSONTWIKKELING RIVIERZONE Voor het gebied Rivierzone zijn al de nodige stappen gezet. Doordat de plannen nog in een voorbereidende fase zitten, kunnen de risico’s nog niet nader worden gespecificeerd. Gebaseerd op MPR 2024 Bestemmingsreserve gevormd voor deze risico's en uitvoering. Dat gaat wel veranderen als de diverse woningbouwontwikkelingen en herinrichtingen van de openbare ruimten daadwerkelijk van start gaan. 3.600 0 40%
NIET TERUGBETALEN STARTERSLENINGEN StartersleningenStartersleningen Als gevolg van het verstrekken van startersleningen via de Stimulering Volkshuisvesting Nederland (SVN) bestaat het risico dat de startersleningen niet afgelost worden. 1% van de totaal uitstaande schuld is het maximale risico.De gemeente heeft een eigen risico van 10% van de totale uitstaande schuld. Door de startersleningen via de SVN te verstrekken is het risico geminimaliseerd. 0 150 5%
TOTAAL zonder monte carlo berekening 32.758 50.851

Kengetallen weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Kengetallen weerstandsvermogen

De voorgeschreven set van kengetallen geeft in samenhang een goed inzicht in de financiële positie van een gemeente.
Als gevolg van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeente (BBV) worden kengetallen opgenomen voor:

  • de netto schuld quote
  • de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
  • de solvabiliteitsratio
  • de grondexploitatie
  • de structurele exploitatieruimte
  • de gemeentelijke belastingcapaciteit

In onderstaand tabel worden de VNG normen behorende bij de kengetallen weergegeven.

Kengetallen Minst risicovol Neutraal Meest risicovol
Netto schuld-quote < 90% tussen 90% en 130% > 130%
Netto schuld-quote gecorrigeerd voor verstrekte leningen < 90% tussen 90% en 130% > 130%
Solvabiliteitsratio > 50% tussen 20% en 50% < 20%
Grondexploitatie < 20% tussen 20% en 35% > 35%
Structurele exploitatieruimte > 0% 0% < 0%
Gemeentelijke belastingcapaciteit < 95% tussen 95% en 105% > 105%

Bij ministeriële regeling zijn regels gesteld over de wijze waarop de kengetallen moeten worden vastgesteld en op welke wijze deze in de begroting worden opgenomen. In onderstaande tabel worden de kengetallen weergegeven, waarna elk kengetal nader wordt toegelicht.

Kengetallen Rekening Begroting Rekening
2023 2024 2024
Netto schuld-quote 68,2% 127,4% 70,2%
Netto schuld-quote gecorrigeerd voor verstrekte leningen 67,7% 127,2% 69,7%
Solvabiliteitsratio 23,2% 18,8% 19,1%
Grondexploitatie 10,7% 6,6% 9,9%
Structurele exploitatieruimte 6,2% 0,0% -0,5%
Gemeentelijke belastingcapaciteit 100,2% 98,5% 97,1%

Netto schuldquote

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Netto schuldquote

De netto schuldquote beoordeelt de schuld als aandeel van de inkomsten. Eenvoudig gezegd betekent een netto-schuldquote van 100% dat de schuldenlast de omvang heeft van een jaaromzet.
Een grote portefeuille uitgeleende gelden aan derden en aan verbonden partijen kan het beeld nuanceren. Daarom is tevens een kengetal opgenomen waarin de netto schuldquote gecorrigeerd wordt voor verstrekte leningen. De indicator vertoont ratio’s ruim de 100 in afnemende lijn en is daarmee goed.

In het coalitieakkoord is een maximale schuldquote afgesproken van 110%. Hier blijven we derhalve ruimschoots binnen. De netto schuldquote is immers 68,4 % per 31-12-2024.

In de opstelling van de begroting 2024 is voor A2 vaste schulden (afkoopsommen erfpacht) met 200.000 te hoog bedrag opgenomen.

Netto schuldquote & quote minus verstrekte leningen Rekening Begroting Rekening
bedragen x € 1.000 2023 2024 2024
A- Vaste schulden 208.112 230.000 206.764
A2- Vaste schulden (afkoopsommen erfpacht) 28.112 200.000 26.764
B- Netto vlottende schulden 40.564 11.348 36.571
C- Overlopende passiva 56.897 48.652 111.834
D-Financiële vaste activa (> 1 jaar):
D1 - overige uitzettingen 6.107 5.800 7.926
D2 - verstrekte leningen en overige uitzettingen 8.119 6.536 9.828
E- Uitzettingen < 1 jaar 43.109 10.000 79.943
F- Liquide middelen 79 500 75
G- Overlopende activa 32.650 29.500 29.032
Netto schuld 251.739 444.200 264.956
Netto schuld-quote gecorrigeerd voor verstrekte leningen 249.728 443.464 263.054
H- Baten, exclusief onttrekkingen reserves 368.890 348.593 377.172
Netto schuld-quote = (A+B+C-D1-E-F-G) / H x 100% 68,2% 127,4% 70,2%
Netto schuld-quote gecorrigeerd voor verstrekte leningen= (A+B+C-D2-E-F-G)/H x 100% 67,7% 127,2% 69,7%

Solvabiliteitsratio

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Solvabiliteitsratio

De solvabiliteitsratio wordt berekend als verhouding tussen de verschillende vermogenscomponenten. Het gaat erom inzicht te krijgen in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Het kengetal geeft weer in hoeverre de in de activa geïnvesteerde vermogen door het eigen vermogen kan worden gefinancierd. Wanneer de helft of meer van het totaal vermogen uit eigen vermogen bestaat, dan is een gemeente voldoende solvabel. Is het kengetal voor solvabiliteit kleiner dan 30%, dan is er veel vreemd vermogen aanwezig en wordt dat als onvoldoende beoordeeld. Versterking het van eigen vermogen, lees Algemene Reserve, is al enkele jaren ons streven, mede vanwege de ons gestelde norm voor voldoende weerstandscapaciteit.

In het coalitieakkoord Groei en bloei voor Vlaardingen is afgesproken om als ondergrens een solvabiliteitspercentage te hanteren van 20%. Met een solvabiliteitspercentage van 19,1% voldoen we niet aan deze doelstelling. Als gemeente hebben wij de mogelijkheid om geld te lenen, mocht dat nodig zijn. Daarom maken we ons niet teveel zorgen met deze (tijdelijke) daling van het solvabiliteitsratio.

Solvabiliteitsratio Rekening Begroting Rekening
bedragen x € 1.000 2023 2024 2024
A- Eigen vermogen 99.356 68.892 91.256
B- Totaal activa (totaal vermogen) 427.905 367.277 478.010
Solvabiliteitsratio = A/B x 100% 23,2% 18,8% 19,1%

Grondexploitatie

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Grondexploitatie

Het financiële kengetal ‘grondexploitatie’ geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Wanneer een gemeente grond tegen de veel lagere prijs van landbouwgrond heeft aangekocht, loopt ze veel minder risico dan wanneer er dure grond is aangekocht en de vraag naar woningen is gestagneerd.

Een norm bepalen voor het kengetal grondexploitatie is lastig. De boekwaarde van de gronden in bezit zegt namelijk nog niets over de relatie tussen de vraag en aanbod van woningbouw dan wel m²-bedrijventerrein. Daarnaast is het van wezenlijk belang wat de te verwachte vraag is/wordt. De paragraaf Grondbeleid en het Meerjaren-Programma-Grondzaken (MPG) bieden hierin meer inzicht.

De boekwaarde van de gronden geeft wel weer in welke mate er middelen zijn aangewend in de grondexploitatie. Dit geld dient namelijk ook nog terugverdiend te worden.

Hoe kleiner het aandeel van de grondpositie is ten opzichte van de totale geraamde baten, hoe kleiner het risico is op het onvermogen om verliezen te kunnen opvangen. Een percentage kleiner dan 20 wordt als gunstig beschouwd. De ratio geeft een toenameweer die het gevolg is van voltooiing van grondexploitaties.

Grondexploitatie Rekening Begroting Rekening
bedragen x € 1.000 2023 2024 2024
Boekwaarden niegg's
A- Boekwaarde grondexploitaties 39.578 20.577 37.447
B- Baten, excl. onttrekkingen reserves 371.103 313.799 377.172
Grondexploitatie = A / B x 100% 10,7% 6,6% 9,9%

Structurele exploitatieruimte

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Structurele exploitatieruimte

Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten.

Het BBV bepaalt dat een overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma wordt opgenomen. Met behulp van deze gegevens en de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves, waarvan op grond van het BBV ook een overzicht moet worden opgenomen, wordt de structurele exploitatieruimte bepaald. 

Structurele exploitatieruimte Rekening Begroting Rekening
bedragen x € 1.000 2023 2024 2024
A- Structurele lasten 304.158 360.636 376.740
B- Structurele baten 326.918 360.758 374.518
C- Structurele toevoegingen aan reserves 24 0 0
D- Structurele onttrekkingen aan reserves 0 0 0
E- Baten, exclusief onttrekkingen reserves 371.103 348.593 377.172
Structurele exploitatie ruimte in % = (((B-A)+(D-C))/(E) x 100% 6,2% 0,0% -0,5%

Belastingcapaciteit

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Belastingcapaciteit

De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De definitie van het kengetal belastingcapaciteit luidt: Woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t ten opzichte van het landelijk gemiddelde in jaar t-1 uitgedrukt in een percentage.

Gemeentelijke belastingcapaciteit Rekening Begroting Rekening
Bedragen x € 1 2023 2024 2024
A- OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 301 324 352
B- Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 161 174 207
C- Afvalstoffenheffing voor een gezin 378 406 406
D- Eventuele heffingskorting voor een gezin 0 0 0
E- Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 840 904 965
F- Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1 838 918 994
Gemeentelijke belastingcapaciteit in % = (E/F) x 100% 100,2% 98,5% 97,1%

Samenvatting en conclusie

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen - Samenvatting en conclusie

De benodigde weerstandscapaciteit is afgenomen en de ratio bedraagt nu 2,1.  De algemene reserve  zal nog worden gemuteerd met het rekeningresultaat 2024 na besluitvorming.   De omvang van de algemene reserve per 31-12-2024 is ruim voldoende om op korte termijn de risico’s op te vangen. De solvabiliteit is gedaald naar 19,1% en komt  onder de gewenste ondergrens van 20%. De overige kengetallen kennen ook een bijstelling die negatief uitpakt.

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Inleiding

De gemeente Vlaardingen heeft ruim 7 km² openbare ruimte in beheer. In die ruimte bevindt zich een groot aantal 'kapitaalgoederen'. Deze goederen moeten onderhouden worden en dat vergt continu budgettaire middelen. Deze paragraaf gaat over de voortgang over 2024 van het geplande onderhoud aan onder andere water, wegen en kunstwerken, verlichting, speeltoestellen, riolering en gebouwen.

We geven hier aan hoe we de kapitaalgoederen in gemeentelijk eigendom beheren. In de Financiële verordening is onder andere opgenomen hoe en wanneer de gemeente haar kapitaalgoederen afschrijft. Per onderdeel gaan we nader in op de specifieke beleidskaders, beheerplannen en financiën.

Tabel kerncijfers
In onderstaande tabel worden de kerncijfers voor wegen, riolering, water en groen weergegeven. Deze data zijn afkomstig uit de gemeentelijke beheersystemen. Het muteren van gegevens vindt plaats na afronding van werkzaamheden. Hierdoor lopen de gepresenteerde kerncijfers altijd wat achter op de werkelijke situatie.

kerncijfers wegen, riolering, water en groen
Omschrijving Kerncijfers Percentage
Aantal kilometers wegrijbanen* 198 kilometer 100%
waarvan binnen de bebouwde kom 186 kilometer 94%
waarvan buiten de bebouwde kom 12 kilometer 6%
Oppervlakte wegennet rijbanen 1.401.885 m² 100%
waarvan klinkers 974.865 m² 70%
waarvan asfalt 427.020 m² 30%
Aantal kilometers fietspad* 76 kilometer 100%
waarvan binnen de bebouwde kom 66 kilometer 87%
waarvan buiten de bebouwde kom 10 kilometer 13%
Oppervlakte fietspaden 220.440 m² 100%
waarvan klinkers 108.145 m² 49%
waarvan asfalt 112.295 m² 51%
Oppervlakte overig 1.485.525 m² 100%
waarvan klinkers 1.421.247 m² 95%
waarvan asfalt 64.278 m² 5%
Totaal verharding openbare ruimte 3.107.850 m² 100%
waarvan klinkers 2.504.257 m² 80%
waarvan asfalt 603.593 m² 20%
Aantal rioolaansluiting 36.294 stuks (heffingseenheden)
Aantal trottoir- en straatkolken ± 25.000 stuks
Aantal gemalen, pompputten en drainagepompen 66 stuks
Aantal minigemalen drukriolering 57 stuks
Lengte vrijverval riolering ± 276 kilometer
Lengte persleiding en drukriolering ± 36,5 kilometer
Aantal bruggen 130 stuks
Aantal lichtmasten 13.312 stuks
Aantal armaturen 14.114 stuks
Aantal lampen 14.576 stuks
Aantal duikers
Lengte watergangen 8 kilometer HHD, 2,4km gemeente
Oppervlakte beplantingen 731.123 m²
Oppervlakte gazon 989.270 m²
Oppervlakte ecologisch gras 1.527.131 m²
Oppervlakte water singels 561.305 m²
Lengte sloten 92.385 m²
Aantal bomen 28.615 stuks
* totaal wegennet (rijbaan/fietspad) 274 kilometer, waarvan 92% binnen de bebouwde kom en 8% buiten de bebouwde kom.

In onderstaande tabel worden de kerncijfers voor gebouwen weergegeven.

kerncijfers gebouwen
Functie/doel Aantal
Maatschappelijk
- Dienstgebouw 13
- Wijkcentrum 3
- Overig 10
- Kerktoren 4
- Multifunctioneel 3
- Kinderopvang 2
- Zaalsport 7
- Onderwijs 37
- Veldsport 10
Economisch
- strategisch 2
- overig 30
- rioolgemaal 6
Totaal 127

Beheerplannen en planning

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Beheerplannen en planning

In het  'Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten' (BBV) wordt gesteld dat voor tenminste de kapitaalgoederen wegen, riolering, water, groen en gebouwen het volgende wordt aangegeven:

  • Het beleidskader
  • De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties
  • De vertaling van de financiële consequenties in de begroting

Onderstaand volgt een overzicht van de geldende beheerplannen, waarna per beheerplan een nadere toelichting is opgenomen. Van ieder substantieel kapitaalgoed wordt vervolgens het beleidskader aangegeven, gekoppeld aan het geldende beheerplan. Daarna volgt een verantwoording over de uitvoering in het afgelopen jaar. Op basis van de beheerplannen en actuele ontwikkelingen stelt de gemeente jaarlijks in november een integraal plan op voor het onderhoud van alle kapitaalgoederen. 

Beheerplannen Door de raad vastgesteld d.d. Looptijd t/m Programma
Wegen 17 juni 2021 n.v.t. 4. Verkeer en mobiliteit
Civieltechnische kunstwerken 17 juni 2021 n.v.t. 4. Verkeer en mobiliteit
Riolering en grondwater 14 december 2023 n.v.t. 3. Groen en milieu
Waterbodems (Waterplan) 28 november 2013 n.v.t. 4. Verkeer en mobiliteit
Groenvoorzieningen April 2012 n.v.t. 3. Groen en milieu
Kades en glooiingen 19 februari 2015 n.v.t. 6. Onderwijs, economie en havens
Havens Zie kades en glooiingen n.v.t. 6. Onderwijs, economie en havens
Oppervlaktewater (Waterplan) 28 november 2013 n.v.t. 3. Groen en milieu
Ondergrondse containers - n.v.t. 3. Groen en milieu
Speeltoestellen 2013 n.v.t. 9. Sport en recreatie
Openbare verlichting 18 september 2014 n.v.t. 4. Verkeer en mobiliteit
Verkeersregelinstallaties (Nota verkeerslichten) Ter kennisname raad 18 december 2012 n.v.t. 4. Verkeer en mobiliteit
Gebouwen 7 november 2024 n.v.t. 1. Bestuur, participatie en dienstverlening
Nota grondbeleid 7 april 2011 Raad n.v.t. 5. Wonen
Nota Vastgoed Niet voorgelegd aan Raad n.v.t. 1. Bestuur, participatie en dienstverlening

Wegen en civieltechnische kunstwerken

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Wegen en civieltechnische kunstwerken

Beleids- en beheerkaders
Voor het onderhoud aan wegen en civieltechnische kunstwerken werken we aan de hand van het Beheerplan Wegen en het Beheerplan Civieltechnische kunstwerken, beiden vastgesteld in 2021. De kaders van deze plannen zijn bepalend voor de wijze en het niveau waarop we het wegenbeheer en het beheer van civieltechnische kunstwerken uitvoeren. We bepalen aan de hand van de actuele areaal- en inspectiegegevens en de technische levensduur aan welke wegen en kunstwerken we gaan werken.

  • Wegen: We onderhouden de wegen op onderhoudsniveau B (het basisniveau van kennisplatform CROW uit de beeldkwaliteitsniveaus voor het onderhoud van de openbare ruimte). De wegen worden 1 keer per 2 jaar geïnspecteerd. Mede op basis hiervan bepalen we het onderhoud en het moment van vervanging. Acute problemen pakken we per direct op om de veiligheid in de openbare ruimte te waarborgen. We werken de planopgave voor groot onderhoud en vervanging doorlopend bij op basis van inspecties en meldingen. Periodiek stemt de wegbeheerder de planning af met andere beheerdisciplines, zoals riolering en groen, en met ruimtelijke ontwikkelingen, zoals herontwikkeling, verkeerskundige aanpassingen, klimaatadaptatie (wateroverlast en hittestress) en energietransitie. Vervangingen van de verhardingsconstructies worden als krediet geactiveerd vanuit het investeringsprogramma. In 2024 hebben we onder andere aan de volgende projecten gewerkt: Ophoging Hazelaardreef/Populierendreef/Abelendreef, Tweede fase Marathonweg, Rotonde Van Hogendorplaan, Rehabilitatie Reigerlaan, Ophoging Dirk de Derdelaan.
  • Civieltechnische kunstwerken: Ook het onderhoudsniveau voor civieltechnische kunstwerken (CTK) is B (basis). We doen aan technisch adequaat onderhoud, waarbij het kapitaalgoed duurzaam in stand gehouden wordt. Zo houden we de civieltechnische kunstwerken heel, veilig en toegankelijk. De civieltechnische kunstwerken inspecteren we 1 keer per 5 jaar gedetailleerd. Werktuigbouwkundige en elektrische installaties inspecteren we jaarlijks. In 2024 vervingen we onder andere een aantal voetgangersbruggen en deden we onderhoudswerkzaamheden aan bruggen bij de Willem Lodewijklaan en de Aalscholverlaan en de grondkering bij de Frederik Hendriklaan. Ook vond de aanbesteding plaats voor de opknapbeurt van de Oude Havenbrug.

Financiën
De financiële consequenties van de beleids- en beheerplannen met de daarbij behorende kwaliteitskeuze zijn verwerkt in het programma Verkeer en Mobiliteit.

Omschrijving Realisatie 2023 Primaire begroting 2024 Begroting 2024 na wijziging Realisatie 2024 Verschil begroting - realisatie Programma
Klein onderhoud wegen 747.454 738.136 737.646 517.213 220.433 Verkeer en mobiliteit
Groot onderhoud wegen 1.622.469 1.666.107 1.855.369 2.115.501 -260.132 Verkeer en mobiliteit
Onderhoud CTK 261.591 240.418 235.727 234.261 1.466 Verkeer en mobiliteit
Overig onderhoud 844.915 1.401.115 902.102 875.050 27.052 Verkeer en mobiliteit
Mutatie voorziening/reserve n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Kapitaallasten CTK 136.562 251.755 121.978 121.978 0 Verkeer en mobiliteit
Totaal 3.612.991 4.297.530 3.852.822 3.864.003 -11.181
Overig onderhoud heeft o.a. betrekking op onderhoud installatie, onderhoud markeringen, afval gerelateerde zaken, aanschaf materialen, magazijnuitgiftes etc. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Riolering en grondwater

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Riolering en grondwater

Beleidskader
Het beleidskader voor het rioolbeheer is beschreven in het Programma Stedelijk Water, vastgesteld in 2023. Het programma beschrijft hoe de gemeente haar zorgplicht voor afvalwater, hemelwater en grondwater invult. Een goede, betrouwbare en kostenefficiënte invulling van de zorgplicht staat hierbij centraal, waarbij we rekening houden met toekomstige ontwikkelingen.

Met de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is de verplichting om te beschikken over een verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan vervallen. Aangezien het wenselijk blijft om verantwoording af te leggen over de invulling van onze zorgplichten en financiën, is het beleidsplan herzien geïmplementeerd in het omgevingsplan. 

Financiën
In het programma Groen & Milieu zijn middelen voorzien voor het rioolbeheer. De exploitatiekosten van het rioolstelsel worden gefinancierd met de opbrengsten uit de rioolheffing. Eventuele overschotten die ontstaan na afsluiting van een boekjaar worden verrekend via de voorziening riolering.

Omschrijving Realisatie 2023 Primaire begroting 2024 Begroting 2024 na wijziging Realisatie 2024 Verschil begroting - realisatie Programma
Klein onderhoud 942.187 964.296 1.247.130 724.378 522.752 Groen en milieu
Groot onderhoud IP IP IP IP Groen en milieu
Overig onderhoud 274.536 421.894 632.585 378.768 253.817 Groen en milieu
Mutatie voorziening/reserve 2.975.222 2.922.370 3.034.720 3.595.628 -560.908 Groen en milieu
Kapitaallasten 580.734 837.708 746.730 602.660 144.070 Groen en milieu
Totaal 4.799.598 5.146.268 5.661.165 5.301.435 359.731
Overig onderhoud heeft o.a. betrekking op energiekosten en betaalde belastingen. Het groot onderhoud en vervanging van riolering bij integrale ophogingsprojecten wordt gefinancierd van uit het IP. Cijfers zijn exclusief ambtelijke uren.

Waterbodems

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Waterbodems

Beleids- en beheerkaders 
De beleidskaders zijn opgenomen in het Waterplan. Verschillende wetten stellen kaders en leggen verplichtingen op voor de waterbeheerder. De hoofdwatergangen vallen onder het beheer van het Hoogheemraadschap van Delfland, terwijl de gemeente verantwoordelijk is voor het beheer van de overige watergangen. Het onderhoud van de waterbodems omvat baggerwerkzaamheden. Deze worden uitgevoerd door het Hoogheemraadschap van Delfland volgens een planning met een cyclus van acht jaar. 

Financiën
In de programma’s Groen & Milieu en Verkeer & Mobiliteit zijn middelen voorzien voor het beheer en onderhoud van de waterbodems. 

Omschrijving Realisatie 2023 Primaire begroting 2024 Begroting 2024 na wijziging Realisatie 2024 Verschil begroting - realisatie Programma
Klein onderhoud 33.616 20.455 20.442 79.546 -59.104 Verkeer en mobiliteit
Groot onderhoud 117.589 151.623 151.522 237.696 -86.174 Verkeer en mobiliteit
Overig onderhoud 10.124 19.495 0 0 0 Verkeer en mobiliteit
Mutatie voorziening/reserve nvt n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Kapitaallasten 2.616 2.724 2.603 2.603 0 Verkeer en mobiliteit
Totaal 163.945 194.296 174.567 319.846 -145.279
Overig onderhoud heeft o.a. betrekking op energiekosten en betaalde belastingen. Cijfers zijn exclusief ambtelijke uren.

Groenvoorzieningen

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Groenvoorzieningen

Beleids- en beheerkaders
De beleid- en beheerkaders voor het openbaar groen zijn vastgelegd in de Groenvisie Vlaardingen 2024-2034, de Bomenverordening Vlaardingen 2023 en bijbehorende beleidsregels. Duurzaamheid in inrichting en beheer zijn belangrijke aspecten van het beleid. Het onderhoudsniveau voor het groen is bepaald op niveau Basis. Voor het adequaat en efficiënt uitvoeren van technisch beheer voeren we een BoomVeiligheidsOnderzoek (BVO) uit in een driejarige cyclus. Ambities uit de Groenvisie realiseren we zoveel mogelijk door aan te sluiten bij integrale projecten. 

Financiën
In de programma’s Groen & Milieu en Verkeer & Mobiliteit zijn middelen voorzien voor het beheer en onderhoud van groenvoorzieningen.

Omschrijving Realisatie 2023 Primaire begroting 2024 Begroting 2024 na wijziging Realisatie 2024 Verschil begroting - realisatie Programma
Klein onderhoud 59.851 51.114 51.100 34.537 16.563 Groen en milieu
Groot onderhoud 3.157.163 3.129.294 3.967.760 3.836.723 131.037 Groen en milieu
Overig onderhoud 201.673 231.319 231.484 143.350 88.134 Groen en milieu
Mutatie voorziening/reserve 0 24.877 24.877 24.877 0 Groen en milieu
Kapitaallasten 88.211 63.887 122.654 122.654 0 Groen en milieu
Totaal 3.506.898 3.500.490 4.397.875 4.162.140 235.734
Overig onderhoud heeft o.a. betrekking op verwerkingskosten groenafval, betaalde belastingen, huisvestingskosten, kantoorartikelen, aanschaf materiaal. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Kades en glooiingen

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Kades en glooiingen

Beleids- en beheerkaders 
De veiligheid en functionaliteit van de kades en glooiingen zijn van groot belang voor de continuïteit van de havenactiviteiten. Het Plan Kades en glooiingen (2015) is de basis voor het beheer van de gemeentelijke kades en glooiingen. In dit plan staan uitgangspunten om veiligheid en functionaliteit te waarborgen. De nadruk in het plan ligt met name bij de technische kwaliteit en functionaliteit en minder op de belevingswaarde. Voorafgaand aan het uitvoeringsjaar laten wij een kwaliteitsonderzoek uitvoeren om de definitieve maatregelen op jaarbasis goed in beeld te krijgen. Herstructureringen en vervangingsopgaven van de openbare ruimte  in de nabijheid van kades en glooiingen grijpen wij aan om meekoppelkansen te realiseren. Zo hebben we bijvoorbeeld bij het project Oosthavenkade, ook direct de kade opgeknapt.

Financiën
De uitgaven voor kleinschalig en dagelijks onderhoud zijn conform het beheerplan opgenomen in de begroting bij de producten Zeehavens en Binnenhavens binnen het programma Economie en Haven. Groot onderhoud wordt gefinancierd vanuit het Investeringsplan.

Omschrijving Realisatie 2023 Primaire begroting 2024 Begroting 2024 na wijziging Realisatie 2024 Verschil begroting - realisatie Programma
Klein onderhoud kades en glooiingen 228.558 150.817 150.717 -53.456 204.173 Onderwijs, economie en haven
Klein onderhoud havens 346.368 217.260 217.146 281.258 -64.112 Onderwijs, economie en haven
Groot onderhoud kades en glooiingen 0 0 0 0 0 Onderwijs, economie en haven
Groot onderhoud havens 0 64.655 64.612 0 64.612 Onderwijs, economie en haven
Overig onderhoud kades en glooiingen 0 0 0 0 0 Onderwijs, economie en haven
Overig onderhoud havens 74.022 45.071 46.033 44.464 1.570 Onderwijs, economie en haven
Mutatie voorziening / reserve K&G n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Kapitaallasten K&G 495.147 557.033 492.179 492.179 0 Onderwijs, economie en haven
Totaal 1.144.095 1.034.836 970.687 764.445 206.243
Overig onderhoud heeft o.a. betrekking op schadeuitkeringen en acualiseren plan kades en glooiingen. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Oppervlaktewater

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Oppervlaktewater

Beleidskaders
Op grond van de Waterwet dragen de gemeente en het Hoogheemraadschap van Delfland samen zorg voor een doelmatig en samenhangend waterbeheer. Onze beleidskaders staan in het Waterplan. Met het oog op het verbeteren van de waterkwaliteit en -kwantiteit in het oppervlaktewatersysteem streeft de gemeente ernaar om afvalwater en hemelwater te scheiden. Daarnaast zoeken we naar extra ruimte voor waterberging en de ontwikkeling van natuurvriendelijke oevers. We nemen ook maatregelen in de riolering, zodat het aantal overstortgebeurtenissen (het lozen van overtollig rioolwater op het oppervlaktewater) afneemt. Hierdoor neemt de vervuiling van het oppervlaktewater af. In 2024 voerden we samen met het Hoogheemraadschap van Delfland een studie uit om meer inzicht krijgen in de effecten van gebiedsontwikkelingen op het functioneren van het riool- en watersysteem in de Westwijk.

Financiën
In het programma Groen & Milieu zijn middelen voorzien voor het beheer en onderhoud van het oppervlaktewater. Vanwege de samenwerking met het Hoogheemraadschap van Delfland geldt voor een aantal onderdelen een gedeelde financiering. De financiële consequenties van het waterbeleid zijn in het Waterplan beschreven.

Omschrijving Realisatie 2023 Primaire begroting 2024 Begroting 2024 na wijziging Realisatie 2024 Verschil begroting - realisatie Programma
Klein onderhoud 231.844 241.917 245.383 245.383 0 Groen en milieu
Groot onderhoud n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. Groen en milieu
Overig onderhoud n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Mutatie voorziening/reserve n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Kapitaallasten n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Totaal 231.844 241.917 245.383 245.383 0
Het groot onderhoud wordt door de gemeente voor rekening van Midden-Delfland gedaan. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Ondergrondse containers

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Ondergrondse containers

Beleidskaders
Ondergrondse containers zijn een verbetering voor het straatbeeld en de service aan inwoners. Eind 2020 zijn alle restafvalcontainers voorzien van vulgraadmeters en paslezers ten behoeve van de afvalpas die in februari 2021 is ingevoerd. Eind 2024 waren er 1163 ondergrondse restafvalcontainers in Vlaardingen. Het grootschalig onderhoud is opgenomen in de begroting van het product Afval van het programma Groen en Milieu.

Financiën
De kosten van nieuw te plaatsen ondergrondse containers worden gedekt uit de beschikbaar gestelde investeringskredieten. Dit staat verantwoord in het programma Groen en Milieu. Alle aan de afvalverwijdering en –verwerking gerelateerde kosten (inclusief de kapitaallasten) mogen via de afvalstoffenheffing worden doorberekend. Daarom is de exploitatie van de afvalverwijdering en –verwerking binnen de begroting budgettair neutraal. Saldi die na afsluiting van een boekjaar ontstaan, worden via de egalisatievoorziening Afvalverwijdering verrekend (voor zover de voorziening toereikend is).

Omschrijving Realisatie 2023 Primaire begroting 2024 Begroting 2024 na wijziging Realisatie 2024 Verschil begroting - realisatie Programma
Klein onderhoud 425.204 468.580 501.667 501.667 0 Groen en milieu
Groot onderhoud IP IP IP IP IP Groen en milieu
Groot onderhoud 111.768 152.250 152.250 106.476 45.774 Groen en milieu
Overig onderhoud 0 0 0 0 0 Groen en milieu
Mutatie voorziening/reserve 0 -42.222 461.030 804.505 -343.475 Groen en milieu
Kapitaallasten Irado 841.421 854.042 914.345 914.345 0 Groen en milieu
Kapitaallasten gemeente 512.837 683.464 668.427 511.112 157.315 Groen en milieu
Totaal 1.891.230 2.116.114 2.697.719 2.838.105 -140.386
Het groot onderhoud heeft betrekking op het plaatsen van de ondergrondse containers. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Speeltoestellen

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Speeltoestellen

Beleids- en beheerkaders 
Uitdagende, toegankelijke en groene speelplekken zijn een belangrijke bijdrage aan buurten en wijken. We streven naar voldoende speelplaatsen die zo goed mogelijk over de stad verdeeld zijn en aansluiten bij de wensen en behoeften van de gebruikers. De speelvoorzieningen worden ieder jaar geïnspecteerd op veiligheid en de staat van onderhoud. Tot het beleidskader behoort het Speelruimteplan. Het nieuwe speelruimteplan is nog niet gereed, maar we verwachten dat we dit in 2025 ter besluitvorming aan de gemeenteraad voor kunnen leggen. 'Inclusief spelen' is hierbij een belangrijke pijler. 

  • Groen spelen: In 2024 hebben veel speelplekken een opknapbeurt gekregen. Naast de formele speelplekken met speeltoestellen zetten we steeds vaker in op informeel spelen in het groen; wadi’s, boomstammen, stenen en fraaie beplanting nodigen kinderen uit tot het bedenken van eigen uitdagende spelvormen. 
  • Pop-up fitness: Een  bijzonder project uit 2024 op het gebied van beweegplekken, was het pop-up fitnesspark in de Westwijk. Hier gebruikten we een innovatieve vorm van participatie: Doordat de fitnesstoestellen voorzien waren van sensoren konden we zien welke toestellen veel gebruikt werden en welke minder. Dat gaf inzicht in de behoeften van de gebruikers.
  • Kunststof sportvloer: Verder hebben we gewerkt aan een kwaliteitsverbetering van de balsportvoorzieningen. Diverse sportvelden kregen een hoogwaardige gekleurde kunststof sportvloer. Hierdoor kan het veld na regen direct gebruikt worden en kunnen er naast voetbal ook andere sporten worden uitgeoefend. 

Zo werken we aan een gevarieerder aanbod van hoogwaardige faciliteiten goed verdeeld over de stad, zodat buiten sporten en spelen voor iedereen op een laagdrempelige manier mogelijk is.


Financiën
Voor de speelvoorzieningen zijn in de begroting in het programma Sport en Recreatie financiële middelen opgenomen voor vervanging en het dagelijks beheer en onderhoud.

Omschrijving Realisatie 2023 Primaire begroting 2024 Begroting 2024 na wijziging Realisatie 2024 Verschil begroting - realisatie Programma
Klein onderhoud 83.165 90.378 90.318 117.410 -27.092 Sport en recreatie
Groot onderhoud 323.222 322.324 522.110 525.577 -3.467 Sport en recreatie
Overig onderhoud 7.784 220 220 633 -413 Sport en recreatie
Mutatie voorziening/reserve n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Kapitaallasten gemeente 2.965 3.009 2.951 2.951 0 Sport en recreatie
Totaal 417.136 415.931 615.599 646.571 -30.972
Overig onderhoud heeft onder andere betrekking op energiekosten. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Openbare verlichting

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Openbare verlichting

Beleids- en beheerkaders
De openbare verlichting draagt bij aan de sociale veiligheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid.  Het Beleidsplan openbare verlichting vormt het beleidskader voor het onderhoud aan de openbare verlichting. Als het gaat om het beheer van de openbare verlichting, voert de gemeente zelf de regie; beleidsmatig en operationeel. We laten ons daarbij ondersteunen door specialisten uit de markt. Het onderhoud en spoedreparaties zijn ondergebracht bij een marktpartij.

  • LED-verlichting: De gemeente Vlaardingen blijft de openbare verlichting verder verduurzamen door bij einde levensduur de conventionele verlichting te vervangen door energiezuinige LED-verlichting. In totaal zijn er ongeveer 2.000 conventionele armaturen, die aan het einde van de levensduur waren, vervangen door duurzame LED-armaturen.
  • Maatwerk: Ook is er aandacht voor maatwerk. Zo hebben we op het Broekpad en de Europaboulevard LED-armaturen met dynamische bewegingsdetectoren geplaatst. Hierdoor zijn deze locaties donker als het kan, maar licht op momenten waarop dat nodig is. Ander maatwerk vond plaats naar aanleiding van meldingen van inwoners over donkere locaties. Na deze locaties onderzocht te hebben, hebben we extra lichtmasten bijgeplaatst aan de Philips de Goedestraat, de Spinozastraat en het Erasmusplein. 

Financiën 
In de programma Verkeer & Mobiliteit zijn middelen voorzien voor het  dagelijks beheer en onderhoud van de openbare verlichting.

Omschrijving Realisatie 2023 Primaire begroting 2024 Begroting 2024 na wijziging Realisatie 2024 Verschil begroting - realisatie Programma
Klein onderhoud n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Groot onderhoud 326.498 427.025 426.741 610.159 -183.417 Verkeer en mobiliteit
Overig onderhoud 1.108.082 329.439 467.666 467.666 0 Verkeer en mobiliteit
Mutatie voorziening/reserve n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Kapitaallasten gemeente 201.802 263.886 207.548 207.548 0 Verkeer en mobiliteit
Totaal 1.636.382 1.020.350 1.101.955 1.285.372 -183.417
Overig onderhoud heeft onder andere betrekking op energiekosten. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Verkeersregelinstallaties

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Verkeersregelinstallaties

Beleids- en beheerkaders
De beleidskaders voor de verkeersregelinstallaties zijn vastgelegd in de Nota Verkeerslichten. In deze nota zijn uitgangspunten voor het niveau van beheer en onderhoud opgenomen en voor vervanging van verkeersregelinstallaties. De gemeente voert zelf de regie; beleidsmatig en operationeel. We laten ons daarbij ondersteunen door specialisten uit de markt. Het onderhoud en spoedreparaties van de installaties zijn ondergebracht bij een marktpartij.

  • 'Intelligente' verkeerslichten: Naast het reguliere  onderhoud zijn in 2024 zijn 5 verkeersregelinstallaties vervangen. We hebben hier gekozen voor zogenaamde 'intelligente verkeersregelinstallaties'. Met behulp van data van navigatieapps kunnen deze  verkeerslichten beter inspringen op de verkeersstromen. Zo leiden ze tot een betere doorstroming.

Financiën 
In programma Verkeer & Mobiliteit zijn middelen voorzien voor het beheer en onderhoud van de verkeersregelinstallaties.

Omschrijving Realisatie 2023 Primaire begroting 2024 Begroting 2024 na wijziging Realisatie 2024 Verschil begroting - realisatie Programma
Klein onderhoud n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Groot onderhoud 185.453 346.468 346.239 336.991 9.248 Verkeer en mobiliteit
Overig onderhoud 12.932 0 0 0 0 Verkeer en mobiliteit
Mutatie voorziening/reserve n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Kapitaallasten gemeente 231.303 202.590 159.478 159.478 0 Verkeer en mobiliteit
Totaal 429.688 549.058 505.717 496.469 9.248
Overig onderhoud heeft betrekking op energiekosten. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.

Gebouwen

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Gebouwen

Beleids- en beheerkaders 
Het gemeentelijke vastgoed is divers en vraagt dan ook om afwegingen bij het plegen van regulier en groot onderhoud. Door het werken met een beheerplan is er structuur en is er vrij nauwkeurig in beeld hoeveel middelen ingezet moeten worden voor preventief-, collectief- en storingsonderhoud. 
Zoals hierboven al is geschreven beheert en exploiteert Vastgoed diverse panden die in bezit zijn van de gemeente Vlaardingen. De exploitatieresultaten van deze objecten zijn verspreid over de diverse programma’s in de jaarrekening, maar worden samengevat in deze paragraaf.
In november 2024 werd het Beheerplan Onderhoud Gemeentelijke Gebouwen 2024-2033 door uw Raad vastgesteld. Daarbij is voor de dekking van de onderhoudskosten van de gemeentelijke gebouwen een onderhoudsvoorziening ingesteld. Op grond van deze voorziening was voor 2024 € 4,3 mln. beschikbaar voor de uitvoering van de diverse meerjarenonderhoudsprogramma’s (MJOP’s).

Financiën
De voor 2024 geplande werkzaamheden zijn nagenoeg volledig uitgevoerd. Op programmaniveau zijn er resultaten te zien, maar op totaalniveau is er een voordeel van € 924.000. Dit bedrag blijft in de voorziening groot onderhoud ten behoeve van dekking voor toekomstig onderhoud.
Naast het onderhoud uit de MJOP’s welke in het beheerplan is opgenomen, zijn er de overige beheerkosten die in de exploitatie worden verantwoord. De exploitatie laat een voordelig resultaat zien van in totaal € 1.162.000. Dit saldo kan als volgt worden geanalyseerd: 

  • Lasten:
    De lastenkant geeft een voordelig saldo van € 1.183.000, dat voor een belangrijk deel wordt veroorzaakt door lagere kosten voor het correctief & preventief onderhoud en lagere kosten voor het klimaatplafond. De kosten voor het correctief & preventief onderhoud zijn € 239.500 lager uitgevallen als gevolg van het feit dat het beheerplan in november 2024 door uw Raad is goedgekeurd hebben wij in afwachting daarop in 2024 geen kosten gemaakt die eventueel in strijd hadden kunnen zijn met uw besluit aangaande het Beheerplan. Dit positieve saldo is conform hetgeen uw Raad heeft besloten bij het vaststellen van het Beheerplan gestort in de reserve Groot Onderhoud/Verduurzaming ter dekking van de kapitaallasten voor de duurzaamheidsinvesteringen van de gemeentelijke panden.
    De kosten voor het klimaatplafond in de gemeentelijke gebouwen zijn € 703.700 lager uitgevallen doordat werkzaamheden zijn doorgeschoven naar 2025. Voorgesteld wordt om dit restantbudget over te hevelen naar 2025.
    Bij de 1e Voortgangsrapportage zijn de schoonmaakbudgetten verdeeld. De schoonmaakkosten (in- en uitwendig) zijn voor de gemeentelijke gebouwen lager uitgevallen door lagere indexatie dan verwacht. Daarnaast heeft er minder schoonmaak plaatsgevonden in verband met het klimaatplafond waardoor er etages tijdelijk gesloten waren. Dit resulteert in een positief saldo van € 66.350.
    Er is € 160.000 minder kosten gemaakt in het kader van leegstandsbeheer. Dit komt door het afbranden van het pand aan de Waterleidingstraat 4 (behalve opruim- en sloopkosten) en kosten die abusievelijk zijn geboekt bij calamiteiten. Daarnaast zijn er € 74.000 minder kosten gemaakt voor het beheer van de gebouwen doordat er minder onderhoud is gepleegd achteraf aan het af te stoten bezit. Het onderhoud op deze panden is vooraf moeilijk in te schatten.
    Er is € 36.600 meer aan huur betaald voor de Westhavenkade (KADE40) en Nijverheidsstraat in verband met hogere indexatie dan verwacht.
    Ten slotte wordt het overige nadelig saldo van € 23.400 niet nader verklaard.
  • Baten:
    Aan de batenkant is een negatief saldo te zien van in totaal € 21.260. Dit is onder andere het gevolg van hogere verhuuropbrengsten ad. € 65.000 wat voornamelijk het gevolg is van gunstigere contractonderhandelingen en een niet geraamde verhuuropbrengst van de zendmast van KPN. 
    In de 2e Voortgangsrapportage is gemeld dat het pand aan de Vettenoordsekade 17 in het laatste kwartaal zou worden verkocht. De geraamde opbrengst ad € 170.000 wordt waarschijnlijk in het 4e kwartaal van 2025 gerealiseerd. 
    Door consequent de meterstanden van de niet-slimme meters door te geven zijn er meer teruggaven vanuit energieleveranciers ontvangen dan geraamd. Dit resulteert tot een voordeel van € 112.600.
    Het overige nadeel van € 28.940 op de baten wordt niet nader verklaard.
Omschrijving Realisatie 2024
Onderhoudslasten 240 +
Klimaatplafond 704 +
Schoonmaken in- en uitwendig 66 +
Leegstandsbeheer 160 +
Beheerkosten gebouwen 74 +
Huurkosten 37 -
Overige kosten 23 -
Verhuuropbrengsten 65 +
Verkoopopbrengsten 170 -
Teruggaves energie 113 +
Overige baten 29 -
Exploitatie saldo 1.162
Onderhoudskosten gebouwen
Omschrijving Realisatie 2023 Primaire begroting 2024 Begroting 2024 na wijziging Realisatie 2024 Verschil begroting - realisatie Programma
Klein en groot onderhoud 3.088.200 4.054.358 4.207.880 4.331.031 0 Bestuur, dienstverlening en participatie
Mutatie voorziening 0 1.443.375 4.275.595 4.275.591 4 Bestuur, dienstverlening en participatie
Kapitaallasten gemeente 2.421.700 2.613.235 2.367.396 2.367.397 -1 Bestuur, dienstverlening en participatie
Totaal 5.509.900 4.056.610 6.642.991 6.642.988 4

Tijdens de vaststelling van het Beheerplan 2024-2033 heeft uw Raad een aantal bulkkredieten vastgesteld ten behoeve van duurzaamheidsmaatregelen per soort vastgoedonderdeel. Volgens de BBV dienen kredieten verantwoord te worden op het programma waar zij betrekking op hebben. Van de investeringen binnen een bulkkrediet betekent dit dat deze verspreid zijn over verschillende programma's, vandaar dat in onderstaande tabel een recapitulatie wordt getoond van de bulkkredieten op totaalniveau:

Overzicht Bulkkredieten Beheerplan Vastgoed 2024-2033
Investeringen Oorspronkelijk Krediet (Restant) Krediet 01-01-2024 Lasten 2024 Baten 2024 Saldo 31-12-2024
Bulkkrediet Dienstgebouwen 1.679.585 1.679.585 21.047 0 1.658.538
Bulkkrediet Maatschappelijk Bezit 513.886 513.886 0 0 513.886
Bulkkrediet Onderwijsgebouwen 508.677 508.677 0 0 508.677
Bulkkrediet Sportaccommodaties 1.148.014 1.148.014 0 0 1.148.014
Bulkkrediet Overig Bezit 36.757 36.757 0 0 36.757
Totaal 3.886.919 3.886.919 21.047 0 3.865.872

Paragraaf Financiering

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Inleiding

De treasuryfunctie maakt deel uit van de bredere financiële functie. De treasuryfunctie houdt zich bezig met financiering, risico- en cashmanagement en de hiermee samenhangende baten en lasten. In onze gemeente worden de treasurytaken overwegend centraal uitgevoerd. De uitvoering vindt plaats binnen de kaders van het treasurystatuut. Dit verplichte document (artikel 212, Gemeentewet) is voor het laatst in december 2023 door uw raad vastgesteld.  

Uitgangspunt

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Uitgangspunt

Het treasurystatuut stelt dat het treasurybeleid in onze gemeente defensief van karakter behoort te zijn. Dit betekent dat financiële risico’s die betrekking hebben op de uitvoering van de treasuryfunctie, beperkt moeten blijven. Deze risicohouding vloeit enerzijds voort uit het idee dat prioriteit gegeven moet worden aan een ongehinderde continue uitvoering van de publieke taak, anderzijds uit de gedachte dat met gemeenschapsgeld met de nodige voorzichtigheid moet worden omgegaan. 

Doelstellingen

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Doelstellingen

In het statuut zijn de algemene doelstellingen van het treasurybeleid opgenomen. Deze zijn:

  • Het garanderen van een duurzame toegang tot de financiële markten en het beperken van de kosten die daarmee samenhangen.
  • Het beschermen van de gemeentelijke vermogenspositie middels het beheersen van de financiële risico’s.
  • Het optimaliseren van het extern renteresultaat.

In het vervolg van deze paragraaf worden de onderwerpen die bij deze doelstellingen horen, besproken. Als eerste wordt ingegaan op de wijze waarop Vlaardingen haar bezit financiert. Daarna worden de risico’s die aan dit financieren verbonden zijn in beeld gebracht. Vervolgens wordt stil gestaan bij het kredietrisico op uitzettingen (gelden bij derden) en komt ook het renteresultaat aan de orde. 

Financiering

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Financiering

In de jaren 2021 tot en met 2023 daalde de vaste leenschuld jaarlijks. In 2024 is de  vaste leenschuld gelijk gebleven.  Dit komt door hoge investeringsvolume . Dit was al in de begroting voorzien. In onderstaand overzicht is de leenschuld opgesplitst in een vlottend en een vast deel. Waar het vlottende deel betrekking heeft op leningen met een oorspronkelijke, rentetypische looptijd tot één jaar, daar verwijst het vaste deel naar leningen met een looptijd van één jaar en langer. Per 31 december 2024 stonden er geen kortlopende leningen open.

Leenschuld Bedrag (x € 1 miljoen)
Vaste component (langlopende leningen) 180
Vlottende component (kortlopende leningen) 20
Totale leenschuld (per 31 december 2023) 200
Vaste component (langlopende leningen) 180
Vlottende component (kortlopende leningen)
Totale leenschuld (per 31 december 2024) 180

Het is beleid (zie onderdeel Renterisico) om jaarlijks € 20 miljoen op de vaste schuld af te lossen en voor zo ver noodzakelijk her te financieren. In 2024 is er voor een bedrag van € 20 miljoen aan vaste geldleningen afgelost en zijn er twee nieuwe vaste geldleningen aangetrokken van in totaal € 20 miljoen. Zodoende is de vaste leenschuld gelijk gebleven.

De financiers van de gemeente Vlaardingen zijn per 31 december 2024:
Geldgever Bedrag (x € 1 miljoen) %
Bank Nederlandse Gemeenten 160 89%
Provincie Noord-Brabant 10 6%
Provincie Groningen 10 6%
Totaal 180 100%

In 2024  zijn er 2 langlopende geldleningen  van in totaal  € 20 miljoen afgelost. Op 1 januari 2024 was het saldo bij Rijks Schatkist € 15 miljoen. Op 31 december 2024 was het saldo € 48 miljoen.  Dat komt doordat we in het vierde kwartaal  enkele grote bedragen ontvangen  hebben. Ook was er tijdelijk achterstand in het betalen van facturen door de invoering van een nieuw facturensysteem. Hierdoor was het tegoed bij Rijks schatkist per 31 december 2024 groter dan voorzien. 

Financiers
De Bank Nederlandse Gemeenten, huisbankier van onze gemeente, is al jarenlang marktleider op het gebied van financiering van decentrale overheden. Financier Provincie Noord-Brabant kwam in 2017 als voordeligste aanbieder uit de bus. In 2024 zijn er twee nieuwe langlopende geldleningen van € 10 miljoen aangetrokken. Een bij de BNG en een bij de Provincie Groningen.

 

Renterisico's

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Renterisico's

Financiering en renterisico zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het renterisico van de Gemeente Vlaardingen maakt deel uit van het, met behulp van de Monte Carlo Methode, vastgesteld benodigd weerstandsvermogen. Telkens wanneer een geldlening moet worden afgelost en herfinanciering noodzakelijk is, bestaat immers het gevaar dat de begroting geconfronteerd wordt met hogere rentelasten: de nieuwe lening kan door ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt duurder uitvallen dan de oude. Renterisico is niet uit te sluiten, maar kan wel worden gespreid om het risico per begrotingsjaar te beperken.

De Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido) stelt grenzen aan de mate waarin een gemeente zich bloot kan stellen aan renterisico. Ter beperking van dit risico is zowel voor de vaste schuld (langlopende leningen) als voor de vlottende schuld (kortlopende leningen) een wettelijk maximum vastgesteld. Het te lang niet voldoen aan deze limitering kan voor de Provincie, als toezichthouder van de gemeente, aanleiding zijn om maatregelen te nemen. In laatste instantie behoort preventief toezicht op het afsluiten van geldleningen tot de mogelijkheden.

Renterisiconorm vaste schuld

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Renterisiconorm vaste schuld

De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. Hoe meer de aflossing van de schuld in de tijd wordt gespreid, hoe minder gevoelig de begroting wordt voor renteschokken bij de herfinanciering. Het is een wettelijke norm die betrekking heeft op de vaste schuld van de gemeente. De renterisiconorm stelt dat de jaarlijkse verplichte aflossing en renteherziening niet meer mag bedragen dan 20% van de begroting. De renterisiconorm zet gemeenten en andere decentrale overheden aan tot spreiding en daarmee verlaging van het jaarlijks renterisico. Dit gebeurt in de praktijk door aflossingen op leningen en momenten van renteherziening over toekomstige begrotingsjaren te verdelen. Het is aan de besturen van de decentrale overheden zelf om binnen de grens van de renterisiconorm voor de gewenste mate van spreiding te kiezen

Berekening Renterisiconorm (bedragen x €1 miljoen)
Begrotingstotaal 2024 362
Rekenpercentage renterisiconorm (gemeenten) 20%
Renterisiconorm 72

Gemeenten zijn niet vrij in het bepalen van de omvang van de jaarlijks te betalen aflossingen. De renterisiconorm geeft aan welk bedrag maximaal per begrotingsjaar kan worden afgelost en kan worden her gefinancierd. In 2024 is er ruim aan de renterisiconorm voldaan. Er is voor € 20 miljoen aan vaste geldleningen afgelost en er zijn twee nieuwe vaste geldleningen afgesloten voor € 20 miljoen.

 

Toekomstig beeld renterisico (bedragen x €1 miljoen) 2025 2026 2027 2028 2029
Aflossingen 20 20 20 20 20
Renteherzieningen 0 0 0 0 0
Renterisico 20 20 20 20 20

Risicobeheersing is een continu proces om risico’s te identificeren en beoordelen. Bovenstaande tabel is een weergave van het maximale renterisico (vaste schuld) tot en met 2029.

Renterisico vlottende schuld

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Renterisico vlottende schuld

Vlottende schuld ontstaat wanneer geldleningen worden afgesloten met een rentetypische looptijd die korter is dan 1 jaar. In Vlaardingen gaat het veelal om leningen met een looptijd van 4 weken tot 3 maanden. Jarenlang was de rente voor kortlopende geldleningen negatief. In 2022 is hier verandering in gekomen en moet er weer rente betaald worden voor deze leningen. 

Het financieren door middel van kortlopende geldleningen kent twee voordelen:

  1. Snel kunnen inspelen op schommelingen in de financieringsbehoefte
  2. Het is bij de huidige rentestructuur een relatief goedkope financieringsvorm).

Het treasurybeleid is erop gericht om zoveel mogelijk van deze voordelen te profiteren. De keerzijde van de medaille is echter de korte rentevastheid (renterisico) van kortlopende leningen. Om te voorkomen dat decentrale overheden zich teveel laten leiden door de voordelen van deze financieringsbron is door de wetgever de kasgeldlimiet ingesteld. Deze kasgeldlimiet stelt een maximum aan de omvang van de vlottende schuld. In 2024 zijn er een aantal kasgeldleningen afgesloten en weer afgelost. Per 31 december 2024 zijn er geen openstaande kasgeldleningen.

Berekening kasgeldlimiet (bedragen x €1 miljoen)
Begrotingstotaal 2024 362
Rekenpercentage kasgeldlimiet (gemeenten) 8,50%
Maximale netto vlottende schuld 31

De Wet Financiering Decentrale Overheden staat het overheden toe om de kasgeldlimiet gedurende twee achtereenvolgende kwartalen te overschrijden. In onderstaande tabel is voor de vier kwartalen van 2024 aangegeven wat de omvang van de netto vlottende schuld is geweest.

In onderstaande tabel is de gemiddelde vlottende schuld (kasgeldleningen) per kwartaal en de gemiddelde vlottende middelen (tegoed bij Rijks schatkist) per kwartaal te zien. In alle kwartalen van 2024 was er sprake van een hoger bedrag aan vlottende middelen dan het bedrag aan vlottende schuld. 

Periode (bedragen x € 1 miljoen) Vlottende schuld Vlottende middelen Netto vlottende schuld
1e kwartaal 2024 20 24,4 4 Bezit
2e kwartaal 2024 6,7 30,2 24 Bezit
3e kwartaal 2024 13 24,0 11 Bezit
4e kwartaal 2024 0 41,9 42 Bezit

Debiteurenrisico uitstaande gelden

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Debiteurenrisico uitstaande gelden

Aan het voor langere tijd verstrekken van gelden aan derden kleeft het gevaar dat deze derden op een veelal onvoorzien moment niet meer aan hun verplichtingen kunnen voldoen. Dit kan ertoe leiden dat enerzijds een openstaande vordering als oninbaar moet worden afgeboekt (ten laste van de algemene reserve) en, anderzijds een deel van de rente-inkomsten wegvalt. In principe kan door de gemeente om twee redenen geld aan derden worden uitgeleend. Ten eerste wanneer dit in functie van de publieke taak gebeurt. Ten tweede wanneer er voor een bepaalde tijd sprake is van een overschot aan liquide middelen. Deze laatste situatie heeft zich de afgelopen jaren niet meer voorgedaan. Het treasurybeleid is er namelijk op gericht om de geldstromen van onze gemeente zo te sturen dat overschotten worden voorkomen, dan wel zo snel als contractueel mogelijk is in te zetten ter verbetering van de schuldpositie en daarmee ter verlaging van het debiteurenrisico.

Verstrekte geldleningen (bedragen x € 1 miljoen)
Restant verstrekte geldleningen (per 31 december 2023) 6,54
Nieuw verstrekte geldleningen 1,82
Ontvangen aflossingsbedragen 0,11
Restant verstrekte geldleningen (per 31 december 2024) 8,25

In onderstaand overzicht is aangegeven bij welke partijen er begin 2025 nog gelden uitstaan. Onderstaand overzicht vermeldt dus uitsluitend geldleningen die verstrekt zijn in het kader van de publieke taak. Bij deze categorie van geldleningen speelt het debiteurenrisico een betrekkelijk ondergeschikte rol. Aan het maatschappelijk belang, dat verbonden is aan het verstrekken van een dergelijke lening, is tijdens de besluitvorming immers een hogere prioriteit toegekend dan aan het bijbehorende financiële risico. In 2024 werd er een nieuwe geldlening voor startersleningen aan het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting  verstrekt van € 1,82 miljoen.

Debiteur/geldnemer (x € 1 miljoen) Restantbedrag Ontstaansgrond
Stimuleringsfonds Volkshuisvesting 7,9 Volkshuisvesting
Ambtenarenhypotheken 0,3 Arbeidsvoorwaarde
Dierentehuis Nieuwe Waterweg 0,0 Nieuwbouw
Totaal 8,2

Renteresultaat 2024

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Renteresultaat 2024

In de begroting 2024 - 2027 was het  omslagrentepercentage vastgesteld op 1%. In de 2e voortgangsrapportage 2024 is dit percentage verlaagd naar 0,5%.  De oorzaak hiervan  was dat er in 2024 minder langlopende geldleningen zijn afgesloten dan in de begroting voorzien en er meer rente over ons tegoed bij Rijks schatkist is ontvangen dan geraamd in de begroting. In het vierde kwartaal van 2024 zijn er enkele grote bedragen ontvangen  en was er tijdelijk achterstand in het betalen van facturen door de invoering van een nieuw facturensysteem. Hierdoor was het tegoed bij Rijks schatkist per 31 december 2024 groter dan voorzien. 

Hieronder ziet u het renteschema van de gemeente Vlaardingen.

Renteschema: (x € 1.000) Begroting Begroting na wijziging Rekening
a. De externe rentelasten over de korte en lange financiering + 2.039 2.289 2.285
b. De externe rentebaten -/- 460 863 1.108
Totaal door te rekenen externe rente = 1.580 1.426 1.176
c1. De rente die aan de grondexploitatie wordt doorberekend -/- 255 399 399
c2. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden gerekend -/- 0 0 0
c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (=projectfinanciering) die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend -/- 0 0 0
Saldo door te rekenen externe rente = 1.325 1.027 777
d1. Rente over eigen vermogen +
d2. Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde) +
De aan taakvelden toe te rekenen rente = 1.325 1.027 777
e. De werkelijk aan taakvelden (programma’s inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag) -/- 2.950 1.381 1.381
f. Renteresultaat op het taakveld treasury = -1.625 -354 -604

Paragraaf Bedrijfsvoering

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Inleiding

De gemeente, van raad en college tot de ambtelijke organisatie, is ambitieus. Samen gaan we wat van Vlaardingen maken. Om alle mooie ambities te realiseren is een ambitieuze en trotse ambtelijke organisatie nodig. Waar de gemeente zich eerder richtte op beheren en ‘op de winkel passen’, richten we onze blik nu vooruit. We gaan van een beheer- naar meer een ontwikkelgemeente. Dat betekent dat de ambtelijke organisatie flexibel en wendbaar moet zijn om snel te kunnen reageren op veranderingen en nieuwe uitdagingen. Dit betekent dat we continu blijven leren en ons aanpassen waar nodig. Dit vraagt om extra capaciteit, andere competenties en ook een andere bedrijfsvoering waar contract, project, financieel en personeelsmanagement steeds belangrijker wordt om goed te kunnen sturen. 

In 2024 hebben we weer de nodige stappen gezet om meer grip op de organisatie te krijgen. Onder andere dankzij de aanbevelingen van het eind 2023 uitgevoerde 213a onderzoek naar investeringen. Zo is het projectmatig werken en programmatisch werken verder geprofessionaliseerd. De toevoeging van een projectcontroller aan projectteams bij grote projecten zorgt voor een betere financiële beheersing van projecten. Daarnaast zijn wij in 2024 gestart met de voorbereidingen op een nieuw financieel systeem (Enterprise Resource Planning (ERP)) ten behoeve van project- contract- en financiële administratie. Per 1 januari 2026 wordt de module ten behoeve van de financiële administratie geïmplementeerd .  Op een later moment volgt ook de module ten behoeve van administratie bij projecten. Hiermee krijgen we nog beter grip en controle op de bedrijfsvoering van onze projecten, waardoor we vroegtijdig kunnen schakelen op eventuele risico's. Ook zijn we verder gegaan met het vullen van het zaaksysteem, waardoor inwoners altijd inzicht hebben in de status van hun vraag, verzoek of aanvraag. 

We willen collega’s hebben die van de ambities van het gemeentebestuur hun missie willen maken; voor het Vlaardingen van nu en in de toekomst. Dat betekent dat we investeren in mensen. Zo geven we onze mensen ruimte voor initiatief en waardering voor lef. We zorgen ervoor dat onze mensen met trots vertellen dat ze bij Vlaardingen werken. We hebben ook in 2024 onze ambtelijke organisatie versterkt om onze ambities waar te maken. 

Met deze aanpak zorgen we ervoor dat de gemeente Vlaardingen niet alleen haar ambities kan waarmaken, maar ook een betrouwbare partner is voor inwoners en ondernemers

Personeel en organisatie

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Personeel en organisatie

HRM is een belangrijk onderdeel van bedrijfsvoering. De Vlaardingse ambities zijn groot en daar is een organisatie op sterkte bij nodig. Het aantrekken van nieuw talent blijft een uitdaging in de huidige arbeidsmarkt. Onze focus lag in 2024 op het aantrekken van nieuw talent, maar ook op het investeren in en ontwikkelen van onze huidige medewerkers. In 2024 zijn we gestart met het uitvoeren van de motie ‘Werk maken van werk’ met het daarvoor beschikbaar gestelde geld vanuit uw raad voor het vinden en binden van medewerkers.

Werving & selectie
We hebben afgelopen jaar 112 vacatures geplaatst en 102 mensen aangenomen wat betekent dat 91% van de geplaatste vacatures zijn vervuld. Ter vergelijking; in 2022 was dit 74% en in 2023 hebben we 88% van de vacatures vervuld. Een aantal vacatures zijn in 2024 nog niet ingevuld en loopt de zoektocht in 2025 door. Voor sommige vacatures lopen wel al procedures voor de invulling hiervan.

Matchen van personeel aan ambities
Zie de nadere invulling onder het kopje Motie ‘Werk maken van Werk’.

Instroom en uitstroom medewerkers
De instroom in 2024 onder reguliere medewerkers (collega’s met een contract voor bepaalde- en onbepaalde tijd) ligt op 102 medewerkers. De uitstroom komt neer op 55 medewerkers. Dit zorgt eind 2024 voor een totaal aantal van 575 medewerkers. Eind 2024 huurde gemeente Vlaardingen 229 externen in. Dit betekent ten opzichte van het totaal een inhuurpercentage van 28% in 2024. 

Ziekteverzuim en duurzame inzetbaarheid
Het afgelopen jaar (2024) kent een gemiddeld ziekteverzuimpercentage van 6,67%. Dit is een stijging van 1,31% ten opzichte van 2023, waar het verzuimpercentage uitkwam op 5,36%. Deze is deels te verklaren door het aantal medewerkers dat het derde ziektejaar is ingegaan, door bijvoorbeeld ernstige/langdurige ziektes. Dit drukt op het verzuimpercentage.

In het jaar 2024 zijn er voorbereidingen getroffen voor de beweging van verzuim naar inzetbaarheid. We geven de medewerker het vertrouwen en de verantwoordelijkheid om zelf regie te voeren over hun loopbaan en inzetbaarheidsproces. We spreken bewust over inzetbaarheid om de aandacht te richten op wat er wél is, omdat verzuim een associatie blijft houden met ziekte en vooral met wat er niet is. Wederkerigheid is hier het uitgangspunt: de gemeente Vlaardingen als werkgever organiseert de best passende arbeidsomstandigheden en de werknemer een doorlopende inzetbaarheid. Met deze beweging naar inzetbaarheid beogen wij een terugdringing van het verzuim en meer balans in de belasting en belastbaarheid van de medewerker.

In 2024 is er een arbodienstverlener aanbesteed die de beweging van verzuim naar inzetbaarheid omarmt. Daarnaast is er in plaats van een verzuimprotocol een inzetbaarheidsprotocol opgesteld met ingang van het jaar 2025. De leidinggevenden zijn getraind in de nieuwe werkwijze.

Ook zijn in het jaar 2024 de vitaliteitsmaand (februari) en vitaliteitsweek (oktober) weer georganiseerd. Deze momenten zijn bedoeld om medewerkers te stimuleren tijd te maken voor activiteiten die een bijdrage leveren aan hun vitaliteit en welzijn. Vitale medewerkers voelen zich goed en kunnen beter hun werk uitvoeren.

Loonkosten
Mede gezien de huidige krapte op de arbeidsmarkt zijn we geconfronteerd met het feit dat voor een aantal (specialistische) vacatures moeilijk tot niet vervuld kunnen worden of dat tijdelijke inzet van een bepaald specialisme nodig is. Tijdelijke externe inhuur kan in voornoemde situaties uitkomst bieden. Voor 2024 is er  € 50.459.000 beschikbaar voor loonkosten en inhuur, uitgesplitst in € 46.959.000 voor vaste werknemers en € 3.500.000 voor inhuur.

CAO gemeenteambtenaren 2024
Het bestuur van de VNG heeft op 14 december 2023 het cao-akkoord bekrachtigd. De cao loopt van 1 januari 2024 t/m 31 maart 2025 (15 maanden). De cao kent onder andere een salarisverhoging van 6% die in twee delen is toegekend. Ook ging de arbeidsmarkttoelage omhoog van maximaal 10 % naar maximaal 15 % en is het bovenwettelijk verlof uitgebreid naar 57,6 uur. Dit betekende voor de gemeente Vlaardingen een stijging van de loonkosten. Deze hogere kosten zijn verrekend met de budgetten salariskosten van ieder team in de organisatie.

Functies en inschalingen
Duidelijkheid met betrekking tot functies en inschalingen draagt bij aan het flexibel genoeg zijn om mee te bewegen met veranderingen. Daarom gaan we werken met HR21. Een transparant functiewaarderingssysteem dat al door 270 gemeenten gebruikt wordt. Hierdoor kunnen we ons goed vergelijken met andere gemeenten. We spelen hiermee ook in op het advies van de vakbonden, zoals opgenomen in CAO van 2024, om als gemeentes allemaal met HR21 te gaan werken. De laatste voorbereidingen voor de eerste fase van de implementatie van HR21 zijn in 2024 afgerond en dit heeft geresulteerd in meer dan 50% herschrijven van functies o.a. door achterstallig onderhoud. Dit is aanzienlijk meer dan aan de voorkant was bedacht en resulteert in een structureel ophogende werking op de salariskosten bij het invoeren van HR21 in 2025.

Motie 'Werk maken van Werk'

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Motie 'Werk maken van Werk'

Vinden 

Arbeidsmarktcommunicatie (AMC)
In 2024 zijn we gestart met  een arbeidsmarktcampagne (AMC) met de slogan ‘Onze ambitie, jouw missie’. Door onze huidige medewerkers wordt verteld waarom werken voor Vlaardingen zo leuk en waardevol is. De filmpjes en foto’s van onze interne ambassadeurs zijn te zien op onze vernieuwde vacaturesite (www.werkenvoorvlaardingen.nl) en zijn on- en offline gedeeld als onderdeel van de bredere campagne. In 2024 is de campagnefilm gemaakt waarbij de focus in het 2e kwartaal vooral onze interne ambassadeurs waren. In het 3e kwartaal is de campagne extern uitgerold, wederom zowel on- als offline (LinkedIn, billboards, abri’s, stadsbussen) voor meer zichtbaarheid op de arbeidsmarkt. De ‘Werken voor Vlaardingen’-pagina op LinkedIn is gelanceerd als onderdeel van de campagne met potentiële en huidige werknemers als doelgroep. Deze heeft in korte tijd 1.882 volgers opgeleverd en de posts van deze LinkedIn-pagina zijn 275.362 keer bekeken. Dit heeft een bijdrage geleverd aan een hoger percentage van ingevulde vacatures in 2024 (91% - zie hierboven het kopje Werving & Selectie), ten opzichte van voorgaande jaren. We horen vaak in de sollicitatiegesprekken met de kandidaten dat ze ons hebben gevonden via de LinkedIn-campagne.

Investering in recruitment
Om de lastig te vervullen vacatures in te vullen en de arbeidsmarkt actief te benaderen hebben we externe expertise ingehuurd op recruitment. Ook is er in 2024 een start gemaakt met het ontwikkelen van een strategisch recruitmentplan. Een strategisch recruitmentplan helpt om efficiënter en planmatiger te kunnen werven en de managers van structureel advies te voorzien. De structurele gesprekken die worden gevoerd in het kader van strategische personeelsplanning (SPP) leveren hier een belangrijke bijdrage aan. De eerste gesprekken met managers resulteerden tegen het einde van 2024 in een toename van het aantal uitgezette vacatures. En een beter beeld over de te verwachten vacatures voor begin 2025 in het kader van SPP.

Stages en traineeship op MBO-niveau
In lijn met de ambitie om MBO-stad van de regio te worden hebben we aandacht voor het binnenhalen van stagiairs en trainees. We hebben stageplekken op MBO-niveau kunnen creëren, naast HBO- en WO-niveau. Dit gaat zowel om meewerkstages als afstudeerplekken. Door middel van onder andere het in gebruik nemen van een open stageverzoek op de website en dit te promoten is het aantal aanvragen voor stages toegenomen. Hierdoor zien we een stijging van 14 stagiaires in 2023 naar 20 in 2024. Dit is nog naast de 16 stagiaires die ook nog bij Toezicht en Handhaving rondlopen. Zij zijn in 2024 met het Albeda een nieuwe samenwerking aangegaan.  

Begin 2024 hebben we onderzocht binnen welke teams er de mogelijkheid bestaat om een trainee-opdracht te creëren met uitzicht op een vaste baan. Hieruit is gebleken, in lijn met de krapte op de arbeidsmarkt, dat er vooral opdrachten op HBO- en WO-niveau mogelijk waren. In september 2024 is het tweede Vlaardingse traineeship van start gegaan met volledige bezetting door negen trainees op HBO- en WO-niveau. De trainees doen ieder drie opdrachten om verschillende rollen uit te kunnen proberen. Daarnaast hebben zij om de week een dag training of persoonlijk leiderschap en voeren zij als groep een project van begin tot eind uit. Met als doel om deze nieuwe medewerkers aan onze organisatie te binden met een glimlach op hun gezicht.

Verbinden
Om medewerkers te behouden voor Vlaardingen is onze ambitie, zoals benoemd in het organisatieplan ‘Vlaardingen Voortvarend’ om eind 2026 een 7,5 te scoren op medewerkerstevredenheid. Uit het medewerkerstevredenheidsonderzoek (MTO) van 2024 blijkt dat we goed op weg zijn. In 2024 scoren wij namelijk al een 7,4. Een mooi resultaat dat we nu vooral vast willen houden.

Onboarding
We zijn in 2024 doorgegaan met de evaluatiegesprekken met medewerkers die een maand in dienst zijn. Hierbij halen we op wat er goed gaat en wat er beter kan bij hun start in de gemeente Vlaardingen. Zo blijven we onze onboarding continue verbeteren. Hieruit bleek o.a. dat er behoefte was aan zowel kennismaking met de gemeente, de stad en met medewerkers onderling. In 2024 zijn we daarom gestart met een tweedaags fysieke onboardingsprogramma. Tijdens deze tweedaagse leren de nieuwe medewerkers meer over de geschiedenis en de toekomst van Vlaardingen. Door samen de stad in te gaan en bedrijven en organisaties te leren kennen. Dit is positief ontvangen, omdat het aansluit op de behoefte om naast de stad ook vooral hun collega's wat uitgebreider te zien en leren kennen.

In 2024 hebben we - mede gezien het aantal nieuwe medewerkers - voor het eerst bijna iedere maand een ceremonie gehouden in plaats van ieder kwartaal, dit is goed bevallen. Daarnaast blijft de onboardingsapp in gebruik en wordt deze steeds voorzien van (nieuwe) relevante en actuele informatie.

Diversiteit & Inclusie
Niet voor niets zetten we met onze arbeidsmarktcampagne in op eigen medewerkers als ambassadeurs voor onze organisatie. Wij willen dat de gemeente Vlaardingen voor iedereen een fijne plek is om te werken en waar hun talenten benut worden. In 2024 hebben we de resultaten van de nulmeting van de beleving onder medewerkers in de organisatie gedeeld. De resultaten van het onderzoek door The Better Company laten zien dat een groot gedeelte van de medewerkers een inclusief werkklimaat ervaart, maar het bij een kleine groep beter kan. Hierbij maken volgens het onderzoek drie gedragsankers voor Vlaardingen het verschil. Als we als organisatie investeren in inclusief handelen zien, geen vriendjespolitiek ervaren en diversiteit waarderen kunnen we het inclusieve werkklimaat versterken. We hebben met het management een speciale bijeenkomst hieraan gewijd om hen bewust te maken van hun rol hierbij. Daarnaast hebben we in het management een aantal ambassadeurs gevonden die samen hun team hier verder mee aan de slag gaan. Zij gaan in hun team samen invulling geven aan deze gedragsankers en wat dit vraagt in hun eigen en onderlinge gedrag en samenwerking. De Better Company blijft dit traject met hun expertise de komende tijd ondersteunen.

Werkgeluk
Zoals gezegd hebben we in 2024 hebben we de medewerkerstevredenheid gemeten via het medewerkerstevredenheidsonderzoek (MTO). Hierin hebben we zowel interne als externe collega's bevraagd. 57,7% van de collega's hebben dit ingevuld. Uit het MTO komen een aantal trotspunten en verbeterpunten die invloed hebben op het werkgeluk van medewerkers.

Trotspunten: 1. Samenwerking binnen het team, 2. Werk/privé-balans tijdens het hybride werken, 3. Inclusief werkklimaat en 4. Visie/doelen.

Verbeterpunten: 1. Samenwerking tussen teams, 2. Communicatie, 3. Werkdruk en 4. Leiderschap.

Alle managers zijn geïnformeerd en getraind hoe ze deze resultaten met hun team kunnen bespreken en waar nodig omzetten in actiepunten. Ook zijn er sessies geweest om de resultaten op organisatieniveau te delen met de medewerkers, naast de specifieke teamresultaten.

Omdat we het belangrijk vinden dat we de talenten van onze medewerkers goed benutten zijn in het kader van werkgeluk aan de slag gegaan met een pilot TMA (talentmanagementanalyses). Hiervoor zijn er aantal interne medewerkers opgeleid die deze analyses kunnen doen, ook bij bijvoorbeeld loopbaanvraagstukken. In 2024 zijn er 50 analyses gedaan en ook op teamniveau zijn er trainingen gedaan. Deze methodiek is goed ontvangen en wordt voor het vervolg in 2025 nog geëvalueerd hoe we hier mee verder gaan.

ICT, informatie en data

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - ICT, informatie en data

In Vlaardingen willen we grip en controle hebben op onze informatievoorziening en daarmee weerbaar en voldoende wendbaar zijn om in te spelen op de ontwikkelingen. We werken aan een stabiele informatievoorziening die voldoet aan de eisen van de huidige tijd en gesteld staat voor de toekomst. In de afgelopen jaren heeft Vlaardingen een rijke, historisch gegroeide en zeer diverse verzameling van applicaties, data, documenten en werkwijzen opgebouwd. Dat kunnen we niet in één keer omvormen tot een goed gestructureerde en samenhangende informatievoorziening ter ondersteuning van onze ambities voor de stad. Daarnaast moet de winkel open blijven terwijl de verbouwing/vernieuwing gaande is. Zo hebben we in 2024 45 initiatieven vanuit de organisatie opgepakt, begeleid en afgerond. Denk daarbij aan de invoering van een roosterapplicatie, de invoering van de BIBOB-radar, oplevering van dashboards enz. Ook werken we nog steeds aan de ontvlechting van onze ICT-infrastructuur met zowel Stroomopwaarts als de gemeente Schiedam. De ontvlechting met Stroomopwaarts is in 2024 bijna afgerond. 

Het opbouwen van een stabiele informatievoorziening vraagt om een gefaseerde aanpak die via verschillende routes alle onderdelen van de informatievoorziening aanpakt. Deze aanpak staat beschreven in de actualisatie ‘Informatievoorziening 2024 – 2028’ die op 13 februari 2024 door het college is vastgesteld en aan de raad is gepresenteerd. In de actualisatie staat beschreven hoe de gemeente haar informatievoorziening opwaardeert zodat ze gaat en blijft voldoen aan de wettelijke eisen en beter gebruik kan en gaat maken van de informatie, data en systemen die de gemeente in huis heeft.

In 2024 zijn de nodige stappen gezet om de informatievoorziening verder te verstevigen, zowel qua beveiliging, personeel, strategie, processen als financiën. 

Beveiliging
De beveiliging van onze ICT-voorzieningen heeft de nodige aandacht gekregen. Zo hebben we een aantal benodigde upgrades uitgevoerd op onze servers. Daarnaast hebben we ICT-infrastructuur kunnen verstevigen doordat we steeds meer gebruik maken van applicaties in de cloud, waardoor de beveiliging beter is geborgd. 

Processen
In de afgelopen jaren zijn alle (meer dan vijftig) I-processen opgepakt, verbeterd, beschreven en geborgd. Hiermee hebben we alle I-processen beschreven en geïmplementeerd wat zorgt voor een aanzienlijke professionaliseringsslag. 

Informatiebeheer en kwaliteit
In 2024 zijn belangrijke stappen gezet in de professionalisering van informatiebeheer en documentkwaliteit.
Hierbij de behaalde resultaten:

  • Serviceverlening: Structurele samenwerking met IM en Stadsarchief geborgd, actualisatie van Configuration Management Database (CMDB) en Producten- en Dienstencatalogus (PDC).
  • Wet- en regelgeving: Kwaliteitsverbetering geïmplementeerd, bestuurlijke reactie op toezichthoudersverslag opgesteld.
  • Beleid: Ontwikkeling van Informatiebeheerbeleid, e-mailbeleid en hotspotmonitorbeleid gestart.
  • Professionalisering: Training ‘Grip op informatie’ opgezet, deelname aan projecten zoals Kanaalsturing en M365.
  • Archivering: 757 archiefdozen vernietigd, 3.176 documentregistraties opgeschoond.
  • Registratie: Implementatie van checklist en handboek zaaktypevernietiging, 5.711 registraties verwerkt.
  • Postverwerking: Nieuwe werkafspraken met PostNL voor efficiëntie en kostenbesparing, 10.161 BRP-documenten ingescand.

Doorlopende acties:

  • Vaststelling en implementatie van beleidsstukken.
  • Begeleiding bij verwerking van vernietigingslijsten.
  • Uitvoering kwaliteitscontroles en implementatie op basis van de aanbevelingen van de toezichthouders.

Datagedreven werken
Met datagedreven werken zetten we data in als onze bondgenoot. Dit doen we vanuit de noodzaak om de beschikbare informatie beter te benutten om tot het gewenste resultaat te komen voor Vlaardingen. We maken slimmer gebruik van informatie om betere beslissingen te nemen en efficiënter te werken, met als doel de glimlach van onze inwoners, ondernemers én collega’s. Dit kunnen we alleen als we onze informatie (data en documenten) op orde hebben. In 2024 zijn we gestart met het opruimen van ons applicatielandschap en het inzicht krijgen in de diversiteit aan data en documenten. We hebben inmiddels een sterk verbeterd inzicht in ons applicatielandschap, koppelingen en kunnen daardoor tijdig schakelen bij eventuele vervanging. In 2025 gaan we door met het op orde brengen van onze verzameling data en verzameling documenten (in lijn met vaarroute 5 data op orde en vaarroute 6 documenten op orde uit de actualisatie ‘Informatievoorziening 2024 – 2028’). Zo krijgen we goed inzicht in de totale informatie waarover beschikken en de kwaliteit daarvan. Deze informatie kunnen we vervolgens gebruiken voor het bouwen van monitors en andere informatieproducten. In 2024 hebben we verschillende informatieproducten opgeleverd en zes monitors en dashboards waaronder een monitor voor stadsprogramma Nieuwe Energie, stadsprogramma Nieuwe Binnenstad, ondermijning en woningbouw. Ook zijn we gestart aan een wijk- en buurt analysetool.  

Personeel
De teams binnen het zogeheten I-domein zijn beter bemenst met vast personeel. Hiermee is de inhuur op vaste formatieplaatsen sterk verminderd. De samenwerking tussen de teams is verbeterd dankzij een heldere overlegstructuur en duidelijkheid over rollen en verantwoordelijkheden. 

Betere dienstverlening
De dienstverlening van onze Servicedesk is verbeterd dankzij ruimere openingstijden en een SMS service bij verstoringen. Het aantal grote verstoringen is met 50% afgenomen. 
Ook is het uit- en ingaand internet verbeterd op het stadhuis. Mede door de upgrade van het netwerk waarbij nieuwe WIFI accespoints zijn opgehangen en geoptimaliseerd. 

Hybride werken
Het hybride werken, zowel op kantoor als thuis, wordt beter ondersteund dankzij een nieuwe persoonlijke standaarduitrusting (PSU) voor medewerkers met een laptop en telefoon van de zaak. Op kantoor zijn audiovisuele (AV) middelen vervangen en hebben de AV-middelen in het vergadercentrum en in de fractiekamers een upgrade gehad. Daarnaast is er op dit gebied ondersteuning gekomen van fracties, raad en de griffie bij belangrijke bijeenkomsten. Ook de trouwzaal is aangepakt en kent nu de mogelijkheid om via streaming een bruiloft online te volgen.

Informatiebeveiliging en Privacy

Cybercrisis management en incidentrespons

De afgelopen jaren hebben we belangrijke stappen gezet in het verbeteren van onze incidentrespons en crisisorganisatie. In 2024 hebben we meerdere crisisoefeningen uitgevoerd waarbij cyberweerbaarheid en veiligheid een groot onderdeel vormden. Onze procedures voor crisismanagement en bedrijfscontinuïteitsbeheer konden zo verder worden aangescherpt. De inzichten uit deze oefeningen hebben aangetoond dat er nog verdere verbeteringen mogelijk zijn in de integratie tussen de crisisorganisatie, disaster recovery en IT-beheer.

Wpg-audit en compliance

In 2024 hebben we opnieuw een audit uitgevoerd op de naleving van de Wet politiegegevens (Wpg). Hieruit bleek dat er vooruitgang is geboekt in de structurering van processen en de formalisering van verwerkersovereenkomsten. Tegelijkertijd is duidelijk geworden dat verdere verbeteringen nodig zijn op het gebied van documentatie en het naleven van vastgestelde procedures.

Business Continuity Management en infrastructuurbeveiliging

Het waarborgen van de continuïteit van onze IT-dienstverlening blijft een belangrijk aandachtspunt. In 2024 hebben we verdere stappen gezet in het verbeteren van onze bedrijfscontinuïteitsplannen en het identificeren van risico’s binnen onze IT-infrastructuur. Door deze inspanningen hebben we de betrouwbaarheid en weerbaarheid van onze systemen vergroot. Wederom zijn diverse penetratie en hack-tests uitgevoerd op zowel onze interne als externe omgeving.

Reactie op DDoS-aanvallen en digitale dijkbewaking

DDoS-aanvallen blijven een reëel risico voor overheidsinstanties. In 2024 hebben we verschillende verdedigingsmaatregelen geïmplementeerd en onze samenwerking met de IBD en de Nationale Wasstraat (NaWas) verder uitgebreid. Dit heeft geresulteerd in een betere bescherming tegen verstoringen, maar vraagt om continue monitoring en doorontwikkeling. In samenwerking met onze leveranciers wordt onze infrastructuur gemonitord waardoor sneller en adequater op calamiteiten of verstoringen kan worden ingegrepen.

NIS2, Baseline Informatiebeveiliging 2.0 (BIO 2.0) en versterking digitale veiligheid

De implementatie van de NIS2-richtlijn, die vanaf 2024 van kracht is, heeft grote impact op de kwaliteiteisen van digitale beveiliging van de gemeente. In 2024 hebben we de eerste stappen gezet in de implementatie, waaronder het uitvoeren van een impactanalyse en het aanpassen van contracten met leveranciers. Op het kruispunt van Informatiebeveiliging en privacy bescherming zijn diverse 0-metingen uitgevoerd om te bepalen waar eventuele knelpunten liggen om in 2025 nadruk te kunnen leggen op verdere naleving en optimalisatie van de NIS2-verplichtingen. De BIO 2.0 geeft voor een zeer groot deel vorm aan de te nemen maatregelen voor de NIS2.

Gebruikersbewustzijn en training

Het vergroten van het bewustzijn rondom informatiebeveiliging en privacy blijft een speerpunt. Eind 2024 hebben we verplichte e-learningmodules geïntroduceerd en phishing-simulatie uitgevoerd om medewerkers beter te wapenen tegen cyberdreigingen.

Data management en risicobeheersing

Het minimaliseren van privacyrisico’s en het verbeteren van datakwaliteit blijven ook essentiële onderdelen van ons beleid. In 2024 hebben we gewerkt aan het opschonen van systemen en het versterken van gegevensbeschermingsmaatregelen.

Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en privacybescherming

In 2024 hebben we het AVG-beleid versterkt door verwerkersovereenkomsten te actualiseren, privacy by design toe te passen in projecten en DPIA’s (data protection impact assessment) uit te voeren op risicovolle verwerkingen, zoals BRP gegevens en de collectieve schuldenafkoop. Hiermee hebben we vooraf privacyrisico's beter in beeld, zodat we maatregelen kunnen nemen om deze risico's te verkleinen.  We hebben privacybewustzijn vergroot via e-learning en workshops en de afhandeling van inzageverzoeken en klachten geoptimaliseerd. Daarnaast hebben we de impact van nieuwe wetgeving, zoals de AI Act, gemonitord en voorbereidingen getroffen om aan toekomstige eisen te voldoen. Hiermee hebben we de naleving van de AVG wetgeving verbeterd en privacy structureel verankerd in de organisatie.

Verhuur

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Verhuur

In 2024 zijn we door gegaan we door op de ingeslagen weg op het gebied van herziening van ons huurbeleid. Voor de gemeentelijke vastgoedportefeuille worden huurcontracten – op natuurlijke momenten - herzien en worden de huurprijzen daarbij minstens kostprijsdekkend of marktconform gemaakt. Waar dat kan, wordt tevens gekeken naar het gelijktijdig realiseren van eventuele verduurzamingsmaatregelen. In 2024 is het softwarepakket Metafoor geïmplementeerd. Dit pakket ondersteunt de werkwijze zoals hiervoor benoemd. Tevens zijn alle verhuurprocessen beschreven en in Blue Dolphin, het gemeentelijk systeem voor processen, opgenomen. Deze zullen in 2025 in het zaaksysteem beschikbaar zijn.

Erfpacht

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Erfpacht

In 2024 hebben oude eeuwigdurende erfpachten met meestal een zeer lage jaarlijkse erfpachtcanon een aanbieding gekregen om de jaarlijkse betalingsverplichting af te kopen door betaling van een bedrag ineens (afkoopsom) gekregen.
Met de leverancier van het geautomatiseerde erfpachtsysteem is  gekeken welke maatregelen daarin kunnen worden getroffen ter bevordering van de efficiëntie van het proces en de juistheid van de in het erfpachtsysteem opgenomen gegevens. Hieruit zijnWe hebben enkele optimalisaties kunnen doorgevoerden. Deze zijn mede gebaseerd op de in 2024 beschreven en geoptimaliseerde erfpachtprocessen welke in Blue Dolphin zijn opgenomen. In 2025 zullen deze onderdeel uitmaken van het zaaksysteem.

Procesgericht werken

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Procesgericht werken

Het invoeren van procesgericht werken is één van de speerpunten in het organisatieplan 'Vlaardingen Voortvarend'. In 2024 zijn in diverse teams procesondersteuners benoemd en opgeleid. De procesondersteuner helpt de teammanager bij het in kaart brengen en continu verbeteren van de proceskwaliteit, zowel binnen de teams als in teamoverstijgende processen. Hierbij wordt een mechanisme ingericht voor het inventariseren, prioriteren en selecteren van proces- (verbeter-) vraagstukken.

Daarnaast is een aantal dienstverlenende processen en processen met een herhaalbare documentstroom geborgd in een nieuw zaaksysteem.  In 2024 hebben we 74 van de in totaal 180 dienstverleningsprocessen overgezet. Hierbij lag de prioriteit bij processen die geraakt worden door het uitfaseren van het oude zaaksysteem zoals burgerzaken, meldingen en informatieverzoeken.

Inkoop

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Inkoop

In 2024 zijn wederom stappen gemaakt in het verder professionaliseren van de inkoop- en contractmanagementfunctie. Desondanks zijn er nog steeds enkele aanbestedingen die niet volgens de richtlijnen zijn uitgevoerd. Hierover leest u meer in de rechtmatigheidsverantwoording.
Ieder kwartaal is de aanbestedingskalender met daarin voorkomende (onrechtmatigheids-)issues gerapporteerd binnen de organisatie. Inmiddels is daar de rapportage over de invulling van de SROI-verplichting  op contractniveau aan toegevoegd. Het proces van spendanalyse is geoptimaliseerd. Deze is in 2024 twee keer (2023 en 1e helft 2024) opgeleverd.
De aanbestedingsprocessen zijn geborgd als proces(archiverings)flow in het zaaksysteem. 
In 2024 zijn twee inkooptrainingen gegeven en een kennissessie over bevindingen van gelopen aanbestedingen.

Door het vooruitzicht op de komst van het nieuwe financiële systeem (ERP)  is ervoor gekozen om de voorziene overbrugging met een nieuwe contractregistratietool niet door te voeren. Topdesk blijft hiervoor gehandhaafd tot 2026. In 2024 is de voorbereiding gestart voor ERP waar de module P2P (pay to pay, oftewel: van bestellen tot betalen), en daarmee contractregistratie, onderdeel van uitmaakt. In dit proces wordt opgenomen dat aanvragen tot bestelling die niet gekoppeld zijn aan geregistreerde (raam)overeenkomsten (zgn. vrije tekstbestellingen) worden voorzien van een inkooptechnische toets alvorens deze als verplichting wordt voorgelegd aan de desbetreffende budgethouder. De inkooptechnische toets heeft betrekking op zowel recht- als doelmatigheid.

Ter bevordering en aansluiting op de organisatiedoelstellingen is er een inspiratiesessie duurzaamheid gegeven. We blijven ook de komende tijd aandacht houden voor duurzaam inkopen als organisatie.

Het gehele jaar is sprake geweest van een hoge mate van inhuur bij het team Inkoop door het niet in kunnen vullen van de vacatures inkoopcoördinator en senior inkoopadviseur. De vrijgekomen functie van medewerker inkoop & contractmanagement door afronding van een WIA-traject is intern ingevuld.

(Verbijzonderde) interne controle

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - (Verbijzonderde) interne controle

Rechtmatigheidsverantwoording
In 2025 is de rechtmatigheidsverantwoording over 2024 opgesteld, en verantwoord in de jaarrekening 2024. De Governance Risk Compliance (GRC) tool is ingericht ter borging van de kwaliteit van de controles en ter ondersteuning van het Three Lines model. Na implementatie is een analyse naar de risico's en beheersmaatregelen van de financiële processen uitgevoerd.    Vervolgens zijn er lijn- en gegevensgerichte controles uitgevoerd. De vastlegging is ter onderbouwing van de rechtmatigheidsverantwoording en ter ondersteuning van de accountantscontrole.

213 A Onderzoeken
Op basis van de verordening 213a is het college verplicht periodiek onderzoeken te doen naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van het door hen gevoerde beleid. In 2024 is de opvolging van de aanbevelingen uit 2023 opgevolgd, en is het auditjaarplan voor 2024 uitgevoerd. In de reguliere P&C cyclus wordt de voortgang hiervan gerapporteerd. Het onderwerp voor het 213a onderzoek was voor 2024 het klachtenproces.

Rechtmatigheidsverantwoording

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Rechtmatigheidsverantwoording

De rechtmatigheidsverantwoording heeft betrekking op drie criteria: begrotingscriterium, voorwaardencriterium en het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium.

Begrotingscriterium
De begrotingsrechtmatigheid heeft betrekking op het financiële handelen binnen het kader van de geautoriseerde begroting. Dit wordt formeel als volgt omschreven:

“Financiële beheershandelingen die ten grondslag liggen aan de baten en lasten (exploitatie), alsmede de balansposten (investeringen), dienen tot stand te zijn gekomen binnen de grenzen van de geautoriseerde begroting en hiermee samenhangende programma’s (begrotingscriterium). In de begroting zijn de maxima voor de lasten vermeld die door de raad zijn vastgesteld. Dit houdt in dat de financiële beheershandelingen dienen te passen binnen de begroting, waarbij het juiste programma, de toereikendheid van het begrotingsbedrag alsmede het begrotingsjaar van belang zijn.”

Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) dienen de afwijkingen in de jaarrekening herkenbaar te worden opgenomen en van een toelichting te worden voorzien. Als blijkt dat de gerealiseerde uitgaven op programmaniveau hoger zijn dan geautoriseerd en de onder- of overschrijdingen van baten niet tijdig zijn gemeld is er sprake van begrotingsonrechtmatigheid. In de Financiële verordening is vastgelegd welke typen begrotingsoverschrijdingen of -onderschrijdingen    niet worden meegewogen, en door de raad als acceptabel worden gekwalificeerd.

De verschillen tussen de geautoriseerde lasten en de gerealiseerde lasten worden hieronder per programma weergegeven (lasten x €1.000)

Begrotingsonrechtmatigheid

1a  Overschrijding  laten programma's 

1a. Totaal  €  4,9 mln.
 Programma Bestuur, Dienstverlening en Participatie € 2,7 mln. 
 Programma Veiligheid en Handhaving  € 0,1 mln. 
 Programma Wonen  € 0,2 mln. 
 Programma Sociaal Domein € 1,9 mln. 

Toelichting overschrijding acceptabel

Programma 3 Veiligheid en Handhaving
Een begrotingsonrechtmatigheid van € 0,1 miljoen is in 2024 ontstaan door hogere uitgaven aan Crisisbeheersing en Handhaving en Openbare orde en veiligheid (€ 0,06 miljoen, voor Crisisbeheersing en Handhaving gemeld in de 2de VGR maar hoger dan voorzien) en hogere uitgaven aan Openbare Orde (€ 0,2 miljoen) dan begroot, gecompenseerd door lagere lasten op programmaniveau. De overschrijding is acceptabel omdat deze binnen het beleid past. 

reactie
Door een te optimistische prognose is er onvoldoende budget begroot bij de 2de VGR. Er wordt ingezet op realistischer begroten en lering getrokken uit eerdere jaren bij het maken van prognoses. 

Programma 8 Sociaal Domein
De overschrijding (1,9 mln.) in het programma Sociaal Domein worden deels gecompenseerd door hogere baten uit het LOO ten aanzien van het Oekraïne Dorp. De overschrijdingen zijn zichtbaar bij Jeugd (2.4 mln.), inkomensregelingen (1.4 mln.) en toegang en eerstelijnsvoorzieningen, (2.0 mln.) De overschrijding is acceptabel omdat er sprake is van een open-einde regeling en dit binnen het bestaande beleid past.

reactie
De open-einde regelingen zijn per definitie moeilijk te schatten, daarbij zijn de definitieve cijfers later beschikbaar hierdoor zijn overschrijdingen pas laat in te schatten. Er wordt wel ingezet om het verbeteren van de sturingsinformatie en het verkrijgen van actuelere informatie. 

Toelichting overschrijding onacceptabel

Programma 1 Bestuur, Dienstverlening en Participatie
In 2024 is een begrotingsonrechtmatigheid ontstaan omdat het taakveld overhead per saldo een nadeel van € 2.7 miljoen opleverde op de posten salarissen en inhuur. Als gevolg van de vele vacatures maar ook de noodzaak tot inhuur bij langdurig zieken is de vrijval aan salaris niet voldoende gebleken om de kosten voor inhuur op te vangen. De afwijking is niet rechtmatig omdat dit niet tijdig is gemeld in de reguliere voortgangsrapportage. Verder is er sprake van diverse kleine verschillen die volgens de beleidskaders niet verder hoeven te worden toegelicht (geanalyseerd).

reactie
Ten aanzien van inhuur en bezetting is ingezet op werving. Hiervoor is een campagne opgezet en de verwachtingen zijn de resultaten hieruit de inhuur kan drukken. Een andere maatregel is het implementeren van tijdschrijven. Hierdoor worden de lasten verdeeld over de programma’s en kan er een realistischere begroting tegenover staan. 

Programma 5 Wonen
Een begrotingsonrechtmatigheid van € 0,2 miljoen is in 2024 ontstaan door hogere uitgaven aan afschrijvingen erfpachtcontracten.

reactie
Door het opschonen van de administratie en gegevens zijn er extra afschrijvingen geweest. Dergelijke aanpassing gebeuren incidenteel. De hoeveelheid en de effecten ervan zijn moeilijk vooraf in te schatten. Wij zetten in op het informeren binnen de P&C cyclus om de gerealiseerde effecten tijdig te melden. 

1b Overschrijding investeringsbudgetten (kredieten)

1b. Totaal €   0,7 mln.
Programma Groen en Milieu € 0,4 mln.
Programma Economie en Haven € 0,3 mln. 

Toelichting overschrijding  

Programma Groen en Milieu
Door extra werkzaamheden om ontwerp voor hoogwater kering aan te passen om de hoogwateroplossing en het tegen gaan van verzakken van de kade zijn de voorbereidingskosten voor de hoogwaterkering gestegen. Per saldo is de overschrijding € 0,39 miljoen.

Programma Economie en Haven
De voorbereidingskosten voor de renovatie van het College Vos waren in 2021 toegekend, door de lange aanloopfase zijn de facturen voor de voorbereidingskosten nu pas ingediend. Hierdoor is er een overschrijding ontstaan op het investeringsbudget van € 0,32 miljoen.

2. Ongeautoriseerde mutaties reserves  
Een ongeautoriseerde  reservemutatie van € 0,5 mln.  reserve  Resultaatbestemming 2023.   In het raadsbesluit over de jaarstukken 2023  is in de resultaat bestemming  cijfers omgedraaid, zijnde  € 16,163 mln in plaats van € 16,614.   Administratieve fout. 

reactie  :   controle op de reserve mutaties onderdeel maken van de  VGR. 

Niet acceptabele afwijkingen (onrechtmatigheden) bij baten anders dan begroot
Geen.

Voorwaardencriterium 
Het voorwaardencriterium heeft betrekking op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving, zowel intern als extern.

Met onze interne controles sluiten we aan bij de vastgestelde  verordening door de raad, . In nauwe samenspraak met de accountant hebben we de omvang van de steekproeven en de uit te voeren controles bepaald. De controles zijn uitgevoerd op de processen personeel, inkoop en aanbesteding, subsidieverstrekkingen, subsidieontvangsten en overige geldoverdrachten (verbonden partijen) en misbruik en oneigenlijk gebruik. Rechtmatigheidsfouten moeten in de verantwoording opgenomen en toegelicht worden indien zij boven het door de raad vastgestelde verantwoordingspercentage   uitkomen. Wij hanteren de rapporteringstolerantie dit is vastgelegd in de verordening en gelijk is aan de rapporteringsgrens van de accountant.  

Aanbestedingsrechtmatigheid
De regels over aanbesteden staan in de Aanbestedingswet 2012. In de Gids Proportionaliteit (flankerend beleid bij de aanbestedingswet 2012) zijn de voorschriften uitgewerkt over de eisen, voorwaarden en criteria die aan inschrijvers en inschrijvingen worden gesteld. Een aanbestedende dienst dient de voorschriften toe te passen of een bewuste afwijking daarvan in de aanbestedingsstukken te motiveren. Het ten onrechte niet toepassen van de Aanbestedingswet 2012 met betrekking tot deze Europese aanbestedingsnormbedragen bij een aanbesteding van opdrachten, leidt tot een financiële rechtmatigheidsfout. Het niet naleven van de overige normbedragen uit de Gids Proportionaliteit leidt niet tot financiële rechtmatigheidsfouten voor zover het college afwijking hiervan adequaat heeft gemotiveerd en gedocumenteerd.

Programma Sociaal Domein
Betreft een opdracht van in totaal € 1.358.000,- die sinds november 2023 bestaat en doorloopt tot en met april 2025. Er was sprake van een acute situatie eind 2023 waarbij voor een tijdelijke oplossing is gezocht, voor beveiliging     van opvang. Echter heeft de tijdelijke situatie voortgeduurd tot april 2025; hierdoor zijn grenswaarden overschreden en is er geen sprake meer van noodsituatie.

Programma Onderwijs, Economie en Haven
De inrichting van een sportzaal is in 2024 onjuist aanbesteed. Het betreft een bedrag van € 274.869,- deze is enkelvoudig aanbesteed waar dit Europees had moeten zijn.

Programma Bestuur, Dienstverlening en Participatie
Twee ICT-overeenkomsten zijn onrechtmatig waarvan één overeenkomst € 0.3 mln. niet kan worden aangetoond wanneer deze zijn oorsprong heeft en daarom niet kan worden aangetoond dat deze rechtmatig is en een andere € 0.5 mln. is onrechtmatig omdat deze niet conform de richtlijnen Europees is aanbesteedt.

Programma Verkeer en Mobiliteit
In de rechtmatigheidsverantwoording over 2023 is de raamovereenkomst voor (groot) onderhoud elementenverharding opgenomen voor een periode van 2023 en 2024 met de verwachting dat de aanbesteding in 2024 zou zijn afgerond. Deze aanbesteding is in 2025 afgerond. De bedragen na afloop van het contract zijn onrechtmatig, hiervoor is  in 2023 een geprognosticeerd bedrag opgenomen voor 2024. Dit bedrag is onvoldoende gebleken, er is voor een extra bedrag van € 2.7 mln. uitgegeven aan dezelfde opdracht.    De extra uitgaven van 2.7 mln. boven het reeds genomen bedrag in 2023 is daarmee ook onrechtmatig besteedt. 

De totale onrechtmatigheid van aanbestedingen komt daarmee op € 5,1 miljoen.

reactie
Voor het onderwerp inkopen en aanbesteden zijn reeds verbeteringen in gang gezet waaronder de inventarisatie van de contracten van de 90 grootste leveranciers. Inzicht in de grootste contracten levert een bijdrage aan het grip hebben en houden op rechtmatige uitgaven. Daarnaast wil team inkoop en contractmanagement graag samen met de accountant en control optrekken om het bewustzijn voor inkoop in de organisatie te vergroten.

Fouten of onzekerheden bij verstrekte subsidies
Wij hebben vanuit het oogpunt van efficiency (de gemeente verstrekt op jaarbasis grote aantallen subsidies) gekozen voor een steekproefsgewijze controleaanpak. Dit leidt ertoe dat wanneer gevonden fouten in de steekproef niet “geïsoleerd” kunnen worden (dat wil zeggen: aantoonbaar dermate uniek dat zij op zichzelf staan en niet representatief te achten zijn voor de gehele populatie), deze geëxtrapoleerd moeten worden over (het relevante gedeelte van) de restpopulatie.

De totale subsidielast in de jaarrekening 2024 bedraagt circa € 34 miljoen. De middels steekproeven gecontroleerde massa bedraagt circa € 8.5 mln. In een aantal gevallen zijn bevindingen geconstateerd.

De bevindingen gaan om een afwijking van de regels die zijn vastgelegd in de Algemene Subsidieverordening. Er is geconstateerd dat bij meerdere aanvragen en vaststellingen de besluitvorming niet tijdig heeft plaatsgevonden. Conform het ASV model 2011 hangen er geen sancties aan deze afhandel termijnen. De uitkomsten hebben geen consequenties voor de financiële rechtmatigheid of de getrouwheid, maar wel de formele rechtmatigheid (t.a.v. de interne beheersing). De juiste stappen zijn genomen in het verbeteren van de interne beheersing.

Fouten of onzekerheden bij ontvangen subsidies (SiSa verantwoording)
In de kadernota rechtmatigheid van de Commissie BBV is aangegeven dat SiSa onderdeel is van de rechtmatigheidsverantwoording. Fouten en onduidelijkheden met betrekking tot specifieke uitkeringen (SiSa) dienen derhalve te worden betrokken bij de rechtmatigheids-verantwoording. Dit komt voort uit de opvatting dat de specifieke uitkeringen een regulier onderdeel vormen van de baten, lasten en balansmutaties. Bij de rechtmatigheidscontroles die de gemeente uitvoert, moeten deze baten, lasten en balansmutaties eveneens worden betrokken. Meer specifiek: deze vormen regulier onderdeel uit van de (intern) te controleren baten, lasten en balansmutaties in het kader van de rechtmatigheidsverantwoording en mogen niet worden uitgezonderd van de massa waarop steekproeven worden uitgevoerd.

Het betekent niet dat de gemeente interne controles moet uitvoeren op het niveau van de SiSa-bijlage of individuele specifieke uitkeringen. Voor de accountant geldt deze controleplicht wél op basis van de bepaling in het BADO dat voor regelingen met een omvang vanaf € 125.000 minimaal één waarneming moet worden gedaan. Het kan hierbij voorkomen dat de accountant een onrechtmatigheid constateert, die de gemeente niet heeft geconstateerd, omdat dit niveau van interne controle niet is vereist ten behoeve van de rechtmatigheidsverantwoording. Zolang de verantwoordingsgrens van de gemeente inclusief de door de accountant geconstateerde onrechtmatigheden in de SiSa niet wordt overschreden, leidt dit niet tot een andere rechtmatigheidsverantwoording door de gemeente.

Wanneer de geconstateerde bevindingen van de accountant ertoe leiden dat de verantwoordingsgrens wél (net) wordt overschreden, dan moet deze bevindingen wel worden meegenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. In het geval dat gemeente niet zelf maar de externe accountant de onrechtmatigheid heeft geconstateerd, wordt dit in geval van overeenstemming meegenomen in de verantwoording.

Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium
In 2024 beschikt de gemeente niet over een M&O-beleid. De gemeente is bewust van de relevantie van een M&O-beleid en is daarom al gestart met het opstellen van een M&O-beleid die in 2025  ter besluitvorming aan de raad wordt voorgelegd. 

Inrichting van de fraudebeheersing

Het risico op fraude en corruptie is een risico waar iedere organisatie mee te maken kan krijgen. Fraude is een opzettelijk handelen of nalaten waarbij misleiding wordt gebruikt om een wederrechtelijk voordeel te behalen. Corruptie is misbruik maken van toevertrouwde macht voor persoonlijk gewin . Bij corruptie gaat het om handelingen die verband houden met het doen van een gift of een belofte om de ander te verleiden, in strijd met zijn plicht, iets te doen of na te laten.)

Gemeente Vlaardingen beschikt over een integriteitsbeleid (waaronder fraude) waarbij is geconcludeerd dat het beleid voldoet aan de wettelijke verplichtingen en er een goed
fundament ligt. Naast maatregelen om integriteitsschendingen te voorkomen heeft de gemeente ook maatregelen getroffen om fraude te ontdekken.

De frauderisicoanalyse wordt jaarlijks uitgevoerd en is een vast onderdeel binnen de Planning & Control cyclus van de gemeente. Door de frauderisicoanalyse jaarlijks uit te voeren en onderzoek te verrichten  (onderdeel van de verbijzonderde controle),  houdt de gemeente een actueel inzicht in haar risico’s. Het thema fraude staat centraal op de agenda en wordt steeds meer specifiek aandacht aan besteed.     

Op basis van de bevindingen  zijn verbeteracties  benoemd,  en  gaan deze  zorgen voor betere beheersing.   Ingaande   2025 zijn deze  ook onderdeel van de monitor  verbeteracties op basis van diverse audits. 

Op basis van uitgevoerde frauderisicoanalyse zijn in 2024 geen gevallen van fraude bekend.

Verbeteracties bedrijfsvoering (opvolging vanuit interne en externe onderzoeken)

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Verbeteracties bedrijfsvoering (opvolging vanuit interne en externe onderzoeken)

De monitor verbeteracties is dynamisch; er worden onderwerpen toegevoegd, maar ook afgerond. Via de voortgangsrapportages en verantwoording kan de gemeenteraad toezicht houden.  In deze jaarrekening is een bijlage  opgenomen met de opvolging van de aanbevelingen van: 
1. De rekenkameronderzoeken
2. De boardletter en accountantsrapportage van de accountant
3. 213a onderzoeken  

Uitgangspunt voor de monitor  zijn de onderzoeken ingaande 2022.  Het overzicht wordt  in de voortgangsrapportage en  verantwoording  eventueel aangevuld met  de aanbevelingen en toezeggingen uit ;  

4. Wpg-audit
5. Onderzoek gesimuleerde phishing aanvallen
6. ENSIA  

In de betreffende programma’s verantwoording  en paragrafen enig jaar is opgenomen hoe de verbeteracties zijn gerealiseerd. zijn de realisatie opgenomen ten aanzien van de verbeteracties naar aanleiding van de genoemde aanbevelingen. 

Bijlagen monitoring

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Bijlagen monitoring
Monitor 213a
Onderwerp: Omschrijving: Voortgang Ultimo 2024:
Conclusie: Ambitie versus haalbaarheid en vergroten realisatiegraad De grote bestuurlijke investeringsambitie kan door de organisatie momenteel niet worden waargemaakt. Er wordt beperkt tot niet gestuurd op de realisatiegraad en deze is aan de lage kant. In Q2 2025 wordt de aanbeveling onder aandacht gebracht bij de proceseigenaren en het gesprek aangegaan om de opvolging van de aanbeveling te bespreken.
Conclusie: Onvoldoende beschikbaarheid van informatie voor sturing en beheersing Managementinformatie over de voortgang van investeringsprojecten en de uitputting van de kredieten is onvoldoende. Hierdoor is beperkte (bij)sturing en beheersing op investeringsprojecten mogelijk. Binnen de begrotingsscyclus en bij de opstelling van de jaarrekening zijn er vaste momenten waarop de voortgang en de uitputting van kredieten worden geevalueerd. Daarnaast vinden gedurende het jaar periodieke budgetoverleggen plaats.
Conclusie: Organisatorische slagkracht is momenteel niet toereikend om de voorgenomen investeringen te kunnen realiseren Aan de versterking van de ambtelijke organisatie wordt hard gewerkt, maar dit vereist meer inzet en middelen om op het gewenste niveau te komen. In Q2 2025 wordt de aanbeveling onder aandacht gebracht bij de proceseigenaren en het gesprek aangegaan om de opvolging van de aanbeveling te bespreken.
Aanbeveling: Meer zicht op en inzicht krijgen in investeringskredieten (1) 1. Werk het proces rondom investeringen en investeringskredieten op een duidelijke wijze uit met als basis de nieuwe financiële verordening, als eerste stap om te borgen dat medewerkers op een consistente wijze omgaan met investeringen en investeringskredieten. In het proces ook borgen dat er -zolang gegevens handmatig verwerkt worden – er voldoende controle wordt uitgeoefend op de juistheid van deze verwerking. In Q2 2025 wordt een nieuwe beleid voor het proces investeringen geschreven. De financiele verordening en nota waardering en afwaardering worden ook herzien en aangepast. Verwachting oplevering Q4 2025.
Aanbeveling: Meer zicht op en inzicht krijgen in investeringskredieten (2) 2. Verhoog de transparantie op tussentijdse wijzigingen op bestaande investeringen of nieuwe aanvragen door deze goed te registreren en te verwerken in de financiële administratie en ook te rapporteren in de P&C documentatie. In Q3 2025 wordt een nieuwe beleid voor het proces investeringen geschreven. De financiele verordening en nota waardering en afwaardering worden ook herzien en aangepast. Verwachting oplevering Q4 2025.
Aanbeveling: Meer zicht op en inzicht krijgen in investeringskredieten (3) 3. Borg dat aansluitingen tussen de P&C stukken goed te maken zijn om het niveau van individuele investeringen en maak hierbij ook specifiek de uitputting van bulkkredieten inzichtelijk. Aanbeveling reeds in werking, na het vaststellen nieuw beleid proces investeringen zal er nog meer aanscherping binnen het proces plaats vinden.
Aanbeveling: Meer zicht op en inzicht krijgen in investeringskredieten (4) 4. Intensiveer de rol van de financieel adviseur om beter (in)zicht te krijgen op de investeringen. Organiseer meer en betere toetsing door Financieel adviseur op totstandkoming investeringsbudgetten, meer kritische houding aan de voorkant bij opstart projecten. Borg parallel hieraan dat aan de voorkant bij grote projecten (bijvoorbeeld vanaf EUR 2 mln.) er verplicht een toets op het budget / business case wordt uitgevoerd door financiën. Aanbeveling aangenomen en getracht het op te nemen in nieuwe beleid. Verwachting procesoptimalisatie voordat ERPx 2026 van start is.
Aanbeveling: Verhogen van de realisatiegraad (1) 1. Realisatiegraad is de afgelopen jaren (te) laag en kan en moet omhoog door het investeringsvolume en de daarvoor beschikbare capaciteit, kennis en kunde beter in evenwicht te brengen. Dit kan onder andere door in te zetten op realistischer plannen en meer grip krijgen op de uitvoering van projecten conform afgesproken planning, scope, budget en kwaliteit. In Q2 2025 wordt de aanbeveling onder aandacht gebracht bij de proceseigenaren en het gesprek aangegaan om de opvolging van de aanbeveling te bespreken.
Aanbeveling: Verhogen van de realisatiegraad (2) 2. Bepaal welke realisatiegraad (% van de geplande investeringen in enig boekjaar dat daadwerkelijk in dat jaar gerealiseerd wordt) nagestreefd wordt (op basis van wat haalbaar is) en stuur hierop. In Q2 2025 wordt de aanbeveling onder aandacht gebracht bij de proceseigenaren en het gesprek aangegaan om de opvolging van de aanbeveling te bespreken.
Aanbeveling: Verhogen van de realisatiegraad (3) 3. Neem in de jaarstukken een totaaloverzicht op van alle investeringskredieten en de mate van uitputting daarvan in betreffend boekjaar (realisatie). Aanbeveling sluit aan bij huidige werkwijze. Er wordt per programma een overzicht gepubliceerd over de mate van uitputting en vrije ruimte (restant krediet) in betreffend boekjaar.
Aanbeveling: Verbetering van sturing, beheersing en informatievoorziening op investeringsprojecten en -programma’s (1) 1. Het verdient aanbeveling een projectenrapportage op te stellen, bijvoorbeeld op kwartaalbasis, waarin voor de grotere (materieel gezien (bijvoorbeeld projecten > 1 of 2 mln. euro, dan wel met een hoog politiek risico) inzicht wordt gegeven in de stand van zaken en hoe de voortgang van het project verloopt ten opzichte van de planning, budget en scope en welke risico’s er zijn. In bijlage 4 is een voorbeeld opgenomen waar bij een dergelijke grote projectenrapportage aan gedacht kan worden. Aanbeveling aangenomen en getracht het op te nemen in nieuwe beleid.
Aanbeveling: Verbetering van sturing, beheersing en informatievoorziening op investeringsprojecten en -programma’s (2) 2. Neem de reeds aangegane verplichtingen altijd op in de financiële administratie, dit is immers geen vrij beschikbaar budget meer. Op deze wijze wordt een accurater beeld verkregen van de financiële uitputting van investeringsbudgetten. Gezien de beperkte capaciteit is een tussentijdse oplossing niet realiseerbaar. De aandacht richt zich daarom op de testfase van het ERPx, waarin de borging van de verplichtingenadministratie is voorzien. Start testfase ERPx april 2025.
Aanbeveling: Verbetering van sturing, beheersing en informatievoorziening op investeringsprojecten en -programma’s (3) 3. Neem in de jaarrekening conform nieuwe financiële verordening een integraal investeringsoverzicht op, waardoor de vergelijkbaarheid met de programmabegroting en MIP duidelijker wordt. Aanbeveling sluit aan bij huidige werkwijze. Er wordt per programma een overzicht gepubliceerd over de mate van uitputting en vrije ruimte (restant krediet) in betreffend boekjaar.
Aanbeveling: Verbetering van sturing, beheersing en informatievoorziening op investeringsprojecten en -programma’s (4) 4. Creëer duidelijkheid over de wijze en het momentum waarom kapitaallasten toegerekend moeten worden en herijk de bestaande kaders op dit onderdeel. Geen opvolging aan de aanbeveling, momentum waarop kapitaallasten toegerekend moeten worden staat vermeld in de nota afwaardering. En wordt 1 keer per jaar verricht over boekjaar.
Aanbeveling: Verbetering van sturing, beheersing en informatievoorziening op investeringsprojecten en -programma’s (5) 5. Creëer naast de beoogde uitbreiding van capaciteit (o.a. projectcontrollers) ruimte en middelen binnen de bestaande capaciteit om de reeds in gang gezette verbeteracties daadwerkelijk te kunnen realiseren. In Q2 2025 wordt de aanbeveling onder aandacht gebracht bij de proceseigenaren en het gesprek aangegaan om de opvolging van de aanbeveling te bespreken.
Aanbeveling: Verbetering van sturing, beheersing en informatievoorziening op investeringsprojecten en -programma’s (6) 6. Wijs vanuit procesgericht werken een proceseigenaar aan te wijzen op MIP, investeringen en laat deze nauw samenwerken met de eigenaar van projectmatig werken. Senior finanicele administratie is reeds proceseigenaar van de MIP. De huidige samenwerking bestaat uit financieel adviseurs en teams. Aanbeveling wordt opgenomen na het opstellen van nieuw beleid waar vervolgens het proces zal geoptimaliseerd worden.
Aanbeveling: Verbetering van sturing, beheersing en informatievoorziening op investeringsprojecten en -programma’s (7) 7. Met betrekking tot de rol van projectcontroller verdient het aanbeveling om de geworven of nog te werven van de projectcontrollers naast het organiseren van control op het niveau van de (grote) projecten ook een expliciete taak te geven in het opstellen van een portfoliorapportage als bedoeld in de vorige aanbeveling. Daarnaast zal ook geïnvesteerd moeten worden in capaciteit om de projectbeheersing op projectniveau beter op orde te krijgen (als onderdeel van de projectteams). In Q2 2025 wordt de aanbeveling onder aandacht gebracht bij de proceseigenaren en het gesprek aangegaan om de opvolging van de aanbeveling te bespreken.
Monitor Afvalbeleid
Onderwerp: Omschrijving: Voortgang Ultimo 2024:
Aanbeveling 1 : Stel nieuw beleid op met ambitieuze doelstellingen voor het verminderen van restafval en zwerfafval. De doelstellingen uit het huidige beleidskader voor afval zijn gerealiseerd. Er dient nieuw beleid opgesteld te worden met SMART-geformuleerde doelstellingen, onder andere over de verdere vermindering van restafval en de verhoging van het afvalscheidingspercentage. In het coalitieakkoord staat de ambitie om ook beleid te maken voor de vermindering van zwerfafval. Dit kan ook worden opgenomen in dit nieuwe beleidsplan. De landelijke ambitie is maximaal 100 kilogram restafval per inwoner per jaar. In de voor dit onderzoek gevoerde gesprekken geeft men aan dat dit geen haalbare ambitie is voor stedelijke gebieden met hoogbouw. Als dat zo is, is dat geen reden om géén doelstelling te hanteren, maar om te bepalen waar de gemeente Vlaardingen wél naar streeft. "Het is aan de raad om de kaders voor het afvalbeleid te bepalen. Wij gaan in het tweede kwartaal 2025 met de raad in gesprek over het stellen van nieuwe afvalambities. Het zal een open gesprek zijn waarbij er veel ruimte is voor het delen van informatie en voor gedachtewisseling. Totdat er nieuw, door de raad vastgesteld, afvalbeleid is, is het huidige afvalbeleid van kracht (Beleidsplan Huishoudelijk Afval Vlaardingen 2017). Het huidige afvalbeleid is gericht op een verdere reductie van de hoeveelheid restafval die uiteindelijk in de verbrandingsoven verdwijnt door inwoners hun afval meer en beter te laten scheiden. "
Aanbeveling 2: Verken de mogelijkheden van het verstrekken van twee passen per huishouden. De gemeenteraad heeft in 2021 besloten om de afvalpas in te voeren. Dit heeft bijgedragen aan de vermindering van afvaltoerisme. Desondanks is een groot deel van de bevraagde inwoners niet tevreden over de huidige praktijk met de afvalpas. Tegenstanders van de afvalpas benoemen bijvoorbeeld dat ze één pas per huishouden te weinig vinden, vanwege verschillende praktische redenen. In de gemeente Breda en de gemeente Roosendaal hebben inwoners de mogelijkheid om een tweede pas aan te vragen. Verken de mogelijkheden en de wensen binnen de gemeente voor een tweede afvalpas. We zijn momenteel bezig met de voorbereiding van een proef in een gedeelte van Vlaardingen om de afvalpas beschikbaar te stellen via een app op de mobiele telefoon. Het streven is om de proef eind tweede kwartaal 2025 te laten starten. Voorafgaand aan de start van de proef zal de raad middels een raadsmemo geïnformeerd worden over de werking van de app en de details van de proef. Dit conform de toezegging van wethouder Somers in de raadscommissie van 28 november 2024
Aanbeveling 3: Communiceer aan inwoners de belangrijkste doelstellingen van het afvalbeleid en de realisatie hiervan. De gemeente heeft haar communicatie geïntensiveerd en communiceert nu op verschillende manieren en momenten aan de inwoners over afval. Voorbeelden hiervan zijn het verstrekken van een informatiefolder en het geven van voorlichtingen. Uit de inwonersconsultatie blijkt echter dat het merendeel van de bevraagde inwoners niet merkt dat Vlaardingen inzet op het verminderen van restafval. Besteed daarom in de communicatie ook aandacht aan de doelstellingen van het afvalbeleid en de realisatie hiervan. Wij hebben aanbeveling 3 overgenomen in combinatie met aanbeveling 1. Op het moment dat er nieuwe afvalambities vastgesteld zijn door de raad zullen wij daarover communiceren richting inwoners. Ondertussen draait onze ‘çommunicatiecarrousel afval’ over diverse afvalonderwerpen inclusief het huidige afvalbeleid, op volle toeren via de diverse communicatiekanalen. Zo stonden en staan er wekelijks gedurende het hele jaar thema afval advertenties in Nieuwsblad Vlaardingen over afvalscheiden. In november 2024 hebben we gecommuniceerd over de proef met mobiele grofvuilinzameling middels een paginagrote advertentie in Nieuwsblad Vlaardingen, de websites en socials van gemeente en Irado en hebben we huis-aan-huis flyers verspreid met voorlichting en hebben we posters in de betreffende buurten geplakt. Ook hebben we bij deze proef een afvalcoach ingezet om inwoners te helpen bij het gescheiden aanbieden van hun grofvuil. In december 2024 en januari 2025 is via advertenties in Nieuwsblad Vlaardingen, de websites en socials van gemeente en Irado gecommuniceerd over de jaarlijkse kerstbomen inleveractie (ruim 3.400 bomen ingeleverd).
Monitor Inburgering
Onderwerp: Omschrijving: Voortgang Ultimo 2024:
Conclusie 1: De samenwerking tussen maatschappelijk partners in de inburgering functioneert goed. De gemeente, samenwerkingspartners en inburgeraars zijn tevreden over de samenwerking op het gebied van inburgering. Er zijn in het onderzoek geen blinde vlekken geconstateerd en de relatie tussen de samenwerkingspartners en gemeente is goed. Dit blijkt uit zowel de Monitor Inburgering als de gevoerde gesprekken. Opvolging aanbevelingen worden in Q2 2025 opgepakt. De verwachting is dat in Q4 2025 de aanbevelingen worden afgerond. Control gaat in Q2 2025 in gesprek met de afdeling om de opvolging van de aanbevelingen te bespreken en een tijdlijn af te spreken m.b.t. de realisatie van de aanbevelingen.
Conclusie 2: Statushouders zijn tevreden met het geboden inburgeringstraject maar leunen sterk op maatschappelijke begeleiding. Uit het onderzoek blijkt dat statushouders over het algemeen tevreden zijn over het inburgeringstraject. Inburgeraars in Vlaardingen voelen zich goed ondersteund en zijn tevreden over de lessen Nederlands en de huisvesting. In het algemeen lukt het Stroomopwaarts om inburgeraars een onbetaalde baan te bieden. Wel wordt aangegeven dat de maatschappelijke begeleiding door Inclusia en de taallessen door Echt Nederlands van groot belang zijn om te landen in de Nederlandse samenleving. Betaald werk vinden is moeilijker doordat statushouders vaak nog onvoldoende Nederlands spreken om kans te maken op werk. Opvolging aanbevelingen worden in Q2 2025 opgepakt. De verwachting is dat in Q4 2025 de aanbevelingen worden afgerond. Control gaat in Q2 2025 in gesprek met de afdeling om de opvolging van de aanbevelingen te bespreken en een tijdlijn af te spreken m.b.t. de realisatie van de aanbevelingen.
Conclusie 3: De maatschappelijke begeleiding bij inburgering in de gemeente Vlaardingen is intensiever dan afgesproken. De vrijwillige extra inzet maakt het stelsel kwetsbaar. De inzet van betaalde krachten en vrijwilligers is enorm. Regelmatig komt het voor dat vrijwilligers en betaalde krachten in hun eigen tijd statushouders ondersteunen. Ook voor zeer persoonlijke zaken zoals doktersbezoeken. Deze inzet is, hoewel niet overeengekomen, wel cruciaal voor een succesvolle inburgering van statushouders. Het feit dat een belangrijk deel van de maatschappelijke begeleiding afhangt van vrijwillige inzet van medewerkers en vrijwilligers maakt het stelsel van inburgering kwetsbaar. Ondanks de tomeloze inzet van betrokkenen. Opvolging aanbevelingen worden in Q2 2025 opgepakt. De verwachting is dat in Q4 2025 de aanbevelingen worden afgerond. Control gaat in Q2 2025 in gesprek met de afdeling om de opvolging van de aanbevelingen te bespreken en een tijdlijn af te spreken m.b.t. de realisatie van de aanbevelingen.
Conclusie 4: De inburgering van nieuwkomers wordt bemoeilijkt door een tekort aan kinderopvang en huisartsen. In het hele land is sprake van een tekort aan huisartsen en personeelstekorten in de kinderopvang. Uit ons onderzoek blijkt dat dit ook in Vlaardingen het geval is. Bij statushouders zorgt dat ervoor dat zij niet de juiste zorg kunnen krijgen, ook niet als passant, en delen van hun inburgering (zoals taalles) missen of vertraging oplopen doordat er geen kinderopvang beschikbaar is. Daarnaast zorgt dit ervoor dat het lastiger is om een baan te vinden en daarmee wordt de inburgering bemoeilijkt. Opvolging aanbevelingen worden in Q2 2025 opgepakt. De verwachting is dat in Q4 2025 de aanbevelingen worden afgerond. Control gaat in Q2 2025 in gesprek met de afdeling om de opvolging van de aanbevelingen te bespreken en een tijdlijn af te spreken m.b.t. de realisatie van de aanbevelingen.
Aanbeveling 1: Blijf werken met de Monitor Inburgering om de voortgang en tevredenheid van inburgeraars, het effect van beleid en de doelmatigheid van beleidsinzet te monitoren. De Monitor Inburgering, die in 2022 voor het eerst werd uitgebracht, is een waardevol instrument. De Monitor geeft een goed beeld van de ervaren kwaliteit van het inburgeringsstelsel in Vlaardingen en biedt daarmee aanknopingspunten voor het college en de gemeenteraad om sturing te geven aan de uitvoering. Opvolging aanbevelingen worden in Q2 2025 opgepakt. De verwachting is dat in Q4 2025 de aanbevelingen worden afgerond. Control gaat in Q2 2025 in gesprek met de afdeling om de opvolging van de aanbevelingen te bespreken en een tijdlijn af te spreken m.b.t. de realisatie van de aanbevelingen.
Aanbevelingen 2: Volg de houdbaarheid van de maatschappelijke begeleiding scherp om kwetsbaarheden te voorkomen en waardeer de vrijwillige inzet binnen maatschappelijke begeleiding. Evalueer met de maatschappelijke organisaties of het bieden van vrijwillige inzet buiten aanbestede uren op de korte en lange termijn houdbaar is. Deze inzet is cruciaal voor het functioneren van het inburgeringssysteem in Vlaardingen. De afhankelijkheid maakt kwetsbaar. En laat tevens de noodzaak zien om voldoende waardering te uiten voor het werk van vrijwilligers binnen de maatschappelijke begeleiding van inburgeraars. Opvolging aanbevelingen worden in Q2 2025 opgepakt. De verwachting is dat in Q4 2025 de aanbevelingen worden afgerond. Control gaat in Q2 2025 in gesprek met de afdeling om de opvolging van de aanbevelingen te bespreken en een tijdlijn af te spreken m.b.t. de realisatie van de aanbevelingen.
Aanbeveling 3: Neem regie en wend creatieve manieren aan om noodzakelijke huisartsenzorg en kinderopvang te bieden aan statushouders. Zoek gezamenlijk met de zorgaanbieders en kinderopvangen naar oplossingen om de tekorten in die sectoren voor deze doelgroep te verminderen. Vraag huisartsen bijvoorbeeld om een telefonisch-, digitaal- of videoconsult aan te bieden en stimuleer het vormen van groepspraktijken en het gezamenlijk vinden van huisvesting en/of opvolging. De gemeente kan kinderopvangen stimuleren combinatiebanen op te zetten, en ondersteuning te bieden in het aanbieden van een verzuimcoach. Een andere optie is in gesprek gaan met partners in de inburgering om gedurende inburgeringsactiviteiten een voorziening te treffen waardoor ouders, ondanks onbeschikbaarheid van kinderopvang, wel aan deze activiteiten kunnen deelnemen. Opvolging aanbevelingen worden in Q2 2025 opgepakt. De verwachting is dat in Q4 2025 de aanbevelingen worden afgerond. Control gaat in Q2 2025 in gesprek met de afdeling om de opvolging van de aanbevelingen te bespreken en een tijdlijn af te spreken m.b.t. de realisatie van de aanbevelingen.
Monitor Participatie
Onderwerp: Omschrijving: Voortgang Ultimo 2024:
Conclusie: Participatie is in Vlaardingen volop in ontwikkeling De Vlaardingse gemeenteraad heeft in de vorige raadsperiode het college gevraagd het participatiebeleid te herijken. Daarom heeft Vlaardingen in 2022 een ‘Uitvoeringsnota Participatie’ opgesteld. Deze nota dient als eerste stap naar nieuw beleid, ter vervanging van het beleid uit 2015. In deze uitvoeringsnota wordt de visie geformuleerd en er wordt stilgestaan bij het hoe en waarom van participatie in Vlaardingen en is er een lokale Quickscan gedaan. Doordat de nota bij zowel de kernvragen over participatie stilstaat als terugblikt op de gedane participatie en de daarbij ingezette vormen en middelen, biedt de nota een uitstekend uitgangspunt om participatie door te ontwikkelen en te komen tot een nieuwe praktijk. Vlaardingen heeft hier al een grote stap in gemaakt, met het ontwikkelen van de participatiewijzer en de participatietoolbox. Participatie ziet er, begrijpelijkerwijs, verschillend uit binnen verschillende domeinen. Hoewel meerdere afdelingen participatietrajecten doorlopen, ligt het initiatief voor het ontwikkelen van instrumenten nu met name bij de afdeling communicatie. Een uitdaging is het breder bekend maken van de participatiewijzer en de participatietoolbox, evenals het creëren van het besef dat participatie iets van (bijna) iedereen vraagt. De rol van de raad ten aanzien van participatie is op dit moment beperkt. Zowel qua beleidsmatige kaderstelling als qua betrokkenheid bij participatietrajecten, is er zelden een expliciete rol voor de raad voorzien. Na de aanbevelingen van de Rekenkamercommissie in 2023 heeft de gemeente onder begeleiding van de VNG de Quick Scan Lokale Democratie opgestart. Dit uitvoerige proces, samen met de stad, de gemeenteraad, het college en ambtelijke organisatie resulteerde in maart 2024 in de Verbeteragenda Participatie. Op deze manier konden alle betrokkenen laten weten: Hoe vindt u dat het gaat met participatie in Vlaardingen? In 2024 is de Kwartiermaker Participatie gestart met doorvertaling van alle uitkomsten naar een uitvoeringsprogramma, die een leidraad vormt voor hoe we participatie in komende jaren verder willen ontwikkelen en bevorderen.
Conclusie: Uniforme aanpak en maatwerk sluiten elkaar niet uit Binnen de ambtelijke organisatie komen twee geluiden over de manier van uitvoeren van participatie naar voren. Ten eerste de ‘uniforme aanpak’: met de uitvoeringsnota als start wil men naar een meer uniforme aanpak om inwoners op een zo eenduidige manier te benaderen over verschillende trajecten. Tegelijkertijd dient er in die trajecten ruimte te zijn voor maatwerk. Het bieden van maatwerk bij participatietrajecten wordt als cruciaal ervaren om tot goede participatie te komen. Het is belangrijk om te realiseren dat maatwerk en een uniforme aanpak elkaar niet uitsluiten. Ze kunnen elkaar juist goed versterken. Het uitdragen van een eenduidige definitie van participatie en niveau waarop meegedacht of -beslist kan worden, in combinatie met het bieden van maatwerk in de uitvoering, kan leiden tot een traject op maat met heldere kaders. Dat er in Vlaardingen zowel wordt ingezet op een overkoepelende visie en instrumentenkoffer als op het bieden van maatwerk per traject, is dus verstandig te noemen. Na de aanbevelingen van de Rekenkamercommissie in 2023 heeft de gemeente onder begeleiding van de VNG de Quick Scan Lokale Democratie opgestart. Dit uitvoerige proces, samen met de stad, de gemeenteraad, het college en ambtelijke organisatie resulteerde in maart 2024 in de Verbeteragenda Participatie. Op deze manier konden alle betrokkenen laten weten: Hoe vindt u dat het gaat met participatie in Vlaardingen? In 2024 is de Kwartiermaker Participatie gestart met doorvertaling van alle uitkomsten naar een uitvoeringsprogramma, die een leidraad vormt voor hoe we participatie in komende jaren verder willen ontwikkelen en bevorderen.
Conclusie: Participatietrajecten worden wisselend ervaren In de drie onderzochte casussen is per traject maatwerk geboden. Dit heeft tot wisselende ervaringen bij betrokkenen geleid. Bij de ‘Toekomstvisie’ is gekozen voor een divers palet aan participatiemiddelen. Hierdoor is een breed scala aan belanghebbenden bereikt. De ervaringen van de belanghebbenden waarmee gesproken is voor dit onderzoek zijn overwegend positief. Dat geldt in mindere mate voor de trajecten ‘Minibos’ en ‘Aanpak aandachtsgebieden’. Beide trajecten zijn voortvarend van start gegaan met het organiseren van bijeenkomsten/overleggen met belanghebbenden. In beide trajecten zijn in het vervolg de betrokkenen die in de startfase aanwezig waren, beperkt meegenomen. De verwachtingen van deze betrokkenen waren anders: zij dachten ook in het vervolgtraject betrokken te zijn. Na de aanbevelingen van de Rekenkamercommissie in 2023 heeft de gemeente onder begeleiding van de VNG de Quick Scan Lokale Democratie opgestart. Dit uitvoerige proces, samen met de stad, de gemeenteraad, het college en ambtelijke organisatie resulteerde in maart 2024 in de Verbeteragenda Participatie. Op deze manier konden alle betrokkenen laten weten: Hoe vindt u dat het gaat met participatie in Vlaardingen? In 2024 is de Kwartiermaker Participatie gestart met doorvertaling van alle uitkomsten naar een uitvoeringsprogramma, die een leidraad vormt voor hoe we participatie in komende jaren verder willen ontwikkelen en bevorderen.
Participatie leidt niet altijd tot het waarmaken van verwachtingen – en dat is logisch In Vlaardingen zijn meerdere keren trajecten geweest waarbij de verwachtingen van inwoners en het daadwerkelijke proces uiteen liepen. De beschreven ervaringen bij de casus ‘Minibos’ en ‘Aanpak aandachtsgebieden’ gaan met name over verschillende verwachtingen ten aanzien van betrokkenheid. Bij het traject ‘Aanpak aandachtsgebieden’ is men tevens niet tevreden over de uitkomsten. Deze dynamiek is één van de lastigste aspecten van participatie. Welke verwachtingen worden er aan het begin van een traject gewekt, hoe vullen de betrokkenen dit zelf verder in en op welk punt ontstaan twee werkelijkheden? Is vooraf duidelijk gemaakt dat ‘participeren’ ook geslaagd kan zijn als er uiteindelijk voor een andere uitkomst wordt gekozen? In het doorontwikkelen van de participatietools in Vlaardingen is ook dit een belangrijk aspect om mee te nemen. Na de aanbevelingen van de Rekenkamercommissie in 2023 heeft de gemeente onder begeleiding van de VNG de Quick Scan Lokale Democratie opgestart. Dit uitvoerige proces, samen met de stad, de gemeenteraad, het college en ambtelijke organisatie resulteerde in maart 2024 in de Verbeteragenda Participatie. Op deze manier konden alle betrokkenen laten weten: Hoe vindt u dat het gaat met participatie in Vlaardingen? In 2024 is de Kwartiermaker Participatie gestart met doorvertaling van alle uitkomsten naar een uitvoeringsprogramma, die een leidraad vormt voor hoe we participatie in komende jaren verder willen ontwikkelen en bevorderen.
Aanbeveling: Betrek inwoners bij ontwikkeling participatiebeleid Participatie draait om het betrekken van inwoners en andere belanghebbenden. Met de komst van de Omgevingswet wordt participatie nog meer van belang. Bij het opstellen van de ‘Uitvoeringsnota Participatie’ zijn inwoners niet betrokken. Het is aan te bevelen om bij het opstellen van plannen om inwoners te betrekken, juist ook inwoners zelf te betrekken. Iemand kan zelf vaak het best aangeven hoe iemand betrokken wil worden, op welk niveau iemand wil meedenken en waarover. De betrokkenheidsprofielen, in bijlage 1, kunnen als basis worden gebruikt om hiermee aan de slag te gaan. Na de aanbevelingen van de Rekenkamercommissie in 2023 heeft de gemeente onder begeleiding van de VNG de Quick Scan Lokale Democratie opgestart. Dit uitvoerige proces, samen met de stad, de gemeenteraad, het college en ambtelijke organisatie resulteerde in maart 2024 in de Verbeteragenda Participatie. Op deze manier konden alle betrokkenen laten weten: Hoe vindt u dat het gaat met participatie in Vlaardingen? In 2024 is de Kwartiermaker Participatie gestart met doorvertaling van alle uitkomsten naar een uitvoeringsprogramma, die een leidraad vormt voor hoe we participatie in komende jaren verder willen ontwikkelen en bevorderen.
Geef de raad een heldere rol op vaste momenten in grotere of politiek gevoelige participatietrajecten Een belangrijk aandachtspunt bij de invulling van participatietrajecten is de rol van de gemeenteraad. Deze krijgt wisselende aandacht in de huidige praktijk in Vlaardingen. Het is daarom belangrijk om hier meer expliciet afspraken over te maken naar de toekomst. Zo kan de raad vooraf betere kaders stellen en op een goede manier invulling geven aan de controlerende taak en volksvertegenwoordigende rol verderop in het traject. De uitvoeringsnota en participatiewijzer bieden hiervoor prima handvatten. Een mogelijke afspraak die gemaakt kan worden is het werken door middel van een startnotitie voorafgaand aan een participatietraject. Na de aanbevelingen van de Rekenkamercommissie in 2023 heeft de gemeente onder begeleiding van de VNG de Quick Scan Lokale Democratie opgestart. Dit uitvoerige proces, samen met de stad, de gemeenteraad, het college en ambtelijke organisatie resulteerde in maart 2024 in de Verbeteragenda Participatie. Op deze manier konden alle betrokkenen laten weten: Hoe vindt u dat het gaat met participatie in Vlaardingen? In 2024 is de Kwartiermaker Participatie gestart met doorvertaling van alle uitkomsten naar een uitvoeringsprogramma, die een leidraad vormt voor hoe we participatie in komende jaren verder willen ontwikkelen en bevorderen.
Aanbeveling: Zorg dat het beleid en de tools in de hele organisatie bekend worden middels gestructureerde en uitgebreide communicatie en door het bieden van een aanspreekpunt Nu het participatiebeleid en de uitvoeringspraktijk in ontwikkeling zijn, ligt er een duidelijke voortrekkersrol voor de medewerkers die zich met die ontwikkeling bezighouden. De aanjagers voor het nieuwe participatiebeleid worden steeds meer gevonden als aanspreekpunt over de mogelijkheden voor participatie. Dat behoort echter nu niet tot hun opdracht. Het is wel waardevol om medewerkers een dergelijk aanspreekpunt te bieden. Om het beleid en de tools breder bekend te maken, adviseren we om de communicatie over de mogelijkheden gestructureerd aan te pakken en een laagdrempelige vraagbaakfunctie in te richten. Na de aanbevelingen van de Rekenkamercommissie in 2023 heeft de gemeente onder begeleiding van de VNG de Quick Scan Lokale Democratie opgestart. Dit uitvoerige proces, samen met de stad, de gemeenteraad, het college en ambtelijke organisatie resulteerde in maart 2024 in de Verbeteragenda Participatie. Op deze manier konden alle betrokkenen laten weten: Hoe vindt u dat het gaat met participatie in Vlaardingen? In 2024 is de Kwartiermaker Participatie gestart met doorvertaling van alle uitkomsten naar een uitvoeringsprogramma, die een leidraad vormt voor hoe we participatie in komende jaren verder willen ontwikkelen en bevorderen.
Aanbeveling: Evalueer het beleid en de ontwikkelde tools na twee jaar Het Vlaardinger participatiebeleid is in ontwikkeling. Dit heeft al geleid tot concrete resultaten, zoals het maken van de participatiewijzer en -toolbox, maar het domein is nog sterk in ontwikkeling. Ook de nieuwe visie wordt nog opgesteld. Evalueer deze visie en de instrumenten na twee jaar. Mocht het traject tot een nieuwe visie vertraagd raken, dan raden wij aan na twee jaar de participatiewijzer in ieder geval te evalueren. Aangezien de participatiewijzer in september 2022 is geïntroduceerd, is september 2024 een logisch moment voor een evaluatie. Het is belangrijk dat in deze evaluatie de verschillende doelgroepen van het beleid worden meegenomen: ambtelijke organisatie en externe initiatiefnemers, dit betreft zowel commerciële initiatiefnemers als inwoners. Na de aanbevelingen van de Rekenkamercommissie in 2023 heeft de gemeente onder begeleiding van de VNG de Quick Scan Lokale Democratie opgestart. Dit uitvoerige proces, samen met de stad, de gemeenteraad, het college en ambtelijke organisatie resulteerde in maart 2024 in de Verbeteragenda Participatie. Op deze manier konden alle betrokkenen laten weten: Hoe vindt u dat het gaat met participatie in Vlaardingen? In 2024 is de Kwartiermaker Participatie gestart met doorvertaling van alle uitkomsten naar een uitvoeringsprogramma, die een leidraad vormt voor hoe we participatie in komende jaren verder willen ontwikkelen en bevorderen.
Aanbeveling: Stel kaders voorafgaand aan beleidsvorming Met de komst van de Omgevingswet veranderen de rollen van raad, college en samenleving. De houding van de gemeente dient te ontwikkelen van 'Nee, tenzij' naar 'Ja, mits'. De raad is via een werkgroep geïnformeerd over deze veranderingen. Deze rollen moeten zich nog uitkristalliseren in Vlaardingen. De Vlaardingse raad voelt zich betrokken bij participatie. Daar kan het college iets in betekenen (zie aanbeveling 4), maar dit vraagt ook iets van de raad zelf. Zowel het visiedocument over participatie uit 2015 als het beleid wat in januari 2022 is opgesteld is niet uitvoerig besproken door de raad. Uit de interviews blijkt dat de raad mee wordt genomen in het visiedocument dat momenteel wordt opgesteld. Deze bijeenkomst(en) moet(en) nog plaatsvinden. De aanbeveling aan de raadsleden luidt om bij deze bijeenkomsten een actieve rol te vervullen en zo in ieder geval kaders mee te geven ten aanzien van het nieuwe beleid. Na de aanbevelingen van de Rekenkamercommissie in 2023 heeft de gemeente onder begeleiding van de VNG de Quick Scan Lokale Democratie opgestart. Dit uitvoerige proces, samen met de stad, de gemeenteraad, het college en ambtelijke organisatie resulteerde in maart 2024 in de Verbeteragenda Participatie. Op deze manier konden alle betrokkenen laten weten: Hoe vindt u dat het gaat met participatie in Vlaardingen? In 2024 is de Kwartiermaker Participatie gestart met doorvertaling van alle uitkomsten naar een uitvoeringsprogramma, die een leidraad vormt voor hoe we participatie in komende jaren verder willen ontwikkelen en bevorderen.
Monitor Subsidiebeleid
Onderwerp: Omschrijving: Voortgang Ultimo 2024:
Conclusie: Subsidies worden eenjarig ingezet voor lange termijn beleidsambities De gemeente Vlaardingen wil subsidies doelgericht inzetten als sturingsmiddel voor beleidsambities. De Subsidieverordening (ASV) van 2011 geeft de kaders aan. Elke beleidssector heeft specifieke doelen, met veelal meerjarige aanpak. Dit terwijl de gemeente voornamelijk eenjarige subsidies verstrekt. Dit maakt het lastig om lange termijn doelstellingen effectief te realiseren. Er is behoefte aan een meer flexibele aanpak bij subsidietoekenning, zodat deze beter aansluit bij de langetermijnvisie en daadwerkelijk bijdraagt aan het behalen van beleidsdoelen. Medio mei 2025 zal Control startgesprekken voeren met de betrokkenen, waarin de focus gelegd wordt om de verbeteractie in mijlpalen te formuleren waar de afdeling de korte, midden en lange termijndoelstelling formuleert. In de 1e VGR zal Control middels de monitor rapporteren hierover. Wanneer er sprake is van afronding verbeteractie zal er vanuit Control een onafhankelijke toetsing plaats vinden.
Conclusie: Het openbare online subsidieregister vraagt om koppeling met beleid. De gemeente Vlaardingen heeft een online interactief openbaar subsidieregister (bijgehouden in Power BI) om de subsidieverstrekkingen inzichtelijk te maken. In dit subsidieregister is kwantitatieve en kwalitatieve informatie te vinden over bijvoorbeeld de hoogte van de verstrekte subsidies en waarvoor de subsidie wordt ingezet. Hoewel de hoogte van de subsidies en hun bestemming duidelijk zijn, blijft de link naar beleidsdoelen in het register onbenoemd. Medio mei 2025 zal Control startgesprekken voeren met de betrokkenen, waarin de focus gelegd wordt om de verbeteractie in mijlpalen te formuleren waar de afdeling de korte, midden en lange termijndoelstelling formuleert. In de 1e VGR zal Control middels de monitor rapporteren hierover. Wanneer er sprake is van afronding verbeteractie zal er vanuit Control een onafhankelijke toetsing plaats vinden.
Conclusie: Niet alle beleidsdoelen laten zich vertalen naar concrete prestatieafspraken. De gemeentelijke doelen worden gebruikt als uitgangspunt bij het opstellen van prestatieafspraken met de subsidieontvangers. Deze afspraken hebben betrekking op het doel waarvoor de subsidies worden ingezet. Subsidieverstrekking vindt per beleidsdomein plaats. In de beleidsdomeinen Kunst, Cultuur en Erfgoed (KCE), Sport en Sociaal Domein worden niet alle beleidsdoelen vertaald naar concrete prestatieafspraken. Dit heeft met name betrekking op maatschappelijk doelstellingen, zoals bijvoorbeeld een doelstelling op het gebied van diversiteit en inclusie. Maatschappelijke doelstellingen laten zich lastig vertalen naar concrete prestatieafspraken Medio mei 2025 zal Control startgesprekken voeren met de betrokkenen, waarin de focus gelegd wordt om de verbeteractie in mijlpalen te formuleren waar de afdeling de korte, midden en lange termijndoelstelling formuleert. In de 1e VGR zal Control middels de monitor rapporteren hierover. Wanneer er sprake is van afronding verbeteractie zal er vanuit Control een onafhankelijke toetsing plaats vinden.
Conclusie: Monitoring van prestatieafspraken vindt tussentijds en achteraf plaats, maar is slecht navolgbaar. Monitoring van de prestatieafspraken vindt tussentijds en achteraf plaats. De subsidieontvanger heeft op reguliere basis contact met de gemeente en bespreekt dan de voortgang van de prestatieafspraken. Aan het eind van de periode dient de subsidieontvanger een aantal documenten in aan de hand waarvan de gemeente de subsidie kan vaststellen. In de praktijk blijkt dat niet altijd alle gevraagde documenten worden ingediend, maar dat de subsidies dan wel op basis van de wel aangeleverde documentatie (deels) worden vastgesteld. Er zijn ook situaties waarin organisaties juist meer aanleveren dan wat de gemeente vraagt. Sturing op welke informatie wordt gevraagd is dus van belang. De huidige werkwijze maakt dat het voor personen die niet betrokken zijn bij de organisaties of het toezicht op de organisaties het op papier slecht navolgbaar is op basis waarvan subsidies worden vastgesteld. Dit geldt ook voor de rekenkamer. Medio mei 2025 zal Control startgesprekken voeren met de betrokkenen, waarin de focus gelegd wordt om de verbeteractie in mijlpalen te formuleren waar de afdeling de korte, midden en lange termijndoelstelling formuleert. In de 1e VGR zal Control middels de monitor rapporteren hierover. Wanneer er sprake is van afronding verbeteractie zal er vanuit Control een onafhankelijke toetsing plaats vinden.
Conclusie: Subsidieaanvragers zijn tevreden over het contact met de gemeente, maar zien ook aandachtspunten. Het interne proces voor een subsidieaanvraag is vastgelegd in de subsidiemodule van Verseon. De verantwoordelijke ambtenaar toetst of de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd een bijdrage leveren aan het realiseren van beleidsdoelen. Subsidieaanvragers zijn tevreden over het contact met de gemeente. Het contact vindt veelvuldig en organisch plaats en er zijn korte lijntjes met de accounthouders. Toch zien de subsidieaanvragers ook enkele aandachtspunten. Het is soms onduidelijk welke verantwoordingsinformatie aangeleverd dient te worden en sommige prestatieafspraken zijn nog gebaseerd op verouderd beleid. Medio mei 2025 zal Control startgesprekken voeren met de betrokkenen, waarin de focus gelegd wordt om de verbeteractie in mijlpalen te formuleren waar de afdeling de korte, midden en lange termijndoelstelling formuleert. In de 1e VGR zal Control middels de monitor rapporteren hierover. Wanneer er sprake is van afronding verbeteractie zal er vanuit Control een onafhankelijke toetsing plaats vinden.
Aanbeveling: Verleg de focus bij subsidieverstrekking naar de lange termijn. In de praktijk blijkt dat voornamelijk eenjarige subsidies worden verstrekt door de gemeente Vlaardingen. Dit terwijl de beleidsdoelstellingen vaak betrekking hebben op de lange termijn. Veelal wordt er al meerdere jaren aan verschillende ontvangers subsidie verstrekt. De rekenkamer beveelt aan om waar mogelijk te kiezen voor meerjarensubsidies, zodat de subsidie makkelijker ingezet kan worden voor het behalen van de gemeentelijke doelstellingen. Daarnaast is het bijeffect hiervan dat niet elk jaar het proces van een subsidieaanvraag en -verlening doorlopen hoeft te worden Nieuwe ASV is per 26 juli 2024 inwerking getreden. Aanbeveling kan worden afgesloten.
Aanbeveling: Formuleer beleidsdoelstellingen die te vertalen zijn naar prestatieafspraken. Voor de beleidsdomeinen Kunst, Cultuur en Erfgoed (KCE), Sport en Sociaal Domein lukt het niet altijd om prestatieafspraken te relateren aan de beleidsdoelstellingen. Eén manier om dit mogelijk te maken is om beleidsdoelstellingen zo te formuleren dat ze te vertalen zijn naar meetbare prestatieafspraken. Meetbare prestatieafspraken zijn goed te monitoren en dragen ook bij aan een heldere verantwoording. Aanbevolen wordt aan de raad om meer oog te hebben voor concrete beleidsdoelstellingen bij het vaststellen van nieuwe beleidskaders. Tevens is het wenslijk prestatieafspraken te maken die rechtstreeks te relateren zijn aan de inzet van de subsidieontvanger. Deze aanbeveling wordt overgenomen, waarbij rekening wordt gehouden met het feit dat prestatieafspraken zowel kwantitatief als kwalitatief kunnen zijn. Bij het opstellen van een subsidieregeling of herziening van bestaande beleidsregels wordt dit betrokken of als specifieke voorwaarden bij de subsidiebeschikking. Dit geeft dan ook houvast voor de medewerker om een subsidieaanvraag objectief en passend te kunnen beoordelen. In Q4 2025 zal een toets plaatsvinden om vast te stellen in hoeverre de aanbeveling is opgevolgd.
Aanbeveling: Actualiseer de subsidieverordening uit 2011. De ASV van de gemeente Vlaardingen komt uit 2011. In dit onderzoek is niet gekeken naar rechtmatigheid van de subsidieverlening in de gemeente. Wel adviseert de rekenkamer om te kijken naar de actualiteit van de subsidieverordening, omdat er in de afgelopen periode nieuwe wetgeving inwerking is getreden. Bijvoorbeeld kan gekeken worden naar de model algemene subsidieverordening (VNG) van 2013. Deze is in 2019 voor het laatst geactualiseerd. In de ASV (2011) is vastgelegd dat de raad besluit over subsidies voor een langere periode dan één jaar. Wanneer gekozen wordt om de focus bij subsidieverstrekking naar de lange termijn te verleggen, is het goed om de verordening daarop aan te passen. Nieuwe ASV is per 26 juli 2024 inwerking getreden. Aanbeveling kan worden afgesloten.
Aanbeveling: Stuur steviger op verantwoording door subsidieontvangers In de onderzochte dossiers komt naar voren dat niet alle verantwoordingsinformatie wordt aangeleverd door subsidieontvangers en dat er wel (deels) een vaststelling plaatsvindt van de subsidies. Stuur als gemeente op welke verantwoordingsinformatie je wil ontvangen en zorg voor complete verantwoordingsdossiers van de subsidieontvangers. Hiervoor is het van belang om aan de voorafgaand aan de subsidieverstrekking duidelijk te maken wat verwacht wordt van de subsidieontvanger. Ook in de tussentijdse gesprekken kan aandacht worden gegeven aan de voortgang van de subsidie en benodigde documentatie. De aanbeveling van de rekenkamer is om de subsidieontvangers de 'output' en waar mogelijk de 'outcome' te laten rapporteren. Vervolgens is het de verantwoordelijkheid van de gemeente om een oordeel te geven over deze 'outcome', gerelateerd aan de eigen beleidsdoelstellingen van de gemeente. In de nieuwe ASV zijn hiervoor enkele bepalingen opgenomen. Ook zal hier aandacht voor zijn bij het opstellen van de nadere regels/subsidieregeling per beleidsthema. In Q4 2025 zal een toets plaatsvinden om vast te stellen in hoeverre de aanbeveling is opgevolgd.
Aanbeveling: Bespreek met elkaar de wensen voor het openbaar online subsidieregister De gemeente Vlaardingen is transparant in de informatie over de verstrekte subsidies middels het openbare online register. Er staat veel informatie in dit register. Bespreek met de raad wat haar wensen zijn voor de verantwoordingsinformatie over beleidsdoelstellingen en prestatieafspraken van subsidies. Een wens zou kunnen zijn om inzichtelijk te maken welke subsidies aan welke beleidsdoelen bijdragen. De Rekenkamer heeft enkele voorbeelden van andere gemeenten aangedragen ter inspiratie. In de nieuwe ASV is opgenomen dat het subsidieregister van Vlaardingen wordt aangevuld met de vastgestelde bedragen, naast de verleende bedragen. Na het opstellen van subsidieregelingen per beleidsthema zal worden gekeken naar een uitbreiding op het niveau van beleidsdoelen. In Q4 2025 zal een toets plaatsvinden om vast te stellen in hoeverre de aanbeveling is opgevolgd.
Monitor Wonen
Onderwerp: Omschrijving: Voortgang Ultimo 2024:
Aanbeveling 1: Actualiseer elke vijf jaar de woonvisie om te voldoen aan de wettelijke vereisten. Gemeenten zijn sinds 1 januari 2022 wettelijk verplicht om een gemeentelijke woonvisie te hebben. De looptijd van deze woonvisie mag maximaal vijf jaar zijn. De Vlaardingse woonvisie is voor deze wetswijziging vastgesteld voor de periode 2021 - 2030. Het actualiseren van de woonvisie helpt de gemeenteraad ook bij het toetsen of de prioritering van de woonvisie nog passend is. Ten aanzien van aanbeveling 1 geeft het college aan de woonvisie uiterlijk in 2026 te actualiseren.
Aanbeveling 2: Breid het aantal plannen voor nieuwe corporatiewoningen uit om te voldoen aan de prestatieafspraken met de woningcorporaties. In de prestatieafspraken tussen de woningcorporaties en de gemeente Vlaardingen ligt de afspraak vast om aanvullend op de herontwikkeling van woningen ook minimaal 600 nieuwe sociale huurwoningen toe te voegen. Nu zijn er te weinig plannen om te voldoen aan deze afspraak. Maak samen met de woningcorporaties een plan om aan deze afspraak te voldoen. Aanbeveling 2 neemt het college over en het college schrijft hier al stappen te hebben gezet door eind 2024 de Prestatieafspraken Vlaardingen 2025-2028 met de corporaties vast te stellen. Het college benoemt dat hierin de afspraak is opgenomen dat voldoende sociale huurwoningen worden bijgebouwd.
Aanbeveling 3: Maak inzichtelijk waar de gemeente nu staat in het bereik van haar doelstellingen op het gebied van duurzaamheid en leefbaarheid. Vlaardingen heeft kwantitatief gezien voldoende woningbouwplannen voor de komende periode. Ook beschikt de gemeente over plancapaciteit voor de periode hierna. Op het gebied van duurzaamheid heeft de gemeente geld en hulp beschikbaar gesteld voor VvE’s om achterstallig onderhoud in te halen. Aandacht voor particuliere woningvoorraad die niet onder een VvE’s valt is daarnaast ook nodig. Op het gebied van leefbaarheid voert de gemeente onder andere een pilot uit in een aantal aandachtsgebieden, maar nog niet in alle aangewezen aandachtsgebieden. Ten aanzien van aanbeveling 3 beschrijft het college welke stappen worden gezet om de doelstellingen op het gebied van duurzaamheid en leefbaarheid te bereiken
Aanbeveling 4: Blijf aandacht besteden aan professionalisering van de samenwerking met de woningcorporaties De gemeente heeft goede stappen gezet in de samenwerking met de woningcorporaties. Het is belangrijk om hier aandacht aan te blijven besteden. Doe dit onder andere door het meer SMART-formuleren van de prestatieafspraken. Maak daarnaast ook gebruik van de expertise van de woningcorporaties en voer ook het gesprek over de bredere stadsontwikkeling. Ga als raad ook in gesprek met de woningcorporaties over hun rol. In februari 2025 zal in de raadswerkgroep wonen aandacht worden besteed aan de prestatieafspraken. De raadsleden kunnen hier ook in gesprek met de woningcorporaties.
Aanbeveling 5: Stel een variant van de woningbouwmonitor beschikbaar aan de gemeenteraad. De gemeenteraad wil graag inzicht in de woningbouwplannen van de gemeente. De organisatie beschikt over een woningbouwmonitor. Gekeken wordt naar de mogelijkheden om dit ook met de raad te delen. Een dergelijke woningbouwmonitor zou de raad in ieder geval inzicht moeten geven in het aantal woningbouwplannen, de type woningen en de beoogde planning. Dit kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld een uitgebreide monitor zoals in de gemeente Hilversum1 of een publieksvriendelijke infographic zoals de gemeente Goeree-Overflakkee.2 Het college neemt aanbeveling 5 ook over. Het beschikbaar stellen van de woningbouwmonitor krijgt per direct verhoogde prioriteit. De verwachting is dat binnen enkele maanden een (eerste versie van de) monitor met de raad gedeeld kan worden.
Monitor Bestuurlijk
Onderwerp Bevindingen Spoor Ultimo 2024 Aanpak 2025
Rechtmatigheidsverantwoording Normen en toetsingskader Spoor 1: Jaarrekeningproces. Het actualiseren van de Normen en het toetsingskader is inmiddels opgepakt en bevindt zich momenteel in uitvoering. Normen en toetsingskader wordt geactualiseerd Q1 2025. Met specifieke aandacht voor Grondzaken en SiSa.
Interne beheersing Verantwoord gebruik maken van AI. Spoor 2: Data gedreven werken. Cybersecurity en het verantwoord gebruik van AI krijgen aandacht via deelname aan werkgroepen voor advisering en het geven van presentaties. Aandacht voor cybersecurity en verantwoord gebruik van AI wordt al onder aandacht gebracht.
Interne beheersing Logische toegangsbeveiliging. Spoor 2: Data gedreven werken. Autorisatiebeheerproces Naar aanleiding van de scan van PWC in 2024 en een daaropvolgend penetratietest is een opschoonactie uitgevoerd, waarmee het aantal adminaccountants sterk is verminderd. In samenwerking met onze service provider OpenLine is een strategie opgesteld om met minimale “domain, en enterprise admins” te werken. Er zijn geen gebruikers of beheerders meer met adminrechten op hun regeliere werkaccount. Voor de diverse applicaties is het proces van controles op autorisaties recent herzien. De basis vormt het autorisatieproces in het Zaaksysteem vanwege de DigiD-audit, die er ook om vraagt. Dit proces vond erg Ad-Hoc plaats en wordt nu opgenomen in de controlekalender die in Q3 volledig vorm krijgt. Vanaf Q3 moeten door beheerders van onze kernapplicaties controles conform dit proces elke kwartaal worden uitgevoerd. Het proces conform ITIL en met gebruik van TopDesk beschreven en in werking. Dit betreft het algemeen Wijzigingsbeheersproces via ICT. Monitoren van doorstroming en super-user rechten. Gericht op de financiele applicaties.
ICT/ nieuwe applicatie Toetsing van prestatielevering wordt niet zichtbaar vastgelegd Spoor 3: Grip op de organisatie De testfase van het nieuwe ERPx start in april 2025. In Q1 2025 zijn in de stuurgroep kaders gesteld over de vastlegging van prestatieverklaringen binnen ERPx. Risico geaccepteerd, tussentijdse oplossing is prestatieverklaringen controleren bij de gegevensgerichte controle (VIC). Oplossing bevind zich in ERPx live in 2026.
ICT/ nieuwe applicatie Afwezigheid van een verplichtingenadministratie Spoor 3: Grip op de organisatie Gezien de beperkte capaciteit is een tussentijdse oplossing niet realiseerbaar. De aandacht richt zich daarom op de testfase van het ERPx, waarin de borging van de verplichtingenadministratie is voorzien. Start testfase ERPx april 2025. Factuur+ in gebruik genomen en verplichtingen vanaf 5k volgens regeling budgethouderschap. Oplossing bevind zich in ERPx live in 2026.
ICT/ nieuwe applicatie Afwezigheid van een three-way match Spoor 3: Grip op de organisatie De three-way match wordt geintegreerd in het Purchase-to-Pay als onderdeel van de implementatie van het ERP-systeem. Als tussentijdse oplossing voeren afdelingen zelf de match uit tussen inkoopordres, prestatieverklaringen en inkoopfacturen. Daarnaast worden de prestatieverklaringen gecontroleerd in de gegevensgerichte controle (VIC). Risico geaccepteerd, tussentijdse oplossing is prestatieverklaringen controleren bij de gegevensgerichte controle (VIC). Oplossing bevind zich in ERPx live in 2026.
ICT/ nieuwe applicatie Geen centrale subsidieregister aanwezig en zichtbare toetsing Spoor 3: Grip op de organisatie In Q1 2025 go live in het zaaksysteem. In Q2 2025 zal een toets plaatsvinden vanuit Control & Kwaliteit om vast te stellen in hoeverre de aanbeveling is opgevolgd. Huidige status van bevinding is het digitaliseren en automatiseren van het proces d.m.v. het zaaksysteem. In Q1 2025 go live.
ICT/ nieuwe applicatie Gebruik van Excel bij berekeningen van waardering (MPG en MPR) Spoor 3: Grip op de organisatie In Q2 2025 vind er vanuit Control een gesprek plaats met de afdeling om de opvolging van de aanbevelingen te bespreken en een tijdlijn af te spreken m.b.t. de realisatie van de aanbevelingen. Vanuit planeconomie is een aanbesteding opgestart voor een professioneel geautomatiseerd systeem dat de huidige methode in Excel zal vervangen. Go live 2025/2026 (verantwoording 2025).
ICT/ nieuwe applicatie De gemeente is in transitie van een beheer-naar een ontwikkelgemeente (m.b.t. Rivierzone) Spoor 3: Grip op de organisatie Bevindingen opgenomen in stuurgroepen ERPx. De bevindingen zullen onder aandacht blijven in de testfase ERPx tot de implementatie en werking ERPx. Streven om bij de implementatie van een nieuw financieel systeem veel gerapporteerde bevindingen in de interne beheersing op te volgen en de kwaliteit van de primaire registratie te verhogen. Tussentijdse oplossing verbeteren van procesbeschrijvingen en uitvoering hiervan.
Interne beheersing Geen zichtbare en tijdige controle op urenregistraties Grexen. Spoor 3: Grip op de organisatie Geen nieuwe ontwikkelingen omtrent applicatie TIM. In de kwartaalmeetings wordt de registratie van uren blijvend onder aandacht gebracht bij Planeconomie, financien, de projectleider en opdrachtgever. Applicatie TIM is geimplementeerd, proces en werking moet nog aangescherpt worden.
Interne beheersing Verouderde of ontbrekende procesbeschrijvingen Spoor 3: Grip op de organisatie Geen nieuwe ontwikkelingen, periodiek bestaan en werking worden gerapporteerd in VIC. Processen (beschrijving) worden opgeleverd in BlueDolphin. Periodiek bestaan en werking worden gerapporteerd door Control in vic. Gefaceerd oplevering 2025/2026.
Interne beheersing Geen effectieve monitoring van administratie en subadministraties (Rivierzone) Spoor 3: Grip op de organisatie Project control is gestart waarbij alle noodzakelijke beheersmaatregelen en de vastlegging aan orde komen gedurende het project. Voor het programma Rivierzone (als basis voor alle grote gebiedsontwikkelingen) wordt project control ingericht waarbij ook alle noodzakelijke beheersmaatregelen (en de vastlegging) aan de orde komen. Oplevering 2025.
Interne beheersing Adresseer integriteit en fraudeperiodiek in de AC. Spoor 3: Grip op de organisatie Ontwikkelen M&O beleid is gestart. De verwachting is dat eind 2025 een definitief beleid wordt opgeleverd. Het opstellen van een M&O beleid en implementatie van een fraudemeldpunt.

Paragraaf Grondbeleid

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Inleiding

De uitvoering van het grondbeleid vindt plaats op basis van de nota Grondbeleid, zoals die op 16 juni 2022 is vastgesteld door de raad. Grondbeleid is een gemeentelijk instrument in de ruimtelijke ordening waarmee de gemeente gewenste ontwikkelingen kan bevorderen en ongewenste ontwikkelingen kan beperken. Het kan hierbij gaan om ontwikkelingen met betrekking tot volkshuisvesting (waaronder woningdifferentiatie), economie (groei werkgelegenheid, ontwikkeling van bedrijventerreinen) en natuur en milieu (duurzame natuurontwikkelingen en herstructurering van stedelijk gebied). Naar verwachting zal de nota Grondbeleid in 2026 worden herzien. 

In het MPG 2025 hebben we gestreefd naar meer inzicht krijgen in de grondexploitaties en facilitaire (bouw)projecten waar de gemeente Vlaardingen aan (mee)werkt. Om dit te bereiken, worden er elk kwartaal overleggen  gevoerd met de gebieds-/programmamanagers en projectleiders om zo de voortgang en ontwikkelingen rondom de grondexploitaties en facilitaire (bouw)projecten bij te houden. Daarbij zijn deze overleggen integraal met team Financiën om zo ook eerder de financiële administratie te beheersen. Daardoor hebben we flinke stappen gezet in het beter in control komen. Natuurlijk blijven we onszelf verbeteren. We streven ernaar om bij het volgende MPG verdere stappen te zetten op het gebied van inzicht en controles van de projecten.

Taak van de gemeente

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Taak van de gemeente

In het algemeen onderscheidt men twee vormen van grondbeleid, te weten: actief grondbeleid en faciliterend (passief) grondbeleid. Het staat iedere gemeente vrij om een keuze te maken in de te hanteren vorm van grondbeleid. De gemeenteraad heeft op 16 juni 2022 de Nota Grondbeleid vastgesteld. In deze nota wordt niet langer slechts ingestoken op facilitair grondbeleid, maar kan, afhankelijk van de situatie, ook actief grondbeleid worden toegepast. De gemeente hanteert dus situationeel grondbeleid, dat wil zeggen dat afhankelijk van de situatie per locatie de gemeente een rol oppakt die varieert van volledig faciliterend tot actief als grond ontwikkelende partij (het traditionele bouwkavelmodel). 

Actief grondbeleid: De gemeente bezit zelf grond en/of koopt grond aan en is actief betrokken bij het bouw- en woonrijp maken van de grond. Daarna kan de gemeente de kavels verkopen of in erfpacht uitgeven. Het kan gaan om individuele bouwkavels of bedrijfsterreinen, maar ook om complete woningbouwprojecten. 

Faciliterend grondbeleid: De gemeente maakt het mogelijk dat private partijen die een grondpositie hebben een gebied geheel zelf ontwikkelen. De gemeente beperkt zich hierbij voornamelijk tot het maken van een bestemmingsplan (publiekrechtelijk kader) en bij mogelijke grondeigendom van de gemeente in het betreffende gebied, het inbrengen van deze gronden. De kosten die samenhangen met het faciliteren van particuliere ontwikkelingen (op grond die niet van de gemeente is) worden op de exploitanten verhaald door middel van anterieure overeenkomsten. 

Uiteraard zijn er vele tussenvormen mogelijk, waaronder het veel gebruikte PPS model (Publiek Private Samenwerking). De uiteindelijke vorm is steeds afhankelijk van het specifieke project en de taak- en risicoverdeling tussen partijen. 

De grondprijsbenadering

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - De grondprijsbenadering

Voor de grond die door de gemeente wordt uitgegeven geldt als uitgangspunt een marktconforme grondprijs. De berekening daarvan gebeurt op basis van relevante marktprijzen voor het betreffende type vastgoedobject en rekening houdende met de methode van residuele grondwaardebenadering. Als hier aanleiding toe is, kan de residuele grondprijsberekening worden gecheckt door een comparatieve berekening. Hierbij worden grondopbrengsten van soortgelijke ontwikkelingen als vergelijk gebruikt. In voorkomende gevallen kan een andere methode van grondprijsbepaling worden toegepast. Gedacht kan worden aan een grondquote. In de nieuwe Nota Grondbeleid is een afwijking van de residuele methode mogelijk. Voordat daadwerkelijk tot koop of verkoop wordt overgegaan, vindt er een onafhankelijke taxatie plaats om de marktconformiteit van de berekende grondwaarde te toetsen en ongeoorloofde staatsteun te voorkomen. 

Vormen van exploitatie

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Vormen van exploitatie
  1. Grondexploitaties 
    Grondexploitaties betreffen meerjarige toekomstberekeningen. Daardoor kunnen de financiële resultaten door vele, externe en interne, factoren in de loop der jaren veranderen. Grondexploitaties hebben tot doel om bouwrijpe gronden die door de gemeente zijn ontwikkeld uit te geven. 
    Marktomstandigheden en langdurige ruimtelijke procedures kunnen aanleiding zijn tot (grote) afwijkingen ten opzichte van de oorspronkelijke ramingen. Elke grondexploitatie wordt door de gemeenteraad vastgesteld. Elk jaar wordt de raad geïnformeerd over de (grond)exploitaties, via het Meerjaren Programma Grondzaken (MPG). Hierin wordt de stand van zaken en de verschillen t.o.v. voorgaande perioden en de voorziene of verwachte ontwikkelingen, zoals de risico-ontwikkeling, weergegeven. Het MPG is gekoppeld aan de jaarrekening en betreft een actualisering van alle resultaten. De resultaten worden direct meegenomen in de betreffende jaarrekening. Tevens vormt het MPG de basis voor de (meerjaren)begroting. In het onderdeel ‘stand van zaken grond- en bouwexploitaties’ is per grondexploitatie een stand van zaken weergegeven en een (financiële) doorkijk gegeven naar de komende jaren. 

  2. Vlaardingen heeft van oudsher een omvangrijke erfpachtportefeuille. Al deze erfpachten tezamen vormen de erfpachtexploitatie. Het beleid rond de erfpachtexploitatie is neergelegd in de Nota Erfpacht 2023, die per 1 april 2023 in werking is getreden.

    Het erfpachtbeleid ziet met name op de volgende aspecten:

    a.    nieuwe uitgiften in erfpacht van tot ontwikkeling te brengen bouwgrond,

    b.    de verkoop van de bloot-eigendom van reeds in erfpacht uitgegeven gronden en

    c.    het omzetten van tijdelijke erfpachtrechten in eeuwigdurende erfpachten (heruitgifte).

    De basis voor het afwikkelen van erfpachttransacties is een onafhankelijke taxatie van de grondwaarde, waarop in de onder b en c vermelde transacties een depreciatie wordt toegepast, die afhankelijk is van de looptijd van de erfpacht.

    In de Nota Erfpacht 2023 zijn de spelregels vastgelegd voor onder meer het bepalen van de jaarlijkse erfpachtcanon, het herzien of indexeren van de canon, het tijdvak waarvoor de getaxeerde grondwaarde als basis voor de canonberekening geldt, welke rol erfpacht op herontwikkelingslocaties en in herstructureringsgebieden speelt en hoe wordt omgegaan met corporatiebezit op erfpacht.

    Voor corporatiebezit op erfpachtgrond zijn in de Nota Erfpacht 2023 vaste grondwaarden opgenomen, die jaarlijks worden geïndexeerd. Per 1 januari 2024 zijn deze bedragen € 25.960,00 voor een sociale huur-eengezinswoning en € 17.970,00 voor een sociale huur-appartement.

    Sinds 2024 gaat ieder jaar de erfpachttermijn van een aantal tijdelijke erfpachten eindigen. In die gevallen zal minimaal 1 jaar vóór de einddatum met de desbetreffende erfpachters afspraken moeten worden gemaakt over de voortzetting van hun gebruiksrecht van de grond. Dat kan ofwel in de vorm van verkoop (volle eigendom) ofwel met een nieuwe eeuwigdurende erfpacht. Met deze werkwijze zijn we in 2024 gestart.

    In de erfpachtexploitatie moeten de kosten van de erfpachtportefeuille worden goedgemaakt door de canonopbrengsten. Door de periodieke canonherzieningen van de oudere erfpachten is het kostendekkend maken van de erfpachtexploitatie steeds moeilijker geworden. Het herziene erfpachtbeleid is erop gericht erfpacht beter te laten renderen.

 

Actualisatie en herziening

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Actualisatie en herziening

Op basis van een grondbrief worden de grondexploitaties aan het begin van ieder jaar geactualiseerd. Met de uitgangspunten uit deze grondbrief worden de daadwerkelijke inkomsten en uitgaven verdisconteerd in die zin dat daarbij de parameters worden gebruikt zoals weergegeven. Dit geactualiseerd beeld van de eindwaarden van de grondexploitaties wordt via het MPG aan de raad voorgelegd. De grondexploitaties worden hierbij niet opnieuw vastgesteld. 

Zodra er besluiten zijn genomen over (wezenlijke) wijzigingen in het plan, programma of planning en/of een (wezenlijke) verandering van het resultaat, is dit aanleiding om een herziene grondexploitatie voor te leggen aan de raad. Herzieningen kunnen het gehele jaar door plaatsvinden. 

Winstneming en voorziening

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Winstneming en voorziening

De regels ten aanzien van winstneming op grondexploitaties zijn vastgelegd in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Winst moet worden genomen naar rato van de voortgang van een project. Voor winstneming geldt de percentage of completion methode: voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd kan tussentijds naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst worden genomen. In de praktijk komt het erop neer dat eerder dan in het verleden winst moet worden genomen. Als de prognose van het eindresultaat van een grondexploitatie negatief is, wordt direct bij vaststelling van de (herziene) grondexploitatie, een voorziening getroffen ter dekking van dit negatieve resultaat.  Inflatie kan tot fluctuaties leiden in het eindresultaat.  Deze effecten zullen in de voortgangsrapportage gemeld worden.

Erfpachtexploitatie

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Erfpachtexploitatie

De boekwaarde van de erfpachtgronden bedraagt per 31-12-2024 € 110,3 miljoen. 
In 2024 is voor € 1,4 miljoen aan bloot eigendom van erfpachtpercelen verkocht. Dit heeft geleid tot een afwaardering van de boekwaarde van de erfpachtgronden van € 0,5 miljoen. Tevens zijn in 2024 al eerder afgestoten objecten afgewaardeerd voor een bedrag van € 0,6 miljoen. 
Het saldo van de afgekochte erfpachtcanons bedraagt per 31-12-2024 € 26,8 miljoen en is op de balans onder de langlopende schulden in deze jaarrekening verantwoord.

Kostenverhaal

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Kostenverhaal

Elk jaar wordt gewerkt aan een overzicht van alle projecten waarop kostenverhaal van toepassing is. 

Het kostenverhaal voornamelijk bij anterieure overeenkomsten wordt bepaald met behulp van de plankostenscan, een rekenmodel van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ontwikkeld voor de berekening van de plankosten bij exploitatieplannen. Dit rekenmodel is ook goed bruikbaar om de gemeentelijke plankosten van de plannen in beeld te brengen die door derden worden uitgevoerd (particuliere grondexploitatie). Belangrijk uitgangspunt van deze systematiek is de principeverdeling tussen de kosten die bij de ontwikkelende partij en bij de gemeente thuishoren. Deze verdeling is gebaseerd op het feit dat de gemeente faciliterend, begeleidend en toetsend is en de ontwikkelaar bijvoorbeeld het stedenbouwkundig plan, de ruimtelijke onderbouwing en het buitenruimteplan opstelt. 

In het derde kwartaal van 2023 stelde het college een Nota Kostenverhaal vast als uitvoeringsnota van de nieuwe Nota Grondbeleid. Hierbij wordt naast het verhalen van plankosten ook aandacht besteed aan het verhalen van kosten voor bovenwijkse voorzieningen, bijdrage in ruimtelijke ontwikkeling en bovenplanse kosten (verevening) op initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen. Deze kosten worden per project bepaald en betrokken in anterieure overeenkomsten. 

Stand van zaken grondexploitaties

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Stand van zaken grondexploitaties

Voor grondexploitaties geldt dat er sprake is van generieke en/of specifieke financiële risico’s. Deze risico’s worden betrokken bij de bepaling van de hoogte van het noodzakelijke weerstandsvermogen. Zie hiervoor de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. De stand van zaken van de te onderscheiden grondexploitaties is als volgt:

Stationsgebied Centrum (Nieuw Sluis)
De ontwikkeling van dit project maakt, samen met de ontwikkeling in Eiland van Speyk, deel uit van de uitvraag voor het Kerngebied Rivierzone, waarvoor één ontwikkelaar is geselecteerd. Vanwege de provinciale vraag naar meer woningen onderzoeken we, zodra de definitieve afspraken over Eiland van Speyk zijn vastgelegd, samen met CRV de mogelijkheden om het woningprogramma verder te optimaliseren. Op basis van het contract omvat het resterende programma 78 eengezinswoningen en 25 appartementen, maar uit stedenbouwkundige verkenningen blijkt dat er potentieel ruimte is voor circa 345 appartementen.

Het deelgebied Galgkade, waar 142 eengezinswoningen zijn gerealiseerd, is al enkele jaren geleden opgeleverd. Hiermee komt het oorspronkelijk contractueel vastgelegde totaal op 245 woningen. Indien het woningprogramma geoptimaliseerd wordt, zou dit aantal kunnen groeien naar 487 woningen. De deelgebieden Spoor & Sluis en Parallelweg zijn nog niet definitief uitgewerkt in een stedenbouwkundig plan, inclusief programma en financiële gevolgen. Zodra dit proces is afgerond, worden de plannen en de herziene grondexploitatie ter vaststelling aan de gemeenteraad voorgelegd. Daarna kunnen de benodigde ruimtelijke procedures worden doorlopen om de geplande woningen te realiseren.

Op basis van de huidige planning wordt verwacht dat de grondexploitatie eind 2028 wordt afgesloten met een negatief resultaat van € 1.240.000 op eindwaarde. Aangezien in het vorige boekjaar al € 1.207.000 aan verlies is genomen, wordt in het huidige jaar een aanvullend verlies van € 33.000 geboekt.

Vergulde Hand West
De grondexploitatie Vergulde Hand West bestaat uit drie onderdelen: de uitgifte van het westelijke gedeelte van het exploitatiegebied in bouwrijpe staat voor de realisatie van een nieuwe AWZI in 2027, de uitgifte van de bedrijfslocaties in bouw- en woonrijpe staat in 2028-2029 en de tijdelijke uitgifte in erfpacht van het oostelijke gedeelte (de locatie Tradiro) in 2025. Daarnaast vindt in 2025 de uitsplitsing van deze locatie uit de grondexploitatie plaats, na interne overboeking van het bedrag voor de tijdelijke uitgifte.

Als gevolg van de uitsplitsing van de locatie Tadiro kan de grondexploitatie circa vijf jaar eerder, rond 2030, worden afgesloten. Het eindsaldo van de grondexploitatie zal in dat geval positief rond de  € 11,4 miljoen zijn. 

Fortunapark (voorheen Marathonweg Noord- en Zuidelijk deel) 
In het raadsvoorstel d.d. 19 december 2023 is besloten tot herziening van de grondexploitatie Marathonweg Noord(z) (Fortunapark) waarbij het zuidelijk deel een het noordelijk deel van de locatie Marathonweg Noord tot één plangebied zijn samengevoegd.

Na het doorlopen van Europese aanbestedingsprocedure middels de concurrentiegerichte dialoog is in februari 2023 de gebiedsontwikkeling voor de locatie Marathonweg gegund aan de combinatie Timpaan Hoofddorp B.V./Ouwehand B.V. voor hun plan Fortunapark. Vervolgens is in juni 2023 een koop/realisatieovereenkomst gesloten met de inmiddels opgerichte VOF ontwikkelcombinatie Marathonweg.

Het plan Marathonweg wordt in 2025 verder uitgewerkt. Een onderdeel van de uitwerking betreft o.a. de verkeerstechnische ontsluiting van het plangebied. Vervolgens kunnen de ruimtelijke procedures worden doorlopen voor het realiseren van de hier geplande woningen. 
Uit de stand van zaken bij het MPG 2025 volgt een voordelig saldo van €1.171.000 op eindwaarde (31-12-2030).

Schiereiland (Eiland van Speyk) 
Ook deze ontwikkeling maakt deel uit van het Kerngebied Rivierzone. In 2020 heeft de ruimtelijke onderbouwing voor het bestemmingsplan geleid tot een nieuw stedenbouwkundig plan, waarin een groter bouwprogramma van 540 tot 646 woningen is opgenomen. Inmiddels zijn de beroepsprocedures bij de Raad van State afgerond en is het bestemmingsplan onherroepelijk. De financiële gevolgen van een bouwprogramma met circa 576 appartementen zijn nog in onderzoek. 

Zodra het definitieve programma en de financiële consequenties contractueel zijn vastgelegd met de ontwikkelaar, wordt het plan ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorgelegd, samen met de daarop gebaseerde herziene grondexploitatie. Op basis van de huidige planning wordt verwacht dat de grondexploitatie eind 2028 wordt afgesloten met een positief resultaat van € 1.201.000 op eindwaarde. Dit betekent een verslechtering van € 166.000 ten opzichte van het vorig jaar geraamde positieve resultaat. Aangezien er nog geen gronden zijn verkocht, maar de eerder gerealiseerde opbrengsten subsidies en een exploitatiebijdrage omvat, nemen we op basis van de POC-methode geen winst.    

HZO Vogelbuurt (voorheen de nieuwe Vogelbuurt (Holy Zuidoost) 
Met het realiseren van de laatste woningen en het inrichten en reconstrueren van de openbare ruimte is de laatste fase van dit project ingegaan. Er zijn 8 woningen toegevoegd aan het programma bij de uitwerking van fase 6. Daarmee komt het totale programma uit op 426 woningen. De bouw van de laatste 28 woningen vindt plaats in de jaren 2025 en 2026. Het resultaat op eindwaarde per 31 december 2026 is €4,9 mln negatief. De verslechtering van het saldo valt toe te rekenen aan het terug brengen van de looptijd met 4 jaar waardoor het rentevoordeel van de exploitatiebijdrage wordt beperkt. 

Uit de stand van zaken bij het MPG 2025 volgt een nadelig saldo van €4.424.000 op eindwaarde (31-12-2026).

Westwijk Centrum (Erasmusplein) 
Het programma in de grondexploitatie betreft de B4 Erasmusplein locatie en de locatie Heemtuinen en omvat in totaal  285 woningen en 2.000 m2bvo maatschappelijke voorziening. Op dit moment loopt de aanbesteding voor externe partijen voor het uitbrengen van een propositie voor het gecombineerde programma van Ipse de Bruggen en commerciële realisatie van woningen op basis van de opgestelde ruimtelijke verkenning. Verwacht wordt in 2025 een herziene grondexploitatie voor te kunnen leggen aan uw Raad.

Ten opzichte van het MPG 2024 is het saldo met € 0,67 mln afgenomen. Dit is met name het gevolg van het toevoegen van de investeringen voor infrastructuur van de gebiedsinrichting en de Spinozastraat ter plaatse van de B4 locatie. Voor de actualisatie van de grondexploitatie zijn nieuwe ramingen opgesteld voor het bouw- en woonrijp maken, plankosten en verkoop van de B4-locatie.

Uit de stand van zaken bij het MPG 2025 volgt een nadelig saldo van €290.000 op eindwaarde (31-12-2031).

Zwanensingel
In het raadsvoorstel d.d. 19 december 2024 is besloten tot het openen van de grondexploitatie Zwanensingel. Het programma van de grondexploitatie omvat in totaal 150 woningen. Naar verwachting zullen deze woningen worden opgeleverd in 2029. In 2025 zal er een start worden gemaakt aan het bouwrijp maken van de Zwanensingel.
Uit de stand van zaken bij het MPG 2025 volgt een voordelig saldo van €5.217.000 op eindwaarde (31-12-2030). 

Prognose resultaten grondexploitaties 
Voor de grondexploitaties die een negatief eindresultaat hebben, is direct bij de vaststelling een voorziening getroffen. Deze voorziening wordt jaarlijks aangepast aan het resultaat van de negatieve grondexploitatie. Als een grondexploitatie zich in de loop der jaren ontwikkelt van een positieve naar een grondexploitatie met een negatieve eindwaarde  wordt er ook een voorziening getroffen. 

Strategische gronden, materiële vaste activa

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Strategische gronden, materiële vaste activa

De locaties Parallelweg 2 en Touwbaankwartier worden net als de locatie Westhavenkade tegenover de Pelmolen verkocht aan de ontwikkelaar van Nieuw Sluis en het Eiland van Speyk. Daartoe is een addendum op de Koop-, Ontwikkel- en Realisatieovereenkomst Kerngebied Rivierzone gesloten. Alle locaties maken onderdeel uit van de Gebiedsexploitatie Rivierzone, welke is vastgesteld in uw raad van 9 maart 2023. De ontwikkelaar zal als eerste het Eiland van Speyk realiseren, alvorens ook de andere locaties te gaan ontwikkelen.

Paragraaf Verbonden partijen

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Inleiding

Om de beleidsdoelen van de gemeente Vlaardingen te kunnen realiseren, neemt de gemeente, indien dit wenselijk wordt geacht, een belang in een organisatie die aan de verwezenlijking van die doelen kan bijdragen. De huidige wet- en regelgeving (BBV) verplicht onze gemeente om in de begroting en de jaarstukken aan te geven in welke privaatrechtelijke en publiekrechtelijke organisaties zij een bestuurlijk en/of financieel belang heeft.

Van een bestuurlijk belang is sprake als de gemeente een zetel in het bestuur van een organisatie bekleedt en/of stemrecht heeft in een vergadering van belanghebbenden. Van een financieel belang is sprake als de gemeente financiële middelen beschikbaar stelt aan een organisatie die verloren kunnen gaan in geval van een faillissement of als financiële problemen van een organisatie kunnen worden verhaald op de gemeente.

Inzicht in de gang van zaken bij verbonden partijen is nodig uit hoofde van bestuurlijke, beleidsmatige en/of financiële belangen. Op basis van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) hebben we een aantal financiële kengetallen weergeven per verbonden partij: de omvang van het eigen vermogen, het vreemd vermogen en het resultaat.

Visie verbonden partijen

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Visie verbonden partijen

De gemeenteraad heeft op 6 april 2023 de Nota Implementatie Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen vastgesteld. Deze nota geeft inzicht in de aanvullende sturingsmogelijkheden die de wetswijziging per 1 juli 2022 biedt én beschrijft hoe we daar in Vlaardingen invulling aan geven. Dit betekende ook de doorstart van het onderzoek naar de mate en mogelijkheden voor sturing en controle op andere verbonden partijen dan de gemeenschappelijke regelingen. Daarin wordt o.a. bezien of de aanpak met risicoprofielen ook voor deze deelnemingen passend is. De planning is dit onderzoek, na evaluatie van het werken met de risicoprofielen, tweede helft 2025 aan de raad aan te bieden.

Financiële risico's verbonden partijen

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Financiële risico's verbonden partijen
  • Vennootschappen: De financiële risico’s van de vennootschappen zijn beperkt tot het aandelenbezit van de gemeente. Bij een faillissement van een vennootschap daalt de waarde van dit bezit tot nihil.
  • Gemeenschappelijke regelingen: De financiële risico’s van de gemeenschappelijke regelingen hebben geen beperking. Bij een faillissement worden de deelnemers van de gemeenschappelijke regeling volgens de verdeelsleutel aangeslagen voor eventueel resterende schulden na verkoop van de bezittingen.

Gezien de aard van de werkzaamheden van de verbonden partijen is de kans op een faillissement van zowel de vennootschappen als de gemeenschappelijke regelingen klein. Uitgesloten is het niet.

Vennootschapsbelasting (Vpb)

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Vennootschapsbelasting (Vpb)

Sinds 2016 vallen uitsluitend door de gemeente beheerste entiteiten (verbonden partijen) ook onder de vennootschapsbelastingplicht (vpb-plicht) voor overheidsondernemingen. Dit betekent dat ze aan diverse extra fiscale verplichtingen moeten voldoen, wat mogelijk resulteert in een jaarlijkse vpb-afdracht.

In de jaarrekeningen van de verbonden partijen is opgenomen wat de stand van zaken is ten aanzien van de vpb-plicht.

Overzicht verbonden partijen

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Overzicht verbonden partijen

Op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) zijn we verplicht om in de paragraaf verbonden partijen een overzicht van de verbonden partijen op te nemen onderverdeeld naar gemeenschappelijke regelingen, vennootschappen en coöperaties, stichtingen en verenigingen en overige verbonden partijen. In de tabel met financiële positie verbonden partij hebben we het eigen vermogen en het vreemd vermogen per 31-12-2024 en het gerealiseerde resultaat over 2024 opgenomen. Op de volgende pagina’s vindt u het overzicht met de voorgeschreven informatie.

Metropoolregio Rotterdam Den Haag
Vestigingsplaats Den Haag
Relatie met programma Bestuur, Dienstverlening en Participatie. Vervoersautoriteit met programma verkeer en mobiliteit. Economisch vestigingsklimaat met programma onderwijs, economie en haven.
Openbaar belang en visie De gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) is in december 2014 in werking getreden. De missie van de MRDH is: De Metropoolregio Rotterdam Den Haag werkt aan een Europese topregio. De MRDH heeft tot doel het bevorderen van de samenwerking tussen de gemeenten met het oog op een voorspoedige ontwikkeling van het gebied en het beheer van de aan de regio toevertrouwde voorzieningen. Zij houdt zich daartoe bezig met: a. Het vaststellen van doelstellingen op het gebied van verkeer en vervoer en de verbetering van het economisch vestigingsklimaat; b. Het uitvoeren van de, met betrekking tot het onder a. genoemde beleid, aan de MRDH opgedragen taken en bevoegdheden. De inhoudelijke agenda’s van de Vervoersautoriteit en Economisch Vestigingsklimaat zijn hierbij leidend en de basis voor de MRDH-brede strategie.
Betrokken partijen De volgende gemeenten maken deel uit van de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag: Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Delft, Den Haag, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, Midden-Delfland, Nissewaard, Pijnacker-Nootdorp, Ridderkerk, Rotterdam, Rijswijk, Schiedam, Vlaardingen, Voorne aan Zee, Wassenaar, Westland en Zoetermeer.  Overige betrokken overheden en/of marktpartijen: Naast het bundelen van de krachten van de 21 gemeenten is samenwerking met onder meer bedrijfsleven, kennisinstellingen, omliggende regio’s zoals Drechtsteden en Leiden, de provincie en het Rijk noodzakelijk om de ambities te realiseren. De MRDH werkt daarnaast nauw samen met de Economische Programmaraad Zuidvleugel (EPZ), het triple helix orgaan van vertegenwoordigers van bedrijfsleven, overheden en kennisinstellingen. Samenwerking met omliggende regio’s en de andere partners vindt zowel plaats bij de strategische trajecten als bij de uitvoering van concrete activiteiten.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door burgemeester B. Wijbenga- van Nieuwenhuizen. Wethouder Verkeer en Vervoer B.T. Bikkers, maakt deel uit van de Vervoersautoriteit. Wethouder Economische Zaken B.T. Bikkers maakt deel uit van de Bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat. In de Adviescommissie Vervoersautoriteit hebben zitting de raadsleden L.W.M. Claessen en S. Akca. In de Adviescommissie Economisch Vestigingsklimaat hebben zitting de raadsleden G. Pappers en A. Kloosterman. Als lid van de Rekeningcommissie MRDH heeft zitting het raadslid L.W.M. Claessen.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2024 € 222.907
(begroot € 212.997 ). Het programma Vervoersautoriteit wordt geheel financieel gedekt uit de BDU-gelden.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2024 Per 31-12-2024
Eigen vermogen 34.517 41.203
Vreemdvermogen 1.532.687 1.752.607
Resultaat 905 832
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond
Vestigingsplaats Rotterdam
Relatie met programma Veiligheid en Handhaving
Openbaar belang en visie Op grond van de Wet op de Veiligheidsregio’s heeft de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond de volgende taken: a. Het inventariseren van risico’s van branden, rampen en crises; b. Het adviseren van het bevoegd gezag over risico’s van branden, rampen en crises in de bij of krachtens de wet aangewezen gevallen evenals in de gevallen die in het beleidsplan zijn bepaald; c. Het adviseren van het college van burgemeester en wethouders over de taal, bedoeld in artikel 3, eerste lid; d. het voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing; e. Het instellen en in stand houden van een brandweer; f. Het instellen en in stand houden van een GHOR; g. Het voorzien in de meldkamerfunctie; h. Het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel; i. Het inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de diensten van de veiligheidsregio en tussen deze diensten en de andere diensten en organisaties die betrokken zijn bij de onder d, e, f, en g genoemde taken.
Betrokken partijen De volgende gemeenten maken deel uit van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond: Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Goeree Overflakkee, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Voorne aan Zee.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door burgemeester B. Wijbenga- van Nieuwenhuizen. Wethouder B. T. Bikkers was plaatsvervangend lid.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2024: € 6.608.395
Begroot: € 6.616.581
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2024 Per 31-12-2024
Eigen vermogen 7.303 10.398
Vreemdvermogen 99.080 89.099
Resultaat 2.361 1.347
Risico’s Voor 2023 en 2024 wordt, als gevolg van de verwachte stijging van de lasten door inflatie en gestegen loonkosten, een tekort in de exploitatie van VRR voorzien. Er zijn nog geen afspraken gemaakt over mogelijkheden om de tekorten te reduceren, maar de verwachting is dat deze door middel van een nacalculatorische bijdrage vanuit de gemeenten zal moeten worden gecompenseerd.
DCMR Milieudienst Rijnmond
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Groen en Milieu
Openbaar belang en visie Het bevorderen van een duurzame ontwikkeling van de stad. Via de vergunningverlening Wet Milieubeheer, de afhandeling van meldingen in het kader van het Activiteitenbesluit, het uitvoeren van toezicht en handhaving en de advisering aan gemeenten op het gebied van de verschillende milieuthema’s en ruimtelijke ontwikkelingen, draagt de DCMR er mede zorg voor dat de milieubeleidsdoelen in de gemeente Vlaardingen worden behaald.
Betrokken partijen De provincie Zuid Holland en de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard (voormalig Spijkenisse en Bernisse), Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Voorne aan Zee.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen werd in 2024 in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door wethouder B.T. Bikkers. Wethouder I.M. Somers-Gardenier is plaatsvervangend lid.
Financieel belang Voor de uitvoering van de werkzaamheden van de DCMR voor Vlaardingen wordt jaarlijks een werkplan gemaakt. De kosten bedroegen in 2024: € 2.150.495
(begroot € 2.150.365)
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2024 Per 31-12-2024
Eigen vermogen 4.410 7.341
Vreemd vermogen 21.270 16.565
Resultaat 607 3.517
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
GGD Rotterdam- Rijnmond
Vestigingsplaats Rotterdam
Relatie met programma Sociaal Domein
Openbaar belang en visie Het op een proactieve wijze beschermen, bewaken en bevorderen van de gezondheid van inwoners in het bedieningsgebied van de GR GGD-RR. Gezondheid wordt gedefinieerd als een toestand van compleet fysiek, mentaal en sociaal welbevinden en is niet alleen van toepassing op de afwezigheid van ziekte of een handicap. De GR GGD Rotterdam-Rijnmond is primair verantwoordelijk voor de uitvoering van de wettelijk basistaken volgens de Wet Publieke Gezondheid. Operationeel uitvoerder is de GGD Rotterdam-Rijnmond (onderdeel van het concern Rotterdam).
Betrokken partijen De GR GGD Rotterdam-Rijnmond is een samenwerkingsverband van de volgende gemeenten: Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Goeree Overflakkee, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Voorne aan Zee.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Bestuur vertegenwoordigd door wethouder A. Proos. Wethouder J.J. Silos – Knaap is plaatsvervangend lid.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2024: € 773.355
(begroot € 807.592)
Financiële positie De GGD-RR heeft geen eigen of vreemd vermogen. De gemeenschappelijke regeling van de GGD-RR heeft geen balans en andere financiële staten om in de begroting (en jaarverslag) op te nemen aangezien de GGD-RR onderdeel uitmaakt van de gemeente Rotterdam.
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
ROG Plus NWN
Vestigingsplaats Maassluis
Relatie met programma Sociaal Domein
Openbaar belang en visie Het bieden van maatwerkvoorzieningen ter bevordering, behoud of compensatie van zelfredzaamheid en ter ondersteuning van participatie aan ingezetenen van de gemeente die daartoe op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit hun sociale netwerk niet of onvoldoende in staat zijn. De maatwerkvoorzieningen richten zich ook op de ondersteuning van mantelzorgers. Artikel 2.3.5, lid 3 van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 legt het college daarbij de plicht op om, na onderzoek, een maatwerkvoorziening te bieden die een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid en participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven.
Betrokken partijen De gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Bestuur vertegenwoordigd door wethouder J.J. Silos – Knaap en werd vertegenwoordigd door wethouder B. Bikkers.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2024 € 69.514.813
(begroot € 63.537.400).
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2024 Per 31-12-2024
Eigen vermogen 0 0
Vreemdvermogen 10.964 8.822
Resultaat 0 0
Risico’s De financiële ontwikkeling van de gemeentelijke bijdrage blijft een aandachtspunt
Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond
Vestigingsplaats Rotterdam
Relatie met programma Sociaal Domein
Openbaar belang en visie Het uitvoeren van de bovenlokale taken door middel van: a. Het contracteren en/of subsidiëren van aanbieders van jeugdhulp en uitvoerders jeugdreclassering en jeugdbeschermingsmaatregelen in het kader van de Jeugdwet; b. Het organiseren van een advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling; c. Het bevorderen van gezamenlijk overleg van de gemeenten voor de uitvoering van de jeugdhulptaken, die in de Jeugdwet aan de gemeenten zijn opgedragen. Deze taken zijn bovenlokaal, dat wil zeggen aanvullend en in aansluiting op het lokale aanbod.
Betrokken partijen De gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Nissewaard, Vlaardingen en Voorne aan Zee.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Bestuur vertegenwoordigd door wethouder J.J. Silos – Knaap.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2024: € 6.253.000
(begroot € 6.227.000)
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2024 Per 31-12-2024
Eigen vermogen 0
Vreemdvermogen 7.974 6.303
Resultaat 0
Risico’s De financiële ontwikkeling als gevolg van de resultaatgerichte financiering blijft een aandachtspunt.
Stroomopwaarts MVS
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Sociaal Domein
Openbaar belang en visie De gemeenschappelijke regeling is ingesteld ter behartiging van het belang van een kwalitatief hoogwaardige en doelmatige uitvoering van de taken en bevoegdheden van de deelnemers op het gebied van het sociaal domein. Meer in bijzonder de uitvoering van de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening (werkloze werknemers en gewezen zelfstandigen), de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (art. 1.13). Vanaf 1 januari 2022 voert Stroomopwaarts eveneens de Nieuwe Wet Inburgering uit.
Betrokken partijen De gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen wordt in het Bestuur vertegenwoordigd door wethouders A. Proos en werd vertegenwoordigd door B.T. Bikkers.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2024 € 74.266.000
(begroot € 73.670.000)
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2024 Per 31-12-2024
Eigen vermogen 4.595 6.331
Vreemdvermogen 26.168 12.366
Resultaat 2.212 2.051
Risico’s De financiële ontwikkeling van de gemeentelijke bijdrage en kosten huisvesting SOW blijven aandachtspunten
Regionale Belasting Groep
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Financiën
Openbaar belang en visie Het heffen en invorderen van de gemeentelijke belastingen en heffingen en het uitvoeren van de werkzaamheden in het kader van de Wet Waardering onroerende zaken.
Betrokken partijen Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard, Hoogheemraadschap Delfland, gemeente Delft, gemeente Schiedam, gemeente Vlaardingen.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen werd in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door wethouder B.T. Bikkers.
Financieel belang Deelnemersbijdrage 2024 € 1.443.000
(begroot € 1.443.000)
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2024 Per 31-12-2024
Eigen vermogen 2.786 2.307
Vreemd vermogen 4.269 2.140
Resultaat 1.010 1.002
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
Intergemeentelijke Reiniging-, Afvalinzameling- en Dienstverlening Organisatie (IRADO)
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Groen en Miilieu
Openbaar belang en visie Het in opdracht van de gemeente Vlaardingen uitvoeren van het inzamelen en afvoeren van huishoudelijk afval en op basis hiervan adviseren en rapporteren.
Betrokken partijen Gemeenten Vlaardingen, Schiedam en Capelle a/d IJssel zijn ieder voor 1/3 aandeelhouder.
Bestuurlijk belang De Raad van Commissarissen bestaat uit externe commissarissen: de heer B.K.A van Rijsbergen (voorzitter), mw. M.M.C. Lansbergen-Kerklaan (plv vooorzitter) en de heer H.G.M. Mogezomp. Wethouder I.M. Somers-Gardeniers bekleedt namens de gemeente Vlaardingen de rol van opdrachtgever. Wethouder B. T. Bikkers bekleedde namens de gemeente Vlaardingen de rol van aandeelhouder.
Financieel belang De deelneming staat voor € 1.196.000,- op de balans van de gemeente Vlaardingen.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2024 Per 31-12-2024
Eigen vermogen 18.590 n.b.
Vreemdvermogen 23.017 n.b.
Resultaat 141 n.b.
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
Waterbedrijf Evides
Vestigingsplaats Rotterdam
Relatie met programma Groen en Miilieu
Openbaar belang en visie Met de deelneming wordt beoogd invloed uit te oefenen op het beleid van watervoorziening en tariefstelling. Door een aantal fusies is de invloed van de gemeente de afgelopen jaren sterk afgenomen. De gemeente heeft op dit moment nog 1,8% van het totale aandelenpakket in bezit.
Betrokken partijen De aandelen van Waterbedrijf Evides zijn voor 50% in handen van de vroegere aandeelhouders van Delta Waterbedrijf en voor de andere 50% in handen van de vroegere aandeelhouders van Waterbedrijf Europoort. De laatste groep bestaat uit 24 gemeenten uit deze regio, waaronder de gemeente Vlaardingen.
Bestuurlijk belang De gemeente heeft stemrecht in de algemene vergadering van aandeelhouders. De gemeente Vlaardingen werd hierin vertegenwoordigd door wethouder B. T. Bikkers.
Financieel belang De deelneming staat voor € 245.041,- op de balans van de gemeente Vlaardingen.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2024 Per 31-12-2024
Eigen vermogen 593.300 631.500
Vreemdvermogen 877.000 878.600
Resultaat 31.200 53.300
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
Bank Nederlandse Gemeenten
Vestigingsplaats Den Haag
Relatie met programma Financiën
Openbaar belang en visie De Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) stelt zich ten doel gemeenten en andere decentrale overheden te ondersteunen bij hun maatschappelijke activiteiten middels het aanbieden van tal van bancaire diensten. Onze gemeente levert door haar deelneming een bijdrage hieraan.
Betrokken partijen De aandelen van de Bank Nederlandse Gemeenten zijn voor 50% in handen van het Rijk en voor de resterende 50% in handen van gemeenten. Onze gemeente heeft een belang van 0,36% in de bank.
Bestuurlijk belang De gemeente heeft stemrecht in de algemene vergadering van aandeelhouders. De gemeente Vlaardingen werd hierin vertegenwoordigd door wethouder B. T. Bikkers.
Financieel belang De deelneming staat voor € 33.807 op de balans van de gemeente Vlaardingen.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2024 Per 31-12-2024
Eigen vermogen 4.721 4.777
Vreemdvermogen 110.819 123.614
Resultaat 254 294
Risico’s Momenteel zijn er geen substantiële risico’s met betrekking tot deze verbonden partij.
Stadsherstel Maassteden
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Financiën
Openbaar belang en visie Opknappen en behouden van gebouwd erfgoed in Vlaardingen, Maassluis en Schiedam.
Betrokken partijen Het Fonds Schiedam Vlaardingen e.o., de gemeenten Schiedam, Vlaardingen en Maassluis zijn sinds januari 2018 aandeelhouders.
Bestuurlijk belang De gemeente Vlaardingen werd hierin vertegenwoordigd door wethouder B. T. Bikkers.
Financieel belang De deelneming staat voor € 100.000 op de balans van de gemeente Vlaardingen.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2024 Per 31-12-2024
Eigen vermogen 3.998 6.143
Vreemdvermogen 1.137 1.245
Resultaat -327 -227
Risico’s Geen
Coöperatief beheer groengebieden Midden-Delfland
Vestigingsplaats Schiedam
Relatie met programma Sport en recreatie
Openbaar belang en visie De coöperatie stelt zich ten doel de leden te faciliteren in de doelmatige en rechtmatige uitvoering van beheer- en onderhoudstaken ter zake van groengebieden in Midden-Delfland en al hetgeen met het vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.
Betrokken partijen De gemeenten Delft , Midden-Delfland, Maassluis, Schiedam, Vlaardingen en Westland.
Bestuurlijk belang Wethouder L. van Kalken is door het college van B&W benoemd als lid van de algemene deelnemersvergadering.
Financieel belang De bijdrage van de gemeente Vlaardingen aan het CBG bedraagt € 573.354 per jaar.
Financiële positie Bedragen x € 1.000 Per 01-01-2024 Per 31-12-2024
Eigen vermogen 4.752 6.678
Vreemdvermogen 3.406 1.759
Resultaat 208 238
Risico’s Geen

Paragraaf Wet open Overheid

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Wet open Overheid - Inleiding

Aanleiding
Per 1 mei 2022 is de nieuwe Wet open overheid (Woo) in werking getreden, die de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) vervangt. Het grote verschil tussen de Woo en de Wob betreft de actieve openbaarmaking van documenten behorende tot 11 informatiecategorieën. Deze verplichting wordt stapsgewijs, in tranches ingevoerd. De verwachting is dat de volledige implementatie van de Woo tot in elk geval eind 2026 zal duren.
 
Acties 2024
In november 2024 werd de eerste tranche bij Koninklijk Besluit verplicht gesteld; onze gemeente voldeed per die datum aan de verplichting door het actief publiceren van de in deze tranche genoemde informatiecategorieën.
Vooruitlopend op de wettelijke verplichtingen van de tweede tranche hebben we onder meer het proces 'Afhandelen klachtoordelen' gereed gemaakt voor publicatie. Dat doen we door nauw samen te werken met het project Zaakgericht werken, waardoor we Woo-by-design in de inrichting van zaaktypen mee kunnen nemen. Met Woo-by-design bedoelen we dat  systemen en processen zó worden ngericht dat automatisch aan de Woo voldaan wordt.

Daarnaast zijn er verkenningen uitgevoerd voor een nieuwe anonimiseringstool (nodig gezien het groeiend aantal documenten dat we openbaar maken én het feit dat de huidige tool onvoldoende functionaliteit biedt) en een publicatieplatform, waarop we op termijn álle Woo-plichtige documenten gaan publiceren. Beide voorzieningen zullen in 2025 in gebruik worden genomen.

We hebben ook de aansluiting op de landelijke Woo-index gerealiseerd; deze index maakt het mogelijk om op een landelijke website openbare documenten van álle Nederlandse overheidsorganisatie op te vragen.

Tot slot hebben we een informatie-architectuur opgesteld die, in samenhang met andere grote projecten op het gebied van de informatiehuishouding (MyLex, MS365, eDepot, Zaakgericht werken), bijdraagt aan verbeterde vindbaarheid en kwaliteit van documenten en daarmee ook het, zoveel mogelijk geautomatiseerde, anonimiseren en publiceren mogelijk maakt.

Stadsprogramma's

Zorgzaam Vlaardingen

Inleiding

Terug naar navigatie - Zorgzaam Vlaardingen - Inleiding

'Een hoopvolle toekomst in een stad waar wordt omgezien naar jou'

Iedereen die hulp nodig heeft, moet die tijdig kunnen krijgen. We willen er zijn als iemand hulp nodig heeft, zorgen voor kwalitatief goede zorg, meer ruimte voor maatwerk geven en de menselijke maat het uitgangspunt laten zijn. Dit is ook de basisgedachte achter de door ons ingezette transformatie van het sociaal domein. 

We geloven erin dat de beste manier om problemen aan te pakken is om ze te voorkomen. Preventief handelen kan op allerlei gebieden. Armoede kan leiden tot veel zorgen en is daarom een speerpunt in de aanpak. Zonder huis, baan, opleiding, voldoende mogelijkheden om te bewegen en een stabiel thuisfront is het moeilijk om jezelf te ontwikkelen. Daarom werken we in onze preventieve aanpak aan deze basisvoorwaarden. 

  1. Financiën op orde: Een goede baan helpt om je financiën op orde te houden. Daar zetten wij stevig op in. Via het Schuldenlab werken we in de regio aan het voorkomen van (grotere) financiële problemen, onder andere door middel van de doorbraakmethode. Om het bestaande armoedebeleid een impuls te geven, onderzoeken we de mogelijkheden van het Jongerenperspectieffonds.
  2. Jongeren & financiën: Op jonge leeftijd moet je vaak nog leren omgaan met financiën. Om jongeren te helpen die dat nog niet goed onder de knie hebben, maken we een aanpak voor vroegsignalering van financiële problemen onder jongeren. Wij zoeken hen op bij school, maar zeker ook bij de vrijetijdsbesteding zoals sportverenigingen.
  3. Samen met woningcorporaties: We werken via de prestatieafspraken samen met de woningcorporaties om armoede, schulden en laaggeletterdheid aan te pakken.
  4. Dak- en thuislozen: We hebben specifiek aandacht voor dak- en thuislozen en zetten alles op alles om dak- en thuisloosheid bij jongeren te voorkomen. We onderzoeken daarvoor de mogelijkheden van housing first.
  5. Preventieakkoord: We maken met onze partners in de stad een preventieakkoord en voeren die samen met het sportakkoord voortvarend uit. De JOGG-aanpak wordt hier onderdeel van. We starten een pilot gebaseerd op het IJslands preventiemodel.
  6. Sport en beweging: Iedere Vlaardinger moet zich kunnen uitleven via sport- of andere bewegingsmogelijkheden, ongeacht inkomen, leeftijd of een beperking. We zetten daarop in door het aantal buurtsportcoaches bij VIB uit te breiden en bewegen in de buitenruimte te stimuleren.
  7. Scheiden zonder schade: Niemand zit te wachten op een vechtscheiding. De gevolgen daarvan hebben invloed op alle betrokkenen. We zien dat er daardoor meer wordt gevraagd van de jeugdzorg en WMO. Wij proberen daarom, samen met professionals uit het veld, om tijdig hulp te bieden en zo een scheiding zonder schade mogelijk te maken. Zo voorkomen we leed en kosten.
  8. Aanpak laaggeletterdheid: In de strijd tegen laaggeletterdheid zoeken we nieuwe partners voor het Bondgenootschap Basisvaardigheden. 
  9. Sterk wijknetwerk: We blijven ons inzetten om het wijknetwerk te versterken. In het wijknetwerk krijgt de samenwerking tussen formele, informele zorg en ondersteuning, en andere partijen nog beter gestalte. Hierdoor kunnen partijen problemen eerder signaleren en eerste ondersteuning bieden bij lichte problematiek. Bovendien draagt het wijknetwerk bij aan meer sociale cohesie.
  10. De inwoner voorop: We blijven werken aan de transformatie van het sociaal domein zoals geschetst in ‘De inwoner voorop’. We kijken naar effectief bewezen en goed onderbouwde aanpakken en maken een slag naar meer datagestuurd werken. 

Voor Stadsprogramma Zorgzaam Vlaardingen hebben we drie focuspunten benoemd:

  1. Armoede
  2. Gezondheid
  3. Sport en Bewegen

Daarnaast zetten we een aantal acties in die overkoepelend zijn aan deze focuspunten. Tot slot hangt dit Stadsprogramma ook samen met de door ons ingezette transformatie van het sociaal domein. De acties die daarbij horen vallen echter onder ambitie 18 binnen het Programma Sociaal Domein.

Ambities

Terug naar navigatie - Zorgzaam Vlaardingen - Ambities

Overkoepelend

Terug naar navigatie - Zorgzaam Vlaardingen - Ambities - Overkoepelend

Sommige acties binnen Zorgzaam Vlaardingen richten zich op meerdere focuspunten of op het bredere sociaal domein. Deze staan hieronder beschreven.

Acties

Armoede

Terug naar navigatie - Zorgzaam Vlaardingen - Ambities - Armoede

Inwoners begeleiden naar (beter) betaald werk, zodat er minder mensen onnodig langs de kant staan. Voorkomen van (grote) financiële problemen en ervoor zorgen dat mensen met schulden hun leven zo snel mogelijk weer zonder onnodige onzekerheden en druk kunnen oppakken. Aandacht hebben voor de relatie tussen armoede en schulden en het hebben van te weinig basisvaardigheden. Daarop zetten we in om armoede en schulden duurzaam aan te pakken.

Acties

Gezondheid

Terug naar navigatie - Zorgzaam Vlaardingen - Ambities - Gezondheid

Een goede gezondheid is een van de ingrediënten van een gelukkig leven. De gemeente Vlaardingen wil daarom investeren in een betere gezondheid van haar inwoners. De nieuwe lokale gezondheidsnota is gericht op de toekomst, geeft weer waar de gemeente voor staat en drukt uit wat Vlaardingen wil bereiken. Kernwaarden zijn: preventie, positieve gezondheid, werken aan achterliggende problematiek en domeinoverstijgend denken en samenwerken. 

Acties

Sport en Bewegen

Terug naar navigatie - Zorgzaam Vlaardingen - Ambities - Sport en Bewegen

Iedere Vlaardinger moet kunnen sporten of bewegen. Met name de kwetsbare groep gaan we in beweging brengen. Hiermee zetten we sport als preventief middel in om gezondheidsgerelateerde en sociale problematiek te voorkomen. Meer Vlaardingers halen de beweegnorm. Sport draagt bij aan minder verzuim en schooluitval, bestrijding van eenzaamheid en vroegsignalering van psychische, financiële en sociale problematiek. Meer Vlaardingers hebben een beweegvriendelijke leefomgeving.

Acties

Financiële middelen

Terug naar navigatie - Zorgzaam Vlaardingen - Financiële middelen

In het Uitvoeringsplan Zorgzaam Vlaardingen dat in 2022 is opgesteld, is uitgegaan van de start van het Jongeren Perspectieffonds in 2023, met een looptijd tot en met 2025. Het JPF is echter pas in 2024 van start gegaan en kent een looptijd tot en met 2026. Hierdoor was er in 2023 budget over en komen we dit budget in 2026 tekort. Daarom is het budget bij de Jaarrekening 2023 overgeheveld naar 2024, en wordt voorgesteld dit bedrag mee te nemen naar 2025. 

Daarnaast is er in het Uitvoeringsplan in 2024 eenmalig extra budget beschikbaar gesteld. Om de initiatieven die hiermee kunnen worden opgestart iets meer te kunnen bestendigen, is het voorstel om dit incidentele budget uit te smeren over de jaren 2024, 2025 en 2026. Daartoe dient ook budget over te worden geheveld naar 2025.

Bedragen x € 1.000) Primaire begroting 2024 Begroting 2024 na wijziging Realisatie 2024 Verschil begroting - realisatie Programma
Zorgzaam Vlaardingen 643 1.064 570 494 Sociaal Domein
Totaal 643 1.064 570 494

Nieuwe Rivierzone

Inleiding

Terug naar navigatie - Nieuwe Rivierzone - Inleiding

De Rivierzone Vlaardingen is een nieuw stadsdeel gelegen aan de Nieuwe Maas. In dit nieuwe stadsdeel zullen tussen de 2450 en 3100 woningen worden gerealiseerd. Het programma bestaat uit een mix van appartementen en eengezinswoningen verschillend in grootte en in prijs, in huur en koop, met passende voorzieningen, in een groene omgeving. Een wijk voor iedereen: voor jong en ouder en waar de huidige en nieuwe Vlaardingers fijn en betaalbaar kunnen wonen.

Meerjarig programma
De Nieuwe Rivierzone is een meerjarig programma dat tussen 2022 en 2032 tot uitvoer wordt gebracht. Het betreft een samenwerkingsverband tussen diverse spelers: gemeente, ontwikkelaars, aannemers, (onderwijs)instellingen, ondernemers, bewoners en andere publieke partijen in het gebied zoals de provincie, het waterschap en het havenbedrijf.

De transformatie van haven- en industriegebied naar een stadsdeel met vooral wonen, verblijven en werken, gaat vanwege de diverse omgevingsfactoren zoals geluid, geur en verkeerstoename niet vanzelf. De drie door de gemeenteraad vastgestelde bestemmingsplannen (goed voor bijna de helft van de geplande woningen) zijn door de Raad van State onherroepelijk verklaard. Het Museumkwartier was al in 2023 onherroepelijk, vandaar dat deze ontwikkeling inmiddels gerealiseerd wordt, inclusief de indrukwekkende restauratie van de aangrenzende erfgoedpanden. 

Het Programmateam van de Rivierzone is goed bemenst en omvat professionals uit diverse disciplines. Naast de begeleiding van de diverse private (woning)bouwontwikkelingen is er volop gewerkt aan de hoogwateroplossing rond KW-haven en Buitenhaven. Ook is er gewerkt aan de schetsontwerpen met een beeldkwaliteitsplan  voor de herinrichting van de openbare ruimten. Hierbij staan groen, klimaatadaptief, duurzaam, inclusief en aantrekkelijke routes voor voetgangers en fietsers garant voor een nieuw woon- en leefklimaat. 
Het programmateam begeleidt de participatie met belanghebbenden. Voor de woningbouwontwikkelingen wordt dat uitgevoerd door de ontwikkelaars. Voor de openbare ruimten en infrastructuur organiseren we zelf participatiebijeenkomsten. Daarmee zijn bewoners en stakeholders optimaal betrokken bij de planvorming.

Om het nieuwe stadsdeel Rivierzone daadwerkelijk tot een succes te kunnen brengen hebben we in 2024 weer flinke stappen vooruit gezet.

Ambities

Terug naar navigatie - Nieuwe Rivierzone - Ambities

Realiseren woningbouw

Terug naar navigatie - Nieuwe Rivierzone - Ambities - Realiseren woningbouw

Door woningen te bouwen voor zowel starters als senioren, ontstaat er een gewenste doorstroming op de woningmarkt. 

Acties

Financiële middelen

Terug naar navigatie - Nieuwe Rivierzone - Financiële middelen

 Financiële middelen
Voor dit stadsprogramma hebben wij in onderstaande tabel opgenomen de  begrote en  de gerealiseerde bedragen over 2024.

Bedragen x € 1.000) Primaire begroting 2024 Begroting 2024 na wijziging Realisatie 2024 Verschil begroting - realisatie Programma
Nieuwe Rivierzone, incidenteel 8.200 0 -2.573 2.573 Wonen
Totaal 8.200 0 -2.573 2.573

Nieuwe Binnenstad

Inleiding

Terug naar navigatie - Nieuwe Binnenstad - Inleiding

In 2024 is er op diverse ‘sporen’ van het Programma Nieuwe Binnenstad vooruitgang geboekt, zowel in de planvorming voor de lange termijn gebiedsontwikkeling als de korte termijn ingrepen, met name om de buitenruimte te verbeteren. De additionele middelen die in 2024 zijn vrijgemaakt zijn aangewend voor onderzoeken ten behoeve van de gebiedsontwikkeling en het verbeteren van de buitenruimte in de Binnenstad.

Ambities

Terug naar navigatie - Nieuwe Binnenstad - Ambities

Bruisende Binnenstad

Terug naar navigatie - Nieuwe Binnenstad - Ambities - Bruisende Binnenstad

Het creëren van een bruisende binnenstad is een belangrijke ambitie van Programma Levendige Binnenstad. Om die ambitie te realiseren zijn we met verschillende onderwerpen aan de slag gegaan. De volgende acties uit 2024 hebben bijgedragen aan het verhogen van de beleving en verblijfskwaliteit in de binnenstad.

Acties

Bereikbare Binnenstad

Terug naar navigatie - Nieuwe Binnenstad - Ambities - Bereikbare Binnenstad

Prettig kunnen parkeren en een goede bereikbaarheid zijn belangrijke factoren bij het bezoeken van de binnenstad. Dat gaat over tarieven, uitstraling en ergens makkelijk kunnen komen. Voor de programmalijn Bereikbare Binnenstad binnen Programma Levendige Binnenstad hebben we in 2024 aan de volgende acties gewerkt:

Acties

Schone, Hele & Veilige Binnenstad

Terug naar navigatie - Nieuwe Binnenstad - Ambities - Schone, Hele & Veilige Binnenstad

Een andere belangrijke pijler is een schone, hele en veilige binnenstad. De binnenstad moet een visitekaartje zijn. Dit past in het beeld van het Koopstromenonderzoek waarin staat dat consumenten de sfeer, de beleving, de veiligheid en netheid in een centrum zeer belangrijk vinden in de totale beoordeling van een centrum. Het is belangrijk dat de binnenstad een hoge verblijfskwaliteit heeft. De buitenruimte moet aantrekkelijk ingericht zijn, een geheel vormen en passen bij de functies van het gebied. Voor de programmalijn Schone, Hele & Veilige Binnenstad betekent dit dat we in 2024 de volgende acties hebben uitgevoerd: 

Acties

Toekomstbestendige en gezonde Binnenstad

Terug naar navigatie - Nieuwe Binnenstad - Ambities - Toekomstbestendige en gezonde Binnenstad

Stevige vooruitgang boekten we op het plan voor de lange termijn ontwikkeling van de binnenstad  (vaststelling in 2025). Dit doen we niet alleen, maar in nauwe samenwerking met vastgoedeigenaren, ondernemers en met betrokkenheid van inwoners. Hierbij zetten we in op:

  • het autoluw maken van de binnenstad,
  • het toevoegen van een substantieel aantal woningen,
  • een radicale omvorming van het Liesveldviaduct naar Liesveldpark.

De plannen voor de ontwikkelingen rondom het Liesveldviaduct zijn op een participatiebijeenkomst op 27 november met ruim tweehonderd inwoners en ondernemers besproken. De participatie is daarmee in een volgende fase beland, waarin we met inwoners ook steeds vaker werkateliers zullen organiseren.

De woningbouwambitie in de binnenstad is naar boven bijgesteld. Dit primair vanwege de huidige wooncrisis. We hanteren daarbij een focus op het hogere (middel-)dure huur en koopsegment. Enerzijds in verband met de bijdrage die geleverd wordt aan maatschappelijke, culturele en commerciële voorzieningen en daarmee de kwaliteit van de binnenstad, anderzijds in verband met mogelijke (rijks-)subsidies die hoofdzakelijk gekoppeld zijn aan woningbouw.

Acties

Het activeren, meekrijgen en stimuleren van samenwerking met en tussen stakeholders in de binnenstad

Terug naar navigatie - Nieuwe Binnenstad - Ambities - Het activeren, meekrijgen en stimuleren van samenwerking met en tussen stakeholders in de binnenstad

We hebben in het kader van de herontwikkeling gesproken met diverse stakeholders. Zo spraken we gesproken met ondernemers; sommigen op wie de herontwikkeling directe invloed had en sommigen die zich goed wilden voorbereiden op de ontwikkelingen. Ook zijn gesprekken gevoerd met VvE’s, met de Coöperatie Weekmarkt en met de SSV (Stichting Stadshart Vlaardingen). 

Acties

Gave Binnenstad

Terug naar navigatie - Nieuwe Binnenstad - Ambities - Gave Binnenstad

In het afgelopen jaar zijn diverse projecten uitgevoerd om de leefbaarheid en uitstraling van de binnenstad te verbeteren. Dit gebeurde in nauwe samenwerking met bewoners, ondernemers en andere betrokken partijen.

Acties

Financiële middelen

Terug naar navigatie - Nieuwe Binnenstad - Financiële middelen

In 2024 is er op diverse ‘sporen’ van het Programma Nieuwe Binnenstad vooruitgang geboekt, zowel in de planvorming voor de lange-termijn gebiedsontwikkeling als de korte termijn ingrepen, met name om de buitenruimte te verbeteren. De additionele middelen die in 2024 zijn vrijgemaakt, zijn aangewend voor onderzoeken ten behoeve van de gebiedsontwikkeling en het verbeteren van de buitenruimte in de Binnenstad.

Per saldo is er een onderbesteding in 2024 van  € 2.430.113
Omdat naar verwachting de kosten de komende jaren flink zullen gaan oplopen, vooral door strategische aankopen en andere investeringen in de Binnenstad, is het voorstel om dit overschot ten gunste te laten komen van de begroting Programma Binnenstad de komende jaren.

Voorgesteld wordt om het resterende budget over te hevelen naar 2025.

Bedragen x € 1.000) Primaire begroting 2024 Begroting 2024 na wijziging Realisatie 2024 Verschil begroting - realisatie Programma
Binnenstad, incidenteel 3.536 3.523 1.093 2.430 Onderwijs, Economie en Haven
Totaal 3.536 3.523 1.093 2.430

Nieuwe Westwijk

Inleiding

Terug naar navigatie - Nieuwe Westwijk - Inleiding

Terugblik op 2024: Verstevigen van de basis

Het stadsprogramma de nieuwe Westwijk bestaat voornamelijk uit de uitvoering van de activiteiten van het programma onder regie van het programmabureau en verantwoordelijkheid van de stuurgroep. Als gemeente leverden we hier  in 2024 een financiële bijdrage voor. Het afgelopen jaar verstevigden we de basis voor het nationaal programma in de Westwijk.

In augustus 2024 is de programmadirecteur in goed overleg weggegaan. Deze functie kon gelukkig direct waarnemend overgenomen worden, zodat de werkzaamheden in volle vaart verder konden.

Onze gemeente vervult binnen dit kader belangrijke functies:

  • Juridische Basis: Zorgt voor een betrouwbare juridische onderbouwing van initiatieven.
  • Personeelsbeleid: Trekt en behoudt cruciale professionals voor projectrealisatie.
  • Financieel Beheer: Waakt over zorgvuldig beheer en verantwoording van middelen.
  • Samenwerking: Bevordert de samenwerking voor maximale programma-impact.

 Gerealiseerde programma-activiteiten:

  1. Het kind:

Het afgelopen jaar hebben we samen met de drie IKC’s in de wijk verder gewerkt aan uitvoering en organisatie van de programma-activiteiten rondom het kind. Enkele hoogtepunten die hierin te benoemen zijn:

  • Schoolmaatschappelijk werker: Elk IKC heeft beschikking over een schoolmaatschappelijk werker + (voor het gezin) en een jeugdprofessional op school. Zo organiseerden we laagdrempelig toegang tot het veld van ondersteuning, preventie en zorg.
  • Naschools programma: Met behulp van het Fonds Schiedam Vlaardingen en omgeving is het naschools programma structureel ingezet op de drie IKC’s. Eveneens dienden de scholen een succesvolle aanvraag in voor financiering bij het ministerie van Onderwijs en Wetenschap voor continuering van dit programma.
  • PIT-team: Inzet van het PIT-team (het Preventie Interventieteam) voor gezinsgerichte problematiek. Toeleiding vindt plaats vanuit het basisonderwijs.
  • Level up: Opening van het talentstagehuis Level up.

 

  1. De ouders:

Enkele hoogtepunten rondom de programmering voor ouders en gezinnen zijn:

  • Bibliotheek/Ontmoetingsplek: In november 2024 is een nieuwe vestiging van een bibliotheek geopend in de Westwijk. Gecombineerd met de veiligheidspost en het bedrijf Soccoco (leerwerkbedrijf voor horeca) is er hiermee een nieuwe ontmoetingsplek voor inwoners aan de noordkant van de Westwijk.
  • Energiefixers: In de zomermaanden zijn 1200 huishoudens bezocht in de Westwijk. Aan die 1200 huishoudens is hulp van de gemeentelijke energiefixers en hulp bij het invullen van toeslagen aangeboden.

 

  1. Werk en opleiding

In 2024 zijn we gestart met het onderdeel werk. In het eerste half jaar hebben we de volgende interventie georganiseerd:

  • Banenmarkt: We organiseerden een banenmarkt voor 200 werkzoekende in de wijk. Hier waren ondernemers, overheid en organisaties op het gebied van sollicitatiehulp aanwezig om de bezoekers op weg te helpen.

 

  1. Veiligheid

Enkele hoogtepunten rondom de programmering van veiligheid :

  • Veiligheidspost: In de nieuwe vestiging van de bibliotheek is een veiligheidspost waar politie, toezicht en handhaving gezamenlijk briefings kunnen doen, spreekuur kunnen houden. Kortom een lokale uitvalsbasis in de Westwijk.
  • Extra inzet toezichthouders: In het voorjaar zijn twee toezichthouders gestart. Zij zijn met recht de oren en ogen in de wijk. Door dagelijks met inwoners in gesprek te gaan, meldingen op te lossen en aanspreekbaar te zijn, wordt de wijk schoner en neemt het vertrouwen van inwoners toe.
  • Preventie met Gezag: Het Rijksprogramma Preventie met Gezag is uitgerold. Dit is een programma dat bijdraagt aan het voorkomen dat kinderen en jongeren van 8 tot en met 27 jaar in aanraking komen met ondermijnende criminaliteit of daarin doorgroeien.

 

  1. Leefbaarheid

Enkele hoogtepunten rondom de programmering van leefbaarheid:

  • Wijkambassadeurs: In 2024 is gestart met het sociaal kapitaal en sociale cohesie in de wijk. Inmiddels hebben we vanuit de inwoners 26 wijkambassadeurs gevonden die letterlijk de oren en ogen van de wijk vormen. Zij ondersteunen met vrijwillige activiteiten maar vullen ook een belangrijke rol in het signaleren van wat er in de wijk gebeurt.
  • 'Rotterdamwet': De corporatie, gemeente en het programmabureau hebben in 2024 gesproken over de invoering van de Rotterdamwet. Dit heeft in begin 2025 geleid tot het raadsvoorstel aan uw raad.

 

Subsidies

Verder vroegen we met succes de volgende subsidies aan:

  • WBI: Voor het onderdeel Wonen is een succesvolle aanvraag WBI (Woningbouw Impuls) gedaan voor de Westwijk.
  • Fonds Volkshuisvesting: Eveneens is door de gemeente een aanvraag Fonds Volkshuisvesting voor de particuliere woonvoorraad ingediend. Ook deze aanvraag is gehonoreerd. Daarmee vormt de bijdrage van het Rijk een belangrijk vliegwiel voor de woningbouwontwikkeling in de wijk.

 

Reflectie en Toekomstvisie

Vooruitkijkend blijven we ons inzetten voor het verwezenlijken van onze ambities binnen het sociaal domein van de Nieuwe Westwijk. Met de komst van een nieuwe programmadirecteur zullen we verder werken aan een samenwerking die in dienst staat van de inwoners van de Westwijk. Door samen te werken, innovatieve oplossingen te omarmen, en onze gemeenschap centraal te stellen, zijn we ervan overtuigd dat we de fundamenten voor een nog sterkere en veerkrachtigere Westwijk zullen leggen.

Voor de volledige activiteiten verwijzen we u naar het jaarverslag Wij de Westwijk 2024.

Financiële middelen

Terug naar navigatie - Nieuwe Westwijk - Financiële middelen

Voor dit stadsprogramma staat in onderstaande tabel opgenomen welke bedragen in 2024 zijn begroot en welke bedragen in 2024 gerealiseerd zijn.

Bedragen x € 1.000) Primaire begroting 2024 Begroting 2024 na wijziging Realisatie 2024 Verschil begroting - realisatie Programma
Nieuwe Westwijk 550 1.218 1.273 -55 Sociaal Domein
Bijdragen partners -100 -100 -100 0 Sociaal Domein
Inkomsten- subsidies 0 -668 -680 13 Sociaal Domein
Totaal 450 450 493 -43

Nieuwe Energie

Inleiding

Terug naar navigatie - Nieuwe Energie - Inleiding

'Een stad die minder afhankelijk is van fossiele energiebronnen'

Een stad die in zijn energie en warmte voorziet door middel van duurzame bronnen, aan dat toekomstbeeld werkten we ook in 2024. Een omslag die we alleen kunnen maken, als we dat samen doen. We hebben in 2024 in samenspraak met de gemeenteraad, inwoners, organisaties en bedrijven gewerkt aan concrete stappen in de energie- en warmtetransitie en energiebesparing. Daarbij hanteerden we als uitgangspunt dat de gemeente haar eigen verantwoordelijkheid moet nemen en dat we anderen stimuleren om dat ook te doen. Degenen voor wie dat een uitdaging is door onvoldoende eigen middelen, die helpen we. Zo werken we niet alleen aan stappenrichting een duurzamere toekomst, maar zo blijft ook de energierekening betaalbaar voor iedereen. 

In 2024 boekten we de volgende resultaten op onze vier focuspunten:

  1. Stadsbrede energiebesparing:  In 2024 gingen we aan de slag met de aanpak van energiearmoede en met collectieve inkoop. Daarnaast zijn er woningscans uitgevoerd om 10 huizen aardgasvrij te krijgen. De eersten hiervan zijn inmiddels aardgasvrij. Deze proef hebben we uitgebreid van 10 huizen naar 10 straten. In deze straten zijn we in 2024 gestart met woningscans. De Lokale Aanpak Isolatie (LAI) heeft vertraging opgelopen,  maar hiermee starten we in 2025.
  2. Uitvoeren drie aardgasvrije wijken:  In 2024 werd hard gewerkt aan de eerste aardgasvrije wijk. De ervaringen die we opdoen, leren ons dat het aantal van 3 wijken op korte termijn niet realistisch is. We hebben nu de focus gelegd op het aardgasvrij maken van de Drevenbuurt. Hier zijn in 2024 de nodige stappen gezet. Op dit moment doen we een onderzoek naar de haalbaarheid van een bronnet. Om dit  succesvol te kunnen implementeren hebben we ook meer duidelijkheid nodig over de landelijke Wet Collectieve Warmtevoorziening. Verder hebben we met beide woningbouwcorporaties nieuwe ambitieuze prestatieafspraken gemaakt om gezamenlijk tot een integrale aanpak van de energietransitie te komen.
  3. Gemeentelijk vastgoed verduurzamen: De verduurzaming van ons vastgoed is in voorbereiding. De projecten die voor 2024 en 2025 op de planning stonden, worden in 2025 verduurzaamd.
  4. Realiseren meer hernieuwbare energie (zon, wind, duurzame warmte):  Het realiseren van meer hernieuwbare energie loopt op schema. Er zijn nog twee windmolens bij de Blankenburgverbinding in voorbereiding   

Daarnaast hebben we in  2024 een monitor opgeleverd voor het stadsprogramma Nieuwe Energie. Deze staat vol met indicatoren waarmee we kunnen volgen hoe we voortgang maken bij het bereiken van onze doelen. De monitor is hier te raadplegen. 

Ambities

Terug naar navigatie - Nieuwe Energie - Ambities

20% energie besparen in 2030 t.o.v. 2014

Terug naar navigatie - Nieuwe Energie - Ambities - 20% energie besparen in 2030 t.o.v. 2014

Acties

Verlagen van de energierekening (voorkomen en verminderen armoede)

Terug naar navigatie - Nieuwe Energie - Ambities - Verlagen van de energierekening (voorkomen en verminderen armoede)

We zetten energiecoaches in om de doelgroep te helpen met eenvoudige en relatief goedkope maatregelen die leiden tot een lagere energierekening.

Acties

Drie buurten aardgasvrij in 2032

Terug naar navigatie - Nieuwe Energie - Ambities - Drie buurten aardgasvrij in 2032

Drie buurten lijkt te ambitieus. Op dit moment ligt de focus op de Drevenbuurt. Voor de Hoofdstedenbuurt zijn afspraken gemaakt  met de woningcorporaties in het kader van de prestatieafspraken. Een vervolg hiervan is afhankelijk van de vaststelling van de Wcw (Wet collectieve warmte). Afhankelijk van de lessen die we leren en de kansen die zich voordoen, geven we invulling aan de het nieuwe Warmtestrategie.

 

Acties

40% benutbaar dakoppervlak met zonnepanelen in 2030

Terug naar navigatie - Nieuwe Energie - Ambities - 40% benutbaar dakoppervlak met zonnepanelen in 2030

In 2024 steeg het aantal zonnepanelen in Vlaardingen. In 2025 wordt een indicator aan de monitor toegevoegd waarmee we ook het benutbaar dakoppervlak kunnen monitoren. Zowel de in 2024 vastgestelde prestatieafspraken met de woningcorporaties als de verduurzaming van bedrijventerreinen gaan hier nog een positieve bijdrage aanleveren. In 2024 is subsidie veiliggesteld bij de MRDH.  

Acties

Financiële middelen

Terug naar navigatie - Nieuwe Energie - Financiële middelen

Het LAI programma (Lokale Aanpak Isolatie), eerste tranche, voorziet in het verduurzamen van 667 woningen. Hier zijn door de gemeenteraad aanvullende middelen beschikbaar gesteld. Als gevolg van extra stappen in de aanbesteding start de uitvoering van de eerste tranche van de LAI pas in 2025. De kosten worden in 2025 en 2026 gemaakt.  Daarnaast is er voor het stadsprogramma Nieuwe Energie € 1.000.000 per jaar beschikbaar gesteld. De grootste uitdaging binnen het stadsprogramma is het aardgasvrij maken van wijken door de aanleg van collectieve warmtevoorzieningen. De voorbereidingen hiervan lopen langer dan de huidige collegeperiode; er is sprake van een voorbereiding van meerdere jaren. Voor het definitief kunnen vast stellen van businesscases moet de WCW (Wet collectieve warmte) door de Rijksoverheid zijn vastgesteld.  Daarom wordt voorgesteld om de middelen die zijn gereserveerd voor het stadprogramma Nieuwe Energie voor 2024 over te hevelen naar 2025. Het voorstel is om deze middelen in een bestemmingsreserve energietransitie te stoppen. Dit doet recht aan het doel. Het aardgasvrij maken van de eerste wijken kent een vertraging doordat wetgeving nog niet vastgesteld is. Door de middelen in een bestemmingsreserve te stoppen blijven we als gemeente in staat om het proces van voorbereiding en onderzoeken te faciliteren en daarnaast een bijdrage of co-financiering te leveren voor subsidies die landelijk beschikbaar komen. In totaal gaat het om een bedrag van € 2.641.017,- dat in de reserve wordt gestort.

Bedragen x € 1.000) Primaire begroting 2024 Begroting 2024 na wijziging Realisatie 2024 Verschil begroting - realisatie Programma
Nieuwe Energie 2.025 5.386 2.695 2.692 Groen en Milieu
Inkomsten-subsidies 0 -1.680 -2.115 434 Groen en Milieu
Totaal 2.025 3.706 580 3.126

Veilig Vlaardingen

Inleiding

Terug naar navigatie - Veilig Vlaardingen - Inleiding

In 2024 zette de gemeente Vlaardingen zich actief in om de veiligheid en leefbaarheid in de stad te verbeteren. Dit sluit direct aan bij de doelstelling uit de begroting om een veilige stad te realiseren waar iedereen zich vrij kan bewegen. We richtten ons op intensievere handhaving en versterkte samenwerking. Ook hadden we nog meer aandacht voor preventie.

Preventie
We zette in 2024 sterk in op preventie en bewustwording. Dit sluit aan bij de ambitie uit de begroting om veiligheid te verbeteren door criminaliteit te voorkomen. 

  • Voorlichtingscampagnes: Voorlichtingscampagnes over wapens, digitale veiligheid en babbeltrucs bereikten een breed publiek via sociale media, brieven, informatieavonden, bezoek aan scholen en flyers.
  • Camera's: We plaatsten een extra camera op het Schoutplein en hebben daarnaast een mobiele camera-unit flexibel ingezet op de kwetsbaarste gebieden. Dit heeft niet alleen een preventieve werking gehad, maar droeg ook bij aan snellere actie bij verdachte situaties. Dit sluit aan bij de doelstelling om in specifieke gevallen veiligheidscamera’s te plaatsen. Hoewel we het cameranetwerk graag willen uitbreiden, kunnen we door capaciteitsgebrek geen extra camera’s direct aansluiten op het uitkijkcentrum van de politie. Eind 2024 werd bekend dat een nieuw uitkijkcentrum wordt gebouwd om de capaciteit te vergroten. Dit heeft echter tot gevolg dat de uitkijkkosten per camera vier tot vijf keer duurder worden. We zijn daarom een haalbaarheidsonderzoek gestart naar een lokale oplossing, samen met de gemeenten Maassluis en Schiedam. De resultaten van dit onderzoek verwachten we in april 2025.

Controle en handhaving
Ook voerden we in 2024 verbeteringen door in controle en handhaving:

  • Kwaliteit team boa's: De kwaliteit van het team van buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) is verbeterd en zij zijn beter toegerust voor hun taken. Door extra trainingen en nieuwe uitrusting konden zij effectiever optreden tegen overlast en overtredingen. Dit draagt bij aan de begrotingsdoelstelling om de effectiviteit van handhavers te vergroten.
  • Inzet drone: Om de controles van het interventieteam nog effectiever te maken, startten we in samenwerking met de politie een pilot met de inzet van een drone. De drone kan bijvoorbeeld een warmtescan uitvoeren bij panden met een vermoeden van een hennepkwekerij. Ook kan de drone observaties doen op afgesloten terreinen. Hoewel er budget was gereserveerd voor de inzet van een drone, bleek dat de aanschaf op dit moment nog niet effectief is. Momenteel mogen we tijdelijk kosteloos gebruikmaken van de drones van de politie om ervaring op te doen. Om de inzet in de toekomst structureel te waarborgen, richten we in 2025 een samenwerkingsverband op tussen de hulpdiensten en de gemeente. In dit verband sluiten we een dienstverleningsovereenkomst waarin we de kosten van een drone kunnen delen.

Stadsmarinier
Een ander belangrijk instrument was het werkbudget van de stadsmarinier. De inzet van de stadsmarinier sluit direct aan bij de begrotingsdoelstelling om hardnekkige veiligheidsproblematiek aan te pakken. Met dit budget konden we snel en doeltreffend inspelen op veiligheidsproblemen. In 2024 pakte de stadsmarinier tien locaties in de stad aan. Locaties die varieerden van leegstand tot locaties waar het sociaal onveilig voelde. Zo zette hij bijvoorbeeld in het Mendelssohnpark een set maatregelen in tegen overlast van rondhangende jongeren en daklozen. Door het snoeien van groen, het schoonmaken van de vijver en het park, het versterken en aanpassen van de verlichting en gerichte handhaving verbeterde de sociale veiligheid. De afname van meldingen bevestigt het effect van deze aanpak.

Woningvervuiling
Tot slot besteedden we extra aandacht aan spoedontruimingen van ernstig vervuilde woningen en situaties van hoarding (verzamelwoede). Dit draagt bij aan de bredere doelstelling van een veilige en leefbare woonomgeving. Omdat deze problematiek toeneemt, hebben we structureel budget gereserveerd om maximaal twee spoedontruimingen per jaar te kunnen uitvoeren. Tegelijkertijd werken we aan nieuw beleid rond woningvervuiling.

Financiële middelen

Terug naar navigatie - Veilig Vlaardingen - Financiële middelen

In het stadsprogramma Veilig Vlaardingen is de versteviging van de aanpak ondermijning een belangrijke prioriteit. Een van de beoogde investeringen binnen dit programma betrof de aanschaf van een drone, waarmee integrale controles op ondermijning efficiënter en effectiever kunnen worden uitgevoerd. In 2024 gebleken dat de aanschaf op dit moment nog niet effectief is, wat heeft geleid tot een voordeel op de lasten van € 33.270,- welke wordt voorgesteld over te hevelen naar 2025. De verwachting is dat het budget voor de drone-inzet in 2025 op een verantwoorde en structurele manier worden ingezet in samenwerking met de hulpdiensten. 

Bedragen x € 1.000) Primaire begroting 2024 Begroting 2024 na wijziging Realisatie 2024 Verschil begroting - realisatie Programma
Veilig Vlaardingen 300 300 267 33 Veiligheid en Handhaving
Totaal 300 300 267 33

Groen Vlaardingen

Inleiding

Terug naar navigatie - Groen Vlaardingen - Inleiding

Het Vlaardingse groen geeft onze stad een gouden randje: Groen draagt bij aan welzijn, gezondheid, verkoeling, luchtkwaliteit en klimaatadaptatie. Daarom versterken we bestaand groen, leggen we nieuw groen aan en verbinden we groene gebieden met elkaar.

Om meer impact te kunnen maken, werken we nauw samen met ander stadsprogramma’s, zoals: Leefbaar Vlaardingen (voor een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving), Nieuwe Binnenstad (waar vergroening bijdraagt aan een levendige en klimaatbestendig stadshart), Nieuwe Westwijk (waar groen de woonkwaliteit en biodiversiteit versterkt) en Nieuwe Rivierzone (waar we groene structuren integreren in de stedelijke ontwikkeling).

In het stadsprogramma Groen Vlaardingen ligt de focus op de volgende punten:

  • Groenbeleid 
  • Groen en identiteit
  • Sociaal groen
  • Vergroenen privaat eigendom
  • Groen Doen!

Om van Vlaardingen een nog groenere stad te maken, hebben we in 2024 op die focuspunten de volgende initiatieven gerealiseerd:

Ambities

Terug naar navigatie - Groen Vlaardingen - Ambities

Groenbeleid en groenstructuren

Terug naar navigatie - Groen Vlaardingen - Ambities - Groenbeleid en groenstructuren

We hebben met de volgende acties een stevige groene basis voor Vlaardingen gelegd:

Acties

Groen en identiteit

Terug naar navigatie - Groen Vlaardingen - Ambities - Groen en identiteit

We hebben de stad groener gemaakt en meer karakter gegeven. Dat deden we met de volgende acties:

Acties

Sociaal groen

Terug naar navigatie - Groen Vlaardingen - Ambities - Sociaal groen

We hebben groen toegankelijker gemaakt en de sociale functie van groen versterkt:

Acties

Vergroenen privaat eigendom

Terug naar navigatie - Groen Vlaardingen - Ambities - Vergroenen privaat eigendom

We hebben bewoners en ondernemers gestimuleerd om hun eigen terrein te vergroenen. Dit deden we onder andere door het aanpassen van de subsidieregeling klimaatadaptatie. Hierdoor kan deze subsidie nu ook aangevraagd worden door individuele bewoners. Zo stimuleren we inwoners om klimaatadaptieve maatregelen te nemen op hun eigen terrein.

Verder ondernamen we de volgende acties:

Acties

Groen doen

Terug naar navigatie - Groen Vlaardingen - Ambities - Groen doen

Acties

Financiële middelen

Terug naar navigatie - Groen Vlaardingen - Financiële middelen

In 2024 hebben we binnen het stadsprogramma Groen Vlaardingen een bedrag van €1.110.465,- besteed. Het resterende budget is grotendeels te verklaren doordat de voorbereidingen voor het pop-up bos zijn gestart, terwijl de bijbehorende kosten pas in 2025 worden gemaakt. Daarnaast is de tijdsinzet van personeel gunstiger uitgevallen en vond de inzet van de drie hoveniers in de binnenstad later plaats dan gepland. Voor dit stadsprogramma hebben wij in onderstaande tabel opgenomen de begrote en de gerealiseerde bedragen over 2024.

 

Bedragen x € 1.000) Primaire begroting 2024 Begroting 2024 na wijziging Realisatie 2024 Verschil begroting - realisatie Programma
Groen Vlaardingen 1.150 1.504 1.110 393 Groen en Milieu
Totaal 1.150 1.504 1.110 393

Leefbaar Vlaardingen

Inleiding

Terug naar navigatie - Leefbaar Vlaardingen - Inleiding

We maken van Vlaardingen een stad waar je prettig woont en recreëert. Goed onderhouden fietspaden, een toegankelijke openbare ruimte en kleurrijke groenstroken dragen bij aan een aangename leefomgeving. Toch ervaren Vlaardingers ergernissen zoals zwerfafval, woonoverlast en beschadigd straatmeubilair. Daarom zetten we ons in voor een schone, veilige en toegankelijke openbare ruimte. 

We werken hiervoor samen met de stadsprogramma’s Veilig Vlaardingen (om woonoverlast tegen te gaan) en Groen Vlaardingen (voor een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving). Door samen te werken met andere beleidsvelden, (stads-)programma’s en gebiedspartners creëren we slimme combinaties van werkzaamheden. 

In het stadsprogramma Leefbaar Vlaardingen ligt de focus op een vijftal onderwerpen:

  • Afval
  • Parels en zwijnen
  • Ontmoeten van 0–100 jaar
  • Woonoverlast
  • Water 

Om de leefbaarheid in Vlaardingen te verbeteren, hebben we op deze focuspunten de volgende initiatieven gerealiseerd:

Ambities

Terug naar navigatie - Leefbaar Vlaardingen - Ambities

Afval

Terug naar navigatie - Leefbaar Vlaardingen - Ambities - Afval

Met deze acties werkten we aan een schoner Vlaardingen.

Acties

Parels en zwijnen

Terug naar navigatie - Leefbaar Vlaardingen - Ambities - Parels en zwijnen

Verbeteren van de uitstraling van de stad:

Acties

Ontmoeten van 0 tot 100 jaar

Terug naar navigatie - Leefbaar Vlaardingen - Ambities - Ontmoeten van 0 tot 100 jaar

Vlaardingen aantrekkelijker maken voor jong en oud:

Acties

Financiële middelen

Terug naar navigatie - Leefbaar Vlaardingen - Financiële middelen

In 2024 is er een onderbesteding binnen het stadsprogramma Leefbaar Vlaardingen van € 422.614,-. Dit is grotendeels te verklaren doordat de voorbereidingen voor de Vulcaanweg en het Marnixpark zijn gestart, terwijl de bijbehorende kosten pas in 2025 worden gemaakt. Voorgesteld worden dan ook om het resterende budget van 2024 over te hevelen naar 2025.

Voor het stadsprogramma (onderdeel Veiligheid): Vanwege capaciteitsgebrek is het in 2024 niet gelukt om de 2 extra geplande camera's te aan te sluiten op het uitkijkcentrum van de politie-eenheid Rotterdam. Daarnaast zal er een onderzoek worden gestart naar de mogelijkheid om cameratoezicht (gedeeltelijk) zelf te organiseren binnen Maassluis, Vlaardingen en Schiedam. De kosten voor dit onderzoek worden in het eerste kwartaal van 2025 gemaakt. Daarom wordt voorgesteld het budget van € 28.360,- dat hiervoor was gereserveerd over te hevelen naar 2025.

Bedragen x € 1.000) Primaire begroting 2024 Begroting 2024 na wijziging Realisatie 2024 Verschil begroting - realisatie Programma
Leefbaar Vlaardingen 561 754 331 423 Verkeer en Mobiliteit
Leefbaar Vlaardingen 180 180 152 28 Veiligheid en handhaving
Totaal 561 934 483 451

Inleiding

Terug naar navigatie - Stadsprogramma's - Inleiding

Het Coalitieakkoord 'Groei en bloei voor Vlaardingen' beschrijft de beleidsvoornemens op hoofdlijnen. De pijlers van het akkoord zijn de acht stadsprogramma's. Dit zijn grote maatschappelijke vraagstukken voor Vlaardingen die over grenzen van de portefeuilles heen gaan. In deze paragraaf worden de acht stadsprogramma's omschreven.